Cuba: daar gaan we dan (bijna)

Op 31 augustus 2011 vloog ik 9.448 kilometer naar het oosten. In de avond van 1 september landde ik in Taipei, Taiwan.

Op 19 januari 2017 vlieg ik 7.808 kilometer naar het westen. Dezelfde avond – leve het tijdsverschil – land ik in Havana, Cuba.

Vijf-en-een-half jaar nadat ik voor het eerst naar de andere kant van de wereld vloog, doe ik dat opnieuw, maar nu de andere kant op. En jeetje, de afgelopen dagen zaten de zenuwen er goed in hoor. Inmiddels zijn die – gelukkig – een beetje bedaard en beginnen de ZIN IN/NIEUWSGIERIG-kriebels weer te komen.

Maar nu het allemaal zo dichtbij komt (haha), denkt een deeltje van mij toch: O SUUSIE waarom moest je nou weer zo nodig naar een land gaan…

  • Waar ze niet of nauwelijks internet hebben. Nee, ook geen WiFi (alleen op sommige openbare plekken, heb ik gehoord, tegen betaling en van slechte kwaliteit)
  • Waar je niet gewoon ff op Booking.com je hotel regelt en klaar. Nee, je moet mailtjes sturen – vaak in het Spaans – naar hosteleigenaren, en dan maar hopen dat die hun belofte dat de kamer voor je is gereserveerd ook inderdaad nakomen. Gelukkig bestaat wel de site HostelsClub.com, waar je (so I’ve read) betrouwbare casa’s kunt boeken.
  • Waar ze twee verschillende munt-eenheden hebben.
  • Waar ze geen/nauwelijks winkels hebben, zodat het credo “als ik mijn paspoort en portemonnee maar bij me heb, de rest koop ik daar wel” niet geldt. Na veel andere blogs lezen met paklijsten en tips (wat fijn toch, dat internet) heb ik nu een groot deel van m’n bagage bij elkaar. Van kleding, vaccinatieboekje en zonnebrandcrème tot duct tape, Engelse verklaringen van m’n reis- en zorgverzekering, een medicijnkast vol tabletten, tekentang, zaklamp en een paar telefoonladers.
  • Waar je nauwelijks geld kunt pinnen – alleen op sommige plekken met creditcard, en dan moet je nog maar hopen dat er geen storing is/de automaat niet stuk is/etc.
  • Waar ze er een compleet ander politiek en economisch systeem op na houden en veel van de impliciete onuitgesproken regels die ik in de afgelopen 25 jaar leerde plotseling niet meer gelden.
  • Waar op dit moment zó veel westerse toeristen zijn, dat veel buslijnen al volgeboekt zijn (en op twee trajecten heb ik nog geen ticket argh..)

Goed, misschien heb ik in mijn intensieve voorbereiding wel zó veel gelezen over ‘de dingen waar je op moet letten’ en ‘de zaken die handig zijn om te weten’, dat ik een beetje uit het oog verloor dat

  • Cuba een hartstikke veilig land is. Ik hoor dit telkens weer van ervaren Cuba-reizigers: ‘zelfs als alleenreizende vrouw voel je superveilig’.
  • Je er geweeeldige cocktails hebt, vrolijke muziek en kleur op straat.
  • Ik al mijn accommodaties en bijna al mijn busreizen gewoon wél ruim op tijd heb geregeld. En voor het overige vervoer schijn je ook heel makkelijk een taxi te kunnen delen.
  • Het grote aantal toeristen ook betekent dat er veel ‘gebaande paden’ zijn, waardoor ik niet alles in m’n eentje hoef uit te vinden (en misschien/hopelijk vind ik zelfs reismaatjes).
  • Ik stiekem nog best wat Spaans heb onthouden van de vijf jaar les die ik had op de middelbare school. Vooruit, ik zal het allemaal weer een beetje moeten ‘ophalen’ (en heb daarom ook twee taalgidsjes mee) maar vergeleken bij de gemiddelde toerist sta ik er denk ik niet slecht voor.
  • Veel mensen in mijn omgeving naar Cuba terug zijn geweest en niet één zei: ”oh nee dat moet je niet doen”. Integendeel, iedereen zegt alleen maar “supervet-awesome-cool-megaleuk-je gaat de tijd van je leven hebben”-achtige dingen.
  • HET GEWOON NEGENENTWINTIG GRADEN EN ZONNIG IS IN HAVANA NU OH YEAH

Kortom: het gaat vast goedkomen, zelfs al kan ik nu niet alles overzien (en hey, wie kan dat trouwens ooit?). Lesje in loslaten dus ook, deze reis.

Goed, nu eerst nog één laatste dagje werken bij Einder, daarna de laatste boodschapjes halen (o.a. gedroogd fruit, tuc-koekjes en mueslirepen – lees op veel plekken dat wat eten meenemen geen overbodige luxe is) en vanavond die grote backpack maar eens inpakken. Alles ligt klaar, dus dat is hopelijk niet al te veel werk meer.

Lastminute-tips zijn overigens van harte welkom. En als het er vanavond niet meer van komt om nog een laatste blogje te schrijven: tot over twee weken!

0

Cuba: voorbereiding en tips

Op dit moment ben ik met Tom een weekje in Zweden, bij mijn moeder en stiefvader. Even helemaal niets hoeven, samen tijd besteden en lekker eten. Heel erg fijn, maar deze vakantie is zo rustig dat ik het dáár even niet over hoef te hebben vandaag. Maar over reizen gesproken: nog minder dan twee maanden voordat ik naar Havana vlieg! Hoogste tijd dus om me wat verder voor te bereiden op m’n tweewekelijkse reis naar Cuba.

zweden1
zweden2

Het is druk in Cuba

Alle verhalen van reizigers zijn op één punt hetzelfde: het is op dit moment hartstikke druk in Cuba en het lijkt er niet op dat dat gaat veranderen. Hoewel ik dus graag op de bonnefooi was gaan reizen, heb ik toch besloten een reisplan te maken en m’n accommodaties (casa particulares) en busreizen te boeken. Daar heb ik deze week een ochtend de tijd voor genomen.

In het kort: ik besteed eerst een paar dagen in Havana en reis dan door naar Vinales. Vervolgens naar Cienfuegos, Trinidad en Sancti Spiritus. Via Santa Clara reis ik dan weer terug naar Havana.

Sinds ik mijn reis naar Cuba boekte, hoor ik echt uit alle uithoeken van m’n sociale leven mensen die er ook zijn geweest. Voor wie binnenkort ook naar Cuba gaat, deze tips las en kreeg ik de afgelopen tijd al van vrienden, kennissen en andere bloggers.

Tips voor je reis naar Cuba

Voor de duidelijkheid: ik ben zelf nog niet in Cuba geweest, dit blogje is geschreven op basis van wat anderen me hebben verteld en wat ik zelf heb gelezen.

  • Zoals gezegd: boek je casa’s en bus/auto op tijd! Tekenend: de rest van dit kalenderjaar kun je al geen auto’s meer huren op Cuba en ook de bussen zitten helemaal volgeboekt… Ook de tickets voor januari gaan op sommige trajecten al hard. De Viazul-bus is naar ik heb begrepen een prima (en betaalbare) manier om over het eiland te crossen, dus ik heb besloten per bus over het eiland te reizen. Boeken kan online met een creditcard.
  • In Cuba zal het soms voelen alsof je dezelfde route aflegt die alle toeristen “doen”. De Cubaanse overheid en het systeem maken het niet makkelijk om daar van af te wijken, heb ik begrepen. Bereid je daar dus op voor (en sowieso: op de aanwezigheid van veel andere toeristen ;-)). In de woorden van Dennis Storm (3 Op Reis): “Het lijkt wel of Cuba twee gezichten heeft: een voor de toeristen en één voor de Cubanen”. Buiten het gebaande pad gaan is moeilijker, maar niet onmogelijk. Voor mij een reden om naast het (toeristische) Trinidad ook het (als het goed is nog wat minder massale) Sancti Spiritus te bezoeken.
  • 3 Op Reis maakte twee leuke afleveringen over Cuba. Met name de meest recente – die met Dennis – bevat veel nuttige tips. De andere, met Edsilia Rombley (2008), lijkt wat sommige informatie betreft verouderd, maar is nog steeds leuk om te kijken.
  • Neem genoeg contant geld mee. Pinnen schijnt in Cuba moeilijk te zijn; met een VISA-card kun je nog wel eens geld halen, MasterCard is nog lastiger. En naar ik heb begrepen zijn soms de automaten ook leeg vanwege het grote aantal toeristen op zoek naar bankbiljetten. ;) Sowieso: verdiep je van tevoren even in de twee verschillende munteenheden van Cuba, de CUC (voor toeristen, ongeveer gelijk aan de dollar) en de Peso (voor Cubanen, officieel verboden voor toeristen).
  • Neem twee creditcards mee. Pin je geld alleen bij de Cadeca-bank; die zit er in elke plaats wel één.
  • Backpack of koffer? Dat hangt er vanaf wat je reisplan is. Aangezien ik in Cuba veel ga rondreizen, kies ik voor een backpack. Aniek is zo lief om me de hare uit te lenen.
  • Zorg dat je gedroogd fruit in je tas stopt (abrikozen, vijgen, dadels, etc). Daar zitten vezels in en die ga je nodig hebben.
  • Neem altijd wat muntgeld, desinfecterende handgel en zakdoekjes mee. Dan kun je onderweg redelijk naar het toilet.
  • Regel je visum op tijd. Dit kan bij het consulaat van Cuba in Rotterdam; je kunt het ook online regelen, dan moet je je paspoort opsturen. Aangezien ik een NS-abonnement heb, koos ik voor het eerste. :) Mijn ervaring is dat het daar zo geregeld is: binnen 20 minuten stond ik weer buiten, mét tourist card.
consulaat
  • Heb je ook gedacht aan vaccinaties? Ze zijn niet verplicht, maar inenten tegen tbc en Hepatitis A wordt wel aanbevolen.
  • Koop bananen bij de kraampjes die je tegenkomt en betaal liefst in peso’s. Dan kost het bijna niets Als je betaalt in CUC’s, betaal je veel meer.
  • Koop op straat geen rum, sigaren of wat dan ook, alleen eten. Rum kun je in alle winkels vinden en de sigaren die Cubanen hebben zijn afgekeurd voor de officiële verkoop, geen goede dus. Haal ze dus in de officiële winkels of direct bij de boer.
  • Vertrouw niet 100 procent op je reisgids. Cuba verandert zó snel, dat ook gidsjes van <2 jaar oud op sommige punten alweer achterhaald kunnen zijn. (Vooral wat betreft casa’s en restaurants…)
  • Wat wel in meer ‘armere’ landen geldt: wees beducht op tourist traps. Mensen die je wel even de weg willen wijzen, muzikanten die gezellig voor je gaan spelen, taxichauffeurs die allervriendelijkst zijn: het is misschien stom, maar reken erop dat niets voor niets is. (Ik ben benieuwd hoe dit ‘in het echt’ zal zijn, heb in reisverlagen heel verschillende verhalen gelezen. Nou ja, als vrouw alleen probeer ik me niet te veel illusies te maken en een gezonde portie scepsis/wantrouwen mee te nemen.)
  • Cuba is een veilig land en prima te bereizen in je eentje, ook als vrouw. Gebruik natuurlijk wel je gezond verstand en ga op je onderbuikgevoel af ;-)
  • Tot slot: GENIET van de lekkerste mojito’s en andere cocktails, het mooie landschap, het heerlijke weer. Januari is een uitstekende tijd om in Cuba te zijn (als het goed is weinig regen en geen orkanen) en er zijn meer dan genoeg medereizigers om het gezellig mee te maken, ook als je – zoals ik – alleen reist.

Heb jij nog tips? Zeer welkom! Mailen kan naar suushi91 [at] gmail.com.

0

Cuba: waarom wilde ik dit ook alweer?

Als ik een grote reis ga maken, komt ergens tussen de golf van enthousiasme na het boeken van m’n vliegticket en het daadwerkelijke vertrek een moment waarop ik denk: WAAROM DOE IK DIT IN GODSNAAM EIGENLIJK?

Dat moment is voor Cuba nu aangebroken.

Liep ik anderhalve maand terug nog te stuiteren door het huis nadat ik de knoop had doorgehakt om in m’n eentje op pad te gaan, inmiddels wil ik stiekem vooral wegkruipen onder m’n dekens en het ticket annuleren (wat overigens helemaal niet kan).

Tja, hoort erbij, denk ik. Wat niet helpt, is dat ik nog steeds geen vastomlijnd plan heb. Ga ik er op de bonnefooi heen en zie ik wel wat op m’n pad komt, of maak ik een reisplan voor de 2 weken dat ik er ben?

Tot gisteren neigde ik naar het eerste, nu besluit ik tóch het laatste. Ik las namelijk deze blogpost, het eerste ervaringsverslag dat een wat minder rooskleurig bericht van Cuba schetst. In het kort: het is op dit moment stampvol toeristen in Cuba en samen met de rest van de toeristenkudde leef je nogal in een andere werkelijkheid dan de ‘gewone’ Cubaan. Dat is denk ik in meer arme landen wel zo, maar nou ja, lees het stuk en oordeel zelf.

Van een paar andere reizigers had ik zelf al gehoord dat ze het jammer vonden dat “alle toeristen in Cuba dezelfde route doorlopen”, maar ik dacht eigenlijk een beetje dat dat wel te vermijden was met een beetje creativiteit. Als ik dit lees, was ik daar toch wat naief in.

Goed, neemt niet weg dat het vast hartstikke leuk wordt. ;-) Ter compensatie voor de negatieve/realistische posts op dat blog (The Sandy Feet), las ik weer een paar stukjes van Cuba-fan Edith (Travel, Create, Repeat) en dat maakt me toch weer hoopvoller.

Maar ook zij zegt: boek je casas particulares van tevoren (en ze heeft nog een lijstje tips, hier). En weet je, da’s misschien zo slecht nog niet. Spontaan reizen in Cuba is nu eenmaal moeilijk, lees ik op meerdere plekken, zeker nu het eiland overstroomd wordt door toeristen. Bovendien kan het me wat rust geven.

Rest de vraag: wat wil ik precies doen? De ‘toeristische driehoek’ van Havana, Vinales en Trinidad stond op m’n lijstje, maar misschien doe ik er goed aan die juist te vermijden? Of is het iets dat ik niet wil missen? Ik ben er nog niet uit.

Gelukkig ontving ik afgelopen weken in mijn mailbox lijstjes met enthousiaste Cuba-tips én praktische weetjes van verschillende kennissen die het land onlangs hebben bezocht. Die ga ik maar eens op een rijtje zetten. Plannen maken kan ik wel, dus dan komt het wel goed.

0

Seven-Eleven: elf dingen na zeven dagen

Vanavond is het zeven dagen geleden dat ik landde in Taipei. Wat is me zoal opgevallen, na een week? Welke dingen zijn hier niet te krijgen en zijn er dingen die ik juist fantastisch vind aan Taiwan? Een overzicht: de balans opmaken na zeven dagen, in elf punten. Sja, omdat hier zo ontzettend veel 7-Eleven shops zijn.

1. Wat ik het meeste mis aan Nederland (materieel): volkorenbrood, kaas (niet eens zozeer Hollandse – hier in Taiwan is sowieso amper kaas te verkrijgen, behalve op de hamburgers van McDonalds), mijn fiets, een goed glas koude chardonnay aan het eind van de middag, vers biologisch fruit, mijn ekoland muesli, een grote pan chili.. oh, eigenlijk gewoon voedzaam eten in het algemeen.

Alle ‘brood’ smaakt hier naar zoete brioche (of erger), aan elk drankje is een halve kilo suiker toegevoegd en de avondmaaltijden in de Dining Hall zijn bijna altijd gebaseerd op vlees. Ik ben daardoor erg huiverig om nieuwe dingen te proberen of ondefinieerbare verpakkingen te kopen in 7-Eleven. Hiermee verbaas ik mezelf ontzettend in m’n eigen gedrag – in Europa ben ik juist degene die altijd nieuwe etenswaren wil uitproberen. Thuis heb ik een hekel aan fast food-ketens als McDonalds en Subway, hier hap ik liever in een hot dog dan dat een gek ruikende Aziatische soep probeer.

De keren dat ik het wel probeerde de afgelopen dagen – gisteren at ik iets met noodles en visballetjes, vanmiddag probeerde ik melon tea – liet ik ruim de helft van m’n bord staan. Terwijl ik normaal gesproken altijd m’n bord leeg eet en het liefst een tweede keer opschep… Ik hoop dat ik de komende weken wat meer ga wennen aan het eten, want steeds naar dezelfde sushibar is natuurlijk niet echt spannend, en mijn plezier in eten daalt elke dag. Ik voel me steeds wel vol, maar allesbehalve verzadigd

2. Wat ik het meeste mis aan Nederland (immaterieel): jullie allemaal natuurlijk. Duh. <3

3. De winkels zijn hier een stuk later open dan in Nederland; ‘s avonds op straat is het nog steeds hartstikke druk. 7-Eleven is zelfs altijd open, net als McDonalds. Ook op de campus is er in de bibliotheek een 24h-study room en het Computer & Information Center heeft eveneens een ruimte waar je op elk moment van de dag of nacht achter een pc kunt kruipen. Super handig!

4. Taiwanezen besteden hun avonden en vrije tijd duidelijk anders dan westerlingen. Je vindt hier amper pubs, kroegen of clubs. Ook heb ik nog geen enkele slijterij gezien – alleen in de 7-Eleven vind je soms een klein schapje (amper een meter breed) met een paar flessen wijn en likeur.

Hoewel ik in Taipei mensen Heineken heb zien drinken, hoor ik van locals dat hier vrij weinig gedronken wordt. Het is dus helemaal niet gewoon om een flesje wijn open te trekken op een avond met vrienden, of om elk weekend uit te gaan.

Wat mensen dan wel doen? Karaoke! Ik vrees dat ik daar binnenkort ook aan moet geloven… Daarnaast zijn hier op de campus zeer uitgebreide sportfaciliteiten, die tot een uur of elf ‘s avonds open zijn – en tot het laatste moment ontzettend druk. Gisteren liep ik zelf mijn eerste rondje hard en ik kwam opvallend veel andere runners tegen. Op zich ook wel logisch, dat men hier ‘s avonds actief wordt; overdag is het daarvoor veel te warm.

5. Over warmte gesproken: ja, die hitte… Laat ik het zo zeggen, ik ben blij dat de meeste plekken binnen airconditioned zijn. Overdag is het hier tussen de 31 en 39 graden. Als de zon schijnt en de lucht blauw is, is dat best te doen, maar op een dag als vandaag, met de hele dag dikke grijze wolken, behoorlijk benauwd. Aan het eind van de dag ben ik steevast plakkerig van het zweet (en als ik in de stad ben geweest, ook van de smog) en een lauwe douche voor het slapengaan is dan ook erg welkom.

6. In Taipei viel het ons al vrij snel op: sommige mensen lopen hier rond met mondkapjes. Je weet wel, die dingen die artsen in ziekenhuizen gebruiken, en dezelfde soort kapjes die heel Azië droeg tijdens de SARS-epidemie. Ik ben er nog steeds niet over uit waarom ze worden gedragen – is het omdat men ziek of verkouden is, of dat juist niet wil worden? Of is het simpelweg een bescherming tegende vervuilde lucht? Ik probeer erachter te komen, ik houd jullie op de hoogte als ik meer weet.

7. Zijn we in Europa de laatste jaren helemaal in de ban van of light-, of pure biologische producten; hier in Taiwan lijkt dat totaal niet het geval. Ik heb nog amper een diet coke gespot en zoals ik zei, het meeste eten en drinken is bedolven onder (of: bedorven door) een berg suiker en andere chemische troep. Van het EKO-keurmerk heeft men hier duidelijk nog nooit gehoord; nergens promotiebordjes ‘organic’ (hoewel ik hier moet toegeven dat ik nog geen Chinees lees, dus wie weet).

Daarentegen zie ik tot mijn verrassing weinig dikke mensen; vergeleken bij de gemiddelde Aziaat ben ik een enorme Europese reus. Terwijl ik voor westerse standaarden toch géén uitzonderlijk brede heupen heb…

8. Dat de Verenigde Staten een grote rol hebben gespeeld bij de opbouw en ontwikkeling van Taiwan in de 20e eeuw, is goed te zien. Ten eerste is er natuurlijk de NCTU-campus, duidelijk naar Amerikaans model. Ook zijn de deurknoppen hetzelfde als in Amerika (een ronde knop met een drukker in het midden om ‘m op slot te doen) en gebruikt Taiwan hetzelfde soort stopcontact. De verkeersborden zijn eveneens groen-wit, de snelweg waar ik per bus over reed was aan twee kanten minstens vierbaans. En de Taiwanese vlag, heeft die niet heel toevallig wel wat weg van de stars and stripes?

9. Sommige wc’s zijn hier gelukkig naar westers model, maar het is ook nog heel normaal om op diverse plekken hurktoiletten aan te treffen. Je weet wel, die dingen die je ook nog soms op campings in Frankrijk ziet. Bij McDonalds bijvoorbeeld trof ik mijn eerste aan, en hier in de dorm is er van de vier toiletten maar één zit-wc. Je begrijpt vast waar mijn voorkeur naar uitgaat.

10. De eerste nacht in Taipei troffen we bedden met hele dunne matrasjes aan. Toen dachten we dat dat gewoon kwam doordat we in een hostel sliepen, maar inmiddels heb ik de conclusie getrokken dat matjes van amper vijf centimeter hier heel normaal zijn om op te slapen.

Zoals ik schreef moest ik in mijn dorm zelf het bed regelen; bij de 7-Eleven waren de matrassen te koop. Er was maar één soort beschikbaar. Dus nu slaap ik op een ‘matras’ dat bestaat uit een rieten ondergrond met een dun bedje er bovenop. Opvallend genoeg (en gelukkig!) ben ik nog geen enkele dag met rugpijn opgestaan. :)

11. In mijn vriendenkringen is het heel normaal om elkaar een dikke knuffel te geven ter begroeting. Familie of kennissen geef je vaak twee of drie zoenen. In Taiwan echter, is zulk nonchalant body contact blijkbaar niet gewoon. De jongen die ons vanmiddag een presentatie gaf over Taiwan legde uit wat ik zelf al vermoedde; men zegt hier gewoon ‘hoi’ (of eigenlijk: ‘ni hao’) tegen elkaar. Van een afstand. That’s it. Even wennen, hoor.. het voelt afstandelijk en koud, maar dat de mensen verder allemaal ontzettend vriendelijk zijn, maakt wat dat betreft veel goed.

Want daar wil ik graag mee eindigen: zoals de Canadese Dana in het hostel al zei, Taipei has restored my faith in humanity.

Volslagen onbekenden helpen je graag verder, bestellen je treinkaartjes bij de Chinese automaat en lopen zelfs met plezier een paar straten met je mee als je de weg niet meer weet. Dinsdag was ik in m’n eentje in Hsinchu op zoek naar de RT-Mart. Na een tijdje ronddwalen vroeg ik het aan een dame van een jaar of zestig die net op haar scooter stapte. Ze dacht even na, maar wist het blijkbaar zelf niet.

Daarop zette ze haar scooter terug in de parkeerplaats, haalde haar spullen er weer uit, en trok me mee naar het dichtstbijzijnde kantoorgebouw. Ze begon aan allerlei mensen in rap Chinees te babbelen, kreeg uiteindelijk een telefoon in handen en gaf die aan mij. Dat was iemand die Engels sprak, en die de weg wist! Helaas kon ik hem door de telefoonverbinding en zijn zware accent slecht verstaan en was ik uiteindelijk niet verder, maar ik heb de vrouw (en alle mensen om ons heen) uiteraard duizendmaal bedankt. Xie xie, xie xie. Wat een moeite voor zomaar een verdwaalde westerling!

Natuurlijk is er meer te vertellen en heb ik nog genoeg beleefd voor minstens zo’n stuk tekst. Ik heb nog niet eens verteld over de Chinese obsessie met stempels, of hoe verbazingwekkend lekker het was om te rennen met 28 graden Celsius. Voor nu echter, heb ik jullie genoeg overspoeld met Taiwanese indrukken – en mijzelf ook, voor vandaag… tijd voor een fijne westerse serie in bed. Tot morgen!

0