Zevenheuvelennacht 2016: verslag van een hardloopweekend (1)

Een weekend hardlopen stond in mijn agenda, op 19 en 20 november: de Zevenheuvelennacht én de Zevenheuvelenloop.

Zo Suusie, lekker ambitieus. Hoe dat zo? Nou, net als vorig jaar wilde ik graag samen met vriend Chaim de Zevenheuvelennacht (7 kilometer om 19 uur ‘s avonds) doen. Dat was toen zó leuk: een sfeervolle route door het bos, overal lopers met lichtjes…

Tegelijkertijd was ik inmiddels toe aan een Serieuze Uitdaging. Dus toen Ellis – fotografe met wie Einder veel samenwerkt – aan de lunchtafel vertelde over haar plan om de Zevenheuvelenloop te doen, kon ik mijn enthousiasme niet verbergen. En als ik heel eerlijk ben, had het idee om ze allebéi te lopen het afgelopen jaar al zo nu en dan door mijn hoofd gespookt.

Dus hey, waarom dan niet gewoon dat proberen?

7hl

KLAAR VOOR DE NACHT

Zaterdag toog ik halverwege de middag naar Nijmegen – of eigenlijk eerst naar Lent, waar Chaim woont. Hij was zo lief om een van de gastenkamers in zijn wooncomplex voor me te reserveren. En omdat wie een stuk gaat rennen wel een goede bodem kan gebruiken, aten we eerst samen een goed bord volkoren pasta (met spinazie, rode ui, paddenstoelen, vega-speckjes en room, jammie!).

Mooi op tijd stonden we bij de start op de Groesbeekseweg, samen met Eveline, die de Nacht voor het eerst zou gaan lopen. Lichtjes aan, nog even kijken naar de lasershow… en daar gingen we al!

20161119_184732

DE ZEVENHEUVELENNACHT (7 KM)

Chaim en ik startten samen, maar al na een halve kilometer merkte ik dat hij eigenlijk sneller wilde. ‘Ga maar’, zei ik, want we liepen al 5’30 gemiddeld en ik wist dat ik de eerste kilometers niet veel harder moest gaan. Hij grijnsde en sprintte vooruit.

De eerste twee kilometers gingen prima. Daarna sloegen we linksaf, omhoog, de Sophiaweg op. Nu begon het klimmen! Al bij kilometer drie had ik het best zwaar, maar op de een of andere manier wist ik mijn tempo hoog te houden. Mijn plan was om deze 7 kilometer “op snelheid” te lopen. Stiekem hoopte ik zelfs iets sneller te eindigen dan vorig jaar (38:23 min), maar omdat ik de laatste maanden vooral langzame duurlopen had gedaan, probeerde ik daar niet al te veel van te verwachten.

Ik wist dat ik 5’27 gemiddeld moest lopen om de tijd van vorig jaar te evenaren. Omdat de heuvel omhoog me best tegenviel, begon ik te vrezen dat dat te hoog gegrepen was. Maar toen ik na kilometer 4 op 5’28 gemiddeld zat, voelde ik een sprankje hoop. De Louisaweg, het donkere stuk door het bos met overal lichtjes en muziek (Vivaldi’s Four Seasons), zorgde voor wat afleiding. Daarna zette ik mijn eigen muziek een tandje harder.

Oké, nog één heuvel: de Kwakkenbergweg. En vanaf Westerhelling, het studentencomplex waar ik twee jaar heb gewoond, was het alleen nog maar omlaag. Nu mocht het gas erop!

Bij kilometer zes merkte ik dat ik nog wat meer energie had dan ik dacht.
O, en daar was het 400 meter-bordje al.

Nog een paar mensen inhalen, zigzaggen, een laatste sprintje…de felle verlichting en het publiek gaf me een zetje en YES, daar ging ik over de finish! Het sms’je dat ik direct kreeg, stemde me euforisch: 37 minuten en 09 seconden! Anderhalve minuut sneller dus, dan vorig jaar.

Aan het eind van het finishgebied vond ik Chaim, die – zoals ik verwachtte – al gefinisht was. “Ik heb een maand niet hardgelopen”, zei hij nog vlak voor de start… Nou, hij zette mooi wel een toptijd van 35:57 neer! Even later vonden we ook Eveline, die eveneens blij met haar tijd was (maar wel een heftige finish had: vlak voor haar struikelde een vrouw en klapte op het asfalt, 200 meter voor de finish. Eveline hielp haar overeind en zorgde ervoor dat ze veilig was, zonder zich druk te maken om haar eigen tijd… Heldin!)

Eenmaal klaar met lopen werd het toch vrij snel koud en dus fietsten Chaim en ik terug naar Lent. Na een warme douche nestelden we ons op de bank met chocoladepopcorn en de eerste aflevering van The Crown. Rond elven kroop ik m’n bedje in – met toch wel vrij vermoeide benen, maar hartstikke voldaan. Op naar morgen, naar de volgende wedstrijd!

Lees morgen m’n verslag van de Zevenheuvelenloop op zondag.

20161119_1841340

 

De halve marathon van Eindhoven: mijn verslag

O jongens, ik had natuurlijk al eens een halve marathon gelopen en dat was gaaf, maar dat het zó leuk kon zijn dat je echt terug kunt verlangen naar de race, dat wist ik niet.

Voor de verandering was ik dit keer eens tot in de puntjes voorbereid. (Dit in tegenstelling tot de Tilburg Ten Miles, die ik liep na amper 5 uur slaap en zeker 3 glazen wijn – hoewel dat ook prima ging, overigens.)

Het begon ermee dat ik de dagen voor de wedstrijd zó veel afleiding had op m’n werk, dat ik weinig tijd had om te stressen. ;) De avond vóór de wedstrijd at ik een groot bord pasta carbonara en lag (soort van) op tijd in bed. Ik had zelfs m’n teennagels geknipt – geloof me, dat wil je als je zo’n eind loopt – en bijna tien dagen geen druppel alcohol gedronken.

img-20161009-wa0002
img-20161009-wa0005

9:00u – AAN DE ONTBIJTTAFEL

Zondagochtend sta ik half negen pannenkoeken te bakken. Het begint een fijne traditie te worden: terwijl Tom zich nog eens omdraait, draai ik de luxaflex in de keuken open en meng drie soorten meel (wit-volkoren-boekweit), halfvolle melk en eieren in een beslagkom. Met twee pannen tegelijk bak ik een stapel voedzaam ontbijt, wat mij betreft de beste bodem om op te lopen.

Ditmaal komt Eline me vergezellen. Zij gaat vandaag ook naar Eindhoven, om haar zusje te ‘hazen’ naar een halve-marathontijd onder de twee uur. Zo ambitieus ben ik vandaag niet: gewoon uitlopen, prentte ik mezelf al dagenlang in, een beetje vechtend tegen de Ambitieuze Suusie in mij die natuurlijk gráág een PR zou lopen (= sneller dan de 2.06.37 van de CPC-loop in maart).

10:37u – IN DE TREIN

Op Utrecht CS ontmoeten we mijn vriendinnetje Veerle en haar goede vriendin Marthe. Ook zij lopen vandaag de halve marathon. Met z’n vieren treinen we naar de Lichtstad (Eline stapt al in Den Bosch uit, die gaat eerst langs het huis van haar zusje).

Ik voel me opvallend relaxed; waar ik bij de CPC-loop nog wel wat twijfels had over of ik de afstand wel zou halen, is dat nu gek genoeg amper het geval.

20161009_120346

12:05u – OP DE GROND IN HET BEURSGEBOUW

In Eindhoven stappen naast ons nog tientallen mensen met hardloopschoenen uit. We lopen met de stroom mee naar het Beursgebouw, waar we ons startnummer kunnen ophalen.

Er zijn (bij mijn weten) niet echt kleedruimtes, dus kleden we ons maar gewoon om in een hoekje van de grote zaal. Verder is alles trouwens top geregeld: geen lange rijen bij de startnummerdesks, prima systeem om je tas weg te hangen. Erg relaxed allemaal.

Op de grond van de zaal stouwen we onze laatste koolhydraten naar binnen, spelden de startnummers op en dan is het tijd om richting startvak te gaan. Dat is namelijk nog een eindje lopen.

13:09u – IN HET STARTVAK

Bij het startvak ontmoeten we Kyra, een andere vriendin van Veerle en Marthe. Ook Veerles ouders zijn van de partij. Dankbaar geven we onze truien aan hen af, want met het zonnetje erbij is het plots best warm.

We waren al naar de Dixi geweest allemaal, maar zes minuten voor het startschot moet Veerle plots heel nodig. Dus hup, wij twee weer de menigte uit, nog eens in de (gelukkig niet al te lange) rij. Intussen beginnen de mensen in het startvak al te bewegen, dus Veerle en ik raken de andere meiden kwijt. We kijken elkaar aan: goed, dan starten we dus samen.

20161009_132146

13:27u – OVER DE STARTLIJN

DE EERSTE KILOMETERS (1-8)

Hoewel we het van tevoren niet van plan waren, beginnen Veerle en ik dus samen aan de race. En dat blijkt eigenlijk ontzettend goed te werken. Zij was bang te snel te starten, dus ik rem haar de eerste kilometers wat af; na een kilometer of vier is zij juist degene die míj afremt – gelukkig maar, want hoewel ik superlekker loop is het natuurlijk nog een heel eind. Een paar kilometer ‘bikkelen’ kan nog wel, maar bij zo’n halve marathon wil je je hand niet overspelen.

We lopen een heel stuk over een brede busbaan, in een lang lint van lopers. Het zonnetje schijnt, de temperatuur is goed en ik heb dus niets te klagen. Voor ik het weet, hebben we al vijf kilometer gelopen; de kop is eraf, zeg ik tegen Veerle. Ik zit al bijna op een kwart van de wedstrijd, maar heb nog helemaal niet het gevoel dat ook een kwart van m’n energie op is. Ons tempo ligt op dit moment rond de 6’11 per kilometer; veel hoger dan de 6’30 die we voor ogen hadden om mee te starten, maar ik zie de noodzaak niet om te vertragen.

Rond kilometer zeven merk ik dat ik af en toe, als ik niet zo op mijn tempo let, de neiging heb om Veerle voorbij te lopen. Ik ben me misschien een beetje té veel aan het inhouden nu, realiseer ik me, maar ik wil haar ook niet ‘alleen’ laten. (Want ja, hoe gaaf is het om zo’n wedstrijd echt samen te lopen?)

Vlak na de 8 kilometer gebeurt dat toch. Ik haal een paar mensen in, ga ervan uit dat zij me volgt maar als ik nog eens achter me kijk, is ze verdwenen. Wat nu? Wachten? Hoewel ik enigszins loyaliteitsissues heb, bedenk ik me dat ik het andersom niet erg zou vinden als zij was doorgelopen in een voor haar prettig tempo. Met die gedachte besluit ik haar dan nu ook verder haar eigen wedstrijd te laten lopen.

eindhovenhalve

DIEP IN DE WEDSTRIJD (KM 8-15)

Elke kilometer gaat mijn pace omhoog: rond KM 8 zit ik al op 6’03 gemiddeld. Met voldoening bedenk ik me dat ik op dit moment sneller loop dan een half jaar geleden bij de CPC-loop op hetzelfde punt. Zou ik dit kunnen volhouden? Ik probeer mijn eigen gedachten een beetje te temperen, maar merk dat ik tegelijkertijd heel veel energie krijg van de gedachte een PR te lopen.

In mijn heupband zitten naast m’n telefoon ook een pakje Dextro. Vlak voor elke drinkpost (ongeveer elke 3-4 kilometer) neem ik één tabletje druivensuiker, daarna een slok AA-drink en tenslotte een slok water. Die strategie werkte bij de CPC prima om mijn energiepeil hoog te houden en hongerklop te voorkomen. Gelletjes heb ik dan verder niet nodig.

Ineens is daar al het 13 KM-punt. Heb ik echt al dertien kilometer gelopen?, schiet het door mijn hoofd. Dat voelt totaal niet zo. Nog maar een kilometer of drie, dan kan ik al écht gaan versnellen – al loop ik nog steeds vrijwel elke kilometer wat harder.

En wat geniet ik! Geen pijn, gewoon een totaal gevoel van I’ve got this. Overal staat ook veel publiek, dat maakt het altijd extra leuk. Ik low-five alle kindjes die hun hand uitstaken.

DAAR IS DE STAD WEER & HET LAATSTE STUK(JE) (KM 16-21.1)

Na een paar omzwervingen om de stad en een lang recht pad door het bos, lopen we langzaam weer de bewoonde wereld in. Bij een drinkpost eet ik snel een partje sinaasappel, maar ik wil nu niet te veel tijd meer verliezen. Intussen probeer ik steeds wat meer – maar niet té veel – te versnellen.

Wow, en dan loop je plotseling door het vernieuwde bedrijvenpark Strijp-S! Overal mensen langs de kant – fotografen ook – en na het stuk in de schaduw van de bomen liep ik nu weer in de stralende zon.

Rond kilometer 19 zie ik ineens een bordje ‘JUST KEEP RUNNING’. Hallo Zélia!, wil ik roepen, maar dan realiseer ik me dat ze mij natuurlijk niet zou herkennen. ;)

De stad in! Winkelstraten door, nog meer juichend publiek, feestende mensen met biertjes en enthousiaste aanmoedigingskreten. ‘Goed bezig Susanne, nog heel even!’ O, wat ben ik de organisatie van wedstrijden soms dankbaar dat je voornaam geprint op je startnummer staat.

De laatste meters nu. Kom op Suusie, en nu alles eruit, zei ik tegen mezelf. Ik haalde iemand in, nog iemand, nog twee…. ennnnn STOP! Finish!

14666115_10210747985641512_6531665045466540911_n

15:33u – NA DE FINISH

Mijn precieze tijd weet ik dan nog niet, maar één ding is zeker: ik heb een PR gelopen! 2:04:nog iets zegt mijn app en die zit er waarschijnlijk niet ver naast.

Soms moet ik na een wedstrijd eerst even zitten/hurken/bijkomen tot de wereld niet meer draait en ik weer normaal kan ademen. In mijn herinnering was dat nu helemaal niet het geval. Nou was het ook érg druk na de finish, dus veel ruimte om even uit te puffen was er niet.

Ik liep een stuk door, kreeg een flesje AA-drink (van Josianne van JKR, die mij natuurlijk ook niet herkende maar ik haar wel, ha!) en mijn medaille.

Langzaam loop ik met de stroom mensen mee naar een plek waar het wat begaanbaarder wordt. Ik drink een paar slokjes water, maak een paar after-wedstrijd-selfies, bel Tom even (“IK HEB HET GEHAALD YAY!!”)  en merk plots hoe moe mijn benen toch wel geworden zijn.

img-20161009-wa0017
We kunnen allemaal nog lachen ;)

In het Beursgebouw ontmoet ik de andere meiden, die gelukkig ook allemaal een heerlijke wedstrijd hebben gehad. Via Elines moeder, die de event-app had geinstalleerd, hoor ik mijn eindtijd: 2:04:36 !! Dat is dus precies twee minuten (en 1 seconde) sneller dan een half jaar geleden. Zo blij!

Nadat we onze medailles hebben gegraveerd en een schoon shirt hebben aangetrokken, voeg ik me bij Eline, haar zusje en moeder, die al ergens op een terrasje zitten. Ik krijg een kop warme choco voor mij neus en o, dankjewel nog Lia want daar was ik wel aan toe.

17:31 uur – IN DE TREIN NAAR HUIS

Samen met Eline trein ik uiteindelijk weer naar Utrecht. Moe, maar vooral trots en voldaan kletsen we een uur lang wat af. Eenmaal thuis wil ik nog maar één ding – vooruit, twee: VOEDSEL en een BAD.

Gelukkig kon mijn thuis-supporter Tom in beiden voorzien. ;)

20161009_195438
En wat eet je dan, na zo’n halve marathon? Nou, na een dag pannenkoeken-met-stroop, bananen, Dextro en AA-drink (ofwel: suiker, suiker, suiker) snakte ik naar wat GROENTEN. En dus haalden we voedsel bij de lekkerste afhaal-Thai van Utrecht, Saowapa.

 

Tilburg Ten Miles: het verslag

Zo’n beetje meteen nadat ik op 4 september over de finish van de Tilburg Ten Miles kwam, vloog ik door naar huis om mijn spullen te pakken. De volgende ochtend zat ik met Tom in de auto naar Frankrijk.

En nu zijn we plots alweer bijna een maand verder.

Dat neemt niet weg dat ik graag nog schrijf over dit loopfestijn, dat qua prestatie mijn beste hardloopwedstrijd tot nu toe was. Als ik naar de gegraveerde finishtijd op m’n medaille kijk, kan ik me eigenlijk nauwelijks meer voorstellen dat ik dat écht heb gelopen…

Goed, jullie weten wellicht dat ik wel het een en ander aan voorbereiding had gedaan. Met oog op de halve marathon van Eindhoven (9 oktober) liep ik in augustus 100 kilometer hard en ik tikte ook weer een paar lange afstanden (15, 16 en 17 km) aan.

Toch had ik totaal niet de intentie om de Tilburg Ten Miles snel te lopen. Ik wist dat ik van het groepje waarmee ik startte (Eline, haar twee zussen en hun vader) veruit het langzaamst zou zijn. Zij gingen voor een tijd tussen de 1:25 en 1:30 uur, ik durfde héél zachtjes en voorzichtig 1:35 als doel te noemen – maar dat is al sneller dan 10 kilometer per uur.

“Ik wil gewoon een lekkere race lopen”, zei ik daarom voor de start. Liefst op gemiddeld 10 kilometer per uur (met die snelheid liep ik in maart de CPC), maar liever wat langzamer en genieten dan een toptijd en kilometers lang afzien.

Maar ja hè, je weet hoe dat gaat. Eenmaal van start komt er dan toch een Ambitieuze Suusie in mij naar boven. En dan loop je ontspannen, loop je lekker én staat er langs de hele route geweldig publiek – waaronder Elines moeder en haar vriend, die in recordtempo de stad doorfietsten om ons op meerdere plekken aan te moedigen. Woei, dan is er plots véél meer mogelijk dan je ooit had gedacht.

20160904_130338

OP NAAR HET STARTVAK

Na een veel te korte nacht slaap (Tom vierde zaterdagavond zijn verjaardag dus ik lag om half drie in bed) bakte ik zondagochtend een stapel pannenkoeken. Door het licht brakke gevoel in mijn maag –  nee geen wijn, gewoon slaaptekort – kreeg ik er geen zes weg, maar slechts drie. Niet enorm handig, maar ja. Met langere wedstrijden is het altijd zo enorm aanvoelen & afwegen hoeveel je moet eten en drinken: kort van tevoren niet te veel (want dan zit het voedsel in de weg), maar ook niet te weinig (want gevaar van hongerklop!).

Na een klein uurtje in de trein kom ik aan in Tilburg. Ik kleed me om en vind al gauw Eline en haar familie. Samen lopen we naar het startvak. Tevergeefs zoeken we naar pacers; die zijn er normaal gesproken elk jaar bij de TTM, maar dit jaar blijkbaar niet. Ik kan er ook nergens informatie over vinden, beetje gek.

En dan klinkt het startschot en gaan we al!

KM 1-4

Rustig starten, dacht ik, maar ook weer niet té rustig. De eerste kilometers is het altijd weer even zoeken naar een lekker ritme. Bovendien voel ik soms ‘ineens’ allerlei pijntjes (knie/scheen/zij/etc..), maar als je een aantal wedstrijden hebt gelopen weet je dat je daar gewoon even ‘doorheen’ moet en dat het ook weer weg gaat.

Na twee kilometer stonden daar Joep en Lia! Wow, hen zien gaf me en enórme boost van energie. Ineens realiseerde ik me: “yeah, ik loop hier, ik loop de ten miles en het gaat goed!” (Dat ik nog maar twee kilometer had gelopen wist ik natuurlijk ook wel, maar toch.)

screen-shot-2016-10-01-at-18-59-01

KM 5-12

Volgens mijn app liep ik al de hele tijd onder de zes minuten per kilometer. 5’57, 5’55, 5’53… Op een gegeven moment werd het een beetje een spelletje: kan ik hier onder blijven? Dat ik nog best een eind moest, probeerde ik maar te vergeten, want tot dusver ging het best lekker.

Sommige delen van de route herkende ik van vorig jaar, toen ik de 10K liep tijdens dit evenement. Nu plakten we er natuurlijk hier en daar wat lusjes aan. Bij kilometer 10 (57:05 minuut, zei mijn app) realiseerde ik me dat ik deze 10K nu al sneller had gelopen dan vorig jaar. Wow! Nog maar zes km en een beetje te gaan.

KM 12-16,1

Okee jongens, ik kan er kort over zijn: zo rondom kilometer 12 kwam de man met de hamer. HONGER ineens, niet normaal. Dom van me ook, ik had gewoon – net als bij de halve marathon – wat Dextrootjes en gedroogd fruit moeten meenemen voor onderweg. Had ik niet gedaan, omdat ik er eigenlijk wel vanuit ging dat er posten AA-drink zouden zijn. Ai, dat was dus niet zo… er was steeds alleen water.

Ik herinner me een punt waarop ik door vrolijk versierde straten liep, waar langs de stoep overal mensen stonden om de lopers aan te moedigen. Velen hadden een klapstoeltje erbij gepakt en zaten daar zeg maar te chillen – met eten en drinken. Nou, in mijn hoofd was het op dat moment een heel realistische optie om het trosje druiven van de schaal te grissen. O, ik herinner me ook een vrouw die een KOUD FLESJE COLA stond te drinken… Wat moest ik me beheersen om niet te stoppen en te vragen of ik alsjeblieft een slokje mocht.

OK, door, Suusie. Ja, ik raakte vermoeid maar nee, stoppen wilde ik niet. Nu stoppen betekende het ‘werk’ van de afgelopen kilometers – op weg naar een droomtijd – teniet doen. Twintig minuten doorbijen Suusie, dat kun je best, vertelde ik mezelf. Ik probeerde weer in de looptrance te komen en dat lukte nog best aardig. Zeker toen ik Lia en Joep weer tegenkwam: wat een energie geeft het om fijn publiek aan de kant te hebben.

Rond kilometer 12- ik kon nog lachen!
Rond kilometer 12- ik kon dus toch nog lachen!

Daar was de Korte Heuvel al, waar het pad door een ‘erehaag’ van cafebezoekers liep. Tja, op dat punt kun je het eigenlijk al niet meer gaan maken om te wandelen. (En sowieso: zeer deden m’n benen toch al, stoppen zou dat alleen maar erger maken.)

Nog 300 meter, 200, nog een hoekje om, eindsprintje…. Ik perste alles wat ik had er nog uit en haalde vlak voor de finish nog wat mensen in. YES! Ik had het gedaan!

En dan jongens, o dan komt de euforie. Wie ooit een hardloopwedstrijd heeft gelopen, weet wat ik bedoel. Dan is het zo heerlijk om te weten dat je alles hebt gegeven, dat je echt je krachten hebt gemeten. Enigszins wankel liep ik door, kreeg mijn medaille en EEN APPEL EN EEN FLESJE AA-DRINK OH YES.

Jeetje, wat is zo’n stuk fruit dan lekker.

NA DE FINISH

Gelukkig vond ik na niet al te lang zoeken Eline, Lia en Ilse. Via de TTM-app konden we mijn eindtijd bekijken: 1:31:52! Dat scheelde maar zes seconden met Elines vader. De drie zussen liepen allemaal natuurlijk toptijden – iedereen was volgens mij meer-dan-tevreden met z’n prestatie en had lekker gelopen.

Nog even een groepsfoto…

cimg6151-1

…en toen was het voor mij alweer hoog tijd om terug naar Utrecht te gaan. Thuis wachtte me het karwei van inpakken-voor-de-kampeervakantie. Met pijnlijke vermoeide benen weliswaar, maar ook met mentaal een enorme boost en een mega-tevreden gevoel. Wat is de TTM toch een leuke wedstrijd – heel veel geweldig publiek, muziek, een leuke afwisselende route en fijne sfeer.

Wie zie ik volgend jaar ook aan de start?

 

 

15 KM Loop van Leidsche Rijn – het verslag

Zondag was het, nog maar een week na de Marikenloop, alweer tijd voor een hardloopwedstrijd. Samen met Eline deed ik mee aan de Loop van Leidsche Rijn, een route van 15 kilometer aan de westzijde van Utrecht.

Gek is dat toch, hoe je perceptie van afstanden verandert. Nog geen half jaar geleden liep ik de Bruggenloop van Rotterdam, mijn eerste 15 kilometer-wedstrijd. Ik had toen nog maar één keer die afstand gelopen en was best zenuwachtig of ik het zou halen. Daarna liep ik in maart de CPC-loop (21.1 km), waarvoor ik regelmatig afstanden van 15 kilometer en langer moest trainen.

Ineens leek die 15 kilometer nu in mijn hoofd een stuk kleiner dan in december.

Maar ja, hè, het is en blijft nog steeds vijftienduizend meter die je moet afleggen in een redelijk tempo. En de afgelopen maanden had ik, in voorbereiding op de Marikenloop, vooral getraind op snelheid (en dus korte afstanden).

Met andere woorden: ik stond zondagochtend toch énigszins met zenuwkriebels in de keuken een stapel pannenkoeken te bakken. Gelukkig leek het weer mee te vallen – er was onweer en zware regen voorspeld, maar vooralsnog was het droog.

Rond de middag fietste ik naar Eline en samen crossten de brug over naar Leidsche Rijn. Gek hoor, om die route te fietsen nu ik er niet meer woon. Wat tot voor kort de weg naar huis was lijkt nu ineens een hele onderneming. Over perceptie gesproken!

elinesuusllr
Klaar voor de start…

Rond kwart voor 1 waren we op het festivalterrein. Yes, nu kreeg ik er zin in! Kraampjes, muziek en overal felgekleurde lopers. Toen ik mijn startnummer ophaalde, kwam ik toevallig een collega van de Volkskrant tegen. Zij ging ook de 15 kilometer doen (‘Succes!’, ‘Jij ook!’).

We hadden nog bijna een uur om te rekken, onze tassen weg te brengen, drie keer op de Dixi te gaan, warm te lopen en genoeg, maar niet té veel water te drinken. Om 14 uur zouden we starten.

Als je een hardloopwedstrijd gaat doen, zul je merken dat er van tevoren altijd wat is. Je voelt ineens gekke pijntjes, je sluimerende blessure lijkt op te spelen, je moet tig keer naar de wc, je hebt plots honger terwijl je toch écht genoeg ontbeten had… Dit keer was het bij mij DORST, DORST en een enorm droge mond. Maar nadat ik m’n Dopper had leeggedronken, probeerde ik er verder geen gehoor aan te geven. Lopen met een klotsbuik is ook niet lekker, onderweg naar de wc moeten evenmin.

IN HET STARTVAK

Zeven voor twee, tijd om in het startvak te gaan staan. Fijn aan deze run is dat er niet enorm veel mensen meedoen – het was wel druk, maar niet massaal. Ik zwaaide Eline gedag, die een startvak vóór mij zou beginnen, want zij wilde een tijd van 1:15:00 neerzetten.

Ikzelf had me er inmiddels bij neergelegd dat de kans op een PR heel klein was. 1:28:22 liep ik tijdens de Bruggenloop, maar de laatste keer dat ik méér dan 10 kilometer had gelopen was bijna twee maanden geleden. De run uitlopen, lékker lopen en genieten , dat was mijn doel vandaag. (En eigenlijk is dat gewoon altijd mijn doel, zelfs al heb ik een Streberige Suusie in me die telkens weer sneller wil.)

KM 1-5

En weg waren we! Ongeveer een minuutje nadat het startschot klonk (dat ik trouwens niet eens hoorde), ging ik zelf van start. De eerste kilometers liepen we in een lange sliert lopers. Gelukkig had ik geen last van mensen die voor mijn voeten liepen, Het Lint (de track om het Máximapark) was breed genoeg en iedereen liep een prettig tempo.

Na ongeveer een kilometer merkte ik dat er een man in een wit t-shirt naast met liep die precies even snel liep als ik. Prettig, om zo in hetzelfde ritme te lopen. We bleven dat een paar kilometer lang doen; hoewel hij me nooit aankeek, zelfs niet even opzij keek, liepen we duidelijk naast elkaar.

Regelmatig zag ik om me heen mensen met ‘motiverende’ teksten op de achterkant van hun shirts. Zoals: RUN IF YOU CAN, WALK IF YOU HAVE TO, CRAWL IF YOU MUST – JUST NEVER GIVE UP.

En: IF YOU’RE GOING THROUGH HELL, KEEP GOING.

Goed om in gedachten te houden. ;)

Bij kilometer 5 was de eerste waterpost. Ik pakte een bekertje, wandelde een paar stappen en ging toen weer verder.

KM 6-10

De man in het witte t-shirt liep zo nu en dan een stukje voor me, dan weer even achter me, maar nog steeds vervolgden we (voor mijn gevoel) samen onze route. Ik probeerde af en toe naar hem te glimlachen maar hij keek stoicijns voor zich uit, ik weet niet eens zeker of hij me wel echt opmerkte. Hoe dan ook, ik vond het prettig om samen in hetzelfde tempo te lopen.

Zo tikte ik de kilometers langzaam weg, muziek in m’n oren. Intussen zat ik nog steeds ver boven m’n verwachte pace; na de eerste kilometer liep ik 5’57, en ik schommelde nog steeds tussen 5’54 en 5’58. Terwijl ik 6’15 van plan was! Maar hé, het ging lekker, mijn ademhaling had ik onder controle en ik had wel het gevoel dat ik dit nog een tijdje vol kon houden.

En langzaam begon ik te hopen: als ik dit tempo vast kan houden en op het eind nog een tandje bij weet te zetten, haal ik misschien tóch een PR…

Bij kilometer 9 was weer een waterpost. Dankbaar dronk ik een bekertje leeg, wandelde weer een paar meter en vervolgde mijn route. Hier raakte ik mijn compagnon kwijt – hij stopte ook om te drinken en ik heb hem de rest van de wedstrijd niet meer gezien.

KM 11-15

Na kilometer 10 (58 minuten, 59 seconden!) besloot ik de snelheid wat op te bouwen. We liepen na wat omwegen inmiddels weer over Het Lint, de mij zo bekende hardlooptrack om het park heen. Hoe vaak heb ik het afgelopen jaar geen ‘rondje Máximapark’ gerend of gewandeld? Ik ken de bochten, bankjes, bosjes en overgangen, ze voelen vertrouwd.

Na de Haarrijnse plas sloegen we het pad af richting Vleuten en kasteel De Haar. Nog minder dan vier kilometer, hield ik mezelf voor. Toegegeven: ik begon moe te worden en het was minder makkelijk om het tempo (5’54 per kilometer gemiddeld) vast te houden.

‘Kom op, nog drie kilometer, we zijn er bijna’, riep een mede-loper naar me. Zojuist hadden we samen even gegrinnikt om zo’n knipperend snelheidsbord langs de weg. ‘U rijdt 10 kilometer per uur’, viel te lezen. Tja, soort van. ;-)

Door het centrum van Vleuten, waar kermis was. ‘Zo gaat ie goed, zo gaat ie beter, nog TWEE kilometer’, joelde een groepje kinderen langs de weg.

Nog anderhalve kilometer. Eigenlijk wilde ik gaan wandelen, maar ik wist dat ‘PR of geen PR’ een kwestie van minuten was. Niet opgeven nu, Suusie.

Daar gingen we alweer terug Het Lint op. Nog een kilometer te gaan! Erop of eronder.

Moe was ik, zere benen had ik, maar gek genoeg rende ik nog altijd met een glimlach op m’n gezicht. Wat een leuke race! Ik had er, net als bij de halve marathon, een sport van gemaakt om alle kindjes met uitgestoken handen te ‘klappen’. Kost wat extra energie, maar gééft ook energie.

finishllr2

Daar was de rode finishboog al! Ik begon langs de weg te kijken of ik Eline zag.

EN DAAR STOND ZE, met een grijns van oor tot oor. Wow, die aanblik gaf me een stoot van adrenaline, niet normaal. Ik zette de eindsprint in en haalde in de laatste 100 meter nog twee mensen in.

Met een high-five tegen de verklede ‘Romeinen’ kwam ik over de finish. Yes!

finishllr

wedstrijdllr

NA DE FINISH

App stop, medaille, bekertje water, bekertje zoete troep. En daar stond Eline. ‘Goed gedaan!’, riep ze. ‘Je was snel!’

En jij dan, grijnsde ik. Ze werd nog blijer toen ze vertelde dat ze waarschijnlijk 1:14 had gelopen – een minuut bóven haar hoogste verwachting.

Mijn eigen app zei 1:28:12. Zou ik een PR hebben?

Onze gegraveerde medailles gaven het antwoord: terwijl Eline 1:13:42 (!!!) had gelopen, kwam ik over de finish in 1:27:48. Toch een kleine minuut sneller dan de Bruggenloop! Ik kon mijn geluk niet op.

medaillellr

kilometersllr1 kilometersllr

Zo zie je maar: als je verwachtingen niet te hoog zijn, verras je jezelf.

En toen was het hóóg tijd voor een overwinningspatatje.

PS. Eerlijkheid gebiedt me dit te zeggen: de rest van de dag was ik doodop. (Stiekem was het ook nog 2 keer 10 kilometer fietsen naar de start… 20 kilometer fietsen + 15 kilometer lopen = vermoeide Suus.) Gelukkig had ik patat, daarna een bad én chocomel. Kwam het toch allemaal weer goed.

 

SUUS LOOPT #Marikenloop2016: het verslag

Maandagochtend. Ik zit aan tafel bij vrienden in Nijmegen (na de Marikenloop ben ik hier blijven slapen, want heb straks nog een afspraak in de stad), eet handjes cruesli en drink glazen water. En mijn benen, o mijn benen voelen alsof ik gisteren een halve marathon heb gelopen.

Niets is minder waar, er stond gisteren 5 kilometer op het programma en geen meter meer. Maar intens, dat was het! Gisteren schreef ik op de valreep al dat m’n voorbereiding niet helemaal volgens plan was verlopen, dat ik het idee van een PR had laten varen… O jongens, spoiler: ik heb al mijn eigen verwachtingen overtroffen. Hoe dat ging? Lees gauw verder!

MARIKENLOOP 2016: KLAAR VOOR DE START…

Goed, de trein reed dus Nijmegen binnen en ik stapte over op het bomvolle boemeltje naar Heyendaal. Propvol loopsters, wat was dat een kippenhok. ;) Ik zou vandaag gaan lopen met AnneliesJudith en haar zus Linda. Terwijl zij vooral nerveus waren over de afstand, hield ik me meer bezig met de vraag of mijn schenen zich goed zouden houden en of het zou lukken om onder de 27 minuten van vorig jaar te komen. Je vindt altijd wel een reden om te stressen. ;-)

We hadden het geluk dat Linda vlakbij de universiteit woont, waar de start van de Marikenloop is. Ik kon dus mijn tas bij haar laten, nog een beetje chillen en rustig omkleden. Ze had zelfs bananen-bosbessencake gebakken, die zo lekker rook dat we allemaal moeite hadden om er vanaf te blijven (maar ja, lopen met een baksteen cake in je maag is niet zo lekker).

suusiemrklp

12:15 uur, tijd om richting start te wandelen. In een lange sliert lopers liepen we naar het Gymnasion. Ik had een kleine tas mee met water en een vest voor na de finish (het was een graad of 19 en regenachtig en ik weet dat ik na afloop van een wedstrijd altijd snel afkoel), legde die dus even weg en toen was het ineens al tijd om de rest gedag te zeggen. Zij startten in startvak Geel (net als ik vorig jaar), ik was ditmaal ingedeeld in Blauw (na het Rood van de toploopsters het eerste startvak, wow!).

Ik deed nog een beetje mee met de gezamenlijke warming-up – toch bijzonder, een groot veld met een paar duizend loopsters die allemaal tegelijk hetzelfde dansje doen! -, checkte m’n Spotify en Nike Running-app en daar gingen we al.

KM 0-1 

Start! Ik liep onder een boog door, begon te rennen, de hoek om en… O wacht, we moesten eerst nog een stukje lopen naar de échte start. Hmpf. Vanwege het vluchtelingenkamp in Heumensoord was de start een klein stukje naar voren geplaatst; de route door het bos liep om de opvang heen en anders zou de route te lang zijn.

Nu dan toch: START! Hé, een paar honderd meter na de start zag ik Chaim langs de kant staan, met wie ik in maart nog samen de Stevensloop liep. Ik zwaaide naar hem – en door.

De eerste kilometer was het een beetje zoeken naar het tempo: niet te langzaam van start (je hebt immers maar vijf kilometer om je tijd in neer te zetten), maar ook niet te snel (vijf kilometer is verdraaid lang als je uitgeput bent). Af te lezen aan mijn app had ik een prima pace, tussen de 5’15 en 5’25 per km. Om m’n tijd van vorig jaar te overtreffen, zou ik sneller moeten lopen dan 5’23. En om een écht PR neer te zetten, zou ik 5’11 moeten lopen.

Toen ik de eerste kilometer in 5’14 bleek te hebben gelopen, ontsprong een vonkje hoop in mijn hoofd: zou dat dan misschien tóch lukken?

KM 1-2 

Zo liep ik het eerste stuk een beetje door: niet te snel, niet te langzaam, steeds schattend of dit een tempo zou zijn dat ik nog vier kilometer vol zou houden. Liever op het eind wat energie over en versnellen, dan op de helft compleet stuk.

Goed rechtop lopen, zo rustig mogelijk ademen (neus in, mond uit) en ontspannen lopen. Dat ging best goed: we liepen intussen het bos in en het was lekker om een beetje naar boven te kijken naar de hoge bomen waar ik tussen liep.

Bij kilometer 2 was de waterpost. Ik pakte snel een bekertje, dronk een paar slokken en gooide de rest weg.

KM 2-3

De hoek gingen we om, achter de grote witte tenten van Heumensoord door en daarna weer terug richting stad. De helft, ik ben al op de helft, hield ik mezelf voor. Vanaf dit punt begon het toch wel wat zwaarder te worden. Mijn pace was ook iets gezakt, hoorde ik na 3 kilometer in mijn oor: ik liep nu gemiddeld 5’20 per minuut.

KM 3-4

Bij sommige wedstrijden probeer ik een groepje lopers vlak voor me bij te houden, om me aan hen op te trekken. Dat deed ik nu ook, maar ik kon niemand vinden wiens tempo ik langer dan 100 meter prettig vond. Nog steeds haalde ik regelmatig lopers in, wat me nieuwe energie gaf. En die was nodig, want woei, nog ruim 1800 meter…

Ik wist dat zodra we het bos uit kwamen, het alleen nog maar één lange rechte weg was terug naar het Gymnasion. Maar van vorig jaar wist ik ook dat die weg nog verdraaid lang was. ;) Four kilometers completed. Time: 21 minutes, 4 seconds.

Wow, realiseerde ik me nu ten volle: als ik nu niet verslap, loop ik een PR! Snel rekende ik in mijn hoofd: om beneden de 25:58 te komen moest ik de laatste kilometer lopen in 4 minuten en 56 seconden. Best snel, maar niet onmogelijk – in trainingen loop ik de laatste kilometer wel vaker onder de 5 minuten per kilometer (= 12 kilometer per uur).

OK Suusie, sprak ik mezelf toe. Niet opgeven nu.

KM 4-5

Jongens zeg, die laatste 800 meter waren zwáár. WAAROM WILDE IK DIT IN GODSNAAM OOK ALWEER, vervloekte ik mezelf terwijl ik over de Heyendaalseweg liep, de finish nog niet in zicht. WAAROM MOEST IK ZO NODIG SNELLER WILLEN LOPEN. IK GA GEWOON WEER LEKKER LANGE RUSTIGE DUURLOPEN DOEN, F*CK DEZE SHIT.

Wat niet hielp, is dat mijn Spotify op de een of andere manier was uitgevallen en ik dus zonder muziek liep. Weinig afleiding dus, m’n lijf voelde zwaar en de verleiding was groot om te gaan wandelen. Harder kon ik ook niet, ik wist niet zeker of ik dan zou gaan flauwvallen, kotsen of allebei. ;-) Maar ja, wandelen zou betekenen dat er zeker geen PR in zat en ik wist dat ik daar de rest van de dag van zou balen.

Bovendien: wie gaat er nu wandelen als ‘ie aan alle kanten wordt toegejuicht door publiek?

Daar was het 200 meter-bordje al. Het laatste stuk tot de finish leek wel een eeuwigheid te duren. Ik zag de klok lopen, perste er een laatste restje energie uit, haalde nog twee mensen in, en…. FINISH!

NA DE FINISH hurkte ik vrijwel meteen neer en knielde langs de kant bij een hek. Ademen nu, rustig. Gelukkig duurde het niet lang voor ik weer gewoon op m’n benen kon staan. Ik liep door het finishgebied, nam dankbaar een flesje water en m’n medaille in ontvangst en ging even rustig zitten bijkomen op een stoeprand. Een PR? Net wel of net niet – m’n app zei van wel, maar ik had hem iets te laat aangezet en daardoor ook net geen 5 kilometer gelopen volgens Nike.

O, daar was m’n finish-sms al! In 1 klap waren alle pijn en innerlijke strijd verdwenen:

Susanne Geuze is de 5 km van de Marikenloop gefinisht. Netto eindtijd is 25:40.

Woooooooh! 25:40 min! Dat is dik onder de 27:01 van vorig jaar én ruim onder m’n vorige PR van 25:58.

De tevredenheid die ik hierover voel, is niet te beschrijven.

appj
Omdat ik volgens m’n app dus net geen 5 kilometer liep, staat de laatste kilometer er niet bij. Simpel rekensommetje leert dat ik die in 4’36 liep – dat is dan meteen mijn snelste kilometer ooit.

Nu is de cirkel rond. Een jaar geleden was de Marikenloop mijn eerste hardloopwedstrijd; nu liep ik hem opnieuw, inmiddels veel loopervaringen rijker.

Goed, terug naar de wedstrijd. Zodra ik een beetje was bijgekomen, haalde ik m’n tas op (ik kreeg het inderdaad koud) en ging staan wachten op de rest. Zij waren pas later gestart, dus uiteindelijk duurde het zo’n drie kwartier voor ik iedereen vond. En met geweldig nieuws: we hadden allemaal een PR gelopen! Wat ben ik trots op die meiden. En wat leuk om dit samen te beleven.

Na afloop konden we douchen bij Linda, een paar uur met de benen omhoog en we eindigden de dag met goeie hamburgers van Wally (of in mijn geval: de zwarte bonenburger met blauwe kaas, nom).

wally

wallyburg

Meer dan verdiend, nietwaar?

En nu, nu wil ik natuurlijk een tijd onder de 25 minuten neerzetten. Maar hoe dan? Ik heb het gevoel dat ik daarvoor écht een tandje bij moet zetten qua trainingen. Het verschil tussen 31 en 30 minuten is per kilometer veel minder groot dan dat tussen 25 en 24 minuten.

Toch lonkt natuurlijk altijd de volgende uitdaging. Al heb ik ook best zin om weer wat meer op afstand te trainen. En dat komt goed uit, want samen met Eline loop ik volgende week 15 kilometer tijdens de Loop van Leidsche Rijn.

Wie doet er ook mee?