A little bit of everything, all rolled into one

Ook de herbivoor drinkt graag een glas rood

Lieve sommeliers, wees eens wat vrijgeviger naar vegetariërs! Laatst at ik bij een sterrenrestaurant en ik durf het bijna niet te zeggen, maar het wijnarrangement viel me behoorlijk tegen. Niet dat ze niets lékkers schonken, hoor. Afzonderlijk waren alle glazen van topkwaliteit.

Het was alleen allemaal nogal veel van hetzelfde. Waar mijn vleesetende tafelgenoten een prachtig palet aan wijnen bij hun gangen kregen, had ik vijf keer wit in mijn glas. Nu houd ik enorm van witte wijn, en ik weet dat een Portugese alvarinho en een viognier uit Sonoma Valley mijlenver uiteenliggen – niet alleen topografisch. Maar als ik zes uur lang zit te dineren, begin ik me op een gegeven moment ook best te verheugen op een glas rood.

En dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Als nieuwbakken planteneter heb ik regelmatig het idee dat ik maar een postzegel van de wijnkaart te proeven krijg. Stevig rood is sowieso uit den boze, lijkt het wel; als ik het lief vraag, wil de gastheer van dienst me wel een spätburgunder schenken, maar daar houdt het dan ook mee op.

Ik kan me de schroom trouwens wel voorstellen hoor. Groenten, peulvruchten en paddenstoelen spelen als het om wijn-spijs-combinaties gaat nog vaak een bijrol. In de meeste Europese gerechten voeren dierlijke producten de boventoon. En basisregel bij wijn-spijs is nu eenmaal dat de twee elkaar in balans moeten houden. Overheerst de wijn, dan proef je het eten niet meer. Gevolg: stevige rode wijn bij rood vlees, lichter rood of vol wit bij gevogelte, houtgerijpt wit bij vette vis en romige sauzen. Rioja met lam of rauwe ham, sancerre met geitenkaas. En groente, tja, daar kan dan het beste wat lichts bij.

Lees ook: 7 dingen die ik leerde over wijn en spijs.

Maar wat als je niets eet van een dier? Vegetariërs, zo was lange tijd het culinaire oordeel, zijn toch ietwat Spartaanse deugmensen die zich aan tafel simpelweg moeten aanpassen. Ben je veganist, dan mag je blij zijn als er überhaupt iets te eten voor je is.

Maar jongens, het is 2020. Steeds meer Nederlanders eten gedeeltelijk of helemaal plantaardig – zien in elk geval het belang daarvan. Horeca en supermarkten springen in op die trend; zo verdubbelt Albert Heijn dit najaar z’n assortiment veganistische producten. Toch lijkt het of het gros van wijnkenners nog altijd denkt dat een herbivoor per definitie minder culinair onderlegd is. Laat staan dat-ie zin heeft in een interessant glas bij z’n maaltijd.

Een beetje ouderwets, als je het mij vraagt. Vegetariërs anno 2020 zijn bij uitstek levensgenieters. Júist, zou ik willen zeggen, want ze proberen hun leven zó in te richten, dat de aarde voor ons mensen nog een tijdje bewoonbaar blijft. Tijd voor een toekomstbestendige wijn-spijsleer, met plantaardig voedsel op de eerste plaats.

Kijkend naar de wijn-spijscombi’s die nu worden gemaakt, lijkt de aanname dat vegavoedsel altijd licht, fris, knapperig en weinig rijk van smaak is. Maar de plantaardige keuken is zó veel meer! Gooi die aubergine lekker een uur in de oven, rooster je paprika’s en kijk wat een smaak er vrijkomt. Stoof kikkererwten met flink veel kruiden, verwonder je over de textuur van gemarineerde tempeh. En durf daar wat stevigs bij te schenken.

Lees ook: Malbec – krachtpatser met twee gezichten.

Weet je, het is heel simpel: ik weiger om nooit meer zinfandel te drinken, omdat daar nu eenmaal ‘vlees bij hoort’. Om Portugese knallers aan me voorbij te laten gaan, omdat er teveel tannines in zitten als je ‘m zonder dierlijk eiwit serveert. Want het kan wél. Paddenstoelenrisotto smaakt voortreffelijk bij rode bourgogne. Carménère combineert prima met een kruidige Indiase curry. Malbec heeft heus geen vlees nodig, zolang je maar iets anders serveert dat voldoende eiwit en vet bevat om de tannines te verzachten. En gevulde portobello’s kunnen zelfs een pittige nebbiolo aan.

Kortom, de wereld van wijn en plantaardig eten ligt voor ons open. Ik heb superveel zin om dat braakliggend terrein te verkennen. Beste sommeliers, doen jullie mee? Dan verheug ik me alvast op m’n volgende wijnarrangement.

1+

Kijk je dagelijks meer dan een half uur op je smartphone, luister even naar Simon Sinek

Lieve mensen onder de 35 jaar: als je vandaag – nee, wat zeg ik, deze maand! – één YouTube-video kijkt, laat het dan onderstaand fragment zijn.

Men, deze man zegt rake dingen. Over leven, werk, liefde en je smartphoneverslaving (en wat dat allemaal met elkaar te maken heeft). Ik vind het bij vlagen akelig herkenbaar.

Eergens is dat ook een opluchting. Misschien ben ik niet de enige die af en toe het gevoel heeft dat het leven aan me voorbijgaat. Die ongeduldig is en altijd meer wil, altijd op zoek is naar iets diepers maar het niet lijkt te kunnen vinden.

Voor wie geen 15 minuten tijd heeft of nog even overtuigd moet worden, hier een aantal sterke fragmenten.

“We’ve all had that moment when we feel a little down and lonely. So we send out ten texts to ten friends, because it feels good to get a response. That’s why we count the likes, that’s why we go back ten times to see if [someone’s commented on our post]. (…) It’s because when we get likes, it releases dopamine. So it feels good.

“So there’s an entire generation that has access to a very addictive, numbing chemical – dopamine – through social media and cellphones, while they’re going through the stress of adolescence.”

“Too many kids don’t know how to form deep, meaningful relationships. They have fun with their friends, but they don’t count on them, because they know their friends will cancel on them when something better comes along.”

“It’s about balance. There’s nothing wrong with social media and cellphones, it’s the imbalance. If you’re sitting at dinner with your friends, and you’re texting someone who’s not there….that’s a problem. That’s an addiction. If you’re sitting in a meeting with people you’re supposed to listen to and speak with, and you have your phone on the table – face-up or face-down, I don’t care – that sends a subconscious message to the room: you are just not that important to me. And the fact you cannot put it away, is because you are addicted.”

“If you wake up and check your phone before you say good morning to your girl- or boyfriend or spouse, you have an addiction. And like with all addictions, in time it will destroy your relationships.”

“Now add the sense of impatience. You want to buy something, you go on Amazon and it arrives the next day. You want to see a movie, log on and watch a movie. You want to see a tv-show: binge! You don’t even want to wait a week for the next episode. You don’t even have to learn to date, you just have to swipe right. Everything you want, you can have instantaneously. Instant gratification. EXCEPT job satisfaction and strength of relationships. There ain’t no app for that. They are slow, meandering, uncomfortable, messy processes.”

“What this young generation needs to learn is patience. That some things that really, really matter, like love, or job fulfillment, joy, love of life, self-confidence, a skill set…all of these things take time. The overall journey is long and difficult.”

“The best-case scenario is that they never find joy, deep fulfillment in work or in life. Everything’s just ‘fine’, nothing more.”

“Trust doesn’t form in an event, in a day. It’s a slow, steady consistency.”

“When I go out with my friends, we leave our phones at home. Maybe one person will bring it, to call a cab or take a picture of our meal. But when you just say “don’t look at your phone” [it’s not enough]. Because when you go to the bathroom, what’s the first thing you do? Because we don’t want to look around the restroom for a minute and a half. But if you DON’T have the phone, you can just… enjoy the world. And that’s where ideas happen.”

—–

Ja, vooral dat laatste is zó waar – en een van de redenen dat ik zo baal van mezelf de laatste tijd. Want die kleine momentjes, die leegtes waarin iets nieuws kan ontstaan, waar ik mijn gedachten de vrije loop kan laten…. Die heb ik grotendeels wegbezuinigd. Er is altijd wel een appje te beantwoorden (en anders stuur ik er zelf een; gebruik genereert gebruik), altijd wel een nieuwe Facebook- of Instagrampost te lezen.

Eigenlijk doe ik mezelf daarmee enorm tekort. En soms ben ik bang dat er een moment gaat komen, waarop ik zo ontzettend veel spijt heb dat ik mijn twintiger jaren heb ‘verspild’ als schermzombie. LIFE IS NOW. So go, live it. It’s out there.

Leuk gezegd, maar wat kun je doen? Waar kun je nú mee beginnen?
Deze 3 dingen helpen mij enorm:

  • Wat Sinek ook zegt: koop een wekker. En leg je telefoon ‘s avonds in de woonkamer aan de lader in plaats van naast je bed. Ik kocht laatst voor vijf euro dit geweldige IKEA-dingetje, beste aankoop van het jaar. Heeft ook nog een timer (voor m’n dagelijkse plank-sessie) en een thermometer (weet niet zo goed wat ik daaraan heb, maar toch grappig).
  • Installeer een app die je telefoon blokkeert tijdens bepaalde uren op de dag. Ik gebruik QualityTime. Die houdt ook bij hoeveel uur ik dagelijks m’n telefoon gebruik; da’s regelmatig best confronterend. ;-) En eigenlijk nog beter: laat je telefoon tijdens werkdagen in je jaszak zitten, neem hem niet mee naar je bureau.
  • Ga je een dagje weg of op vakantie, laat dan je telefoon thuis. Een dag, weekend, week of drie weken; een paar keer per jaar een (mini-)detox helpt ontzettend om even ‘terug’ te komen bij waar het werkelijk om gaat.

PS. Overigens ben ik het niet op alle punten met Sinek eens; het stuk waar hij grote bedrijven de schuld geeft (op het eind),  haak ik een beetje af. Wat vinden jullie van zijn betoog?

 

0