A little bit of everything, all rolled into one

Vegan voor beginners: 4 tips voor startende planteneters

Plantaardig eten is de toekomst. Beter voor de planeet, immers, en – als je het goed doet – ook beter voor je lijf. Maar eh… waar begin je nou eigenlijk, als verstokte carnivoor?

Weet je, als ik het even op me in laat werken vind ik het zo ontzettend gááf. Hoeveel er al ís, wat er gebeurt en hoe hard het ineens gaat.

Ik herinner me dat ik als student een weekje vegan probeerde te eten – iedereen keek me raar aan en ik gaf het al na een paar dagen op. Vegetariër zijn was trouwens al best moeilijk; in restaurants was je veroordeeld tot een saaie groentelasagne of geitenkaassalade.

Dat is nog maar tien jaar geleden.
En jongens, kijk nou toch!

Vorige week in de IKEA.

Het is 2020 en grote bedrijven verkennen serieus de plantaardige voedselmarkt. Het vegan assortiment van supermarkten groeit giga-snel en Burger King verkoopt sinds kort een plantaardige Whopper. Onlangs zag ik in Volkskrant Magazine een advertentie waarbij wijnen werden aangepijsd met het argument ‘en ze zijn ook nog eens vegan’. Hier in de stad hangen deze maand overal posters van het plantaardige merk Flora: ‘boter, maar dan beter’.

Wauw, wat gaat het hard.

Ja, natuurlijk zijn er nog genoeg mensen die veganistisch eten zien als ‘extreem’. Maar dat worden er steeds minder. Wat natuurlijk enorm helpt, is dat vegan voedsel een enorme imagoverbetering heeft ondergaan. Celebrities als Beyoncé en Billie Eilish zijn veganist. Maar ook bijvoorbeeld showbizzveteranen als Paul McCartney, Moby, Brad Pitt en Madonna eten plantaardig.

Zelf heb ik inmiddels meer vegetarische dan vleesetende vrienden. Mijn beste vriendin E en ik zijn op dit moment allebei aan het switchen naar een vegan leefstijl. Mijn schoonouders eten grotendeels plantaardig. En hoewel ik nog steeds samenwoon met een kaasmonster, zie ik dat ‘mijn’ transitie ook invloed heeft op hoe B naar zijn eten kijkt.

Oké, allemaal mooie ontwikkelingen.

Tegelijkertijd realiseer ik me dat dit ook mijn bubbel is. In het linkse, hoogopgeleide, progressieve milieu waarin ik verkeer kan dit allemaal vrij probleemloos – daarbuiten is vlees nog vaak de norm. En zoals Des treffend schreef: niet iedereen kan het zich veroorloven om hiermee bezig te zijn.

Kun jij dat wél, lees dan gauw verder!

In deze blog ga ik er vanuit dat je er al van overtuigd bent dat je (meer) plantaardig wilt eten. Als je wilt weten waarom een mens in godsnaam herbivoor zou worden, zijn daar gelukkig héél veel goede boeken, films en blogposts over geschreven waar mensen met meer kennis, kunde en ervaring je daar alles over kunnen vertellen.

Twee tips:

Oké, dan mijn tips om herbivoor te worden. Komen ze:

1. Begin klein

Start je weg naar plantaardig(er) eten op een manier die bij jou en je leefstijl past. Je maakt het jezelf makkelijker als jouw vergan eetpatroon niet te veel afwijkt van het omnivore voedsel dat je tot nu toe at. Ja, uiteindelijk eet je als veganist gevarieerder – en ik durf wel te zeggen: lékkerder – als je plantenvoedsel aan je voedingspatroon toevoegt dat je misschien nog niet kent.

Denk aan verschillende soorten bonen, granen als bulgur en parelcouscous, smaakmakers als chipotlepepers en edelgist.

Maar het is cruciaal dat je manier van eten vertrouwd blijft aanvoelen. Het moet namelijk niet gaan voelen als iets wat je ‘volhoudt’.

Dus eet je ‘s avonds graag aardappelen-groenten-vlees? Ga voor aardappel-groenten-vegaburger (er zijn inmiddels duizend soorten). Is jouw ontbijt meestal iets met yoghurt of melk? Koop plantaardige zuivel en houd de rest van de ingrediënten hetzelfde. Zo maak je de stapjes voor jezelf klein en aanvaardbaar.

Ook quiche kan heel goed veganistisch!

Een aantal dingen die je bijvoorbeeld kunt vervangen:

  • Op brood: vegetarische kipfilet, boterhamworst, filet americain of hummus in plaats van vlees en kaas. Pindakaas en andere notenpasta’s zijn trouwens ook plantaardig, net als jam, appelstroop en sommige soorten hagelslag.
  • Plantaardige roomboter (Flora) in plaats van koeienboter.
  • Ongezoete soja-, amandel- of havermelk in plaats van koemelk. Idem voor kookroom; de supermarkt heeft steeds meer plantaardige varianten.
  • Tussendoor: vegan muesli- en notenrepen (bijvoorbeeld die van Nakd of Trek), pure chocolade (check of er geen melkpoeder inzit; cacaoboter is overigens wel plantaardig!). Tony’s pure chocolade-varianten. O ja en er zijn tegenwoordig ook vegan Magnums en ik vind ze een succes.
  • Diner: vegetarische ‘kipstukjes’ in plaats van dode vogeltjes. De Beyond Meat-burger (en worsten van hetzelfde merk). Plantaardig gehakt door de pastasaus of lasagne. Vegan mayonaise van Remia.
  • Voor in het weekend: de meeste afbakbroodjes zijn gewoon vegan, net als het croissantdeeg van Danerolle. En hé, vruchtensap natuurlijk ook! En heb je zin in pannenkoeken, dan heb ik ook een lekker recept voor je.

Lees ook: 10x vegan producten uit de supermarkt

2. Eet genoeg zoetigheid, snacks en comfort food

Tijdens de eerdere (korte) plantaardige episodes in mijn leven merkte ik vooral dat ik al snel héél gezond ging eten. Plantaardig eten ís natuurlijk ook vaak gezonder dan dierlijk voedsel: je eet al gauw veel groenten, fruit, granen en producten op basis van soja.

Hartstikke mooi, maar het zorgde er wel voor dat mijn brein dat vegan eten als een soort dieet ging zien. En ik weet niet hoe het met jou zit, maar de meeste mensen houden diëten niet eeuwig vol.

Soms wil je gewoon vet, suikerrijk comfort food. (Ik wel tenminste.)

Precies om die reden ga ik nu actief op zoek naar ‘lekkere’ (=ongezonde) plantaardige dingen. Zodat ik m’n snaai-brein leer dat vegan eten ook romig, zacht, zoet en vullend kan zijn. Nu ik bijvoorbeeld heerlijke vegan fudge brownies heb ontdekt, droom ik een stuk minder over mijn favoriete cheesecake van de Bakkerswinkel.

Lekkere vegan taartjes in Utrecht vind je bijvoorbeeld bij:

  • Rose & Vanilla (Amsterdamsestraatweg 13), ik schreef er al eerder over. Let op: niet alles is hier vegan, maar de meeste taartjes wel. Mijn favoriet is de choco-kokostaart, je proeft daarin eigenlijk geen kokos en de textuur is die van ganache.
  • ‘t Koffieboontje (Oudegracht 92). Dit is een koffietentje (goh!) en je kunt er ook afhalen. Ze hebben drie soorten vegan taartjes, volgens mij zijn ze ook raw. Allemaal goed, die met chocolade en bergamot (!) vind ik het lekkerst.
  • Ekoplaza (Amsterdamsestraatweg 15 / Twijnstraat 46 / Nachtegaalstraat 51A). Ja ja, ook bij de biosuper prima vegan taartjes. De carrot cake vond ik niet zo, maar hun fudge brownies zijn fantastisch.
  • Life’s A Peach. Hier moet ik nog heen, dus recensie volgt snel. Maar dit is dus echt een vegan bakkerij dus ik ben héél benieuwd.
  • Bammetje. Idem. Je moet er alleen van tevoren bestellen en dat vergeet ik steeds. Komt! ;-)
Ook vegan: de kaneelbroodjes van Albert Heijn! Je vindt ze op de broodafdeling.

3. Gun jezelf de tijd

Eerlijk is eerlijk: nep-kip komt tegenwoordig aardig in de buurt, maar het heeft gewoon niet de malse zachtheid van een kippenborstje. En hoe absurd veel de Beyond Meat-burger ook op een ‘echte’ hamburger lijkt, uiteindelijk ís het natuurlijk geen koe.

Plantaardig voedsel kan dus best wennen zijn, als je al 30, 40 of 50 jaar dierlijke dingen eet. Het kost tijd om vertrouwd te raken met nieuwe smaken en texturen.

Aan het Syrische eten van Moush Moush kon ik toch wel wennen :-)

Maar dat je er aanvankelijk niet super-enthousiast over ben, betekent niet dat je het niet kunt léren eten. Zo hoor ik van meerdere mensen in mijn omgeving dat ze behoorlijk moesten wennen aan cappuccino met plantaardige melk, maar na vaak genoeg proberen nu niet meer anders willen (en nu zelfs gruwelen van koeienzuivel).

Zelf ruik en proef ik in koeienyoghurt tegenwoordig een vaag stal-aroma (lees: mestlucht) dat ik vroeger nooit opmerkte.

Eind juli lepelde ik op de Franse camping likkebaardend een half bakje epoisses leeg. Maar toen ik vorige week weer eens een afbakpizza met vier kazen at, dacht ik: hmm, is dit het nou? Zelfde toen ik laatst een paar blokjes oude kaas nam was ik niet zo onder de indruk – ik vond ze vooral heel erg zout.

Je brein en smaakpapillen zijn flexibel. Andere smaken wénnen. Echt. En hé, je hebt de tijd.

4. Je hoeft het niet alleen te doen

Tot slot: vergeet niet dat je niet de eerste of enige persoon in de wereld bent die bezig is met plantaardig(er) eten. Steeds meer mensen in Nederland eten veganistisch.

Ik merk dat het mij ontzettend veel support geeft dat anderen in mijn omgeving ook (deels) plantaardig eten. Het helpt gewoon om het met E te hebben over de sociale kanten van je transitie (‘kan ik mijn omgeving vragen om zich aan te passen?’), om fijne mailtjes met receptentips te krijgen van lezers op Suushi en om jullie reacties en adviezen te lezen.

Dat geldt dus ook voor jou. Je bent niet alleen.

Ik ben er. Tientallen andere Nederlandse bloggers zijn er (De Groene Meisjes, The Vegan Effect, The Monkey and the Elephant, Mille Pagine, Lisa Goes Vegan, Lisa Steltenpool – kennen jullie nog andere leuke?). En als je buiten de landsgrenzen gaat kijken vind je nog véél meer tips, inspiratie en harten-onder-de-riem.

Maar goed ook, want eten is nu eenmaal een sociaal en cultureel gebeuren.

Ook als je betere dingen te doen hebt dan de hele dag nadenken over je volgende maaltijd (ik snap dat niet iedereen zo’n foodie is ;-)), kan het erg fijn zijn om af en toe te sparren over je nieuwe eetgewoontes. Om een ander te vragen hoe hij een ei vervangt, wat haar ervaringen zijn met vegan parmezaanse kaas, hoe je dat rare jackfruit nou moet bereiden en welke sojakwark het lekkerst is.

Kortom, ga niet op een plantaardig eilandje zitten. Zoek anderen op, vraag hulp, vind steun.

En ontdek hoeveel kracht en verbinding je daardoor ervaart.

#krachtvoer
1+

slecht nieuws

Slecht nieuws brengen, leerde ik van B, moet je direct doen. Als (huis)arts moet hij natuurlijk wel eens serieuze slechtnieuwsgesprekken voeren, dus in de opleiding besteden ze veel aandacht aan hoe je dat het beste doet.

Meteen zeggen dus. Geen doekjes om winden dus, niet uitstellen. Een korte aanloop om de ontvanger mentaal voor te bereiden, en dan zonder omhaal to the point komen.

‘Ik heb de uitslagen binnen, en ze zijn niet goed.’ Of, buiten de context van het ziekenhuis: ‘Laat ik maar meteen zeggen: ik heb geen leuk nieuws voor je.’

Het nieuws brengen. Daarna een stilte laten vallen, in afwachting van de reactie van je gesprekspartner. En dan het gesprek aangaan.

Mooi bedacht, maar dóe het maar eens. Deze week kon ik oefenen; ik had niet zulk leuk bericht voor een van de vaste opdrachtgevers van Einder. Geen kwestie van leven of dood natuurlijk, maar evengoed vervelend: het project dat we aan het doen zijn, loopt twee weken uit – terwijl de klant duidelijk had aangegeven dat dat geen optie was.

Nu heb ik er sowieso een hekel aan om mensen teleur te moeten stellen, en ik had dan ook alles geprobeerd om de situatie te voorkomen, maar ja, het was niet anders. En dan is het aan mij als projectleider om duidelijkheid te bieden.

Ik had het mailtje al bijna af – zorgvuldig gekozen woorden, goede opbouw – toen ik bedacht: laat ik tóch bellen. Mailen is voor mij in m’n comfort zone; zoals je weet voel ik me op schrift veel (taal)vaardiger dan mondeling, ik kan mijn woorden rustig afwegen en heb niet het probleem dat ik van de zenuwen veel te snel of onduidelijk ga praten.

Maar toen ik dacht ik aan wat B ook had gezegd: slecht nieuws kun je beter mondeling brengen, niet per mail of sms. Je ziet, hoort en voelt meteen hoe iemand reageert, je kunt zelf meer overbrengen hoe rot je het vindt, er ontstaat een gesprek waarin je er samen uit kunt komen.

Een mailtje is daarmee vergeleken wel heel hard en onpersoonlijk, je boodschap kan zomaar verkeerd vallen, en bovendien zit je na verzending de hele tijd in de zenuwen of de ander het al gelezen heeft en hoe hij/zij zal reageren.

Tja, maar dat maakt het nog niet leuk of eenvoudig om te doen. Bellen is veel meer de confrontatie aangaan. Kwetsbaarder, het ongemak opzoeken.

Nu weet ik dat deze opdrachtgever een heel prettig, redelijk en menselijk persoon is – dat maakte het misschien moeilijker om haar teleur te stellen, maar gaf me ook het laatste zetje om de telefoon te pakken. Met klamme handjes, dat wel.

Toe maar Suusie, zei ik tegen mezelf, niet nadenken, gewoon doen. Juist omdat je het eng vindt, valt hier veel te leren.

De klant nam op, ik bracht het nieuws. Ze was even stil. Tja, zei ze toen, ik begrijp het, dan is het niet anders. We raakten een beetje in gesprek en al pratend kwamen we erop uit dat die twee weken aan hun kant niet eens zo slecht uitkwamen – zomervakanties en zo – en tien minuten later hingen we opgewekt op.

Man, wat viel er een last van me af.

Nu wil dat natuurlijk niet zeggen dat élk slechtnieuwsgesprek zo loopt – soms blijft een situatie nu eenmaal vervelend, ongemakkelijk, rot, en zal iemand inderdaad boos worden of teleurgesteld zijn.

Maar ook dan: je komt er overheen, je komt er samen uit. Probeer het maar eens om te draaien: als iemand jóu slecht nieuws brengt, wil je toch doorgaans ook – misschien na een eerste golf van teleurstelling of boosheid – samen kijken hoe je er in de nieuwe situatie het beste kan maken? Het getuigt van volwassenheid om over hobbels en geschillen heen te kunnen stappen, de ander te vergeven. Je mag erop vertrouwen dat je gesprekspartner die volwassen houding heeft.

De reden dat ik er tegenop zie, dacht ik naderhand, is simpelweg weer die angst. Ik ben bang om afgewezen te worden, bang dat de ander me niet meer mag, bang om kansen te verliezen.

En nu ik dit schrijf realiseer ik me hoe belangrijk het is om juist deze situaties op te blijven zoeken. Vanwege de exposure (stel anderen maar heel vaak teleur en ontdek dat de wereld gewoon blijft draaien!) en om – liefst ongeacht de reactie van die ander – tegen mezelf te leren zeggen:

Kan gebeuren, Suusie. Het is oké.

0

10 tips om te vloggen – van én voor een beginner

Vlog nummer 4 kwam deze week online en dat betekent dat ik nu al een maand aan het videobloggen ben. Best een gek idee! Ik merk dat ik het vloggen nog leuker vind dan ik dacht. Ten eerste heb ik veel plezier in het maken van een verhaal in beelden, maar ik word ook erg blij van alle leuke reacties en interessante gesprekken die op de publicaties volgen.

Het is zéker geen vervanging van schrijven, maar wel een mooie aanvulling erop.

Na een maand klooien met camera’s en Final Cut Pro heb ik al best wat geleerd. Daarom verzamelde ik 10 tips voor wie ook zin heeft om te beginnen met vloggen.

1. Investeer in een (vlog)camera

Ik merk een gigantisch kwaliteitsverschil tussen het materiaal dat ik opneem met mijn telefoon (iPhone 7) en met mijn camera (Sony A5100). Het beeld is veel scherper, maar zeker ook in geluidskwaliteit legt ‘m iPhone het af. Ik probeer dan ook zo min mogelijk nog met mijn telefoon te filmen. Alleen als ik bijvoorbeeld ga fietsen heb ik mijn camera niet altijd bij me. (Oké, ik snap dat je voor je eerste video niet meteen 500 euro wilt investeren – ik kocht zelf toevallig twee jaar terug een camera met ‘vlogfunctie’ dus had ‘m al liggenmaar als je van plan bent het meer te gaan doen is het zeker de investering waard. En zo’n camera maakt sowieso veel betere foto’s, ook handig voor vakantiekiekjes!)

2. Een statief is ook best handig

Tijdens de vlogcursus die ik in februari volgde kon ik deze gebruiken en dat bleek zo handig dat ik ‘m in de aanloop naar vlog 2 zelf ook heb aangeschaft. Best fijn als je niet steeds je halve arm in beeld wilt hebben, of als je beelden wilt maken terwijl je zelf iets anders aan het doen bent. Sowieso kun je je camera een stuk steviger vasthouden, waardoor de kans kleiner is dat-ie te pletter valt.

3. Check de schijfruimte van je laptop

Videobestanden zijn gróót. Zeker als je een paar weken aan het vloggen bent is je harde schijf zo vol. Bovendien maakt dat je computer niet bepaald sneller – onwerkbaar als je aan het editen bent. Op internet las ik dat je het beste je videobestanden op een snelle externe harddisk (liefst SSD, maar die zijn duurder) kunt zetten en vanuit daar inladen in je montageprogramma. Ik moet dit zelf nog uittesten – vooralsnog gooi ik het ruwe materiaal weg als een vlog klaar is, het is toch niet alsof ik ooit al die kleine filmpjes ga zitten terugkijken.

4. Zorg voor goed licht!

Les 1 van elke foto- of videocursus, natuurlijk. ‘Goed’ licht betekent: het liefst daglicht, met het licht ‘mee’ filmen (dus niet de camera naar het raam gericht). Ben je in een donkere ruimte, dan kan het al helpen om bijvoorbeeld een deur open te zetten als de aangrenzende ruimte wél een groot raam heeft. Schijnt er juist (te) fel zonlicht naar binnen, doe dan een (stukje) gordijn dicht.

5. Final Cut Pro X is briljant.

Maar echt. Oké, je kunt ook best video’s bewerken in iMovie, en ook als je op Windowscomputers werkt zijn er mogelijkheden (al heb ik die zelf niet getest). Maar omdat iMovie bij mij steeds bleef vastlopen downloadde ik een 90 dagen-trial van FCP X en dat was het beste idee ooit. Als ik over twee maanden nog steeds aan het vloggen ben, overweeg ik om toch maar de ‘echte’ versie (die wel 300 euro kost, au…) te kopen.

6. Vertrouw erop dat het verhaal zich wel vormt.

Elke week weer bekruipt me de eerste dagen het gevoel dat het echt hélemaal niets wordt met mijn video deze week. Sterker nog, bij vlog 4 had ik totdat ik begon met editen het idee dat ik niet eens genoeg materiaal had om uberhaupt een acceptabele vlog te maken. Maar volgens mij draait vloggen nu juist om spontaniteit en ‘filmen wat er is’ – en dat laat zich weinig van tevoren plannen. Bovendien zul je merken dat het verhaal zich vanzelf vormt (al kan het geen kwaad er een klein beetje over na te denken wat je wilt vertellen!).

7. Denk na over verschillende ‘soorten’ beelden.

Dus film niet alleen ‘selfie-shots’ waarin je praat, maar ook close-ups van voorwerpen of juist totaalshots. Maak tijdens de week voldoende ‘b-roll’ (beelden waar je andere gesproken tekst of muziek onder kunt plakken), zo krijg je meer variatie in je vlog. Ik merk steeds weer: liever te veel dan te weinig – je hoeft uiteindelijk ook niet alles te gebruiken.

8. Durf kwetsbaar te zijn.

Nou ja, het is jouw vlog natuurlijk – dus je moet vooral doen wat je wilt. Maar ik merk zelf wel dat ik achteraf het meest blij ben – en ook de meest positieve reacties krijg – op de passages waar ik geen perfect plaatje schets. Maak het dus allemaal niet te geregisseerd.

9. Ook als je zo min mogelijk wilt regisseren: check voor het filmen even je omgeving.

Toch zonde als je aan het editen bent en je komt erachter dat nét bij die briljante opname achter je op de bank een verdwaalde bh ligt – of iets anders dat je liever niet met de hele wereld deelt. ;-)

10. Denk aan privacy – van jezelf én je naasten!

Ik bedoel, hartstikke leuk al die openheid, maar YouTube blijft het wel gewoon de interwebz hè. Overal en voor iedereen toegankelijk. Enerzijds superleuk, want daardoor kunnen vriendinnetjes in Amerika m’n vlog bekijken (hoi E!), maar het betekent ook dat CREEPY PEOPLE, reaguurders en mensen die misschien níet het beste met me voor hebben de content kunnen zien. En da’s dan weer een stuk minder leuk.

Daarom let ik er een beetje op dat ik geen beelden maak waarop mijn huis te herkennen is en dat ik niet in mijn eigen wijk film, maar bijvoorbeeld ook dat ik oppas met persoonlijke informatie die ik over anderen deel (sowieso vraag ik vrienden om toestemming voor ik hen óf hun huis film) en dat niet mijn adres per ongeluk leesbaar is als er een brief op tafel ligt. Gebeurt dat toch (bijvoorbeeld m’n straatnaam op de pizzadoos van Deliveroo) dan ‘blur’ ik die beelden achteraf.

Zo kwam ik er ook nét op tijd achter dat bij het telefoonshot in vlog 4 de voor- én achternaam van B zichtbaar waren in het WhatsApp-venster. Dat beeld heb ik dus even bijgesneden. Zo zie je maar: zelfs de meest spontane vlogger ontkomt niet aan een beetje construeren ;-)

0

20 supermakkelijke tips om duurzamer te leven

Als het om planeetvriendelijk leven gaat, was ik de laatste tijd – eerlijk is eerlijk – een beetje lui. Ik at regelmatig vlees, liet de verwarming gerust oplopen naar 20,5 graden als ik het koud had, crosste lekker met 130 over de snelweg en kocht gedachteloos allerlei nieuwe spullen.

Maar de laatste tijd voel ik ruimte én nieuwe motivatie om stappen te zetten. Ik realiseer me dat de manier waarop we nu met z’n allen leven, in de toekomst niet houdbaar is. We zullen moeten omschakelen. Ik ook. En ik raak er steeds meer van overtuigd dat het al enorm helpt als we met miljoenen mensen kleine stappen zetten.

Eerlijk is eerlijk, geen vlees meer eten of niet vliegen kan ingrijpend zijn. Gelukkig is dat ‘omschakelen’ in lang niet alle gevallen een enorm offer. Sterker nog je kunt ook een heleboel doen zónder dat je er veel – of überhaupt iets! – van merkt.

Ik ben op zoek gegaan naar al dit soort kleine handige dingetjes die je vanaf vandáág kunt doen in je dagelijks leven. Zo verzamelde ik 10 tips die núl moeite kosten, plus 10 dingen die eenmalig een klein beetje moeite kosten, en daarna vooral milieuwinst én geld opleveren.

12x nul extra moeite

  1. Kook je rijst, pasta en groenten met het deksel op de pan. Zo gebruik je twee tot drie keer minder energie!
  2. Zet de verwarming een graadje lager – 19 graden is vaak warm genoeg, zeker als je bezig bent. Scheelt ook nog enorm in de stookkosten! Zorg voor een stapeltje dekentjes, sloffen en warme truien en kleed je warm aan als je het koud hebt. O ja, doe ‘m ook eerder uit, zeg een uurtje voor je naar bed gaat. (Vind je 19 graden toch te koud? 19,5 kan ook – alle beetjes helpen.)
  3. Warm water uit de kraan nodig? Vang het koude water op. Laat de kraan dus niet zomaar lopen, maar vul alvast je waterkoker of gieter.
  4. Doe lampen én verwarming uit in kamers waar je niet bent. En zet de verwarming ‘s nachts helemaal uit. Stiekem hoop ik dat iedereen dit allang doet… Vind je het toch te koud in de slaapkamer? Verwarm je bed met een lekker kruikje.
  5. Houd de deuren in huis dicht. Begin bijvoorbeeld met de deur van woonkamer naar hal/trapgat; zo houd je de warmte in de ruimte waar jij bent!
  6. Was je kleding op lagere temperaturen. 20 of 30 graden werkt in de meeste gevallen prima. Ik was alleen handdoeken en beddengoed nog op 60 graden, zodat bacteriën, schimmels en huismijt doodgaan.
  7. Koop biologisch afbreekbare (af)was- en schoonmaakmiddelen. Bijvoorbeeld van Ecover (verkrijgbaar in veel supermarkten) of Klok. Denk ook aan biologisch wc-papier en keukenrol – dat is tegenwoordig echt geen schuurpapier meer. ;-)
  8. Vaatwasser? Eco-programma! Dat programma wast je vaat prima schoon. Je vaat voorspoelen is trouwens niet nodig (scheelt water) – verwijder etensresten met je hand of bestek.
  9. Bewaar grote plastic broodzakken en gebruik ze opnieuw. Bijvoorbeeld om je gesmeerde boterhammen mee naar werk te nemen (scheelt weer een paar zakjes!).
  10. Kies voor refurbished apparaten. B kocht vorig jaar bijvoorbeeld een refurbished iPhone 7. Die werkt exact even snel en goed als die van mij, je merkt en ziet serieus nul verschil. Nou ja, behalve op je bankrekening, want terwijl ik voor de mijne een paar jaar terug dik 600 euro neertelde (au), kostte die van hem ‘maar’ 300.
  11. Bewaar altijd één of twee opvouwbare boodschappentasjes in je rugzak of schoudertas. Zo hoef je nooit meer een plastic tas aan te schaffen bij de supermarkt (of welke winkel dan ook).
  12. In de auto: schakel zo vroeg mogelijk naar een hogere versnelling. Rijd ook zo veel mogelijk met een constante snelheid (gebruik de cruise control, als je die hebt). O ja, en als je 100 rijdt in plaats van 130 verbruik je maar liefst een kwart minder brandstof! (Moeten we binnenkort allemaal sowieso gaan doen. ;-))

8x eenmalig een beetje moeite (en daarna nooit meer)

  1. Plak een nee-nee-sticker op je brievenbus. Scheelt je ook nog een hoop rommel en gesleep naar de papierbak. :-) Je kunt deze stickers gratis afhalen bij de gemeente.
  2. Stap over op een groene energieleverancier. Online vind je handige overzichtjes; zelf hebben wij stroom van Greenchoice. Merk je niets van
  3. Zet je geld bij een duurzame bank. Triodos en ASN gelden in Nederland als de duurzaamste banken (check de Eerlijke Bankwijzer). ‘Duurzaam’ betekent dat ze niet in investeren in ellende als wapenhandel en bio-industrie. Ik heb bij beide banken een rekening (gezamenlijk/persoonlijk). Heb je spaargeld? Overweeg ook te beleggen in duurzame fondsen. Zo doet je geld wat nuttigs voor een betere wereld!
  4. Koop een waterbesparende douchekop. Ook dit scheelt je jaarlijks veel geld, naast dat het natuurlijk beter voor de wereld is. Linda van Zaailingen deed een handige test – ik volgde haar tips op en schafte er deze week eentje aan. Binnenkort meer daarover.
  5. Vervang zo veel mogelijk lampen in huis door LED-lampen. Deze heb ik zojuist op mijn to do-lijstje gezet voor komende maand!
  6. Plak radiatorfolie achter de verwarming. Lees er hier meer over. Ook deze gaat op mijn lijstje!
  7. Iets nieuws nodig? Check eerst Marktplaats! Zeker als je in de stad woont, zijn er vaak mensen die (vrijwel) nieuwe spullen aanbieden. Ik regelde zo bijvoorbeeld een gietijzeren pan die bij iemand op zolder stond te verstoffen, gloednieuw in de doos. Minder nieuwe spullen kopen = minder productie, vervoer etc. = minder milieuvervuiling.
  8. Zorg dat je standaard een (opvouwbaar) tasje in je handtas of rugzak hebt. Zo hoef je nooit meer een plastic tas aan te schaffen in de winkel. Waar je zo’n ding haalt? Waar niet, zou ik bijna zeggen – HEMA, Xenos, tassenwinkels.. afgelopen week zag ik zelfs hele leuke bij de kookwinkel aan de Oudegracht.
0

de 10 leukste plekken om lekker te eten in Utrecht

Inmiddels weet ik in Utrecht aardig goed waar je moet zijn om lekker te eten en drinken (en ook: waar je beter kunt wegblijven…). Omdat mensen me regelmatig om tips vragen: hier mijn favoriete plekjes om te eten en drinken in Utrecht!

1. Wijn en bruschetta’s van Verde Marrone

Verde Marrone ontdekte ik per ongeluk toen wijnbar Talud9, dat er tegenover huist, weer eens propvol zat. De eigenaren hadden ook door dat ze meer klanten kregen dan ze aankonden, en openden daarom deze nieuwe tent met eigen concept. Bij Verde Marrone alleen Italiaanse wijnen op de kaart, én een hele reeks verse bruschetta en andere hapjes.

Donkere Gaard 2

2. Taartjes van de Bakkerswinkel

Natuurlijk eet ik ook wel eens op andere plekken in Utrecht een taartje. Maar keer op keer kom ik weer tot de conclusie dat niets kan tippen aan de lekkernijen van de Bakkerswinkel. Voor hun cheesecake met witte chocolade en framboos fiets ik graag een blokje om, en in het weekend haal ik er ook graag een halfje vers desembrood (Van Menno). Althans, háálde, want sinds kort bak ik zelf!

Tip: ‘s avonds kun je bij de Bakkerswinkel ook kaasfonduen. Dit probeerde ik afgelopen week uit en was erg leuk en lekker! Heb je heimwee naar je wintersportvakantie, of zoek je gewoon een knus, romantisch en niet te ingewikkeld restaurant, dan raad ik je dit zeker aan.

Wittevrouwenstraat 2

taart van de Bakkerswinkel
Taartjes van de Bakkerswinkel kun je ook heel goed mee naar huis nemen!

3. Uitgebreid dineren bij Madeleine

Ja oké, ze stonden natuurlijk in de Volkskrant dit jaar en sindsdien is het er standaard zó druk dat dat bijna een beetje afdoet aan de gemoedelijke sfeer. Maar Bistro Madeleine is niet voor niets een van mijn favoriete restaurants geworden dit jaar. Mooie, originele gerechten en smaken, heerlijke (bijpassende) wijnen. Enige minpuntje: voor vegetariërs hebben ze, behalve de groentegerechten (ter grootte van een tussengerecht), wat minder keus.

Madeleine zit trouwens praktisch naast Verde Marrone en Talud9, dus begin je avond zeker met een goed glas daar!

Het Wed 3A

4. Biertjes bij Olivier

Bij Olivier moet je sowieso even naar binnenlopen, ook als je niet van bier houdt. Dit Belgisch biercafé is namelijk gevestigd in een oude kerk – inclusief torenhoog plafond, orgel en fresco’s op de muur. Dat maakt wel dat je op een zaterdagavond knettergek wordt (de akoestiek is, zoals je zult begrijpen, niet geweldig) maar hé, het goede speciaalbier maakt veel goed.

Tip: ga rond de middag naar Olivier, als het lekker rustig is, en bestel een warme wafel met kersen en/of chocomel.

Achter Clarenburg 6A

5. Pizza van O’Panuozzo

Ja, als ik ooit verhuis uit Utrecht, zal ik dit plekje denk ik het meeste missen. De pizza’s van O’Panuozzo zijn beter dan die in (Noord-)Italië, ik beloof het je. Vooruit, er staat dan ook een team rasechte Italianen in de keuken én achter de bar, en ze importeren al hun ingrediënten uit la bella Italia. Originele smaakcombinaties en vooral een HELE. LEKKERE. KORST. Glas bijzonder prima huiswijn erbij (voor 3,75 euro, waar vind je dat nog in Utrecht?!) en je hebt mij gelukkig, hoor.

O, en vergeet zéker ook niet de tiramisu te proeven. Die is namelijk echt heel goed hier.

Mariastraat 35 (er zit ook een vestiging aan de Voorstraat, maar daar schenken ze geen wijn)

pizza O'Panuozzo

6. Indonesisch bij Blauw

Heb je zin in een goeie rijsttafel, dan ga je naar Blauw. Dit restaurant – met knalrood interieur ;-) – is al jaren dé hotspot voor Indonesisch eten. Onlangs gingen B en ik ergens anders rijsttafel eten, en hoewel dat ook prima was hadden we achteraf toch een beetje spijt. Blauw is gewoon het allerbest.

Springweg 64

7. Simpel en gezellig eten bij West

Eetcafé West zit bij mij om de hoek en wat ik hier zo prettig vind, is dat het niet pretentieus is. Bij West vind je prima eten voor schappelijke prijzen. Verwacht geen bijzondere combi’s, maar gewoon, een goede maaltijd zonder poespas. En vooral (!): geen gedoe met shared dining-concepten – dat was vijf jaar geleden leuk voor de verandering, maar inmiddels ben ik er heel erg klaar mee. Negen van de tien keer betekent het vooral “duur en weinig”, en een excuus om alle borden in random volgorde op tafel te kwakken.

Nu moet ik bekennen dat West wél de optie heeft om halve gerechten te bestellen, maar dat is vooral handig als je niet kunt kiezen en verder hoef je je daar ook niets van aan te trekken. ‘De huiskamer van Utrecht’, noemen ze zichzelf – en dat geeft wel een goed beeld van de sfeer.

Vleutenseweg 433

8. Lekker dineren en wijntjes in de zon bij Blij

Eén stapje meer ‘restaurant’ dan West, maar nog steeds lekker no-nonsense én met verrassend goed eten – dat vind je bij Blij. In de zomer kun je heerlijk aan het water zitten (de Vecht stroomt door de achtertuin) en ook binnen is dit een gezellige plek. Ook geschikt voor grotere groepen; de kaart heeft voor elk wat wils, de wijn is lekker en de desserts stellen niet teleur.

Brugstraat 2

eten bij Blij Utrecht

9. Cocktails van Behind Bars

In een zijstraatje van de Oudegracht, op loopafstand van de Dom, zit Behind Bars. Bij deze knusse cocktailbar vind je op het menu niet de ‘standaard’ cocktails, maar allerlei eigen creaties met namen als Antibiotic, Painkiller en Reina’s Heritage (hoewel je ook gewoon een Cosmo kunt bestellen hoor). Naast de ‘vaste’ kaart maken ze ook drankjes op aanvraag, dus ben je in een avontuurlijke bui, laat je dan vooral verrassen!

O ja, en let even goed op de huisregels als je de kaart bestudeert, want je wordt óók nog gerickrolled, haha.

10. Whiskeyproeven bij The Malt Vault

Woon je in Utrecht en heb je nog nooit van deze plek gehoord? Dat kan kloppen. De eigenaar wil namelijk geen zuipende toeristen in z’n whiskeybar, dus The Malt Vault heeft geen uithangbord en je moet met een trappetje naar de werf langs de Oudegracht om er te komen. Alleen te vinden als je weet waar je moet zijn, dus, en dat alleen al maakt deze plek zo leuk.

In een van de werfkelders hebben ze een muur met meer dan 100 flessen whiskey, en de barman bedenkt graag een proeverij die precies past bij jouw smaak. Heb je geen idee wat jouw smaak is? Geen probleem, hij helpt je graag op weg. Voor erbij serveren ze kaas-, worst- en chocoladeplankjes.

Oudegracht aan de werf 54A

0