A little bit of everything, all rolled into one

toestemming

Regelmatig spookt de laatste weken een berichtje door mijn hoofd dat iemand me stuurde als reactie op mijn verhaal over vloggen, make-up en bezig zijn met je uiterlijk.

Sowieso kreeg ik op die post héél veel reacties, veel persoonlijke, bijzondere en inzichtelijke woorden. Laat ik beginnen met een paar andere fragmenten te delen, want er zaten veel dingen bij die me verder hielpen.

Iemand schreef bijvoorbeeld:

Je verwijst naar de babyboomer die tegen je zegt dat je een vak moet leren en jezelf nuttig moet maken. Maar in feite heb je een vak geleerd, je bent historica, een verhalenvertelster, iemand die anderen een spiegel voorhoudt, dus heel nuttig.

Ik las dit en dacht meteen: ja ja ja, o ja dat is het, zo is het en dat wil ik. Ik ben Suus en ik vertel verhalen. Dat, boven alles. (En hieruit ontstaat ook meteen een dieper verlangen: ik zou graag nog meer en vaker verhalen willen vertellen dan ik nu doe, ook andere verhalen, jouw en hun en onze verhalen, opschrijven, in beeld brengen, wat dan ook – ik voel het zo diep vanbinnen dat het bijna brandt.)

En iemand anders mailde me wat soortgelijks, waarbij hij zelfs nog een stukje verder inzoomde op het creatieve proces:

En toch… toch blijf ik het opzoeken. (…) Toch blijft het gevoel van iets MAKEN, iets met zorg samenstellen met een doel, iets waarbij zoveel verschillende puzzelstukjes bij elkaar moeten komen (editing, beeldmateriaal, effecten, onderwerpen etc.) een soort aantrekkingskracht hebben voor mij. De beste omschrijving is denk ik dat het voor mij geldt als creatieve uitlaatklep. Een uitlaatklep in de vorm van kortstondige projecten waar iets haast tastbaars uit komt. Iets waarin je andere mensen mee kunt nemen. Iets waarin ik een verhaal kan vertellen dat ik graag wil vertellen. 

Again: JA. Goede realisatie ook, dat ook de strubbelingen en twijfels (in dit geval met video’s maken) deel zijn van het creatieve proces. Omdat het per definitie kwetsbaar is. Met schrijven herken ik dat inmiddels goed – ik weet dat er bij élk verhaal dat ik maak een fase is waarin ik denk: GOD DIT WORDT HELEMAAL NIKS, WAAR BEN IK IN HEMELSNAAM MEE BEZIG. En dat ik dan gewoon stug door moet gaan en dat ik uiteindelijk, achteraf, vaak blij ben met het resultaat.

Is zelfs nog steeds zo met de blogjes die ik hier schrijf – terwijl, kom op, ik doe dit letterlijk m’n halve leven! Toch kan ik nog steeds denken dat “de dingen die ik nu schrijf veel matiger zijn dan een tijd geleden, vroeger schreef ik mooier en beter en scherper”, et cetera. Lees ik stukjes terug van bijvoorbeeld vijf jaar of nog langer geleden, dan ben ik bijna verbaasd (in positieve zin) over hoe ik toen schreef. Terwijl ik ook weet dat ik toen niet bijster blij was met m’n meeste schrijfsels.

Goed, ik dwaal af – terug naar waar ik deze post mee begon. Iemand schreef me dus een berichtje waaruit één zin specifiek bleef hangen:

Ik vind het juist heel positief als mensen er niet helemaal gelikt uitzien, daarmee geef je anderen ook ruimte en toestemming om niet supermodel-mooi te zijn.

Spijker op z’n kop. Elkaar toestemming geven, mooi gezegd vind ik dat.

Ik moest meteen denken aan hoe ik laatst spontaan langskwam bij S, zij de deur opendeed en een van de eerste dingen die ze zei was: ‘ik dacht nog, moet ik nou make-up op mijn hoofd smeren maar toen dacht ik, ach nee het is Suusie, dat is toch niet nodig, en ik ben blij te zien dat jij ook niets op hebt’.

Ik moest lachen en zei haar dat ik, voordat ik op de fiets stapte, inderdaad precies dezelfde gedachte had. Ik ga naar S en die vindt het prima als ik gewoon in mijn chill-trui en zonder make-up op haar bank zit, die vindt me niet minder leuk zo.

Hoe fijn is het als je – zéker bij de mensen die dichtbij je staan – je niet mooier, beter, gelikter of gezelliger hoeft voor te doen dan je bent? Dat je gewoon jij mag zijn, zonder maskers.

Sterker nog, wie zegt er eigenlijk dat je dan minder ‘mooi’ bent? Dat is zo’n diepgeworteld idee, de mooie versie van jezelf is de versie waarvoor je moeite hebt gedaan. Uh, waarom eigenlijk – is dat wel zo? Ik keek laatst een video van YouTuber Marije (ditgebeurterals) die een week lang zonder make-up door het leven ging. In alle eerlijkheid, mijn eerste gedachte bij haar ‘natuurlijke’ gezicht was: meid wat ben je prachtig zo, wat zonde om die puurheid altijd te willen verbergen en het gevoel te hebben dat het niet goed genoeg is…

(Nog even los van het feit dat ik me realiseer dat dit óók weer klinkt als ‘oordeel’ en dat de focus op deze manier nog steeds op uiterlijk ligt, het hele punt is denk ik, en nu citeer ik weer een lezeres van die avondpraat-blog: je bent niet óf nep óf echt, je kunt een eerlijke vlog maken met mascara op, en de keer daarna met mascara én bb cream, of wat je maar wil! We nemen je serieus. En je ‘moet’ helemaal niks.)

Maar goed, elkaar toestemming geven dus. Wat ik ook ervaar is dat je, juist door zulke kwetsbaarheid te tonen, dichter bij elkaar komt. Doordat je niet bezig bent jezelf te “presenteren” naar de ander, kun je meer aandacht richten op het gewoon zijn, op het contact. Je hoeft de ander er niet – met mooie kleren, een opgemaakt gezicht, de nieuwste telefoon of wat dan ook – van te overtuigen dat je cool bent. Want je bent het al.

Dat neemt overigens niet weg dat het soms fijn is om tijd en energie te besteden aan je uiterlijk – ook dat kan een vorm van zelfzorg zijn. Ik denk dan vaak terug aan iets wat (ik geloof) Lianne ooit schreef: dat het supercomfortabel kan voelen om altijd rond te lopen in je chillpants en met een slordige knot op je hoofd, maar dat het evengoed getuigt van zorg en zelfliefde om je haren te kammen, een fijne crème op je huid te smeren en wat moois aan te trekken.

En zo blijkt maar weer dat de tagline van Suushi (overigens ooit gejat uit het liedje Bitch van Meredith Brooks) nog altijd geldend is:

I’m a little bit of everything, all rolled into one.

0

vergeving

Soms vind ik het confronterend om te bedenken dat ik over een maand 29 word, en nog steeds

nog stééds zo bezig kan zijn met wat anderen over mij denken. Hoe het nog altijd mijn gedachten kan beheersen en ik me er mijn gedrag op aanpas. Het is wel wat minder dan vroeger hoor, ben ik geneigd daar meteen achteraan te typen – maar is dat wel zo?

Sinds een tijdje ben ik bewust aan het oefenen, mezelf exposure aan het geven. Mezelf blootstellen aan mijn angsten. Het is namelijk allemaal angst, natuurlijk, diepgewortelde angst voor afwijzing, angst dat mensen me niet leuk vinden – en dat ze me (dus) verlaten, of ik minder kansen krijg in het leven.

Maar hey, laat ik het eens omdraaien: welke kansen ontneem ik mezelf door zo te leven?

Hoe dan ook: exposure, zal elke therapeut je vertellen, is een van de meeste effectieve remedies tegen angst. Zelf heb ik dat vaak genoeg ervaren. Vroeger vond ik het bijvoorbeeld doodeng om mensen te bellen, helemaal als anderen me konden horen terwijl ik belde. Nou, een paar maanden werken als journalist helpt je daar wel vanaf. En nadat ik een (klein) auto-ongeluk veroorzaakte, had ik maandenlang paniekaanvallen achter het stuur. Door toch stug door te blijven rijden – en samen met B mijn gedachten te onderzoeken: waar ligt de angst in, is dat waar, is dat reëel? – zijn ze op een gegeven moment ‘vanzelf’ overgegaan.

Maar ja, bel- en rij-angst zijn (althans voor mij) een stuk kleiner en overzichtelijker dan die diepe angst om raar of stom gevonden te worden.

En terwijl ik dat zo typ denk ik weer: en wat dan nog? Wat als mensen je inderdaad raar of stom vinden, of het niet eens zijn met wat je doet, so what? Waarom ben je daar nu zo bang voor, wat is het ergste dat er kan gebeuren?

Intussen blijft mijn hoofd fulltime aan het werk om alle mogelijke scenario’s uit te denken, alles om maar de illusie van grip te ervaren, om niet onverwacht afgewezen te worden. Interessant ergens wel, om keer op keer te merken hoe vaak ik zulke kronkels heb – want keer op keer blijkt dat er niets van klopt.

Toen ik deze week bijvoorbeeld als een van de eersten wegging op de bruiloft van E en J, was ik bang dat mijn lieve vriendin daar heel teleurgesteld over zou zijn. (Het was trouwens wel een stap in ‘zelfzorg’ om het wél te doen; ik was al een tijdje op, vroeger zou ik het uitzitten, nu bedacht ik me dat zij dat waarschijnlijk ook niet zou hebben gewild – andersom zou ik het in elk geval niet fijn vinden als mensen tegen hun zin op mijn feestje zouden blijven.)

Hoe dan ook, het bleef de dagen erna knagen (en in mijn hoofd wordt zoiets al snel: ‘slechte vriendin, ze heeft nu natuurlijk spijt dat ze jou als getuige heeft gevraagd’), dus ik besloot het bij haar te checken. Haar reactie: oh joh, ik heb helemaal niet geregistreerd wanneer iedereen weg ging, ik vond het vooral fijn dat mensen niet allemaal tegelijk gingen zodat ik met iedereen nog even kon praten.

Zo zie je maar.

Zulke voorbeelden heb ik te over. Gisteravond nog, toen de Journalist hier kwam eten en rond 10 uur na zijn kop thee aankondigde dat hij er maar weer eens vandoor ging. Ik denk dan meteen: heb ik iets verkeerds gezegd, waarom ga je al? Terwijl ik zelf ook zo vaak rond 10 uur naar huis wil omdat ik moe ben.

Ik heb dit niet bij hem gecheckt maar eigenlijk denk ik ook: zelfs áls hij naar huis ging omdat hij even genoeg van me had, hoe erg is dat? Moet ik dan voortaan mijn gedrag aanpassen om dit te voorkomen? Nee, dat is nu juist het punt – ik wil het durven laten botsen en schuren, en zo ook mijn ruimte (meer) in gaan nemen.

Goed, die exposure dus. Hoe dan? Zo bijvoorbeeld:

  • In sociale situaties bewust ‘gewoon erbij zitten’, niet leuk en gezellig doen. In mijn hoofd vindt iedereen me dan saai, tegelijkertijd kost dat ‘gezellig doen’ vaak bakken energie.
  • Niet meer lange tijd van tevoren alle afspraken vastleggen – en bijvoorbeeld beloven dat ik naar feestjes of verjaardagen kom. Zelf wil ik veel liever de vrijheid voelen om wel of niet te gaan, afhankelijk van hoe alles op dat moment is en loopt.
  • Blijven vloggen en video’s maken. Ook al poppen in mijn hoofd nog altijd regelmatig hoofdjes/stemmen op van mensen in mijn omgeving die dan roepen hoe stom, egocentrisch en oppervlakkig dit is. Ik vind het leuk om te maken en als je het niets vindt, hóef je het niet te kijken.
  • Zonder make-up de deur uit (blijven) gaan, juist ook naar sociale afspraken. Ik doe dit gelukkig regelmatig en hoewel het soms enorm kwetsbaar voelt (zeker als m’n gesprekspartner duidelijk wél voor de spiegel heeft gestaan) ben ik ook blij dat ik het kan. (Hier volgt nog een blogje over.)
  • Tijd alleen doorbrengen. Ook – juist – als ik niet weet wat ik met mezelf aan moet.
  • Bewust dingen doen waarvan ik weet (of nee: waarvan ik dénk te weten) dat anderen het niet ‘likeable’ vinden.

En ach, nu ik dit allemaal heb opgeschreven en het nog eens doorlees, denk ik ineens: misschien is mezelf altijd maar weer over m’n angsten heen pushen de remedie niet. Niet altijd, in elk geval. Zoals ik gisteren al schreef, het voornaamste dat mensen in m’n omgeving me teruggeven is dat ik te streng en te hard voor mijzelf ben.

Mildheid, dat brengt me veel verder geloof ik. Zachtheid in me creëren, vergeving voelen. Zorgen voor de kleine Suusie in mij.

Deze week las ik een passage in een boek dat ik aan het lezen ben (De ware worden van Margo den Ouden en Rinke Verkerk – meer hierover in m’n vlog morgen!) die me raakte:

Wat het ook is, kies er vandaag nog voor om jezelf te vergeven. Geloof niet in een leugen over jezelf. Weet dat niemand vrij is van het maken van fouten. Weet dat je niet alleen bent. Weet dat je meer bent dan je fouten. Weet dat je verleden je toekomst niet hoeft te definiëren. Weet dat je jezelf niet hoeft te straffen door jezelf niet te vergeven. je hebt zo veel meer talenten, liefde, licht en leven in je dan de fouten die je hebt gemaakt. Ga in deze nieuwe waarheid over jezelf geloven.

Ja, vergeving en zachtheid. Je eigen beste vriendin worden, ik schreef het al vaker.

Verdomme, mooie vrouw, gun jezelf dat nu eens!
Wat is dán eigenlijk het ergste dat er kan gebeuren?

0