Locktober

Nou jongens, daar gaan we dan weer.

Kaartje uit de Volkskrant

Toegegeven, het is natuurlijk geen verrassing allemaal. Wie wel eens het bordspel Pandemic heeft gespeeld, weet hoe gruwelijk snel een virusuitbraak uit de hand kan lopen. Zoals de premier al zei: wat vandaag nog nauwelijks een probleem is, kan over een week een ramp zijn waar we geen grip meer op hebben.

Tja, exponentiële groei hè. Ik heb nog nooit zo vaak teruggedacht aan mijn wiskundelessen op de middelbare school als dit jaar.

Maar oké, de stand van zaken: het Einder-kantoor weer drie weken dicht, de wijnclub die ik 31 oktober zou organiseren op (zeer) losse schroeven, de NVJ-training die ik komende maand ging doen gecanceld en de schrijftraining die ik zélf zou geven, gaat waarschijnlijk ook niet door.

In betere tijden, toen ik nog wél schrijftraining kon geven. Lees: amper twee weken terug. (Schrijftraining betekent trouwens niet dat ik op het schoolbord voordoe hoe je een pen vasthoudt, maar dat had je hopelijk door.)

Vooruit, in eerste instantie is het allemaal voor drie weken. En voor de duidelijkheid: ik ben ‘blij’ dat onze overheid de pandemie serieus neemt en tegelijkertijd nuchter blijft. Je zal maar zo’n creep als Trump of Bolsonaro hebben om je door deze crisis heen te loodsen… brr.

We zijn er nog wel even zoet mee

Maar dat neemt niet weg dat het allemaal best heftig is. Terwijl ik de laatste weken – of eigenlijk al sinds juni – min of meer door het leven bewoog alsof er geen virus rondwaart*, voelt dat in één klap weer totaal anders.

*Oké, helemaal normaal waren afgelopen maanden natuurlijk niet. Liefsten niet knuffelen blijft onwennig.

Als ik er langer over nadenk, zijn het niet de maatregelen die me ineens weer op een ander denkspoor zetten. De heftigheid zit ‘m er vooral in dat langzaam tot me begint door te dringen dat die hele corona écht niet zomaar weg is.

Weet je nog toen we aan het begin van het jaar half lachend tegen elkaar zeiden ‘dat dat virus tegen de kerst vast wel weer verdwenen zou zijn’?

In De Correspondent las ik deze week dat het nog maar de vraag is hoe snel een vaccin ons uit de brand gaat helpen – áls er al binnen een jaar een veilig vaccin komt, wat óók nog maar zeer de vraag is. Ten eerste weten we niet hoe effectief zo’n vaccin is (hoe lang ben je bijvoorbeeld beschermd?), en daarnaast vermoedt men dat een kwart van de Nederlanders de prik gaat weigeren. En dat betekent dat de mensen die zich wél laten inenten, een kwalitatief beter vaccin toegediend moeten krijgen, anders komt die groepsimmuniteit er niet.

En dan zijn er nog de praktische bezwaren: wie gaat al die miljoenen (miljarden) mensen inenten? De toch-al-zwaar-overbelaste GGD’s? De huisartsen, die elk najaar al overuren draaien om een handvol patiënten de griepprik te geven?

Niet bang, maar wel bezorgd

Oké, ik ben geen expert dus ik ga deze semifeitelijke borrelpraat nu afkappen ;-) Mijn punt is: niemand weet hoe lang dit nog duurt. Een jaar, twee jaar, vijf?

Ik wil je niet bang maken. Voor het virus zelf voel ik op dit moment ook geen angst – al gedraag ik me aanmerkelijk voorzichtiger sinds we van Sanquin hoorden dat B’s antistoffen al bijna op zijn.

Hoe dat bij mij zit weten we niet, hij doneerde bloedplasma omdat-ie officieel ex-patiënt is, ik ben zelf destijds niet getest omdat dat toen nog nauwelijs kon.

Maar soms ben ik wél een beetje bezorgd hoe lang dit allemaal nog gaat duren.
En vooral: hoe de wereld er daarna uitziet.

Welke ondernemers zullen de crisis overleven? Gaan mijn eigen oma’s uiteindelijk ook bezwijken aan corona? Blijven de ouders van vrienden buiten schot? Maar ook: hoe lang weten Mark en Hugo met hun persco’s de onrustige, wantrouwige, complotdenkende (en laten we eerlijk zijn: verwende) Nederlanders nog gerust te stellen? Wat als we met z’n allen massaal de regels aan onze laars blijven lappen – hebben we hier dan over een maand of twee ook ijshallen en legertrucks vol lijken, zoals dit voorjaar gebeurde in Spanje en Italië?

Een gigantische denkfout

Ach, dat overkomt ons niet.

Dat dachten we toen we in januari de beelden zagen uit Wuhan. Dat dachten we toen een maand later Italië de eerste uitbraak meldde – joh, wij gingen gewoon carnavallen, wat kan er misgaan?

Volgens mij is dit één van de belangrijkste lessen die dit virus ons leert: de gedachte ‘dat het ons niet overkomt’, dat wíj buiten schot bijven, dat ‘we’ er wel wat op verzinnen, is een gigantische denkfout. (En hey, daarmee is een bruggetje naar klimaatverandering ineens wel heel makkelijk gelegd, maar dat terzijde. ;-))

Nou ja, toch een beetje de link met het klimaat dan: het is een vergelijkbare machteloosheid die me soms kan overvallen.

Ja, ook ik baal stevig dat al mijn leuke plannen voor de komende tijd niet doorgaan. Ik was net weer zo lekker op dreef bij Einder; wéér weken- of maandenlang thuiszitten is niet iets waar ik naar uitkijk. Ik word sip van het idee dat het waarschijnlijk nog maanden gaat duren voor ik mijn broer (die in Zweden woont) weer eens zie. Ik leef mee met vrienden die alleen wonen en weer meer op zichzelf aangewezen zijn. En ik houd mijn hart vast als ik de barman van de Malt Vault mistroostig zie kijken.

Maar als ik in de krant berichten lees over Nederlanders die klagen dat hun herfstvakantie in het water valt, of filmpjes zie van BN’ers die ‘niet meer meedoen’, moet ik toch even diep zuchten.

Niemand zei dat het leuk was

Nee jongens, het is niet leuk. Klopt. Mooi klote is het.
Maar niemand zei dat het leuk was. Een pandemie ís nu eenmaal niet leuk.

Daar hebben we het mee te doen.

Natuurlijk is het prettiger en comfortabeler om te denken dat het allemaal wel meevalt. Dat de overheid ons gewoon loopt te misleiden, of zelfs doelbewust voor te liegen. Dat het allemaal één groot complot is. Want ja, dat pleit je vrij van verantwoordelijkheid. Dan wordt je vrienden knuffelen zelfs plots een daad van moedig verzet, van strijd tegen het systeem.

Maar jongens, wil ik dan roepen. Denk na. De realiteit is: er waart een onbekend virus rond. Als mens staan we tegen virussen vrij machteloos.

Ik realiseer me dat het niet helpt – dat zo’n kreet aan dovemansoren is gericht. Zoals het ook niet helpt om verstokte carnivoren te wijzen op zielige biggetjes. En het evenmin zin heeft om m’n vrienden die nog vaak vliegen te veroordelen. Je bereikt er niets mee – sterker nog, zo’n vijandige houding heeft een averechts effect.

#doeslief

Dus laten we, zo lang dit alles duurt, proberen een beetje lief te blijven voor elkaar. Laten we hopen dat we hier als samenleving relatief ongeschonden doorheen komen. En laten we elkaar helpen, waar dat kan. Ik begin in elk geval weer met een wekelijkse sponsorbijdrage aan m’n favoriete afhaalrestaurants – mét belachelijk dikke fooi.

Meedoen is belangrijker dan winnen, zeggen ze wel eens. Maar voor corona geldt misschien: om te winnen, moeten we allemaal meedoen.

1+

REBLOG: Noodzaak of luxe?

Noodzaak of luxe?

[23 april 2012]

Laatst keek ik een aflevering van het tv-programma Debat op 2. Het thema was – weinig verrassend – de crisis en de financiële gevolgen daarvan voor de Nederlandse burger. “Wat gaan u en ik merken van die bezuinigingen?” vroeg Arie Boomsma. Het zette me aan het denken. 

In de studio waar het debat gehouden werd, zaten een paar mensen die als gevolg van de crisis nu niet meer rond kunnen komen. De uitzending begon meteen opvallend. Er werd een korte reportage getoond waarin een vrouw vertelde over haar moeilijke financiële situatie. Terwijl ze dat deed, rolde ze een sigaret. Dat werd vervolgens punt van discussie. “Tweehonderd euro tekort in de maand, maar wel gewoon doorroken?” zeiden een paar aanwezigen verontwaardigd. “Ja, mag ik?” reageerde de vrouw. “Dat ik nu geen baan meer heb, wil toch niet zeggen dat ik niet meer het recht heb om een beetje te genieten van het leven.”

Een andere vrouw, alleenstaande moeder van drie kinderen, had het ook niet breed en vertelde over haar dilemma’s. “Ik wil ook gewoon m’n kinderen leuk aankleden, en dat ze gaan sporten, eten op de plank hebben. Dat vind ik ook heel belangrijk. Ik wil er ook gewoon leuk uitzien. Het is niet zo dat ik niet leuk mijn haren mag verven en dat je niet meer een peukje op mag steken en leuke dingen mag gaan doen. Dat willen wij ook gewoon.”

Dat zette me aan het denken. Ja, natuurlijk mag je ook genieten van het leven als je het niet breed hebt. Geniet nooit met mate, zei Loesje al eens. Maar waar ligt de grens? Ik bedoel, welke uitgaven vallen onder de normale (secundaire) levensbehoeften en wat is wel degelijk een luxe die nou eenmaal niet iedereen zich altijd kan permitteren? Natuurlijk wil de moeder van drie kinderen ook dat haar kinderen gewoon gezond eten en netjes gekleed naar school gaan. Maar neem bijvoorbeeld de mobiele telefoon. Vijftien jaar geleden was het helemaal niet zo normaal om überhaupt een mobiel te hebben; toen belde je nog gewoon naar een huis of kantoor als je iemand wilde spreken. Vandaag de dag is het voor veel mensen van groot belang om zo’n apparaatje te hebben.

Maar hoe zit het dan met de smartphone  – inclusief duur internetabonnement? Is dat iets dat redelijkerwijs normaal is om te houden als je elke maand de eindjes aan elkaar moet knopen? En hoe zit het met dingen als roken, zoals het voorbeeld hierboven, of huisdieren, of een lidmaatschap voor de sportschool of bibliotheek?

Etos-mascara en huiswijnchardonnay
Het houdt me de laatste maanden best bezig, nu ik geen baantje meer heb en dus volledig leef op kosten van mijn ouders en de overheid. Als ik boodschappen doe, kies ik dan altijd voor het goedkoopste, of neem ik uit milieu- en gezondheidsoverwegingen toch mijn dierlijke producten biologisch? Is het normaal om als student uit eten in een restaurant of op vakantie naar het buitenland te gaan? Hoe vaak koop ik nieuwe schoenen? Met andere woorden, hoeveel heb je eigenlijk echt nodig? In de hedendaagse consumentenmaatschappij worden immers letterlijk aan de lopende band behoeftes gecreëerd. Daarbij komt impliciet de boodschap dat genieten en geld uitgeven met elkaar samenhangen. “Neem dit luxe product maar, geniet ervan, je hebt het verdiend.”

Maar kom op jongens, genot haal je niet per se uit de winkel. De afgelopen weken heb ik al drie keer in de supermarkt een bakje aardbeien twijfelend teruggezet. Ja, heel lekker, maar Suusie: aardbeien in de winter? Is dat nou echt nodig?

Spullen kopen maakt ons helemaal niet gelukkiger, kun je stellen. Aan de andere kant: toen ik zo blut was dat ik geen nieuwe Etos-mascara kon kopen, zat ik toch met smart te wachten tot de stufi binnen kwam. In dat opzicht ben ik het eens met de vrouw uit Debat op 2. Het leven moet wel leuk blijven. Als ik een week hard heb gestudeerd, wil ik gewoon een wijntje in de kroeg. En na een paar weken leren voor tentamens beloon ik mezelf met een mooie fairtradesjaal. Nou en?

Wat we ons volgens mij wel moeten blijven realiseren, is dat luxe went – en dat het ook weer ontwend kan worden. Als je altijd versgebakken biologisch brood eet, smaakt een sneetje volkoren van Albert Heijn nergens naar, en als je alleen maar goede pinot grigio drinkt haal je wellicht je neus op voor huiswijnchardonnay. Maar joh, hoe groot is het verschil echt? Sokken van de Zeeman verwarmen je voeten niet minder goed dan een paar van een duur merk. Je kunt aan heel veel dingen wennen als het moet en al die ‘enorme’ verschillen zijn op grote schaal wellicht te verwaarlozen.

Want, om dit hele verhaal tot slot allemaal even in perspectief te zetten: kijk eens een aflevering van de BNN-serie Bloed, zweet en luxeproblemen. Zes Nederlandse jongeren zeggen hun luxeleventje gedag om in Azië en Afrika te werken op de plaatsen waar hun kleding en voedsel wordt gemaakt. Ze leven en slapen bij de lokale werkers en worden zo ruw wakker geschud uit hun consumentisme. Nou, als ik daar een aflevering van kijk, loop ik de rest van de dag niet meer te zeuren over kapotte All Stars of Euroshopper-mozzarella. En als ik dan al die studenten hoor klagen over het afschaffen van hun masterbeurs, dan kan ik het toch niet laten te denken: jongens, wat zeuren jullie nou. We moeten allemaal ons steentje bijdragen aan de crisis, en wij Nederlandse studenten hebben het eigenlijk nog best wel heel erg goed.

0

#REBLOG 2013: Hoeveel geluk we eigenlijk hebben in Nederland

First things first: jullie zijn vast benieuwd hoe het afliep met mijn dreigende uithuisplaatsing. Daarover schreef ik een paar dagen na het dakloos-verhaal dit:

Dat is allemaal goed gekomen. Donderdagochtend kwam het verlossende telefoontje van Amy Chen. “I have good news for you, you can stay in your dorm.” Uiteraard – plotseling is er blijkbaar geen ‘other student’ meer die in mijn bed wil slapen. Typisch Taiwan… maar goed, ditmaal wel in mijn voordeel! Ik betaal nu 100 NTD (2,50 euro) per nacht om hier te mogen blijven, en ik heb als het goed is de rest van de tijd de kamer voor mezelf. Dat wil zeggen, zolang er geen nieuwe studente op de plek van m’n vertrokken Russische roommate komt. 

Zo, eind goed al goed. Nu gauw door naar 2013 (wat gaat deze trip down memory lane toch snel!). Nu ik al m’n Taiwan-blogs weer terug heb gelezen, vind ik het zo gek om te bedenken dat ik daar een half jaar heb gewoond – en hoe lang geleden dat ook alweer is.

Tegelijkertijd heeft Taiwan mij gevormd, op veel manieren. Misschien schreef ik ook door m’n ervaringen daar wel dit stukje.

Hoe veel geluk we eigenlijk hebben

3 juli 2013 [21 jaar]

Een paar dagen geleden hoorde ik iemand op de radio iets zeggen waar ik best van schrok. Het ging om een protest dat Geert Wilders blijkbaar gaat organiseren en in de uitzending kwamen een aantal ‘bellers’ aan het woord die aangaven wat ze daarvan vonden. “Ik ga zeker mee met Wilders protesteren,” hoorde ik toen. “Misschien krijgen we dan ook wel een Nederlandse lente…” Ik weet niet meer precies wat er nog meer werd gezegd, maar het kwam er op neer dat we het toch wel schandalig slecht hebben hier, dat het zo echt niet langer kan, dat het hoog tijd wordt dat dit kabinet omver geworpen wordt, et cetera.

Nu ben ik de laatste om te beweren dat het kabinet-Rutte II goede zaken doet (lees hier mijn stukje over bezuinigingen op Nadelunch) maar van deze uitspraken viel ik bijna van mijn stoel van verbazing. Hoe kort door de bocht kun je zijn om de huidige ‘crisis’ te vergelijken met de politieke misstanden en het gebrek aan vrijheid in de Arabische wereld? Man man, ik kan er niet over uit. Ja, natuurlijk gaat het even allemaal wat minder dan we zijn gewend, maar desalniettemin hebben we in Nederland nog gewoon stromend water en een dak boven ons hoofd. En dat niet alleen: we hebben prima openbaar vervoer (echt, alle NS-zeikers moeten eens in sommige andere landen proberen te reizen zonder auto), onderwijs voor alle kinderen, eindeloos veel supermarkten vol betaalbaar voedsel op loopafstand tot onze beschikking, internet in huis en daarnaast WiFi op steeds meer openbare locaties, zelfs gratis (!) in de trein, we lopen bijna allemaal met een chique smartphone op zak en daarnaast soms zelfs ook een tablet en/of laptop, we kunnen het ons permitteren om een paar keer per jaar nieuwe kleding en schoenen te kopen (we hoeven niet onze eigen kleding te maken, noch ons eigen voedsel te verbouwen tenzij we daar zelf voor kiezen), en.. nou ja, you get the point, zo kan ik nog wel even doorgaan.

Met andere woorden: we hebben ontzettend veel om dankbaar voor te zijn.Zelfs nu het “crisis” is.

Eerlijk is eerlijk, ik was zelf ook tijdenlang doemdenker (en ben dat soms nog steeds). Net als velen was ik er maandenlang van overtuigd dat het voorlopig niet goedkomt met Nederland, dat we allemaal naar de kl*te gaan hier, dat de tijd van Europa als welvarend continent voorgoed voorbij is. We zitten in een dip en het wordt alleen nog maar slechter. En al zijn die gedachten niet compleet verdwenen – berichten over Monsanto en de rare klimaatsveranderingen baren me regelmatig zorgen – ik zie de afgelopen week dat je ook heel goed met een andere, positieve blik naar de wereld kunt kijken. Ik herhaal: we hebben zo veel om dankbaar te zijn, we hebben het zo goed in dit land. Echt waar. Kijk maar eens goed om je heen…

PS. Deze dingen waardeerde ik vandaag in het bijzonder:

  • Wakker worden naast mijn Liefste.
  • Ontbijten met een heerlijke zelfgemaakte mango-banaan-kiwi-smoothie.
  • Dat ik het zo heb getroffen met dat lieve vriendje van me, dat speciaal voor mij weer hierheen afreisde (ik pas weer op het huis van Papa en Hanneke).
  • Het regende helemaal niet de hele dag, zoals was voorspeld, en het was best warm.
  • Glazen fris water uit de kraan (dorst, dorst vandaag!).
  • Dat ik even naar de supermarkt fietste aan het eind van de middag, en koos om mezelf te trakteren op aardbeien en 85%-cacao-chocolade van Lindt.
  • De witlofsalade die ik bij mijn avondeten at: oh-my-god wat is die toch goed. Ik heb er regelmatig cravings naar.
  • Lekker op de bank hangen met het tweede seizoen van Game of Thrones.
  • Het lieve poesje dat luid spinnend op mijn schoot kwam liggen.
  • Dat we tegenwoordig zelfs foto’s naar onze geliefden kunnen sturen via onze telefoon. Ik doe het dagelijks maar bedacht me net ineens: dat kon nog niet toen ik puber was. Hoe gaaf eigenlijk dat zoiets mogelijk is!
  • De muziek van Lindsey Stirling tijdens het afwassen.
  • Het zachte grote bed waar ik zometeen weer lekker in slaap mag vallen…

IMAG5062-1024x771

0