• De keus is aan jou

    “Er is een reden dat sommigen rijk zijn, en sommigen arm blijven. Dat heeft niets met geluk of toeval te maken.”

    Die zin las ik onlangs in een blogpost met zeven ‘learnings’ uit het boek De rijkste man van Babylon, en ik werd er een beetje boos van.

    In dat boek staan blijkbaar praktische tips en adviezen om rijk te worden. Nou hoop ik dat de inhoud van het boek een stukje genuanceerder is dan die post, want dit is wel erg kort door de bocht.

    Als we het dan toch over ‘learnings’ hebben, weet ik er ook nog wel eentje: geld genereert geld. Als je ouders hebt die op je 25e een huis voor je kunnen kopen (of wiens geld je daarvoor kunt lenen), heb je een gigantische voorsprong ten opzichte van iemand die z’n studie zelf heeft bekostigd en met een schuld van dertigduizend euro aan z’n werkende leven begint.

    Gewoon door te wónen in dat koophuis word je al rijker – vastgoed is nog altijd een van de beste investeringen die je kunt doen. Maar ja, dan moet je ‘m dus wel kúnnen doen. En dat heeft in dit geval (papa & mama fixen de hypotheek) niets te maken met talent of hard werken, maar domweg met geluk.

    Sowieso: als je opgroeit in een gezin waar ruimte is voor boeken, voor theater, waar de NRC op tafel ligt en je elke avond wordt voorgelezen voor het slapengaan, lig je mijlenver voor op klasgenootjes die zo’n omgeving niet hebben.

    Over jezelf heen stappen

    Voor de duidelijkheid: dit is geen ‘zeur niet’-blogje. Ik weet dat geboren worden in welvaart niet betekent dat je het zelf ook gaat maken in het leven. Dat niet alle ‘rijke’ ouders hun kinderen grenzeloos verwennen. Ik weet dat er genoeg jongeren zijn die knetterhard werkten voor hun eerste koophuis. En ik snap dat gepriviligeerd zijn niet betekent dat je géén problemen hebt, of dat jouw leed geen bestaansrecht kent.

    Maar laten we die mitsen en maren nou even parkeren. Laten we over onszelf heen stappen en kijken naar wat er nog méér is. Buiten ons eigen gelijk, ons eigen geluk en onze sores. Niet omdat die er niet ook mogen zijn, maar omdat het soms even niet om jou of mij gaat.

    Oké, geld en geluk dus. Het is nogal makkelijk, schreef Des vorige week terecht, om te denken dat de euro’s je komen aanwaaien als je maar even je money mindset verandert. Beschamend, eigenlijk. Dat gaat zó voorbij aan de luxepositie waarin je je bevindt. Aan de beperkingen en achterstanden die je niét hebt. De voordelen die je alleen al daarom geniet.

    Sowieso schrijft Des de laatste tijd treffende stukken over ongelijkheid. Deze zomer verhuisde ze met haar gezin van een multiculturele achterstandswijk naar een ‘witte’ wijk met veel hoogopgeleide gezinnen. Nogal een aardverschuiving, zoals je je kunt voorstellen. Het zette Des aan het denken over privilege. Over het dilemma tussen blijven en weggaan (want wie laat je achter?). Over kwetsbare kinderen. Over graag het goede willen doen, willen helpen, en tegelijkertijd ook je eigen zoons willen beschermen en de ‘beste’ plek gunnen.

    En eigenlijk dus vooral over de enorme kloof van ongelijkheid die we nog altijd hebben. In Nederland. In 2020. Des ging er zelfs over in gesprek met de wethouder – superstoer.

    Kwalijk vind ik het, dat goeroes en coaches in deze tijd prediken dat, door maar ‘de juiste dingen aan te trekken’, succes en rijkdom binnen handbereik liggen. Niet alleen de auteur van dat boek; YouTube en Instagram staan vol met zulke ‘inspirerende’ verhalen. Vlogger Sanny (Zoekt Geluk) bijvoorbeeld, die ‘in één week tijd haar droomhuis manifesteerde’ – ik word er gewoon misselijk van.

    Het venijnige is natuurlijk dat de (veelal) witte mindsetcoaches van deze wereld continu worden bevestigd in hun eigen gelijk. Ze leven hun magic life, en hé, wauw, daar is het droomhuis al! Zie je wel dat het werkt!

    Ja, natuurlijk, die moodboards en meditaties zullen vast helpen om te leren voelen wat je écht wilt, waar je verlangens liggen. Maar negen ton op de bank is toch óók wel handig als je een huis in Loosdrecht wilt kopen. (Net als een sterk netwerk van professionals om je heen hebben, lees: in twee uur een goede makelaar kunnen regelen. En misschien zelfs: blond haar en blauwe ogen hebben.)

    Niet voor jou weggelegd

    Dubbel kwalijk is die goeroe-houding zelfs – want impliciet zegt de bewering óók dat mensen die het níet lukt een droomhuis/perfecte baan/levenspartner/kind te krijgen, ‘niet goed genoeg hun best doen’. Of nog giftiger: ‘er niet voor gemaakt zijn’.

    Ja, da’s lekker makkelijk gezegd door iemand die nooit tegen wérkelijk onrechtvaardige barrières* is geknald.

    *Met ‘onrechtvaardige barrières’ bedoel ik bijvoorbeeld de verschillende vormen van institutioneel racisme. Vanwege je naam, uiterlijk en/of achtergrond niet worden uitgenodigd voor sollicitatiegesprekken. Geen kans krijgen om een potentiële woning te bekijken. Minder intelligent worden geschat door gesprekspartners – die daarom (onbewust) minder aan jou denken als ze hun netwerk inzetten.

    Maar ik bedoel ook: geen hypotheek kunnen krijgen omdat je chronisch ziek bent. Niet naar een hoog aangeschreven basisschool kunnen omdat je ouders er niet aan dachten je al voor je geboorte in te schrijven.

    Hebben de moeders in achterstandswijken dan niet genoeg gevisualiseerd? Hebben hun kinderen nu eenmaal onbewust gemanifesteerd wat ze ‘nodig hebben’ in het leven?

    Vanuit die gedachtes is het maar een heel klein stapje naar je hebt je maatschappelijke positie aan jezelf te danken. Amper een afslag verder en je arriveert bij sommige dingen zijn niet voor iedereen weggelegd. En dan ben je ineens akelig dichtbij een situatie waarin sommige mensen ‘hoger’, verhevener of dan toch tenminste ‘verder’ zijn dan anderen.

    Brr.

    Ik ben in de gelegenheid

    Begrijp me niet verkeerd: ik ben all for zelf verantwoordelijkheid nemen voor je acties. Voor niet in een slachtofferrol stappen – of blijven hangen. En ik ben ook nog wel te porren voor ‘wensen en verlangens concreet visualiseren, opdat het universum zich daarnaar schikt’ (of de nuchtere verklaring: ‘..zodat je meer aandacht hebt voor wat je wilt en daarnaar gaat leven’).

    Maar laten we er alsjeblieft niet in doorschieten.

    Weet je, stukjes zoals die van Des zijn ook voor mij weer ontnuchterend. Nuancerend bovendien. Want ja, natuurlijk realiseer ik me dat al dat gepraat van mij over klimaatverandering en veganisme óók voortkomt uit een luxepositie. Ik heb vrije tijd én brainspace om over zulke dingen na te denken. Zo zit ik nu, ‘s avonds laat, op m’n gemak deze blog te typen. Had ik een veertigurige werkweek voor een minimumloon en daarnaast drie monden te voeden, dan had ik wel wat anders aan m’n hoofd.

    Zoals Des ook schrijft:

    “Ja, vegan eten is beter voor het milieu, voor de aarde, voor je gezondheid. Maar het is vaak ook duurder. En niet overal beschikbaar. Waardoor je bijvoorbeeld naar de bio-supermarkt iets verderop moet gaan. Niet iedereen heeft de tijd daarvoor. Omdat je bijvoorbeeld, ik zeg maar wat, een alleenstaande moeder bent. Als dat betekent dat je kiest voor een pakje rundergehakt in de supermarkt op loopafstand, of wit brood omdat dat nog niet 1 euro kost, tja, dan snap ik dat je daarvoor kiest.”

    – Des (uit ‘Privilege‘)

    En precies om die reden voelt het noodzakelijk en rechtvaardig dat ik me met dit soort onderwerpen bezighoud. Niet omdat ik de pretentie heb dat ik in m’n eentje de wereld kan redden. Maar we moeten érgens beginnen. Juist ik ‘moet’ ergens beginnen – omdat ik in de gelegenheid ben.

    Want als ík het al niet kan opbrengen om me sterk te maken voor een toekomstbestendige wereld, wie dan in hemelsnaam wel?

    Trouwens, wat betreft die money mindset: als we dan tóch besluiten dat je rijkdom kunt manifesteren, laten we er dan tenminste voor kiezen om met die kracht iets te doen waar we allemaal beter van worden.

    7+
  • Locktober

    Nou jongens, daar gaan we dan weer.

    Kaartje uit de Volkskrant

    Toegegeven, het is natuurlijk geen verrassing allemaal. Wie wel eens het bordspel Pandemic heeft gespeeld, weet hoe gruwelijk snel een virusuitbraak uit de hand kan lopen. Zoals de premier al zei: wat vandaag nog nauwelijks een probleem is, kan over een week een ramp zijn waar we geen grip meer op hebben.

    Tja, exponentiële groei hè. Ik heb nog nooit zo vaak teruggedacht aan mijn wiskundelessen op de middelbare school als dit jaar.

    Maar oké, de stand van zaken: het Einder-kantoor weer drie weken dicht, de wijnclub die ik 31 oktober zou organiseren op (zeer) losse schroeven, de NVJ-training die ik komende maand ging doen gecanceld en de schrijftraining die ik zélf zou geven, gaat waarschijnlijk ook niet door.

    In betere tijden, toen ik nog wél schrijftraining kon geven. Lees: amper twee weken terug. (Schrijftraining betekent trouwens niet dat ik op het schoolbord voordoe hoe je een pen vasthoudt, maar dat had je hopelijk door.)

    Vooruit, in eerste instantie is het allemaal voor drie weken. En voor de duidelijkheid: ik ben ‘blij’ dat onze overheid de pandemie serieus neemt en tegelijkertijd nuchter blijft. Je zal maar zo’n creep als Trump of Bolsonaro hebben om je door deze crisis heen te loodsen… brr.

    We zijn er nog wel even zoet mee

    Maar dat neemt niet weg dat het allemaal best heftig is. Terwijl ik de laatste weken – of eigenlijk al sinds juni – min of meer door het leven bewoog alsof er geen virus rondwaart*, voelt dat in één klap weer totaal anders.

    *Oké, helemaal normaal waren afgelopen maanden natuurlijk niet. Liefsten niet knuffelen blijft onwennig.

    Als ik er langer over nadenk, zijn het niet de maatregelen die me ineens weer op een ander denkspoor zetten. De heftigheid zit ‘m er vooral in dat langzaam tot me begint door te dringen dat die hele corona écht niet zomaar weg is.

    Weet je nog toen we aan het begin van het jaar half lachend tegen elkaar zeiden ‘dat dat virus tegen de kerst vast wel weer verdwenen zou zijn’?

    In De Correspondent las ik deze week dat het nog maar de vraag is hoe snel een vaccin ons uit de brand gaat helpen – áls er al binnen een jaar een veilig vaccin komt, wat óók nog maar zeer de vraag is. Ten eerste weten we niet hoe effectief zo’n vaccin is (hoe lang ben je bijvoorbeeld beschermd?), en daarnaast vermoedt men dat een kwart van de Nederlanders de prik gaat weigeren. En dat betekent dat de mensen die zich wél laten inenten, een kwalitatief beter vaccin toegediend moeten krijgen, anders komt die groepsimmuniteit er niet.

    En dan zijn er nog de praktische bezwaren: wie gaat al die miljoenen (miljarden) mensen inenten? De toch-al-zwaar-overbelaste GGD’s? De huisartsen, die elk najaar al overuren draaien om een handvol patiënten de griepprik te geven?

    Niet bang, maar wel bezorgd

    Oké, ik ben geen expert dus ik ga deze semifeitelijke borrelpraat nu afkappen ;-) Mijn punt is: niemand weet hoe lang dit nog duurt. Een jaar, twee jaar, vijf?

    Ik wil je niet bang maken. Voor het virus zelf voel ik op dit moment ook geen angst – al gedraag ik me aanmerkelijk voorzichtiger sinds we van Sanquin hoorden dat B’s antistoffen al bijna op zijn.

    Hoe dat bij mij zit weten we niet, hij doneerde bloedplasma omdat-ie officieel ex-patiënt is, ik ben zelf destijds niet getest omdat dat toen nog nauwelijs kon.

    Maar soms ben ik wél een beetje bezorgd hoe lang dit allemaal nog gaat duren.
    En vooral: hoe de wereld er daarna uitziet.

    Welke ondernemers zullen de crisis overleven? Gaan mijn eigen oma’s uiteindelijk ook bezwijken aan corona? Blijven de ouders van vrienden buiten schot? Maar ook: hoe lang weten Mark en Hugo met hun persco’s de onrustige, wantrouwige, complotdenkende (en laten we eerlijk zijn: verwende) Nederlanders nog gerust te stellen? Wat als we met z’n allen massaal de regels aan onze laars blijven lappen – hebben we hier dan over een maand of twee ook ijshallen en legertrucks vol lijken, zoals dit voorjaar gebeurde in Spanje en Italië?

    Een gigantische denkfout

    Ach, dat overkomt ons niet.

    Dat dachten we toen we in januari de beelden zagen uit Wuhan. Dat dachten we toen een maand later Italië de eerste uitbraak meldde – joh, wij gingen gewoon carnavallen, wat kan er misgaan?

    Volgens mij is dit één van de belangrijkste lessen die dit virus ons leert: de gedachte ‘dat het ons niet overkomt’, dat wíj buiten schot bijven, dat ‘we’ er wel wat op verzinnen, is een gigantische denkfout. (En hey, daarmee is een bruggetje naar klimaatverandering ineens wel heel makkelijk gelegd, maar dat terzijde. ;-))

    Nou ja, toch een beetje de link met het klimaat dan: het is een vergelijkbare machteloosheid die me soms kan overvallen.

    Ja, ook ik baal stevig dat al mijn leuke plannen voor de komende tijd niet doorgaan. Ik was net weer zo lekker op dreef bij Einder; wéér weken- of maandenlang thuiszitten is niet iets waar ik naar uitkijk. Ik word sip van het idee dat het waarschijnlijk nog maanden gaat duren voor ik mijn broer (die in Zweden woont) weer eens zie. Ik leef mee met vrienden die alleen wonen en weer meer op zichzelf aangewezen zijn. En ik houd mijn hart vast als ik de barman van de Malt Vault mistroostig zie kijken.

    Maar als ik in de krant berichten lees over Nederlanders die klagen dat hun herfstvakantie in het water valt, of filmpjes zie van BN’ers die ‘niet meer meedoen’, moet ik toch even diep zuchten.

    Niemand zei dat het leuk was

    Nee jongens, het is niet leuk. Klopt. Mooi klote is het.
    Maar niemand zei dat het leuk was. Een pandemie ís nu eenmaal niet leuk.

    Daar hebben we het mee te doen.

    Natuurlijk is het prettiger en comfortabeler om te denken dat het allemaal wel meevalt. Dat de overheid ons gewoon loopt te misleiden, of zelfs doelbewust voor te liegen. Dat het allemaal één groot complot is. Want ja, dat pleit je vrij van verantwoordelijkheid. Dan wordt je vrienden knuffelen zelfs plots een daad van moedig verzet, van strijd tegen het systeem.

    Maar jongens, wil ik dan roepen. Denk na. De realiteit is: er waart een onbekend virus rond. Als mens staan we tegen virussen vrij machteloos.

    Ik realiseer me dat het niet helpt – dat zo’n kreet aan dovemansoren is gericht. Zoals het ook niet helpt om verstokte carnivoren te wijzen op zielige biggetjes. En het evenmin zin heeft om m’n vrienden die nog vaak vliegen te veroordelen. Je bereikt er niets mee – sterker nog, zo’n vijandige houding heeft een averechts effect.

    #doeslief

    Dus laten we, zo lang dit alles duurt, proberen een beetje lief te blijven voor elkaar. Laten we hopen dat we hier als samenleving relatief ongeschonden doorheen komen. En laten we elkaar helpen, waar dat kan. Ik begin in elk geval weer met een wekelijkse sponsorbijdrage aan m’n favoriete afhaalrestaurants – mét belachelijk dikke fooi.

    Meedoen is belangrijker dan winnen, zeggen ze wel eens. Maar voor corona geldt misschien: om te winnen, moeten we allemaal meedoen.

    1+