Brownies en Maroon 5

Nee, het verhaal van Cuba is nog niet verteld, maar even een Nederlands blogje tussendoor hoor. Het is tien uur ‘s avonds en ik zit aan de keukentafel te wachten tot m’n brownies klaar zijn. Morgen is mijn laatste werkdag bij NU.nl. Dat voelt raar en een beetje onwerkelijk, des te meer omdat ik sinds half januari niet meer op de redactie in Hoofddorp ben geweest.

Eerst had ik 2,5 week vakantie en daarna – vorige week – lag ik met koorts in bed. Dubbel balen, want ik zag juist zo uit naar die laatste diensten.

Maar wacht, wat, weg bij NU.nl?

Ja, snik snik, maar met een leuke reden: sinds 1 januari ben ik in vaste dienst bij Einder! Een contract voor onbepaalde tijd – jeetje, dat was nog eens een mooie start van het jaar. (Ik weet eigenlijk niet meer zeker of ik dat hier al verteld had, maar ik geloof het niet.)

Hoewel ik nog steeds 0,7 fte werk – de ene week vier, de andere week drie dagen – voelde het tekenen voor Einder-op-lange-termijn als een goed moment om te stoppen als freelance economieredacteur. Een makkelijk besluit was het niet, want NU.nl is een supervette werkplek waar ik het afgelopen jaar veel heb mogen leren.

Toch is het tijd om verder te gaan. Waarom? Waarmee? Met Einder natuurlijk, maar verder? Dat weet ik nog niet. Wat ik wel weet: dat ik het schrijven van creatieve, journalistieke verhalen een beetje mis. Ja, natuurlijk schrijf ik ook bij Einder – en ook heus mooie verhalen! – maar stukken zoals ik ze tot vorig jaar voor de Volkskrant schreef, dát wil ik weer meer doen.

Dit stuk bijvoorbeeld over studenten van laagopgeleide ouders.
Of deze rubriek, over de verdiensten (ja ja) van Jos van Rey.
En een populair-wetenschappelijk stukje schrijven over flossen was ook best interessant.

En hey, nu ik toch dromen en wensen op internet aan het gooien ben: schrijven voor Happinez lijkt me ook gaaf. Of voor LINDA. (Tja, wie wil dat nou niet? Maar hey, dream big.)

Hoewel ik nog wel een paar ideetjes ‘op stapel’ heb liggen, ontbrak het me de afgelopen maanden aan de tijd om die fatsoenlijk uit te werken. Laat staan om te investeren in mijn schrijfskills (regel 1 van Stephen King: read a lot, write a lot) en mezelf uit te dagen door te oefenen met andere woorden, nieuwe tekstvormen. M’n oud-Volkskrantcollega Rik Kuiper is bijvoorbeeld een gaaf webstekje begonnen: de Verhalengarage, waar hij ‘op onregelmatige basis journalistieke verhalen demonteert’ zodat je daarvan kunt leren. Dat lijkt me sowieso iets om in de gaten te houden.

(Even een zijpaadje: ik ben soms een beetje geintimideerd door de schrijfsels van Henk van Straten. In het bijzonder door dit stukje, waarin ‘ie de “echte schrijver” en de “succesvolle auteur” naast elkaar zet, naar aanleiding van de vraag: zou je een relatie kunnen hebben met iemand van wie je het schrijfwerk slecht vindt? Ik weet dan ineens niet meer zo goed of ik wel zo’n Echte Schrijver ben/zou kunnen worden, ooit. Ook al zeggen jullie nu misschien ‘Suus, houd je bek’.)

Goed. Intussen beginnen de brownies lekker te ruiken, terwijl ik op YouTube het ene na het andere nostalgische liedje draai (van de emo-rock à la Breaking Benjamin/30 Seconds To Mars die ik als zestienjarige luisterde tot Maroon5 en Kelly Clarkson, jaja #guiltypleasures #noshame et cetera).

Morgen eerst maar eens die pan opsmikkelen met m’n collega’s – ik ga hen missen.
En wat daarna betreft: plan A is gewoon om de komende tijd even geen plan te hebben voor de 1-2 dagen in de week die vrij komen. Laat ik het maar gewoon even een tijdje kriebelen. Zien wat er dan gebeurt.* De financiele noodzaak om opdrachten te vinden is er niet en da’s een luxe die ik niet eerder heb gekend. Rest dus de vraag: what would you do if money were no object? How would you réally enjoy spending your time? (Klik)

Natuurlijk weet ik dat wel. Schrijven, schrijven. Denken, dromen, verhalen vertellen. De toppen van mijn kunnen verkennen.
En daarom dus nu: ruimte vrij maken, zodat nieuwe dingen kunnen ontstaan. ‘t Wordt voorjaar, tijd om te zaaien.
Ik ben benieuwd wat er in 2017 allemaal gaat groeien.

*Zul je zien dat er dan morgen net een superleuke klus komt - ik ben niet zo heel goed in 'nee' zeggen tegen leuk werk en da's misschien maar goed ook.

CUBA – TRAVEL REPORT day 8: Cienfuegos

So… where was I?

Suddenly almost a week passed. And I didn’t spend it like I thought I would… on Monday, I was very happy to go to work (really!). OK, of course I had to get used again to the ‘waking up at 6:30 AM’-part of the day, but as soon as I was in the train to Nijmegen, I couldn’t wait to see my colleagues again and get started with some writing.

Or actually: my brain was happy about that. To be honest, my body felt like crap, and I spent most of the 1 hour-train ride sleeping (which I usually never do, especially not in the mornings, because it makes me even more sleepy the rest of the day).

Long story short: after quite a fuzzy work day (despite a lot of tissues, nose spray and some painkillers I went home an hour earlier) I got into bed… and didn’t get out until Thursday afternoon. Tuesday morning I woke up with a pretty high fever (40 degrees Celsius) and I basically slept for three days and three nights, before I finally felt a bit alive again.

So uh, yeah, not quite how I had imagined my first week after a 2,5 week-vacation.
But now, back to that! After my reports on Havana and Vinales, I know you’re all very curious to know what the rest of my Cuba trip looked like, right? ;)

8 HOURS IN THE BUS… WITH FOOD POISONING 

OK, that sounds worse than it was, really. First of all, I was very happy that Kathrin, the German girl I’d been traveling with since Havana and who was going to share my casa in Cienfuegos, joined me on the bus. We met each other at the bus station at 6:30 am, when Salvador (my host) dropped me off with my bag. (Thank you Salvador, for being so kind to carry my heavy backpack here, while I wasn’t feeling well.)

The bus ride was going to take most of the day. It departed at 6:45 am and the estimated time of arrival was 2:30 pm. At the time of departure my stomach still hurt pretty badly, but luckily I didn’t have to go to the toilet all the time. I’m happy to say I slept most of the ride. By the time Kathrin woke me up for the 45 min lunch stop, it was already past noon.

My ‘lunch’ consisted of a can of coke, since I didn’t feel like eating yet – and especially not food from a highway restaurant buffet. I slowly started to feel a little better though (I think by then I’d taken 6 immodium pills, so yeah) and I spent the last 1,5 hours of the ride being awake and staring out of the window – which is never boring, when you’re driving through Cuba.

FINALLY… CIENFUEGOS!

When we entered the city of Cienfuegos, I immediately noticed how many texts and images of Fidel/Che there were in this town. Also, this seemed to be the first place where the ‘horse and carriage’ was still a common-used way of transportation – and not just a tourist-y thing.

I’d only stay one night in Cienfuegos; the next day, I’d travel further to Trinidad. My travel buddies – Kathrin, Ismay and Jason, the latter two took a taxi collectivo to Cienfuegos – weren’t sure yet whether they’d stay one or two nights. In fact, I wouldn’t have minded staying another night, but that would mean I’d have less time in Trinidad.

Once Kathrin and I had found our casa and unpacked our stuff, we decided we’d walk to Punta Gorda, the southern part of the city. It’s the bay area and our host told us we’d get a terrific view of the sunset at the Palacio de Valle, an eclectic-style palace with a nice rooftop terrace.

Time for a drink! As much as this looked like the perfect spot for another mojito, I figured it’d be better if I didn’t drink alcohol, today, so I had a fresh lemonade while Kathrin ordered a Cuba libre (coke + rum).

JUST ONE PROBLEM… WHERE WERE JASON AND ISMAY?

The night before, we had agreed that we would meet Ismay and Jason in Cienfuegos. Ismay and I had each other’s phone numbers, so we’d just send a text message. But it appeared that my phone hardly had any service in Cienfuegos. Finally, after many attempts, I got to send one message (in which I told her we were at the Palacio de Valle to watch the sunset), but I didn’t get a response so I didn’t know if she had received it.

I was just thinking about leaving the place and trying to find them at their casa (of which I had the address), when two familiar faces walked to our table. Just in time to enjoy an amazing seaview sunset. :)

When the sun was gone, the four of us shared a taxi back to the city centre. After a short stop at a WiFi park (Parque Martí), we went for some food. I was still a little scared to eat unknown food, but I had some fries and a few bites of salad. Afterwards, we walked to the casa of Jason and Ismay. They said it was a great place, because instead of just one room they had a whole appartment to themselves – and indeed, it was a nice place to hang out and play some drinking games.

Unfortunately, just after 11 pm their land lady decided it was time for me and Kathrin to leave, so we said the others goodbye, got ourselves a sort-of-shady taxi and went to bed…

IT WAS MY BEST NIGHT IN CUBA SO FAR

Seriously. In Havana I slept in a very basic hostel bed, in warm dormitory with 4 others and a humming fan. In Vinales I did have a good bed and a silent roommate, but the town itself was quite loud (roosters awake from 4 am, babies awake from 5 am, et cetera).

None of this was a real problem to me, since I’m quite good at sleeping everywhere, but wow, the casa in Cienfuegos had it all: an excellent bed, a silent neighborhood, perfect temperature. And I wasn’t the only one who woke up on Friday feeling totally rested – Kathrin also said it was the best night for her in days.

After breakfast, I went for a run! I really wanted to go running in Cuba, so I brought my stuff with me, but up until now there hadn’t been a good opportunity. But Cienfuegos, with its wide, sunlit streets, was perfect. I went for a 5K along the Malecón. It was hot – and I loved it.

After a cold shower and about a liter of water, I packed my stuff, just like Kathrin, and we went back to the Viazul bus station. Although I felt I’d actually not seen much of Cienfuegos, it was time to move on to Trinidad. In the end, my travel companions decided to to the same – I have to say I was pretty happy about that, because I really liked exploring Cuba together and we were having a good time.

The others still had to book their bus tickets – during the whole trip, it appeared I was quite much of a control freak, compared to the others :’) , since I’d pre-booked everything. But hey, all my travel companions had months to travel, while I only had 13 days in Cuba, so I’m still happy I didn’t have to worry about my casa’s and transportation. It really saved me a lot of precious time waiting in lines/looking for accommodation.

Nevertheless, this afternoon I did have to wait in order for the others to get ready. First of all, we couldn’t find Jason and Ismay (again…), but while I went looking for them, I did find Jono, the other Australian guy we’d met earlier. He had gone diving for a few days and was now also heading for Trinidad.

The three of us (me, Kathrin, Jono) decided to get a taxi collectivo together. That meant I’d bought my bus ticket for nothing, but it was only 6 CUC and I decided having good company – and not having to find each other AGAIN without the possibility to send text messages – was worth a few extra CUC for the taxi. Up until now, I had already saved a lot of money by sharing all my casa’s with friends.

ABOUT MEETING FRIENDS

Let me say one more thing about this ‘trying to find each other without phone communication’ thing. Actually, I thought it was quite funny and an interesting experience. You know, we’re all so used to being able to call/text one another all the time. In Cuba, you can’t rely on that, so you have to make appointments, like: “Let’s meet tomorrow at 11 am in front of this-or-that-building.” Or: “We’ll see each other in Trinidad in our own casa, around 4:40 pm. If not, we’ll meet at 6:30 at the main square.”

And somehow, things always turned out fine. Like today: just when we’d given up on finding Jason and Ismay (we figured we’d find them in Trinidad, since we had each other’s casa addresses), I saw the two of them walking down the street. I jumped out of the taxi and ran toward them. Apparently they’d already booked bus tickets for later that afternoon, so we made some solid appointments about where and when to meet each other in Trinidad.

What followed, was another really nice and bumpy ride – in an extremely rusty and creaky old timer taxi. The landscape between Cienfuegos and Trinidad is really beautiful, and the ride took us less than 1,5 hours. I’d really recommend anyone to take a taxi for this trip, since there are more than enough taxi drivers in Cienfuegos offering you a ride to Trinidad (never pay more than 8 CUC per person, though – sometimes you can get it for 6).

O yes, I really enjoyed that ride. Writing this, I actually feel a little homesick – especially now that it’s really cold and snowy outside, here in Utrecht. Can I go back?

Yes, we drove in this thing for 1,5 hours – and at quite a speed, too. Our luggage was on top of the car. You can hardly believe it doesn’t fall apart, right?! ;)

Semi-kort update-blogje

Wat vliegen de weken ineens weer. Zo zit je vijf van de zeven dagen thuis, zo ben je plots weer elke dag op pad. En ja, dan is er ineens ook een stuk minder tijd om te schrijven… Ik heb ontzettend veel plannen voor Suushi, loop over van de schrijf-ideeen, maar heb eenvoudigweg geen tijd om ze uit te werken. Luxe-probleem hè?

Goed, even kort dus maar. Wat spook ik allemaal uit?

vkstuk

  • Vorige week werkte ik een groot deel van de tijd aan een artikel voor Vonk, het zaterdagkatern van de Volkskrant. Over hoe media omgaan met rapporten zoals dat van de commissie-Oosting, over de Teevendeal. ‘Eerst nieuws brengen, dan pas filteren’…. Je kunt het hier lezen.
  • Tussen het schrijven door ook nog tijd voor hardlopen, chillen op m’n balkon in de zon met wijntjes & kletsen met vriendinnen.
  • En o ja! Ik schreef me in voor de halve marathon van Eindhoven. Op 9 oktober sta ik aan de start, samen met een paar vriendinnen. Spannend weer, zin om te trainen, yes, let’s go.
10kveerle
Samen met m’n nieuwe vriendinnetje Veerle beet ik alvast ‘t spits af, zondag.
  • Vrijdagavond nam Tom me als verrassing mee uit eten. In Maarssen, of all places, bij een espressobar (!) waar ze een paar keer per maand heerlijke driegangenmenu’s serveren. Je verzint het niet. Maar echt, dikke aanrader. Binnenkort meer hierover. (Al durf ik niet te zeggen wanneer – zoals ik zei, drukke weken.)
  • We gingen ook nog naar IKEA (op zaterdagmiddag nota bene! En we maakten zelfs geen ruzie!), gaven een berg geld uit aan nieuw meubilair en richtten de extra kamer in ons huis in als kleine werkruimte met bureau. Eerst fungeerde die ruimte vooral als berghok van zooi & verhuisdozen, dus ik ben blij om te zien dat Tom er op dit moment lekker aan het gamen is.
  • Al een maand wonen we nu in het nieuwe huis – wat zeg ik: vijf weken! En we moeten nog stééds de lampen en schilderijen ophangen.. en gordijnen kopen.. en overbodige troep in de schuur naar de kringloop brengen.. met andere woorden, die verhuizing houdt me nog wel even bezig.

Overigens genieten we intussen allebei wel enorm van het nieuwe huis. Toch was het best gek om vorige week de sleutels van ons oude plekje in te leveren. End of an era… Terwijde, je was fijn. Maar o, wat is het leuk om ineens zo dichtbij de stad te zitten en te kunnen lopen (LOPEN!) naar vrienden toe.

Deze week werk ik vier dagen bij NU.nl. Zo onderhand zitten mijn inwerkdiensten er bijna op; donderdag heb ik mijn eerste ‘echte’ dienst. Toch nog best spannend. Het is leuk op de redactie in Hoofddorp, ik werk in een gezellig team en leer veel nieuwe dingen op de economieredactie.

Tussendoor tik ik ook nog hard aan een andere deadline voor de Volkskrant en daarnaast ben ik ook bezig met een erg leuk stuk voor Adformatie. Dat hoeft pas eind juli af, maar aangezien die maand nog veel drukker gaat worden, schrijf ik het ‘t liefst zo veel mogelijk nu al.

Over anderhalve week gaan Tom en ik samen een paar dagen lekker naar Texel. Barcelona stond ook hoog op mijn travel wishlist, maar Tom wilde liever niet vliegen (want: klimaat!) en daar had ‘ie eigenlijk wel een punt. Dus waarom dan niet je eigen land verkennen? Nu ken ik Texel al redelijk, maar hij nog niet en het is een fijn eiland. Lekker burgerlijk wandelen, fietsen, spelletjes spelen en lekker eten… Uitwaaien bovendien, voor op 1 juli weer een hoop gaat veranderen.

Want dan begin ik drie dagen in de week als tekstschrijver bij Einder!

Ik kan niet wachten.

footosuus

PS. Kort, kort..ja ik weet het, 570 woorden is niet echt een kort blogje hè. Sorrynotsosorry.

 

Fed Up

Hoi, ik ben Suus en ik ben verslaafd aan suiker.

“Hallo Suus.”

OK, misschien overdrijf ik een beetje.

Maar nadat ik deze week de documentaire Fed Up keek, dacht ik toch weer: ja, iets minder suiker, dat kan geen kwaad.

Ik zag het NPO Gemist-linkje al minstens vier keer voorbij komen in mijn Facebook- en Twitterfeeds. Niet alles bleek nieuw voor me, maar er zaten een hoop opfrissertjes tussen. En die deel ik graag met jullie.

Noot: zomaar wat notities en observaties die me te binnen schoten tijdens het kijken. Zelf oordelen? Check die docu! Hij duurt anderhalf uur en het eerste kwartier dacht ik ‘uh, waar gaat dit heen’, maar daarna werd het dus mega-interessant.

Het gaat natuurlijk allemaal om Amerika, deze documentaire. Toch vrees ik dat we hier in Europa hard op weg zijn dezelfde kant op te gaan. Ook hier vind je op alle stations voedselverleidingen. Ook hier zijn er kinderen die opgroeien met suiker in overvloed. Die niet beter weten dan dat ze lam en hangerig zijn van de K3-koekjes en pakjes Taksi waar ze dagelijks op leven.

En: ook hier zit in een groot deel van de spullen die je in de supermarkt kunt krijgen (toegevoegde) suiker en ook hier denken veel mensen nog steeds dat ‘light’ staat voor gezond.

Nee, zegt Fed Up. Want:

  • Een light-product is, wat de voedselindustrie je ook wil doen geloven, geen gezond alternatief. Bij veel lightproducten is het vet vervangen door suiker. En daarmee ben je eigenlijk nog verder van huis dan wanneer je “gewoon” het volle product (met mate) eet.
  • Bovendien: als je cola light drinkt of een ander product met aspartaam/stevia/zoetstof, reageert je lichaam op die zoetstoffen precies hetzelfde als op suiker. O YEAH IETS ZOETS, denkt je lijf, ‘laat ik gauw meer insuline aanmaken’. En te veel insuline zorgt er dus voor dat sneller vet wordt opgeslagen. Daar komt nog bij dat het zoete ook maakt dat je hongerpikkel wordt gestimuleerd.
  • Suiker is verslavend. Dezelfde gebieden in je brein lichten op als bij heroine/cocaine. In feite is suiker zelfs 8 keer verslavender dan cocaine.
  • De voedselindustrie is écht ontzettend machtig. En is er niet uit om jou gezond te houden, maar om geld te verdienen.
  • Vruchtensap wordt in je lichaam op precies dezelfde manier verwerkt als cola. Eet liever heel fruit, want daarin zitten nog vezels die het ‘schadelijke’ effect van de grote hoeveelheid suiker afremmen.
  • Veel zinniger is het om kant-en-klaar/bewerkt voedsel te laten staan en zelf te koken, zodat je gezonde maaltijden eet waarvan je zeker weet dat er niet een paar eetlepels suiker in verstopt zit.

Klinkt allemaal best logisch. Niet héél verrassend, zou ik zelfs willen zeggen. Maar daarnaast waren er ook dingen waar ik toch wel een beetje van schrok:

  • Dat je niet dik bent, wil niet zeggen dat je niet ongezond bent (!). In deze valkuil trap ik wel eens. ”Ach, ik kan het hebben’, denk ik dan, en vreet nog maar een paar koekjes/reep chocola weg. Maar volgens experts in deze documentaire bestaat er ook zoiets als “dun van buiten, dik van binnen”. En dat heeft dezelfde gezondheidsrisico’s (hartziekten, kanker, diabetes, et cetera). Hoe je lijf eruit ziet is dus lang niet altijd representatief.
  • Sommige voedingsproducten maken je letterlijk dik. Dat komt doordat ze alleen van suiker gemaakt zijn; dat zorgt ervoor dat meer insuline wordt aangemaakt. En insuline (= een hormoon) zet glucose in je lichaam direct om in vet. “Dat is simpelweg de taak van insuline.”
  • Logisch gevolg van het bovenstaande: twee producten die evenveel calorieën bevatten, kunnen door je lichaam volledig anders worden verwerkt. Een twee volkorenboterhammen zijn dus niet te vervangen door een chocolate chip cookie. ;) Calorieen tellen zegt dus niet alles. (Dat gevoel had ik altijd al, want als alle glazen wijn die ik in mijn leven heb gedronken 1 op 1 zou hebben ‘meegeteld’, zou ik 100 kilo wegen ;p).

Wat me tot slot nog bij blijft:

  • De docu laat treffend zien hoe de voedselindustrie in haar lobby steeds met de vinger wijst naar “meer bewegen”. Dat heeft maar tot op zekere hoogte zin. It is about the food, we’re eating.
  • Eén maaltijd met veel suiker of 1 glas frisdank op z’n tijd maakt je niet dik, maar jarenlang dagelijks dit soort producten eten wel.
  • Gezondheidsorganisaties adviseren om niet meer dan 10 procent van je dagelijkse voeding uit suiker te laten bestaan. Shit, dat is bij mij sowieso veel meer. :’) (Ik denk niet dat ik dit echt ga veranderen want ik voel me prima en heb een gezond gewicht, maar het is nuttig om te weten.)
  • “De overheid [in de VS] subsidieert in feite de obesitas-epidemie”, aldus Michael Pollan.
  • Magere producten > te veel kaas > campagnes om mensen meer kaas te laten eten (‘cheese, glorious cheese’). Interesting.

En o ja, wat me misschien nog wel het meest aan het hart ging: die arme kindjes…

Fed Up is te zien op Uitzending Gemist.

41Q2hiuZPSL._SX200_QL80_

LET OP: de documentaire is maar beschikbaar tot 9 juni! Snel zijn dus. ;) (Al kun je hem vast ook elders vinden.)

 

 

Lekker eten in Utrecht: dineren in de watertoren

Sinds ik een jaar geleden voor het eerst hoorde over ‘het restaurant in de watertoren’, wilde ik naar WT Urban Café & Kitchen. Al helemaal toen één van mijn AD-collega’s er was geweest: zo stampvol, zei hij, dat je twee maanden van tevoren een tafeltje moet boeken.

Duidelijk: dat moest ik meemaken.

Begin mei gingen we in Tolsteeg wonen, om de hoek bij de watertoren. Nu keek ik elke dag uit op die toren, met in de top het mysterieuze restaurant dat in mijn hoofd al bijna mythische proporties aannam.

Maar hé, als freelancer in betweeen opdrachtgevers ga je niet zomaar >50 euro p.p. uitgeven aan een avondje uit. ‘Zodra ik weer voltijd wérk heb’, beloofde ik Tom, ‘neem ik je mee.’

Dus deze week was het zover! (JA, ik heb werk en JA het is geweldig, ik vertel er gauw meer over, maar niet vandaag.)

1050_groot
De watertoren. (Foto: Architectuurbureau.nl)
12107913_940359312699610_931949258202231152_n-225x300
Deze foto is gemaakt vanuit een hijskraan in de buurt. (Foto: Bouwbedrijf Stokkers)
watertoren4
Laatste 3 foto’s (c) WT Urban Cafe & Kitchen

watertoren3 watertoren2

‘Het is een beetje de Eiffeltoren, maar dan voor Utrecht’, zei Tom toen we op de verjaardag van Joyce waren en hij ook vanuit haar huis de toren kon zien. De watertoren is een ijkpunt in de stad, of in elk geval in dit stadsdeel.

Restaurant WT Urban Cafe & Kitchen zit op de 9e en 10e verdieping. (Ik kon zo gauw niet vinden hoe hoog de toren precies is, weet iemand dat?) Met de lift ga je naar boven. Hoewel het 1 restaurant is, reserveer je specifiek voor 1 van de verdiepingen, omdat die erg verschillend zijn.

De 9e verdieping is industrieel ingericht, met weliswaar kleine ramen maar fijne zitjes en zicht op de open keuken. Een wenteltrap brengt je omhoog naar de 10e verdieping, die muren van glas heeft en een prachtig uitzicht geeft op Utrecht.

Gaaf dus, die 10e verdieping en dat is ook te zien aan de wachttijden: ik had het geluk dat ik op de avond zelf nog even keek op de site en er 1 plekje vrij was. Anders was de eerstvolgende datum met vrije plaatsen 1 augustus (!!) geweest. Op de 9e verdieping kun je nu ongeveer half juni terecht – of dus, als je geluk hebt, spontaan op een avond wanneer andere gasten hebben afgezegd.

Genoeg over praktische zaken. Belangrijker: HOE IS HET ETEN?

Tom1voorgerecht

We begonnen de avond beiden met een goed glas chardonnay. (Cliché misschien, maar van de soorten wijnen die de serveerster opnoemde klonk deze gewoon het lekkerst.) Al gauw kwam daar een warm, knapperig broodje bij met beurre noisette en wat gerookte ham. Nom.

Bij WT Urban Café & Kitchen kies je een 3-, 4- of 5-gangenmenu (voor 34 / 39 / 44 euro). Bijpassende wijnen zijn 6 euro per glas.

Wij gingen voor vier gangen. Mijn voorgerecht was een soort vijgentaartje op bladerdeeg, met frambozen, iets van room en nog wat smaakmakers. Ik had eigenlijk de gemarineerde zalm besteld, maar blijkbaar was er iets misgegaan bij het bestellen en ik vond dit eigenlijk ook wel prima.

Hoewel: het was lekker, maar ik had ook een beetje het gevoel dat ik een toetje aan het eten was. Nu ben ik best een zoetekauw, maar (zelfs) wat mij betreft had dit voorgerecht wel een tikje hartiger gekund.

Tom had intussen sashimi van hamachi, een Japanse vissoort die lijkt op makreel. Smaakte goed.

Als ‘tussengerecht’ had ik burrata, een soort verse mozzarella die is ingespoten met room, zodat ie fluweelzacht wordt. Tom had eend met een Aziatisch tintje. Niets op aan te merken.

Eend (Tom) en burrata (Suus).
Eend (Tom) en burrata (Suus).

Het hoofdgerecht spande voor mij de kroon. Ik had rundvlees uit Nieuw-Zeeland – tja, erg milieuvriendelijk was het niet, maar wel erg lekker. Fluweelzacht, goed gegaard vlees met fantastische sauzen en garnituren erbij (zoete wortel, tuinbonen, waterkers, mousse van bieten).

Het lamsvlees van Tom was ook heerlijk. Hij had er een soort currypasta bij met veel komijn, en ook asperges en nog wat andere groenten.

Voor de oplettende kijker:  ja, halverwege de avond zijn Tom en ik inderdaad van plek gewisseld. Zodat hij ook eens direct uitzicht had op de stad!
Voor de oplettende kijker: ja, halverwege de avond zijn Tom en ik inderdaad van plek gewisseld. Zodat hij ook eens direct uitzicht had op de stad!
watertoren3
Bijzonder: de zwarte ‘spikkels’ zijn stukjes gerookte zwarte olijf. De ziltige smaak ervan paste goed bij de maaltijd.

Overigens: noem me een barbaar, maar een bakje verse frites of iets anders aardappel-achtigs had hierbij niet misstaan.

En dan het toetje! Ik heb er helaas geen foto’s van, maar geloof mij: het was heerlijk. Zodra de serveester de woorden ‘moelleux au chocolat‘ uitsprak, wist ik genoeg – dat ging ik eten, sowieso. Mijn tafelpartner had een creatief dessert met peer op vier manieren. Omdat we de volgende dag weer vroeg op moesten besloot ik de dessertwijn te skippen, maar aan de tafel naast ons zag ik al dat dat ook een goed idee was geweest.

Na afloop van het diner liepen we nog even naar buiten, een rondje om de toren heen.

watertoren5
Deze & de andere foto’s van het restaurant: WT Urban Cafe & Kitchen.

watertoren6

OK, recap please: wat vonden we ervan?

GOED:

  • Mooi menu, verse ingrediënten, prima presentatie op je bord. Kortom, een ‘luxe’ uitstraling heeft WT Urban Café & Kitchen zeker. Knisperende groenten, het vlees is goed gaar en de wijnen passen er uitstekend bij.
  • Het unique selling point van dit restaurant is natuurlijk het uitzicht over de stad maakt. Dinner with a view, dat maakte voor mij toch wel echt de ervaring. Spectaculair.
  • De serveersters weten waar ze het over hebben. Van tevoren werd het menu goed uitgelegd, bij elke gang werd een toelichting gegeven en ook met de wijnkennis zit het goed.
  • We kregen zonder problemen een karaf kraanwater geserveerd en het broodplankje vooraf was inclusief (/gratis). Zeker dat eerste mag je misschien ook verwachten als je meer dan 100 euro betaalt voor 2 personen, maar ik vind het toch altijd een fijn pluspunt als men niet moeilijk doet over water, wanneer je al wijn hebt besteld. Dat is helaas nog niet overal zo…

MINDER:

  • Het eten was prima, maar ik heb in deze prijsklasse ook (nog) beter gegeten. Waar dat aan lag? Ik kan er de vinger niet goed op leggen. Misschien waren sommige gerechten toch net iets te veel verschillende smaken. Drupje van dit, drupje van dat, allemaal lekker maar daardoor springt niets er echt uit.
  • Op de 10e verdieping stonden de tafels wel érg dicht op elkaar. Halverwege de avond wisten we van de drie stellen om ons heen precies wie ze waren en wat ze te bespreken hadden (en zij dus ongetwijfeld ook van ons). Ruimte om ‘privé’ met elkaar te praten was er voor mijn gevoel te weinig.
  • Klein maar niet onbelangrijk puntje: de stoelen – die toch comfortabel ogen – zaten een beetje matig. Halverwege de avond kregen Tom en ik allebei pijn in onze onderrug en we zagen ook verschillende andere gasten over hun rug wrijven en steeds verzitten.

WT zit er pas anderhalf jaar. Het is een goed restaurant, dat zeker ook nog ruimte heeft voor verbetering. Ik denk dat ik de volgende keer kies voor de 9e verdieping – daar heb je weliswaar geen uitzicht, maar wel wat meer ruimte om in rust te dineren.

Het loont in elk geval de moeite om over een tijdje nog eens te gaan kijken.