• I Do/Don’t Want A Lot For Christmas

    I Do/Don’t Want A Lot For Christmas

    Zuchtend sloeg ik het kookboek dicht. Hoofd vol, ideeën op. Wat moeten we nou voor lekkers maken met kerst?

    Na een kwartier praten met B daalde het besef dat ik weer eens in m’n eigen valkuil was gelopen. In mijn hoofd is Het Kerstdiner namelijk iets waarvoor je per definitie uren in de keuken moet staan. En het bestaat uit exclusieve gerechten die je nooit eerder hebt gemaakt.

    Misschien niet vreemd dat ik dat beeld heb. Loop een willekeurige supermarkt in of sla een magazine open en de boodschap (haha) is duidelijk: Kerstmis = veel en luxe eten. Maar sinds ik met B ben, leer ik dat het ook anders kan. B houdt namelijk niet van koken, niet van eindeloze familie-aangelegenheden en al helemáál niet van dingen die je ‘hoort’ te doen. Dus vorig jaar op Tweede Kerstdag aten wij gewoon vegetarische hamburgers. Het jaar ervoor ook.

    En eerlijk? Dat is best relaxt. Maar ergens voelt het karig. In een hoekje van m’n brein zit een stemmetje dat roept dat het niet genoeg is. Dat we toch niet voor niets het hele jaar zo hard hebben gewerkt. Dat we het er nu eens lekker van mogen nemen. Hup, overdaad, keihard genieten.

    Tegelijkertijd realiseer ik me dat het minstens zo genieten is als je even helemaal niets hoeft. Als je gewoon die drukke supermarkten kunt skippen. Trouwens, we hebben sowieso al twee kerstdiners elk jaar – eentje met B’s ouders, eentje met een groep vrienden. Soms komt daar nog een diner met mijn vader bij. Hoezo ‘even helemaal niets’?

    Ook die kerstavonden bij B’s ouders leerden me dat kerst helemaal niet om eten hoeft te draaien. We koken altijd licht en vegetarisch – oké, behalve dan de pavlova toe. Toegegeven, afgelopen jaren stonden zijn moeder en ik een groot deel van de dag samen in de keuken. Maar dat was vooral op ons gemakje wat kook-projectjes doen. Verder bestaan de avonden uit gezelschapsspelletjes, soms tot diep in de nacht. En als je je even terug wilt trekken met een boek op de bank, kijkt niemand daar raar van op.

    Lang verhaal kort: ik snap wel dat er mensen zijn die een hekel hebben aan kerst (zoals de bedenker van dit blogonderwerp, hoi S!). In veel families liggen er behoorlijk wat verwachtingen op het hele gebeuren. Misschien wel zo veel verwachtingen zelfs, dat het oorspronkelijke doel van zo’n diner – samenzijn, vieren, met respect voor elkaar – ondergesneeuwd raakt. Waardoor iedereen al preventief doodop is van de heisa.

    Kunnen we het niet gewoon weer een beetje simpeler maken?

    JA, roept een deel van mij.
    BOEH NEE, reageert een ander deel.

    Want ja, dat is het dubbele: ik vind het ook léúk, die uitgebreide diners. Met z’n allen samen aan tafel zitten. Het jaar doornemen. Genieten van goed voedsel dat met liefde is bereid. Bijzondere wijn drinken. Bovendien: dit jaar komt mijn broer (uit Zweden) bij ons. Dat is in geen jaren gebeurd, dus ga ik hem dan gewoon een simpele pasta voorschotelen?! Ik heb het gevoel dat ik dat niet kan maken.

    Gisteravond gingen we er nog eens samen voor zitten. We pakten het kookboek Veganista erbij (kwestie van afbakenen: 1 kookboek gebruiken) en eigenlijk waren we er al heel snel uit. Eerste Kerstdag maken we zélf Italiaanse burgers, Tweede Kerstdag een gerecht met paddenstoelen in romige sherrysaus en ovenaardappeltjes met rozemarijn. Lavataartjes (dit vegan recept is goed) en affogado al caramello di caffè als desserts, jammie. Goed glas rood ernaast, top. Mooie balans tussen ‘feestelijk’ en ‘niet te ingewikkeld’.

    Ik krijg er wel zin in.

    2+