A little bit of everything, all rolled into one

Kabbel

Heb ik me ooit in de winter zo ontspannen gevoeld? Ik kan het me niet herinneren. Ik geloof, zei ik onlangs tegen een vriendin, dat ik dit seizoen – dat lang mijn minst favoriete was – werkelijk ben gaan omarmen.

Het is meer geworden dan ‘ik onderga dit’.
Misschien is het zelfs ‘ik vind dit leuk’.

Ik heb geleerd om winterdingen te doen, die dit seizoen fijn en uniek maken. Puzzelen, lekkere warme comfort food-gerechten maken (stoofpot, carrot cake!), films kijken onder een dekentje. Midden op de dag buiten een rondje wandelen om even te genieten van het schaarse daglicht. Op zonovergoten weekendochtenden (of hun grijze tegenhangers) hardlopen langs het kanaal. Thee drinken, slofjes aan (dat kan trouwens het hele jaar, al is het tegenwoordig ‘s zomers wel erg heet). Gezelligheid met de kerstdagen, reflecteren op het jaar, plannen maken voor als de dagen weer langer worden. Een goed glas kruidige rode wijn.

Misschien klinkt het allemaal enorm saai en kneuterig, maar ik ben me de laatste weken intens bewust van ‘het bijzondere in de gewone dagelijkse dingen’. Samen ontbijten met warm, knapperig, versgebakken brood. Dat ik bij de HEMA een stapel voorraaddozen kocht voor noten en gedroogd fruit, precies de vierkante die ik zocht, en die perfect in het keukenkastje passen. Foto’s inplakken aan de keukentafel. Ab Ovo van Joep Beving kunnen spelen, wat een prachtstuk is dat toch.

Geluk zit overal, let maar op.

Zelfs de huishoudelijke klusjes die ik altijd zo vervelend vond – de was doen, ugh – gaan me laatste weken makkelijk af. Vorige week was ik alleen thuis, B ging op wintersport, en hoewel dat best even wennen was (o ja, zo is het om alleen te zijn, hé hallo neiging-om-alles-vol-te-plannen!) lukte het me verrassend goed om de boel hier netjes en georganiseerd te houden.

Dus ja, het kabbelt, op een goede manier. En nu ik aan het werk ben, merk ik pas weer wat die ontspanning doet: dat ik er ook wat onrustig van word. Dan zit ik in de trein naar huis, veel minder moe dan anders, heb ik ‘s avonds nog zin om een lekkere maaltijd te kopen of een Sherlock-mysterie te spelen.

Doe ik wel voldoende mijn best, vraag ik me dan af, werk ik wel hard genoeg?

Maar weet je, ik zei zelf een paar maanden terug nog dat het tijd wordt om te wennen aan een nieuw ritme, aan wat minder hevige golven van drukte en stress, aan niet telkens weer op dat punt belanden dat je noodgedwongen een stapje terug moet doen.

Misschien is dit dan gewoon hoe dat voelt.

0

Terugkomen

Ja, nog even over dat wegraken bij mezelf. Dat gebeurt weer, het gebeurde weer, ik besefte het toen ik vrijdag de hele dag alleen thuis was en me enorm rusteloos voelde. Almaar die smartphone pakken. Scrollen, checken, refreshen. Niet meer de aandachtspanne om een artikel te lezen, laat staan een boek.

O, en natuurlijk zijn er fases in het leven, ik hoef niet altijd dikke trilogieën te verslinden. Maar wat ik merk als ik zo veel online ben, zo veel op sociale media: mijn focus ligt zo veel bij anderen dat ik mezelf een beetje verlies. Niet dat ik me nu per se bewust loop te vergelijken met hoe anderen hun leven leiden (al doet het vast heus wat, al die meningen); het is subtieler. Ruis is het. Gebabbel, gedoe, afleiding. In principe niets mis mee maar ineens merk ik dat ik

slechter slaap
moeilijker alleen kan zijn
minder focus heb op werk
geen piano speel

en nee, dat is het me niet waard. Toch ingewikkeld, want dit schrijven brengt ook veel goeds. ‘Wat vind je het leukste aan dat bloggen’, vroeg een huisgenootje dat overweegt een blog te starten me zondagavond. Ik dacht even na en concludeerde dat dat toch de verbinding is, het offline contact dat ik krijg door dit online schrijven.

Een collega die m’n stukje leest en er een gesprekje over begint op werk. Een vage kennis met wie ik op een feestje direct een klik voel doordat ‘ie open tegen me durft te zijn – dat ben ik voor zijn gevoel immers ook al geweest, hier. Een goede vriendin die zomaar appt naar aanleiding van iets dat ik schrijf. Mijn vader, met wie ik relatief weinig bespreek maar die op Facebook vaak als eerste m’n stukjes liket.

En ja, natuurlijk is het leuk om afgelopen weken op Facebook allerlei comments te krijgen onder m’n stukjes – om de een of andere reden gebeurt dat daar veel meer dan hier. Maar ik heb nog geen manier gevonden om daar wél te posten (en die reacties te lezen) en mezelf toch te wapenen tegen het meegezogen-worden in die afleidingmachine.

Het enige dat ik kan doen is weer hallo tegen mezelf zeggen. Terugkomen. Voelen, ook al voelt (haha) dat in-mijn-hoofd-zitten alweer zo vertrouwd. Dus vrijdag gooide ik halverwege de middag alle social-apps weer van mijn telefoon. Uit de kast pakte ik een blaadje, lichtgeel, daar scheurde ik een strook vanaf en ik schreef op: verankeren in het moment.

Want weet je, eigenlijk is hier alles dat ik nodig heb.

0

Even weg, de diepte in

Schrijven is heerlijk, maar het is soms – zeker na een werkdag van, jawel, schrijven – ook iets waar ik me echt toe moet zetten. Op een schop-jezelf-onder-je-kont-en-doe-het-nou-eens-manier. En hoewel ik nog steeds duizend ideeen heb voor blogjes hier op Suushi, ontbreekt me even de energie om al die flarden uit te werken tot coherente stukjes.

Dat klinkt overigens misschien zwaarder dan het is, het is gewoon hoog tijd om even op vakantie te gaan. Precies wat ik ga doen. Maandagochtend vroeg rijden Tom en ik naar Frankrijk.

Maar niet voordat:

  • We uit eten zijn gegaan bij De Witte Zwaan, naar verluidt een fantastisch restaurant in De Bilt. Ik ben benieuwd – jullie horen er natuurlijk over, wellicht vanavond al op Facebook.
  • Tom 25 is geworden (morgen)
  • Ik de Tilburg Ten Miles heb gelopen (en daarvan een verslag heb getikt, misschien?)
  • De stress over wat-mee-te-nemen-als-je-gaat-kamperen is toegeslagen (nog niet, maar straks vast)
  • Ik mijn telefoon heb uitgezet en in een la gelegd.

Dat laatste is wel even een dingetje, want ik denk dat ik op dit meer smartphone/beeldschemverslaafd ben dan ooit. Zozeer, dat ik het gevoel heb dat het ten koste gaat van Essentiele Zaken: rust, ruimte om na te denken, leegte om op nieuwe creatieve ideeen te komen. Daarvoor moet je immers de stilte durven te laten zijn – best een opgave als je het mij vraagt, in een wereld van HONDERDDUIZEND DINGEN DIE NU NU NU JE AANDACHT VRAGEN.

Tijd om af te kicken dus. Loslaten, weggaan, et cetera. Om hopelijk opgeladen terug te komen. (Haha, deze zin staat er overigens wel heel raar als je onderstaand stuk tekst hebt gelezen, uh ja…)

Er gaat natuurlijk wél een schrijfboekje mee.

PS. Wat betreft dat afkicken/m’n mediagebruik anders inrichten, helpt dit stuk alvast enorm. In feite zou iedereen met een smartphone/social media-account/internet ;) het moeten lezen. Stof tot nadenken.

Fluitje van een trend / De Volkskrant (Wieteke van Zeil)

Een passage:

Als televisieseries de tijdgeest reflecteren waarin ze worden gemaakt, dan valt dit op: druk zijn is de norm geworden. Waar zijn de tijden dat Derrick met zijn kromme schouders en zijn uilenblik een kamer binnenstapte, op z’n dooie gemak rondkeek, tandenstoker uit zijn mond haalde en met twee geïnteresseerde vragen de juiste – onverwachte – verdachte tot een bekentenis bewoog?

Gaandeweg is de hoeveelheid werk die we hebben aan onze identiteit gaan kleven. Prestige is niet meer gelegen in het gemak waarmee iemand zijn dingen doet, maar in de werkdruk. Ga een gesprek aan met een gemiddelde hoogopgeleide twintiger, dertiger, of veertiger: grote kans dat in de eerste zinnen het woord ‘druk’ valt, als het al niet het beklagenswaardige ‘hectisch’ is. Dat geldt voor vrouwen én mannen. In mijn ervaring zeggen vrouwen het alleen iets directer (‘hoe gaat het?’ ‘Goed, druk druk druk, je kent het.’) en vatten mannen de vraag iets vaker op als nieuwsgierigheid naar hun recente curriculum (‘ik zit midden in project A, project B gaat als een tierelier, enorme winstresultaten, en project C staat in de steigers’). Druk = goed. Niks doen = falen – of hooguit ‘lekker opladen’ om daarna weer druk te kunnen worden.

En ook nog:

Het vergt concentratie en discipline om tot prestaties te komen die moeiteloos lijken. Maar daar wrikt het nou juist. ‘De meeste kenniswerkers zijn de hele dag als een malle aan het communiceren’, zegt de Amerikaanse expert Cal Newport in het interview dat Ianthe Sahadat in deze V met hem heeft. ‘We laten ons ritme bepalen door onze inbox, onze telefoon en vergaderafspraken. We verplaatsen informatie en noemen dat werk.’

Vooruit, nog één stukje dan wantikkonnietkiezen:

(…) Volgens de onderzoekers reden te concluderen dat het brein zich snel aanpast. Je hersens kunnen dus tot op zekere hoogte met afleiding leren omgaan, al scoorde concentratiegroep nog altijd het beste; het brein is niet gemaakt voor constant navigeren tussen onderwerpen.

Zoals Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton, waar diepe concentratie wordt aangemoedigd, eerder dit jaar het belang van rust voor zijn medewerkers in NRC omschreef: ‘Zie het als iets wat op de bodem van een zwembad ligt: pas als het water helemaal stil is, kun je het zien. Die stilte is noodzakelijk.’

Concentratie staat onder druk door versnelling, techniek en de totale vanzelfsprekendheid online te zijn. We staan altijd aan, onze tijd vult zich. We leven in een tijd van, om er nog maar een term bij te halen, ‘horror vacui’: angst voor de leegte.

PS. wil je meteen wat veranderen aan je gedrag, dan heeft De Correspondent een aantal goede tips om je smartphoneverslaving te verminderen.

0