[REBLOG] Breinvervuiling

Tussen 2011 en 2014 schreef ik (vrijwel) maandelijks een column voor online magazine Nadelunch.com. De komende tijd post ik zo nu en dan een van die schrijfsels opnieuw, nu hier op Suushi.

[4 april 2012]

Met televisieseries heb ik een haat-liefdeverhouding. Trouwens, de relatie tussen mij en die eindeloze afleveringen heeft sowieso nog geen lang bestaan. Terwijl al mijn leeftijdsgenoten al jarenlang verslingerd waren aan HouseLost en Prison Break, moest ik maar niets hebben van dat snelle Amerikaanse gedoe.

Inmiddels ben ik wel een beetje bijgedraaid. Ik kan niet ontkennen dat ik urenlang in bed heb gelegen met Grey’s Anatomy en Vampire Diaries (en oké, in gedachten ook regelmatig met bepaalde hoofdpersonen van die series, maar dat terzijde). Toch ben ik het op een gegeven moment ook weer beu, dat hersenloos staren naar dramatische dialogen. Maar uiteraard zijn de afleveringen zo opgebouwd dat je bijna wel verder moet kijken… Mijn oplossing is dan meestal om simpelweg niet het volgende seizoen te downloaden. Uit zelfbescherming, inderdaad.

Er is echter een serie waarop al deze problemen niet van toepassing zijn: Sherlock van de BBC. Slechts drie afleveringen per seizoen, elk van anderhalf uur. Op zichzelf staande verhalen waar desalniettemin een chronologisch verband tussen bestaat. Benedict Cumberbatch speelt op briljante wijze de rol van Sherlock Holmes anno 2010 – met smartphones, weblogs en een Londen vol wolkenkrabbers. Omdat de serie daadwerkelijk in het midden van de hoofdstad wordt opgenomen, duurde het enorm lang voor seizoen twee verscheen. Voor de mede-fans: niets verklappen, ik heb ‘m nog niet gezien. Voor wie dit allemaal nieuw is: kijken, die serie. Online te bestellen bij de BBC – het was de eerste dvd die ik in jaren legaal aanschafte want geloof me, dit is de moeite waard.

Goed, tot zover mijn reclamepraat. Waar ik het eigenlijk over wilde hebben, is een uitspraak die Sherlock deed in de laatste aflevering van seizoen 1, The Great Game“Listen. This is my hard drive and it only makes sense to put things in there that are useful. Really useful. Ordinary people fill their heads with all kinds of rubbish. And that makes it hard to get at the stuff that matters. Do you see?”

Ik keek de aflevering voor de vijfde keer en nu pas vielen deze woorden me op. Ja, dacht ik, zo is het. De hele dag door ben ik bezig ‘informatie’ te vergaren die in veel gevallen geen enkele coherentie heeft met m’n eigen leven. Facebook is natuurlijk het meest voor de hand liggende voorbeeld – Britt schreef daarover al eerder een stukje op Nadelunch. Maar ook de eindeloze nieuwsberichten en opiniestukken op krantensites, waar elk politiek of maatschappelijk drama ontzettend wordt uitgemolken tot iedereen die er wel en niet toe doet zijn zegje weer heeft gedaan, of de sensationele celebrityroddels die ik hardnekkig probeer te negeren, maar die soms toch mijn aandacht weten te trekken. Zeg, wat heeft die ‘breinvervuiling’ eigenlijk van invloed op mijn mentale gesteldheid?

Het deed me denken aan een ander citaat, dat ik een tijd geleden eens in een documentaire hoorde en toen heb opgeschreven. “Van urenlang doorklikken op internet word je lusteloos in je hoofd,” zei de psychologe die aan het woord was. “Je hebt een energie meer om aan echte dingen te denken. Net als je maag, wanneer je een zak chips neemt bij wijze van avondeten: dat het wel vult, maar niet voedt.”

Bam, raak. O ja, zo was het. Zou het zo zijn dat doordat ik mezelf, dag in dag uit, overstelp met nutteloze weetjes van het kaliber ‘mijn oud-klasgenote at vanavond macaroni met kaas’, ik als het ware een afvalberg van informatie in mijn brein verzamel, waardoor de verbindingen dichtslibben en de helderheid verdwijnt? Puur op gevoel zeg ik: dat klinkt nog niet eens zo gek.

Ter nuancering: nee, natuurlijk hoeft niet alles nuttig en efficiënt te zijn. Soms is het gewoon prettig om gedachteloos voor je uit te staren naar je scherm terwijl Damon en Elena weer eens ruzie maken. Net als dat het soms lekker is om een reep chocola te verorberen, ook al weet je best dat je vervolgens de halve middag ligt te suikerdippen op de bank. Ik denk dat het echt niet nodig is om ernaar te streven altijd de keuze te maken die objectief of rationeel het meest oplevert. Zo nu en dan wil ik nou eenmaal een nacht doorhalen, ook al ben ik de volgende dag dan weinig waard. Op dezelfde manier vind ik het leuk (haha) om via Facebook op te hoogte te blijven van wat mijn vrienden en familie doen. Wel is het iets om over na te denken: met welke informatie ‘voed’ je jezelf elke dag en wat doet dat met je?

Zo zijn die tv-series toch nog ergens goed voor: Sherlock heeft mijn geheugen weer even opgefrist. Ik ga weer wat beter nadenken voor ik mezelf gedachteloos volstouw met junkinfo. Sterker nog, ik kan wel wat betere ‘voeding’ gebruiken. Dus een beetje minder Facebook, wat vaker de computer uit. Zou ik dan op den duur zo helder van geest worden dat ik ook consulting detective kan zijn?

 

REBLOG: Noodzaak of luxe?

Noodzaak of luxe?

[23 april 2012]

Laatst keek ik een aflevering van het tv-programma Debat op 2. Het thema was – weinig verrassend – de crisis en de financiële gevolgen daarvan voor de Nederlandse burger. “Wat gaan u en ik merken van die bezuinigingen?” vroeg Arie Boomsma. Het zette me aan het denken. 

In de studio waar het debat gehouden werd, zaten een paar mensen die als gevolg van de crisis nu niet meer rond kunnen komen. De uitzending begon meteen opvallend. Er werd een korte reportage getoond waarin een vrouw vertelde over haar moeilijke financiële situatie. Terwijl ze dat deed, rolde ze een sigaret. Dat werd vervolgens punt van discussie. “Tweehonderd euro tekort in de maand, maar wel gewoon doorroken?” zeiden een paar aanwezigen verontwaardigd. “Ja, mag ik?” reageerde de vrouw. “Dat ik nu geen baan meer heb, wil toch niet zeggen dat ik niet meer het recht heb om een beetje te genieten van het leven.”

Een andere vrouw, alleenstaande moeder van drie kinderen, had het ook niet breed en vertelde over haar dilemma’s. “Ik wil ook gewoon m’n kinderen leuk aankleden, en dat ze gaan sporten, eten op de plank hebben. Dat vind ik ook heel belangrijk. Ik wil er ook gewoon leuk uitzien. Het is niet zo dat ik niet leuk mijn haren mag verven en dat je niet meer een peukje op mag steken en leuke dingen mag gaan doen. Dat willen wij ook gewoon.”

Dat zette me aan het denken. Ja, natuurlijk mag je ook genieten van het leven als je het niet breed hebt. Geniet nooit met mate, zei Loesje al eens. Maar waar ligt de grens? Ik bedoel, welke uitgaven vallen onder de normale (secundaire) levensbehoeften en wat is wel degelijk een luxe die nou eenmaal niet iedereen zich altijd kan permitteren? Natuurlijk wil de moeder van drie kinderen ook dat haar kinderen gewoon gezond eten en netjes gekleed naar school gaan. Maar neem bijvoorbeeld de mobiele telefoon. Vijftien jaar geleden was het helemaal niet zo normaal om überhaupt een mobiel te hebben; toen belde je nog gewoon naar een huis of kantoor als je iemand wilde spreken. Vandaag de dag is het voor veel mensen van groot belang om zo’n apparaatje te hebben.

Maar hoe zit het dan met de smartphone  – inclusief duur internetabonnement? Is dat iets dat redelijkerwijs normaal is om te houden als je elke maand de eindjes aan elkaar moet knopen? En hoe zit het met dingen als roken, zoals het voorbeeld hierboven, of huisdieren, of een lidmaatschap voor de sportschool of bibliotheek?

Etos-mascara en huiswijnchardonnay
Het houdt me de laatste maanden best bezig, nu ik geen baantje meer heb en dus volledig leef op kosten van mijn ouders en de overheid. Als ik boodschappen doe, kies ik dan altijd voor het goedkoopste, of neem ik uit milieu- en gezondheidsoverwegingen toch mijn dierlijke producten biologisch? Is het normaal om als student uit eten in een restaurant of op vakantie naar het buitenland te gaan? Hoe vaak koop ik nieuwe schoenen? Met andere woorden, hoeveel heb je eigenlijk echt nodig? In de hedendaagse consumentenmaatschappij worden immers letterlijk aan de lopende band behoeftes gecreëerd. Daarbij komt impliciet de boodschap dat genieten en geld uitgeven met elkaar samenhangen. “Neem dit luxe product maar, geniet ervan, je hebt het verdiend.”

Maar kom op jongens, genot haal je niet per se uit de winkel. De afgelopen weken heb ik al drie keer in de supermarkt een bakje aardbeien twijfelend teruggezet. Ja, heel lekker, maar Suusie: aardbeien in de winter? Is dat nou echt nodig?

Spullen kopen maakt ons helemaal niet gelukkiger, kun je stellen. Aan de andere kant: toen ik zo blut was dat ik geen nieuwe Etos-mascara kon kopen, zat ik toch met smart te wachten tot de stufi binnen kwam. In dat opzicht ben ik het eens met de vrouw uit Debat op 2. Het leven moet wel leuk blijven. Als ik een week hard heb gestudeerd, wil ik gewoon een wijntje in de kroeg. En na een paar weken leren voor tentamens beloon ik mezelf met een mooie fairtradesjaal. Nou en?

Wat we ons volgens mij wel moeten blijven realiseren, is dat luxe went – en dat het ook weer ontwend kan worden. Als je altijd versgebakken biologisch brood eet, smaakt een sneetje volkoren van Albert Heijn nergens naar, en als je alleen maar goede pinot grigio drinkt haal je wellicht je neus op voor huiswijnchardonnay. Maar joh, hoe groot is het verschil echt? Sokken van de Zeeman verwarmen je voeten niet minder goed dan een paar van een duur merk. Je kunt aan heel veel dingen wennen als het moet en al die ‘enorme’ verschillen zijn op grote schaal wellicht te verwaarlozen.

Want, om dit hele verhaal tot slot allemaal even in perspectief te zetten: kijk eens een aflevering van de BNN-serie Bloed, zweet en luxeproblemen. Zes Nederlandse jongeren zeggen hun luxeleventje gedag om in Azië en Afrika te werken op de plaatsen waar hun kleding en voedsel wordt gemaakt. Ze leven en slapen bij de lokale werkers en worden zo ruw wakker geschud uit hun consumentisme. Nou, als ik daar een aflevering van kijk, loop ik de rest van de dag niet meer te zeuren over kapotte All Stars of Euroshopper-mozzarella. En als ik dan al die studenten hoor klagen over het afschaffen van hun masterbeurs, dan kan ik het toch niet laten te denken: jongens, wat zeuren jullie nou. We moeten allemaal ons steentje bijdragen aan de crisis, en wij Nederlandse studenten hebben het eigenlijk nog best wel heel erg goed.

REBLOG 2012: Hoe ik in Taiwan bijna dakloos werd

Het is verleidelijk om ook uit 2012 een bezinnend/reflecterend/’wijsheid’-stukje online te plaatsen, want daarvan schreef ik er genoeg in Taiwan. Over hoe ik veel beter functioneer zonder mezelf doelen (lees: eisen) op te leggen, over hoe je soms jezelf een schop onder je kont moet geven en hoe ik mijn leven vorm wilde geven (‘get real Suusie’ versus ‘een zekere dosis schijt aan de wereld’). 

Maar het zou toch ook gek zijn om helemaal niets concreets uit Taiwan te rebloggen? Ik schreef immers ook veel over de dagelijkse dingen die er gebeurden, de avonturen die ik zoal meemaakte (wie herinnert zich m’n met water overgoten MacBook na een dronken avond uit?) en wat me zoal opviel aan Taiwan.

Met name dat laatste is zo leuk om terug te lezen. De kleine dingen die een land bijzonder en ‘eigen’ maken zijn gek genoeg juist ook de dingen die je neigt te vergeten als je weer thuis bent. Lijstjes vol tikte ik over de gekke, fijne Taiwan-dingen die ik tegenkwam.Vaak waren het leuke dingen, maar het was ook in Taiwan dat ik meerdermaal moest ondervinden dat het leven niet te controleren valt. En dat je soms moet vertrouwen dat het allemaal wel weer goed komt (want uiteindelijk overleef je het wel, heus).

Bijvoorbeeld toen ik in januari 2012 plots m’n dorm uit werd gezet…

En toen was ik bijna dakloos

18 januari 2012 [20 jaar]

Het gebeurde tijdens een Skype-sessie met de Keukenprinses, maandagavond. We waren al aan het afsluiten (‘geniet van je dag!’ – ‘lekker slapen zo!’) toen mijn oog viel op het tablad van m’n browser. Inbox (1). Gedachteloos klikte ik het aan. Het was antwoord van Amy Chen was, het hoofd van de International Office op NCTU, die ik vanmorgen had gevraagd hoe lang ik eigenlijk nog in de dorm mocht blijvenHoewel een paar Taiwanezen me eerder hadden verzekerd dat je gewoon tijdens de wintervakantie in de dorm kon zijn, had ik van m’n Russische kamergenote onlangs een ander verhaal gehoord. ‘You know, you have to check-out before January 19,’ zei ze op de dag dat ze verhuisde naar haar nieuwe flat.

Tijd voor verheldering dus. Helaas had Amy Chen geen goed nieuws voor me.According to Housing Service Division, you should leave your dorm by 5:00pm, January 19th. Since they’ve already assigned your dorm to the other student, you can not to stay in your room anymore after Jan. 19th. Eh..  say what?! Dat was al binnen vier dagen! Hoewel ik er eerst vooral hard om moest lachen – want gosh, dit is dus echt weer typisch Taiwan – drong de gehele situatie al gauw tot me door. Verschillende gedachten gingen door me heen. Woah, ga ik nu plots onverwacht weg uit Hsinchu? Goed dat ik al was begonnen mijn koffer in te pakken… Yes, eindelijk de eerste stappen naar huis. Maar ik wil nog helemaal geen afscheid nemen van het zwembad! Zou ik de jongens ook moeten waarschuwen? Haha, word ik gewoon m’n kamer uit gezet! Oh jee, waar moet ik nu slapen? Zal ik gewoon na Chinees Nieuwjaar gelijk naar Taipei gaan dan? Maar wat moet ik dan tot ik zondag naar Tainan vertrek? Jemig, ik heb ontzettend veel spullen, hoe ga ik die in godsnaam verslepen…

Goed. Helaas had ik een eetafspraak en veel tijd om direct dingen te regelen was er dus niet. Ik sprong snel onder de douche en haastte me naar de bushalte aan Guang-Fu Road. Vanavond zou ik gaan eten met Iris Tuan, een docente die me in het begin van het semester was toegewezen als begeleidster maar die ik tot dan toe nog nooit had ontmoet. Gelukkig was de eet-date erg gezellig en toen ik mijnhousing problems met haar deelde, bood Iris spontaan aan dat ik wel in een kamertje in haar huis kon logeren, als ik echt niets anders zou kunnen vinden. Bij wijze van final back-up. Fijn! Nu was de druk er een beetje af.

Omdat op de campus blijven echter een gunstiger alternatief is, ging ik gistermiddag naar de International Office om met Amy Chen te overleggen. Ze vertelde een beetje verbaasd te zijn dat ik, Jesper en Alex uberhaupt nog in Taiwan waren. ‘Most of the exchange students have gone home already…’  Yes, dat weet ik, zuchtte ik in gedachten, en het liefst zou ik hetzelfde doen. ‘Toen we in mei onze tickets boekten, hadden we geen goed zicht op de planning dus we hebben zomaar een datum geprikt,’ legde ik haar uit.

Gelukkig toonde Amy zich erg meelevend en behulpzaam. Ze belde naar de Campus Housing Division, maar werd daar helaas weg-gebonjourd. Blijkbaar was de vrouw die er de baas was de komende twee dagen niet aanwezig, dus ze konden nu niets voor me doen. Ik gaf Amy mijn telefoonnummer en ze beloofde donderdag te bellen met nieuws. Het best-case scenario is dat ik in elk geval tot eind januari in de dormitory kan blijven; theoretisch gezien kan dat gewoon in m’n eigen kamer, aangezien de Vietnamese meisjes tot half februari in Vietnam zijn. Maar nogmaals,het is Taiwan, dus wellicht dat dit om administratieve redenen niet mogelijk is. In dat geval ben ik allang blij als er ergens op de campus nog een bed vrij is. Dat moet haast toch wel zo zijn?!

Op dit moment is de situatie nog volledig onduidelijk. Ik kan momenteel niets anders doen dan het telefoontje van Amy Chen morgen afwachten, om dan te horen wat het mevrouwtje van Housing Devision te zeggen heeft. Moet ik inderdaad de 19e (morgen dus al!) uitchecken, dan heb ik een paar alternatieven. Ginger, een meisje dat bij me in Chinese les zat en dat op dezelfde gang woont als ik, zei gisteravond dat er in haar dorm een bed vrij is en dat ik daar wel (semi-stiekem) mag blijven, en Rainy heeft aangeboden dat ik in haar bed mag slapen zolang zij in Tainan is (maar ja, hoe krijg ik dan haar sleutel?). Ten slotte is er natuurlijk nog Iris Tuan.

Het komt vast goed, op de een of andere manier, maar een beetje vervelend is het wel. Inmiddels heb ik m’n koffers zo veel mogelijk ingepakt en er staat een doos klaar om naar huis te sturen. In gedachten neem ik al afscheid van de campus, het zwembad, de vertrouwde paadjes, het wooden waffle house… maar stiekem hoop ik dat ik gewoon nog een week of twee in Hsinchu kan blijven. Of nou ja… wat er ook gebeurt, zondag vertrek ik voor Chinees Nieuwjaar een paar dagen naar Tainan, en ik ben sowieso van plan om de laatste week van m’n Taiwan-reis in Taipei door te brengen. Verder, wat mijn toekomstig zwerverbestaan (?) betreft: I’ll keep you posted!

Hoe het afliep? Dat lees je morgen. ;)

 

REBLOG 2011: is dit niet bijna profetisch?

Dit stukje uit 2011 zie ik nog steeds als keerpunt. Ik bracht de onrust in mij onder woorden en daarmee zette ik, zonder dat ik dat toen doorhad, een lijn uit voor de toekomst.

Zeker als ik nu terugkijk is dat op z’n minst opmerkelijk te noemen: veel van de dingen die ik als negentienjarige bewonderde in anderen, heb ik inmiddels zelf gedaan (of in elk geval mijn eigen versie ervan).

Zo refereer ik op meerdere punten aan grote buitenlandreizen van vriendinnen. Ik had op dat moment zelf totaal geen ambities in die richting. ‘Niets voor mij’, dacht ik altijd. Maar nog geen twee weken later kreeg ik plots mail met een geweldige kans en nog geen maand later werd ik uitgekozen: een half jaar op uitwisseling naar Taiwan.

En wat dacht je van de passage over journalistiek. Bizar om dat terug te lezen, dat ik dat blijkbaar toen al door had – want het is exact de weg waarin ik nu ook weer zoekend ben. 

Overigens, dat vergelijken doe ik (soms) nog steeds. Gelukkig heb ik inmiddels ook zelf dingen die ik heb gedaan, meegemaakt, bereikt – dingen die me hebben gevormd, ervaringen om trots op te zijn.

Hm, nu ik er zo over nadenk: misschien weer tijd om zo’n lijstje te maken. 

Rolmodellen – over sterren en stenen

26 maart 2011 [19 jaar]

Ik heb zo veel mooie mensen om me heen. Elke dag ben ik me daar weer van bewust als ik een weblogje lees, een mailtje ontvang, een brief vind tussen de post. Vriendinnen die me inspireren met hun daden en woorden, hun kennis en wijsheid; ik mag van geluk spreken.

Slechts één keerzijde heeft deze rijkdom en die is uiteraard niet aan hen maar aan mijzelf te wijten. Mijn ontembare gedachten hebben de vervelende gewoonte continu vergelijkingen te maken tussen mij en ‘de anderen’. Totaal irrationeel en irrelevant zijn deze valse waardeschattingen, maar ze zitten me behoorlijk in de weg. Vaak heb ik het gevoel dat iedereen zo hard op weg is succesvol, mooi en gelukkig te worden (en dat tegelijkertijd al is!) – iedereen, behalve ik.

Zij verslindt meer boeken in een jaar dan ik in twee en studeert nu een half jaar in Canada.
Zij vond vrienden voor het leven in Zuid-Spanje en leerde vloeiend Spaans spreken.
Zij reisde een jaar in haar eentje door Australië en Nieuw-Zeeland en werkt nu om te sparen.
Zij reisde de hele wereld over – van Australië tot Zweden tot Rusland tot Thailand – en weet alles van wijn en voedsel.
Zij verwent zichzelf met de heerlijkste smoothies.
Zij rent op een dag tien kilometer en een paar weken geleden zelfs de halve marathon.
Zij studeert hetzelfde vak als ik maar leert véél harder (en weet dus ook veel meer).
Zij zit urenlang te programmeren.
Zij woont samen in een fijn huisje en kookt dagelijks een fantastisch maal voor haar lief.
Zij heeft de mooiste lange lokken die ik ken.
Zij is met passie aan het promoveren.
Zij werkt in een boekwinkel en weet alles over middeleeuwse geschriften.
Zij reist in d’r uppie naar China om onderzoek te doen en de Chinese taal te leren.
Zij schrijft beter Engels dan een native speaker.
Zij heeft gevatte humor en maakt heerlijke gedichten.
Zij heeft een figuurtje om van te dromen.
Zij maakt haar eigen cosmetica.
Zij heeft een succesvolle food blog.
Zij debatteert tussen andere autoriteiten op het gebied van voedingsleer.
Zij maakt lange dagen op de universiteit om haar vakken te halen.
Zij doet twéé studies.
Zij studeerde af aan de kunstacademie.
Zij werkt full-time.
Zij doet een bestuursjaar.
Zij werkt nachtenlang achter de bar.
Zij danst klassiek en modern ballet.
Zij voedde ondanks een moeilijke scheiding twee kinderen op.
Zij kookt het beste van allemaal.
Zij is de meest wijze vrouw die ik ken.

Zucht. Zo kan ik nog uren doorgaan. Kleine en grote dingen, en zij kunnen nog veel meer dan dit maar daar gaat het niet om. Van alles hierboven zegt het kleine naïeve meisje in mij: ‘ik wil het ook kunnen’.

Dat is belachelijk, kinderachtig, onmogelijk. Ik weet het. Je kan niet altijd alles hebben. Alles tegelijk kan al helemaal niet. Ik kijk veel te veel naar hun wegen en verlies daardoor het oog op mijn eigen pad. Dan verdwaal ik.

Dus ik verdwaal. Ik weet op dit moment niet zo goed hoe mijn weg loopt. Ik ben negentien, ik ben tweedejaars geschiedenis en heb tot nu toe al mijn vakken gehaald – maar besteedde de afgelopen zeven weken zo weinig tijd in de boeken dat ik met recht ‘luie student’ kan worden genoemd. Dat voelt naar. Dat wil ik niet zijn. Ik was toch het meisje dat ooit cum laude haar vwo haalde? Al vier jaar werk ik bij Albert Heijn, het is tijd voor iets nieuws, maar wat dan? Ik heb het gevoel dat ik niets ‘kan’ en vergeet dat voor elk baantje training en inwerktijd bestaat. Ik dacht dat ik journalist wilde worden maar twijfel daar nu steeds sterker aan: ik wil geen sensationele teksten schrijven die kort en vluchtig gelezen worden, ik wil doordachte mooie woorden schrijven die blijven. Ik heb een fijne relatie en vind liefde nog steeds erg moeilijk.

Toch, zoals Japin ooit al schreef: ik kan liefhebben.

Liefde. Liefde. Liefde. Sja.

Eén ding is zeker: liefde voor mijn studie ontbreekt op dit moment. Nu doe ik alle dingen half, als zwakke schaduw van het rolmodel. Ik besef sinds gisteren dat ik mijn aandacht weer op mijn éigen weg zal moeten richten, wil ik stralen. Wie louter naar de sterren kijkt, struikelt over een steen. Ik ben negentien, tweedejaars geschiedenis. Al die reizen, al die plannen, al die kennis – dat komt nog wel. Hoe ik het vaak ook anders ervaar, het is nog niet te laat. Ik heb voldoende tijd – toch?

Morgen ga ik naar de bieb.

REBLOG 2008: over hardlopen en zelfvertrouwen

Stukje over hardlopen vandaag! Leuk trouwens om jullie enthousiasme te horen over de #reblogs tot nu toe. Ik was ergens bang dat ‘t te kazig zou zijn ;) Maar hé, zo zie je maar, soms moet je gewoon dingen doen, ook als je niet zeker weet hoe ze uitpakken. 

En eigenlijk is dat ook zo’n beetje wat ik in het stukje hieronder zeg, namelijk: 

Laat de angst om te verliezen je er niet van weerhouden het spel te spelen

20 juni 2008 [16 jaar]

Regelmatig loop ik een stukje door het bos. Dat kan allerlei redenen hebben: soms ga ik wanneer ik me niet meer kan concentreren op mijn huiswerk en mijn zinnen wil verzetten, of als ik me simpelweg niet fit voel. Daarnaast sta ik soms ‘s morgens vroeg voor dag en dauw op om de wakende wereld waar te nemen. Op zulke momenten kom ik helemaal tot rust.

Echter, de grootste motivatie om mijn sportschoenen weer uit de kast te halen put ik uit eerdere ervaringen: ik weet dat ik me beter ga voelen van een rondje rennen. En hoe vaker ik loop, hoe meer vertrouwen ik krijg in dat gevoel en in mezelf.

Aan de andere kant: denken dat ik het niet kan, dat ik die vijf kilometer vandaag niet zal redden, is funest voor mijn doorzettingsvermogen. Zodra ik deze gekmakende gedachtes de vrije loop laat, daalt mijn gevoel voor eigenwaarde met rasse schreden en ondanks dat ik er lichamelijk absoluut toe in staat zou zijn, maakt negatieve mentaliteit dat ik nauwelijks nog meters verder kom – het plezier in lopen is dan in elk geval ver te zoeken. Het is dus erg belangrijk dat ik blijf vertrouwen op en in mezelf. En geldt dat niet feitelijk voor alles wat we doen?

Algemeen gezegd: handelingen waarvan ik bij voorbaat het gevoel heb dat ze ‘toch wel gaan mislukken’, kosten me tien keer meer moeite. Heb ik daarentegen een ‘eitje-gevoel’ en ben ik ervan overtuigd dat ik de taak moeiteloos zal kunnen volbrengen, dan gaat het me ook niet al te moeilijk af. Beide zijn gebaseerd op eerdere ervaringen (tien keer eerder vijf kilometer hebben gelopen maakt het vertrouwen dat het de elfde keer weer lukt groter), of op inschatting (na een lange luiervakantie heb ik zo m’n twijfels over mijn loopkwaliteiten).

Vandaag de dag wordt het begrip zelfvertrouwen vaak in verband gebracht met uiterlijk – althans, dat is hoe ik dat lange tijd heb geïnterpreteerd. Wie tevreden is met hoe ze eruit ziet, zo wordt wel gesteld, zit goed in haar vel en heeft daarmee eindeloze mogelijkheden. Ze zal uitstralen dat ze zich goed voelt en trots is op haar voorkomen.

Toen ik tijdens een cooling-down-wandelingetje aan het bijkomen was van dat laatste rondje lopen afgelopen avond, besefte ik plotseling, dat het vele malen dieper gaat dan dat: het besef van puur vertrouwen in jezelf, dat is wat er waardevol is en wat je als persoon verder zal brengen.

Daarom is het belangrijk om zo dicht mogelijk bij jezelf te staan, en hoe leer je ‘jou’ als persoon beter kennen door heel dicht bij haar te gaan staan? Zelfvertrouwen moet groeien en daartoe ben je gedwongen te experimenteren en je grenzen te verkennen zodra je zelfbewustzijn zich begint te ontwikkelen. Daarbij is het vereist soms een duik te nemen in het diepe onbekende; wellicht precies wat velen ervan weerhoudt te vertrouwen.

Uiteindelijk haal je het beste uit jezelf als je beste maatjes bent met de sterke persoon in jou. Je bereikt dingen die je voorheen nooit voor mogelijk had gehouden, juist omdat je ze wel voor mogelijk houdt. En dat is best handig, aangezien je de rest van je leven op de een of andere manier bij jezelf moet blijven. Dus vertrouw op haar! Want wat heb je te verliezen? Ik ben in elk geval morgen weer in het bos te vinden.