• tien dingen van de zomer

    Jongens, waar is de zomer gebleven? Vier september is het, ik beweeg me met honderdveertig kilometer per uur richting Nijmegen, een druilerig landschap flitst langs het raam. Donkergroen en grijs – de tinten van het limbo tussen nazomer en herfst.

    Wat een rare maanden waren het. Tot diep in juli had ik het gevoel dat het nog mei was, de dagen leken gewoon te veel op elkaar. Feitelijk ‘miste’ ik ook zo’n drie weken – in maart zaten we immers achttien dagen in thuisisolatie.

    Oké, maar er was toch heus wel wát, dit afgelopen seizoen. Omdat kaderen altijd helpt om overzicht te krijgen: een lijstje met tien dingen van deze zomer.

    1. Ik begon met vloggen

    Oké, stiekem al in april, maar na wat aarzelend gepruts in iMovie stapte ik al snel over naar Final Cut Pro. En nee, pro ben ik nog lang niet maar ik word langzaamaan wel beter in video’s maken. Zo zie je maar weer: als je iets wilt leren, moet je gewoon beginnen. Durf maar, ook als het resultaat niet meteen geweldig is. De enige manier om te komen waar je heen wilt, is door te doen.

    Bekijk mijn YouTube-kanaal.

    2. We gingen tóch op vakantie

    Wel, niet, wel, niet, tóch wel… Tja, toen de coronacrisis in maart begon, zagen B en ik onze reisplannen voor later dit jaar al snel in het water vallen. Dit wordt een zomer in Nederland, concludeerden we. Tot in juni het aantal besmettingen zo hard daalde dat we tóch naar Italië konden – dachten we, want half juli begon het tij te keren.

    Ik ben superblij dat we uiteindelijk wél even naar het buitenland zijn gegaan. Die twee weken Frankrijk waren precies wat ik nodig had om een beetje zomergevoel te kweken.

    3. Nooit eerder werkte ik zo lang en zo vaak thuis

    En dat beviel verrassend goed. Deze week ben ik voor het eerst weer vier werkdagen op pad, en dat is best wennen.

    Lees ook: 4 lessen uit 4 maanden thuiswerken: zo houd je het nog even vol

    4. Ik leerde mezelf over SEO en gaf Suushi een upgrade

    Weet je nog dat het hier voorheen meer een eenvoudig online schrijf-schriftje was? Ook fijn hoor – niet voor niets keer ik al jaren steeds weer terug naar minimalistische WordPress-thema’s. Maar weet je, zo’n eenvoudige lay-out heeft één nadeel: eerder schrijfwerk op dit blog (lees: de 1.582 posts die níet op de homepage staan) is vrij moeilijk te vinden.

    Tenzij je op goed geluk gaat grasduinen in het archief, kom je niet zomaar de teksten tegen waar ik het meest trots op ben. En dat vond ik zonde.

    Dus installeerde ik deze zomer de Yoast-plugin, las een heleboel over zoekmachineoptimalisatie én besloot welke lessen ik daaruit meenemen en welke ‘trucjes’ ik lekker naast me neerleg.

    SEO-tips: zo is je blog beter vindbaar in Google.

    5. Plantaardig eten werd een gewoonte

    In Frankrijk stopte ik me twee weken lang vol met wijn en kaas. En hoewel ik genoot van al die camembert, geitenkaas, saint augur en epoisses, was ik er eenmaal thuis hélemaal klaar mee. Een week lang at ik plantaardig, en dat voelde zo goed dat ik er eigenlijk sindsdien mee door ben gegaan.

    Ben ik dan nu strikt veganist? Nee, allerminst. Ik eet plantaardig zolang dat fijn is en goed voelt, en maak hier en daar uitzonderingen als dat zo uitkomt. Wekelijks ontdek ik allerlei nieuwe lekkere plantaardige vervangers voor dierlijke producten – en dat ervaar ik als een superleuke zoektocht.

    Mijn favoriete ontdekkingen:

    • KwarQ sojakwark van Albert Heijn. (Ook B is fan en eet dit nu vaak als ontbijt in plaats van zijn vertrouwde boterham met kaas.)
    • AH haver fraiche, creme fraiche op basis van haver.
    • Chocolade-mueslirepen van TREK, fijn en vullend tussendoortje.
    • De verse fudge brownies van EkoPlaza.
    • Taartjes van Rose & Vanilla. (Let op, niet alles is hier vegan, maar het meeste wel.)
    • Karmasan, vegan parmezaanse kaas, ook verkrijgbaar bij EkoPlaza.
    • Natura ei-vervanger (= een mengsel van lupinemeel en maiszetmeel), ik gebruik ‘m vooral voor pannenkoeken.
    En deze quiche met tomaat en basilicum!

    6. Ik had inspirerende ontmoetingen

    De laatste tijd ben ik nogal zoekende in mijn werk – een van de redenen dat het hier een beetje stil is, want zoals je zult begrijpen is dat nogal een persoonlijk proces. Om mezelf op weg te helpen, voerde ik afgelopen maanden een aantal gesprekken met anderen in mijn netwerk. Een paar keer mondde zo’n ‘koffiedate van een uurtje’ uit in urenlang praten over het leven. Wat een energie gaf dat!

    7. Ik kocht een racefiets

    Jaaa, Ruby het Racemonster mag natuurlijk niet ontbreken! Na drie maanden op m’n Marktplaatsfietsje vond ik het tijd om te investeren in een fiets die me écht goed past. En hoewel ik nog minder van Ruby heb genoten dan ik had gehoopt (peesontsteking, je weet wel), ben ik superblij met haar.

    Wacht maar, volgend seizoen gaan we samen knallen.

    8. Mijn 29e verjaardag was een klein-maar-fijn feestje

    En dat was eigenlijk precies goed.

    9. Voor het eerst kregen vrienden een baby

    Weet je nog dat ik vorig jaar ceremoniemeester was op een bruiloft? Nou, die lieve vrienden van me hebben vorige maand hun eerste kindje gekregen. En o wat is ze mooi en leuk!

    Dit is voor het eerst dat directe vrienden van mij een baby krijgen, en eigenlijk voelt dat verrassend ‘gewoon’. Zelf kan ik me bij kinderen hebben nog weinig voorstellen – al denk ik er wel over na – en stiekem is het best handig om eerst bij anderen te spieken hoe dat nou is, zo’n gezinsleven. Voorlopige conclusie: niet eens zo wereldschokkend als ik dacht.

    10. Ik gaf me op voor een schrijfcursus

    Eind september begint-ie pas, m’n cursus Wijnschrijven en Culinair schrijven, en ik kan niet wachten. We hebben al een eerste opdracht gekregen – komende weken hoef ik me dus niet te vervelen.

    Sowieso is er genoeg te doen, nu alle dingen in het leven weer zo’n beetje zijn begonnen: nieuwe werkprojecten, pianoles, yoga, zwemmen, mijn voorleesgezin en niet te vergeten het spannende Pandemic Legacy-spel dat we spelen met E en J.

    Genoeg om over te schrijven en de filmen dus. Het wordt wel weer eens tijd voor een weekvlog, vind je niet?

    0
  • Over de grens tussen zakelijk & privé, waarom ik niet álles film en een supertip voor wijnliefhebbers

    Voor het eerst schreef ik deze week op mijn blog openlijk over mijn werk bij Einder – dat wil zeggen: over een project dat ik deed voor een klant. Maar kun je dan eigenlijk wel zomaar alles opschrijven? En over werk gesproken: het manuscript waar ik weken mee bezig was, is af!

    Verder laat ik in deze vlog zien hoe je wijn kunt schenken zonder de kurk uit de fles te halen (echt, als je van goede wijn houdt én liever niet te vaak drinkt, wil je dit!), vertel ik waarom ik sommige dingen bewust níet film en show ik hoe ik stiekem Des‘ boek een magazine in sneakte…

    O ja, en die courgettes gaan hárd!
    Veel kijkplezier :)

    LINKJES van dingen in deze vlog:

    1+
  • avondpraat

    Maandagavond, elf uur. Wakker. Al ruim een uur lag ik in bed maar in mijn hoofd was het druk, veel te druk. Terug op de bank dus maar weer – blijkbaar zijn er te veel woorden die eruit willen.

    Om te beginnen dat vloggen, hè. Ja, alweer. ;-) Het houdt me bezig. Enerzijds zo leuk, een nieuw hobbyprojectje waarvan ik veel leer – er gaat een hele YouTubewereld voor me open en ik begin steeds meer te beseffen wat het zou betekenen als dit echt je baan is. Anderzijds: terwijl ik zit te filmen, of te editen – want vergis je niet, dat kost veruit de meeste tijd! – bedenk ik me intussen van alles dat zich nauwelijks laat vangen in een vlog (en zeker niet zonder dat het saai wordt).

    Zo zit ik tegenwoordig avond na avond vlogs van anderen te kijken. Professionele vlogs, vooral. Teske en Mascha en Annemerel en Sanny en nog veel meer. Jonge vrouwen, vooral, mooie jonge vrouwen, al dan niet gezellig in de make-up. Dat laatste niet altijd overigens – het moet immers niet te glamoreus worden allemaal en wel ‘echt’ blijven, maar tegelijkertijd moet ik de eerste vlogger nog tegenkomen die daadwerkelijk zonder nadenken de camera aanzet.

    Superlogisch ook, natuurlijk. Zoals ik onlangs al schreef, je móet ook wel nadenken voordat je je hoofd op internet knalt. Al is het maar uit zelfbescherming. Maar ik bedoel ook: nu ik zelf ervaar hoe vlogs gemaakt worden, besef ik dat voorafgaand aan een ‘spontane’ opname vrijwel altijd moet zijn nagedacht. Is het licht goed, is de microfoon aangesloten (en is de buurman niet aan het klussen ;-))? Welk camerastandpunt kies je? Liggen er geen rare voorwerpen op de achtergrond of lelijke kabels door het beeld? Ben je scherp in beeld en valt het licht een beetje goed op je gezicht?

    Zo snel word je dus meegezogen in de YouTube-wereld. Ik realiseerde me bijvoorbeeld terwijl ik mijn eigen beelden terugkeek en ze met die van ‘hen’ vergeleek, dat dáár de kwaliteit van het licht toch wel heel veel beter was. Zelfs mijn opnames waarin ik pal voor het raam sta (tegenwoordig toch wel de favoriete plek om te filmen om precies die reden; goed licht en dus beter beeld) leggen het af tegen de beelden van een professionele vlogger die ‘gewoon’ op de bank zit of in de keuken staat.

    Blijkt er dus zoiets als ringlampen te bestaan. Professionele verlichting, ‘veelgebruikt door vloggers en visagisten’, aldus Google. Aha. En voor ik het weet zit ik op een cameraverkoopsite te overwegen om zo’n lamp (toch al gauw 100+ euro) aan te schaffen.

    Wacht, waarom eigenlijk?

    Sowieso merk ik één nadeel op van vloggen: je raakt er, of je nu wilt of niet, meer door op je uiterlijk gefocust. Ik bedoel, ten eerste zit je tijdens het editen urenlang naar je eigen hoofd te kijken (en dan vallen die pukkel op je kin/eczeem bij je neus/random rode vlekjes bij je mond toch best op) en ten tweede valt daardoor het verschil tussen jouw eigen camerabeelden en die van doorgewinterde videomakers nóg meer op.

    Want hé, zelfs de “natural beauties” onder hen hebben toch vaak wel erg gladde huidjes. Mooie ‘natuurlijke’ wenkbrauwen. Een gezonde blos op de wangen. En voor ik het weet zit ik te piekeren of ik misschien toch eens foundation of BB cream of bronzer moet aanschaffen – of allemaal. Komt de “beeldkwaliteit” van mijn video’s vast ten goede. Is misschien ook wel lekker voor m’n views, uiteindelijk.

    Tot ik me bedenk: waarom eigenlijk?

    Moet ik me niet juist verzétten tegen een wereld die draait om perfectie en kijkcijfers? Of is dat dan weer datgene waarvan ik denk dat mijn omgeving (ouders, vriendinnen, collega’s, jullie) het van mij verwachten – en is het daarmee dus geen werkelijk verzet, maar gewoon alsnog proberen te voldoen aan de verwachtingen van anderen?

    Ik bedoel, ik kan wel zeggen dat ik ‘niet meedoe’ aan de wereld en hoe die werkt, maar ik scheer ook mijn benen en oksels (behalve laatst trouwens, bij wijze van experiment, maar eerlijk is eerlijk: dat voelde bij vlagen doodeng), smeer vrijwel dagelijks een lik mascara/concealer/wenkbrauwpotlood, trek naar m’n werk geen slobbertrui aan.

    Dus waar leg je dan de grens? Waarom zou het ene ‘normaal’ of ingeburgerd zijn en het andere ‘nep’ of overdreven?

    Met mijn uiterlijk heb ik sowieso af en toe van die vlagen waarin ik meer voor de spiegel sta – om dan uiteindelijk telkens weer tot de conclusie te komen dat het misschien leuk is om er goed uit te zien, maar dat het me ook de tijd/moeite/geld/energie niet waard is om er altijd tip-top bij te lopen. Dat mijn vrienden me zonder makeup nog even aardig vinden en de dingen waar ik écht voor leef weinig met mijn uiterlijk te maken hebben.

    Aangezien ik toch zelf de uren in mijn leven mag indelen, besteed ik ze meestal liever anders, al laat dat onverlet dat het wel prettig is om je mooi te voelen. (Zelfs al realiseer ik me dat dat ‘mooi’ grotendeels een constructie van de samenleving is – in die zin voelt het soms een tikje rebels om daadwerkelijk met een ochtendhoofd vlogopnamen te maken en zo bij te dragen aan de hoeveelheid ‘ongepoetste’ beelden in de wereld, dit is hoe het is jongens).

    Maar is er eigenlijk iets mis met ‘mooie’ beelden willen maken? Of met jezelf op je 28e een beetje herontdekken – want om dan toch een lans te breken voor het vloggen: het doet me óók realiseren hoe druk het vaak in mijn hoofd is en hoe hard ik nog ben voor mezelf. En hoe groot de discrepantie is tussen mijn eigen beleving op een bepaald moment en de waarneming achteraf (zélfs die van mezelf).

    Ik bedoel: heel vaak zit ik tegen de camera te praten terwijl mijn hoofd schreeuwt STOP HOU OP WAT EEN WARTAAL DIT GAAT NERGENS OVER EN TROUWENS IEHH JE ZIET ER NIET UIT  – en dan kijk ik die beelden een halve week later terug tijdens de edit, blijkt het gewoon een coherent verhaal te zijn van een prima ogende vrouw.

    Huh?
    Ja, best een reality check dus, zo’n videoproject, ook in goede zin.

    Misschien, denk ik dan, kom ik op anderen toch niet zo raar over als ik continu denk.

    Anderzijds is er ook die kritische stem, de babyboomer noem ik ‘m maar even, die regelmatig door m’n hoofd tettert wat een narcistische bullshit dit allemaal is, jezus verwende millennial ga eens een vak leren, maak je nuttig en houd je koest.

    Vermoeiend.

    Heel andere realisatie: als ik mijn eigen vlogs terugkijk, besef ik dat dit zéker een inkijkje geeft in mijn leven maar dat het tegelijkertijd ook heel veel níet zegt. En dat dat voor ‘grote’ YouTubers dus ook geldt. Vergis je niet, zelfs al denk je dat je heel wat ziet van iemands bezigheden – diegene kan er een compleet leven náást zijn vlogverhalen leiden, sterker nog, dat doet-ie ook.

    In mijn geval: je ziet een kwartier van mijn week. 15 van de 10.080 minuten. Weliswaar een fullcolor, eerlijk en (naar ik hoop) authentiek kwartier, maar nog altijd is het natuurlijk slechts een impressie. Per definitie trouwens ook een gekozen, weloverwogen impressie – zelfs al doe je je best om ook ‘kwetsbaarheid’ te tonen of ‘niet alleen de leuke en gezellige dingen’ te laten zien.

    Voorbeeldje: in mijn derde vlog zat aanvankelijk een fragment waarin ik meer vertel over de live ontmoeting met mijn voorleesgezin. Zoals je inderdaad kunt zien breng ik daar nieuwe boekjes langs, en daar vertel ik kort over. Maar in een eerdere edit kwam er nog een stuk achteraan. Daarin vertel ik dat ik niet alleen de boekjes afleverde, maar ook – op een brave anderhalve meter afstand – buiten in het parkje voor hun deur een tijdje met de moeder van het gezin heb zitten kletsen aan een picknicktafel. Dat ik verstoppertje speelde met mijn voorleeskindje, we even gingen schommelen en ik haar ook nog even heb voorgelezen.

    Later in de vlog reflecteerde ik daarop, als ik het heb over hoe het voor veel van ons steeds moeilijker wordt om ons aan de regels te houden. De VoorleesExpress had immers een dag eerder laten weten dat we minstens tot 1 september nog ‘online’ moeten blijven voorlezen. Ik vertel in dat (gedelete) fragment dat ik me schuldig voel en worstel met wat de regels zijn en wat mijn eigen gevoel op dat moment zei.

    Hoe dan ook: ik had die versie van de vlog zelfs al geüpload (dus het is mogelijk dat een van m’n destijds zes subscribers ‘m hebben gezien!), maar midden in de nacht schrok ik plots wakker. Shit, dacht ik, wat als iemand van de VoorleesExpress deze video ziet? Bezorg ik dan mezelf of het gezin problemen – word ik misschien in de toekomst zelfs uitgesloten van voorlezer-zijn? En nog los van mijn eigen hachje: wat voor boodschap geef ik kijkers als ik min of meer vertel dat ik het niet zo nauw nam met de regels, alsof die voor mij (op dat moment) niet zouden gelden?

    Daar heb je ‘m dus al, die voorbeeldfunctie. Zelfs met nauwelijks 200 views per vlog is dat iets om over na te denken, blijkbaar.

    En dus stapte ik midden in de nacht uit bed, gooide de vlog van YouTube en maakte de volgende ochtend een nieuwe edit – met deze hele verhaallijn eruit geknipt. Zo zie je maar weer: als kijker weet je nooit wat je níet ziet.

    Trouwens: is dat hele YouTuben niet gewoon mijn nieuwe Facebook/Instgram aan het worden? Met andere woorden: vervang ik op deze manier niet gewoon het ene online tijdvretende platform door het andere?

    (Ik ben nu geneigd te denken dat het niet helemaal hetzelfde is, omdat ik met video’s maken wel zelf creatief bezig ben, ik maak iets, terwijl ik aan Facebookscrollen weinig noemenswaardigs in mijn leven heb overgehouden – nou ja behalve, en dat is niet het minste, mijn vriendschap met A, die opbloeide nadat ik toevallig een post van haar zag over een concert waar ze een kaartje voor over had. En wat YouTube betreft: urenlang filmpjes kijken over andermans leven maakt je eigen dagen ook niet per se beter.)

    Intussen blijft ook die ene vraag van m’n collega door mijn hoofd spoken: wat wil je met dat vloggen, wat is je doel ermee?

    Goed. We zijn een uur verder, althans ik ben dat, ik hoop niet dat jij zo lang over deze tekst hebt gedaan. ;-) Als je tot hier bent gekomen: dankjewel voor je aandacht. Ik ben ook benieuwd naar jouw gedachten over al deze late-avond-flarden. Nu is het hoog tijd om te gaan slapen – maar mocht je over een paar dagen vlog nummer 6 bekijken en zien dat ik op dinsdagochtend toch wel een béétje slaapoogjes heb, dan weet je hierbij al hoe dat komt.

    0
  • 10 tips om te vloggen – van én voor een beginner

    Vlog nummer 4 kwam deze week online en dat betekent dat ik nu al een maand aan het videobloggen ben. Best een gek idee! Ik merk dat ik het vloggen nog leuker vind dan ik dacht. Ten eerste heb ik veel plezier in het maken van een verhaal in beelden, maar ik word ook erg blij van alle leuke reacties en interessante gesprekken die op de publicaties volgen.

    Het is zéker geen vervanging van schrijven, maar wel een mooie aanvulling erop.

    Na een maand klooien met camera’s en Final Cut Pro heb ik al best wat geleerd. Daarom verzamelde ik 10 tips voor wie ook zin heeft om te beginnen met vloggen.

    1. Investeer in een (vlog)camera

    Ik merk een gigantisch kwaliteitsverschil tussen het materiaal dat ik opneem met mijn telefoon (iPhone 7) en met mijn camera (Sony A5100). Het beeld is veel scherper, maar zeker ook in geluidskwaliteit legt ‘m iPhone het af. Ik probeer dan ook zo min mogelijk nog met mijn telefoon te filmen. Alleen als ik bijvoorbeeld ga fietsen heb ik mijn camera niet altijd bij me. (Oké, ik snap dat je voor je eerste video niet meteen 500 euro wilt investeren – ik kocht zelf toevallig twee jaar terug een camera met ‘vlogfunctie’ dus had ‘m al liggenmaar als je van plan bent het meer te gaan doen is het zeker de investering waard. En zo’n camera maakt sowieso veel betere foto’s, ook handig voor vakantiekiekjes!)

    2. Een statief is ook best handig

    Tijdens de vlogcursus die ik in februari volgde kon ik deze gebruiken en dat bleek zo handig dat ik ‘m in de aanloop naar vlog 2 zelf ook heb aangeschaft. Best fijn als je niet steeds je halve arm in beeld wilt hebben, of als je beelden wilt maken terwijl je zelf iets anders aan het doen bent. Sowieso kun je je camera een stuk steviger vasthouden, waardoor de kans kleiner is dat-ie te pletter valt.

    3. Check de schijfruimte van je laptop

    Videobestanden zijn gróót. Zeker als je een paar weken aan het vloggen bent is je harde schijf zo vol. Bovendien maakt dat je computer niet bepaald sneller – onwerkbaar als je aan het editen bent. Op internet las ik dat je het beste je videobestanden op een snelle externe harddisk (liefst SSD, maar die zijn duurder) kunt zetten en vanuit daar inladen in je montageprogramma. Ik moet dit zelf nog uittesten – vooralsnog gooi ik het ruwe materiaal weg als een vlog klaar is, het is toch niet alsof ik ooit al die kleine filmpjes ga zitten terugkijken.

    4. Zorg voor goed licht!

    Les 1 van elke foto- of videocursus, natuurlijk. ‘Goed’ licht betekent: het liefst daglicht, met het licht ‘mee’ filmen (dus niet de camera naar het raam gericht). Ben je in een donkere ruimte, dan kan het al helpen om bijvoorbeeld een deur open te zetten als de aangrenzende ruimte wél een groot raam heeft. Schijnt er juist (te) fel zonlicht naar binnen, doe dan een (stukje) gordijn dicht.

    5. Final Cut Pro X is briljant.

    Maar echt. Oké, je kunt ook best video’s bewerken in iMovie, en ook als je op Windowscomputers werkt zijn er mogelijkheden (al heb ik die zelf niet getest). Maar omdat iMovie bij mij steeds bleef vastlopen downloadde ik een 90 dagen-trial van FCP X en dat was het beste idee ooit. Als ik over twee maanden nog steeds aan het vloggen ben, overweeg ik om toch maar de ‘echte’ versie (die wel 300 euro kost, au…) te kopen.

    6. Vertrouw erop dat het verhaal zich wel vormt.

    Elke week weer bekruipt me de eerste dagen het gevoel dat het echt hélemaal niets wordt met mijn video deze week. Sterker nog, bij vlog 4 had ik totdat ik begon met editen het idee dat ik niet eens genoeg materiaal had om uberhaupt een acceptabele vlog te maken. Maar volgens mij draait vloggen nu juist om spontaniteit en ‘filmen wat er is’ – en dat laat zich weinig van tevoren plannen. Bovendien zul je merken dat het verhaal zich vanzelf vormt (al kan het geen kwaad er een klein beetje over na te denken wat je wilt vertellen!).

    7. Denk na over verschillende ‘soorten’ beelden.

    Dus film niet alleen ‘selfie-shots’ waarin je praat, maar ook close-ups van voorwerpen of juist totaalshots. Maak tijdens de week voldoende ‘b-roll’ (beelden waar je andere gesproken tekst of muziek onder kunt plakken), zo krijg je meer variatie in je vlog. Ik merk steeds weer: liever te veel dan te weinig – je hoeft uiteindelijk ook niet alles te gebruiken.

    8. Durf kwetsbaar te zijn.

    Nou ja, het is jouw vlog natuurlijk – dus je moet vooral doen wat je wilt. Maar ik merk zelf wel dat ik achteraf het meest blij ben – en ook de meest positieve reacties krijg – op de passages waar ik geen perfect plaatje schets. Maak het dus allemaal niet te geregisseerd.

    9. Ook als je zo min mogelijk wilt regisseren: check voor het filmen even je omgeving.

    Toch zonde als je aan het editen bent en je komt erachter dat nét bij die briljante opname achter je op de bank een verdwaalde bh ligt – of iets anders dat je liever niet met de hele wereld deelt. ;-)

    10. Denk aan privacy – van jezelf én je naasten!

    Ik bedoel, hartstikke leuk al die openheid, maar YouTube blijft het wel gewoon de interwebz hè. Overal en voor iedereen toegankelijk. Enerzijds superleuk, want daardoor kunnen vriendinnetjes in Amerika m’n vlog bekijken (hoi E!), maar het betekent ook dat CREEPY PEOPLE, reaguurders en mensen die misschien níet het beste met me voor hebben de content kunnen zien. En da’s dan weer een stuk minder leuk.

    Daarom let ik er een beetje op dat ik geen beelden maak waarop mijn huis te herkennen is en dat ik niet in mijn eigen wijk film, maar bijvoorbeeld ook dat ik oppas met persoonlijke informatie die ik over anderen deel (sowieso vraag ik vrienden om toestemming voor ik hen óf hun huis film) en dat niet mijn adres per ongeluk leesbaar is als er een brief op tafel ligt. Gebeurt dat toch (bijvoorbeeld m’n straatnaam op de pizzadoos van Deliveroo) dan ‘blur’ ik die beelden achteraf.

    Zo kwam ik er ook nét op tijd achter dat bij het telefoonshot in vlog 4 de voor- én achternaam van B zichtbaar waren in het WhatsApp-venster. Dat beeld heb ik dus even bijgesneden. Zo zie je maar: zelfs de meest spontane vlogger ontkomt niet aan een beetje construeren ;-)

    0