Wat ik nog meer kan doen

Oké, dus het is nu eind februari. Ik ben alweer zo’n twee maanden vegetariër (vier je kleine successen!), kook één dag in de week een veganistische avondmaaltijd, we hebben een waterbesparende douchekop, de verwarming staat een graad lager en in huis branden grotendeels LED-lampen.

O ja, en ik kocht dit jaar ook nog geen nieuwe kleding (en ben dat ook komende maanden niet van plan). Wél boekte ik een treinticket naar Londen en stippelde ik uit hoe ik later dit jaar met de trein naar Zweden kan, in plaats van met het vliegtuig.

Eerlijk is eerlijk: op al die duurzame stappen/stapjes ben ik best trots. Terecht ook, vind ik – positieve gevoelens motiveren om door te gaan, méér te doen, verder te denken.

En dat is maar goed ook. Want zoals Loes terecht schreef: 5 procent verbetering is leuk, maar het is – sorry – uiteindelijk niet genoeg.

(…) de atmosfeer kijkt alleen naar hoeveelheden CO2, en weegt al onze goede bedoelingen en moeilijke afwegingen totaal niet mee.

Loes

Hoogste tijd dus om een nieuw lijstje te maken, dacht ik meteen. Wat kan ik dit jaar nog meer doen? Welke volgende stappen kan ik zetten om mijn voetafdruk te verkleinen?

Concreter: wat kan ik doen om te helpen voorkomen dat het hier snikheet wordt, dat Nederland overstroomt, dat we nooit meer sneeuw krijgen, en – om het even wat minder egocentrisch te maken – dat wereldwijd nóg meer miljoenen mensen op de vlucht slaan vanwege droogte en overstromingen, kortom, dat de klimaatcrisis nog verder uit de hand loopt?

Positiever geformuleerd: hoe leer ik mezelf een leefstijl aan die wél houdbaar is in de toekomst?

Ik vind het – zelfs met de drive die ik voel om in actie te komen – nogal een lastige kwestie. Ja, natuurlijk kan ik hier gezellig dat lijstje optikken; standaard plantaardig ontbijten en lunchen, leren meer seizoensgebonden en lokaal te kopen, (nog) vaker de auto laten staan en in de trein stappen als ik ergens heen moet.

Eerlijk is eerlijk, hoe meer ik probeer te verduurzamen, hoe intenser ik ook de spagaat herken waar Loes (ik ben fan, heb je het door? ;-)) deze week over schreef. Het ongemak van soms dingen níet willen doen, van wél klimaatonvriendelijke keuzes maken.

Concreet: mijn besluit om dit jaar niet in het vliegtuig te stappen, betekent dat ik mijn moeder waarschijnlijk pas op z’n vroegst in juli weer zie. Dat is bijna een half jaar weg en die gedachte maakt me verdrietig.

Tegelijkertijd merk ik groeiend ongemak bij mezelf, als ik anderen keuzes zie maken waar ik zelf niet (meer) achter sta. Vrienden die verlekkerd bergen vlees naar binnen werken, die jaarlijks vijf keer of vaker intercontinentaal vliegen. Ik krijg er een beetje buikpijn van en dat vind ik rot, want ik wil niet oordelen. Je kent hun verhaal niet, prent ik mezelf dan weer in, je hebt niets te vinden van het gedrag van een ander. Je mag erop vertrouwen dat iedereen een weloverwogen keus maakt op basis van waar op hij op dat moment staat.

En zo is het ook. Toch merk ik dat ik het lastiger begin te vinden om een enthousiaste “gaaf!” te roepen als iemand me vertelt over verre reisplannen (terwijl zo’n plan an sich natuurlijk nog steeds hartstikke gaaf is!). Als we retourtjes Thailand met z’n allen “gaaf” blijven vinden, verandert er nooit wat.

En superhypocriet ook, want zelf doe ik ongetwijfeld ook nog van alles ‘fout’. Bovenal geloof ik dat het helemaal niet helpt om oordelend te wijzen naar wat een ander doet of laat – werkt eerder averechts zelfs, vermoed ik, want het maakt gefrustreerd en opstandig.

Misschien is dit dan ook alles wat ik hier nu wil zeggen; ik signaleer de verandering in me. Vond ik vijf jaar geleden de online community vol digital nomads en ‘vrije geesten’ die ongelimiteerd de wereld rond trokken inspirerend, nu geeft het me een wat wrang en decadent gevoel. De wereld is van jou, je kunt doen wat je wilt – mijn generatie is opgegroeid met dat gevoel, die American Dream-achtige gedachte. Maar ten koste van wat?

En waarom denken we nog steeds dat ‘meer’ altijd ‘beter’ is? Mijn vakantie op de camping in Italië vorige zomer deed niet onder voor de reis naar Californië een paar maanden daarvoor. Vorig weekend, waarin ik grotendeels thuis rondhing en in mijn eigen keuken lekkere vegetarische maaltijden kookte, was minstens zo fijn als de zaterdagen waarop ik de stad leegshopte en daarna ergens biefstuk ging eten.

Dus misschien is dat wat ik kan doen, naast al: het gewone voortleven.

Hoewel, ‘gewoon’? Nee, eerder dit: ervaren – en anderen laten ervaren – dat de dingen hier en nu al fucking bijzonder en uniek zijn, dat we in een paradijs leven. Dat het gevoel van tekort en ongenoegen en meer willen in ons hoofd zit en daar altijd zal blijven knagen zolang we de ontevredenheid in onszelf niet oplossen.

Dat het hier te vinden is, en niet ver weg.

En dat, als je contact zoekt met je eigen kern – en vanuit daar de verbinding maakt met anderen, en met onze wereld – dat diepe vervulling geeft, en een berg motivatie waar geen klimaatcampagne tegenop kan.

Een gedachte over “Wat ik nog meer kan doen

  1. Heel herkenbaar! Als je ergens zelf echt van overtuigd bent is het moeilijk te geloven dat het anderen niet boeit/minder belangrijk voor ze is.. mooi dat je het naar het gewone trekt. Ik geloof ook heel erg in voorleven/voordoen.
    P.S. Heel leuk een blog, goeie tip van een zeker iemand ;) Ik ben meteen blijven haken bij je recentste post :)

Laat een reactie achter op Vera Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.