A little bit of everything, all rolled into one

zaterdag

  • Dat m’n WSET2-examen vet goed ging. Veruit de meeste vragen kon ik zonder twijfel beantwoorden; de uitslag komt pas over ongeveer een maand, maar ik maak me er totaal geen zorgen over. Sowieso was het stiekem best leuk om weer eens ouderwets te blokken. Feitjes stampen en merken dat ik dat nog steeds kan als ik er echt voor ga zitten en m’n best voor doe. Soms heb ik het idee dat m’n geheugen met de jaren alleen maar slechter wordt, maar misschien is het vooral zo dat ik weinig meer op een ‘schoolse’ manier leer.
  • Hoe veel fijner ik me voel, vandaag en deze week. Wat er verandert in me, in goede zin. #happythankyoumoreplease
  • Wijnclub. Wat een toffe editie hadden we weer! Gaaf ook om te merken dat ik m’n WSET-kennis hier meteen kan toepassen. Ook fijn: dat ik – voor het eerst in de geschiedenis van wijnclub – het merendeel van de wijn alleen proefde (en dus uitspuugde). Alcohol + medicatie gaan niet lekker samen maar eigenlijk vond ik dit een win-winsituatie. Wél proeven, ontdekken en leren, maar aan het eind van de avond nog gewoon helder en vandaag niet brak.
0

toestemming

Regelmatig spookt de laatste weken een berichtje door mijn hoofd dat iemand me stuurde als reactie op mijn verhaal over vloggen, make-up en bezig zijn met je uiterlijk.

Sowieso kreeg ik op die post héél veel reacties, veel persoonlijke, bijzondere en inzichtelijke woorden. Laat ik beginnen met een paar andere fragmenten te delen, want er zaten veel dingen bij die me verder hielpen.

Iemand schreef bijvoorbeeld:

Je verwijst naar de babyboomer die tegen je zegt dat je een vak moet leren en jezelf nuttig moet maken. Maar in feite heb je een vak geleerd, je bent historica, een verhalenvertelster, iemand die anderen een spiegel voorhoudt, dus heel nuttig.

Ik las dit en dacht meteen: ja ja ja, o ja dat is het, zo is het en dat wil ik. Ik ben Suus en ik vertel verhalen. Dat, boven alles. (En hieruit ontstaat ook meteen een dieper verlangen: ik zou graag nog meer en vaker verhalen willen vertellen dan ik nu doe, ook andere verhalen, jouw en hun en onze verhalen, opschrijven, in beeld brengen, wat dan ook – ik voel het zo diep vanbinnen dat het bijna brandt.)

En iemand anders mailde me wat soortgelijks, waarbij hij zelfs nog een stukje verder inzoomde op het creatieve proces:

En toch… toch blijf ik het opzoeken. (…) Toch blijft het gevoel van iets MAKEN, iets met zorg samenstellen met een doel, iets waarbij zoveel verschillende puzzelstukjes bij elkaar moeten komen (editing, beeldmateriaal, effecten, onderwerpen etc.) een soort aantrekkingskracht hebben voor mij. De beste omschrijving is denk ik dat het voor mij geldt als creatieve uitlaatklep. Een uitlaatklep in de vorm van kortstondige projecten waar iets haast tastbaars uit komt. Iets waarin je andere mensen mee kunt nemen. Iets waarin ik een verhaal kan vertellen dat ik graag wil vertellen. 

Again: JA. Goede realisatie ook, dat ook de strubbelingen en twijfels (in dit geval met video’s maken) deel zijn van het creatieve proces. Omdat het per definitie kwetsbaar is. Met schrijven herken ik dat inmiddels goed – ik weet dat er bij élk verhaal dat ik maak een fase is waarin ik denk: GOD DIT WORDT HELEMAAL NIKS, WAAR BEN IK IN HEMELSNAAM MEE BEZIG. En dat ik dan gewoon stug door moet gaan en dat ik uiteindelijk, achteraf, vaak blij ben met het resultaat.

Is zelfs nog steeds zo met de blogjes die ik hier schrijf – terwijl, kom op, ik doe dit letterlijk m’n halve leven! Toch kan ik nog steeds denken dat “de dingen die ik nu schrijf veel matiger zijn dan een tijd geleden, vroeger schreef ik mooier en beter en scherper”, et cetera. Lees ik stukjes terug van bijvoorbeeld vijf jaar of nog langer geleden, dan ben ik bijna verbaasd (in positieve zin) over hoe ik toen schreef. Terwijl ik ook weet dat ik toen niet bijster blij was met m’n meeste schrijfsels.

Goed, ik dwaal af – terug naar waar ik deze post mee begon. Iemand schreef me dus een berichtje waaruit één zin specifiek bleef hangen:

Ik vind het juist heel positief als mensen er niet helemaal gelikt uitzien, daarmee geef je anderen ook ruimte en toestemming om niet supermodel-mooi te zijn.

Spijker op z’n kop. Elkaar toestemming geven, mooi gezegd vind ik dat.

Ik moest meteen denken aan hoe ik laatst spontaan langskwam bij S, zij de deur opendeed en een van de eerste dingen die ze zei was: ‘ik dacht nog, moet ik nou make-up op mijn hoofd smeren maar toen dacht ik, ach nee het is Suusie, dat is toch niet nodig, en ik ben blij te zien dat jij ook niets op hebt’.

Ik moest lachen en zei haar dat ik, voordat ik op de fiets stapte, inderdaad precies dezelfde gedachte had. Ik ga naar S en die vindt het prima als ik gewoon in mijn chill-trui en zonder make-up op haar bank zit, die vindt me niet minder leuk zo.

Hoe fijn is het als je – zéker bij de mensen die dichtbij je staan – je niet mooier, beter, gelikter of gezelliger hoeft voor te doen dan je bent? Dat je gewoon jij mag zijn, zonder maskers.

Sterker nog, wie zegt er eigenlijk dat je dan minder ‘mooi’ bent? Dat is zo’n diepgeworteld idee, de mooie versie van jezelf is de versie waarvoor je moeite hebt gedaan. Uh, waarom eigenlijk – is dat wel zo? Ik keek laatst een video van YouTuber Marije (ditgebeurterals) die een week lang zonder make-up door het leven ging. In alle eerlijkheid, mijn eerste gedachte bij haar ‘natuurlijke’ gezicht was: meid wat ben je prachtig zo, wat zonde om die puurheid altijd te willen verbergen en het gevoel te hebben dat het niet goed genoeg is…

(Nog even los van het feit dat ik me realiseer dat dit óók weer klinkt als ‘oordeel’ en dat de focus op deze manier nog steeds op uiterlijk ligt, het hele punt is denk ik, en nu citeer ik weer een lezeres van die avondpraat-blog: je bent niet óf nep óf echt, je kunt een eerlijke vlog maken met mascara op, en de keer daarna met mascara én bb cream, of wat je maar wil! We nemen je serieus. En je ‘moet’ helemaal niks.)

Maar goed, elkaar toestemming geven dus. Wat ik ook ervaar is dat je, juist door zulke kwetsbaarheid te tonen, dichter bij elkaar komt. Doordat je niet bezig bent jezelf te “presenteren” naar de ander, kun je meer aandacht richten op het gewoon zijn, op het contact. Je hoeft de ander er niet – met mooie kleren, een opgemaakt gezicht, de nieuwste telefoon of wat dan ook – van te overtuigen dat je cool bent. Want je bent het al.

Dat neemt overigens niet weg dat het soms fijn is om tijd en energie te besteden aan je uiterlijk – ook dat kan een vorm van zelfzorg zijn. Ik denk dan vaak terug aan iets wat (ik geloof) Lianne ooit schreef: dat het supercomfortabel kan voelen om altijd rond te lopen in je chillpants en met een slordige knot op je hoofd, maar dat het evengoed getuigt van zorg en zelfliefde om je haren te kammen, een fijne crème op je huid te smeren en wat moois aan te trekken.

En zo blijkt maar weer dat de tagline van Suushi (overigens ooit gejat uit het liedje Bitch van Meredith Brooks) nog altijd geldend is:

I’m a little bit of everything, all rolled into one.

0

vergeving

Soms vind ik het confronterend om te bedenken dat ik over een maand 29 word, en nog steeds

nog stééds zo bezig kan zijn met wat anderen over mij denken. Hoe het nog altijd mijn gedachten kan beheersen en ik me er mijn gedrag op aanpas. Het is wel wat minder dan vroeger hoor, ben ik geneigd daar meteen achteraan te typen – maar is dat wel zo?

Sinds een tijdje ben ik bewust aan het oefenen, mezelf exposure aan het geven. Mezelf blootstellen aan mijn angsten. Het is namelijk allemaal angst, natuurlijk, diepgewortelde angst voor afwijzing, angst dat mensen me niet leuk vinden – en dat ze me (dus) verlaten, of ik minder kansen krijg in het leven.

Maar hey, laat ik het eens omdraaien: welke kansen ontneem ik mezelf door zo te leven?

Hoe dan ook: exposure, zal elke therapeut je vertellen, is een van de meeste effectieve remedies tegen angst. Zelf heb ik dat vaak genoeg ervaren. Vroeger vond ik het bijvoorbeeld doodeng om mensen te bellen, helemaal als anderen me konden horen terwijl ik belde. Nou, een paar maanden werken als journalist helpt je daar wel vanaf. En nadat ik een (klein) auto-ongeluk veroorzaakte, had ik maandenlang paniekaanvallen achter het stuur. Door toch stug door te blijven rijden – en samen met B mijn gedachten te onderzoeken: waar ligt de angst in, is dat waar, is dat reëel? – zijn ze op een gegeven moment ‘vanzelf’ overgegaan.

Maar ja, bel- en rij-angst zijn (althans voor mij) een stuk kleiner en overzichtelijker dan die diepe angst om raar of stom gevonden te worden.

En terwijl ik dat zo typ denk ik weer: en wat dan nog? Wat als mensen je inderdaad raar of stom vinden, of het niet eens zijn met wat je doet, so what? Waarom ben je daar nu zo bang voor, wat is het ergste dat er kan gebeuren?

Intussen blijft mijn hoofd fulltime aan het werk om alle mogelijke scenario’s uit te denken, alles om maar de illusie van grip te ervaren, om niet onverwacht afgewezen te worden. Interessant ergens wel, om keer op keer te merken hoe vaak ik zulke kronkels heb – want keer op keer blijkt dat er niets van klopt.

Toen ik deze week bijvoorbeeld als een van de eersten wegging op de bruiloft van E en J, was ik bang dat mijn lieve vriendin daar heel teleurgesteld over zou zijn. (Het was trouwens wel een stap in ‘zelfzorg’ om het wél te doen; ik was al een tijdje op, vroeger zou ik het uitzitten, nu bedacht ik me dat zij dat waarschijnlijk ook niet zou hebben gewild – andersom zou ik het in elk geval niet fijn vinden als mensen tegen hun zin op mijn feestje zouden blijven.)

Hoe dan ook, het bleef de dagen erna knagen (en in mijn hoofd wordt zoiets al snel: ‘slechte vriendin, ze heeft nu natuurlijk spijt dat ze jou als getuige heeft gevraagd’), dus ik besloot het bij haar te checken. Haar reactie: oh joh, ik heb helemaal niet geregistreerd wanneer iedereen weg ging, ik vond het vooral fijn dat mensen niet allemaal tegelijk gingen zodat ik met iedereen nog even kon praten.

Zo zie je maar.

Zulke voorbeelden heb ik te over. Gisteravond nog, toen de Journalist hier kwam eten en rond 10 uur na zijn kop thee aankondigde dat hij er maar weer eens vandoor ging. Ik denk dan meteen: heb ik iets verkeerds gezegd, waarom ga je al? Terwijl ik zelf ook zo vaak rond 10 uur naar huis wil omdat ik moe ben.

Ik heb dit niet bij hem gecheckt maar eigenlijk denk ik ook: zelfs áls hij naar huis ging omdat hij even genoeg van me had, hoe erg is dat? Moet ik dan voortaan mijn gedrag aanpassen om dit te voorkomen? Nee, dat is nu juist het punt – ik wil het durven laten botsen en schuren, en zo ook mijn ruimte (meer) in gaan nemen.

Goed, die exposure dus. Hoe dan? Zo bijvoorbeeld:

  • In sociale situaties bewust ‘gewoon erbij zitten’, niet leuk en gezellig doen. In mijn hoofd vindt iedereen me dan saai, tegelijkertijd kost dat ‘gezellig doen’ vaak bakken energie.
  • Niet meer lange tijd van tevoren alle afspraken vastleggen – en bijvoorbeeld beloven dat ik naar feestjes of verjaardagen kom. Zelf wil ik veel liever de vrijheid voelen om wel of niet te gaan, afhankelijk van hoe alles op dat moment is en loopt.
  • Blijven vloggen en video’s maken. Ook al poppen in mijn hoofd nog altijd regelmatig hoofdjes/stemmen op van mensen in mijn omgeving die dan roepen hoe stom, egocentrisch en oppervlakkig dit is. Ik vind het leuk om te maken en als je het niets vindt, hóef je het niet te kijken.
  • Zonder make-up de deur uit (blijven) gaan, juist ook naar sociale afspraken. Ik doe dit gelukkig regelmatig en hoewel het soms enorm kwetsbaar voelt (zeker als m’n gesprekspartner duidelijk wél voor de spiegel heeft gestaan) ben ik ook blij dat ik het kan. (Hier volgt nog een blogje over.)
  • Tijd alleen doorbrengen. Ook – juist – als ik niet weet wat ik met mezelf aan moet.
  • Bewust dingen doen waarvan ik weet (of nee: waarvan ik dénk te weten) dat anderen het niet ‘likeable’ vinden.

En ach, nu ik dit allemaal heb opgeschreven en het nog eens doorlees, denk ik ineens: misschien is mezelf altijd maar weer over m’n angsten heen pushen de remedie niet. Niet altijd, in elk geval. Zoals ik gisteren al schreef, het voornaamste dat mensen in m’n omgeving me teruggeven is dat ik te streng en te hard voor mijzelf ben.

Mildheid, dat brengt me veel verder geloof ik. Zachtheid in me creëren, vergeving voelen. Zorgen voor de kleine Suusie in mij.

Deze week las ik een passage in een boek dat ik aan het lezen ben (De ware worden van Margo den Ouden en Rinke Verkerk – meer hierover in m’n vlog morgen!) die me raakte:

Wat het ook is, kies er vandaag nog voor om jezelf te vergeven. Geloof niet in een leugen over jezelf. Weet dat niemand vrij is van het maken van fouten. Weet dat je niet alleen bent. Weet dat je meer bent dan je fouten. Weet dat je verleden je toekomst niet hoeft te definiëren. Weet dat je jezelf niet hoeft te straffen door jezelf niet te vergeven. je hebt zo veel meer talenten, liefde, licht en leven in je dan de fouten die je hebt gemaakt. Ga in deze nieuwe waarheid over jezelf geloven.

Ja, vergeving en zachtheid. Je eigen beste vriendin worden, ik schreef het al vaker.

Verdomme, mooie vrouw, gun jezelf dat nu eens!
Wat is dán eigenlijk het ergste dat er kan gebeuren?

0

avondpraat

Maandagavond, elf uur. Wakker. Al ruim een uur lag ik in bed maar in mijn hoofd was het druk, veel te druk. Terug op de bank dus maar weer – blijkbaar zijn er te veel woorden die eruit willen.

Om te beginnen dat vloggen, hè. Ja, alweer. ;-) Het houdt me bezig. Enerzijds zo leuk, een nieuw hobbyprojectje waarvan ik veel leer – er gaat een hele YouTubewereld voor me open en ik begin steeds meer te beseffen wat het zou betekenen als dit echt je baan is. Anderzijds: terwijl ik zit te filmen, of te editen – want vergis je niet, dat kost veruit de meeste tijd! – bedenk ik me intussen van alles dat zich nauwelijks laat vangen in een vlog (en zeker niet zonder dat het saai wordt).

Zo zit ik tegenwoordig avond na avond vlogs van anderen te kijken. Professionele vlogs, vooral. Teske en Mascha en Annemerel en Sanny en nog veel meer. Jonge vrouwen, vooral, mooie jonge vrouwen, al dan niet gezellig in de make-up. Dat laatste niet altijd overigens – het moet immers niet te glamoreus worden allemaal en wel ‘echt’ blijven, maar tegelijkertijd moet ik de eerste vlogger nog tegenkomen die daadwerkelijk zonder nadenken de camera aanzet.

Superlogisch ook, natuurlijk. Zoals ik onlangs al schreef, je móet ook wel nadenken voordat je je hoofd op internet knalt. Al is het maar uit zelfbescherming. Maar ik bedoel ook: nu ik zelf ervaar hoe vlogs gemaakt worden, besef ik dat voorafgaand aan een ‘spontane’ opname vrijwel altijd moet zijn nagedacht. Is het licht goed, is de microfoon aangesloten (en is de buurman niet aan het klussen ;-))? Welk camerastandpunt kies je? Liggen er geen rare voorwerpen op de achtergrond of lelijke kabels door het beeld? Ben je scherp in beeld en valt het licht een beetje goed op je gezicht?

Zo snel word je dus meegezogen in de YouTube-wereld. Ik realiseerde me bijvoorbeeld terwijl ik mijn eigen beelden terugkeek en ze met die van ‘hen’ vergeleek, dat dáár de kwaliteit van het licht toch wel heel veel beter was. Zelfs mijn opnames waarin ik pal voor het raam sta (tegenwoordig toch wel de favoriete plek om te filmen om precies die reden; goed licht en dus beter beeld) leggen het af tegen de beelden van een professionele vlogger die ‘gewoon’ op de bank zit of in de keuken staat.

Blijkt er dus zoiets als ringlampen te bestaan. Professionele verlichting, ‘veelgebruikt door vloggers en visagisten’, aldus Google. Aha. En voor ik het weet zit ik op een cameraverkoopsite te overwegen om zo’n lamp (toch al gauw 100+ euro) aan te schaffen.

Wacht, waarom eigenlijk?

Sowieso merk ik één nadeel op van vloggen: je raakt er, of je nu wilt of niet, meer door op je uiterlijk gefocust. Ik bedoel, ten eerste zit je tijdens het editen urenlang naar je eigen hoofd te kijken (en dan vallen die pukkel op je kin/eczeem bij je neus/random rode vlekjes bij je mond toch best op) en ten tweede valt daardoor het verschil tussen jouw eigen camerabeelden en die van doorgewinterde videomakers nóg meer op.

Want hé, zelfs de “natural beauties” onder hen hebben toch vaak wel erg gladde huidjes. Mooie ‘natuurlijke’ wenkbrauwen. Een gezonde blos op de wangen. En voor ik het weet zit ik te piekeren of ik misschien toch eens foundation of BB cream of bronzer moet aanschaffen – of allemaal. Komt de “beeldkwaliteit” van mijn video’s vast ten goede. Is misschien ook wel lekker voor m’n views, uiteindelijk.

Tot ik me bedenk: waarom eigenlijk?

Moet ik me niet juist verzétten tegen een wereld die draait om perfectie en kijkcijfers? Of is dat dan weer datgene waarvan ik denk dat mijn omgeving (ouders, vriendinnen, collega’s, jullie) het van mij verwachten – en is het daarmee dus geen werkelijk verzet, maar gewoon alsnog proberen te voldoen aan de verwachtingen van anderen?

Ik bedoel, ik kan wel zeggen dat ik ‘niet meedoe’ aan de wereld en hoe die werkt, maar ik scheer ook mijn benen en oksels (behalve laatst trouwens, bij wijze van experiment, maar eerlijk is eerlijk: dat voelde bij vlagen doodeng), smeer vrijwel dagelijks een lik mascara/concealer/wenkbrauwpotlood, trek naar m’n werk geen slobbertrui aan.

Dus waar leg je dan de grens? Waarom zou het ene ‘normaal’ of ingeburgerd zijn en het andere ‘nep’ of overdreven?

Met mijn uiterlijk heb ik sowieso af en toe van die vlagen waarin ik meer voor de spiegel sta – om dan uiteindelijk telkens weer tot de conclusie te komen dat het misschien leuk is om er goed uit te zien, maar dat het me ook de tijd/moeite/geld/energie niet waard is om er altijd tip-top bij te lopen. Dat mijn vrienden me zonder makeup nog even aardig vinden en de dingen waar ik écht voor leef weinig met mijn uiterlijk te maken hebben.

Aangezien ik toch zelf de uren in mijn leven mag indelen, besteed ik ze meestal liever anders, al laat dat onverlet dat het wel prettig is om je mooi te voelen. (Zelfs al realiseer ik me dat dat ‘mooi’ grotendeels een constructie van de samenleving is – in die zin voelt het soms een tikje rebels om daadwerkelijk met een ochtendhoofd vlogopnamen te maken en zo bij te dragen aan de hoeveelheid ‘ongepoetste’ beelden in de wereld, dit is hoe het is jongens).

Maar is er eigenlijk iets mis met ‘mooie’ beelden willen maken? Of met jezelf op je 28e een beetje herontdekken – want om dan toch een lans te breken voor het vloggen: het doet me óók realiseren hoe druk het vaak in mijn hoofd is en hoe hard ik nog ben voor mezelf. En hoe groot de discrepantie is tussen mijn eigen beleving op een bepaald moment en de waarneming achteraf (zélfs die van mezelf).

Ik bedoel: heel vaak zit ik tegen de camera te praten terwijl mijn hoofd schreeuwt STOP HOU OP WAT EEN WARTAAL DIT GAAT NERGENS OVER EN TROUWENS IEHH JE ZIET ER NIET UIT  – en dan kijk ik die beelden een halve week later terug tijdens de edit, blijkt het gewoon een coherent verhaal te zijn van een prima ogende vrouw.

Huh?
Ja, best een reality check dus, zo’n videoproject, ook in goede zin.

Misschien, denk ik dan, kom ik op anderen toch niet zo raar over als ik continu denk.

Anderzijds is er ook die kritische stem, de babyboomer noem ik ‘m maar even, die regelmatig door m’n hoofd tettert wat een narcistische bullshit dit allemaal is, jezus verwende millennial ga eens een vak leren, maak je nuttig en houd je koest.

Vermoeiend.

Heel andere realisatie: als ik mijn eigen vlogs terugkijk, besef ik dat dit zéker een inkijkje geeft in mijn leven maar dat het tegelijkertijd ook heel veel níet zegt. En dat dat voor ‘grote’ YouTubers dus ook geldt. Vergis je niet, zelfs al denk je dat je heel wat ziet van iemands bezigheden – diegene kan er een compleet leven náást zijn vlogverhalen leiden, sterker nog, dat doet-ie ook.

In mijn geval: je ziet een kwartier van mijn week. 15 van de 10.080 minuten. Weliswaar een fullcolor, eerlijk en (naar ik hoop) authentiek kwartier, maar nog altijd is het natuurlijk slechts een impressie. Per definitie trouwens ook een gekozen, weloverwogen impressie – zelfs al doe je je best om ook ‘kwetsbaarheid’ te tonen of ‘niet alleen de leuke en gezellige dingen’ te laten zien.

Voorbeeldje: in mijn derde vlog zat aanvankelijk een fragment waarin ik meer vertel over de live ontmoeting met mijn voorleesgezin. Zoals je inderdaad kunt zien breng ik daar nieuwe boekjes langs, en daar vertel ik kort over. Maar in een eerdere edit kwam er nog een stuk achteraan. Daarin vertel ik dat ik niet alleen de boekjes afleverde, maar ook – op een brave anderhalve meter afstand – buiten in het parkje voor hun deur een tijdje met de moeder van het gezin heb zitten kletsen aan een picknicktafel. Dat ik verstoppertje speelde met mijn voorleeskindje, we even gingen schommelen en ik haar ook nog even heb voorgelezen.

Later in de vlog reflecteerde ik daarop, als ik het heb over hoe het voor veel van ons steeds moeilijker wordt om ons aan de regels te houden. De VoorleesExpress had immers een dag eerder laten weten dat we minstens tot 1 september nog ‘online’ moeten blijven voorlezen. Ik vertel in dat (gedelete) fragment dat ik me schuldig voel en worstel met wat de regels zijn en wat mijn eigen gevoel op dat moment zei.

Hoe dan ook: ik had die versie van de vlog zelfs al geüpload (dus het is mogelijk dat een van m’n destijds zes subscribers ‘m hebben gezien!), maar midden in de nacht schrok ik plots wakker. Shit, dacht ik, wat als iemand van de VoorleesExpress deze video ziet? Bezorg ik dan mezelf of het gezin problemen – word ik misschien in de toekomst zelfs uitgesloten van voorlezer-zijn? En nog los van mijn eigen hachje: wat voor boodschap geef ik kijkers als ik min of meer vertel dat ik het niet zo nauw nam met de regels, alsof die voor mij (op dat moment) niet zouden gelden?

Daar heb je ‘m dus al, die voorbeeldfunctie. Zelfs met nauwelijks 200 views per vlog is dat iets om over na te denken, blijkbaar.

En dus stapte ik midden in de nacht uit bed, gooide de vlog van YouTube en maakte de volgende ochtend een nieuwe edit – met deze hele verhaallijn eruit geknipt. Zo zie je maar weer: als kijker weet je nooit wat je níet ziet.

Trouwens: is dat hele YouTuben niet gewoon mijn nieuwe Facebook/Instgram aan het worden? Met andere woorden: vervang ik op deze manier niet gewoon het ene online tijdvretende platform door het andere?

(Ik ben nu geneigd te denken dat het niet helemaal hetzelfde is, omdat ik met video’s maken wel zelf creatief bezig ben, ik maak iets, terwijl ik aan Facebookscrollen weinig noemenswaardigs in mijn leven heb overgehouden – nou ja behalve, en dat is niet het minste, mijn vriendschap met A, die opbloeide nadat ik toevallig een post van haar zag over een concert waar ze een kaartje voor over had. En wat YouTube betreft: urenlang filmpjes kijken over andermans leven maakt je eigen dagen ook niet per se beter.)

Intussen blijft ook die ene vraag van m’n collega door mijn hoofd spoken: wat wil je met dat vloggen, wat is je doel ermee?

Goed. We zijn een uur verder, althans ik ben dat, ik hoop niet dat jij zo lang over deze tekst hebt gedaan. ;-) Als je tot hier bent gekomen: dankjewel voor je aandacht. Ik ben ook benieuwd naar jouw gedachten over al deze late-avond-flarden. Nu is het hoog tijd om te gaan slapen – maar mocht je over een paar dagen vlog nummer 6 bekijken en zien dat ik op dinsdagochtend toch wel een béétje slaapoogjes heb, dan weet je hierbij al hoe dat komt.

0

Genoeg

Zelfcompassie. Lief zijn voor de Suusie. Ja, jeetje, het blijft een proces van vallen en opstaan. Dat is oké natuurlijk, maar ook ingewikkeld. Vanavond, terwijl ik in een pan soep stond te roeren en de neiging had steeds naar boven te rennen – want daar lag mijn telefoon en dan kon ik weer even scrollen – drong tot me door: ik wil weg uit het hier en nu, want hier en nu ben ik zelf en die zelf is de laatste tijd weer een harde, medogenloze Suzer voor wie het allemaal nooit genoeg is.

Je werkt niet hard genoeg.
Je bent niet mooi genoeg.
Je doet niet genoeg je best.
Je bent geen goede vriendin voor mensen.
Je bent niet fit genoeg.
Je kleding is niet leuk genoeg.
Je vergeet te veel.
Je let niet genoeg op je geld.
Je eet niet gezond genoeg.
Je bent geen leuke huisgenote.
Je beweegt niet genoeg.
Je gedraagt je niet sociaal genoeg.

Allemaal niet genoeg.

Au, best pijnlijk om al die dingen zo eens onder elkaar op te schrijven. En geen wonder eigenlijk, dat ik graag weg wil bij mezelf. Begrijpelijk – het is daar helemaal niet leuk met die gemene criticus die me continu de grond in stampt. Logisch dat ik continu afleiding zoek, onrustig ben. Me naar voel.

En met dat besef komt ineens de zachtheid terug. Mededogen.

Goed om op te merken dat het belangrijk is om ook in dit proces weer zacht voor mezelf zijn: het geeft niet Susie, kan gebeuren dat je het even kwijt was, kom nu maar weer terug, het is veilig. En je bent genoeg.

Nu probeer ik het weer om te keren. Het goed te maken met mezelf. Dus kocht ik afgelopen weekend een kleurige bos lentebloemen voor op mijn kamer. Mocht ik van mezelf m’n AH-mandje helemaal vol gooien met alle lekkere boodschappen waar ik maar zin in had: gerookte forel, Tony’s donkere melk, bosbessen, aardbeien, witte bakkersbollen, dure honingtomaatjes, pure hagelslag. Het is feest vandaag Susie, feest de hele week, je mag alles, je verdient dat.

Wat ook helpt is te visualiseren welke keus ik zou maken als het om een goede vriendin zou gaan. Kamer opruimen? Geen zin in, zegt mijn hoofd dan, ik ben moe, laat maar joh. Maar nee, als hier een vriendin kwam chillen zou ik wél even stofzuigen en de afwas naar beneden brengen – dus nu ook voor mijzelf. Kwam iemand anders bankhangen, dan zette ik een gezellig muziekje aan en maakte ik een lekkere kop thee – dus nu ook voor mij alleen. Klinkt zo logisch he, maar al die kleine dingen gaan bij mij dus niet vanzelf. Het kost energie, werkelijk zorgzaam te zijn voor de Susie. Maar het is mijn taak.

Vandaag voelde ik me fysiek niet lekker; keel- en hoofdpijn, zeer lijf. Na een dag thuiswerken ging ik aan het eind van de dag in een warm bad. Olie erin, boekje erbij, en naderhand mezelf helemaal insmeren met lekker geurende bodylotion (die ik ook dit weekend kocht in het kader van ‘liever zijn voor mijn lijf, haar koesteren’). En nu, nu lig ik op de bank met mijn boek en voel dat ik eindelijk weer een beetje land. Hier en nu.

0