• Een jaar

    Precies een jaar wonen we nu in ons nieuwe huis. Of nou ja, ‘nieuw’ is het dus eigenlijk niet meer. ;-)

    Ik heb het gevoel dat ik hier nog maar net woon en tegelijkertijd is het dus al de helft van het totale aantal maanden dat ik op de Floris woonde. Het is waar wat ze zeggen; naarmate de jaren verstrijken lijkt de tijd steeds sneller te gaan.

    Dat schijnt overigens een goede reden te zijn om regelmatig NIEUWE DINGEN te doen, ervaringen op te zoeken die je niet eerder had, de boel op te schudden, buiten je comfort zone te gaan. Je brein onthoudt ‘unieke’ herinneringen beter en daardoor lijkt het of je veel langer leeft – daarom lijkt twee of drie rondreizen ook altijd veel langer dan twee gewone werkweken. Ik vermoed dat dit ook de reden is dat 2020 gigantisch snel lijkt te gaan. Door corona zit ik zó veel thuis, dat de dagen al gauw een brei worden.

    Oké, maar ik dwaal af, want eigenlijk wilde ik het gewoon weer eens over de liefde hebben.

    Een jaar samen in één huis dus. Ik zit op de bank en beeld me in dat ik naar een timelapse kijk, dat ik de tijd voor mijn neus zie vooruitspoelen. Mensen vliegen in en uit, geuren vullen de ruimte en ebben weer weg, ik hoor pianoklanken en progressieve rock, toetsenbordgeratel en stilte. Lichtstralen flitsen op tafel en verdwijnen, gelach en gehuil, aanrakingen en afstand. De ramen bij vlagen een decor van regendruppels.

    Een jaar. Wat gebeurt er in een jaar?

    We sjouwden stapels dozen en meubels het huis in, geholpen door een topteam van vrienden.

    We besteedden uren aan gordijnen uitzoeken en opmeten, rails installeren, de juiste salontafel vinden, het bijpassende wollen vloerkleed uitzoeken.

    We ruimden de restjes op, kwamen tot rust.

    We organiseerden wijnclubavonden aan onze mooie eettafel van acaciahout.

    We vierden hier Oud en Nieuw samen met E en J, die gezellig een paar dagen bleven logeren en ook lekker hun gang gingen in ons huis.

    Ouders, broers, zussen, vrienden en vriendinnen kwamen eten.

    Ik bakte tientallen broden. En af en toe muffins, brownies en taarten.

    We kregen corona en zaten bijna drie weken samen binnen in dit huis, in zelfisolatie.

    Ik werkte maandenlang dagelijks aan de keukentafel; als B (die natuurlijk wel gewoon de deur uit moest om z’n werk te doen) thuiskwam, had ik vaak al het eten op tafel.

    We speelden urenlang spelletjes: Pandemic Legacy, Detective, Codenames, Sherlock Holmes, Hogwarts Battle, Ticket to Ride.

    Ik volgde bijna een volledige wijncursus vanaf de studeerkamer.

    We deden dansjes in de woonkamer.

    Maar soms zeggen de zichtbare dingen niet alles

    Want wat misschien het meest tekenend is:

    We worden (bijna) elke dag wakker in hetzelfde bed. Hij komt me nog elke ochtend een kusje geven als hij naar z’n werk gaat en ik nog lig te dutten.

    We lezen een boek op de bank, beide onder ons eigen dekentje maar altijd met een voet, arm of been dat het lichaam van de ander raakt.

    We voeren discussies over de wereld, onszelf en elkaar. Maken soms ruzie, zijn koppig, geven toe. Hij zucht als er weer eens overal in huis stapeltjes liggen. Ik ben even boos als-ie per ongeluk een delicaat shirtje in een 40-gradenprogramma heeft gegooid.

    En even later wordt hij weer vrolijk van de wervelwind die ik ben. Voel ik dankbaarheid dat hij bijna altijd de was doet.

    Dat hij steeds door me heen ziet. Me confronteert met waar ik iets te doen heb, zonder te veroordelen. Telkens opnieuw ook bereid is naar zichzelf te kijken. Me vasthoudt. Zich laat vasthouden.

    En eigenlijk gewoon, dat hij er is.

    Het roségouden kettinkje dat ik van hem voor m’n verjaardag kreeg. <3
    0
  • Sokken

    Als mijn B de was doet, hangen zijn sokken altijd gezellig per paar op de lijn. Dat was me nooit opgevallen, had hij niet op een avond verbaasd uitgeroepen ‘hoe jij altijd je was over het rekje heen smijt en hoopt dat er wat blijft hangen’. Let wel, hij zei dat een keer doordeweeks na elven, ik hielp hem – de slaap in m’n ogen – zijn bijna-vergeten-eruit-te-halen-was weg te werken, maar vooruit.
     
    Nu had ik tot dat moment nauwelijks stilgestaan bij mijn hangtechnieken. De was doen staat bij mij hoog op het lijstje ‘noodzakelijk kwaad’. Ik ben al blij als sokken met z’n tweeën uit dezelfde wasbeurt komen – regelmatig organiseer ik een singlefeestje waarin gelukkige paartjes elkaar terugvinden – en hoewel ik wéét dat het slecht is voor het milieu, gooi ik het liefst alles dat niet krimpt of lelijk wordt in de droger. Dat m’n wasrek een creatief ratjetoe is van shirts, sportkleding en bh’s (en geen systematisch geordend geheel) kan me bijzonder weinig schelen.
     
    Andersom kan ík me dan weer niet voorstellen dat B al zijn was op het gewone 40-gradenprogramma draait. Bij mij gaan spijkerbroeken, áls ik ze al was, binnenstebuiten in de Heel Voorzichtige Fijnwas, net als truien, vestjes en ander semi-delicaat spul.
     
    Wassen, dat blijkt dus een behoorlijk persoonlijke kwestie. Dit bleek opnieuw aan de lunchtafel op m’n werk. Ook een collega en haar partner bleken er contrasterende rituelen op na te houden. ‘Zodra hij ziet dat er was in de mand ligt, zet hij de machine aan. Ook als die nauwelijks halfvol zit. En dan vergeet ‘ie op de kamer van de kinderen te kijken of daar nog iets ligt’, zuchtte ze.
     
    Uiteindelijk was ze tot de conclusie gekomen dat, wilde ze graag dat de was op háár manier gebeurde, ze de taak in d’r eentje op zich zou moeten nemen – en natuurlijk wél zonder hem dat vervolgens stilletjes te verwijten. Oplossen of loslaten. Sowieso een waardevolle les, trouwens, voor je relatie (en daarbuiten).
     
    Maar het schaamrood kwam me toch een beetje op de kaken, toen een andere collega begon over haar puberzoon. ‘Laatst vond ik een stapel van zijn half-opgevouwen was tussen de vuile onderbroeken in de mand’, zei ze verontwaardigd. ‘Dan moet ‘ie zijn kamer opruimen en flikkert ‘ie gewoon de hele berg terug, te lui om te kijken of het gebruikt is.’
     
    Net als de andere tafelgenoten viel m’n mond open van verontwaardiging. Hoe respectloos! Pas later drong tot me door: het ís mogelijk dat ik me als tiener aan vergelijkbare praktijken schuldig hebt gemaakt (als, dan: sorry mam!). De gemiddelde puber heeft nu eenmaal schandalig weinig waardering voor de service van Hotel Mama – schaamte daarover volgt pas jaren later.
     
    ‘Pas op’, waarschuwde B toen ik begin deze week zijn trap op naar boven liep. ‘M’n wasmand puilt uit, dat ben je niet van me gewend.’ De volgende dag greep ik m’n thuiswerksessie aan om de hele berg weg te werken. Toen hij thuiskwam, hingen alle boxers en sokken zij-aan-zij op de lijn.
     
    Dat was hij dan weer niet van míj gewend.
    0