A little bit of everything, all rolled into one

Kind en water

Conclusie na drie smartphonevrije dagen: je moet niet het kind met het badwater weggooien.

Wacht, voor je denkt dat ik een lofzang ga afsteken over mijn iPhone: het was allereerst heel fíjn, dat weekend zonder telefoon. Ik heb heerlijk rustig zitten lezen op de bank (zonder dat ik steeds naar dat ding greep). Het was een verademing om eens niet de ochtend te beginnen met het checken van nieuwssites, maar gewoon de rolgordijnen open te doen en m’n boek te pakken.

En het was ontnuchterend om maandagochtend te merken dat ik nauwelijks noemenswaardige appjes had. Vooruit, een paar, maar niet iets waar ik uren van m’n weekend aan had hoeven besteden. Wederom concludeerde ik: gebruik genereert gebruik.

Over gebruiken gesproken, in Trouw las ik laatst dat sociale media en drugs de enige producten zijn waarvan we de klanten ‘gebruikers’ noemen. Nou vond ik dat nogal een sterk statement (volgens mij gebruik je ook shampoo, toetsenborden en je pinpas) maar het zette me wel aan het denken.

Dit weekend besefte ik dat er inderdaad een parallel te trekken is met drugs. Maar dan in de zin van: zoals niet alle drugs “slecht zijn, punt”, geldt dat ook niet voor je smartphone.

Vandaar dus dat badwater.

Spontane roadtrip
Kijk, ik miste het dit weekend namelijk best om een podcast te luisteren tijdens het wandelen. En toen we vrijdagavond eten bestelden, moest ik B’s telefoon lenen om te kunnen betalen via iDeal. Bovendien was het wat omslachtig om Spotify via m’n laptop op de speakers in de woonkamer aan te sluiten. Geen onoverkomelijke dingen allemaal, maar op zulke momenten is die telefoon best handig.

Sterker nog – en nu komt een kleine bekentenis – op zaterdagmiddag besloot ik voor een spontane road trip m’n telefoon tóch aan te zetten. In eerste instantie had ik bedacht om ‘m alleen voor de zekerheid in de achterbak te leggen. De vriendin met wie ik op de heenweg reed had immers ook Google Maps (en ik had zelfs de route vooraf kunnen opzoeken en noteren op een papiertje!), en op de terugweg kon ik voor de verandering best eens gewoon radio luisteren.

Maar toen was ik plots laat, besefte dat de deurbel van die vriendin het niet deed (ik bel haar als ik voor de deur sta en dan komt ze naar beneden om open te doen), en wist toch eigenlijk niet precies hoe ik mezelf door alle smalle eenrichtingsstraatjes van Utrecht zou moeten navigeren.

En toen dacht ik: wat maak ik het mezelf moeilijk. Dient dit nog z’n doel?

Pure coke
Precies van daaruit – dat doel –  kwam ik dus bij die geestverruimende middelen uit. Kijk, apps als Google Maps, een meditatietimer, mobiel bankieren of je podcastbibliotheek zou je kunnen vergelijken met psychedelica. Net als bijvoorbeeld truffels moet je zulke applicaties niet in overvloed gebruiken (dat laat je trouwens sowieso wel uit je hoofd), maar ze kunnen een nuttig doel dienen. Ze brengen je dichter bij jezelf, stuwen je ontwikkeling of helpen je een handje in het leven – kortom, ze brengen je verder.
En oké, vaak geven ze plezier.

Instagram, Facebook, Gmail en nieuwssites daarentegen zijn pure coke. Lijken ook plezierig maar zijn destructief, zuigend, houden je juist weg bij jezelf. Op lange termijn word je er een zombie van.

In andere metaforen schreef Lisa eerder deze week over de smartphone als fopspeen en gokmachine. En Dominique maakte een inspirerende blog over je telefoon bewust dommer maken.

En precies dat inzicht was voor mij de meerwaarde van dit weekend. Nee, ik hoef geen leven zonder iPhone. Ik ben blij met de features die m’n leven werkelijk léuker en makkelijker maken. Maar die features zijn nu juist níet de apps waarbij ik de neiging heb om eindeloos aan het scherm te blijven plakken.

En ik wil niet de hele dag door shots hoeven van dat ding.

0

Clean

Stoppen met sociale media was misschien wel het beste besluit van afgelopen jaar. Grote kans dat het in elk geval de beslissing was met de meeste impact op mijn leven.

Voor de volledigheid: ik ben niet helemáál gestopt. LinkedIn gebruik ik nog voor mijn werk* en ik ben, ondanks een paar halfslachtige pogingen, nog niet van WhatsApp af. De criticus zou eraan kunnen toevoegen dat YouTube toch eigenlijk óók een sociaal medium is.

Fair enough.

Maar verder ben ik clean. Geen Facebook, Twitter en Instagram meer voor mij. Nu al ruim een jaar en twee maanden. Dat is meer dan vierhonderd dagen.

En wat een bevrijding is het.

Oké, soms mis ik het – een beetje. Gewoon even scrollen op Insta. Zien wat m’n vriendinnen uitspoken, gluren wat vage kennis X aan het doen is of opzoeken hoe het nou eigenlijk gaat met oud-schoolgenootje Y.

En héél af en toe overweeg ik serieus: moet ik niet tóch weer op sociale media? Zijn daar niet juist enorme kansen om impact te maken, om mijn blog en YouTube-kanaal te laten groeien, om meer mensen te bereiken? Is het niet jammer dat ik nu geen lid kan worden van inspirerende groepen op Facebook, waar mensen tips delen over veganisme en duurzaam leven?

Ja, vast.

Maar telkens kom ik weer tot dezelfde conclusie: de voordelen wegen – voor mij – niet op tegen de nadelen. Zeker de laatste maanden, met de coronagekte en bakken complotdenkers en fake news-taferelen, denk ik bijna wekelijks: god, wat ben ik blij dat ik niet meer op die kanalen zit. Ik heb niet de illusie dat ik daardoor géén bubbel om me heen heb, maar het scheelt toch aanzienlijk.

Al die bakken breinvervuiling gaan mooi aan me voorbij.

Want dat is het, hè: met welke informatie voed je je brein? Ik geef mijn hersenen liever niet te veel fastfood. Tuurlijk, soms even snacken is best lekker – zo nu en dan kan ik keihard genieten van een avondje loos ronddolen op YouTube, of even struinen over de showbizzpagina’s van NU.nl. Ben ik ook primadeluxe-tevreden mee.

Soms wil je gewoon McDonald’s.

Maar met Instagram en Facebook was het niet zo. Ik was daar élke dag. Om niet te zeggen: elk uur. Alle wachtmomentjes, treinreizen, verloren minuutjes en wc-bezoeken hing ik te slurpen aan dat scherm. Jarenlang knalde mijn schermtijd standaard over de vier uur – soms zelfs zes.

Tegenwoordig zit ik op gemiddeld twee uur per dag. Dat betekent dat ik de afgelopen 400 dagen óók minstens twee uur per dag aan ándere dingen kon besteden dan aan mijn smartphone (en smartphone was bij mij vooral sociale media).

Even rekenen, dat is dus 800 uur, ofwel 33 volledige dagen. Ja, zo simpel is het: het afgelopen jaar had ik een dikke máánd extra om te leven.

33 dagen tijd voor mijmeren. Schrijven. Boeken en magazines lezen. Pianospelen. Praten met vriendinnen. Yoga’en. Wandelen. Fietsen. Puzzelen. Koken. Taartjes halen en opeten. Me verdiepen in thema’s die me boeien (en waarover je hier de laatste tijd regelmatig leest).

En tijd om, gewoon, aan te rommelen. Voor me uit staren. Op nieuwe ideeën te komen. Te voelen. Shit man, een máánd. Ik vind dat nogal wat.

Lees ook: 10 tips om minder op je smartphone te zitten.

Dit klinkt misschien allemaal een beetje als een praatje van een productiviteitsgoeroe: “kijk eens hoeveel tijd ik bespaar!” Maar eigenlijk is dat niet mijn punt. Waar het om gaat, is dat ik veel meer mijn eigen nieuwsgierigheid volg – in wat ik lees, kijk, doe – in plaats van dat ik de dingen consumeer die me toevallig door een of ander algoritme worden voorgeschoteld.

Vroeger voelde ik me aan het einde van de dag vaak knettergaar, overprikkeld en ongeïnspireerd. Dat is nu nauwelijks nog het geval – zelfs niet met de volle werkweken van de laatste tijd. Mijn creatieve brein bruist als nooit tevoren. Is het toeval dat ik tegenwoordig meer schrijf hier dan in jaren?

Wakker ben ik.
En dat wil ik graag nog even blijven.

*LinkedIn gebruik ik voor mijn werk – dat argument zou je ook voor de andere social-kanalen kunnen gebruiken, maar ik heb de afweging gemaakt dat LinkedIn mij meer oplevert dan kost. Bovendien lukt het vrij aardig om dit netwerk niet te gebruiken als een schermjunkie.

1+

10 tips om minder op je smartphone te zitten

Na die twee verhalen vol mijmeringen over mijn nieuwe ‘telefoonvrije’ leven denk je natuurlijk: DAT WIL IK OOK, en vraag je je misschien af hoe ik dat aanpak.

Natuurlijk, in de ideale situatie begin je net als ik met een paar weken cold turkey zonder smartphone, bijvoorbeeld als je op vakantie gaat. Ver weg van je normale leven zijn er een stuk minder verleidingen, en bovendien kún je die telefoon simpelweg niet toch stiekem weer pakken (en dat geeft veel rust).

Maar ook als je voorlopig geen reisje hebt gepland, kun je van alles doen om de rol en invloed van je smartphone in je leven minder groot te maken. Welke dingen heb ik veranderd en belangrijker, welke checks heb ik ingebouwd om te voorkomen dat ik over een paar maanden weer terug bij af ben?

1. Laat je iPhone thuis als je de deur uit gaat.

Inderdaad, dat kan niet altijd, maar veel vaker dan je denkt kan het wél. Naar mijn werk moet-ie mee (mijn telefoon is ook m’n werktelefoon), maar als ik boodschappen ga doen of afspreek met een vriendin heb ik dat hele ding niet nodig. En als ik naar het theater ga moet-ie sowieso op stil, dus dan kan ik hem net zo goed thuis laten.

Als je hem niet bij je hebt, kun je er ook niet op kijken.

Trouwens, vaak verleidt mijn brein me nog met de gedachte dat het “nu écht belangrijk is dat mijn iPhone meegaat”. Vanavond bijvoorbeeld ga ik naar wijnclub. Dan scan ik graag de etiketten van de flessen op Vivino, en regelmatig maak ik ook een paar foto’s. Maar nu ik erover nadenk: die wijnhuizen kan ik ook morgen thuis toevoegen aan m’n account, en er zijn genoeg anderen die foto’s maken (en zo niet, dan kan altijd m’n camera nog mee).

Dat avondje ‘rust’ is me die extra moeite wel waard – en netto levert dit me waarschijnlijk nog tijd op ook, want anders zit ik tussen wijnclub door steeds op m’n telefoon.

2. Zet je telefoon vaker een tijdje uit.

Zeker in het weekend kan dat vaak gewoon de hele dag, tenzij ik bijvoorbeeld even Runkeeper nodig heb omdat ik ga hardlopen. En ja, ik vond dit ook een onmogelijke gedachte voordat ik naar Italië ging en de iPhone thuis liet. Maar echt, het kan, en als je eraan went is het súperchill.

En als je telefoon toch aan moet (omdat je op je werk bereikbaar moet zijn), zet dan in elk geval internet uit. Zo komen er geen appjes of andere berichten binnen en kun je toch bellen als dat nodig is. Grappig is dat ik dit deze week voor het eerst deed op werkdagen, en vaak gewoon vergat dat ik mobiele data had uitgeschakeld. Pas ‘s avonds bedacht ik me dat ik daarom de hele dag ‘geen appjes’ had gekregen ;-)

3. Koop een ouderwetse wekker en zet die naast je bed. 

Zelf haalde ik dit digitale dingetje van IKEA (5 euro). Heeft ook nog een timer waarmee je kunt mediteren, top. Zo hoef ik mijn telefoon niet meer in de slaapkamer te hebben én is “mijn telefoon pakken” niet meer het eerste dat ik doe op een dag. Sterker nog, ik probeer er een gewoonte van te maken om het ding pas aan te zetten als ik na het ontbijt de deur uit ga.

4. Schaf een camera aan.

“Ik wil foto’s maken” is dan geen reden meer om je smartphone mee te nemen op reis.

5. Stop met sociale media.

Want ja, dan valt er meteen een stuk minder te ‘halen’ op die telefoon… je kunt je accounts op Facebook en Instagram deactiveren (da’s een stap minder rigoureus dan verwijderen). Wil je het grondig(er) aanpakken, laat dan je wachtwoorden veranderen door iemand anders. Dan kún je er simpelweg niet meer bij. :)

6. Denk na over wat je smartphone je brengt, en zoek naar alternatieven.

Ik word bijvoorbeeld blij van foto’s maken (daarom kocht ik een camera), track graag mijn hardlooprondjes (daarom denk ik erover een sporthorloge aan te schaffen) en luister graag muziek (daarom downloadde ik mijn favoriete playlists, zodat ik geen internet nodig heb om ze te beluisteren). En o ja, sociaal contact op WhatsApp vervang ik door vaker met mensen af te spreken (grappig genoeg krijg ik daar veel vaker zin in, nu ik niet al uren online met iedereen loop te kletsen!) en door te bellen of Skypen (zoals met mijn moeder in Zweden).

Denk ik er verder over, dan geloof ik ook dat mijn smartphone een ‘vlucht’ voor me is in situaties waarin ik me oncomfortabel voel, zoals wanneer ik bij veel onbekenden ben of als ik erg moe ben. Daar kan ik wat aan doen door a) beter voor mezelf te zorgen en b) kritisch te kijken naar de sociale activiteiten in mijn leven.

7. Begin met mediteren.

Eén tot twee keer per dag eventjes tot jezelf komen, zelfs al is het maar 2-3 minuten per keer, helpt je om te aarden – en trekt je uit de onrust die je naar je smartphone doet grijpen. Ik begon weer met mediteren nadat ik het nieuwe boek van Jelle Hermus las (Leven met wind mee). Ik ben medium enthousiast over dat boek, maar het is in elk geval erg praktisch, nuchter en toegankelijk geschreven, én het bereikte z’n doel: ik mediteer nu al ruim 3 weken dagelijks.

8. Zorg voor een ‘supportive’ omgeving.

Zelf heb ik het geluk dat mijn B niet of nauwelijks telefoonverslaafd is, niet op sociale media zit (behalve WhatsApp) en sowieso een hekel had aan dat ge-scroll van mij over Instagram. Vertel je naasten over je nieuwe voornemens, wees eerlijk over je telefoonverslaving en zeg hen ook dat ze je eraan mogen herinneren als ze het idee hebben dat je ‘terugvalt’ in verslaafd schermgedrag.

9. Realisme: besef dat je niet 100% zonder smartphone hoeft te leven.

Dat is voor veel mensen niet haalbaar anno 2019, en bovendien geloof ik ook niet dat het zo zwart-wit is: smartphones zijn wel degelijk superhandig. Bijvoorbeeld:

  • Om de weg te vinden met Google Maps.
  • Om dingen op te zoeken, zoals hoe laat de trein vertrekt of wat de hoofdstad van Tadzjikistan is.
  • Voor mobiel bankieren en bijvoorbeeld Tikkie, om makkelijk geld terug te vragen van mensen.
  • Ter ondersteuning van mijn hobby’s, zoals Runkeeper of Vivino (een app waarmee je kunt bijhouden welke wijnen je hebt gedronken).
  • Om podcasts en muziek te luisteren.

Superfijn dus, dat er smartphones zijn. Ik streef dan ook niet naar een leven zonder smartphone. Wél wil ik m’n iPhone een functionele rol geven in mijn leven (zoals uit het lijstje hierboven blijkt), en niet de leidende rol die het dingetje de afgelopen jaren had.

10. Zorg dat je helder en concreet voor ogen hebt waarom je het anders wilt. 

Deze laatste is misschien wel de meest essentiële tip. Voor mij zijn dit de belangrijkste reden om m’n iPhone een (véél) kleinere rol te geven in m’n leven:

  • Ik wil meer creativiteit in mijn leven. Daarmee bedoel ik: de vrijheid en ruimte in mijn hoofd om nieuwe ideeën te laten ontstaan.
  • Ik wil af van de stress die het met zich meebrengt om ‘altijd bereikbaar te zijn’.
  • Ik ben al tijden op zoek naar manieren om dichter bij mezelf te raken, en steviger in mijn basis te leren staan. Mijn smartphone ondermijnt dit, omdat ik steeds vlucht in contact met anderen, in levens van anderen en in verwachtingen die ik dénk dat anderen van mij hebben.
  • Tijdens twee telefoonvrije weken miste ik al die uren op sociale media totaal niet. Waarom zou ik elke dag drie uur besteden aan iets dat ik niet mis, wanneer het weg is?
  • Ik wil wél meer tijd vrij maken door dingen die ik graag vaker doe, zoals pianospelen, boeken lezen, koken en aanrommelen in huis.
  • Gesprekken op WhatsApp voelen niet als ‘gebeurtenissen in mijn leven’, kopjes thee en wijntjes met mijn liefsten wél. Ik besteed dus liever geen tijd meer aan appgesprekken, zodat ik tijd én energie overhoud voor offline sociaal contact.
  • Het leven is al zo kort. Elke dag 4 uur op mijn smartphone (en ja, dat deed ik gemiddeld) betekent per week 28 uur, per jaar 1.456 uur (!!!). Holy shit, ik zou die tijd veel liever anders besteden
0

Terugkomen

Ja, nog even over dat wegraken bij mezelf. Dat gebeurt weer, het gebeurde weer, ik besefte het toen ik vrijdag de hele dag alleen thuis was en me enorm rusteloos voelde. Almaar die smartphone pakken. Scrollen, checken, refreshen. Niet meer de aandachtspanne om een artikel te lezen, laat staan een boek.

O, en natuurlijk zijn er fases in het leven, ik hoef niet altijd dikke trilogieën te verslinden. Maar wat ik merk als ik zo veel online ben, zo veel op sociale media: mijn focus ligt zo veel bij anderen dat ik mezelf een beetje verlies. Niet dat ik me nu per se bewust loop te vergelijken met hoe anderen hun leven leiden (al doet het vast heus wat, al die meningen); het is subtieler. Ruis is het. Gebabbel, gedoe, afleiding. In principe niets mis mee maar ineens merk ik dat ik

slechter slaap
moeilijker alleen kan zijn
minder focus heb op werk
geen piano speel

en nee, dat is het me niet waard. Toch ingewikkeld, want dit schrijven brengt ook veel goeds. ‘Wat vind je het leukste aan dat bloggen’, vroeg een huisgenootje dat overweegt een blog te starten me zondagavond. Ik dacht even na en concludeerde dat dat toch de verbinding is, het offline contact dat ik krijg door dit online schrijven.

Een collega die m’n stukje leest en er een gesprekje over begint op werk. Een vage kennis met wie ik op een feestje direct een klik voel doordat ‘ie open tegen me durft te zijn – dat ben ik voor zijn gevoel immers ook al geweest, hier. Een goede vriendin die zomaar appt naar aanleiding van iets dat ik schrijf. Mijn vader, met wie ik relatief weinig bespreek maar die op Facebook vaak als eerste m’n stukjes liket.

En ja, natuurlijk is het leuk om afgelopen weken op Facebook allerlei comments te krijgen onder m’n stukjes – om de een of andere reden gebeurt dat daar veel meer dan hier. Maar ik heb nog geen manier gevonden om daar wél te posten (en die reacties te lezen) en mezelf toch te wapenen tegen het meegezogen-worden in die afleidingmachine.

Het enige dat ik kan doen is weer hallo tegen mezelf zeggen. Terugkomen. Voelen, ook al voelt (haha) dat in-mijn-hoofd-zitten alweer zo vertrouwd. Dus vrijdag gooide ik halverwege de middag alle social-apps weer van mijn telefoon. Uit de kast pakte ik een blaadje, lichtgeel, daar scheurde ik een strook vanaf en ik schreef op: verankeren in het moment.

Want weet je, eigenlijk is hier alles dat ik nodig heb.

0

Kijk je dagelijks meer dan een half uur op je smartphone, luister even naar Simon Sinek

Lieve mensen onder de 35 jaar: als je vandaag – nee, wat zeg ik, deze maand! – één YouTube-video kijkt, laat het dan onderstaand fragment zijn.

Men, deze man zegt rake dingen. Over leven, werk, liefde en je smartphoneverslaving (en wat dat allemaal met elkaar te maken heeft). Ik vind het bij vlagen akelig herkenbaar.

Eergens is dat ook een opluchting. Misschien ben ik niet de enige die af en toe het gevoel heeft dat het leven aan me voorbijgaat. Die ongeduldig is en altijd meer wil, altijd op zoek is naar iets diepers maar het niet lijkt te kunnen vinden.

Voor wie geen 15 minuten tijd heeft of nog even overtuigd moet worden, hier een aantal sterke fragmenten.

“We’ve all had that moment when we feel a little down and lonely. So we send out ten texts to ten friends, because it feels good to get a response. That’s why we count the likes, that’s why we go back ten times to see if [someone’s commented on our post]. (…) It’s because when we get likes, it releases dopamine. So it feels good.

“So there’s an entire generation that has access to a very addictive, numbing chemical – dopamine – through social media and cellphones, while they’re going through the stress of adolescence.”

“Too many kids don’t know how to form deep, meaningful relationships. They have fun with their friends, but they don’t count on them, because they know their friends will cancel on them when something better comes along.”

“It’s about balance. There’s nothing wrong with social media and cellphones, it’s the imbalance. If you’re sitting at dinner with your friends, and you’re texting someone who’s not there….that’s a problem. That’s an addiction. If you’re sitting in a meeting with people you’re supposed to listen to and speak with, and you have your phone on the table – face-up or face-down, I don’t care – that sends a subconscious message to the room: you are just not that important to me. And the fact you cannot put it away, is because you are addicted.”

“If you wake up and check your phone before you say good morning to your girl- or boyfriend or spouse, you have an addiction. And like with all addictions, in time it will destroy your relationships.”

“Now add the sense of impatience. You want to buy something, you go on Amazon and it arrives the next day. You want to see a movie, log on and watch a movie. You want to see a tv-show: binge! You don’t even want to wait a week for the next episode. You don’t even have to learn to date, you just have to swipe right. Everything you want, you can have instantaneously. Instant gratification. EXCEPT job satisfaction and strength of relationships. There ain’t no app for that. They are slow, meandering, uncomfortable, messy processes.”

“What this young generation needs to learn is patience. That some things that really, really matter, like love, or job fulfillment, joy, love of life, self-confidence, a skill set…all of these things take time. The overall journey is long and difficult.”

“The best-case scenario is that they never find joy, deep fulfillment in work or in life. Everything’s just ‘fine’, nothing more.”

“Trust doesn’t form in an event, in a day. It’s a slow, steady consistency.”

“When I go out with my friends, we leave our phones at home. Maybe one person will bring it, to call a cab or take a picture of our meal. But when you just say “don’t look at your phone” [it’s not enough]. Because when you go to the bathroom, what’s the first thing you do? Because we don’t want to look around the restroom for a minute and a half. But if you DON’T have the phone, you can just… enjoy the world. And that’s where ideas happen.”

—–

Ja, vooral dat laatste is zó waar – en een van de redenen dat ik zo baal van mezelf de laatste tijd. Want die kleine momentjes, die leegtes waarin iets nieuws kan ontstaan, waar ik mijn gedachten de vrije loop kan laten…. Die heb ik grotendeels wegbezuinigd. Er is altijd wel een appje te beantwoorden (en anders stuur ik er zelf een; gebruik genereert gebruik), altijd wel een nieuwe Facebook- of Instagrampost te lezen.

Eigenlijk doe ik mezelf daarmee enorm tekort. En soms ben ik bang dat er een moment gaat komen, waarop ik zo ontzettend veel spijt heb dat ik mijn twintiger jaren heb ‘verspild’ als schermzombie. LIFE IS NOW. So go, live it. It’s out there.

Leuk gezegd, maar wat kun je doen? Waar kun je nú mee beginnen?
Deze 3 dingen helpen mij enorm:

  • Wat Sinek ook zegt: koop een wekker. En leg je telefoon ‘s avonds in de woonkamer aan de lader in plaats van naast je bed. Ik kocht laatst voor vijf euro dit geweldige IKEA-dingetje, beste aankoop van het jaar. Heeft ook nog een timer (voor m’n dagelijkse plank-sessie) en een thermometer (weet niet zo goed wat ik daaraan heb, maar toch grappig).
  • Installeer een app die je telefoon blokkeert tijdens bepaalde uren op de dag. Ik gebruik QualityTime. Die houdt ook bij hoeveel uur ik dagelijks m’n telefoon gebruik; da’s regelmatig best confronterend. ;-) En eigenlijk nog beter: laat je telefoon tijdens werkdagen in je jaszak zitten, neem hem niet mee naar je bureau.
  • Ga je een dagje weg of op vakantie, laat dan je telefoon thuis. Een dag, weekend, week of drie weken; een paar keer per jaar een (mini-)detox helpt ontzettend om even ‘terug’ te komen bij waar het werkelijk om gaat.

PS. Overigens ben ik het niet op alle punten met Sinek eens; het stuk waar hij grote bedrijven de schuld geeft (op het eind),  haak ik een beetje af. Wat vinden jullie van zijn betoog?

 

0