Waarom minder ook méér is

Ik ben nu bijna op de helft van mijn yogachallenge en ik heb voor het eerst in maanden weer echt het gevoel dat ik ben waar ik moet zijn. Het ‘klikt’ weer, ik voel het borrelen in me – een verademing als je zo bekend geraakt bent met dat doffe onverschillige gevoel dat je hoofd en lijf kan overheersen.

Het zal ook de zomer zijn en het feit dat mijn bloedsuikerspiegel minder intense pieken en crashes maakt (project ‘geen toegevoegde suiker’ gaat top). Of misschien is het gewoon het feit dat ik weer wat concreets omhanden heb waar ik m’n zinnen op heb gezet. Maar nee, dat laatste zou gek zijn want ik heb het hele jaar door al méér dan genoeg te doen gehad en toch voelde het niet zoals nu.

Wat ik wel weet: het is zo belangrijk dat ik m’n werk-privébalans houd zoals-ie nu is. Ik schreef het al, het is een immens verschil om 3-4 dagen te werken en ook daardoor voelt de hele week anders.

Het stemt me ook tot nadenken. Hoeveel werken we eigenlijk, en hoeveel zou je ‘moeten’ werken? Wat heb je écht nodig? Als freelancer is er een vrij direct verband tussen het aantal uren dat je werkt en de hoeveelheid geld op je bankrekening. Dat maakt het enerzijds verleidelijk om almaar meer klussen aan te nemen. Maar anderzijds leidt het ook tot de gedachte: kan ik niet toe met minder?

Sinds een aantal weken gaan B en ik bewuster om met ons geld. Etentjes buiten de deur waren de laatste jaren toch wel erg normaal geworden, en als we iets ‘nodig’ hadden, kochten we het gewoon. Interessant: juist door de rem erop te zetten, besef ik des te meer hoeveel overvloed we eigenlijk hebben.

We hebben een kast en een koelkast vol voedsel uit alle windstreken. Elke week haal ik een pakket met verse biologische groenten en fruit. Ik heb genoeg kleding om jaren mee door te kunnen, als het zou moeten. We hebben een huis met ruimte, een tuin die steeds groener wordt. In de buurt wonen mensen met wie we het fijn hebben. Als ik een bepaald boek wil lezen, haal ik het bij de bieb die op 5 minuten fietsen is. Ik kan sinds kort naar Nijmegen fietsen op een fijne e-bike.

Veel van ons zijn op gegroeid in deze overdadige situatie en dus voelt het misschien vanzelfsprekend allemaal, maar kijk eens om je heen: het is niet vanzelfsprekend.

Sterker nog, soms overvalt me een gevoel van kwetsbaarheid. Het systeem piept en kraakt, mensen clashen met elkaar, hele sectoren lopen vast. De wereld raakt oververhit – letterlijk.

Het is niet vanzelfsprekend.

En hoe minder ik doe, hoe meer ik ga zien wat er allemaal is. Ik bedoel: wow, ik kan gewoon ‘s morgens wakker worden en mijn laptop pakken om vanuit huis een video-yogales te doen, eentje van de duizenden lessen die gratis op YouTube staan. Zelfs met fijne muziek erbij, dankzij Spotify en m’n bluetooth-speaker. Twintig, dertig jaar geleden was zoiets onmogelijk geweest. (Vooruit, je had misschien een videoband kunnen opzetten.)

Ik kan straks in de trein stappen en een uurtje later in Utrecht zijn, ruim 80 kilometer verderop. Had ik honderd jaar eerder geleefd (let wel, honderd jaar is op de leeftijd van de aarde en het heelal helemaal niet zo veel), dan had ik waarschijnlijk m’n hele leven nauwelijks mijn geboortedorp verlaten.

Het punt met dingen die er altijd zijn, is dat je ze daardoor niet meer ziet. Het voelt als een dagelijkse, waardevolle oefening om ze telkens weer te proberen op te merken.

Want zodra je ziet wat je hebt, heb je ineens veel minder nodig.
Het is er allemaal al.

5+

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.