Skip to content

Suus loopt: CPC 2016

Zondag 6 maart liep ik mijn eerste halve marathon. Hieronder het verslag – no hype, no glam, gewoon een hoop geklets ;) 

A. dre. na. line. Maar echt. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik al dágen tevoren last had van zenuwkriebels. In mijn ogen waren de omstandigheden allesbehalve ideaal: al een paar weken had ik bij lange(re) duurlopen steeds last van mijn knie en scheen. Daardoor had ik in februari niet ontzettend veel meer getraind (56 km, tegenover 101 km in januari en 82 km in december).

Bovendien had ik een paar intense weken achter de rug op m’n werk. En dan was de weersvoorspelling ook nog eens om te huilen: temperaturen rond het vriespunt, grote kans op regen. Terwijl ik tijdens al die gure trainingen in januari juist steeds zo had gehoopt dat het op race day zonnig en licht zou zijn…

Natuurlijk maakte ik me weer eens zorgen voor niets… Suusie, wanneer leer je dat nou toch? ;)

OK, let’s go. The big day!

halve M

IN HET STARTVAK

Op station Utrecht Terwijde was ik niet de enige met felgekleurde sportschoenen. En naarmate de sprinter Den Haag Centraal naderde, kwamen er steeds meer lopers bij: ik las nog even rustig Volkskrant Magazine, at een banaantje en probeerde niet al te zenuwachtig te zijn. De liefste T. was zo’n held om vandaag mee te gaan als mental support (en bagagedrager, ghehe ;)).

Maar zover was het nog niet: eerst liepen we samen naar het Malieveld en zochten mijn startvak. Ik liep nog wat te hannesen met kleding (wel/geen Buff of hoofdband om, startnummer over of onder m’n windjackje) en daarna zeiden we elkaar gedag – hij: SUCCES!, ik: AAAAH – en liep ik het startvak in. Natuurlijk wilde ik het T. niet aandoen om 2,5 uur buiten langs het parcours te staan, dus terwijl ik zou gaan lopen, kon hij lekker een koffietentje opzoeken met zijn laptop.

Ik verwachtte nog minstens drie kwartier te moeten wachten, omdat er drie startgolven waren en ik in de laatste zat. Om half 3 klonk het eerste startschot; tot mijn verbazing mochten wij nog geen tien minuten later al richting startlijn. Shit, dat ging snel! Enigszins gespannen prutste ik met m’n telefoon om de Nike-app en Spotify aan te zetten. In de laatste minuut voor de start besloot ik tóch om met trillende handjes m’n nummer over het windjackje te spelden, in plaats van op het shirt daaronder.

3, 2, 1 – bám, daar gingen we.

KM 1-8

Ik ben op weg! Ik loop hier echt! Vrijwel meteen voelde ik een enorme verbondenheid met mijn medelopers – wij gaan toch mooi wel met z’n allen deze afstand rocken.

Uh, behalve dan… dat ik al druk op mijn blaas voelde toen ik de start over ging. Shit, wat nu? Een dixi vinden en dan kostbare minuten laten wegtikken? Of toch maar gaan en dan de rest van de tijd lekkerder lopen? Ugh. Uiteindelijk besloot ik maar door te lopen tot het écht niet meer zou gaan.

Intussen brak de zon door, ik zag blauwe lucht en langs de kant stonden veel mensen. Verderop danste de vlag van de 2:00-pacers; daar kon ik ver achter blijven, stelde ik mezelf gerust. Want één ding moest ik echt in de gaten houden: niet te snel starten. Bij KM 2 hoorde ik tevreden hoe mevrouwtje-Nike m’n tempo in mijn oor fluisterde. Average pace: six point twenty-four per kilometer. Prima de bima. OK, nog maar negen keer dit stukje en dan ben ik er al bijna. ;)

Ik besloot in mijn hoofd de race op te delen in drie stukken: 8 km, 8 km en 5 km. Eerst maar eens in rustig tempo bij de eerste 8 zien te komen, dan zien we wel weer verder. En steeds vroeg ik mezelf: heb ik hier nog plezier in? Lichtelijk tot m’n eigen verbazing kon ik telkens antwoorden: JA, JA. Woei, wat was dit leuk.

Op dat moment – rond km 4 – liepen voor me een paar vrouwen in een turquoise shirt. Op de achterkant stond: EVERYTHING YOU NEED IS ALREADY INSIDE. DON’T THINK, JUST RUN. Ja, zo is het, dacht ik met een glimlach. De stapel pannenkoeken die ik vanmorgen heb gegeten, de trainingen die ik afgelopen maanden liep, het is genoeg. Niet bang zijn dat ik het niet red, ik kan deze shit. (Echt, hardlopen is zo’n mentaal ding.)

Bij km-5 was de eerste waterpost. Hoewel ik me nog niet dorstig voelde, dronk ik al wandelend toch een half bekertje leeg. De fysio had me op het hart gedrukt écht goed te drinken, ook als het geen dorstig weer is; je verliest wel degelijk een hoop vocht en van uitdroging ga je je slechter voelen. En inderdaad, toen ik weer begon te rennen merkte ik dat de paar slokken inderdaad goed deden.

KM 8-16

Inmiddels had mijn hardloop-app een kleine foutmarge opgebouwd; eight kilometers completed, hoorde ik in mijn oor, maar het 8 KM-bordje zag ik pas in de verte. Ach, niet erg, ik heb tenminste een richtlijn.

We liepen over een brede laan, daarna een rondje door de wijk. Op veel plaatsen stonden kinderen met uitgestoken hand, uitnodigend om te low fiven. Ik had energie voor tien en speelde hun spelletje mee, waar ik nog vrolijker van werd. M’n tempo begon langzaam te stijgen, ik zat nu op 6’14 gemiddeld.

Toen de tweede waterpost in aantocht was, besloot ik een Dextro’tje te nemen. Dat pakje had ik in mijn jack gestopt voor het geval dat; ik kauwde gauw het snoepje stuk en kon er meteen een bekertje water en een beker AA-drink achteraan nemen. Het bleek een prima ritueel dat ik vanaf dit moment bij elke waterpost (elke 4-5 km) herhaalde. Suikersnoepje, water, AA-drink, en door. 

Plotseling was ik de 10,5 kilometer gepasseerd. Woah, op de helft al! Wat gaat dit hard zeg. Ineens moest ik aan T. denken; ik had hem gezegd dat ik waarschijnlijk rond half zes zou finishen, maar omdat de start veel sneller kwam zou dat nu bijna een uur eerder zijn als ik dit tempo kon volhouden. Ik besloot hem te bellen en toen hij opnam, merkte ik pas goed hoe euforisch ik was. HALLO LIEFJE, IK BEN AL BIJ KILOMETER ELF EN IK HOEF NOG MAAR EEN UURTJE!, riep ik vrolijk. lk kreeg een afwezig geluid terug van iemand die druk aan het werk was (‘huh, wat, finish?’), raakte enigszins gefrustreerd dat hij m’n blijdschap niet leek te begrijpen – ‘IK LOOP HIER ZO LEKKER MAN HET IS ZO LEUK’ – maar uiteindelijk kwam de boodschap over: hij zou proberen op tijd bij de finish te staan. ;)

Average pace: 6’07 per kilometer. Bij kilometer 12 hoorde ik: HUP SUSANNE! Gevolgd door een verbaasde kreet: ‘Hé, jij bent die van dat shirtje!’ Ik liep al door en besefte toen dat het ‘t meisje van de Run2Day Den Haag was, waar ik vrijdagmiddag nog even mee had staan praten toen ik m’n laatste aankopen deed. Gauw wierp ik een blik over m’n schouder, grijnsde, stak m’n duim op en zag haar vanuit mijn ooghoek hetzelfde doen. Zo leuk! En voor ik het wist was ik alweer een kilometer verder.

Ik had het al een aantal kilometer lang flink warm, maar kon niet makkelijk iets uit doen (had ik dat startnummer tóch onder de bovenste laag moeten spelden?). Ineens merkte ik dat de wind frisser werd. We moesten nu al vlakbij zee zijn… en inderdaad, na nog een paar bochten om liep ik plots over de boulevard. In de verte zag ik al de Pier van Scheveningen. Blauwe lucht, golvende zee met schuimkoppen (en oké, in de verte een paar olietankers ;)), en voor me een lange golf van kleurige lopers in felle kleding.

Het stukje over de boulevard – tussen km 15 en 16 – ging heuvelopwaarts. Hier en daar zag ik mensen wandelen. Bij mij ging doorrennen nog prima, maar ik besloot wel niet te hard van stapel te lopen, want het waaide ook flink.

Tussendoor bedacht ik dat de druk op m’n blaas, die ik de eerste 8 km nog zo had gevoeld, totaal weg was. Profit!

KM 16-19

Zestien kilometer gehad! Nog nooit liep ik zo lang in een wedstrijd. Nog maar vijf te gaan – en nu gingen we een stukje omlaag. Ik sprintte een stukje, haalde hier en daar mensen in, maar merkte ook dat ik langzaam vermoeid begon te raken. Nog een half uurtje!

Kilometer 17 was er weer een waterpunt. Nu dronk ik het hele bekertje leeg, maar stoppen deed ik niet meer. Kilometer 18 ging top, maar daarna werd het zwaarder. Kom op, nog minder dan 3 te gaan, riep iemand langs de kant. Zo fijn, dat zetje had ik nodig. Kilometer 19… ik zag de skyline van Den Haag, met de torens van de ministeries al voor me, maar ze leken nog aardig ver weg. En hoeveel stappen ik ook zette, de grote gebouwen léken maar niet dichter bij te komen.

Rechtdoor, almaar rechtdoor. Maar kom op Suusie, je gaat toch niet wándelen nu? Nee, nee, geen optie. Even lopen nog, en vergeet je niet te genieten? O ja. Ik loop hier! Ik ga het halen!

KM 20-21.1

2o! Ik had nu 1 uur en 58 minuten gelopen. Als ik doorloop ben ik binnen 11 minuten over de finishlijn, bedacht ik me en dat gaf kracht. Niet dat ik stúk was, maar die finish mocht wat mij betreft nu wel komen ;) Tegelijkertijd probeerde ik tot het uiterste te gaan. Straks mág ik stuk zijn. Elke minuut telt nu. Ik wil straks het gevoel hebben dat ik álles eruit heb gehaald.

En toen liep ik opeens weer over hetzelfde stuk asfalt als twee uur daarvoor, maar nu de andere kant op. Woah, gewoon al twee uur lang non-stop aan het hardlopen en ik loop nog en ik lééf nog – en wat een intens gevoel gaf dat.

Volgens mijn app had ik er al 21.1 op zitten, maar ik was er nog niet. De laatste meters voor de finish probeerde ik nog in het publiek te kijken of ik T. zag, maar mijn eindsprintje putte me zo uit dat ik er weinig energie meer voor had. Achteraf hoorde ik pas dat hij mij wél zag ;)

FINISH!

Enigszins verdwaasd liep ik door het finishgebied. Kreeg een medaille, pakte een flesje AA-drink waar ik eigenlijk geen zin in had, dronk dankbaar een aangereikte beker water leeg. Licht spacend zocht ik de weg naar de uitgang, al om me heen kijkend waar ik T. zou kunnen vinden.

Niet veel later vloog ik hem dolgelukkig om de hals. OWATWASDITLEUKSTUITERSTUITER. Wat is je tijd eigenlijk, vroeg hij. Ik besefte dat ik daar nog niet eens aan gedacht had – iets rond de 2:06-nog wat, zei m’n app, al hield ik rekening met een foutmarge.

M’n gegraveerde medaille gaf het antwoord: 02:06:37. Bijna vier minuten snéller dan mijn meest positieve schatting (ik ging aanvankelijk voor 02:10, maar had dat inmiddels bijgesteld naar ‘gewoon uitlopen binnen de tijd, als ik geluk heb binnen de 2:20’).

klassement

Woah. Had die fysio van mij natuurlijk toch weer gelijk, toen hij zei: je kunt altijd veel meer dan je denkt.

Maar wat ik nog vele malen belangrijker vond: ik had een heerlijke race gelopen. Ik had genoten van (bijna) elke minuut. Laat zó alsjeblieft elke hardloopwedstrijd zijn, laat ik mezelf nooit meer pijnigen met ambitieuze/onrealistische tijdsdoelen. Laat ik vooral plezier de boventoon doen voeren. 

Rechtop
Iets met blij zijn ;)

En hé – geldt dat niet eigenlijk voor alles?

Laat als eerste een reactie achter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.