A little bit of everything, all rolled into one

Locktober

Nou jongens, daar gaan we dan weer.

Kaartje uit de Volkskrant

Toegegeven, het is natuurlijk geen verrassing allemaal. Wie wel eens het bordspel Pandemic heeft gespeeld, weet hoe gruwelijk snel een virusuitbraak uit de hand kan lopen. Zoals de premier al zei: wat vandaag nog nauwelijks een probleem is, kan over een week een ramp zijn waar we geen grip meer op hebben.

Tja, exponentiële groei hè. Ik heb nog nooit zo vaak teruggedacht aan mijn wiskundelessen op de middelbare school als dit jaar.

Maar oké, de stand van zaken: het Einder-kantoor weer drie weken dicht, de wijnclub die ik 31 oktober zou organiseren op (zeer) losse schroeven, de NVJ-training die ik komende maand ging doen gecanceld en de schrijftraining die ik zélf zou geven, gaat waarschijnlijk ook niet door.

In betere tijden, toen ik nog wél schrijftraining kon geven. Lees: amper twee weken terug. (Schrijftraining betekent trouwens niet dat ik op het schoolbord voordoe hoe je een pen vasthoudt, maar dat had je hopelijk door.)

Vooruit, in eerste instantie is het allemaal voor drie weken. En voor de duidelijkheid: ik ben ‘blij’ dat onze overheid de pandemie serieus neemt en tegelijkertijd nuchter blijft. Je zal maar zo’n creep als Trump of Bolsonaro hebben om je door deze crisis heen te loodsen… brr.

We zijn er nog wel even zoet mee

Maar dat neemt niet weg dat het allemaal best heftig is. Terwijl ik de laatste weken – of eigenlijk al sinds juni – min of meer door het leven bewoog alsof er geen virus rondwaart*, voelt dat in één klap weer totaal anders.

*Oké, helemaal normaal waren afgelopen maanden natuurlijk niet. Liefsten niet knuffelen blijft onwennig.

Als ik er langer over nadenk, zijn het niet de maatregelen die me ineens weer op een ander denkspoor zetten. De heftigheid zit ‘m er vooral in dat langzaam tot me begint door te dringen dat die hele corona écht niet zomaar weg is.

Weet je nog toen we aan het begin van het jaar half lachend tegen elkaar zeiden ‘dat dat virus tegen de kerst vast wel weer verdwenen zou zijn’?

In De Correspondent las ik deze week dat het nog maar de vraag is hoe snel een vaccin ons uit de brand gaat helpen – áls er al binnen een jaar een veilig vaccin komt, wat óók nog maar zeer de vraag is. Ten eerste weten we niet hoe effectief zo’n vaccin is (hoe lang ben je bijvoorbeeld beschermd?), en daarnaast vermoedt men dat een kwart van de Nederlanders de prik gaat weigeren. En dat betekent dat de mensen die zich wél laten inenten, een kwalitatief beter vaccin toegediend moeten krijgen, anders komt die groepsimmuniteit er niet.

En dan zijn er nog de praktische bezwaren: wie gaat al die miljoenen (miljarden) mensen inenten? De toch-al-zwaar-overbelaste GGD’s? De huisartsen, die elk najaar al overuren draaien om een handvol patiënten de griepprik te geven?

Niet bang, maar wel bezorgd

Oké, ik ben geen expert dus ik ga deze semifeitelijke borrelpraat nu afkappen ;-) Mijn punt is: niemand weet hoe lang dit nog duurt. Een jaar, twee jaar, vijf?

Ik wil je niet bang maken. Voor het virus zelf voel ik op dit moment ook geen angst – al gedraag ik me aanmerkelijk voorzichtiger sinds we van Sanquin hoorden dat B’s antistoffen al bijna op zijn.

Hoe dat bij mij zit weten we niet, hij doneerde bloedplasma omdat-ie officieel ex-patiënt is, ik ben zelf destijds niet getest omdat dat toen nog nauwelijs kon.

Maar soms ben ik wél een beetje bezorgd hoe lang dit allemaal nog gaat duren.
En vooral: hoe de wereld er daarna uitziet.

Welke ondernemers zullen de crisis overleven? Gaan mijn eigen oma’s uiteindelijk ook bezwijken aan corona? Blijven de ouders van vrienden buiten schot? Maar ook: hoe lang weten Mark en Hugo met hun persco’s de onrustige, wantrouwige, complotdenkende (en laten we eerlijk zijn: verwende) Nederlanders nog gerust te stellen? Wat als we met z’n allen massaal de regels aan onze laars blijven lappen – hebben we hier dan over een maand of twee ook ijshallen en legertrucks vol lijken, zoals dit voorjaar gebeurde in Spanje en Italië?

Een gigantische denkfout

Ach, dat overkomt ons niet.

Dat dachten we toen we in januari de beelden zagen uit Wuhan. Dat dachten we toen een maand later Italië de eerste uitbraak meldde – joh, wij gingen gewoon carnavallen, wat kan er misgaan?

Volgens mij is dit één van de belangrijkste lessen die dit virus ons leert: de gedachte ‘dat het ons niet overkomt’, dat wíj buiten schot bijven, dat ‘we’ er wel wat op verzinnen, is een gigantische denkfout. (En hey, daarmee is een bruggetje naar klimaatverandering ineens wel heel makkelijk gelegd, maar dat terzijde. ;-))

Nou ja, toch een beetje de link met het klimaat dan: het is een vergelijkbare machteloosheid die me soms kan overvallen.

Ja, ook ik baal stevig dat al mijn leuke plannen voor de komende tijd niet doorgaan. Ik was net weer zo lekker op dreef bij Einder; wéér weken- of maandenlang thuiszitten is niet iets waar ik naar uitkijk. Ik word sip van het idee dat het waarschijnlijk nog maanden gaat duren voor ik mijn broer (die in Zweden woont) weer eens zie. Ik leef mee met vrienden die alleen wonen en weer meer op zichzelf aangewezen zijn. En ik houd mijn hart vast als ik de barman van de Malt Vault mistroostig zie kijken.

Maar als ik in de krant berichten lees over Nederlanders die klagen dat hun herfstvakantie in het water valt, of filmpjes zie van BN’ers die ‘niet meer meedoen’, moet ik toch even diep zuchten.

Niemand zei dat het leuk was

Nee jongens, het is niet leuk. Klopt. Mooi klote is het.
Maar niemand zei dat het leuk was. Een pandemie ís nu eenmaal niet leuk.

Daar hebben we het mee te doen.

Natuurlijk is het prettiger en comfortabeler om te denken dat het allemaal wel meevalt. Dat de overheid ons gewoon loopt te misleiden, of zelfs doelbewust voor te liegen. Dat het allemaal één groot complot is. Want ja, dat pleit je vrij van verantwoordelijkheid. Dan wordt je vrienden knuffelen zelfs plots een daad van moedig verzet, van strijd tegen het systeem.

Maar jongens, wil ik dan roepen. Denk na. De realiteit is: er waart een onbekend virus rond. Als mens staan we tegen virussen vrij machteloos.

Ik realiseer me dat het niet helpt – dat zo’n kreet aan dovemansoren is gericht. Zoals het ook niet helpt om verstokte carnivoren te wijzen op zielige biggetjes. En het evenmin zin heeft om m’n vrienden die nog vaak vliegen te veroordelen. Je bereikt er niets mee – sterker nog, zo’n vijandige houding heeft een averechts effect.

#doeslief

Dus laten we, zo lang dit alles duurt, proberen een beetje lief te blijven voor elkaar. Laten we hopen dat we hier als samenleving relatief ongeschonden doorheen komen. En laten we elkaar helpen, waar dat kan. Ik begin in elk geval weer met een wekelijkse sponsorbijdrage aan m’n favoriete afhaalrestaurants – mét belachelijk dikke fooi.

Meedoen is belangrijker dan winnen, zeggen ze wel eens. Maar voor corona geldt misschien: om te winnen, moeten we allemaal meedoen.

1+

20 dingen voor in 2020: halfway point

Begin januari maakte ik een blog met 20 dingen voor in 2020; een lijstje met dingen die ik dit jaar graag wil doen. Geen harde goede voornemens, schreef ik, maar gewoon: het zou leuk zijn als dit lukt.

En toen kwam corona.

Zo zie je maar weer: het leven valt niet te plannen of te regisseren, zelfs al hebben we die illusie hier in het voorspelbare Nederland vaak.

Het virus en de lockdown maakten de mogelijkheden om eropuit te trekken natuurlijk een stuk beperkter. Aan de andere kant leidde dit gekke voorjaar bij mij juist tot allerlei nieuwe inzichten en mogelijkheden – het zou dus te makkelijk zijn om de 20 dingen zonder pardon van tafel te vegen.

En trouwens, sommige voornemens blijken zich niets aan te trekken van een pandemie. Dus laten we ‘m er eens bij pakken!

1. Dagelijks blijven mediteren

Tja, daar is een beetje de klad in gekomen in de eerste maanden. Maar sinds een paar weken pak ik deze goede gewoonte weer op – zelfs als ik dagelijks vijf minuutjes ‘zit’, merk ik hoe goed dat me doet. Ik gebruik altijd de app Insight Timer en doe meestal een mantrameditatie (uit het boek Leven met wind mee van Jelle Hermus).

Conclusie: op de goede weg.

2. Mijn wijnbrevet halen

Nou, gelúkkig ging de WSET2-cursus gewoon door! Als je m’n vlogs kijkt, heb je gezien dat ik afgelopen maanden regelmatig heb zitten proeven en studeren. Helaas is het examen uitgesteld naar begin oktober, dus ik zal nog even moeten wachten voor ik (hopelijk) het papiertje in ontvangst kan nemen.

Conclusie: gaat prima zo.

3. Een dag per week plantaardig gaan eten

Om te beginnen met het goede nieuws: ik ben alweer ruim een halfjaar vegetariër! En dat begint eindelijk écht te wennen. Voelt goed, zelfs. Blij dat dit lukt.

Maar eh.. o ja, ik was van plan om een hele dag per week vegan te eten. Eigenlijk had ik dit in januari ge-downgrade naar ‘een avond per week plantaardig koken’ en dat ging best aardig (haha), maar toen kwam corona en werd ik ziek en wekenlang doodmoe was ik blij als ik überhaupt een maaltijd op tafel kreeg.

Niettemin: regelmatig eten we ‘toevallig’ plantaardig en ik heb wél m’n repertoire vegan recepten uitgebreid – ook met dank aan lezers van Suushi, die me hun favorieten stuurden. Ik maakte bijvoorbeeld:

Conclusie: hier kan – en wil! – ik weer wat bewuster mee omgaan. ‘Plantaardig maandag’ lijkt me een mooi doel om naartoe te werken; laat ik beginnen met bij de weekboodschappen altijd weer één veganistische maaltijd mee te nemen.

4. Weer 10 kilometer kunnen hardlopen

Tja, ik was zo goed op weg in januari… en toen klapte m’n peesontsteking er weer in. Helaas pindakaas. Inmiddels ben ik lekker aan het wielrennen en heb ik het hardlopen even op pauze gezet. Sinds een week heb ik steunzolen die er hopelijk voor gaan zorgen dat ik écht herstel van die hardnekkige blessure.

Conclusie: met de fysio werk ik er naartoe om in het najaar weer voorzichtig te gaan rennen. Maar die 10 kilometer in 2020 laat ik los – ik kan ze er qua conditie vast uit persen, maar dat lijkt me blessuretechnisch een zeer onverstandig plan.

5. Vrijwilligerswerk doen

Yes, dat doe ik, en ik ben zo blij dat ik dit heb opgepakt! Ik haal ontzettend veel plezier uit het wekelijkse voorlezen aan A, mijn lieve voorleeskindje. En hoewel voorlezen door corona ook wat anders liep – twee maanden lang konden we alleen contact hebben via WhatsApp video – hebben we inmiddels een goede band opgebouwd. Tegenwoordig kan ik gelukkig weer op woensdag na werktijd ‘live’ bij haar langs.

Conclusie: vanwege corona mag het gezin nogmaals meedoen met de VoorleesExpress, en ik heb gezegd dat ik deze nieuwe serie van 20 sessies – vanaf september – graag met hen doe. Zijn ze superblij mee. Goed bezig, Suusie.

6. Een lange wandeling maken op een mooie plek in Nederland

Hmm, even denken… volgens mij heb ik dit nog niet gedaan. Wel maakte ik dit jaar natuurlijk – net als de rest van Nederland – meer wandelingetjes door de wijk dan in de rest van m’n leven, maar dat is iets anders dan echt lekker de natuur in. Ik ging trouwens wel naar het strand met A en daar wandelden we een flink stuk, en loop ook zo nu en dan een uurtje langs het water in Utrecht.

Conclusie: ik wil nog steeds graag een dagje wandelen (15 tot 20 km), dus tijd om wat te plannen. Ik ga binnenkort een vriend of vriendin vragen om dit samen te doen.

7. Reizen met de trein

Tja, dit is typisch een voorbeeld van een plan waarbij corona roet in het eten gooide. M’n geplande Londen-tripje ging niet door en hoewel ik al precies had uitgezocht wat de mogelijkheden zijn om naar mijn moeder in Zweden te treinen, was dat afgelopen tijd geen optie. En het plan van B en mij om dit najaar een écht lange treinreis te maken is uitgesteld naar volgend jaar.

Conclusie: ik wil nog steeds graag andere manieren van reizen verkennen. Zodra de grenzen weer wat langer open zijn (en als we geen tweede golf krijgen) pak ik dit voornemen op.

8. Op Einder-dagen na de lunch een korte wandeling maken

Dit heb ik de eerste maanden van 2020 braaf gedaan – was superfijn en vaak gingen er ook een paar collega’s mee. Nu ik thuis werk, is de grootste uitdaging om inderdaad één of twee keer per dag even de deur uit te gaan – want voor ik het weet blijf ik uren plakken achter m’n beeldscherm, en daar word je niet bepaald frisser of productiever van.

Conclusie: aandachtspuntje, want ik weet hoe goed het me doet. Ik zet nu dagelijks een wekkertje om 11 uur, dan ga ik even wandelen. Ook al is het maar vijf minuten, dat maakt niet uit.

9. Tweedehands kledingwinkels (en sowieso: kringloopwinkels) in Utrecht verkennen

Hmm, dit heb ik nog niet gedaan. Ook hier kan ik weer ‘corona’ zeggen, maar eigenlijk is dat bullshit want de laatste weken ben ik wél weer de stad in geweest voor nieuwe spullen.

Conclusie: een bezoekje aan de kringloopwinkel op 5 minuten fietsen hiervandaan lijkt me een goed begin. Het heeft geen haast, maar mooi als ik hier een keer zin/tijd voor heb.

10. Weer naar Best Kept Secret

Long story short: ging niet door. En volgend jaar kunnen we niet, want dan hebben we een bruiloft. Wat ik trouwens superjammer vind, want ik heb megaveel zin in een weekendje dansen, ciders en chillen aan het water.

O ja, we deden trouwens wel een ‘BKS’-weekendje in het park. Schrale troost, maar was wél gezellig.

Conclusie: helaas pindakaas. Hopelijk is BKS over twee jaar nog niet failliet – juni 2022, we komen eraan.

11. Bewuster nadenken over waar ik mijn geld aan uitgeef

Corona was grappig genoeg een vrij lucratieve tijd voor me, want ja, niet uit eten en niet winkelen en geen drankjes op terrassen en niet treinen of op vakantie. Tegelijkertijd wél twee freelanceklussen naast m’n baan en ook nog een werkgever die zo chill was om mijn reiskostenvergoeding te laten doorlopen.

Maar eerlijk is eerlijk, de laatste weken ligt mijn bestedingspatroon weer een stuk hoger. Die nieuwe wielerhobby van me is niet goedkoop (hoewel ik wél mijn eerste fiets voor 150 euro op Marktplaats kocht in plaats van meteen naar de winkel te sjeezen!), ik ben alweer een paar keer uit eten geweest en ook op terrasjes te vinden.

Conclusie: ik vind het eigenlijk wel prima zo. Nu ons plan om een tijdje te gaan reizen is uitgesteld, is de noodzaak om te sparen een stuk minder. Zolang ik een beetje blijf nadenken of ik werkelijk geld uitgeef aan dingen die belangrijk voor me zijn – en niet aan random zooi – ben ik tevreden.

12. Naar zee

Yes, ik ging naar zee met A! In het Hemelvaartsweekend waaiden we samen uit in Noordwijk. Was sowieso een gave ervaring, want we boekten een megachique hotelsuite en gingen voor het eerst uit eten ‘met maatregelen’.

Conclusie: zee is fijn. Ik wil best nog eens, maar: doel gehaald.

13. Mijn fotoalbums van 2019 en 2018 (af)maken

Klaar!

Conclusie: was een leuk project. Ik wil ook nog eens fotoboeken maken van de andere jaren, maar op dit moment heb ik daar geen zin in. Misschien een mooi kerstvakantieproject voor komend jaar.

14. Lammetjes knuffelen in Zweden

Tja, dat ging dus óók niet door… snik. Stiekem hoop ik dat we ergens in de zomer alsnog kunnen gaan, maar zolang Zweden code oranje heeft is dat geen optie. Ik kan altijd nog vanaf daar werken, maar dat geldt niet voor B. Hopelijk worden deze maatregelen dus snel weer versoepeld…

Conclusie: boeh, stom.

15. Nijmeegse collega’s uitnodigen in mijn huis – en leven – in Utrecht

Best goed gelukt! In februari kwamen N en H eten, een paar dagen later schoof C aan nadat we een dagje op vlogcursus waren geweest in Amsterdam, en vlák voor corona losbarstte dronk ik ook nog wijn met M. O ja, en een andere collega woont tegenwoordig zelfs in Utrecht – biedt ook mogelijkheden.

Conclusie: gelukt, was leuk en voor herhaling vatbaar.

16. Een paar keer een SUUSWEEKEND plannen

Hahahahaha. ‘Gewoon even helemaal niets’ schreef ik. Nou, dat heb ik geweten. Suusweken waren het, wat zeg ik, Suusmáánden!

En dat beviel behoorlijk goed.

Conclusie: ik kan en wil niet meer zonder Suustijd. Sterker nog, ik vind het heerlijk om niet meer wekenlang van tevoren een volle agenda te hebben. Toch blijft afbakenen een dingetje – daarom heb ik een aantal grenzen geformuleerd, regels zo je wilt, die me hierin helpen. Vertel ik nog een keer wat over.

17. Ayahuasca doen

Tja, corona. En volgens mij zijn ceremonies tegenwoordig ook soort van verboden?, dus dit zou nog wel eens ingewikkeld kunnen worden.

Conclusie: wil ik nog steeds, al ben ik de laatste tijd ook op zoek naar andere (missschien mildere) manieren om aan de slag te gaan met de diepere lagen in mezelf. Binnenkort heb ik een afspraak voor een holistische massage en een vriendin wees me ook op regressietherapie. Het is een ‘alternatief’ pad waar ik deels kritisch over ben – er zijn immers veel kwakzalvers die de onzekerheid van mensen uitbuiten – maar ik geloof ook dat we in het westen vaak te beperkt kijken naar lichaam, geest en gezondheid.

Iets om verder uit te zoeken dus.

18. Nieuwe muziek (blijven) ontdekken

Zonder festivalzomer schiet dit er een beetje bij in. Wel heb ik begin dit jaar Billie Eilish ontdekt en alleen daarom al zeg ik: gaat top dit.

Conclusie: je kunt nu eenmaal niet alles tegelijk in je leven. Maar tips voor fijne en gave artiesten zijn altijd welkom!

19. Actief oefenen met kleine, dagelijkse zelfzorg

Hier doe ik nog steeds mijn best voor. Automatisch kleine dingen opruimen gaat langzaam beter (dit kost mij blijkbaar buitensporig veel energie) en ik neem meer tijd om goed en lekker ontbijt en lunch te maken.

En jullie waren het die me erop wezen dat ik een poosje bezig was met ‘bewust jezelf aaien‘ (deel van de zelfcompassietraining die ik deed) – daar ben ik weer mee begonnen.

Conclusie: zelfzorg is key voor de manier waarop ik wil leven. Ik ben blij dat ik dit blijf oefenen.

20. Een grote reis maken (ja, zonder vliegtuig)

Niet vliegen‘ is natuurlijk ook een doel voor me in 2020 en in die zin is corona juist top: we hebben met z’n állen radicaal minder gevlogen. Dat maakt me blij.

Maar ja, die grote reis (per trein) gaat dit jaar dus niet door. Ik heb er op Suushi nog weinig over verteld – bewust, ik wilde het eerst wat concreter maken – maar ik denk dat ik er binnenkort wel wat over kan schrijven. Stiekem weten we namelijk best goed wat we willen. De vraag is alleen even wanneer dat weer mogelijk is.

Conclusie: voorlopig nog even geen lange reisjes, helaas. Maar met een beetje geluk gaan we deze zomer wél twee weken naar Italië.

Iseomeer
Vorig jaar was Italië namelijk fantastisch.
0

Hoe het voor mij was om corona te hebben

Laat ik beginnen met goed nieuws: B en ik hebben het oud papier weggebracht. Dat wil zeggen: we zijn buiten geweest! En mán, wat was dat lekker, die frisse lentelucht. Zelfs al liepen we alleen maar naar de containers om de hoek, ik genoot met volle teugen. Zo te voelen ruikt het ook naar voorjaar, maar ik ruik nog niets (schijnt ook een symptoom van corona te zijn, ik ben al weken mijn reukvaardigheid kwijt, echt vet saai).

Ook de realisatie: in de tijd dat ik binnen zat, is het lente geworden. De laatste keer dat ik buiten was, had ik m’n handschoenen en winterjas aan – nu zitten de bomen barstensvol bloesem.

Een beetje onwerkelijk was het ook, om na 18 dagen (!) weer gewoon de voordeur open te doen en de straat op te stappen. Het was druk in de wijk, vond ik, al wist ik niet zeker of dat was doordat iedereen nu thuiszit of doordat ik zelf zo weinig mensen heb gezien de laatste tijd. Ik vermoed een beetje van beide.

Goed, ‘naar buiten mogen’ betekent dat we klachtenvrij zijn en dat is ook min of meer zo. B hoest nog af en toe – maar vandaag nauwelijks meer – en ik was tot vanmorgen verkouden, maar kan de laatste uren weer gewoon ademen door mijn neus. Officieel moeten we 24 uur klachtenvrij zijn voor we onder de mensen mogen komen, dus we wachten voor de zekerheid nog maar een paar dagen met boodschappen doen.

Tegenwicht bieden

Dan wat meer over de afgelopen weken. Dit blogje wil ik al een aantal dagen schrijven. Omdat ik wil onthouden hoe deze tijd was, en ook omdat ik zelf dagelijks in de Volkskrant en op NOS.nl heftige verhalen lees over het coronavirus. Die verhalen zijn allemaal waar en het is goed dat ze gedeeld worden – voor de duidelijkheid, het is echt belangrijk dat mensen ervan doordrongen raken hoe ernstig dit virus kan zijn.

Tegelijkertijd wil ik tegenwicht bieden. Niet iedereen wordt ernstig ziek, en gelukkig maar. Natuurlijk lees je ook dat wel terug – ‘het merendeel van de patiënten heeft milde klachten’ – maar volgens de wetten van medialogica (het uitzonderlijke is nieuws) is voor die verhalen nu even minder ruimte, tussen alle heftige berichten over volle ziekenhuizen, ic’s met honderden mensen aan de beademing en tientallen doden per dag (vandaag zelfs 112, oef).

Dus hoe was het in mijn (en B’s) geval om covid-19 te hebben? Ze zeggen wel: ‘het is gewoon griep’. Dat was aan de ene kant zo, vond ik, en aan de andere kant ook helemaal niet.

Buikpijn

Bij mij begon het een beetje gek. Zondag 8 maart werd ik wakker met stekende buikpijn rechtsonder. Die trok niet weg, zodat ik de hele dag besteedde onder een dekentje op de bank. Omdat de pijn de volgende ochtend nog niet weg was belde ik de huisarts, want rechtsonder zit je blindedarm. Een paar uur later zat ik in de praktijk en omdat ze het toch niet helemaal vertrouwde stuurde ze me door naar de spoedeisende hulp.

Goed, lang verhaal kort: onderzoek daar wees niets zorgwekkends uit – gelukkig! – dus lieve S (die mee was gegaan naar het ziekenhuis) bracht me naar huis. Ik was afgepeigerd van alle spanning (en had nog steeds buikpijn) dus kroop onder de wol.

De volgende ochtend werd ik wakker met een grieperig gevoel. ‘Vast nog de nasleep van gisteren’, concludeerde ik, en bleef in bed. Een dag later (woensdag inmiddels) was ik weer helemaal fit, alleen ik hoestte nog een beetje.

Spitsuur

Let wel: op dat moment waren er in Nederland nog geen verregaande coronamaatregelen. Ook in het ziekenhuis schudden de artsen en verpleegkundigen me gewoon de hand. Het was twee dagen nadat Rutte min of meer had gezegd dat het allemaal wel meeviel, en verder was Nederland gewoon nog een plek met bomvolle treinen en spitsuur-supermarkten. Als je thuisbleef met een klein kuchje was je toch een beetje een aansteller.

Gelukkig (achteraf gezien!) had Einder al wél een coronabeleid, namelijk: ‘als je hoest, verkouden bent of koorts hebt, blijf je thuis’. Dus na overleg besloot ik toch m’n afspraken te cancellen en thuis te werken. Diezelfde avond ging ik gewoon naar m’n wijncursus, want ik hoestte ook niet meer en voelde me top.

O ja: B, die huisarts-in-opleiding is, zat inmiddels ook thuis, zijn congresdag op woensdag was gecanceld (ze waren al wel op het punt dat ze geen 100 artsen in één ruimte wilden hebben ;-)) en hij, die al sinds zondag wat hoestte, ging zich in de loop van de dag echt grieperig voelen. Spierpijn, hoofdpijn, keelpijn, moe en wat verhoging.

Die nacht hoestte ik af en toe wat, B wat meer. Donderdag werd ik wakker met een beetje keelpijn. Toch nog maar een dagje thuiswerken dus, dacht ik. In de loop van de dag ging ik me wat sloom en groggy voelen, misschien had ik ook spierpijn. O ja, en verhoging (37,7 graden of zo).

Die donderdag hield Rutte zijn persconferentie waar de eerste ‘serieuze’ maatregelen voor Nederland werden aangekondigd. Horeca ging dicht, iedereen moest thuiswerken en verder ook zo veel mogelijk binnen blijven, behalve mensen in vitale beroepen. Thank god, dacht ik, ik had al dagen het gevoel dat Nederland het allemaal wat te losjes aanpakte.

De test

Vrijdag voelden we ons allebei slechter. Inmiddels deden we wedstrijdjes “wie heeft de meeste verhoging” (B won, die ging inmiddels over de 38 graden) en verder lagen we vooral onder een dekentje op de bank grieperig te zijn. Zeer lijf, keel- en oorpijn, hoesten, moe en sloom. Net genoeg focus om een makkelijke film te kijken, te weinig om een eenvoudig spelletje te doen.

B begon zich af te vragen: moet ik misschien de GGD bellen of ze me willen testen?

Zaterdagochtend belde hij en de GGD zei: nou, dat willen we inderdaad wel. Ze zijn natuurlijk zuinig met tests, maar in zijn geval was de redenatie: als je het níet hebt kun je snel weer aan het werk, en we hebben elke arts komende tijd hard nodig.

Later die dag kreeg hij plots meer koorts (39,2 graden), viel bijna flauw toen-ie aan tafel een kom soep probeerde te eten en ik merkte aan hem dat zelfs hij, nuchter als hij is, op dat moment een beetje schrok. Voor de zekerheid gaf hij me instructies over in welke gevallen ik de huisartsenpost zou moeten bellen en wanneer de spoedlijn. Gelukkig bleek zijn koorts de volgende ochtend wat gezakt.

Zondagochtend om half 10 stonden de twee GGD-mevrouwtjes op de stoep. Wij moesten een half uur van tevoren de voordeur open zetten om de hal te luchten, en ook een stoel plaatsen zodat ze daar hun spullen op kwijt konden. Eén van de twee medewerkers hebben we niet eens gezien, die bleef in de hal terwijl de ander – ‘ik ben hier zo snel mogelijk weer weg’ – in pak en met bril en mondkapje de woonkamer in kwam en neus- en keelswaps afnam bij B. Binnen 10 minuten waren ze weer vertrokken; alle kleding en spullen lieten ze achter in een plastic zak in de hal. ‘Binnen 48 uur uitslag.’

Contactonderzoek

De volgende ochtend al werd B gebeld: de test was positief. Daarop belde hij ruim een half uur met een GGD-medewerkster, waarmee hij zijn én mijn volledige agenda doorliep om na te gaan waar en met wie we allemaal geweest waren. Contactonderzoek, noemen ze dat. Ik was natuurlijk niet getest, maar omdat we al een week samen in één ruimte zaten én ik dezelfde klachten had, sprak het voor zich dat ik het virus ook had.

Ik vond die maandag verder geen fijne dag. Een groot deel van de tijd waren we bezig met ‘corona’ om a) de mensen die we nog hadden gezien op de hoogte brengen dat we corona hebben en zij dus voorzichtig moesten zijn, b) te bellen met onze enigszins bezorgde ouders en c) (vooral in mijn geval) rustig proberen te blijven.

Want hoewel de diagnose ‘covid-19’ geen verrassing was, gezien onze klachten, vond ik het ineens toch een gek (en beetje eng) idee dat dat virus waarvan 1 op de 5 mensen in het ziekenhuis belandt, nu in mijn lijf zat. Alle horrorverhalen die ik de weken ervoor had gelezen in de krant, spookten nu door mijn hoofd en maakten me een beetje paniekerig. En voelde ik daar niet toch ineens een druk op mijn borst, benauwdheid en pijn in mijn longen?

Dankzij de saturatiemeter van B (zo’n klemmetje dat je op je vinger zet en dat de hoeveelheid zuurstof in je bloed meet) leerde ik keer op keer dat er niets ernstigs aan de hand was, mijn waarden waren en bleven prima. Ik besloot in elk geval even geen nieuws meer te lezen.

Op en neer

De dagen daarna waren vooral… tja, ze waren gewoon. We zaten binnen en voelden ons gewoon niet echt herstellen. Sterker nog, het leek wel of ik elke dag minder fit wakker werd dan de dag ervoor. B ging steeds meer – ‘s nachts schrok ik er af en toe wakker van en kon het dan even heel moeilijk relativeren – en we waren beide zó enorm moe en futloos, dat ken ik helemaal niet van griep.

Zonder grap: als we een maaltijd hadden gegeten, moesten we daar echt even van bijkomen. En nadat ik bijvoorbeeld de vaatwasser had uitgeruimd of een half uurtje met iemand had gebeld, was ik zo gesloopt dat ik meteen op de bank in slaap viel. Mijn mama stuurde ons een nieuwe legpuzzel cadeau. Nadat we daar een half uurtje aan hadden gezeten, voelde ik me slap en afgepeigerd – hoog tijd voor weer een dutje. ;-)

We sliepen dus veel, en in de wakkere uren waren we dankbaar dat we niet alleen zaten al die tijd. Verder las ik een hele stapel Harry Potter-boeken uit (lezen lukte gelukkig wel). Daarna begonnen we samen aan de films. Ook speelde ik Fable II op de X-box, dat ging wel, terwijl ik dus niet moest denken aan een bordspel.

O ja, en mijn huisarts belde nog, om beterschap te wensen (zo attent!) en me op het hart te drukken dat ik echt vooral moest bellen als ik dacht dat ik me slechter ging voelen. ‘Juist omdat je vriend in de zorg werkt’, zei ze erbij, ‘zorgprofessionals hebben de neiging vaak pas te laat te bellen. Dus ook als hij zegt dat het niet nodig is: als jij twijfelt, bel je.’ Achteraf dacht ze dat mijn buikpijnklachten misschien toch ook door het virus konden komen, ‘dat hoor ik de laatste dagen vaker’.

Schuldig

Mentaal vond ik het ook pittig. Ik voelde me bijvoorbeeld enorm schuldig naar de mensen toe die ik misschien besmet had. Het is toch een beetje alsof je bedpartners moet vertellen dat je een soa hebt opgelopen. Dat in m’n cursusgroep aanvankelijk vervelend werd gereageerd, hielp niet mee (achteraf denk ik dat dat vooral door de schrik kwam, later was iedereen overigens wel superlief!). En ik merkte dus af en toe een paniekreactie en neigingen tot hyperventilatie. Onhandig, want dan heb je juist het gevoel dat je geen lucht krijgt en dat vergroot weer de angst voor het virus.

Voor de duidelijkheid: fysiek voelde ik me niet vreselijk beroerd, maar ik was tegelijk ook niet in staat iets zinnigs te doen. En waar ik bij griep meestal 1-2 dagen ellendig ben en daarna nog een paar dagen wat uitziek, was dit een soort golf die langzaam opkwam en daarna dagenlang op-en-neer ging. Een stap vooruit, twee stappen terug, twee stappen vooruit, een stap terug.

Kortom: hardnekkig virusje. En dat blijft het, ook een kleine drie weken later nog. Gelukkig voel ik me grotendeels weer fit, ik kan weer de keuken opruimen zonder dat ik daarna wil slapen ;-), en zoals ik al schreef heb ik deze week weer wat werk opgepakt. Maar nadat dat woensdag probleemloos ging, was ik donderdag na twee uur achter mijn laptop alweer op. De rest van de dag heb ik uitgeteld op de bank gelegen.

Immuun

Poe, heel verhaal zo, hè? Ik moet zeggen dat ik bovenal héél opgelucht ben dat dit het ‘was’ – daar lijkt het althans sterk op; ik begreep dat mensen die in het ziekenhuis belanden meestal zieker worden ongeveer één week na de eerste klachten. Wij zitten nu op 2,5 dus ik maak me vrijwel geen zorgen meer.

Maar ja, jee, wat een tijd zo, hè. Voor ons allemaal dan, bedoel ik. Ik ben best benieuwd hoe de wereld eruitziet als ik straks weer naar een supermarkt ga. En hoe het dan is om anderen tegen te komen. Voordeel is dat B en ik nu in principe immuun zijn: we kunnen het virus voorlopig niet krijgen en ook geen anderen besmetten, al is daarover nog veel onduidelijk (hoe lang ben je bijvoorbeeld immuun?).

En hoewel de GGD er vanuit gaat dat je bij 24 uur klachtenvrij niet meer besmettelijk bent, neem ik liever het zekere voor het onzekere, en blijf ik komende tijd nog bij anderen uit de buurt (dat moet trouwens sowieso). Ook B merkte op dat hij tijdens het rondje naar de papiercontainer steeds zijn adem inhield en zich ongemakkelijk voelde als er mensen onze kant op kwamen, zelfs al waren die tien meter verderop.

Goed, nog even rustig aan dus en verder herstellen. Al denk ik inmiddels ook dat een dagelijkse wandeling mijn energieniveau goed gaat doen; van wekenlang alleen maar stilzitten wordt je conditie ook niet beter.

Na het weekend hoop ik in elk geval weer dat tripje naar de supermarkt te maken. Het fruit is bijna op, en de chocola trouwens ook. :-)

1+