Sokken

Als mijn B de was doet, hangen zijn sokken altijd gezellig per paar op de lijn. Dat was me nooit opgevallen, had hij niet op een avond verbaasd uitgeroepen ‘hoe jij altijd je was over het rekje heen smijt en hoopt dat er wat blijft hangen’. Let wel, hij zei dat een keer doordeweeks na elven, ik hielp hem – de slaap in m’n ogen – zijn bijna-vergeten-eruit-te-halen-was weg te werken, maar vooruit.
 
Nu had ik tot dat moment nauwelijks stilgestaan bij mijn hangtechnieken. De was doen staat bij mij hoog op het lijstje ‘noodzakelijk kwaad’. Ik ben al blij als sokken met z’n tweeën uit dezelfde wasbeurt komen – regelmatig organiseer ik een singlefeestje waarin gelukkige paartjes elkaar terugvinden – en hoewel ik wéét dat het slecht is voor het milieu, gooi ik het liefst alles dat niet krimpt of lelijk wordt in de droger. Dat m’n wasrek een creatief ratjetoe is van shirts, sportkleding en bh’s (en geen systematisch geordend geheel) kan me bijzonder weinig schelen.
 
Andersom kan ík me dan weer niet voorstellen dat B al zijn was op het gewone 40-gradenprogramma draait. Bij mij gaan spijkerbroeken, áls ik ze al was, binnenstebuiten in de Heel Voorzichtige Fijnwas, net als truien, vestjes en ander semi-delicaat spul.
 
Wassen, dat blijkt dus een behoorlijk persoonlijke kwestie. Dit bleek opnieuw aan de lunchtafel op m’n werk. Ook een collega en haar partner bleken er contrasterende rituelen op na te houden. ‘Zodra hij ziet dat er was in de mand ligt, zet hij de machine aan. Ook als die nauwelijks halfvol zit. En dan vergeet ‘ie op de kamer van de kinderen te kijken of daar nog iets ligt’, zuchtte ze.
 
Uiteindelijk was ze tot de conclusie gekomen dat, wilde ze graag dat de was op háár manier gebeurde, ze de taak in d’r eentje op zich zou moeten nemen – en natuurlijk wél zonder hem dat vervolgens stilletjes te verwijten. Oplossen of loslaten. Sowieso een waardevolle les, trouwens, voor je relatie (en daarbuiten).
 
Maar het schaamrood kwam me toch een beetje op de kaken, toen een andere collega begon over haar puberzoon. ‘Laatst vond ik een stapel van zijn half-opgevouwen was tussen de vuile onderbroeken in de mand’, zei ze verontwaardigd. ‘Dan moet ‘ie zijn kamer opruimen en flikkert ‘ie gewoon de hele berg terug, te lui om te kijken of het gebruikt is.’
 
Net als de andere tafelgenoten viel m’n mond open van verontwaardiging. Hoe respectloos! Pas later drong tot me door: het ís mogelijk dat ik me als tiener aan vergelijkbare praktijken schuldig hebt gemaakt (als, dan: sorry mam!). De gemiddelde puber heeft nu eenmaal schandalig weinig waardering voor de service van Hotel Mama – schaamte daarover volgt pas jaren later.
 
‘Pas op’, waarschuwde B toen ik begin deze week zijn trap op naar boven liep. ‘M’n wasmand puilt uit, dat ben je niet van me gewend.’ De volgende dag greep ik m’n thuiswerksessie aan om de hele berg weg te werken. Toen hij thuiskwam, hingen alle boxers en sokken zij-aan-zij op de lijn.
 
Dat was hij dan weer niet van míj gewend.

Een gedachte over “Sokken

  1. Ha, heel herkenbaar. Ik heb nog een erge was-gewoonte: ik gooi de schone was op mijn bed, om het als ik ga slapen op de grond te gooien, de volgende ochtend weer op het bed, ‘s avonds weer op de grond. En dat gaat gerust een week zo door. Oeps. Als ik ga samenwonen toch maar eens verandering in proberen te brengen.

Laat een reactie achter op Shirley Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.