A little bit of everything, all rolled into one

Clean

Stoppen met sociale media was misschien wel het beste besluit van afgelopen jaar. Grote kans dat het in elk geval de beslissing was met de meeste impact op mijn leven.

Voor de volledigheid: ik ben niet helemáál gestopt. LinkedIn gebruik ik nog voor mijn werk* en ik ben, ondanks een paar halfslachtige pogingen, nog niet van WhatsApp af. De criticus zou eraan kunnen toevoegen dat YouTube toch eigenlijk óók een sociaal medium is.

Fair enough.

Maar verder ben ik clean. Geen Facebook, Twitter en Instagram meer voor mij. Nu al ruim een jaar en twee maanden. Dat is meer dan vierhonderd dagen.

En wat een bevrijding is het.

Oké, soms mis ik het – een beetje. Gewoon even scrollen op Insta. Zien wat m’n vriendinnen uitspoken, gluren wat vage kennis X aan het doen is of opzoeken hoe het nou eigenlijk gaat met oud-schoolgenootje Y.

En héél af en toe overweeg ik serieus: moet ik niet tóch weer op sociale media? Zijn daar niet juist enorme kansen om impact te maken, om mijn blog en YouTube-kanaal te laten groeien, om meer mensen te bereiken? Is het niet jammer dat ik nu geen lid kan worden van inspirerende groepen op Facebook, waar mensen tips delen over veganisme en duurzaam leven?

Ja, vast.

Maar telkens kom ik weer tot dezelfde conclusie: de voordelen wegen – voor mij – niet op tegen de nadelen. Zeker de laatste maanden, met de coronagekte en bakken complotdenkers en fake news-taferelen, denk ik bijna wekelijks: god, wat ben ik blij dat ik niet meer op die kanalen zit. Ik heb niet de illusie dat ik daardoor géén bubbel om me heen heb, maar het scheelt toch aanzienlijk.

Al die bakken breinvervuiling gaan mooi aan me voorbij.

Want dat is het, hè: met welke informatie voed je je brein? Ik geef mijn hersenen liever niet te veel fastfood. Tuurlijk, soms even snacken is best lekker – zo nu en dan kan ik keihard genieten van een avondje loos ronddolen op YouTube, of even struinen over de showbizzpagina’s van NU.nl. Ben ik ook primadeluxe-tevreden mee.

Soms wil je gewoon McDonald’s.

Maar met Instagram en Facebook was het niet zo. Ik was daar élke dag. Om niet te zeggen: elk uur. Alle wachtmomentjes, treinreizen, verloren minuutjes en wc-bezoeken hing ik te slurpen aan dat scherm. Jarenlang knalde mijn schermtijd standaard over de vier uur – soms zelfs zes.

Tegenwoordig zit ik op gemiddeld twee uur per dag. Dat betekent dat ik de afgelopen 400 dagen óók minstens twee uur per dag aan ándere dingen kon besteden dan aan mijn smartphone (en smartphone was bij mij vooral sociale media).

Even rekenen, dat is dus 800 uur, ofwel 33 volledige dagen. Ja, zo simpel is het: het afgelopen jaar had ik een dikke máánd extra om te leven.

33 dagen tijd voor mijmeren. Schrijven. Boeken en magazines lezen. Pianospelen. Praten met vriendinnen. Yoga’en. Wandelen. Fietsen. Puzzelen. Koken. Taartjes halen en opeten. Me verdiepen in thema’s die me boeien (en waarover je hier de laatste tijd regelmatig leest).

En tijd om, gewoon, aan te rommelen. Voor me uit staren. Op nieuwe ideeën te komen. Te voelen. Shit man, een máánd. Ik vind dat nogal wat.

Lees ook: 10 tips om minder op je smartphone te zitten.

Dit klinkt misschien allemaal een beetje als een praatje van een productiviteitsgoeroe: “kijk eens hoeveel tijd ik bespaar!” Maar eigenlijk is dat niet mijn punt. Waar het om gaat, is dat ik veel meer mijn eigen nieuwsgierigheid volg – in wat ik lees, kijk, doe – in plaats van dat ik de dingen consumeer die me toevallig door een of ander algoritme worden voorgeschoteld.

Vroeger voelde ik me aan het einde van de dag vaak knettergaar, overprikkeld en ongeïnspireerd. Dat is nu nauwelijks nog het geval – zelfs niet met de volle werkweken van de laatste tijd. Mijn creatieve brein bruist als nooit tevoren. Is het toeval dat ik tegenwoordig meer schrijf hier dan in jaren?

Wakker ben ik.
En dat wil ik graag nog even blijven.

*LinkedIn gebruik ik voor mijn werk – dat argument zou je ook voor de andere social-kanalen kunnen gebruiken, maar ik heb de afweging gemaakt dat LinkedIn mij meer oplevert dan kost. Bovendien lukt het vrij aardig om dit netwerk niet te gebruiken als een schermjunkie.

1+

Terug

In de categorie ‘dingen over jezelf afroepen’: de dag nadat ik dat vorige blogje (over hardlopen) postte, had ik flink last van mijn enkel.

En vier dagen later nog steeds.

Ook het weekend erna terugschakelen (een hele rustige 5 kilometer met wandelpauzes) maakte de boel er niet beter op. Dus nu heb ik al bijna drie weken niet hardgelopen en voel ik mijn enkel nog steeds af en toe steken – vanavond ga ik voor het eerst weer héél voorzichtig een babyrondje proberen.

Balen natuurlijk, maar niets aan te doen. Gelukkig had ik de laatste weken genoeg andere dingen om me mee bezig te houden. Zo veel, dat bloggen even naar de achtergrond verdween.

Naast m’n Einderwerk was het weer tijd voor m’n vaste freelanceklus, die ik één keer per kwartaal doe: het wetenschapsverhaal van Radboud Magazine schrijven. Dit keer schreef ik over neonatologie – de zorg voor vroeggeboren kindjes – en had daarover een heel interessant gesprek met een gynaecologe. Half maart in a RU magazine near you. ;-)

O ja, en toen kwamen er tegelijkertijd nóg twee freelanceklussen op mijn pad. Beetje veel natuurlijk naast de 32 uur die ik al werk, maar het was allemaal nét te leuk om te laten schieten. Een geschiedenisdocente van de RU vroeg me om een gastcollege te verzorgen over toegepast onderzoek, én een team dat zich precies daarmee bezighoudt (Advies & Actualiteit – ik schreef hun kernverhaal en webteksten) vroeg me om hun nieuwste rapport te redigeren.

Dus ja, dat waren mijn avonden en weekenden, de laatste tijd. ;-)

OK, niet helemaal hoor. Wat er nog meer was – en is:

  • Mijn mama was een week in Nederland. Altijd fijn en tegelijkertijd ook altijd wat dubbel, want verdrietig – ik merk dat ik het confronterend vind dat ze dan ineens in mijn leven rondloopt terwijl ze daar normaal niet is. Gelukkig hadden we het vooral heel gezellig; samen thee drinken en puzzelen en thuis aanrommelen.
  • Ik werd geveld door een vervelend buikgriepje. ALWEER ja, in oktober lag ik ook al een paar dagen beroerd op bed en rond kerst was ik eveneens niet lekker. O ja en vorige week ook nog een tweedaagse migraine-aanval. Hallo weerstand, doe eens wat beter je best?! (Of: hallo Suusie, doe eens wat rustiger aan…)
  • Komende week begin ik als vrijwilliger bij de VoorleesExpress! Inmiddels ben ik aan een gezin gekoppeld, ik ga voorlezen aan A., een meisje van 5 jaar. Vanuit de organisatie krijg je als voorlezer ook enorm veel tips en ondersteuning (veel meer dan ik had verwacht!). Ik heb braaf alles doorgenomen en bekeken, en ga morgen naar de bieb om een stapel boekjes te halen. En dan: kom maar op!
  • In de categorie ‘nieuwe dingen doen’: over twee weekjes begint ook mijn wijncursus (WSET2). Daarmee ben ik nu een beetje op het punt van ‘WAAROMWILDEIKDITOOKALWEER’ maar dat is vast gewoon koudwatervrees. ;-) Komt misschien ook doordat ik de laatste tijd niet zo veel wijn drink en me eigenlijk wel lekker voel van zo’n fris hoofd. Aan de andere kant: B en ik kochten deze week wél eindelijk een Coravin, dus het is ook niet alsof ik ineens geen wijnsnobliefhebber meer ben…

Goed, met al die dingen die er zijn en alle vage verdriet die ik ergens daaronder voel kolken, merk ik opnieuw de verleiding om te gaan rennen, nog meer en harder en voller en drukker. En vooral: om de ‘stille’ momenten te vermijden, direct weg te duiken in mijn telefoon/met een reep chocola/computerspelletje/glas wijn.

Jee, wat zit dat escapisme er toch diep in hè.

O ja, over die telefoon gesproken: vorige week zat m’n schermtijd weer over de 2 uur per dag en dat bevalt me helemaal niet. Wél nog een goede tip die ik van iemand kreeg: zet je scherm op zwart-wit. Op de iPhone doe je dat via de instellingen: Toegankelijkheid > Weergave en tekstgrootte > Kleurfilters.

Ik heb het nu al een week of drie zo, en als ik ‘m héél soms terug op kleur zet, schrik ik er gewoon van hoe KNAL die kleuren eigenlijk zijn. Jee, wat een prikkels – en daar zijn we blijkbaar massaal met z’n allen zo aan gewend dat we het niet meer zien…

Zo zeg, nu ik eenmaal aan het schrijven ben denk ik: wat heb ik eigenlijk veel te vertellen, zelfs ‘hier wegblijven’ was misschien ergens escapisme, stiekem zit het er allemaal wel.

Ik wil namelijk ook nog vertellen over mijn hernieuwde status als vegetariër (korte versie: bevalt goed!), over dat ik weer ouderwets Harry Potter aan het lezen ben (over verdwijnen in verhalen gesproken, haha – maar is leuk!), dat ons huis eindelijk min of meer af is (alleen nog wachten tot de gordijnen van de studeerkamer worden geleverd), dat ik nu al een half jaar Facebook- en Instagramvrij ben (en het oprecht niet mis in mijn leven!) en dat de reisplannen die B en ik later dit jaar hebben misschien een beetje worden gedwarsboomd door het coronavirus (maar misschien moet ik dan binnenkort eerst eens überhaupt vertellen over die plannen).

Goed, genoeg voor nu, later weer meer.
Er komt een redelijk rustig SUUSWEEKEND aan, dus wie weet.

0

10 tips om minder op je smartphone te zitten

Na die twee verhalen vol mijmeringen over mijn nieuwe ‘telefoonvrije’ leven denk je natuurlijk: DAT WIL IK OOK, en vraag je je misschien af hoe ik dat aanpak.

Natuurlijk, in de ideale situatie begin je net als ik met een paar weken cold turkey zonder smartphone, bijvoorbeeld als je op vakantie gaat. Ver weg van je normale leven zijn er een stuk minder verleidingen, en bovendien kún je die telefoon simpelweg niet toch stiekem weer pakken (en dat geeft veel rust).

Maar ook als je voorlopig geen reisje hebt gepland, kun je van alles doen om de rol en invloed van je smartphone in je leven minder groot te maken. Welke dingen heb ik veranderd en belangrijker, welke checks heb ik ingebouwd om te voorkomen dat ik over een paar maanden weer terug bij af ben?

1. Laat je iPhone thuis als je de deur uit gaat.

Inderdaad, dat kan niet altijd, maar veel vaker dan je denkt kan het wél. Naar mijn werk moet-ie mee (mijn telefoon is ook m’n werktelefoon), maar als ik boodschappen ga doen of afspreek met een vriendin heb ik dat hele ding niet nodig. En als ik naar het theater ga moet-ie sowieso op stil, dus dan kan ik hem net zo goed thuis laten.

Als je hem niet bij je hebt, kun je er ook niet op kijken.

Trouwens, vaak verleidt mijn brein me nog met de gedachte dat het “nu écht belangrijk is dat mijn iPhone meegaat”. Vanavond bijvoorbeeld ga ik naar wijnclub. Dan scan ik graag de etiketten van de flessen op Vivino, en regelmatig maak ik ook een paar foto’s. Maar nu ik erover nadenk: die wijnhuizen kan ik ook morgen thuis toevoegen aan m’n account, en er zijn genoeg anderen die foto’s maken (en zo niet, dan kan altijd m’n camera nog mee).

Dat avondje ‘rust’ is me die extra moeite wel waard – en netto levert dit me waarschijnlijk nog tijd op ook, want anders zit ik tussen wijnclub door steeds op m’n telefoon.

2. Zet je telefoon vaker een tijdje uit.

Zeker in het weekend kan dat vaak gewoon de hele dag, tenzij ik bijvoorbeeld even Runkeeper nodig heb omdat ik ga hardlopen. En ja, ik vond dit ook een onmogelijke gedachte voordat ik naar Italië ging en de iPhone thuis liet. Maar echt, het kan, en als je eraan went is het súperchill.

En als je telefoon toch aan moet (omdat je op je werk bereikbaar moet zijn), zet dan in elk geval internet uit. Zo komen er geen appjes of andere berichten binnen en kun je toch bellen als dat nodig is. Grappig is dat ik dit deze week voor het eerst deed op werkdagen, en vaak gewoon vergat dat ik mobiele data had uitgeschakeld. Pas ‘s avonds bedacht ik me dat ik daarom de hele dag ‘geen appjes’ had gekregen ;-)

3. Koop een ouderwetse wekker en zet die naast je bed. 

Zelf haalde ik dit digitale dingetje van IKEA (5 euro). Heeft ook nog een timer waarmee je kunt mediteren, top. Zo hoef ik mijn telefoon niet meer in de slaapkamer te hebben én is “mijn telefoon pakken” niet meer het eerste dat ik doe op een dag. Sterker nog, ik probeer er een gewoonte van te maken om het ding pas aan te zetten als ik na het ontbijt de deur uit ga.

4. Schaf een camera aan.

“Ik wil foto’s maken” is dan geen reden meer om je smartphone mee te nemen op reis.

5. Stop met sociale media.

Want ja, dan valt er meteen een stuk minder te ‘halen’ op die telefoon… je kunt je accounts op Facebook en Instagram deactiveren (da’s een stap minder rigoureus dan verwijderen). Wil je het grondig(er) aanpakken, laat dan je wachtwoorden veranderen door iemand anders. Dan kún je er simpelweg niet meer bij. :)

6. Denk na over wat je smartphone je brengt, en zoek naar alternatieven.

Ik word bijvoorbeeld blij van foto’s maken (daarom kocht ik een camera), track graag mijn hardlooprondjes (daarom denk ik erover een sporthorloge aan te schaffen) en luister graag muziek (daarom downloadde ik mijn favoriete playlists, zodat ik geen internet nodig heb om ze te beluisteren). En o ja, sociaal contact op WhatsApp vervang ik door vaker met mensen af te spreken (grappig genoeg krijg ik daar veel vaker zin in, nu ik niet al uren online met iedereen loop te kletsen!) en door te bellen of Skypen (zoals met mijn moeder in Zweden).

Denk ik er verder over, dan geloof ik ook dat mijn smartphone een ‘vlucht’ voor me is in situaties waarin ik me oncomfortabel voel, zoals wanneer ik bij veel onbekenden ben of als ik erg moe ben. Daar kan ik wat aan doen door a) beter voor mezelf te zorgen en b) kritisch te kijken naar de sociale activiteiten in mijn leven.

7. Begin met mediteren.

Eén tot twee keer per dag eventjes tot jezelf komen, zelfs al is het maar 2-3 minuten per keer, helpt je om te aarden – en trekt je uit de onrust die je naar je smartphone doet grijpen. Ik begon weer met mediteren nadat ik het nieuwe boek van Jelle Hermus las (Leven met wind mee). Ik ben medium enthousiast over dat boek, maar het is in elk geval erg praktisch, nuchter en toegankelijk geschreven, én het bereikte z’n doel: ik mediteer nu al ruim 3 weken dagelijks.

8. Zorg voor een ‘supportive’ omgeving.

Zelf heb ik het geluk dat mijn B niet of nauwelijks telefoonverslaafd is, niet op sociale media zit (behalve WhatsApp) en sowieso een hekel had aan dat ge-scroll van mij over Instagram. Vertel je naasten over je nieuwe voornemens, wees eerlijk over je telefoonverslaving en zeg hen ook dat ze je eraan mogen herinneren als ze het idee hebben dat je ‘terugvalt’ in verslaafd schermgedrag.

9. Realisme: besef dat je niet 100% zonder smartphone hoeft te leven.

Dat is voor veel mensen niet haalbaar anno 2019, en bovendien geloof ik ook niet dat het zo zwart-wit is: smartphones zijn wel degelijk superhandig. Bijvoorbeeld:

  • Om de weg te vinden met Google Maps.
  • Om dingen op te zoeken, zoals hoe laat de trein vertrekt of wat de hoofdstad van Tadzjikistan is.
  • Voor mobiel bankieren en bijvoorbeeld Tikkie, om makkelijk geld terug te vragen van mensen.
  • Ter ondersteuning van mijn hobby’s, zoals Runkeeper of Vivino (een app waarmee je kunt bijhouden welke wijnen je hebt gedronken).
  • Om podcasts en muziek te luisteren.

Superfijn dus, dat er smartphones zijn. Ik streef dan ook niet naar een leven zonder smartphone. Wél wil ik m’n iPhone een functionele rol geven in mijn leven (zoals uit het lijstje hierboven blijkt), en niet de leidende rol die het dingetje de afgelopen jaren had.

10. Zorg dat je helder en concreet voor ogen hebt waarom je het anders wilt. 

Deze laatste is misschien wel de meest essentiële tip. Voor mij zijn dit de belangrijkste reden om m’n iPhone een (véél) kleinere rol te geven in m’n leven:

  • Ik wil meer creativiteit in mijn leven. Daarmee bedoel ik: de vrijheid en ruimte in mijn hoofd om nieuwe ideeën te laten ontstaan.
  • Ik wil af van de stress die het met zich meebrengt om ‘altijd bereikbaar te zijn’.
  • Ik ben al tijden op zoek naar manieren om dichter bij mezelf te raken, en steviger in mijn basis te leren staan. Mijn smartphone ondermijnt dit, omdat ik steeds vlucht in contact met anderen, in levens van anderen en in verwachtingen die ik dénk dat anderen van mij hebben.
  • Tijdens twee telefoonvrije weken miste ik al die uren op sociale media totaal niet. Waarom zou ik elke dag drie uur besteden aan iets dat ik niet mis, wanneer het weg is?
  • Ik wil wél meer tijd vrij maken door dingen die ik graag vaker doe, zoals pianospelen, boeken lezen, koken en aanrommelen in huis.
  • Gesprekken op WhatsApp voelen niet als ‘gebeurtenissen in mijn leven’, kopjes thee en wijntjes met mijn liefsten wél. Ik besteed dus liever geen tijd meer aan appgesprekken, zodat ik tijd én energie overhoud voor offline sociaal contact.
  • Het leven is al zo kort. Elke dag 4 uur op mijn smartphone (en ja, dat deed ik gemiddeld) betekent per week 28 uur, per jaar 1.456 uur (!!!). Holy shit, ik zou die tijd veel liever anders besteden
0