A little bit of everything, all rolled into one

zaterdag

  • Dat m’n WSET2-examen vet goed ging. Veruit de meeste vragen kon ik zonder twijfel beantwoorden; de uitslag komt pas over ongeveer een maand, maar ik maak me er totaal geen zorgen over. Sowieso was het stiekem best leuk om weer eens ouderwets te blokken. Feitjes stampen en merken dat ik dat nog steeds kan als ik er echt voor ga zitten en m’n best voor doe. Soms heb ik het idee dat m’n geheugen met de jaren alleen maar slechter wordt, maar misschien is het vooral zo dat ik weinig meer op een ‘schoolse’ manier leer.
  • Hoe veel fijner ik me voel, vandaag en deze week. Wat er verandert in me, in goede zin. #happythankyoumoreplease
  • Wijnclub. Wat een toffe editie hadden we weer! Gaaf ook om te merken dat ik m’n WSET-kennis hier meteen kan toepassen. Ook fijn: dat ik – voor het eerst in de geschiedenis van wijnclub – het merendeel van de wijn alleen proefde (en dus uitspuugde). Alcohol + medicatie gaan niet lekker samen maar eigenlijk vond ik dit een win-winsituatie. Wél proeven, ontdekken en leren, maar aan het eind van de avond nog gewoon helder en vandaag niet brak.
0

7 dingen die ik leerde over wijn en spijs

Zoals je misschien weet, organiseerde de Wijnstudio – waar ik m’n WSET2-cursus volg – deze zomer een reeks superleuke extra (gratis!) online lessen en gastcolleges voor cursisten. Door het coronavirus zijn de examens uitgesteld naar september, en de oprichters wilden ons in de tussentijd niet aan ons lot overlaten. Sympathiek, nietwaar? Deze week was de laatste sessie: over wijn en spijs. En daar neem ik je graag in mee…

Voor wie niet thuis is in de materie: wijn-spijs gaat over hoe je voedsel en wijn combineert. Hoe vind je de juiste wijn bij je favoriete paddenstoelenrisotto? Wat geef je iemand die vis wil eten, maar alleen rode wijn drinkt? En welke (dessert)wijn combineer je met een zoet chocoladedessert?

Maar eigenlijk was het een les over smaken. Ook interessant dus als je niet zo veel hebt met wijn, maar wel van lekker eten houdt.

Dit laatste college werd gegeven door Jeroen Bronkhorst, oprichter van de Wijnstudio. Jeroen is bijna twintig jaar chefkok geweest en had lange tijd een eigen zaak, waarvan de wijnkaart meerdere prijzen won. Hij schreef ook een basisboek voor sommeliers en zette een wijn-spijscursus op.

Tijdens de lockdown maakte ik (online) kennis met Jeroen toen hij een superleuke privé-inhaalles gaf aan mij en één andere leerlinge, waar ik toen erg enthousiast over was. Jeroen kan namelijk enorm gepassioneerd vertellen en zit boordevol verhalen.

Ik destilleerde de ruim tweeënhalf uur les tot een lijstje met 7 dingen die ik leerde over wijn & spijs. Kleine disclaimer: deze blogpost is nogal een longread geworden, maar geloof me, dat is het waard. ;-)

1. Over smaak

We begonnen met de vraag: wat is smaak eigenlijk? Smaak is wat je proeft, ben je misschien geneigd te zeggen. Maar als je gaat nadenken, komt er veel meer bij kijken. Je gedachten vooraf bijvoorbeeld (‘cheesecake, lekker!’), hoe iets gepresenteerd is (hoeveel trek heb jij nog als je maaltijd op een groezelig bord ligt?), maar ook de omgeving waarin je eet. In een luxe restaurant heb je doorgaans veel aandacht voor je gerecht, waardoor je meer proeft en het eten ook meer waardeert.

Ook de kleur van een gerecht draagt bij aan je smaakbeleving – schijnbaar zijn er onderzoeken geweest waarbij wetenschappers voedsel blauw kleurden, niemand wilde dat eten.

En dan de daadwerkelijke smaak van het eten. Je hebt vast wel eens gehoord dat verreweg de meeste ‘smaken’ in feite geuren zijn, je neemt ze waar met je neus. Nou, daar kwam ik wel achter toen ik door corona wekenlang niet kon ruiken…

Als mens proef je met je tong slechts vijf smaken – we noemen ze de basissmaken: zoet, zout, zuur, bitter en loog. Loog is de smaak van zeep. Umami wordt tegenwoordig ook wel genoemd als basissmaak, maar het is de vraag of dat terecht is.

Umami betekent ‘lekker’ in het Japans. In feite is het glutamaat, een smaakversterker – ‘de Maggi van de Chinese keuken’. Gooi het ergens doorheen en dat gerecht krijgt meer smaak. Vooral zoet wordt versterkt; en zoet is een smaak die mensen – bewust of onbewust – erg waarderen. Zelfs als je nu zegt: ik ben niet zo’n zoetekauw, ik houd niet van taartjes, dan slaat je brein onbewust toch aan op zoet. Verhitting brengt de umami-smaak in ingrediënten naar boven. ‘Kippensoep is de ultieme umami’, aldus Jeroen.

2. Menuleer

Menuleer is de volgorde waarin je eten serveert. Onze Nederlandse menuleer – wat wij ‘normaal’ vinden – is gebaseerd op de Franse keuken. Die regels zijn bijvoorbeeld:

  • Eerst een koud gerecht, dan een warm gerecht, dan weer koud
  • Voorgerecht, hoofdgerecht, nagerecht
  • Eerst zout en dan zoet, nooit andersom

Zulke regels zijn niet overal ter wereld hetzelfde. In Italië eet je bijvoorbeeld de salade ná het hoofdgerecht, en in China (en trouwens ook in Taiwan) zetten ze gewoon de gerechten op tafel wanneer die klaar zijn.

Vanwege die derde regel is een kaasplank ná een zoet dessert eigenlijk not done. Je kunt wel nog een zoet dessert nemen na je kaasplank, maar andersom dus niet – ténzij er een tijd tussen zit. Lekker borrelen later op de avond en daar dan kazen bij, dat kan wel.

Ook grappig: aan hoe de tafel in een restaurant wordt ingedekt, kun je soms al zien wat er gaat komen. Ligt rechts bijvoorbeeld een lepel, en je weet dat het tussengerecht een salade is, dan is een koude soep vooraf de enige optie.

3. Balans en spanningsboog

Balans in menu’s en gerechten wil zeggen dat niet één smaak, ingrediënt of textuur overheerst. Klinkt logisch, toch?

Een voorbeeld: stel, een restaurant serveert je een menu met haring als voorgerecht, vervolgens een boerenpaté en tot slot creme brulée. Even los van of je vegetariër bent: ga je al watertanden? Nee toch? Dat komt doordat dit menu niet in balans is – alle gerechten zijn erg vet, waardoor het totaal veel te zwaar op de maag wordt.

Bovendien wil je een spanningsboog aanbrengen in je menu. Wat dat betreft kunnen er drie dingen gebeuren:

  1. Het menu is in balans.
  2. Het menu is saai. Bijvoorbeeld als alles dezelfde kleur heeft – stel je een menu voor van asperges met ei, daarna aardappels met kaassaus en vla als dessert. Kortom, alleen maar geel en wit eten. Daar word je niet vrolijk van…
  3. Het menu geeft ‘smaakstress’. Dan is er te véél spanning; smaken lopen bijvoorbeeld te veel door elkaar en ‘kloppen’ niet meer. In sterrenzaken is dit volgens Jeroen vaak een probleem; dan liggen er dertig smaken op je bord, veel te veel verschillende dingen die bovendien allemaal na een halve hap op zijn.

Smaak wordt ook behoorlijk beïnvloed door wat er – qua voedsel of drank – aan een gerecht is voorafgegaan. Dat maakt de volgorde waarin je gerechten (en wijnen!) serveert cruciaal.

Jeroen vertelde hoe hij eens les kreeg van culinair journalist Johannes van Dam. Die vroeg hem een garnaal te eten – garnalen zijn blijkbaar een summum van smaak: zout, zoet, zuur, alles zit erin. Vervolgens zei Johannes: eet nu een stuk ananas. Proef je daarna nog een garnaal, dan smaakt die naar water. Dat komt omdat alle smaken in ananas dominant zijn ten opzichte van garnaal. Die garnaal wordt niets meer dan een laf structuurtje in je mond, weinig aan.

Proef je veel door elkaar, dan blijven altijd de dominante smaken over in je mond – de rest verdwijnt. Dat geldt trouwens ook voor wijn. Drink je eerst twee glazen stevige syrah en proef je daarna een lichte pinot noir, dan smaakt die laatste waarschijnlijk vooral héél zuur.

4. Eten en wijn combineren

Oké, leuk verhaal over smaak, maar hoe combineer je lekker eten dan met goede wijn? Kortom, wanneer maak je de ideale wijn-spijscombinatie? Eigenlijk is de regel eenvoudig: in wijn en spijs zoek je de perfecte match – dat wil zeggen dat het eten en de wijn zo veel mogelijk op elkaar moeten lijken. Hoe meer het karakter van het eten overeenkomt met dat van de wijn, hoe beter de combinatie.

Je gaat dus op zoek naar harmonie… óf je zoekt naar een (kleine) tegenstelling. Want daar wordt het interessant: komen een heleboel elementen overeen, maar is er één smaak die botst, dan krijg je spanning – en dat kan juist heel goed uitpakken.

Brownies met goede madeira (versterkte wijn) zijn bijvoorbeeld een topcombinatie. Beiden zijn zoet, allebei hebben ze iets van specerijen, het vettige van de wijn past bij de vettige textuur van de brownie, de rijpheid van madeira past bij de rijpe chocoladesmaak. Beide producten zijn bovendien intens van smaak. Alleen het zuur botst. Madeira is hoog in z’n zuren – brownie juist niet.

Het is dus spannend, in de goede zin, als een paar elementen niet met elkaar kloppen. Maar het mogen er natuurlijk niet te veel zijn.

Traditioneel luidt de combinatieregel natuurlijk: ‘rode wijn bij vlees, witte wijn bij vis’. Maar dat mag je meteen weer vergeten – hartstikke ouderwets. Tegenwoordig zeggen wijnkenners: ja, bij stevige rode wijn hoort stevig rood vlees. Maar bij een stevige vis die veel smaak heeft, kan je prima een licht rood wijntje schenken (spätburgunder doet het vaak goed – ik had inderdaad onlangs een heerlijke spätburgunder bij m’n zeebaars toen ik bij Madeleine at).

Let er vooral op dat je contrasten vermijdt: geen zoet eten bij droge wijn (die wijn smaakt dan alleen nog zuur!). Geen vis bij wijnen met veel tannine, want dat stofje geeft een ijzer-achtige smaak aan de vis. Geen flauw eten met intense wijn. De gouden regel is: het één mag het ander niet overheersen.

La Tortuga
In het Italiaanse sterrenrestaurant La Tortuga waren de wijn-spijscombinaties uiteraard subliem. Lees wat ik van dat etentje vond…

5. Smaken sterker of zwakker maken

Zoek je naar goede wijn-spijscombinaties, dan is het ook handig om te weten wat het effect van verschillende bereidingstechnieken is op de smaak. Sommige technieken zijn verzachtend voor je eten; je houdt minder smaak over. Koken heeft bijvoorbeeld dat effect. Bakken en zouten geven daarentegen juist méér smaak, en als je groenten, vis of vlees bereidt op de grill wordt de smaak nóg intenser.

Dat komt doordat je in het laatste geval water úit het gerecht haalt (de smaak wordt dus geconcentreerder), terwijl je bij koken juist water toevoegt.

Als je je bedenkt dat de wijn op het eten moet lijken, spreekt het voor zich dat je bij eten dat gebakken is in boter of olie een wijn kiest met voldoende body en smaakintensiteit. Geen licht fruitig wijntje dus, want dat proef je nauwelijks…

De houtskoolgrill is de meest extreme vorm van smaakintensiveren. Je voegt geroosterde tonen én houttonen toe, terwijl er juist water verdampt. Daar moet dus een stevige, houtgelagerde wijn bij – eentje met genoeg pit.

6. De ‘vijanden’ van wijn en spijs?

Ik heb zelf niet lang genoeg in de horeca gewerkt om dit te weten, maar schijnbaar hebben veel koks én mensen in de bediening een lijstje met ‘fout eten’ (bedieningsmensen) en ‘foute wijn’ (koks). Ofwel: voedsel dat écht niet bij wijn kan, en vice versa.

Onzin, zegt Jeroen. Já, soms is het lastig om combinaties te maken – soep bijvoorbeeld is moeilijk, omdat dat qua structuur al snel te veel één wordt met de wijn. ‘De wijn gaat zwemmen’, merkte een mede-cursist op.

Maar verder is voor elke wijn en elk gerecht iets passends te vinden. Kerrie (dat blijkbaar vaak op die lijstjes staat) doet het bijvoorbeeld goed met kruidige wijnen, zoals een pinot blanc uit Duitsland of een pinot gris uit de Elzas. Asperges, nog zo eentje, doen het top met Nieuw-Zeelandse sauvignon blanc.

Talud9 Utrecht

7. Tot slot: tijd voor de test!

Oké, als je helemaal tot hier hebt gelezen wil je misschien nog wel meer leren over wijn en spijs. En hoe kan dat beter dan door zélf aan de slag te gaan? Geen zorgen, je hoeft je lokale wijnhandel nog niet te plunderen.

Neem een stukje banaan, een schijfje citroen, wat zeezout, een beetje suiker, een zoet snoepje of pepermuntje en een klein glaasje wijn, liefst wit, mag gewoon huiswijn zijn, en een groot glas water.

Je gaat nu zelf proeven welk effect verschillende basissmaken op de wijn hebben.

  • Eet een stukje banaan. Neem vervolgens een slok wijn. Wat proef je?
  • Spoel tussendoor je mond met water. Hap nu in de citroen, spoel nog eens goed met water en neem opnieuw een slok wijn. Wat proef je nu?
  • Spoel weer goed. Neem daarna wat zout in je mond, en proef weer wijn. Wat merk je op?
  • Spoel weer en eet wat suiker en daarna weer wijn, wat gebeurt er nu?
  • Tot slot: knijp je neus dicht. Doe het pepermuntje in je mond, maar houd je mond en neus beide een tijdje dicht, zodat er geen zuurstof bij komt. Bijt het snoepje door, wacht nog even en laat daarna pas je neus los. Wat gebeurt er nu?

Ben je benieuwd naar de ‘goede’ antwoorden op deze vragen, plaats dan een reactie onder deze post – dan mail ik je ze toe.

Veel plezier!


Met veel dank aan Jeroen Bronkhorst voor het interessante college. Ben je trouwens op zoek naar een leuke wijncursus, dan kan ik de Wijnstudio van harte aanraden. Ze geven inmiddels cursussen door heel Nederland – van Leeuwarden tot Maastricht.

3+

Zomerhitte, verrassingsdiner & introvert zijn

Hittegolf nummer 1 van 2020 is een feit… tja, dan is dat thuiswerken plots toch best eh, warm. ;-) Verder deze zomerse video: ik werd door B verrast met een etentje, nieuwe hoop voor mijn ontstoken pees (al kon ik er tijdelijk even niet op lopen!), babbelen over mijn introverte kant en natuurlijk weer een paar goede wijntips.

Veel kijkplezier!

Wist je dat je als abonnee van mijn YouTube-kanaal al op zondag een melding krijgt bij een nieuwe video? Ik upload zondagavond en publiceer maandag pas hier op Suushi. Dus wil je er als eerste bij zijn, dan weet je wat je te doen staat. ;-)

0

Terug

In de categorie ‘dingen over jezelf afroepen’: de dag nadat ik dat vorige blogje (over hardlopen) postte, had ik flink last van mijn enkel.

En vier dagen later nog steeds.

Ook het weekend erna terugschakelen (een hele rustige 5 kilometer met wandelpauzes) maakte de boel er niet beter op. Dus nu heb ik al bijna drie weken niet hardgelopen en voel ik mijn enkel nog steeds af en toe steken – vanavond ga ik voor het eerst weer héél voorzichtig een babyrondje proberen.

Balen natuurlijk, maar niets aan te doen. Gelukkig had ik de laatste weken genoeg andere dingen om me mee bezig te houden. Zo veel, dat bloggen even naar de achtergrond verdween.

Naast m’n Einderwerk was het weer tijd voor m’n vaste freelanceklus, die ik één keer per kwartaal doe: het wetenschapsverhaal van Radboud Magazine schrijven. Dit keer schreef ik over neonatologie – de zorg voor vroeggeboren kindjes – en had daarover een heel interessant gesprek met een gynaecologe. Half maart in a RU magazine near you. ;-)

O ja, en toen kwamen er tegelijkertijd nóg twee freelanceklussen op mijn pad. Beetje veel natuurlijk naast de 32 uur die ik al werk, maar het was allemaal nét te leuk om te laten schieten. Een geschiedenisdocente van de RU vroeg me om een gastcollege te verzorgen over toegepast onderzoek, én een team dat zich precies daarmee bezighoudt (Advies & Actualiteit – ik schreef hun kernverhaal en webteksten) vroeg me om hun nieuwste rapport te redigeren.

Dus ja, dat waren mijn avonden en weekenden, de laatste tijd. ;-)

OK, niet helemaal hoor. Wat er nog meer was – en is:

  • Mijn mama was een week in Nederland. Altijd fijn en tegelijkertijd ook altijd wat dubbel, want verdrietig – ik merk dat ik het confronterend vind dat ze dan ineens in mijn leven rondloopt terwijl ze daar normaal niet is. Gelukkig hadden we het vooral heel gezellig; samen thee drinken en puzzelen en thuis aanrommelen.
  • Ik werd geveld door een vervelend buikgriepje. ALWEER ja, in oktober lag ik ook al een paar dagen beroerd op bed en rond kerst was ik eveneens niet lekker. O ja en vorige week ook nog een tweedaagse migraine-aanval. Hallo weerstand, doe eens wat beter je best?! (Of: hallo Suusie, doe eens wat rustiger aan…)
  • Komende week begin ik als vrijwilliger bij de VoorleesExpress! Inmiddels ben ik aan een gezin gekoppeld, ik ga voorlezen aan A., een meisje van 5 jaar. Vanuit de organisatie krijg je als voorlezer ook enorm veel tips en ondersteuning (veel meer dan ik had verwacht!). Ik heb braaf alles doorgenomen en bekeken, en ga morgen naar de bieb om een stapel boekjes te halen. En dan: kom maar op!
  • In de categorie ‘nieuwe dingen doen’: over twee weekjes begint ook mijn wijncursus (WSET2). Daarmee ben ik nu een beetje op het punt van ‘WAAROMWILDEIKDITOOKALWEER’ maar dat is vast gewoon koudwatervrees. ;-) Komt misschien ook doordat ik de laatste tijd niet zo veel wijn drink en me eigenlijk wel lekker voel van zo’n fris hoofd. Aan de andere kant: B en ik kochten deze week wél eindelijk een Coravin, dus het is ook niet alsof ik ineens geen wijnsnobliefhebber meer ben…

Goed, met al die dingen die er zijn en alle vage verdriet die ik ergens daaronder voel kolken, merk ik opnieuw de verleiding om te gaan rennen, nog meer en harder en voller en drukker. En vooral: om de ‘stille’ momenten te vermijden, direct weg te duiken in mijn telefoon/met een reep chocola/computerspelletje/glas wijn.

Jee, wat zit dat escapisme er toch diep in hè.

O ja, over die telefoon gesproken: vorige week zat m’n schermtijd weer over de 2 uur per dag en dat bevalt me helemaal niet. Wél nog een goede tip die ik van iemand kreeg: zet je scherm op zwart-wit. Op de iPhone doe je dat via de instellingen: Toegankelijkheid > Weergave en tekstgrootte > Kleurfilters.

Ik heb het nu al een week of drie zo, en als ik ‘m héél soms terug op kleur zet, schrik ik er gewoon van hoe KNAL die kleuren eigenlijk zijn. Jee, wat een prikkels – en daar zijn we blijkbaar massaal met z’n allen zo aan gewend dat we het niet meer zien…

Zo zeg, nu ik eenmaal aan het schrijven ben denk ik: wat heb ik eigenlijk veel te vertellen, zelfs ‘hier wegblijven’ was misschien ergens escapisme, stiekem zit het er allemaal wel.

Ik wil namelijk ook nog vertellen over mijn hernieuwde status als vegetariër (korte versie: bevalt goed!), over dat ik weer ouderwets Harry Potter aan het lezen ben (over verdwijnen in verhalen gesproken, haha – maar is leuk!), dat ons huis eindelijk min of meer af is (alleen nog wachten tot de gordijnen van de studeerkamer worden geleverd), dat ik nu al een half jaar Facebook- en Instagramvrij ben (en het oprecht niet mis in mijn leven!) en dat de reisplannen die B en ik later dit jaar hebben misschien een beetje worden gedwarsboomd door het coronavirus (maar misschien moet ik dan binnenkort eerst eens überhaupt vertellen over die plannen).

Goed, genoeg voor nu, later weer meer.
Er komt een redelijk rustig SUUSWEEKEND aan, dus wie weet.

0

Weer zin

Het figuurlijke stof begint eindelijk weer een beetje neer te dalen hier. Ik merk het vanavond, als ik na het avondeten met een bakje pepernoten achter de Wii kruip voor een ouderwets potje Mario. Ik voel het, als ik daarna naar boven loop, de berg verhuisdozen verplaats en van het hoekje-met-mijn-piano een soort kleine derde kamertje maak, een prettige ruimte om te oefenen.

Ik oefen toonladders, speel oude stukken door en voel de rust in me zakken. Thuis. Ja, het duurde even voor ik me vrij voelde hier piano te spelen – niet in de minste plaats doordat ons huis een gehorige vooroorlogse bovenwoning is. Maar deze week, heb ik me voorgenomen, ga ik de ruimte weer pakken. Het voordeel van mijn Yahama (ten opzichte van de mooie Grotrian Steinweg van B, die in de woonkamer staat) is dat-ie digitaal is, en je het volume dus kunt regelen. Desnoods kun je zelfs spelen met koptelefoon op.

Wat ‘nestelen’ betreft – in de zin van: je nieuwe huis je eigen maken – is de winter best een fijne tijd. Ik ben hier immers veel, het is vroeg donker, dus we kunnen het binnen makkelijk gezellig maken, kaarsjes aan, dekentje om, dat soort dingen. Nu moet ik zeggen dat het wel enorm scheelt dat we sinds een week gordijnen hebben. Het voelt meteen tien keer knusser, veel meer mijn coconnetje.

En al is het winter, al zijn de dagen kort, er zijn zo veel dingen die ik wil doen, de komende tijd:

  • Een wijncursus volgen en m’n wijnbrevet halen. Ja, eindelijk. Deze staat al jaren op mijn bucketlist en ik geloof dat ik het binnenkort écht ga doen. (Even sparen nog.)
  • Weer door met Chinees leren. Een tijdje terug was ik superenthousiast gestart met DuoLingo, maar toen kwam de nasleep van de verhuizing en was ik weken moe moe moe, en ja dan schieten zulke dingen er natuurlijk bij in he. Maar elke dag 5 minuutjes, dat moet toch kunnen?
  • Hardlopen!! En ja, dat gaat best goed, tegenwoordig. Inmiddels zit ik op rondjes van 5 tot 7 kilometer, twee keer per week en daar ben ik behoorlijk tevreden mee. Nee, pijnvrij/zorgeloos lopen is het nog altijd niet (wat duurt herstellen van zo’n peesontsteking laaaaang) maar dat ‘belasting opbouwen’ gaat dus best prima. Ik loop tegenwoordig met schema’s van Laetitia (ikbeginvandaag) en dat bevalt goed, het is fijn om me niet druk te hoeven maken over hoe ver of lang ik moet lopen, en het is vooral ook een fijne rem. In m’n eentje had ik nu vast al verwacht weer op de 12 tot 15 km te zitten…
  • Dinner party’s organiseren. Koken voor mensen is nu eenmaal veel fijner als je een goeie, fatsoenlijk uitgeruste keuken hebt. En ik kocht deze maand een Magimix, ook al zo’n bucketlist-ding, dat is natuurlijk een hele goede reden om allemaal lekkere dingen te maken.
  • Meer boeken lezen. Ik ben me één voor één door al B’s favoriete sciencefiction- en fantasyseries heen aan het vreten en dat is best lekker.
  • Weer elke dag 2x vijf minuten mediteren. Eigenlijk ben ik daar alweer min of meer mee begonnen. Sinds de zomer is er vrijwel geen week voorbijgegaan zonder meditatiemomentje, maar ik moet zeggen dat ik het de laatste week eerder 1-3 keer per week deed dan dagelijks. Terwijl ik wél de voordelen merk als ik het doe. Het argument waarmee ik mezelf meestal overtuig te gaan ‘zitten’? “Vijf minuutjes, Susie, het is jouw leven, maak dan tenminste vandaag vijf minuutjes tijd voor jezelf. Tijd om te zijn.”

Daarover gesproken; ik heb vanavond nog niet gemediteerd. Nu dan maar even.

Fijne week lieverds!

0