Van 48 naar 94 kilometer & nog zes dagen tot de Tilburg Ten Miles

Yes, ik ben er bijna! Nog 5,5 kilometer te gaan en dan heb ik mijn maanddoel van 100 kilometer gehaald. Feest!

Zaterdagochtend ging ik op tijd uit bed om samen met vriendinnetje V. 16 kilometer te lopen. Hoewel het even wat moeite kost om mezelf vóór acht uur uit bed te slepen, begin ik ochtenden lopen in het weekend steeds meer te waarderen. De wereld is nog stil, hier en daar kom je al andere lopers tegen en met een beetje geluk is het – zoals gisteren – strálend weer.

En dan kom je om elf uur thuis en heb je het gewoon al gedáán – en de rest van het weekend een voldaan gevoel. (Dit in tegenstelling tot de weekenden waarin ik er de hele dag tegenop hik om nog te gaan lopen, uiteindelijk niet/korter ga en achteraf baal van mezelf.)

runnning

Opschroeven

Goed, nu liep ik dus al 94, 5 km in augustus. Ter vergelijking: het afgelopen halfjaar liep ik meestal tussen de 40 en 65 kilometer per maand. En in juni liep ik vrijwel niet, vanwege mijn ongeluk.

Dat ik het aantal kilometers flink heb opgeschroefd, is te merken, want:

  • Ineens heb ik weer de hele dag door honger HONGER. (Vooruit, trek, kindjes in Afrika hebben honger, I know.) Dat was tijdens m’n vorige halve-marathontraining in januari ook z0. Dat je zo veel kilometers loopt, dat je er bijna niet tegenop kunt eten. Nu houd ik gelukkig van eten, maar er zijn toch ook wel momenten dat het irritant wordt. En ik uit ergernis dus maar iets calorierijks/ongezonds naar binnen werk, om een tijdje geen trek te hebben. Niet slim, I know, dus iemand betere tips?
  • Mijn broeken zitten wat strakker om m’n benen. Uh wat? Nee, van hardlopen word je niet dik, maar dat je bovenbenen gespierder worden merk je wel een beetje. Niets extreems hoor, gelukkig. ;)
  • Ik betrap mezelf erop dat ik elke vrije minuut denk: ‘zal ik nog een rondje gaan?’ Ook als ik die dag al geweest ben. Het lopen zit dus in elk geval weer in m’n systeem, en dat is fijn.
  • Was ik ruim een maand geleden nog ZO ONTZETTEND ZENUWACHTIG voor de halve marathon, inmiddels krijg ik er steeds meer zin in.

Maar eerst nog de Tilburg Ten Miles! Over minder dan een week sta ik aan de start. Startnummer is al binnen en komende week tref ik de laatste voorbereidingen. Dat betekent vooral: op tijd naar bed, even geen alcohol drinken en niet al te veel kilometers rennen.  Vanavond loop ik er nog zes. Woensdag nog acht en dan is het rusten tot zondag.

startnummer

Een dag later, op 5 september, vertrekken Tom en ik voor twee weken naar Zuid-Frankrijk. We gaan kamperen, nazomeren en heel veel chillen. Natuurlijk gaan mijn hardloopschoenen mee, maar mijn telefoon laat ik thuis, net als de vorige twee jaren. Even afkicken en zo en écht loskomen van het gewone leven. (En ook zónder Nike-tracking-statistiekjes kan ik vast prima stukken lopen, toch?)

Zover is het nog niet: eerst nog één laatste weekje werken. Vandaag, morgen en overmorgen bij Einder en donderdag bij NU.nl. Even knallen nog – ik heb er zin in.

Wie van jullie zie ik in Tilburg?

Hardlopen: ik moet nu eindelijk maar eens kilometers gaan maken

Over twee maanden en één dag is het zover: de halve marathon van Eindhoven.
En ik heb in augustus nog maar drie kilometer hardgelopen.

Uh, ja.
Ter vergelijking: in voorbereiding op de CPC-loop begin maart liep ik in januari precies 101 kilometer. Mijn plan is/was om dat record in augustus te evenaren.

Je kunt dus wel stellen dat er werk aan de winkel is.
Zomerse terrasmiddagen en gezellige weekenden of niet, als ik op 9 oktober een beetje vol vertrouwen aan de start wil staan moet ik NU echt wat serieuzer gaan trainen.

Na de val

Na mijn ongeluk in juni kon ik natuurlijk een tijdje niet hardlopen. Een maand, om precies te zijn – en daar heb ik eigenlijk nog ontzettend veel geluk mee gehad. Inmiddels gaat het gelukkig stukken beter en ik ben dus ook alweer een maandje aan het trainen.

Toch vond ik het in juli moeilijk genoeg tijd te vinden om drie keer in de week te lopen – wat ik eigenlijk wel graag wil doen. Dat kwam vooral omdat ik veel werkte (45 uur per week plus 2-3 uur reistijd per dag), waardoor er eenmaal thuis weinig tijd en/of energie over was om een rondje te lopen.

Soms koos ik er in de avond dan ook bewust voor om thuis op de bank te blijven, omdat ik aanvoelde dat dát was wat ik (en mijn lijf) op dat moment nodig had.

66 kilometer

Gelukkig is het ook niet zo dat ik helemaal niet liep! Sterker nog, ik liep ‘gewoon’ weer twee keer in de week en tikte zelfs alweer een keer de 14 kilometer aan. In totaal liep ik in juli 66 kilometer.

En steeds weer als ik mezelf dan naar buiten heb gesleept, realiseer ik me weer: ik houd van lopen in de zomer. Lekker ‘s avonds nog even in korte broek naar buiten voor een rondje, terwijl het nog licht en warm is. Gek of niet, ik vind lopen in de hitte best lekker. In elk geval loop ik véél liever in de brandende zon dan in de snijdende januariwind.

De laatste tijd train ik ook regelmatig samen met vrienden. Dat vind ik een geweldige stok achter de deur, zeker voor langere stukken. Met z’n tweetjes 10, 12 of 15 kilometer lopen is een stuk fijner én gezelliger dan in je eentje. Zo coachte ik vorige week mijn goede vriend de Journalist naar zijn eerste 10K! (En mocht iemand uit Utrecht dit lezen en denken: hé, samen lopen is leuk, laat het me gerust weten!)

IJkpunt

Die halve marathon begint langzaam dichterbij te komen, maar eerst is er nog een ander moment waar ik m’n krachten kan meten. Op zondag 4 september loop ik samen met mijn vriendin de Keukenprinses, haar vader en zusje de Tilburg Ten Miles.

Dus zondag stond mijn eerste 15 kilometer-training in maanden gepland. Eindelijk, dacht ik.

Maar…toen stootte ik zaterdagavond kéihard mijn knie aan de deurpost. Met een paars, pijnlijk ei erop was het toch lastig lopen.

Nu de pijn een stuk minder is, heb ik geen excuus meer. Inplannen die hap en GAAN. Zin of niet, weer of geen weer. En desnoods dan maar ná dat wijntje op het terras. Da’s dan weer een voordeel van die lange dagen.

Hoe ik die trainingen dit keer precies ga aanpakken? Dat lees je morgen!

En dan nu aan de slag- vanavond loop ik een rondje Singel.

 

15 KM Loop van Leidsche Rijn – het verslag

Zondag was het, nog maar een week na de Marikenloop, alweer tijd voor een hardloopwedstrijd. Samen met Eline deed ik mee aan de Loop van Leidsche Rijn, een route van 15 kilometer aan de westzijde van Utrecht.

Gek is dat toch, hoe je perceptie van afstanden verandert. Nog geen half jaar geleden liep ik de Bruggenloop van Rotterdam, mijn eerste 15 kilometer-wedstrijd. Ik had toen nog maar één keer die afstand gelopen en was best zenuwachtig of ik het zou halen. Daarna liep ik in maart de CPC-loop (21.1 km), waarvoor ik regelmatig afstanden van 15 kilometer en langer moest trainen.

Ineens leek die 15 kilometer nu in mijn hoofd een stuk kleiner dan in december.

Maar ja, hè, het is en blijft nog steeds vijftienduizend meter die je moet afleggen in een redelijk tempo. En de afgelopen maanden had ik, in voorbereiding op de Marikenloop, vooral getraind op snelheid (en dus korte afstanden).

Met andere woorden: ik stond zondagochtend toch énigszins met zenuwkriebels in de keuken een stapel pannenkoeken te bakken. Gelukkig leek het weer mee te vallen – er was onweer en zware regen voorspeld, maar vooralsnog was het droog.

Rond de middag fietste ik naar Eline en samen crossten de brug over naar Leidsche Rijn. Gek hoor, om die route te fietsen nu ik er niet meer woon. Wat tot voor kort de weg naar huis was lijkt nu ineens een hele onderneming. Over perceptie gesproken!

elinesuusllr
Klaar voor de start…

Rond kwart voor 1 waren we op het festivalterrein. Yes, nu kreeg ik er zin in! Kraampjes, muziek en overal felgekleurde lopers. Toen ik mijn startnummer ophaalde, kwam ik toevallig een collega van de Volkskrant tegen. Zij ging ook de 15 kilometer doen (‘Succes!’, ‘Jij ook!’).

We hadden nog bijna een uur om te rekken, onze tassen weg te brengen, drie keer op de Dixi te gaan, warm te lopen en genoeg, maar niet té veel water te drinken. Om 14 uur zouden we starten.

Als je een hardloopwedstrijd gaat doen, zul je merken dat er van tevoren altijd wat is. Je voelt ineens gekke pijntjes, je sluimerende blessure lijkt op te spelen, je moet tig keer naar de wc, je hebt plots honger terwijl je toch écht genoeg ontbeten had… Dit keer was het bij mij DORST, DORST en een enorm droge mond. Maar nadat ik m’n Dopper had leeggedronken, probeerde ik er verder geen gehoor aan te geven. Lopen met een klotsbuik is ook niet lekker, onderweg naar de wc moeten evenmin.

IN HET STARTVAK

Zeven voor twee, tijd om in het startvak te gaan staan. Fijn aan deze run is dat er niet enorm veel mensen meedoen – het was wel druk, maar niet massaal. Ik zwaaide Eline gedag, die een startvak vóór mij zou beginnen, want zij wilde een tijd van 1:15:00 neerzetten.

Ikzelf had me er inmiddels bij neergelegd dat de kans op een PR heel klein was. 1:28:22 liep ik tijdens de Bruggenloop, maar de laatste keer dat ik méér dan 10 kilometer had gelopen was bijna twee maanden geleden. De run uitlopen, lékker lopen en genieten , dat was mijn doel vandaag. (En eigenlijk is dat gewoon altijd mijn doel, zelfs al heb ik een Streberige Suusie in me die telkens weer sneller wil.)

KM 1-5

En weg waren we! Ongeveer een minuutje nadat het startschot klonk (dat ik trouwens niet eens hoorde), ging ik zelf van start. De eerste kilometers liepen we in een lange sliert lopers. Gelukkig had ik geen last van mensen die voor mijn voeten liepen, Het Lint (de track om het Máximapark) was breed genoeg en iedereen liep een prettig tempo.

Na ongeveer een kilometer merkte ik dat er een man in een wit t-shirt naast met liep die precies even snel liep als ik. Prettig, om zo in hetzelfde ritme te lopen. We bleven dat een paar kilometer lang doen; hoewel hij me nooit aankeek, zelfs niet even opzij keek, liepen we duidelijk naast elkaar.

Regelmatig zag ik om me heen mensen met ‘motiverende’ teksten op de achterkant van hun shirts. Zoals: RUN IF YOU CAN, WALK IF YOU HAVE TO, CRAWL IF YOU MUST – JUST NEVER GIVE UP.

En: IF YOU’RE GOING THROUGH HELL, KEEP GOING.

Goed om in gedachten te houden. ;)

Bij kilometer 5 was de eerste waterpost. Ik pakte een bekertje, wandelde een paar stappen en ging toen weer verder.

KM 6-10

De man in het witte t-shirt liep zo nu en dan een stukje voor me, dan weer even achter me, maar nog steeds vervolgden we (voor mijn gevoel) samen onze route. Ik probeerde af en toe naar hem te glimlachen maar hij keek stoicijns voor zich uit, ik weet niet eens zeker of hij me wel echt opmerkte. Hoe dan ook, ik vond het prettig om samen in hetzelfde tempo te lopen.

Zo tikte ik de kilometers langzaam weg, muziek in m’n oren. Intussen zat ik nog steeds ver boven m’n verwachte pace; na de eerste kilometer liep ik 5’57, en ik schommelde nog steeds tussen 5’54 en 5’58. Terwijl ik 6’15 van plan was! Maar hé, het ging lekker, mijn ademhaling had ik onder controle en ik had wel het gevoel dat ik dit nog een tijdje vol kon houden.

En langzaam begon ik te hopen: als ik dit tempo vast kan houden en op het eind nog een tandje bij weet te zetten, haal ik misschien tóch een PR…

Bij kilometer 9 was weer een waterpost. Dankbaar dronk ik een bekertje leeg, wandelde weer een paar meter en vervolgde mijn route. Hier raakte ik mijn compagnon kwijt – hij stopte ook om te drinken en ik heb hem de rest van de wedstrijd niet meer gezien.

KM 11-15

Na kilometer 10 (58 minuten, 59 seconden!) besloot ik de snelheid wat op te bouwen. We liepen na wat omwegen inmiddels weer over Het Lint, de mij zo bekende hardlooptrack om het park heen. Hoe vaak heb ik het afgelopen jaar geen ‘rondje Máximapark’ gerend of gewandeld? Ik ken de bochten, bankjes, bosjes en overgangen, ze voelen vertrouwd.

Na de Haarrijnse plas sloegen we het pad af richting Vleuten en kasteel De Haar. Nog minder dan vier kilometer, hield ik mezelf voor. Toegegeven: ik begon moe te worden en het was minder makkelijk om het tempo (5’54 per kilometer gemiddeld) vast te houden.

‘Kom op, nog drie kilometer, we zijn er bijna’, riep een mede-loper naar me. Zojuist hadden we samen even gegrinnikt om zo’n knipperend snelheidsbord langs de weg. ‘U rijdt 10 kilometer per uur’, viel te lezen. Tja, soort van. ;-)

Door het centrum van Vleuten, waar kermis was. ‘Zo gaat ie goed, zo gaat ie beter, nog TWEE kilometer’, joelde een groepje kinderen langs de weg.

Nog anderhalve kilometer. Eigenlijk wilde ik gaan wandelen, maar ik wist dat ‘PR of geen PR’ een kwestie van minuten was. Niet opgeven nu, Suusie.

Daar gingen we alweer terug Het Lint op. Nog een kilometer te gaan! Erop of eronder.

Moe was ik, zere benen had ik, maar gek genoeg rende ik nog altijd met een glimlach op m’n gezicht. Wat een leuke race! Ik had er, net als bij de halve marathon, een sport van gemaakt om alle kindjes met uitgestoken handen te ‘klappen’. Kost wat extra energie, maar gééft ook energie.

finishllr2

Daar was de rode finishboog al! Ik begon langs de weg te kijken of ik Eline zag.

EN DAAR STOND ZE, met een grijns van oor tot oor. Wow, die aanblik gaf me een stoot van adrenaline, niet normaal. Ik zette de eindsprint in en haalde in de laatste 100 meter nog twee mensen in.

Met een high-five tegen de verklede ‘Romeinen’ kwam ik over de finish. Yes!

finishllr

wedstrijdllr

NA DE FINISH

App stop, medaille, bekertje water, bekertje zoete troep. En daar stond Eline. ‘Goed gedaan!’, riep ze. ‘Je was snel!’

En jij dan, grijnsde ik. Ze werd nog blijer toen ze vertelde dat ze waarschijnlijk 1:14 had gelopen – een minuut bóven haar hoogste verwachting.

Mijn eigen app zei 1:28:12. Zou ik een PR hebben?

Onze gegraveerde medailles gaven het antwoord: terwijl Eline 1:13:42 (!!!) had gelopen, kwam ik over de finish in 1:27:48. Toch een kleine minuut sneller dan de Bruggenloop! Ik kon mijn geluk niet op.

medaillellr

kilometersllr1 kilometersllr

Zo zie je maar: als je verwachtingen niet te hoog zijn, verras je jezelf.

En toen was het hóóg tijd voor een overwinningspatatje.

PS. Eerlijkheid gebiedt me dit te zeggen: de rest van de dag was ik doodop. (Stiekem was het ook nog 2 keer 10 kilometer fietsen naar de start… 20 kilometer fietsen + 15 kilometer lopen = vermoeide Suus.) Gelukkig had ik patat, daarna een bad én chocomel. Kwam het toch allemaal weer goed.

 

SUUS LOOPT #Marikenloop2016: het verslag

Maandagochtend. Ik zit aan tafel bij vrienden in Nijmegen (na de Marikenloop ben ik hier blijven slapen, want heb straks nog een afspraak in de stad), eet handjes cruesli en drink glazen water. En mijn benen, o mijn benen voelen alsof ik gisteren een halve marathon heb gelopen.

Niets is minder waar, er stond gisteren 5 kilometer op het programma en geen meter meer. Maar intens, dat was het! Gisteren schreef ik op de valreep al dat m’n voorbereiding niet helemaal volgens plan was verlopen, dat ik het idee van een PR had laten varen… O jongens, spoiler: ik heb al mijn eigen verwachtingen overtroffen. Hoe dat ging? Lees gauw verder!

MARIKENLOOP 2016: KLAAR VOOR DE START…

Goed, de trein reed dus Nijmegen binnen en ik stapte over op het bomvolle boemeltje naar Heyendaal. Propvol loopsters, wat was dat een kippenhok. ;) Ik zou vandaag gaan lopen met AnneliesJudith en haar zus Linda. Terwijl zij vooral nerveus waren over de afstand, hield ik me meer bezig met de vraag of mijn schenen zich goed zouden houden en of het zou lukken om onder de 27 minuten van vorig jaar te komen. Je vindt altijd wel een reden om te stressen. ;-)

We hadden het geluk dat Linda vlakbij de universiteit woont, waar de start van de Marikenloop is. Ik kon dus mijn tas bij haar laten, nog een beetje chillen en rustig omkleden. Ze had zelfs bananen-bosbessencake gebakken, die zo lekker rook dat we allemaal moeite hadden om er vanaf te blijven (maar ja, lopen met een baksteen cake in je maag is niet zo lekker).

suusiemrklp

12:15 uur, tijd om richting start te wandelen. In een lange sliert lopers liepen we naar het Gymnasion. Ik had een kleine tas mee met water en een vest voor na de finish (het was een graad of 19 en regenachtig en ik weet dat ik na afloop van een wedstrijd altijd snel afkoel), legde die dus even weg en toen was het ineens al tijd om de rest gedag te zeggen. Zij startten in startvak Geel (net als ik vorig jaar), ik was ditmaal ingedeeld in Blauw (na het Rood van de toploopsters het eerste startvak, wow!).

Ik deed nog een beetje mee met de gezamenlijke warming-up – toch bijzonder, een groot veld met een paar duizend loopsters die allemaal tegelijk hetzelfde dansje doen! -, checkte m’n Spotify en Nike Running-app en daar gingen we al.

KM 0-1 

Start! Ik liep onder een boog door, begon te rennen, de hoek om en… O wacht, we moesten eerst nog een stukje lopen naar de échte start. Hmpf. Vanwege het vluchtelingenkamp in Heumensoord was de start een klein stukje naar voren geplaatst; de route door het bos liep om de opvang heen en anders zou de route te lang zijn.

Nu dan toch: START! Hé, een paar honderd meter na de start zag ik Chaim langs de kant staan, met wie ik in maart nog samen de Stevensloop liep. Ik zwaaide naar hem – en door.

De eerste kilometer was het een beetje zoeken naar het tempo: niet te langzaam van start (je hebt immers maar vijf kilometer om je tijd in neer te zetten), maar ook niet te snel (vijf kilometer is verdraaid lang als je uitgeput bent). Af te lezen aan mijn app had ik een prima pace, tussen de 5’15 en 5’25 per km. Om m’n tijd van vorig jaar te overtreffen, zou ik sneller moeten lopen dan 5’23. En om een écht PR neer te zetten, zou ik 5’11 moeten lopen.

Toen ik de eerste kilometer in 5’14 bleek te hebben gelopen, ontsprong een vonkje hoop in mijn hoofd: zou dat dan misschien tóch lukken?

KM 1-2 

Zo liep ik het eerste stuk een beetje door: niet te snel, niet te langzaam, steeds schattend of dit een tempo zou zijn dat ik nog vier kilometer vol zou houden. Liever op het eind wat energie over en versnellen, dan op de helft compleet stuk.

Goed rechtop lopen, zo rustig mogelijk ademen (neus in, mond uit) en ontspannen lopen. Dat ging best goed: we liepen intussen het bos in en het was lekker om een beetje naar boven te kijken naar de hoge bomen waar ik tussen liep.

Bij kilometer 2 was de waterpost. Ik pakte snel een bekertje, dronk een paar slokken en gooide de rest weg.

KM 2-3

De hoek gingen we om, achter de grote witte tenten van Heumensoord door en daarna weer terug richting stad. De helft, ik ben al op de helft, hield ik mezelf voor. Vanaf dit punt begon het toch wel wat zwaarder te worden. Mijn pace was ook iets gezakt, hoorde ik na 3 kilometer in mijn oor: ik liep nu gemiddeld 5’20 per minuut.

KM 3-4

Bij sommige wedstrijden probeer ik een groepje lopers vlak voor me bij te houden, om me aan hen op te trekken. Dat deed ik nu ook, maar ik kon niemand vinden wiens tempo ik langer dan 100 meter prettig vond. Nog steeds haalde ik regelmatig lopers in, wat me nieuwe energie gaf. En die was nodig, want woei, nog ruim 1800 meter…

Ik wist dat zodra we het bos uit kwamen, het alleen nog maar één lange rechte weg was terug naar het Gymnasion. Maar van vorig jaar wist ik ook dat die weg nog verdraaid lang was. ;) Four kilometers completed. Time: 21 minutes, 4 seconds.

Wow, realiseerde ik me nu ten volle: als ik nu niet verslap, loop ik een PR! Snel rekende ik in mijn hoofd: om beneden de 25:58 te komen moest ik de laatste kilometer lopen in 4 minuten en 56 seconden. Best snel, maar niet onmogelijk – in trainingen loop ik de laatste kilometer wel vaker onder de 5 minuten per kilometer (= 12 kilometer per uur).

OK Suusie, sprak ik mezelf toe. Niet opgeven nu.

KM 4-5

Jongens zeg, die laatste 800 meter waren zwáár. WAAROM WILDE IK DIT IN GODSNAAM OOK ALWEER, vervloekte ik mezelf terwijl ik over de Heyendaalseweg liep, de finish nog niet in zicht. WAAROM MOEST IK ZO NODIG SNELLER WILLEN LOPEN. IK GA GEWOON WEER LEKKER LANGE RUSTIGE DUURLOPEN DOEN, F*CK DEZE SHIT.

Wat niet hielp, is dat mijn Spotify op de een of andere manier was uitgevallen en ik dus zonder muziek liep. Weinig afleiding dus, m’n lijf voelde zwaar en de verleiding was groot om te gaan wandelen. Harder kon ik ook niet, ik wist niet zeker of ik dan zou gaan flauwvallen, kotsen of allebei. ;-) Maar ja, wandelen zou betekenen dat er zeker geen PR in zat en ik wist dat ik daar de rest van de dag van zou balen.

Bovendien: wie gaat er nu wandelen als ‘ie aan alle kanten wordt toegejuicht door publiek?

Daar was het 200 meter-bordje al. Het laatste stuk tot de finish leek wel een eeuwigheid te duren. Ik zag de klok lopen, perste er een laatste restje energie uit, haalde nog twee mensen in, en…. FINISH!

NA DE FINISH hurkte ik vrijwel meteen neer en knielde langs de kant bij een hek. Ademen nu, rustig. Gelukkig duurde het niet lang voor ik weer gewoon op m’n benen kon staan. Ik liep door het finishgebied, nam dankbaar een flesje water en m’n medaille in ontvangst en ging even rustig zitten bijkomen op een stoeprand. Een PR? Net wel of net niet – m’n app zei van wel, maar ik had hem iets te laat aangezet en daardoor ook net geen 5 kilometer gelopen volgens Nike.

O, daar was m’n finish-sms al! In 1 klap waren alle pijn en innerlijke strijd verdwenen:

Susanne Geuze is de 5 km van de Marikenloop gefinisht. Netto eindtijd is 25:40.

Woooooooh! 25:40 min! Dat is dik onder de 27:01 van vorig jaar én ruim onder m’n vorige PR van 25:58.

De tevredenheid die ik hierover voel, is niet te beschrijven.

appj
Omdat ik volgens m’n app dus net geen 5 kilometer liep, staat de laatste kilometer er niet bij. Simpel rekensommetje leert dat ik die in 4’36 liep – dat is dan meteen mijn snelste kilometer ooit.

Nu is de cirkel rond. Een jaar geleden was de Marikenloop mijn eerste hardloopwedstrijd; nu liep ik hem opnieuw, inmiddels veel loopervaringen rijker.

Goed, terug naar de wedstrijd. Zodra ik een beetje was bijgekomen, haalde ik m’n tas op (ik kreeg het inderdaad koud) en ging staan wachten op de rest. Zij waren pas later gestart, dus uiteindelijk duurde het zo’n drie kwartier voor ik iedereen vond. En met geweldig nieuws: we hadden allemaal een PR gelopen! Wat ben ik trots op die meiden. En wat leuk om dit samen te beleven.

Na afloop konden we douchen bij Linda, een paar uur met de benen omhoog en we eindigden de dag met goeie hamburgers van Wally (of in mijn geval: de zwarte bonenburger met blauwe kaas, nom).

wally

wallyburg

Meer dan verdiend, nietwaar?

En nu, nu wil ik natuurlijk een tijd onder de 25 minuten neerzetten. Maar hoe dan? Ik heb het gevoel dat ik daarvoor écht een tandje bij moet zetten qua trainingen. Het verschil tussen 31 en 30 minuten is per kilometer veel minder groot dan dat tussen 25 en 24 minuten.

Toch lonkt natuurlijk altijd de volgende uitdaging. Al heb ik ook best zin om weer wat meer op afstand te trainen. En dat komt goed uit, want samen met Eline loop ik volgende week 15 kilometer tijdens de Loop van Leidsche Rijn.

Wie doet er ook mee?

 

 

REBLOG 2011: is dit niet bijna profetisch?

Dit stukje uit 2011 zie ik nog steeds als keerpunt. Ik bracht de onrust in mij onder woorden en daarmee zette ik, zonder dat ik dat toen doorhad, een lijn uit voor de toekomst.

Zeker als ik nu terugkijk is dat op z’n minst opmerkelijk te noemen: veel van de dingen die ik als negentienjarige bewonderde in anderen, heb ik inmiddels zelf gedaan (of in elk geval mijn eigen versie ervan).

Zo refereer ik op meerdere punten aan grote buitenlandreizen van vriendinnen. Ik had op dat moment zelf totaal geen ambities in die richting. ‘Niets voor mij’, dacht ik altijd. Maar nog geen twee weken later kreeg ik plots mail met een geweldige kans en nog geen maand later werd ik uitgekozen: een half jaar op uitwisseling naar Taiwan.

En wat dacht je van de passage over journalistiek. Bizar om dat terug te lezen, dat ik dat blijkbaar toen al door had – want het is exact de weg waarin ik nu ook weer zoekend ben. 

Overigens, dat vergelijken doe ik (soms) nog steeds. Gelukkig heb ik inmiddels ook zelf dingen die ik heb gedaan, meegemaakt, bereikt – dingen die me hebben gevormd, ervaringen om trots op te zijn.

Hm, nu ik er zo over nadenk: misschien weer tijd om zo’n lijstje te maken. 

Rolmodellen – over sterren en stenen

26 maart 2011 [19 jaar]

Ik heb zo veel mooie mensen om me heen. Elke dag ben ik me daar weer van bewust als ik een weblogje lees, een mailtje ontvang, een brief vind tussen de post. Vriendinnen die me inspireren met hun daden en woorden, hun kennis en wijsheid; ik mag van geluk spreken.

Slechts één keerzijde heeft deze rijkdom en die is uiteraard niet aan hen maar aan mijzelf te wijten. Mijn ontembare gedachten hebben de vervelende gewoonte continu vergelijkingen te maken tussen mij en ‘de anderen’. Totaal irrationeel en irrelevant zijn deze valse waardeschattingen, maar ze zitten me behoorlijk in de weg. Vaak heb ik het gevoel dat iedereen zo hard op weg is succesvol, mooi en gelukkig te worden (en dat tegelijkertijd al is!) – iedereen, behalve ik.

Zij verslindt meer boeken in een jaar dan ik in twee en studeert nu een half jaar in Canada.
Zij vond vrienden voor het leven in Zuid-Spanje en leerde vloeiend Spaans spreken.
Zij reisde een jaar in haar eentje door Australië en Nieuw-Zeeland en werkt nu om te sparen.
Zij reisde de hele wereld over – van Australië tot Zweden tot Rusland tot Thailand – en weet alles van wijn en voedsel.
Zij verwent zichzelf met de heerlijkste smoothies.
Zij rent op een dag tien kilometer en een paar weken geleden zelfs de halve marathon.
Zij studeert hetzelfde vak als ik maar leert véél harder (en weet dus ook veel meer).
Zij zit urenlang te programmeren.
Zij woont samen in een fijn huisje en kookt dagelijks een fantastisch maal voor haar lief.
Zij heeft de mooiste lange lokken die ik ken.
Zij is met passie aan het promoveren.
Zij werkt in een boekwinkel en weet alles over middeleeuwse geschriften.
Zij reist in d’r uppie naar China om onderzoek te doen en de Chinese taal te leren.
Zij schrijft beter Engels dan een native speaker.
Zij heeft gevatte humor en maakt heerlijke gedichten.
Zij heeft een figuurtje om van te dromen.
Zij maakt haar eigen cosmetica.
Zij heeft een succesvolle food blog.
Zij debatteert tussen andere autoriteiten op het gebied van voedingsleer.
Zij maakt lange dagen op de universiteit om haar vakken te halen.
Zij doet twéé studies.
Zij studeerde af aan de kunstacademie.
Zij werkt full-time.
Zij doet een bestuursjaar.
Zij werkt nachtenlang achter de bar.
Zij danst klassiek en modern ballet.
Zij voedde ondanks een moeilijke scheiding twee kinderen op.
Zij kookt het beste van allemaal.
Zij is de meest wijze vrouw die ik ken.

Zucht. Zo kan ik nog uren doorgaan. Kleine en grote dingen, en zij kunnen nog veel meer dan dit maar daar gaat het niet om. Van alles hierboven zegt het kleine naïeve meisje in mij: ‘ik wil het ook kunnen’.

Dat is belachelijk, kinderachtig, onmogelijk. Ik weet het. Je kan niet altijd alles hebben. Alles tegelijk kan al helemaal niet. Ik kijk veel te veel naar hun wegen en verlies daardoor het oog op mijn eigen pad. Dan verdwaal ik.

Dus ik verdwaal. Ik weet op dit moment niet zo goed hoe mijn weg loopt. Ik ben negentien, ik ben tweedejaars geschiedenis en heb tot nu toe al mijn vakken gehaald – maar besteedde de afgelopen zeven weken zo weinig tijd in de boeken dat ik met recht ‘luie student’ kan worden genoemd. Dat voelt naar. Dat wil ik niet zijn. Ik was toch het meisje dat ooit cum laude haar vwo haalde? Al vier jaar werk ik bij Albert Heijn, het is tijd voor iets nieuws, maar wat dan? Ik heb het gevoel dat ik niets ‘kan’ en vergeet dat voor elk baantje training en inwerktijd bestaat. Ik dacht dat ik journalist wilde worden maar twijfel daar nu steeds sterker aan: ik wil geen sensationele teksten schrijven die kort en vluchtig gelezen worden, ik wil doordachte mooie woorden schrijven die blijven. Ik heb een fijne relatie en vind liefde nog steeds erg moeilijk.

Toch, zoals Japin ooit al schreef: ik kan liefhebben.

Liefde. Liefde. Liefde. Sja.

Eén ding is zeker: liefde voor mijn studie ontbreekt op dit moment. Nu doe ik alle dingen half, als zwakke schaduw van het rolmodel. Ik besef sinds gisteren dat ik mijn aandacht weer op mijn éigen weg zal moeten richten, wil ik stralen. Wie louter naar de sterren kijkt, struikelt over een steen. Ik ben negentien, tweedejaars geschiedenis. Al die reizen, al die plannen, al die kennis – dat komt nog wel. Hoe ik het vaak ook anders ervaar, het is nog niet te laat. Ik heb voldoende tijd – toch?

Morgen ga ik naar de bieb.