Kijk je dagelijks meer dan een half uur op je smartphone, luister even naar Simon Sinek

Lieve mensen onder de 35 jaar: als je vandaag – nee, wat zeg ik, deze maand! – één YouTube-video kijkt, laat het dan onderstaand fragment zijn.

Men, deze man zegt rake dingen. Over leven, werk, liefde en je smartphoneverslaving (en wat dat allemaal met elkaar te maken heeft). Ik vind het bij vlagen akelig herkenbaar.

Eergens is dat ook een opluchting. Misschien ben ik niet de enige die af en toe het gevoel heeft dat het leven aan me voorbijgaat. Die ongeduldig is en altijd meer wil, altijd op zoek is naar iets diepers maar het niet lijkt te kunnen vinden.

Voor wie geen 15 minuten tijd heeft of nog even overtuigd moet worden, hier een aantal sterke fragmenten.

“We’ve all had that moment when we feel a little down and lonely. So we send out ten texts to ten friends, because it feels good to get a response. That’s why we count the likes, that’s why we go back ten times to see if [someone’s commented on our post]. (…) It’s because when we get likes, it releases dopamine. So it feels good.

“So there’s an entire generation that has access to a very addictive, numbing chemical – dopamine – through social media and cellphones, while they’re going through the stress of adolescence.”

“Too many kids don’t know how to form deep, meaningful relationships. They have fun with their friends, but they don’t count on them, because they know their friends will cancel on them when something better comes along.”

“It’s about balance. There’s nothing wrong with social media and cellphones, it’s the imbalance. If you’re sitting at dinner with your friends, and you’re texting someone who’s not there….that’s a problem. That’s an addiction. If you’re sitting in a meeting with people you’re supposed to listen to and speak with, and you have your phone on the table – face-up or face-down, I don’t care – that sends a subconscious message to the room: you are just not that important to me. And the fact you cannot put it away, is because you are addicted.”

“If you wake up and check your phone before you say good morning to your girl- or boyfriend or spouse, you have an addiction. And like with all addictions, in time it will destroy your relationships.”

“Now add the sense of impatience. You want to buy something, you go on Amazon and it arrives the next day. You want to see a movie, log on and watch a movie. You want to see a tv-show: binge! You don’t even want to wait a week for the next episode. You don’t even have to learn to date, you just have to swipe right. Everything you want, you can have instantaneously. Instant gratification. EXCEPT job satisfaction and strength of relationships. There ain’t no app for that. They are slow, meandering, uncomfortable, messy processes.”

“What this young generation needs to learn is patience. That some things that really, really matter, like love, or job fulfillment, joy, love of life, self-confidence, a skill set…all of these things take time. The overall journey is long and difficult.”

“The best-case scenario is that they never find joy, deep fulfillment in work or in life. Everything’s just ‘fine’, nothing more.”

“Trust doesn’t form in an event, in a day. It’s a slow, steady consistency.”

“When I go out with my friends, we leave our phones at home. Maybe one person will bring it, to call a cab or take a picture of our meal. But when you just say “don’t look at your phone” [it’s not enough]. Because when you go to the bathroom, what’s the first thing you do? Because we don’t want to look around the restroom for a minute and a half. But if you DON’T have the phone, you can just… enjoy the world. And that’s where ideas happen.”

—–

Ja, vooral dat laatste is zó waar – en een van de redenen dat ik zo baal van mezelf de laatste tijd. Want die kleine momentjes, die leegtes waarin iets nieuws kan ontstaan, waar ik mijn gedachten de vrije loop kan laten…. Die heb ik grotendeels wegbezuinigd. Er is altijd wel een appje te beantwoorden (en anders stuur ik er zelf een; gebruik genereert gebruik), altijd wel een nieuwe Facebook- of Instagrampost te lezen.

Eigenlijk doe ik mezelf daarmee enorm tekort. En soms ben ik bang dat er een moment gaat komen, waarop ik zo ontzettend veel spijt heb dat ik mijn twintiger jaren heb ‘verspild’ als schermzombie. LIFE IS NOW. So go, live it. It’s out there.

Leuk gezegd, maar wat kun je doen? Waar kun je nú mee beginnen?
Deze 3 dingen helpen mij enorm:

  • Wat Sinek ook zegt: koop een wekker. En leg je telefoon ‘s avonds in de woonkamer aan de lader in plaats van naast je bed. Ik kocht laatst voor vijf euro dit geweldige IKEA-dingetje, beste aankoop van het jaar. Heeft ook nog een timer (voor m’n dagelijkse plank-sessie) en een thermometer (weet niet zo goed wat ik daaraan heb, maar toch grappig).
  • Installeer een app die je telefoon blokkeert tijdens bepaalde uren op de dag. Ik gebruik QualityTime. Die houdt ook bij hoeveel uur ik dagelijks m’n telefoon gebruik; da’s regelmatig best confronterend. ;-) En eigenlijk nog beter: laat je telefoon tijdens werkdagen in je jaszak zitten, neem hem niet mee naar je bureau.
  • Ga je een dagje weg of op vakantie, laat dan je telefoon thuis. Een dag, weekend, week of drie weken; een paar keer per jaar een (mini-)detox helpt ontzettend om even ‘terug’ te komen bij waar het werkelijk om gaat.

PS. Overigens ben ik het niet op alle punten met Sinek eens; het stuk waar hij grote bedrijven de schuld geeft (op het eind),  haak ik een beetje af. Wat vinden jullie van zijn betoog?

 

Even weg, de diepte in

Schrijven is heerlijk, maar het is soms – zeker na een werkdag van, jawel, schrijven – ook iets waar ik me echt toe moet zetten. Op een schop-jezelf-onder-je-kont-en-doe-het-nou-eens-manier. En hoewel ik nog steeds duizend ideeen heb voor blogjes hier op Suushi, ontbreekt me even de energie om al die flarden uit te werken tot coherente stukjes.

Dat klinkt overigens misschien zwaarder dan het is, het is gewoon hoog tijd om even op vakantie te gaan. Precies wat ik ga doen. Maandagochtend vroeg rijden Tom en ik naar Frankrijk.

Maar niet voordat:

  • We uit eten zijn gegaan bij De Witte Zwaan, naar verluidt een fantastisch restaurant in De Bilt. Ik ben benieuwd – jullie horen er natuurlijk over, wellicht vanavond al op Facebook.
  • Tom 25 is geworden (morgen)
  • Ik de Tilburg Ten Miles heb gelopen (en daarvan een verslag heb getikt, misschien?)
  • De stress over wat-mee-te-nemen-als-je-gaat-kamperen is toegeslagen (nog niet, maar straks vast)
  • Ik mijn telefoon heb uitgezet en in een la gelegd.

Dat laatste is wel even een dingetje, want ik denk dat ik op dit meer smartphone/beeldschemverslaafd ben dan ooit. Zozeer, dat ik het gevoel heb dat het ten koste gaat van Essentiele Zaken: rust, ruimte om na te denken, leegte om op nieuwe creatieve ideeen te komen. Daarvoor moet je immers de stilte durven te laten zijn – best een opgave als je het mij vraagt, in een wereld van HONDERDDUIZEND DINGEN DIE NU NU NU JE AANDACHT VRAGEN.

Tijd om af te kicken dus. Loslaten, weggaan, et cetera. Om hopelijk opgeladen terug te komen. (Haha, deze zin staat er overigens wel heel raar als je onderstaand stuk tekst hebt gelezen, uh ja…)

Er gaat natuurlijk wél een schrijfboekje mee.

PS. Wat betreft dat afkicken/m’n mediagebruik anders inrichten, helpt dit stuk alvast enorm. In feite zou iedereen met een smartphone/social media-account/internet ;) het moeten lezen. Stof tot nadenken.

Fluitje van een trend / De Volkskrant (Wieteke van Zeil)

Een passage:

Als televisieseries de tijdgeest reflecteren waarin ze worden gemaakt, dan valt dit op: druk zijn is de norm geworden. Waar zijn de tijden dat Derrick met zijn kromme schouders en zijn uilenblik een kamer binnenstapte, op z’n dooie gemak rondkeek, tandenstoker uit zijn mond haalde en met twee geïnteresseerde vragen de juiste – onverwachte – verdachte tot een bekentenis bewoog?

Gaandeweg is de hoeveelheid werk die we hebben aan onze identiteit gaan kleven. Prestige is niet meer gelegen in het gemak waarmee iemand zijn dingen doet, maar in de werkdruk. Ga een gesprek aan met een gemiddelde hoogopgeleide twintiger, dertiger, of veertiger: grote kans dat in de eerste zinnen het woord ‘druk’ valt, als het al niet het beklagenswaardige ‘hectisch’ is. Dat geldt voor vrouwen én mannen. In mijn ervaring zeggen vrouwen het alleen iets directer (‘hoe gaat het?’ ‘Goed, druk druk druk, je kent het.’) en vatten mannen de vraag iets vaker op als nieuwsgierigheid naar hun recente curriculum (‘ik zit midden in project A, project B gaat als een tierelier, enorme winstresultaten, en project C staat in de steigers’). Druk = goed. Niks doen = falen – of hooguit ‘lekker opladen’ om daarna weer druk te kunnen worden.

En ook nog:

Het vergt concentratie en discipline om tot prestaties te komen die moeiteloos lijken. Maar daar wrikt het nou juist. ‘De meeste kenniswerkers zijn de hele dag als een malle aan het communiceren’, zegt de Amerikaanse expert Cal Newport in het interview dat Ianthe Sahadat in deze V met hem heeft. ‘We laten ons ritme bepalen door onze inbox, onze telefoon en vergaderafspraken. We verplaatsen informatie en noemen dat werk.’

Vooruit, nog één stukje dan wantikkonnietkiezen:

(…) Volgens de onderzoekers reden te concluderen dat het brein zich snel aanpast. Je hersens kunnen dus tot op zekere hoogte met afleiding leren omgaan, al scoorde concentratiegroep nog altijd het beste; het brein is niet gemaakt voor constant navigeren tussen onderwerpen.

Zoals Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton, waar diepe concentratie wordt aangemoedigd, eerder dit jaar het belang van rust voor zijn medewerkers in NRC omschreef: ‘Zie het als iets wat op de bodem van een zwembad ligt: pas als het water helemaal stil is, kun je het zien. Die stilte is noodzakelijk.’

Concentratie staat onder druk door versnelling, techniek en de totale vanzelfsprekendheid online te zijn. We staan altijd aan, onze tijd vult zich. We leven in een tijd van, om er nog maar een term bij te halen, ‘horror vacui’: angst voor de leegte.

PS. wil je meteen wat veranderen aan je gedrag, dan heeft De Correspondent een aantal goede tips om je smartphoneverslaving te verminderen.