• niet zomaar een hobby

    Bloggen doe je als hobby, voor je werk, of iets daar tussenin. Maar hoe zit dat eigenlijk bij mij? Ik ben immers schrijver van beroep; vier dagen per week werk ik bij Einder en daarnaast doe ik er regelmatig een freelanceklus bij.

    Ja, Suushi is in de eerste plaats een hobby – een passie misschien wel, als ik niet zo’n jeuk kreeg van dat woord. Tegelijkertijd is dit blog een manier om m’n schrijfspier te trainen. Zoals ik laatst al liet vallen in een vlog; stiekem zou ik best wat meer human interest-dingen willen schrijven dan ik nu (professioneel) doe. M’n laatste artikel in Radboud Magazine (‘ziek van corona’, pagina 18 en verder) wijst uit dat dat ook best kan.

    Ik zou natuurlijk kunnen beginnen dit blog uit te bouwen. Een niche kiezen, proberen een groter publiek te trekken, partner worden van Bol.com (dan krijg je een paar cent telkens als iemand via jouw blog doorlinkt en daarna wat koopt), merken en pr-bureaus benaderen om samen te werken, uitzoeken wat de mogelijkheden zijn van Google Ads.

    Maar weet je: dat wil ik niet. Vorig jaar schreef ik dat al en dat geldt nog steeds.

    Ik hoef geen geld te verdienen aan mijn hobby – daar heb ik m’n baan voor. Aan de andere kant: ik geloof niet dat commercie en consumentisme de enige manieren zijn om een online contentplatform rendabel te houden. Kijk naar De Correspondent, dat al bijna zeven jaar draait op bijdragen van haar leden.

    En zijn het niet precies gedachten als “het is maar een hobby”, die je klein houden? Blijven zeggen dat je project weinig voorstelt, het niet op waarde schatten of in (serieus) gezelschap zelfs weglachen?

    Als ik het van een andere (commerciëlere) kant bekijk: ik ben professioneel tekstschrijver en ik geef hier gratis en voor niets het hele jaar door content van goede kwaliteit weg. Dingen waar mensen iets aan hebben.

    Poe, dat klinkt bijna cynisch hè, als ik het zo zeg. ;-)

    Nee, serieus: ik doe dat met liefde. Ik ben superblij dat jullie me trouw lezen, en moet er niet aan denken om een paywall of zoiets dergelijks op Suushi te plaatsen.

    Bovendien levert dit blog me een hoop op dat niet in geld te vangen is: levensgeluk, mooie mails en gesprekken, persoonlijke ontwikkeling, nieuwe contacten, inspiratie.

    Maar ja, deze week werd wél weer 101,56 van mijn bankrekening afgeschreven. Antagonist, m’n hostingprovider, wil immers ook zijn deel voor het mede mogelijk maken van dit webstekje. En over twee weken verloopt m’n 90-dagen-trial van Final Cut Pro – wat betekent dat ik € 325 moet betalen als ik video’s wil blijven maken met een degelijk programma (en dat wil ik, maar ja, het is wel een behoorlijke bak geld.. ik ben er nog niet uit).

    Bewijs ;-)

    Kortom: hartstikke leuk, zo’n hobby, maar gratis is het niet.

    Nou hoeven natuurlijk niet alle hobby’s gratis te zijn, dus er speelt ook iets anders mee: zelf ben ik me de laatste jaren steeds meer bewust van de waarde van dingen die mensen doen en maken – en in toenemende mate bereid daar gepast voor te betalen. Denk aan kunst, journalistiek, films en boeken, maar ook aan actiegroepen over racisme of klimaat en de Deliveroo-bezorger die voor een hongerloontje door de stortregen fietst.

    Omdat ik het toejuich dat mensen die dingen doen. Omdat ik graag wil dat ze het blijven doen.

    Vanuit die gedachte – hij werkt immers misschien ook wel andersom, richting mij! – zette ik me vorig jaar voor het eerst over m’n schroom heen en vroeg jullie om een vrijwillige donatie per Tikkie. Ik was verrast over de hoeveelheid positieve reacties: maar liefst 18 mensen droegen een steentje bij, met in totaal 35,50 euro (van de 90 euro die Suushi dat jaar kostte).

    Dit jaar wil ik je opnieuw de gelegenheid geven om te delen in de onkosten van dit blog. Voor alle duidelijkheid: het blijft hier gewoon gratis. :-) En je bent natuurlijk tot niets verplicht, voel je vrij.

    Wil je wél doneren: met elke euro ben ik superblij. Zoals ik vorig jaar schreef: als elke vaste Suushi-lezer één euro bijdraagt, ben ik voor een groot deel uit de kosten. Zie het als een lidmaatschap, zo je wilt.

    Blijf ik weer een jaartje lekker voor jullie schrijven.

    Doneer aan ‘Suushi in 2020’ via https://tikkie.me/pay/51o8871j499eoap6gpi9

    Je kunt doneren tot zaterdag 18 juli.

    0
  • Luxepoes

    Zoals bijna alle millennials die in de grote stad wonen, laat ik zo nu en dan een avondmaaltijd bezorgen. Pizza, Thais, Indiaas, sushi of burgers – de keuze is in Utrecht natuurlijk reuze.

    En tja, als je dan moe en hongerig thuiskomt na een lange werkdag, of op een brakke zondag niet van de bank te branden bent, is een portie gemaksvoedsel zo besteld.

    Niet dat ik wekelijks lege pizzadozen naar de papiercontainer breng hoor, maar als ik m’n bankrekening check zie ik dat er – zeker sinds het begin van de coronatijd – toch elke maand wel minstens één afschrijving van Deliveroo of Thuisbezorgd bij zit.

    Ik voel me daar altijd wat dubbel over, realiseerde ik me vandaag toen een vriendin vrolijk vertelde over de pokébowl die ze zojuist besteld had. Met glimmende oogjes (we waren aan het FaceTimen) zag ik haar al genieten bij het vooruitzicht om straks die kom rijst met rauwkost en spicy tuna te verorberen.

    Als ik eten bestel, zei ik – mijn gedachten vormend terwijl ik ze uitsprak – is het bijna alsof ik daar nooit écht 100 procent van mag genieten. Ergens in mijn hoofd mort altijd een stemmetje: wat een geldverspilling, en lui bovendien, je kunt toch heus gewoon een maaltijd koken, stel je niet zo aan, verwende yup ben je ook.

    Eten bestellen voelt als de makkelijke, inferieure optie, de easy way out.

    En pas toen ik dat zo hardop uitsprak, merkte ik welk oordeel ik hierin nog naar mezelf heb. Ik weet ook waar dat vandaan komt: als wij vroeger als gezin ergens heen gingen, namen we (in mijn herinnering althans) altijd gesmeerde boterhammetjes mee voor onderweg. En ik kan me niet herinneren dat we ooit voedsel bestelden – afgezien van misschien een keer per jaar afhaalchinees.

    Natuurlijk waren dat andere tijden (zeker de eerste jaren na de scheiding van mijn ouders, toen mijn moeder alleenstaand én kostwinner was), maar blijkbaar maakt dat niet uit voor wat mijn hoofd als “normaal” en “goed” is gaan zien. Blijkbaar is er iets in mijn brein genesteld dat maakt dat ik ruim twintig jaar later nog stééds niet honderd procent zorgeloos kan genieten van een bezorgpizza (en dat heeft dan niets te maken met calorieën). En me ergens een tikje schuldig voel als ik ga voor vegaburgers in het park, terwijl we die ook thuis hadden kunnen bakken.

    Niet dat ik me laat leiden door die gedachten – zoals gezegd: ik bestel regelmatig voedsel, geniet daar ook van en voel me dankbaar dat het kan! – maar puur de constatering dat er blijkbaar ergens een rem zit, een deel van mij dat m’n eigen gedrag afkeurt.

    Ik heb het niet alleen bij eten bestellen, besefte ik. Ook als ik kies voor een luxe hotelovernachting, naar een dure kapper ga, ‘zomaar’ een nieuwe gadget koop, bij de sauna kies voor een massage-arrangement of goede wijn insla, komt dat stemmetje om de hoek kijken.

    Alsof er iemand afkeurend over mijn schouders heen kijkt: tss, wat denk je wel niet, jij luxepoes. Misschien schaam ik me zelfs een beetje dat ik ervan geniet.

    Schuilt er toch zowaar een kleine calvinist in me.

    “Ik vind het echt alleen maar heerlijk om af en toe te bestellen”, zei mijn vriendin nuchter – het was niet in haar opgekomen dat je je om zoiets schuldig zou kunnen voelen. Verhelderend vond ik dat, zeg. O ja, zo kan het ook!

    Ineens moet ik denken aan toen ik in Taiwan woonde. Daar kookte ik een half jaar lang niet, uit eten gaan was de standaard – deed iedereen trouwens. Waarom vind ik in Nederland af en toe mijn maaltijd door anderen laten bereiden dan ineens een probleem?

    Ik geloof dat ik hier maar eens mee ga oefenen: werkelijk onbezorgd genieten (pun intended)*. Voluit durven leven hoe ik wil leven, want daar komt het natuurlijk weer gewoon op neer.


    *En dus niet eens “oké zijn met mijn tekortkomingen”, want hoezo is zo nu en dan pizza bestellen ineens een imperfectie of tekortkoming? O ja, ik was natuurlijk een véél beter mens geweest als ik mijn hele leven lang elke avond zelf in de keuken sta.

    0