Zevenheuvelennacht 2016: verslag van een hardloopweekend (1)

Een weekend hardlopen stond in mijn agenda, op 19 en 20 november: de Zevenheuvelennacht én de Zevenheuvelenloop.

Zo Suusie, lekker ambitieus. Hoe dat zo? Nou, net als vorig jaar wilde ik graag samen met vriend Chaim de Zevenheuvelennacht (7 kilometer om 19 uur ‘s avonds) doen. Dat was toen zó leuk: een sfeervolle route door het bos, overal lopers met lichtjes…

Tegelijkertijd was ik inmiddels toe aan een Serieuze Uitdaging. Dus toen Ellis – fotografe met wie Einder veel samenwerkt – aan de lunchtafel vertelde over haar plan om de Zevenheuvelenloop te doen, kon ik mijn enthousiasme niet verbergen. En als ik heel eerlijk ben, had het idee om ze allebéi te lopen het afgelopen jaar al zo nu en dan door mijn hoofd gespookt.

Dus hey, waarom dan niet gewoon dat proberen?

7hl

KLAAR VOOR DE NACHT

Zaterdag toog ik halverwege de middag naar Nijmegen – of eigenlijk eerst naar Lent, waar Chaim woont. Hij was zo lief om een van de gastenkamers in zijn wooncomplex voor me te reserveren. En omdat wie een stuk gaat rennen wel een goede bodem kan gebruiken, aten we eerst samen een goed bord volkoren pasta (met spinazie, rode ui, paddenstoelen, vega-speckjes en room, jammie!).

Mooi op tijd stonden we bij de start op de Groesbeekseweg, samen met Eveline, die de Nacht voor het eerst zou gaan lopen. Lichtjes aan, nog even kijken naar de lasershow… en daar gingen we al!

20161119_184732

DE ZEVENHEUVELENNACHT (7 KM)

Chaim en ik startten samen, maar al na een halve kilometer merkte ik dat hij eigenlijk sneller wilde. ‘Ga maar’, zei ik, want we liepen al 5’30 gemiddeld en ik wist dat ik de eerste kilometers niet veel harder moest gaan. Hij grijnsde en sprintte vooruit.

De eerste twee kilometers gingen prima. Daarna sloegen we linksaf, omhoog, de Sophiaweg op. Nu begon het klimmen! Al bij kilometer drie had ik het best zwaar, maar op de een of andere manier wist ik mijn tempo hoog te houden. Mijn plan was om deze 7 kilometer “op snelheid” te lopen. Stiekem hoopte ik zelfs iets sneller te eindigen dan vorig jaar (38:23 min), maar omdat ik de laatste maanden vooral langzame duurlopen had gedaan, probeerde ik daar niet al te veel van te verwachten.

Ik wist dat ik 5’27 gemiddeld moest lopen om de tijd van vorig jaar te evenaren. Omdat de heuvel omhoog me best tegenviel, begon ik te vrezen dat dat te hoog gegrepen was. Maar toen ik na kilometer 4 op 5’28 gemiddeld zat, voelde ik een sprankje hoop. De Louisaweg, het donkere stuk door het bos met overal lichtjes en muziek (Vivaldi’s Four Seasons), zorgde voor wat afleiding. Daarna zette ik mijn eigen muziek een tandje harder.

Oké, nog één heuvel: de Kwakkenbergweg. En vanaf Westerhelling, het studentencomplex waar ik twee jaar heb gewoond, was het alleen nog maar omlaag. Nu mocht het gas erop!

Bij kilometer zes merkte ik dat ik nog wat meer energie had dan ik dacht.
O, en daar was het 400 meter-bordje al.

Nog een paar mensen inhalen, zigzaggen, een laatste sprintje…de felle verlichting en het publiek gaf me een zetje en YES, daar ging ik over de finish! Het sms’je dat ik direct kreeg, stemde me euforisch: 37 minuten en 09 seconden! Anderhalve minuut sneller dus, dan vorig jaar.

Aan het eind van het finishgebied vond ik Chaim, die – zoals ik verwachtte – al gefinisht was. “Ik heb een maand niet hardgelopen”, zei hij nog vlak voor de start… Nou, hij zette mooi wel een toptijd van 35:57 neer! Even later vonden we ook Eveline, die eveneens blij met haar tijd was (maar wel een heftige finish had: vlak voor haar struikelde een vrouw en klapte op het asfalt, 200 meter voor de finish. Eveline hielp haar overeind en zorgde ervoor dat ze veilig was, zonder zich druk te maken om haar eigen tijd… Heldin!)

Eenmaal klaar met lopen werd het toch vrij snel koud en dus fietsten Chaim en ik terug naar Lent. Na een warme douche nestelden we ons op de bank met chocoladepopcorn en de eerste aflevering van The Crown. Rond elven kroop ik m’n bedje in – met toch wel vrij vermoeide benen, maar hartstikke voldaan. Op naar morgen, naar de volgende wedstrijd!

Lees morgen m’n verslag van de Zevenheuvelenloop op zondag.

20161119_1841340

 

Wat ik allemaal doe de laatste tijd

Ja hoi, al dat schrijven over restaurants, hardlopen, boeken en yoga is natuurlijk hartstikke leuk, maar wat spook ik eigenlijk verder allemaal uit tegenwoordig?

Nou, een heleboel.
(Oké, da’s vast niet zo’n verrassing, ik bedoel, is het ooit anders geweest?)

Nee, zonder gekheid: ik ben zo veel van huis dat ik tegenwoordig op zaterdagochtend eerst samen met Tom twee uur lang een WERVELWIND door het huis doe, om alle was, afwas, stapeltjes en andere rommel zodanig te ordenen dat het weer een beetje leefbaar is. ;)

EINDER, NU.NL EN DE VOLKSKRANT

Alweer een half jaar ben ik economieredacteur voor NU.nl, parttime & freelance. Dat is hartstikke leuk: gezellige collega’s, prima werktijden en ik leer veel nieuws. Een halfjaar geleden wist ik echt NIETS over beurskoersen en ik zou mezelf nog steeds geen expert noemen op dat gebied, maar ik weet inmiddels wel hoe een faillissement werkt, hoe het precies zit met vrijhandelsverdragen CETA/TTIP en wat zoal de gevolgen van de lage rente zijn.

Verder startten afgelopen maand twee nieuwe rubrieken in de Volkskrant, waarvan ik auteur ben. In De Opvolger komen twee generaties in een familiebedrijf aan het woord en in De Sprong interview ik mensen die radicaal van werkzaamheden zijn veranderd. Elke week verschijnt één van deze twee rubrieken op de economiepagina’s van de krant (geen vaste dag, maar het zal meestal op woensdag t/m vrijdag zijn). Tips voor beide rubrieken mogen overigens altijd mijn kant op!

deopvolger1 desprong1

Is dat alles? Nee, integendeel, het belangrijkste komt nog! Sinds juli ben ik natuurlijk als schrijver in dienst bij Einder en sinds 1 oktober werk ik er om de week een dag extra. In oneven weken ben ik nu naast maandag, dinsdag en woensdag ook op vrijdag in Nijmegen te vinden. (O ja en sinds vorige week ben ik ook volgens internet officieel deel van het team. Jeej!) Het bevalt dus hartstikke goed daar in de Keizerstad. Wow, wat heb ik het toch getroffen met dit plekje…

Half juli schreef ik al eens wat ik doe bij Einder en hoe leuk het daar is.

“NIJMEGEN, DA’S WEL EEN EINDJE REIZEN”

Dat is de reactie van veel mensen als ik over m’n werk praat. Maar eigenlijk vind ik dat uurtje ‘s ochtends en ‘s avonds prima te doen. ‘Vroeg opstaan’ valt wel mee; de wekker gaat tussen half en kwart voor zeven en daar ben ik na ruim vier maanden zo aan gewend, dat zelfs opstaan in het donker niet vreselijk meer is.

Ik heb de luxe dat ik 400 meter van een treinstation woon (Utrecht Vaartsche Rijn) en met de goede aansluiting op de intercity sta ik binnen exact 1 uur in Nijmegen. En vanaf het station is het nog maar vijf minuutjes fietsen naar kantoor.

In de trein lees ik vaak boeken, typ blogjes of werk aan mijn sociale leven via WhatsApp. Het zijn, kortom, best ontspannen uurtjes, al is het wel significant drukker in de trein sinds de colleges weer zijn begonnen.

nijmegengeenmist

“EN WAT DOE JE VERDER NOG DAN?”

Tiz natuurlijk niet alléén maar werk, hè, het leven. Gelukkig is er ook nog allerlei Leuks – onlangs, nu én binnenkort:

  • Uit eten gaan met Tom en met vrienden: onlangs bij De Veiling in Utrecht (leuk!), aanstaande zondag bij de Meesterproef in Nijmegen
  • De tweede sessie van m’n wijnclub, aanstaande zaterdag. Ditmaal wordt ‘ie georganiseerd door twee andere clubleden, dus ik hoef alleen maar achterover te leunen en lekkere wijntjes te proeven. Zin in.

Lees ook welke wijnen we dronken tijdens de eerste sessie & wat we ervan vonden.

  • Rondjes hardlopen met en zonder maatjes. Dinsdag liep ik voor het eerst met collega’s Margriet en Ellis door Nijmegen, een proefrondje Zevenheuvelennacht. Over ruim twee weken loop ik de wedstrijd. Zin in!
  • En o ja, de dag daarna loop ik dan ook nog ‘even’ de 15 km-Zevenheuvelenloop. Te veel hooi op m’n vork? Ik ben er nog niet over uit… Het is in elk geval iets dat ik al bijna een jaar in m’n hoofd heb (om beide wedstrijden te lopen), dus hé, laat ik het maar gewoon DOEN en dan merk ik het wel.
  • Afgelopen maand logeerde ik weer een weekend bij mijn oma in Drenthe. Ze is inmiddels 83, ik voel me gezegend dat dit nog kan <3
  • In oktober dronk ik in totaal 4 glazen wijn (tegenover toch wel tientallen in september, toen ik op vakantie was in Frankrijk ;-)). Dat kostte wat moeite maar werd langzaam steeds meer een gewoonte. Nu nog zorgen dat ‘t zo blijft, want er is áltijd wel reden voor een feestje…. Gelukkig heb ik steeds meer fijne alcoholvrije alternatieven ontdekt, die deel ik binnenkort nog wel eens met jullie.
  • In de trein lees ik intussen ook nog steeds een hoop boeken. Vier weer deze maand; natuurlijk schrijf ik er binnenkort weer over, net als in september, augustus, juli, juni, mei, april en maart.
  • En dan ga ik nog een week naar Zweden, eind november! Mijn moeder en stiefvader (die daar wonen) heb ik inmiddels al sinds begin april (!!!!) niet meer gezien, dat is dus al dik een half jaar geleden. Hoogste tijd dus en gelukkig had ik nog precies genoeg vakantiedagen dit jaar. Tom gaat dit keer ook weer mee.

hardlopenzevenh dessert

O JA: EN IK GA NAAR CUBA

Volgens mij liet ik het al eens vallen in een blogje, maar inderdaad: ik ga naar Cuba! In mijn eentje, twee weken, in januari. Ticket is al geboekt, maar daarmee is dan ook alles gezegd.

Plan is om vandaag naar Rotterdam te gaan om visum te regelen. Goede tips voor casas particulares, plekken waar ik heen moet, overleef-tips et cetera zijn meer dan welkom. De laatste weken waren zó vol dat ik me nog amper heb kunnen voorbereiden, dus dat wordt zo onderhand misschien wel een beetje tijd… Ik heb gehoord dat Cuba dit jaar zodanig overspoeld wordt door toeristen, dat het nodig is je verblijf weken/maanden van tevoren te regelen.

cubaticket

Goed, dat loopt allemaal vast wel los. Eerst vandaag nog m’n Volkskrantrubrieken schrijven en dan WEEKEND vieren. Morgen is het chilldag: ‘s morgens een stuk hardlopen in het bos en daarna lekker helemaal niets doen dat moet. En ja, dat plan ik in ;-) Ik kan niet wachten – al is het stiekem best moeilijk om even niets te doen als je de hele week loopt te racen.

Maar hé, Netflix aan, kopje thee erbij; eigenlijk is er niet zo veel voor nodig om gelukkig te zijn.

deeerstedag

 

 

 

De halve marathon van Eindhoven: mijn verslag

O jongens, ik had natuurlijk al eens een halve marathon gelopen en dat was gaaf, maar dat het zó leuk kon zijn dat je echt terug kunt verlangen naar de race, dat wist ik niet.

Voor de verandering was ik dit keer eens tot in de puntjes voorbereid. (Dit in tegenstelling tot de Tilburg Ten Miles, die ik liep na amper 5 uur slaap en zeker 3 glazen wijn – hoewel dat ook prima ging, overigens.)

Het begon ermee dat ik de dagen voor de wedstrijd zó veel afleiding had op m’n werk, dat ik weinig tijd had om te stressen. ;) De avond vóór de wedstrijd at ik een groot bord pasta carbonara en lag (soort van) op tijd in bed. Ik had zelfs m’n teennagels geknipt – geloof me, dat wil je als je zo’n eind loopt – en bijna tien dagen geen druppel alcohol gedronken.

img-20161009-wa0002
img-20161009-wa0005

9:00u – AAN DE ONTBIJTTAFEL

Zondagochtend sta ik half negen pannenkoeken te bakken. Het begint een fijne traditie te worden: terwijl Tom zich nog eens omdraait, draai ik de luxaflex in de keuken open en meng drie soorten meel (wit-volkoren-boekweit), halfvolle melk en eieren in een beslagkom. Met twee pannen tegelijk bak ik een stapel voedzaam ontbijt, wat mij betreft de beste bodem om op te lopen.

Ditmaal komt Eline me vergezellen. Zij gaat vandaag ook naar Eindhoven, om haar zusje te ‘hazen’ naar een halve-marathontijd onder de twee uur. Zo ambitieus ben ik vandaag niet: gewoon uitlopen, prentte ik mezelf al dagenlang in, een beetje vechtend tegen de Ambitieuze Suusie in mij die natuurlijk gráág een PR zou lopen (= sneller dan de 2.06.37 van de CPC-loop in maart).

10:37u – IN DE TREIN

Op Utrecht CS ontmoeten we mijn vriendinnetje Veerle en haar goede vriendin Marthe. Ook zij lopen vandaag de halve marathon. Met z’n vieren treinen we naar de Lichtstad (Eline stapt al in Den Bosch uit, die gaat eerst langs het huis van haar zusje).

Ik voel me opvallend relaxed; waar ik bij de CPC-loop nog wel wat twijfels had over of ik de afstand wel zou halen, is dat nu gek genoeg amper het geval.

20161009_120346

12:05u – OP DE GROND IN HET BEURSGEBOUW

In Eindhoven stappen naast ons nog tientallen mensen met hardloopschoenen uit. We lopen met de stroom mee naar het Beursgebouw, waar we ons startnummer kunnen ophalen.

Er zijn (bij mijn weten) niet echt kleedruimtes, dus kleden we ons maar gewoon om in een hoekje van de grote zaal. Verder is alles trouwens top geregeld: geen lange rijen bij de startnummerdesks, prima systeem om je tas weg te hangen. Erg relaxed allemaal.

Op de grond van de zaal stouwen we onze laatste koolhydraten naar binnen, spelden de startnummers op en dan is het tijd om richting startvak te gaan. Dat is namelijk nog een eindje lopen.

13:09u – IN HET STARTVAK

Bij het startvak ontmoeten we Kyra, een andere vriendin van Veerle en Marthe. Ook Veerles ouders zijn van de partij. Dankbaar geven we onze truien aan hen af, want met het zonnetje erbij is het plots best warm.

We waren al naar de Dixi geweest allemaal, maar zes minuten voor het startschot moet Veerle plots heel nodig. Dus hup, wij twee weer de menigte uit, nog eens in de (gelukkig niet al te lange) rij. Intussen beginnen de mensen in het startvak al te bewegen, dus Veerle en ik raken de andere meiden kwijt. We kijken elkaar aan: goed, dan starten we dus samen.

20161009_132146

13:27u – OVER DE STARTLIJN

DE EERSTE KILOMETERS (1-8)

Hoewel we het van tevoren niet van plan waren, beginnen Veerle en ik dus samen aan de race. En dat blijkt eigenlijk ontzettend goed te werken. Zij was bang te snel te starten, dus ik rem haar de eerste kilometers wat af; na een kilometer of vier is zij juist degene die míj afremt – gelukkig maar, want hoewel ik superlekker loop is het natuurlijk nog een heel eind. Een paar kilometer ‘bikkelen’ kan nog wel, maar bij zo’n halve marathon wil je je hand niet overspelen.

We lopen een heel stuk over een brede busbaan, in een lang lint van lopers. Het zonnetje schijnt, de temperatuur is goed en ik heb dus niets te klagen. Voor ik het weet, hebben we al vijf kilometer gelopen; de kop is eraf, zeg ik tegen Veerle. Ik zit al bijna op een kwart van de wedstrijd, maar heb nog helemaal niet het gevoel dat ook een kwart van m’n energie op is. Ons tempo ligt op dit moment rond de 6’11 per kilometer; veel hoger dan de 6’30 die we voor ogen hadden om mee te starten, maar ik zie de noodzaak niet om te vertragen.

Rond kilometer zeven merk ik dat ik af en toe, als ik niet zo op mijn tempo let, de neiging heb om Veerle voorbij te lopen. Ik ben me misschien een beetje té veel aan het inhouden nu, realiseer ik me, maar ik wil haar ook niet ‘alleen’ laten. (Want ja, hoe gaaf is het om zo’n wedstrijd echt samen te lopen?)

Vlak na de 8 kilometer gebeurt dat toch. Ik haal een paar mensen in, ga ervan uit dat zij me volgt maar als ik nog eens achter me kijk, is ze verdwenen. Wat nu? Wachten? Hoewel ik enigszins loyaliteitsissues heb, bedenk ik me dat ik het andersom niet erg zou vinden als zij was doorgelopen in een voor haar prettig tempo. Met die gedachte besluit ik haar dan nu ook verder haar eigen wedstrijd te laten lopen.

eindhovenhalve

DIEP IN DE WEDSTRIJD (KM 8-15)

Elke kilometer gaat mijn pace omhoog: rond KM 8 zit ik al op 6’03 gemiddeld. Met voldoening bedenk ik me dat ik op dit moment sneller loop dan een half jaar geleden bij de CPC-loop op hetzelfde punt. Zou ik dit kunnen volhouden? Ik probeer mijn eigen gedachten een beetje te temperen, maar merk dat ik tegelijkertijd heel veel energie krijg van de gedachte een PR te lopen.

In mijn heupband zitten naast m’n telefoon ook een pakje Dextro. Vlak voor elke drinkpost (ongeveer elke 3-4 kilometer) neem ik één tabletje druivensuiker, daarna een slok AA-drink en tenslotte een slok water. Die strategie werkte bij de CPC prima om mijn energiepeil hoog te houden en hongerklop te voorkomen. Gelletjes heb ik dan verder niet nodig.

Ineens is daar al het 13 KM-punt. Heb ik echt al dertien kilometer gelopen?, schiet het door mijn hoofd. Dat voelt totaal niet zo. Nog maar een kilometer of drie, dan kan ik al écht gaan versnellen – al loop ik nog steeds vrijwel elke kilometer wat harder.

En wat geniet ik! Geen pijn, gewoon een totaal gevoel van I’ve got this. Overal staat ook veel publiek, dat maakt het altijd extra leuk. Ik low-five alle kindjes die hun hand uitstaken.

DAAR IS DE STAD WEER & HET LAATSTE STUK(JE) (KM 16-21.1)

Na een paar omzwervingen om de stad en een lang recht pad door het bos, lopen we langzaam weer de bewoonde wereld in. Bij een drinkpost eet ik snel een partje sinaasappel, maar ik wil nu niet te veel tijd meer verliezen. Intussen probeer ik steeds wat meer – maar niet té veel – te versnellen.

Wow, en dan loop je plotseling door het vernieuwde bedrijvenpark Strijp-S! Overal mensen langs de kant – fotografen ook – en na het stuk in de schaduw van de bomen liep ik nu weer in de stralende zon.

Rond kilometer 19 zie ik ineens een bordje ‘JUST KEEP RUNNING’. Hallo Zélia!, wil ik roepen, maar dan realiseer ik me dat ze mij natuurlijk niet zou herkennen. ;)

De stad in! Winkelstraten door, nog meer juichend publiek, feestende mensen met biertjes en enthousiaste aanmoedigingskreten. ‘Goed bezig Susanne, nog heel even!’ O, wat ben ik de organisatie van wedstrijden soms dankbaar dat je voornaam geprint op je startnummer staat.

De laatste meters nu. Kom op Suusie, en nu alles eruit, zei ik tegen mezelf. Ik haalde iemand in, nog iemand, nog twee…. ennnnn STOP! Finish!

14666115_10210747985641512_6531665045466540911_n

15:33u – NA DE FINISH

Mijn precieze tijd weet ik dan nog niet, maar één ding is zeker: ik heb een PR gelopen! 2:04:nog iets zegt mijn app en die zit er waarschijnlijk niet ver naast.

Soms moet ik na een wedstrijd eerst even zitten/hurken/bijkomen tot de wereld niet meer draait en ik weer normaal kan ademen. In mijn herinnering was dat nu helemaal niet het geval. Nou was het ook érg druk na de finish, dus veel ruimte om even uit te puffen was er niet.

Ik liep een stuk door, kreeg een flesje AA-drink (van Josianne van JKR, die mij natuurlijk ook niet herkende maar ik haar wel, ha!) en mijn medaille.

Langzaam loop ik met de stroom mensen mee naar een plek waar het wat begaanbaarder wordt. Ik drink een paar slokjes water, maak een paar after-wedstrijd-selfies, bel Tom even (“IK HEB HET GEHAALD YAY!!”)  en merk plots hoe moe mijn benen toch wel geworden zijn.

img-20161009-wa0017
We kunnen allemaal nog lachen ;)

In het Beursgebouw ontmoet ik de andere meiden, die gelukkig ook allemaal een heerlijke wedstrijd hebben gehad. Via Elines moeder, die de event-app had geinstalleerd, hoor ik mijn eindtijd: 2:04:36 !! Dat is dus precies twee minuten (en 1 seconde) sneller dan een half jaar geleden. Zo blij!

Nadat we onze medailles hebben gegraveerd en een schoon shirt hebben aangetrokken, voeg ik me bij Eline, haar zusje en moeder, die al ergens op een terrasje zitten. Ik krijg een kop warme choco voor mij neus en o, dankjewel nog Lia want daar was ik wel aan toe.

17:31 uur – IN DE TREIN NAAR HUIS

Samen met Eline trein ik uiteindelijk weer naar Utrecht. Moe, maar vooral trots en voldaan kletsen we een uur lang wat af. Eenmaal thuis wil ik nog maar één ding – vooruit, twee: VOEDSEL en een BAD.

Gelukkig kon mijn thuis-supporter Tom in beiden voorzien. ;)

20161009_195438
En wat eet je dan, na zo’n halve marathon? Nou, na een dag pannenkoeken-met-stroop, bananen, Dextro en AA-drink (ofwel: suiker, suiker, suiker) snakte ik naar wat GROENTEN. En dus haalden we voedsel bij de lekkerste afhaal-Thai van Utrecht, Saowapa.

 

Tilburg Ten Miles: het verslag

Zo’n beetje meteen nadat ik op 4 september over de finish van de Tilburg Ten Miles kwam, vloog ik door naar huis om mijn spullen te pakken. De volgende ochtend zat ik met Tom in de auto naar Frankrijk.

En nu zijn we plots alweer bijna een maand verder.

Dat neemt niet weg dat ik graag nog schrijf over dit loopfestijn, dat qua prestatie mijn beste hardloopwedstrijd tot nu toe was. Als ik naar de gegraveerde finishtijd op m’n medaille kijk, kan ik me eigenlijk nauwelijks meer voorstellen dat ik dat écht heb gelopen…

Goed, jullie weten wellicht dat ik wel het een en ander aan voorbereiding had gedaan. Met oog op de halve marathon van Eindhoven (9 oktober) liep ik in augustus 100 kilometer hard en ik tikte ook weer een paar lange afstanden (15, 16 en 17 km) aan.

Toch had ik totaal niet de intentie om de Tilburg Ten Miles snel te lopen. Ik wist dat ik van het groepje waarmee ik startte (Eline, haar twee zussen en hun vader) veruit het langzaamst zou zijn. Zij gingen voor een tijd tussen de 1:25 en 1:30 uur, ik durfde héél zachtjes en voorzichtig 1:35 als doel te noemen – maar dat is al sneller dan 10 kilometer per uur.

“Ik wil gewoon een lekkere race lopen”, zei ik daarom voor de start. Liefst op gemiddeld 10 kilometer per uur (met die snelheid liep ik in maart de CPC), maar liever wat langzamer en genieten dan een toptijd en kilometers lang afzien.

Maar ja hè, je weet hoe dat gaat. Eenmaal van start komt er dan toch een Ambitieuze Suusie in mij naar boven. En dan loop je ontspannen, loop je lekker én staat er langs de hele route geweldig publiek – waaronder Elines moeder en haar vriend, die in recordtempo de stad doorfietsten om ons op meerdere plekken aan te moedigen. Woei, dan is er plots véél meer mogelijk dan je ooit had gedacht.

20160904_130338

OP NAAR HET STARTVAK

Na een veel te korte nacht slaap (Tom vierde zaterdagavond zijn verjaardag dus ik lag om half drie in bed) bakte ik zondagochtend een stapel pannenkoeken. Door het licht brakke gevoel in mijn maag –  nee geen wijn, gewoon slaaptekort – kreeg ik er geen zes weg, maar slechts drie. Niet enorm handig, maar ja. Met langere wedstrijden is het altijd zo enorm aanvoelen & afwegen hoeveel je moet eten en drinken: kort van tevoren niet te veel (want dan zit het voedsel in de weg), maar ook niet te weinig (want gevaar van hongerklop!).

Na een klein uurtje in de trein kom ik aan in Tilburg. Ik kleed me om en vind al gauw Eline en haar familie. Samen lopen we naar het startvak. Tevergeefs zoeken we naar pacers; die zijn er normaal gesproken elk jaar bij de TTM, maar dit jaar blijkbaar niet. Ik kan er ook nergens informatie over vinden, beetje gek.

En dan klinkt het startschot en gaan we al!

KM 1-4

Rustig starten, dacht ik, maar ook weer niet té rustig. De eerste kilometers is het altijd weer even zoeken naar een lekker ritme. Bovendien voel ik soms ‘ineens’ allerlei pijntjes (knie/scheen/zij/etc..), maar als je een aantal wedstrijden hebt gelopen weet je dat je daar gewoon even ‘doorheen’ moet en dat het ook weer weg gaat.

Na twee kilometer stonden daar Joep en Lia! Wow, hen zien gaf me en enórme boost van energie. Ineens realiseerde ik me: “yeah, ik loop hier, ik loop de ten miles en het gaat goed!” (Dat ik nog maar twee kilometer had gelopen wist ik natuurlijk ook wel, maar toch.)

screen-shot-2016-10-01-at-18-59-01

KM 5-12

Volgens mijn app liep ik al de hele tijd onder de zes minuten per kilometer. 5’57, 5’55, 5’53… Op een gegeven moment werd het een beetje een spelletje: kan ik hier onder blijven? Dat ik nog best een eind moest, probeerde ik maar te vergeten, want tot dusver ging het best lekker.

Sommige delen van de route herkende ik van vorig jaar, toen ik de 10K liep tijdens dit evenement. Nu plakten we er natuurlijk hier en daar wat lusjes aan. Bij kilometer 10 (57:05 minuut, zei mijn app) realiseerde ik me dat ik deze 10K nu al sneller had gelopen dan vorig jaar. Wow! Nog maar zes km en een beetje te gaan.

KM 12-16,1

Okee jongens, ik kan er kort over zijn: zo rondom kilometer 12 kwam de man met de hamer. HONGER ineens, niet normaal. Dom van me ook, ik had gewoon – net als bij de halve marathon – wat Dextrootjes en gedroogd fruit moeten meenemen voor onderweg. Had ik niet gedaan, omdat ik er eigenlijk wel vanuit ging dat er posten AA-drink zouden zijn. Ai, dat was dus niet zo… er was steeds alleen water.

Ik herinner me een punt waarop ik door vrolijk versierde straten liep, waar langs de stoep overal mensen stonden om de lopers aan te moedigen. Velen hadden een klapstoeltje erbij gepakt en zaten daar zeg maar te chillen – met eten en drinken. Nou, in mijn hoofd was het op dat moment een heel realistische optie om het trosje druiven van de schaal te grissen. O, ik herinner me ook een vrouw die een KOUD FLESJE COLA stond te drinken… Wat moest ik me beheersen om niet te stoppen en te vragen of ik alsjeblieft een slokje mocht.

OK, door, Suusie. Ja, ik raakte vermoeid maar nee, stoppen wilde ik niet. Nu stoppen betekende het ‘werk’ van de afgelopen kilometers – op weg naar een droomtijd – teniet doen. Twintig minuten doorbijen Suusie, dat kun je best, vertelde ik mezelf. Ik probeerde weer in de looptrance te komen en dat lukte nog best aardig. Zeker toen ik Lia en Joep weer tegenkwam: wat een energie geeft het om fijn publiek aan de kant te hebben.

Rond kilometer 12- ik kon nog lachen!
Rond kilometer 12- ik kon dus toch nog lachen!

Daar was de Korte Heuvel al, waar het pad door een ‘erehaag’ van cafebezoekers liep. Tja, op dat punt kun je het eigenlijk al niet meer gaan maken om te wandelen. (En sowieso: zeer deden m’n benen toch al, stoppen zou dat alleen maar erger maken.)

Nog 300 meter, 200, nog een hoekje om, eindsprintje…. Ik perste alles wat ik had er nog uit en haalde vlak voor de finish nog wat mensen in. YES! Ik had het gedaan!

En dan jongens, o dan komt de euforie. Wie ooit een hardloopwedstrijd heeft gelopen, weet wat ik bedoel. Dan is het zo heerlijk om te weten dat je alles hebt gegeven, dat je echt je krachten hebt gemeten. Enigszins wankel liep ik door, kreeg mijn medaille en EEN APPEL EN EEN FLESJE AA-DRINK OH YES.

Jeetje, wat is zo’n stuk fruit dan lekker.

NA DE FINISH

Gelukkig vond ik na niet al te lang zoeken Eline, Lia en Ilse. Via de TTM-app konden we mijn eindtijd bekijken: 1:31:52! Dat scheelde maar zes seconden met Elines vader. De drie zussen liepen allemaal natuurlijk toptijden – iedereen was volgens mij meer-dan-tevreden met z’n prestatie en had lekker gelopen.

Nog even een groepsfoto…

cimg6151-1

…en toen was het voor mij alweer hoog tijd om terug naar Utrecht te gaan. Thuis wachtte me het karwei van inpakken-voor-de-kampeervakantie. Met pijnlijke vermoeide benen weliswaar, maar ook met mentaal een enorme boost en een mega-tevreden gevoel. Wat is de TTM toch een leuke wedstrijd – heel veel geweldig publiek, muziek, een leuke afwisselende route en fijne sfeer.

Wie zie ik volgend jaar ook aan de start?

 

 

Even weg, de diepte in

Schrijven is heerlijk, maar het is soms – zeker na een werkdag van, jawel, schrijven – ook iets waar ik me echt toe moet zetten. Op een schop-jezelf-onder-je-kont-en-doe-het-nou-eens-manier. En hoewel ik nog steeds duizend ideeen heb voor blogjes hier op Suushi, ontbreekt me even de energie om al die flarden uit te werken tot coherente stukjes.

Dat klinkt overigens misschien zwaarder dan het is, het is gewoon hoog tijd om even op vakantie te gaan. Precies wat ik ga doen. Maandagochtend vroeg rijden Tom en ik naar Frankrijk.

Maar niet voordat:

  • We uit eten zijn gegaan bij De Witte Zwaan, naar verluidt een fantastisch restaurant in De Bilt. Ik ben benieuwd – jullie horen er natuurlijk over, wellicht vanavond al op Facebook.
  • Tom 25 is geworden (morgen)
  • Ik de Tilburg Ten Miles heb gelopen (en daarvan een verslag heb getikt, misschien?)
  • De stress over wat-mee-te-nemen-als-je-gaat-kamperen is toegeslagen (nog niet, maar straks vast)
  • Ik mijn telefoon heb uitgezet en in een la gelegd.

Dat laatste is wel even een dingetje, want ik denk dat ik op dit meer smartphone/beeldschemverslaafd ben dan ooit. Zozeer, dat ik het gevoel heb dat het ten koste gaat van Essentiele Zaken: rust, ruimte om na te denken, leegte om op nieuwe creatieve ideeen te komen. Daarvoor moet je immers de stilte durven te laten zijn – best een opgave als je het mij vraagt, in een wereld van HONDERDDUIZEND DINGEN DIE NU NU NU JE AANDACHT VRAGEN.

Tijd om af te kicken dus. Loslaten, weggaan, et cetera. Om hopelijk opgeladen terug te komen. (Haha, deze zin staat er overigens wel heel raar als je onderstaand stuk tekst hebt gelezen, uh ja…)

Er gaat natuurlijk wél een schrijfboekje mee.

PS. Wat betreft dat afkicken/m’n mediagebruik anders inrichten, helpt dit stuk alvast enorm. In feite zou iedereen met een smartphone/social media-account/internet ;) het moeten lezen. Stof tot nadenken.

Fluitje van een trend / De Volkskrant (Wieteke van Zeil)

Een passage:

Als televisieseries de tijdgeest reflecteren waarin ze worden gemaakt, dan valt dit op: druk zijn is de norm geworden. Waar zijn de tijden dat Derrick met zijn kromme schouders en zijn uilenblik een kamer binnenstapte, op z’n dooie gemak rondkeek, tandenstoker uit zijn mond haalde en met twee geïnteresseerde vragen de juiste – onverwachte – verdachte tot een bekentenis bewoog?

Gaandeweg is de hoeveelheid werk die we hebben aan onze identiteit gaan kleven. Prestige is niet meer gelegen in het gemak waarmee iemand zijn dingen doet, maar in de werkdruk. Ga een gesprek aan met een gemiddelde hoogopgeleide twintiger, dertiger, of veertiger: grote kans dat in de eerste zinnen het woord ‘druk’ valt, als het al niet het beklagenswaardige ‘hectisch’ is. Dat geldt voor vrouwen én mannen. In mijn ervaring zeggen vrouwen het alleen iets directer (‘hoe gaat het?’ ‘Goed, druk druk druk, je kent het.’) en vatten mannen de vraag iets vaker op als nieuwsgierigheid naar hun recente curriculum (‘ik zit midden in project A, project B gaat als een tierelier, enorme winstresultaten, en project C staat in de steigers’). Druk = goed. Niks doen = falen – of hooguit ‘lekker opladen’ om daarna weer druk te kunnen worden.

En ook nog:

Het vergt concentratie en discipline om tot prestaties te komen die moeiteloos lijken. Maar daar wrikt het nou juist. ‘De meeste kenniswerkers zijn de hele dag als een malle aan het communiceren’, zegt de Amerikaanse expert Cal Newport in het interview dat Ianthe Sahadat in deze V met hem heeft. ‘We laten ons ritme bepalen door onze inbox, onze telefoon en vergaderafspraken. We verplaatsen informatie en noemen dat werk.’

Vooruit, nog één stukje dan wantikkonnietkiezen:

(…) Volgens de onderzoekers reden te concluderen dat het brein zich snel aanpast. Je hersens kunnen dus tot op zekere hoogte met afleiding leren omgaan, al scoorde concentratiegroep nog altijd het beste; het brein is niet gemaakt voor constant navigeren tussen onderwerpen.

Zoals Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton, waar diepe concentratie wordt aangemoedigd, eerder dit jaar het belang van rust voor zijn medewerkers in NRC omschreef: ‘Zie het als iets wat op de bodem van een zwembad ligt: pas als het water helemaal stil is, kun je het zien. Die stilte is noodzakelijk.’

Concentratie staat onder druk door versnelling, techniek en de totale vanzelfsprekendheid online te zijn. We staan altijd aan, onze tijd vult zich. We leven in een tijd van, om er nog maar een term bij te halen, ‘horror vacui’: angst voor de leegte.

PS. wil je meteen wat veranderen aan je gedrag, dan heeft De Correspondent een aantal goede tips om je smartphoneverslaving te verminderen.