avondpraat

Maandagavond, elf uur. Wakker. Al ruim een uur lag ik in bed maar in mijn hoofd was het druk, veel te druk. Terug op de bank dus maar weer – blijkbaar zijn er te veel woorden die eruit willen.

Om te beginnen dat vloggen, hè. Ja, alweer. ;-) Het houdt me bezig. Enerzijds zo leuk, een nieuw hobbyprojectje waarvan ik veel leer – er gaat een hele YouTubewereld voor me open en ik begin steeds meer te beseffen wat het zou betekenen als dit echt je baan is. Anderzijds: terwijl ik zit te filmen, of te editen – want vergis je niet, dat kost veruit de meeste tijd! – bedenk ik me intussen van alles dat zich nauwelijks laat vangen in een vlog (en zeker niet zonder dat het saai wordt).

Zo zit ik tegenwoordig avond na avond vlogs van anderen te kijken. Professionele vlogs, vooral. Teske en Mascha en Annemerel en Sanny en nog veel meer. Jonge vrouwen, vooral, mooie jonge vrouwen, al dan niet gezellig in de make-up. Dat laatste niet altijd overigens – het moet immers niet te glamoreus worden allemaal en wel ‘echt’ blijven, maar tegelijkertijd moet ik de eerste vlogger nog tegenkomen die daadwerkelijk zonder nadenken de camera aanzet.

Superlogisch ook, natuurlijk. Zoals ik onlangs al schreef, je móet ook wel nadenken voordat je je hoofd op internet knalt. Al is het maar uit zelfbescherming. Maar ik bedoel ook: nu ik zelf ervaar hoe vlogs gemaakt worden, besef ik dat voorafgaand aan een ‘spontane’ opname vrijwel altijd moet zijn nagedacht. Is het licht goed, is de microfoon aangesloten (en is de buurman niet aan het klussen ;-))? Welk camerastandpunt kies je? Liggen er geen rare voorwerpen op de achtergrond of lelijke kabels door het beeld? Ben je scherp in beeld en valt het licht een beetje goed op je gezicht?

Zo snel word je dus meegezogen in de YouTube-wereld. Ik realiseerde me bijvoorbeeld terwijl ik mijn eigen beelden terugkeek en ze met die van ‘hen’ vergeleek, dat dáár de kwaliteit van het licht toch wel heel veel beter was. Zelfs mijn opnames waarin ik pal voor het raam sta (tegenwoordig toch wel de favoriete plek om te filmen om precies die reden; goed licht en dus beter beeld) leggen het af tegen de beelden van een professionele vlogger die ‘gewoon’ op de bank zit of in de keuken staat.

Blijkt er dus zoiets als ringlampen te bestaan. Professionele verlichting, ‘veelgebruikt door vloggers en visagisten’, aldus Google. Aha. En voor ik het weet zit ik op een cameraverkoopsite te overwegen om zo’n lamp (toch al gauw 100+ euro) aan te schaffen.

Wacht, waarom eigenlijk?

Sowieso merk ik één nadeel op van vloggen: je raakt er, of je nu wilt of niet, meer door op je uiterlijk gefocust. Ik bedoel, ten eerste zit je tijdens het editen urenlang naar je eigen hoofd te kijken (en dan vallen die pukkel op je kin/eczeem bij je neus/random rode vlekjes bij je mond toch best op) en ten tweede valt daardoor het verschil tussen jouw eigen camerabeelden en die van doorgewinterde videomakers nóg meer op.

Want hé, zelfs de “natural beauties” onder hen hebben toch vaak wel erg gladde huidjes. Mooie ‘natuurlijke’ wenkbrauwen. Een gezonde blos op de wangen. En voor ik het weet zit ik te piekeren of ik misschien toch eens foundation of BB cream of bronzer moet aanschaffen – of allemaal. Komt de “beeldkwaliteit” van mijn video’s vast ten goede. Is misschien ook wel lekker voor m’n views, uiteindelijk.

Tot ik me bedenk: waarom eigenlijk?

Moet ik me niet juist verzétten tegen een wereld die draait om perfectie en kijkcijfers? Of is dat dan weer datgene waarvan ik denk dat mijn omgeving (ouders, vriendinnen, collega’s, jullie) het van mij verwachten – en is het daarmee dus geen werkelijk verzet, maar gewoon alsnog proberen te voldoen aan de verwachtingen van anderen?

Ik bedoel, ik kan wel zeggen dat ik ‘niet meedoe’ aan de wereld en hoe die werkt, maar ik scheer ook mijn benen en oksels (behalve laatst trouwens, bij wijze van experiment, maar eerlijk is eerlijk: dat voelde bij vlagen doodeng), smeer vrijwel dagelijks een lik mascara/concealer/wenkbrauwpotlood, trek naar m’n werk geen slobbertrui aan.

Dus waar leg je dan de grens? Waarom zou het ene ‘normaal’ of ingeburgerd zijn en het andere ‘nep’ of overdreven?

Met mijn uiterlijk heb ik sowieso af en toe van die vlagen waarin ik meer voor de spiegel sta – om dan uiteindelijk telkens weer tot de conclusie te komen dat het misschien leuk is om er goed uit te zien, maar dat het me ook de tijd/moeite/geld/energie niet waard is om er altijd tip-top bij te lopen. Dat mijn vrienden me zonder makeup nog even aardig vinden en de dingen waar ik écht voor leef weinig met mijn uiterlijk te maken hebben.

Aangezien ik toch zelf de uren in mijn leven mag indelen, besteed ik ze meestal liever anders, al laat dat onverlet dat het wel prettig is om je mooi te voelen. (Zelfs al realiseer ik me dat dat ‘mooi’ grotendeels een constructie van de samenleving is – in die zin voelt het soms een tikje rebels om daadwerkelijk met een ochtendhoofd vlogopnamen te maken en zo bij te dragen aan de hoeveelheid ‘ongepoetste’ beelden in de wereld, dit is hoe het is jongens).

Maar is er eigenlijk iets mis met ‘mooie’ beelden willen maken? Of met jezelf op je 28e een beetje herontdekken – want om dan toch een lans te breken voor het vloggen: het doet me óók realiseren hoe druk het vaak in mijn hoofd is en hoe hard ik nog ben voor mezelf. En hoe groot de discrepantie is tussen mijn eigen beleving op een bepaald moment en de waarneming achteraf (zélfs die van mezelf).

Ik bedoel: heel vaak zit ik tegen de camera te praten terwijl mijn hoofd schreeuwt STOP HOU OP WAT EEN WARTAAL DIT GAAT NERGENS OVER EN TROUWENS IEHH JE ZIET ER NIET UIT  – en dan kijk ik die beelden een halve week later terug tijdens de edit, blijkt het gewoon een coherent verhaal te zijn van een prima ogende vrouw.

Huh?
Ja, best een reality check dus, zo’n videoproject, ook in goede zin.

Misschien, denk ik dan, kom ik op anderen toch niet zo raar over als ik continu denk.

Anderzijds is er ook die kritische stem, de babyboomer noem ik ‘m maar even, die regelmatig door m’n hoofd tettert wat een narcistische bullshit dit allemaal is, jezus verwende millennial ga eens een vak leren, maak je nuttig en houd je koest.

Vermoeiend.

Heel andere realisatie: als ik mijn eigen vlogs terugkijk, besef ik dat dit zéker een inkijkje geeft in mijn leven maar dat het tegelijkertijd ook heel veel níet zegt. En dat dat voor ‘grote’ YouTubers dus ook geldt. Vergis je niet, zelfs al denk je dat je heel wat ziet van iemands bezigheden – diegene kan er een compleet leven náást zijn vlogverhalen leiden, sterker nog, dat doet-ie ook.

In mijn geval: je ziet een kwartier van mijn week. 15 van de 10.080 minuten. Weliswaar een fullcolor, eerlijk en (naar ik hoop) authentiek kwartier, maar nog altijd is het natuurlijk slechts een impressie. Per definitie trouwens ook een gekozen, weloverwogen impressie – zelfs al doe je je best om ook ‘kwetsbaarheid’ te tonen of ‘niet alleen de leuke en gezellige dingen’ te laten zien.

Voorbeeldje: in mijn derde vlog zat aanvankelijk een fragment waarin ik meer vertel over de live ontmoeting met mijn voorleesgezin. Zoals je inderdaad kunt zien breng ik daar nieuwe boekjes langs, en daar vertel ik kort over. Maar in een eerdere edit kwam er nog een stuk achteraan. Daarin vertel ik dat ik niet alleen de boekjes afleverde, maar ook – op een brave anderhalve meter afstand – buiten in het parkje voor hun deur een tijdje met de moeder van het gezin heb zitten kletsen aan een picknicktafel. Dat ik verstoppertje speelde met mijn voorleeskindje, we even gingen schommelen en ik haar ook nog even heb voorgelezen.

Later in de vlog reflecteerde ik daarop, als ik het heb over hoe het voor veel van ons steeds moeilijker wordt om ons aan de regels te houden. De VoorleesExpress had immers een dag eerder laten weten dat we minstens tot 1 september nog ‘online’ moeten blijven voorlezen. Ik vertel in dat (gedelete) fragment dat ik me schuldig voel en worstel met wat de regels zijn en wat mijn eigen gevoel op dat moment zei.

Hoe dan ook: ik had die versie van de vlog zelfs al geüpload (dus het is mogelijk dat een van m’n destijds zes subscribers ‘m hebben gezien!), maar midden in de nacht schrok ik plots wakker. Shit, dacht ik, wat als iemand van de VoorleesExpress deze video ziet? Bezorg ik dan mezelf of het gezin problemen – word ik misschien in de toekomst zelfs uitgesloten van voorlezer-zijn? En nog los van mijn eigen hachje: wat voor boodschap geef ik kijkers als ik min of meer vertel dat ik het niet zo nauw nam met de regels, alsof die voor mij (op dat moment) niet zouden gelden?

Daar heb je ‘m dus al, die voorbeeldfunctie. Zelfs met nauwelijks 200 views per vlog is dat iets om over na te denken, blijkbaar.

En dus stapte ik midden in de nacht uit bed, gooide de vlog van YouTube en maakte de volgende ochtend een nieuwe edit – met deze hele verhaallijn eruit geknipt. Zo zie je maar weer: als kijker weet je nooit wat je níet ziet.

Trouwens: is dat hele YouTuben niet gewoon mijn nieuwe Facebook/Instgram aan het worden? Met andere woorden: vervang ik op deze manier niet gewoon het ene online tijdvretende platform door het andere?

(Ik ben nu geneigd te denken dat het niet helemaal hetzelfde is, omdat ik met video’s maken wel zelf creatief bezig ben, ik maak iets, terwijl ik aan Facebookscrollen weinig noemenswaardigs in mijn leven heb overgehouden – nou ja behalve, en dat is niet het minste, mijn vriendschap met A, die opbloeide nadat ik toevallig een post van haar zag over een concert waar ze een kaartje voor over had. En wat YouTube betreft: urenlang filmpjes kijken over andermans leven maakt je eigen dagen ook niet per se beter.)

Intussen blijft ook die ene vraag van m’n collega door mijn hoofd spoken: wat wil je met dat vloggen, wat is je doel ermee?

Goed. We zijn een uur verder, althans ik ben dat, ik hoop niet dat jij zo lang over deze tekst hebt gedaan. ;-) Als je tot hier bent gekomen: dankjewel voor je aandacht. Ik ben ook benieuwd naar jouw gedachten over al deze late-avond-flarden. Nu is het hoog tijd om te gaan slapen – maar mocht je over een paar dagen vlog nummer 6 bekijken en zien dat ik op dinsdagochtend toch wel een béétje slaapoogjes heb, dan weet je hierbij al hoe dat komt.

0

Kijk je dagelijks meer dan een half uur op je smartphone, luister even naar Simon Sinek

Lieve mensen onder de 35 jaar: als je vandaag – nee, wat zeg ik, deze maand! – één YouTube-video kijkt, laat het dan onderstaand fragment zijn.

Men, deze man zegt rake dingen. Over leven, werk, liefde en je smartphoneverslaving (en wat dat allemaal met elkaar te maken heeft). Ik vind het bij vlagen akelig herkenbaar.

Eergens is dat ook een opluchting. Misschien ben ik niet de enige die af en toe het gevoel heeft dat het leven aan me voorbijgaat. Die ongeduldig is en altijd meer wil, altijd op zoek is naar iets diepers maar het niet lijkt te kunnen vinden.

Voor wie geen 15 minuten tijd heeft of nog even overtuigd moet worden, hier een aantal sterke fragmenten.

“We’ve all had that moment when we feel a little down and lonely. So we send out ten texts to ten friends, because it feels good to get a response. That’s why we count the likes, that’s why we go back ten times to see if [someone’s commented on our post]. (…) It’s because when we get likes, it releases dopamine. So it feels good.

“So there’s an entire generation that has access to a very addictive, numbing chemical – dopamine – through social media and cellphones, while they’re going through the stress of adolescence.”

“Too many kids don’t know how to form deep, meaningful relationships. They have fun with their friends, but they don’t count on them, because they know their friends will cancel on them when something better comes along.”

“It’s about balance. There’s nothing wrong with social media and cellphones, it’s the imbalance. If you’re sitting at dinner with your friends, and you’re texting someone who’s not there….that’s a problem. That’s an addiction. If you’re sitting in a meeting with people you’re supposed to listen to and speak with, and you have your phone on the table – face-up or face-down, I don’t care – that sends a subconscious message to the room: you are just not that important to me. And the fact you cannot put it away, is because you are addicted.”

“If you wake up and check your phone before you say good morning to your girl- or boyfriend or spouse, you have an addiction. And like with all addictions, in time it will destroy your relationships.”

“Now add the sense of impatience. You want to buy something, you go on Amazon and it arrives the next day. You want to see a movie, log on and watch a movie. You want to see a tv-show: binge! You don’t even want to wait a week for the next episode. You don’t even have to learn to date, you just have to swipe right. Everything you want, you can have instantaneously. Instant gratification. EXCEPT job satisfaction and strength of relationships. There ain’t no app for that. They are slow, meandering, uncomfortable, messy processes.”

“What this young generation needs to learn is patience. That some things that really, really matter, like love, or job fulfillment, joy, love of life, self-confidence, a skill set…all of these things take time. The overall journey is long and difficult.”

“The best-case scenario is that they never find joy, deep fulfillment in work or in life. Everything’s just ‘fine’, nothing more.”

“Trust doesn’t form in an event, in a day. It’s a slow, steady consistency.”

“When I go out with my friends, we leave our phones at home. Maybe one person will bring it, to call a cab or take a picture of our meal. But when you just say “don’t look at your phone” [it’s not enough]. Because when you go to the bathroom, what’s the first thing you do? Because we don’t want to look around the restroom for a minute and a half. But if you DON’T have the phone, you can just… enjoy the world. And that’s where ideas happen.”

—–

Ja, vooral dat laatste is zó waar – en een van de redenen dat ik zo baal van mezelf de laatste tijd. Want die kleine momentjes, die leegtes waarin iets nieuws kan ontstaan, waar ik mijn gedachten de vrije loop kan laten…. Die heb ik grotendeels wegbezuinigd. Er is altijd wel een appje te beantwoorden (en anders stuur ik er zelf een; gebruik genereert gebruik), altijd wel een nieuwe Facebook- of Instagrampost te lezen.

Eigenlijk doe ik mezelf daarmee enorm tekort. En soms ben ik bang dat er een moment gaat komen, waarop ik zo ontzettend veel spijt heb dat ik mijn twintiger jaren heb ‘verspild’ als schermzombie. LIFE IS NOW. So go, live it. It’s out there.

Leuk gezegd, maar wat kun je doen? Waar kun je nú mee beginnen?
Deze 3 dingen helpen mij enorm:

  • Wat Sinek ook zegt: koop een wekker. En leg je telefoon ‘s avonds in de woonkamer aan de lader in plaats van naast je bed. Ik kocht laatst voor vijf euro dit geweldige IKEA-dingetje, beste aankoop van het jaar. Heeft ook nog een timer (voor m’n dagelijkse plank-sessie) en een thermometer (weet niet zo goed wat ik daaraan heb, maar toch grappig).
  • Installeer een app die je telefoon blokkeert tijdens bepaalde uren op de dag. Ik gebruik QualityTime. Die houdt ook bij hoeveel uur ik dagelijks m’n telefoon gebruik; da’s regelmatig best confronterend. ;-) En eigenlijk nog beter: laat je telefoon tijdens werkdagen in je jaszak zitten, neem hem niet mee naar je bureau.
  • Ga je een dagje weg of op vakantie, laat dan je telefoon thuis. Een dag, weekend, week of drie weken; een paar keer per jaar een (mini-)detox helpt ontzettend om even ‘terug’ te komen bij waar het werkelijk om gaat.

PS. Overigens ben ik het niet op alle punten met Sinek eens; het stuk waar hij grote bedrijven de schuld geeft (op het eind),  haak ik een beetje af. Wat vinden jullie van zijn betoog?

 

0