A little bit of everything, all rolled into one

Seven-Eleven: elf dingen na zeven dagen

Vanavond is het zeven dagen geleden dat ik landde in Taipei. Wat is me zoal opgevallen, na een week? Welke dingen zijn hier niet te krijgen en zijn er dingen die ik juist fantastisch vind aan Taiwan? Een overzicht: de balans opmaken na zeven dagen, in elf punten. Sja, omdat hier zo ontzettend veel 7-Eleven shops zijn.

1. Wat ik het meeste mis aan Nederland (materieel): volkorenbrood, kaas (niet eens zozeer Hollandse – hier in Taiwan is sowieso amper kaas te verkrijgen, behalve op de hamburgers van McDonalds), mijn fiets, een goed glas koude chardonnay aan het eind van de middag, vers biologisch fruit, mijn ekoland muesli, een grote pan chili.. oh, eigenlijk gewoon voedzaam eten in het algemeen.

Alle ‘brood’ smaakt hier naar zoete brioche (of erger), aan elk drankje is een halve kilo suiker toegevoegd en de avondmaaltijden in de Dining Hall zijn bijna altijd gebaseerd op vlees. Ik ben daardoor erg huiverig om nieuwe dingen te proberen of ondefinieerbare verpakkingen te kopen in 7-Eleven. Hiermee verbaas ik mezelf ontzettend in m’n eigen gedrag – in Europa ben ik juist degene die altijd nieuwe etenswaren wil uitproberen. Thuis heb ik een hekel aan fast food-ketens als McDonalds en Subway, hier hap ik liever in een hot dog dan dat een gek ruikende Aziatische soep probeer.

De keren dat ik het wel probeerde de afgelopen dagen – gisteren at ik iets met noodles en visballetjes, vanmiddag probeerde ik melon tea – liet ik ruim de helft van m’n bord staan. Terwijl ik normaal gesproken altijd m’n bord leeg eet en het liefst een tweede keer opschep… Ik hoop dat ik de komende weken wat meer ga wennen aan het eten, want steeds naar dezelfde sushibar is natuurlijk niet echt spannend, en mijn plezier in eten daalt elke dag. Ik voel me steeds wel vol, maar allesbehalve verzadigd

2. Wat ik het meeste mis aan Nederland (immaterieel): jullie allemaal natuurlijk. Duh. <3

3. De winkels zijn hier een stuk later open dan in Nederland; ‘s avonds op straat is het nog steeds hartstikke druk. 7-Eleven is zelfs altijd open, net als McDonalds. Ook op de campus is er in de bibliotheek een 24h-study room en het Computer & Information Center heeft eveneens een ruimte waar je op elk moment van de dag of nacht achter een pc kunt kruipen. Super handig!

4. Taiwanezen besteden hun avonden en vrije tijd duidelijk anders dan westerlingen. Je vindt hier amper pubs, kroegen of clubs. Ook heb ik nog geen enkele slijterij gezien – alleen in de 7-Eleven vind je soms een klein schapje (amper een meter breed) met een paar flessen wijn en likeur.

Hoewel ik in Taipei mensen Heineken heb zien drinken, hoor ik van locals dat hier vrij weinig gedronken wordt. Het is dus helemaal niet gewoon om een flesje wijn open te trekken op een avond met vrienden, of om elk weekend uit te gaan.

Wat mensen dan wel doen? Karaoke! Ik vrees dat ik daar binnenkort ook aan moet geloven… Daarnaast zijn hier op de campus zeer uitgebreide sportfaciliteiten, die tot een uur of elf ‘s avonds open zijn – en tot het laatste moment ontzettend druk. Gisteren liep ik zelf mijn eerste rondje hard en ik kwam opvallend veel andere runners tegen. Op zich ook wel logisch, dat men hier ‘s avonds actief wordt; overdag is het daarvoor veel te warm.

5. Over warmte gesproken: ja, die hitte… Laat ik het zo zeggen, ik ben blij dat de meeste plekken binnen airconditioned zijn. Overdag is het hier tussen de 31 en 39 graden. Als de zon schijnt en de lucht blauw is, is dat best te doen, maar op een dag als vandaag, met de hele dag dikke grijze wolken, behoorlijk benauwd. Aan het eind van de dag ben ik steevast plakkerig van het zweet (en als ik in de stad ben geweest, ook van de smog) en een lauwe douche voor het slapengaan is dan ook erg welkom.

6. In Taipei viel het ons al vrij snel op: sommige mensen lopen hier rond met mondkapjes. Je weet wel, die dingen die artsen in ziekenhuizen gebruiken, en dezelfde soort kapjes die heel Azië droeg tijdens de SARS-epidemie. Ik ben er nog steeds niet over uit waarom ze worden gedragen – is het omdat men ziek of verkouden is, of dat juist niet wil worden? Of is het simpelweg een bescherming tegende vervuilde lucht? Ik probeer erachter te komen, ik houd jullie op de hoogte als ik meer weet.

7. Zijn we in Europa de laatste jaren helemaal in de ban van of light-, of pure biologische producten; hier in Taiwan lijkt dat totaal niet het geval. Ik heb nog amper een diet coke gespot en zoals ik zei, het meeste eten en drinken is bedolven onder (of: bedorven door) een berg suiker en andere chemische troep. Van het EKO-keurmerk heeft men hier duidelijk nog nooit gehoord; nergens promotiebordjes ‘organic’ (hoewel ik hier moet toegeven dat ik nog geen Chinees lees, dus wie weet).

Daarentegen zie ik tot mijn verrassing weinig dikke mensen; vergeleken bij de gemiddelde Aziaat ben ik een enorme Europese reus. Terwijl ik voor westerse standaarden toch géén uitzonderlijk brede heupen heb…

8. Dat de Verenigde Staten een grote rol hebben gespeeld bij de opbouw en ontwikkeling van Taiwan in de 20e eeuw, is goed te zien. Ten eerste is er natuurlijk de NCTU-campus, duidelijk naar Amerikaans model. Ook zijn de deurknoppen hetzelfde als in Amerika (een ronde knop met een drukker in het midden om ‘m op slot te doen) en gebruikt Taiwan hetzelfde soort stopcontact. De verkeersborden zijn eveneens groen-wit, de snelweg waar ik per bus over reed was aan twee kanten minstens vierbaans. En de Taiwanese vlag, heeft die niet heel toevallig wel wat weg van de stars and stripes?

9. Sommige wc’s zijn hier gelukkig naar westers model, maar het is ook nog heel normaal om op diverse plekken hurktoiletten aan te treffen. Je weet wel, die dingen die je ook nog soms op campings in Frankrijk ziet. Bij McDonalds bijvoorbeeld trof ik mijn eerste aan, en hier in de dorm is er van de vier toiletten maar één zit-wc. Je begrijpt vast waar mijn voorkeur naar uitgaat.

10. De eerste nacht in Taipei troffen we bedden met hele dunne matrasjes aan. Toen dachten we dat dat gewoon kwam doordat we in een hostel sliepen, maar inmiddels heb ik de conclusie getrokken dat matjes van amper vijf centimeter hier heel normaal zijn om op te slapen.

Zoals ik schreef moest ik in mijn dorm zelf het bed regelen; bij de 7-Eleven waren de matrassen te koop. Er was maar één soort beschikbaar. Dus nu slaap ik op een ‘matras’ dat bestaat uit een rieten ondergrond met een dun bedje er bovenop. Opvallend genoeg (en gelukkig!) ben ik nog geen enkele dag met rugpijn opgestaan. :)

11. In mijn vriendenkringen is het heel normaal om elkaar een dikke knuffel te geven ter begroeting. Familie of kennissen geef je vaak twee of drie zoenen. In Taiwan echter, is zulk nonchalant body contact blijkbaar niet gewoon. De jongen die ons vanmiddag een presentatie gaf over Taiwan legde uit wat ik zelf al vermoedde; men zegt hier gewoon ‘hoi’ (of eigenlijk: ‘ni hao’) tegen elkaar. Van een afstand. That’s it. Even wennen, hoor.. het voelt afstandelijk en koud, maar dat de mensen verder allemaal ontzettend vriendelijk zijn, maakt wat dat betreft veel goed.

Want daar wil ik graag mee eindigen: zoals de Canadese Dana in het hostel al zei, Taipei has restored my faith in humanity.

Volslagen onbekenden helpen je graag verder, bestellen je treinkaartjes bij de Chinese automaat en lopen zelfs met plezier een paar straten met je mee als je de weg niet meer weet. Dinsdag was ik in m’n eentje in Hsinchu op zoek naar de RT-Mart. Na een tijdje ronddwalen vroeg ik het aan een dame van een jaar of zestig die net op haar scooter stapte. Ze dacht even na, maar wist het blijkbaar zelf niet.

Daarop zette ze haar scooter terug in de parkeerplaats, haalde haar spullen er weer uit, en trok me mee naar het dichtstbijzijnde kantoorgebouw. Ze begon aan allerlei mensen in rap Chinees te babbelen, kreeg uiteindelijk een telefoon in handen en gaf die aan mij. Dat was iemand die Engels sprak, en die de weg wist! Helaas kon ik hem door de telefoonverbinding en zijn zware accent slecht verstaan en was ik uiteindelijk niet verder, maar ik heb de vrouw (en alle mensen om ons heen) uiteraard duizendmaal bedankt. Xie xie, xie xie. Wat een moeite voor zomaar een verdwaalde westerling!

Natuurlijk is er meer te vertellen en heb ik nog genoeg beleefd voor minstens zo’n stuk tekst. Ik heb nog niet eens verteld over de Chinese obsessie met stempels, of hoe verbazingwekkend lekker het was om te rennen met 28 graden Celsius. Voor nu echter, heb ik jullie genoeg overspoeld met Taiwanese indrukken – en mijzelf ook, voor vandaag… tijd voor een fijne westerse serie in bed. Tot morgen!

0

Reacties

  1. Hoihoi,

    Als die Taiwanezen dezelfde Aziatische tik hebben gekregen als de Japanners dan dragen mensen die verkouden zijn een mondkapje om zo anderen minder tot last te zijn danwel te besmetten. Da’s althans wat mij nog bijstaat van ruim twintig jaar geleden…
    Er zullen er tegenwoordig vast ook bij zitten die een mondkapje hebben vanwegen ofwel angst voor ziekten ofwel luchtvervuiling. Het blijft toch een behoorlijk grote Aziatische stad tenslotte.

    Enjoy the ride! :)

    0
  2. Fijn om te horen dat het zo lekker gaat. Wat betreft de mondkapjes, inderdaad dat is om verspreiding van ziektes tegen te gaan en heel vaak ook tegen smog.
    Ik hoop dat je snel eten vind wat lekker is en vol koolhydraten ipv suikers :P

    0
  3. Tof stuk Suus! Zeker dat laatste. Ik ben heel benieuwd naar die mondkapjes, kun je daar iets meer over vertellen? Zijn het van die slappe zachte gevalletje of iets groter, driehoekiger en met zo’n geel bandje om je hoofd? Waarschijnlijk gebruiken mensen ze met toch een verkeerd idee in hun achtergrond, maar a la, fascinerend blijft het :)

    0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.