Skip to content

SUUS LOOPT #Marikenloop2016: het verslag

Maandagochtend. Ik zit aan tafel bij vrienden in Nijmegen (na de Marikenloop ben ik hier blijven slapen, want heb straks nog een afspraak in de stad), eet handjes cruesli en drink glazen water. En mijn benen, o mijn benen voelen alsof ik gisteren een halve marathon heb gelopen.

Niets is minder waar, er stond gisteren 5 kilometer op het programma en geen meter meer. Maar intens, dat was het! Gisteren schreef ik op de valreep al dat m’n voorbereiding niet helemaal volgens plan was verlopen, dat ik het idee van een PR had laten varen… O jongens, spoiler: ik heb al mijn eigen verwachtingen overtroffen. Hoe dat ging? Lees gauw verder!

MARIKENLOOP 2016: KLAAR VOOR DE START…

Goed, de trein reed dus Nijmegen binnen en ik stapte over op het bomvolle boemeltje naar Heyendaal. Propvol loopsters, wat was dat een kippenhok. ;) Ik zou vandaag gaan lopen met AnneliesJudith en haar zus Linda. Terwijl zij vooral nerveus waren over de afstand, hield ik me meer bezig met de vraag of mijn schenen zich goed zouden houden en of het zou lukken om onder de 27 minuten van vorig jaar te komen. Je vindt altijd wel een reden om te stressen. ;-)

We hadden het geluk dat Linda vlakbij de universiteit woont, waar de start van de Marikenloop is. Ik kon dus mijn tas bij haar laten, nog een beetje chillen en rustig omkleden. Ze had zelfs bananen-bosbessencake gebakken, die zo lekker rook dat we allemaal moeite hadden om er vanaf te blijven (maar ja, lopen met een baksteen cake in je maag is niet zo lekker).

suusiemrklp

12:15 uur, tijd om richting start te wandelen. In een lange sliert lopers liepen we naar het Gymnasion. Ik had een kleine tas mee met water en een vest voor na de finish (het was een graad of 19 en regenachtig en ik weet dat ik na afloop van een wedstrijd altijd snel afkoel), legde die dus even weg en toen was het ineens al tijd om de rest gedag te zeggen. Zij startten in startvak Geel (net als ik vorig jaar), ik was ditmaal ingedeeld in Blauw (na het Rood van de toploopsters het eerste startvak, wow!).

Ik deed nog een beetje mee met de gezamenlijke warming-up – toch bijzonder, een groot veld met een paar duizend loopsters die allemaal tegelijk hetzelfde dansje doen! -, checkte m’n Spotify en Nike Running-app en daar gingen we al.

KM 0-1 

Start! Ik liep onder een boog door, begon te rennen, de hoek om en… O wacht, we moesten eerst nog een stukje lopen naar de échte start. Hmpf. Vanwege het vluchtelingenkamp in Heumensoord was de start een klein stukje naar voren geplaatst; de route door het bos liep om de opvang heen en anders zou de route te lang zijn.

Nu dan toch: START! Hé, een paar honderd meter na de start zag ik Chaim langs de kant staan, met wie ik in maart nog samen de Stevensloop liep. Ik zwaaide naar hem – en door.

De eerste kilometer was het een beetje zoeken naar het tempo: niet te langzaam van start (je hebt immers maar vijf kilometer om je tijd in neer te zetten), maar ook niet te snel (vijf kilometer is verdraaid lang als je uitgeput bent). Af te lezen aan mijn app had ik een prima pace, tussen de 5’15 en 5’25 per km. Om m’n tijd van vorig jaar te overtreffen, zou ik sneller moeten lopen dan 5’23. En om een écht PR neer te zetten, zou ik 5’11 moeten lopen.

Toen ik de eerste kilometer in 5’14 bleek te hebben gelopen, ontsprong een vonkje hoop in mijn hoofd: zou dat dan misschien tóch lukken?

KM 1-2 

Zo liep ik het eerste stuk een beetje door: niet te snel, niet te langzaam, steeds schattend of dit een tempo zou zijn dat ik nog vier kilometer vol zou houden. Liever op het eind wat energie over en versnellen, dan op de helft compleet stuk.

Goed rechtop lopen, zo rustig mogelijk ademen (neus in, mond uit) en ontspannen lopen. Dat ging best goed: we liepen intussen het bos in en het was lekker om een beetje naar boven te kijken naar de hoge bomen waar ik tussen liep.

Bij kilometer 2 was de waterpost. Ik pakte snel een bekertje, dronk een paar slokken en gooide de rest weg.

KM 2-3

De hoek gingen we om, achter de grote witte tenten van Heumensoord door en daarna weer terug richting stad. De helft, ik ben al op de helft, hield ik mezelf voor. Vanaf dit punt begon het toch wel wat zwaarder te worden. Mijn pace was ook iets gezakt, hoorde ik na 3 kilometer in mijn oor: ik liep nu gemiddeld 5’20 per minuut.

KM 3-4

Bij sommige wedstrijden probeer ik een groepje lopers vlak voor me bij te houden, om me aan hen op te trekken. Dat deed ik nu ook, maar ik kon niemand vinden wiens tempo ik langer dan 100 meter prettig vond. Nog steeds haalde ik regelmatig lopers in, wat me nieuwe energie gaf. En die was nodig, want woei, nog ruim 1800 meter…

Ik wist dat zodra we het bos uit kwamen, het alleen nog maar één lange rechte weg was terug naar het Gymnasion. Maar van vorig jaar wist ik ook dat die weg nog verdraaid lang was. ;) Four kilometers completed. Time: 21 minutes, 4 seconds.

Wow, realiseerde ik me nu ten volle: als ik nu niet verslap, loop ik een PR! Snel rekende ik in mijn hoofd: om beneden de 25:58 te komen moest ik de laatste kilometer lopen in 4 minuten en 56 seconden. Best snel, maar niet onmogelijk – in trainingen loop ik de laatste kilometer wel vaker onder de 5 minuten per kilometer (= 12 kilometer per uur).

OK Suusie, sprak ik mezelf toe. Niet opgeven nu.

KM 4-5

Jongens zeg, die laatste 800 meter waren zwáár. WAAROM WILDE IK DIT IN GODSNAAM OOK ALWEER, vervloekte ik mezelf terwijl ik over de Heyendaalseweg liep, de finish nog niet in zicht. WAAROM MOEST IK ZO NODIG SNELLER WILLEN LOPEN. IK GA GEWOON WEER LEKKER LANGE RUSTIGE DUURLOPEN DOEN, F*CK DEZE SHIT.

Wat niet hielp, is dat mijn Spotify op de een of andere manier was uitgevallen en ik dus zonder muziek liep. Weinig afleiding dus, m’n lijf voelde zwaar en de verleiding was groot om te gaan wandelen. Harder kon ik ook niet, ik wist niet zeker of ik dan zou gaan flauwvallen, kotsen of allebei. ;-) Maar ja, wandelen zou betekenen dat er zeker geen PR in zat en ik wist dat ik daar de rest van de dag van zou balen.

Bovendien: wie gaat er nu wandelen als ‘ie aan alle kanten wordt toegejuicht door publiek?

Daar was het 200 meter-bordje al. Het laatste stuk tot de finish leek wel een eeuwigheid te duren. Ik zag de klok lopen, perste er een laatste restje energie uit, haalde nog twee mensen in, en…. FINISH!

NA DE FINISH hurkte ik vrijwel meteen neer en knielde langs de kant bij een hek. Ademen nu, rustig. Gelukkig duurde het niet lang voor ik weer gewoon op m’n benen kon staan. Ik liep door het finishgebied, nam dankbaar een flesje water en m’n medaille in ontvangst en ging even rustig zitten bijkomen op een stoeprand. Een PR? Net wel of net niet – m’n app zei van wel, maar ik had hem iets te laat aangezet en daardoor ook net geen 5 kilometer gelopen volgens Nike.

O, daar was m’n finish-sms al! In 1 klap waren alle pijn en innerlijke strijd verdwenen:

Susanne Geuze is de 5 km van de Marikenloop gefinisht. Netto eindtijd is 25:40.

Woooooooh! 25:40 min! Dat is dik onder de 27:01 van vorig jaar én ruim onder m’n vorige PR van 25:58.

De tevredenheid die ik hierover voel, is niet te beschrijven.

appj
Omdat ik volgens m’n app dus net geen 5 kilometer liep, staat de laatste kilometer er niet bij. Simpel rekensommetje leert dat ik die in 4’36 liep – dat is dan meteen mijn snelste kilometer ooit.

Nu is de cirkel rond. Een jaar geleden was de Marikenloop mijn eerste hardloopwedstrijd; nu liep ik hem opnieuw, inmiddels veel loopervaringen rijker.

Goed, terug naar de wedstrijd. Zodra ik een beetje was bijgekomen, haalde ik m’n tas op (ik kreeg het inderdaad koud) en ging staan wachten op de rest. Zij waren pas later gestart, dus uiteindelijk duurde het zo’n drie kwartier voor ik iedereen vond. En met geweldig nieuws: we hadden allemaal een PR gelopen! Wat ben ik trots op die meiden. En wat leuk om dit samen te beleven.

Na afloop konden we douchen bij Linda, een paar uur met de benen omhoog en we eindigden de dag met goeie hamburgers van Wally (of in mijn geval: de zwarte bonenburger met blauwe kaas, nom).

wally

wallyburg

Meer dan verdiend, nietwaar?

En nu, nu wil ik natuurlijk een tijd onder de 25 minuten neerzetten. Maar hoe dan? Ik heb het gevoel dat ik daarvoor écht een tandje bij moet zetten qua trainingen. Het verschil tussen 31 en 30 minuten is per kilometer veel minder groot dan dat tussen 25 en 24 minuten.

Toch lonkt natuurlijk altijd de volgende uitdaging. Al heb ik ook best zin om weer wat meer op afstand te trainen. En dat komt goed uit, want samen met Eline loop ik volgende week 15 kilometer tijdens de Loop van Leidsche Rijn.

Wie doet er ook mee?

 

 

Laat als eerste een reactie achter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.