A little bit of everything, all rolled into one

Down time

Vandaag had ik een intake bij de fysiotherapeut. Yep, weer een nieuwe fysio. Het was de eerste expert die niet één seconde naar mijn voet heeft gekeken en toch ging ik opgetogen naar huis.

M is een sportfysiotherapeut gespecialiseerd in revalidatie na langdurige blessures. Helemaal nieuw was hij eigenlijk niet voor me; jaren terug hielp hij me van shin splints af. En nadat de vorige sportfysio – waar ik in het najaar één sessie had – het liet afweten, besloot ik hem te mailen.

Het moet nou eindelijk maar eens afgelopen zijn met die peesontsteking van mij.

Nadat ik had geprobeerd de situatie uit te leggen zonder dat het verhaal ál te lang werd

in de zomer van 2018 kreeg ik pijn aan mijn enkel, daar liep ik een Tilburg Ten Miles lang doorheen dom dom dom, fysio-oefeningen haalden weinig uit, begin 2019 stelde de orthopeed de diagnose ‘peesontsteking’, meer fysio haalde een beetje iets uit, vanaf juni 2019 ging ik heel heel heel voorzichtig weer hardlopen onder begeleiding van een coach, met muizenstapjes leek dat uiteindelijk goed te gaan tot ik in december 2019 op weer op vijf a zeven kilometer zat, BAM terugval in januari 2020, gestopt met hardlopen, drie maanden weinig doen en toen gaan fietsen, dat ging goed tot ik in de zomer een week lang wat veel wandelde, BAM terug bij af, fietsen met klikpedalen sloopte de boel verder, naar de podotherapeut voor steunzolen, hielp een beetje maar niet eindeloos, naar de huisarts die er twee keer een injectie in zette en me doorverwees naar de sportfysio, die gaf me een oefenschema dat ik zes weken lang om de dag braaf volgde maar toen was die fysio ineens pleite en nu sukkel sukkel sukkel ik maar door – 

stond M op en liep hij naar het whiteboard aan de muur.

‘Ken je de Schijf van Zeven?’, vroeg hij. ‘Nee, het heeft niets met voeding te maken.’

Hij legde uit dat er iets moet zijn wat mijn herstel belemmert. Kan niet anders, je lichaam wil genezen, dus blijkbaar zit ergens een blokkade. Eye-opener: vaak is dat stress.

Stréss? Ja. Spanning. Hormonen. Iets met te veel cortisol en zo.

Kortom: niet (alleen) een fysiek probleem. Anders hadden die steunzolen, 29284 verschillende oefeningen, corticosteroïden-injecties, het stoppen-met-hardlopen, de diclofenac-zalf, Arnica-sportgel, Marmot-olie, de regelmatige yoga, stevige sneakers met goed voetbed, foamroller, voetmassages, icepacks, ijsbaden, warme kruikjes en het eindeloze wachten wachten wachten rusten heus het probleem wel opgelost.

‘Je lichaam en geest zijn één. Je kunt ze niet los van elkaar zien. Ik kan jou wel weer een mooi setje oefeningen meegeven, maar daar help ik je waarschijnlijk niet verder mee. Zeg, ben je vaak druk?’

Dit was het moment waarop terloops opmerkte dat het misschien semi-relevant was dat ik deze zomer ontdekte dat ik ADHD heb. M begon te lachen: ‘Ik vermoedde al zoiets toen ik je hoorde praten, haha! Mijn puberdochter heeft ook ADHD, ik dacht al wat signalen te herkennen…’

Kijk, now we’re talking. Iemand die snapt hoe mijn hoofd werkt. Hoe fijn is dat?!

De Schijf van Zeven, vertelde M, is een opsomming van zeven manieren om je brein gezond te houden. Samen liepen we ‘m na, en bekeken hoeveel tijd ik dagelijks besteed aan slapen, beweging, focus, reflectie, spelen, down time en verbinding met anderen.

Wacht, down time?

Ja, zei M, dat betekent dat je echt helemaal niets doet. Dat je gewoon uit het raam staart, bijvoorbeeld. Of een korte power nap houdt. Maar bij veel mensen gaat hun hoofd dan al meteen weer nadenken en reflecteren. ‘En helemaal bij mensen met ADHD’, voegde hij eraan toe met een twinkelende grijns.

En gamen dan, vroeg ik? Dat is speeltijd. Net als een boek lezen of een podcast luisteren. Zelfs mediteren of yoga is geen downtijd, meer reflectie. Ook allemaal nodig en nuttig, maar niet hetzelfde als niets-doen.

Uh, zei ik. Ik geloof niet dat ik dan ooit downtijd heb.

Misschien, zei M, was dat hardlopen voor jou wel de manier om tot die downtijd te komen. Alle onrust en energie eruit knallen, daarna bijkomen onder de douche en hup, lekker moe op de bank. eindelijk rust. Herkenbaar?

Terwijl hij dat zei vóelde ik het ineens hevig in mijn lijf. Ja, zo was het! Met fietsen kon ik het ook hebben. Een lekker lange wandeling komt eveneens in de buurt, maar die lullige blokjes door de wijk waar ik tegenwoordig toe veroordeeld ben doen natuurlijk niet veel.

Ze putten me simpelweg te weinig uit.

Goed nieuws, besloot M zijn verhaal: ‘Ik weet nog wel een boel andere vormen van sport die jou dat gevoel wél gaan geven. Neem volgende week je sportkleding maar mee. Dan gaan we aan de slag.’

2+

Terug

In de categorie ‘dingen over jezelf afroepen’: de dag nadat ik dat vorige blogje (over hardlopen) postte, had ik flink last van mijn enkel.

En vier dagen later nog steeds.

Ook het weekend erna terugschakelen (een hele rustige 5 kilometer met wandelpauzes) maakte de boel er niet beter op. Dus nu heb ik al bijna drie weken niet hardgelopen en voel ik mijn enkel nog steeds af en toe steken – vanavond ga ik voor het eerst weer héél voorzichtig een babyrondje proberen.

Balen natuurlijk, maar niets aan te doen. Gelukkig had ik de laatste weken genoeg andere dingen om me mee bezig te houden. Zo veel, dat bloggen even naar de achtergrond verdween.

Naast m’n Einderwerk was het weer tijd voor m’n vaste freelanceklus, die ik één keer per kwartaal doe: het wetenschapsverhaal van Radboud Magazine schrijven. Dit keer schreef ik over neonatologie – de zorg voor vroeggeboren kindjes – en had daarover een heel interessant gesprek met een gynaecologe. Half maart in a RU magazine near you. ;-)

O ja, en toen kwamen er tegelijkertijd nóg twee freelanceklussen op mijn pad. Beetje veel natuurlijk naast de 32 uur die ik al werk, maar het was allemaal nét te leuk om te laten schieten. Een geschiedenisdocente van de RU vroeg me om een gastcollege te verzorgen over toegepast onderzoek, én een team dat zich precies daarmee bezighoudt (Advies & Actualiteit – ik schreef hun kernverhaal en webteksten) vroeg me om hun nieuwste rapport te redigeren.

Dus ja, dat waren mijn avonden en weekenden, de laatste tijd. ;-)

OK, niet helemaal hoor. Wat er nog meer was – en is:

  • Mijn mama was een week in Nederland. Altijd fijn en tegelijkertijd ook altijd wat dubbel, want verdrietig – ik merk dat ik het confronterend vind dat ze dan ineens in mijn leven rondloopt terwijl ze daar normaal niet is. Gelukkig hadden we het vooral heel gezellig; samen thee drinken en puzzelen en thuis aanrommelen.
  • Ik werd geveld door een vervelend buikgriepje. ALWEER ja, in oktober lag ik ook al een paar dagen beroerd op bed en rond kerst was ik eveneens niet lekker. O ja en vorige week ook nog een tweedaagse migraine-aanval. Hallo weerstand, doe eens wat beter je best?! (Of: hallo Suusie, doe eens wat rustiger aan…)
  • Komende week begin ik als vrijwilliger bij de VoorleesExpress! Inmiddels ben ik aan een gezin gekoppeld, ik ga voorlezen aan A., een meisje van 5 jaar. Vanuit de organisatie krijg je als voorlezer ook enorm veel tips en ondersteuning (veel meer dan ik had verwacht!). Ik heb braaf alles doorgenomen en bekeken, en ga morgen naar de bieb om een stapel boekjes te halen. En dan: kom maar op!
  • In de categorie ‘nieuwe dingen doen’: over twee weekjes begint ook mijn wijncursus (WSET2). Daarmee ben ik nu een beetje op het punt van ‘WAAROMWILDEIKDITOOKALWEER’ maar dat is vast gewoon koudwatervrees. ;-) Komt misschien ook doordat ik de laatste tijd niet zo veel wijn drink en me eigenlijk wel lekker voel van zo’n fris hoofd. Aan de andere kant: B en ik kochten deze week wél eindelijk een Coravin, dus het is ook niet alsof ik ineens geen wijnsnobliefhebber meer ben…

Goed, met al die dingen die er zijn en alle vage verdriet die ik ergens daaronder voel kolken, merk ik opnieuw de verleiding om te gaan rennen, nog meer en harder en voller en drukker. En vooral: om de ‘stille’ momenten te vermijden, direct weg te duiken in mijn telefoon/met een reep chocola/computerspelletje/glas wijn.

Jee, wat zit dat escapisme er toch diep in hè.

O ja, over die telefoon gesproken: vorige week zat m’n schermtijd weer over de 2 uur per dag en dat bevalt me helemaal niet. Wél nog een goede tip die ik van iemand kreeg: zet je scherm op zwart-wit. Op de iPhone doe je dat via de instellingen: Toegankelijkheid > Weergave en tekstgrootte > Kleurfilters.

Ik heb het nu al een week of drie zo, en als ik ‘m héél soms terug op kleur zet, schrik ik er gewoon van hoe KNAL die kleuren eigenlijk zijn. Jee, wat een prikkels – en daar zijn we blijkbaar massaal met z’n allen zo aan gewend dat we het niet meer zien…

Zo zeg, nu ik eenmaal aan het schrijven ben denk ik: wat heb ik eigenlijk veel te vertellen, zelfs ‘hier wegblijven’ was misschien ergens escapisme, stiekem zit het er allemaal wel.

Ik wil namelijk ook nog vertellen over mijn hernieuwde status als vegetariër (korte versie: bevalt goed!), over dat ik weer ouderwets Harry Potter aan het lezen ben (over verdwijnen in verhalen gesproken, haha – maar is leuk!), dat ons huis eindelijk min of meer af is (alleen nog wachten tot de gordijnen van de studeerkamer worden geleverd), dat ik nu al een half jaar Facebook- en Instagramvrij ben (en het oprecht niet mis in mijn leven!) en dat de reisplannen die B en ik later dit jaar hebben misschien een beetje worden gedwarsboomd door het coronavirus (maar misschien moet ik dan binnenkort eerst eens überhaupt vertellen over die plannen).

Goed, genoeg voor nu, later weer meer.
Er komt een redelijk rustig SUUSWEEKEND aan, dus wie weet.

0

Pees

‘Til je tenen eens op’, zei de orthopeed. Hij stond achter me en bestudeerde nauwkeurig mijn gewiebel op m’n hielen. Daarna moest ik gaan zitten op de onderzoeksbank. Hij voelde en sjorde, bewoog m’n tenen op en neer en drukte op allerlei plekjes rond m’n enkel.

‘Doet dit pijn?’
‘Neuh.’
‘En dit?’
‘Oef, já!’

Het probleem zit in je pees, concludeerde hij na vijf minuten. ‘Een ontsteking. Die pees loopt van je grote teen via de binnenkant van je enkel naar de buitenzijde van je kuit. Bij jou is ‘ie erg kort.’

Hardlopen, dat ging drie jaar lang probleemloos. Nou ja, als ik echt té hard of té ver ging, wilde m’n oude scheenblessure nog wel eens opspelen. Paar dagen rust dan en hup, daar kon ik weer. Ik liep sneller en verder dan ooit; vier halve marathons, een berg 5- en 10-kilometerwedstrijden en vooral heel veel heerlijke rondjes door het bos en langs het water.

Tot ik afgelopen zomer in Frankrijk na een paar heuveltrainingen iets voelde in mijn rechterenkel. Hm, besloot ik toen het eenmaal thuis bleef zeuren; toch maar even langs de fyiso. Die dacht aan overbelaste enkelbanden, ‘je mag wel hardlopen maar forceer het niet’. Tja, en toen gingen die Tilburg Ten Miles zó lekker, dat ik misschien een béétje negeerde dat ik m’n rechtervoet de laatste tien kilometer best voelde. Ach, zó veel pijn deed het niet en die twee dagen strompelend op kantoor waren m’n droomtijd van 1.25 wel waard, vond ik.

Inmiddels ben ik daar niet meer zo zeker van. Terwijl ik in het najaar steeds minder kilometers rende gingen de rondjes méér pijn doen, tot ik nauwelijks drie minuten kon lopen zonder steken te voelen – en dan niet in m’n zij. Tegen de tijd dat ik bij de specialist zat, moest ik zelfs een uurtje fitness bekopen met een paar dagen pijn.

‘FHL-tendinopathie bij functionele hallux’, krabbelde de orthopeed in doktershandschrift op een A4’tje. Vrij vertaald: hardlopen, schrijf dat voorlopig maar op je buik.

0