A little bit of everything, all rolled into one

Profiel

In het vliegtuig naar Zweden las ik As in tas van Jelle Brandt Corstius. Ik kreeg het te leen van een vriend en dat kwam goed uit, want ik zocht nog iets te lezen voor onderweg. Zeer geschikt daarvoor, zei hij, ‘in twee uurtjes ben je er doorheen’.

Gisteravond, in het éénkamerappartement van mijn broer in Göteborg, sloeg ik het boekje dicht. Niet moeilijk, je leest het inderdaad zo weg, en toch intrigeert het me. Omdat het over een lange fietstocht gaat, en ik sinds enige tijd zelf ook overweeg een stuk te gaan fietsen, Europa in. En omdat het gaat over opgroeien, de band tussen ouder en kind, en natuurlijk over de markante figuur die Hugo Brandt Corstius was.

Fijn leesvoer dus. En toch: zou ik het ook hebben gelezen als het niet over Jelle en Hugo ging – toch enigszins Bekende Nederlanders – maar over een willekeurige zoon die de as van z’n vader al fietsend naar Zuid-Frankrijk bracht? Los van de kwaliteit van de tekst (want daarover geen twijfel): zou ik dan wel zo makkelijk tegen het boek aan zijn gelopen?

Want ja, Jelle zat bij DWDD en er stond een groot interview met hem in de Volkskrant en op Twitter spraken mensen al over het boek toen het net uit was. Brandt Corstius is een bekende naam, een kwaliteitsstempel als het ware. Dan word je toch wel nieuwsgierig.

Ik denk de laatste dagen weer eens na over hoe ‘belangrijk’ zichtbaarheid is als je een ‘goed’ schrijver gevonden wilt worden. (Die aanhalingstekens staan er bewust.) Hoe je jezelf moet profileren als je het wilt maken in de journalistiek of als schrijver/columnist. Of lijkt dat maar zo?

Want tegelijkertijd denk ik: als je daar maar de hele tijd zo bewust mee bezig bent, vergeet je te zijn en word je daarmee minder authentiek. En authenticiteit, dát is volgens mij uiteindelijk wat iemand goed maakt. Elizabeth Gilbert schreef daar het volgende over in haar boek Big Magic:

Originaliteit versus authenticiteit

Misschien ben je bang dat je niet origineel genoeg bent. Misschien is dat het probleem: je bent bang dat je ideeen gewoontjes en alledaags zijn en dus het creeeren niet waard. (…)

De meeste dingen zijn al eens eerder gedaan, maar niet door jóu. (…)

Wat maakt het uit als we dezelfde onderwerpen opnieuw behandelen? Wat maakt het uit als we keer op keer, generatie na generatie rond dezelfde ideeen cirkelen? (…)

Maar zodra je je eigen expressie en passie in een idee steekt, wordt dat idee echt van jou. Kortom, hoe ouder ik word, hoe minder ik onder de indruk ben van originaliteit. Authenticiteit doet me tegenwoordig veel meer. Pogingen tot originaliteit voelen vaak geforceerd en geknutseld aan, maar authenticiteit heeft een stille weerklank die mij steevast weet te raken.

Zeg dus gewoon wat je wilt zeggen, en zeg het met heel je hart.

Als ik nu de indruk wek dat ik zeg dat ‘Jelle zijn boekje alleen maar een succes is vanwege zijn bekendheid’ – dat is nadrukkelijk niet het geval, integendeel. Slecht werk blijft slecht werk en talent is talent. Daarom juist – ik vraag me af: is jezelf (online) profileren een handig middel om je talent te verspreiden, en daarmee je capaciteiten te benutten? Of moet je het links laten liggen en erop vertrouwen dat je er dan óók wel komt? Om Jelle maar weer als voorbeeld te nemen: ja, mensen hebben een beeld van hem, wellicht ook door zijn ‘bekende’ familie, maar hij is in mijn ogen júist authentiek.

Toch voel ik me soms klem gezet – ook een reden waarom mijn cursor steeds weer een aantal seconden aarzelend boven de ‘Publish’-button zweeft voordat ik hier iets plaats. Want als je jezélf niet gedefinieerd hebt, loop je het risico dat anderen dat doen. Dan krijg je een labeltje.

Terwijl: als ik iets níet wil momenteel, is mezelf definiëren/uitvinden. Ik ben 24 en alles ligt open. Laten we nu maar eens kijken waar dat allemaal toe leidt.

 

0

Dun

Columniste Elma Drayer schreef vandaag in de Volkskrant dat de mode-industrie en graatmagere modellen weinig te maken hebben met de verschrikkelijke ziekte anorexia nervosa. Want: er zijn evenveel meisjes met anorexia als in de jaren vijftig, toen Marilyn Monroe met haar maat 42 (dat toen overigens nog maat 36 heette) de covers sierde.

Het is een oude, vermoeiende discussie die al jaren loopt en  steeds weer uitmondt in twee kampen: “Ja, het westerse schoonheidsideaal en graatmagere modellen dragen bij aan eetstoornissen bij meisjes”, en: “Nee, dat is in de verste verte niet het geval”.

Drayer schaart zich in het tweede kamp. Te veel eer voor de mode-industrie, schrijft zij, om te beweren dat die bijdraagt aan eetstoornissen bij vrouwen. Maar wat nu als de onderliggende vraag niet eenvoudig met ja of nee te beantwoorden is? Waarom proberen we steeds met z’n allen erachter te komen of iets onder alle omstandigheden wel of niet zo is?

Als ik zo om me heen kijk, en dat optel bij mijn eigen ervaringen en de dingen die ik hoor van vriendinnen, concludeer ik: veel vrouwen hebben wel degelijk ‘last’ van het ideaal van dun-zijn waarmee onze samenleving doordenkt is. Tegelijkertijd kan ik natuurlijk alleen voor mezelf spreken. Er zullen vast ex-eetgestoorde vrouwen zijn die in alle oprechtheid zeggen dat beelden van andere dunne vrouwen voor hen totaal geen rol hebben gespeeld.

Waarom kan het niet allebei waar zijn?
(O ja, als opiniemaker is het natuurlijk niet populair om de middenweg op te zoeken.)

Nog een gedachte: misschien is het niet zozeer het dunne ideaal zélf dat zo veel invloed kan hebben, maar wordt dit versterkt door het gebrek aan een weerwoord. Waar zijn de voorbeelden van mooie, krachtige, sterke vrouwen – dun, dik en alles daartussen – die tienermeisjes vanaf hun twaalfde in alle oprechtheid op het hart drukken dat het normáál is om heupen en billen te krijgen? Dat een laagje ‘buikvet’ hoognodig is om vruchtbaar te zijn? Dat het lógisch is dat je op je 22e niet meer past in de spijkerbroek die je kocht toen je 16 was? En dat je op sommige momenten in je leven nu eenmaal minder strak in je vel zit dan op andere?

Kortom: dat het er allemaal bij hoort, ook al is het soms/vaak best lastig en eng om vrouw te worden, geen meisje meer te zijn?

Ik zeg niet dat die voorbeelden er helemaal niet zijn. Maar in mijn ogen zijn ze er wel te weinig. Want laten we wel wezen, áls een vrouw openlijk verkondigt dat rondingen toch best wel OK zijn, dan is ze zelf vaak stevig, en dat is voor veel jonge meiden al een reden om daar maar met half oor naar te luisteren. ‘Want ja als je zo denkt dan word je zoals zíj, en dat wil je toch ook niet.’

Of een of ander glossy magazine doet een ‘plus size-special’, onder het politiek-correcte mom van ‘kijk hier besteden we ook aandacht aan en dit is óók prima’ – maar daarmee bevestigen ze eigenlijk de status quo en aan het eind van de dag verandert er weinig.

Natuurlijk is het niet de mode-industrie alléén die maakt dat een meisje anorexia ontwikkelt. Maar ik ben er wel van overtuigd dat ík veel minder body issues zou hebben (gehad), wanneer de vrouwen om me heen openlijk zichzelf en elkaar anders, positiever, benaderden. En dus: wanneer de samenleving (waar die mode-industrie deel van is) minder is gericht op afvallen, dun & ‘perfect’ zijn.

Zeker toen ik terugkwam uit Taiwan, viel het me op hoezeer vrouwen hier in Nederland (maar vast ook elders) zo vaak afgunstig naar elkaar zijn. Ik vind dat zo jammer. Net als dat ik het jammer vind om te zien dat de discussie over schoonheidsidealen vaak zo uitmondt in extremen. Ook vrouwen die medisch gezien geen anorexia ontwikkelen, kunnen niettemin behoorlijk worstelen met hun lichaam – telt dat dan niet?

Al dat geworstel dat ik om me heen zie, het ge-weeg, ge-tel, al die nare schuldgevoelens over wat nu wel of niet te eten: het voelt als zo onnodig. En ik denk dus dat dat wél kan veranderen, als we een andere mindset ontwikkelen. Eentje waarin het oké is om vriendschap te sluiten met je lijf – wat dat dan ook voor jou persoonlijk betekent. En waarom zou de mode-industrie dát niet uit kunnen dragen?

Wat ik maar wil zeggen: laten we elkaar nou eens aanmoedigen in plaats van afkraken.

PS. Nu zijn er misschien mensen die denken: ja, jij hebt makkelijk praten met je slanke lijf en je hardlopen en jij kunt vast alles eten, bla bla et cetera. Maar weet je, júist daarom. Omdat ik geloof dat alle regels en richtlijnen het raam uit flikkeren je veel verder helpt. Als ik me dagelijks volprop met Bon Bon Bloc  groei ik óók dicht. Maar dat wil niet zeggen dat het niet soms goed is om een reep weg te werken. ;)

0

Vinex

Al een jaar woon ik nu in Utrecht Leidsche Rijn, de grootste Vinex-wijk van Nederland. Wat dóe je daar in godsnaam op je 24e, zul je wellicht zeggen. Dat vereist wat context, want vorig jaar rond deze tijd waren heel veel dingen anders.

Ik werkte in Amsterdam, op de media-redactie van de Volkskrant.
Doordeweeks woonde ik tijdelijk in een studiootje in de Jordaan, ‘s weekends pakte ik mijn koffer en treinde naar Nijmegen.
Mijn lief was op uitwisseling in Frankrijk en zou eind maart na een half jaar terugkeren (is dit echt nog maar een jaar geleden??)
Samen hadden we nog zijn studentenstudio-met-loft van 33 vierkante meter, waar ik dus in het weekend vaak was.
Hij studeerde nog, had een masterscriptie te schrijven.
Ik had al vier jaar amper een kilometer hardgelopen.

In die tijd zat ik na mijn lange werkdagen vrijwel elke avond op huizenverhuursites. Koortsachtig, soms wanhopig zocht ik naar woonruimte: in Amsterdam, in Haarlem, in Utrecht en zelfs in Almere. Voor ons samen, soms in een opwelling toch ook weer alleen voor mezelf. Het was vreselijk moeilijk plannen, want m’n freelancecontract bij de krant liep tot eind maart en daarna lag er nog geen plan. En wat wilden we nou eigenlijk zélf?

En toen was er ineens de Funda-advertentie van dat mooie appartement in Terwijde. Te koop, weliswaar, maar daardoor tijdelijk te huur. Een telefoontje, een mail, een bezichtiging – en een paar weken later (T. was nog maar twee dagen terug in Nederland) kregen we de sleutel.

Als de dag van gisteren herinner ik me dat moment. Het regende toen we in mijn turquoise Simca Horizon uit ’78 op de verder lege parkeerplaats stonden. Dolgelukkig maakten we een paar duizend euro over (huur, borg, inboedel), waren blut, vierden dat met een klein flesje champagne.

Twee dagen later ging ik hardlopen. En nu, een jaar later, zijn we yuppen, DINKies (Double Income, No Kids) met elk zo onze eigen quarter life crisis, maar gelukkig ook met een héle fijne plek om thuis te komen – bij elkaar en in dit huis.

Ja, ik houd enorm van ons huisje. Deze 68 vierkante meter, de rode hoekbank, de heerlijke keuken met vaatwasser, inductiekookplaat en de planken waar al mijn potten met rijst-pasta-suiker-linzen-enzovoorts op staan. De chille badkamer, het ruime gevoel dat een nieuwbouwwoning geeft. Het Máximapark waar we op uitkijken, de spoorweg waar elke tien minuten een trein langs komt (die we amper horen, gelukkig).

Maar niet: de zilvervisjes die nog steeds door de kieren kruipen. Sommige zijn gigantisch. (Blijkbaar is dit een ding van nieuwbouwwoningen.) En ook niet: altijd minstens een half uur fietsen door de open velden, vaak met harde wind en almaar rechtdoor, voor je eens in de bewoonde wereld (lees: Utrecht) bent.

Nu zijn ze onlangs hier tegenover met bouwen begonnen. Tja, dat krijg je in een Vinex-wijk. Wat een half jaar geleden nog een groen veld met wuivend lang gras was, is nu een stuk grond vol stenen, beton en dagelijkse herrie. Afschuwelijk hard gaat het, niet alleen in decibellen. In januari werd de eerste paal in de grond geslagen en nu is de begane etage bijna klaar en staan de steigers gereed om de hoogte in te gaan.

In gedachten zeg ik mijn open uitzicht, en de zon in de woonkamer, vast gedag. Straks kan ik niet eens de treinen meer zien langsrijden – een ritme waar ik inmiddels best aan gewend ben geraakt. Straks kijken we tegen een muur aan.

En eerlijk is eerlijk: na een jaar rust en stilte om me heen (het bouwlawaai daargelaten) verlang ik steeds vaker naar wat reuring. Gewoon ‘s avonds even de stad in kunnen lopen, een kop thee drinken in een leuk café. Makkelijk(er) de fiets op stappen om nog even langs een vriendin te gaan. Yogales volgen – daar twee keer negen kilometer voor fietsen vind ik gewoon te ver.

Misschien zeur ik. Is het gewoon de quarter life crisis die weer opspeelt – want is het ooit ergens perféct? If you’re not happy here and now, you’ll never be.

Toch: soms is het tijd om de boel wat op te schudden. En als het leven uitzichtloos voelt, moet je wellicht gewoon dat uitzicht veranderen.

Het uitzicht vandaag.
Het uitzicht vandaag.
0

Proefballon

Tussen 2006 en 2014 was ik blogger. Soms regelmatig, soms met tussenpozen van weken of maanden. Maar begin 2015 werd het stil hier op Suushi; ik gooide een MAINTENANCE MODE op de site en dat was dat.

De reden was eenvoudig: aangezien mijn naam bijna dagelijks in een landelijk dagblad verscheen, voelde ik me niet meer vrij om de persoonlijke teksten uit mijn studententijd – en daarvóór – voor iedereen zichtbaar te laten. Logisch ook, met reaguurders die altijd uit zijn op een relletje en zakenrelaties die je liever niet het achterste van je tong laat zien.

En eerlijk gezegd ook: met dagelijks schrijvende collega’s om me heen. Stiekem was ik bang dat die Grote Ervaren Talenten m’n persoonlijke krabbelteksten zouden lezen – en afkeuren. En dat schrijft dan voor de Vólkskrant?

Toch heb ik het altijd gemist. Want niet bloggen betekent in de praktijk bij mij helemáál niet meer schrijven over het leven, een sporadische notitie daargelaten. Als ik niet schrijf, kom ik niet – of in elk geval mínder – tot mezelf. De woorden zijn m’n houvast. En juist daarom is het ook zo belangrijk wat en waarover ik schrijf.

Een tijdje terug ben ik ergens anders, anoniem, begonnen weer te bloggen. Omdat sommige woorden er nu eenmaal uit willen. Omdat schrijven mijn gedachten ordent; omdat ik zonder schrijven niet echt goed weet wie ik nou ben. Of wat ik wil.

En laat dat nu net iets zijn waar je als 24-jarige soms behoorlijk over kunt piekeren.

Vorige week besloot ik hier op Suushi weer te beginnen; ik deelde mijn verslag van de halve marathon en daarna ook van de Stevensloop. Maar ik wil niet alleen maar schrijven over hardlopen. Ook hier wil ik kunnen zeggen wat me drijft, waarover ik pieker, hoezeer ik soms twijfel over alles. Maar in de grotemensenwereld – en al helemaal in het wespennest dat de journalistiek soms kan zijn – lijkt dat not done. Je kunt jezelf er lelijk mee in de vingers snijden. Als je je mond opendoet, vindt iedereen wat van je.

Maar, vraag ik mezelf, is dat een goede reden om helemaal niets meer te zeggen? (Om dan maar te schuilen, ondergronds te gaan?)

Voor het eerst zeg ik hardop tegen mezelf: het antwoord op die vraag is nee.

OK, misschien is het niet noodzakelijk om je hart uit te storten op internet. Waarom kan dat niet achter gesloten deuren, zou een criticus kunnen zeggen. Maar weet je, er gebeurt al zo veel achter gesloten deuren. Ik vind het belangrijk om open te kunnen zijn over dingen. Om zaken bespreekbaar te maken, zelfs al is dat doodeng.

Om me heen zie ik zo veel mensen worstelen. En ik zie de samenleving worstelen. Ik wil iets dóen, ik wil helpen om dingen te veranderen. De pen is machtiger dan het zwaard, zo luidt het bekende gezegde. Cliché? Misschien. Naief en ambitieus? Vast.

Maar het is tijd om te stoppen om zo over mezelf – en jullie over mij, en ik over jullie – te oordelen. Laten we alsjeblieft beginnen met leven, met tolerant zijn. Dat alles begint met durven, met lef.

Vandaar deze kleine proefballon.

 

0

Suus loopt: Stevensloop 10KM

Nog maar een week na m’n eerste halve marathon stond alweer de volgende hardloopwedstrijd op de planning. Maar Suusie, loop je niet een beetje te hard van stapel, zul je wellicht denken. Zit wat in, en ik zou ook niet naar de Stevensloop zijn gegaan wanneer ik nog pijn/vermoeidheid voelde van de CPC-loop. Maar omdat ik me maanden geleden al in had geschreven – ver voordat ik het plan opvatte om 21.1 kilometer te gaan rennen op 6 maart -, mijn Nijmeegse vriend Chaim ook de 10 kilometer ging lopen en ik best benieuwd was naar het parcours van deze nieuwe wedstrijd (dit jaar voor de tweede keer georganiseerd), besloot ik donderdagmiddag dat ik toch zou gaan.

Goed, de Stevensloop dus. Een route van 10 kilometer (in mijn geval; er is ook een 5 km en een halve marathon) aan de noordkant van Nijmegen. Langs het Kronenburgerpark, over de nieuwe Waalbrug ‘De Oversteek’ én weer terug, langs de kade en met een finish op de Grote Markt.

Even over die brug hè. Hoe intens kan de brug van een Gelderse provinciestad nu helemaal zijn, dacht ik. In december liep ik de Rotterdamse Bruggenloop (15 km), dus ik was zo van: na de Van Brienenoordbrug kan ik alles wel aan, ha.

O boy, I was wrong.

Foto: Google ImagesFoto: Google Images

De Oversteek, dat bleek best een serieuze brug. Nu hadden we geluk dat het strálend weer was, maar het waaide ook flink. En aangezien dat ding zo’n beetje het hoogste punt in de wijde omtrek is, zonder enige beschutting of wat dan ook, ging de wind er flink los.

Daarover zometeen meer. Eerst maar eens van START.

stevensloop2016

OP WEG NAAR HET STARTVAK

Zondag, iets over twaalf. De zon scheen al lekker toen T. me met de auto bij station Nijmegen afzette. Vanaf daar was het nog maar een paar minuutjes lopen naar de start bij het Kronenburgerpark; T. ging intussen chillen bij een van zijn beste vrienden. (Dit is alweer mijn zevende hardloopwedstrijd, ik verwacht echt niet dat ‘ie steeds weer daverend enthousiast langs de kant gaat staan. ;))

Ondanks de zon was het nog best fris, en ik was dan ook blij dat ik Chaim had gevonden. Klein probleempje: hij moest starten in startvak oranje (het laatste), ik in geel. Na even dubben besloot ik dat ik toch lekker samen met hem wilde lopen. Zélfs als dat uiteindelijk een minder goede tijd zou zijn – al verwachtte ik dat totaal niet, want bij de Zevenheuvelennacht in november liep ik de 7 km in 38:23 en hij in 38:17. ;)

Goed: bagage wegbrengen, in de rij voor de dixi, mezelf warm springen in het startvak, en toen was het al zover. Door de trechter-versmalling bij de start, bedoeld om de lopers te spreiden zodat je elkaar niet voor de voeten loopt, duurde het nog even voor we ook echt gingen. Maar dan toch!

KM 1-3

Rustig beginnen, niet te snel starten, waarschuwde ik Chaim, die duidelijk meteen alle krachten wilde aanspreken. Zelf had ik daar ook wel zin in – joh, het waren nu maar 10 kilometer, vorige week liep ik meer dan het dubbele! – maar ervaring heeft me inmiddels geleerd dat je écht jezelf tegenkomt als je de eerste kilometers te hard gaat. Superzonde, want dan ben je de rest van de race zo stuk dat je totaal niet meer geniet. 10 kilometer is nog steeds 10 duizend meter, best een eind als je kapot bent.

De eerste kilometer liepen we in 5’40. Prima, dacht ik: als we het zo volhouden en op het eind nog wat weten te versnellen, zat er wel een PR in. Chaim en ik hadden afgesproken in principe samen te blijven lopen, maar het ook aan te geven als je het niet meer volhield of juist sneller wilde. Even goede vrienden. ;) Voorlopig was ik blij dat ik hém kon bijhouden.

We liepen een stukje door het Nijmeegse buitengebied, over een bedrijventerrein en toen kwamen we bij de brug. O, hallo wind!

Vanaf dit moment (km 2.5) was het bijna twee kilometer lang tegen de wind in beuken, terwijl we ook nog eens de brug beklommen. Ik zag ons gemiddelde tempo dalen, baalde daarvan, maar probeerde tegelijkertijd krachten te sparen. We moesten natuurlijk nog wel zeven kilometer.

Intussen liepen we over het zonovergoten brede brugdek. Het was gaaf om naar boven te kijken en de brug zelf te zien – het deed me denken aan lopen over de Erasmusbrug in Rotterdam, nog maar drie maanden geleden (hé wacht, echt op de dag af 3 maanden geleden zelfs!).

KM 4-7

Helemaal aan het einde van de brug – we hadden inmiddels het 4 km-bordje gepasseerd – draaiden we om. Terwijl een slagorkest speelde begonnen wij in tegenovergestelde richting de brug weer te beklimmen. Nu pas merkte ik dat we de laatste paar honderd meters al best naar beneden hadden gelopen.

Bij het 5 km-punt deelden ze water en AA-drink uit. ‘Kom, sprintje tot de 5 km-drempel’, riep ik naar Chaim. Daarna pakte ik al rennend een bekertje en gooide het zoet-plakkerige spul half in mijn gezicht.

Het stuk tussen kilometer 4,5 en 6 was het allerlekkerst. Zon in m’n gezicht, de harde wind in m’n rug, en na de helft van de brug ook nog eens een heel stuk dalen. Links voor ons lag de ‘skyline’ van Nijmegen met de Stevenskerk (waar deze loop naar is vernoemd), de andere twee bruggen, de Waalkade en zo nog wat herkenbare punten van deze stad, die ruim vijf jaar mijn thuis is geweest.

Bij kilometer 7 weer een waterpunt. Ik dronk een half bekertje, Chaim liep al door – achteraf hoorde ik dat dit het punt was waarop hij het zwaar kreeg. Ik zette de muziek in m’n oren een tandje harder bij wijze van mental support. Nog drie kilometer, dat kan ik. We liepen alweer richting stad.

KM 8-10

Acht kilometer gehad: 44 minuten, 52 seconden, zei mijn app. Woah, dat is maar 10 seconden langzamer dan de Lintloop (8 km) die ik in november liep. Als ik nu volhoud, is dat PR in zicht…

Vlak na de achtste kilometer draaiden we, na een stukje door beschutte straten te hebben gelopen, de Waalkade op. En daar was de wind weer! O nee, dacht ik even. Verderop stonden een paar start/finishbogen, maar ik wist dat nog niet het einde was. Naar het bleek was er ook nog een ‘New Balance Challenge’, die een specifiek stuk van 400 meter besloeg. Waarom? Geen idee, ik vond het op dat moment vooral irritant dat er zo’n boog stond, waardoor iets in mij dacht JA IK BEN ER BIJNA, terwijl ik nog bijna twee kilometer moest.

Achteraf lees ik dit:
“Een bijzonder spektakel vond plaats op de Voerweg. Begeleid door de beats van DJ KES gingen veel deelnemers de New Balance Challenge aan. Eric van der Meer was de snelste beklimmer van de Voerweg. Hij had slechts 1.06 min nodig om de 400 meter van de Waalkade over de Voerweg af te leggen. Helena Feenstra van de Nijmeegse studentenatletiekvereniging ’t Haasje was met 1.16 min de snelste vrouw op de New Balance Challenge.”

Daar was het 20 kilometer-bordje al, voor de halve marathonlopers die een uurtje ná ons zouden komen. ‘Zo, al 20 gehad’, grapte Chaim naast me – ik kon alleen maar mijn duim opsteken. Doorademen, doorlopen, nog even.

suuschaim1
Samen bikkelen op de Voerweg
suuseindsprintje
Nog heeel even..

In de laatste kilometer gingen we weer flink stijgen. De Voerweg op, een halve bocht omhoog. Sprintje trekken was (nog) geen optie, maar eenmaal boven ging het hard. Langs de kant stonden steeds meer toeschouwers, we liepen door de winkelstraat, omlaag richting de Grote Markt. Ga maar, riep ik naar Chaim, die daarop nog een tandje bijzette en voor me uit sprintte. Ik probeerde hem zo veel mogelijk bij te houden en álles, alles te geven. Over 1 minuut mag ik op zijn. ELKE SECONDE TELT SUUS. Ik wist dat het ‘t verschil kunnen zijn tussen wel en niet een persoonlijk record lopen.

kerkinzicht
De kerk was al in zicht…

YES, finish! Ik zette nog een paar stappen, knielde toen neer om uit te hijgen. Ooooh, gehaald. Verderop zag ik Chaim al. Zodra ik weer op adem was, liep ik naar hem toe. We kregen onze medaille, een flesje AA-drink en zochten toen een plekje uit om in de zon, naast de kerk bij te komen. We did it!

Ging ik niet te langzaam, vroeg Chaim aan me. En ik had hem hetzelfde willen vragen, dus al met al hebben we elkaar er denk ik best doorheen ge-haast. ;) Beiden waren we blij dat we samen hadden gelopen. Anders was hij waarschijnlijk te snel gestart en had ik de laatste kilometers toch minder doorgebikkeld.

Via sms kreeg ik mijn eindtijd door: 56:09! Dat is ruim een minuut sneller dan een half jaar geleden bij mijn eerste 10 kilometer-wedstrijd, de Tilburg Ten Miles. Ik ben superblij. Helemaal als ik bedenk dat ik nog maar een week geleden voor het eerst een halve marathon liep – en daar stiekem misschien toch nog niet helemaal van hersteld was, getuige de pijn in m’n kuit de rest van de dag. ;)

stevensloopafter

What’s next? Op 22 mei kan ik weer naar Nijmegen, voor de Marikenloop. Dat was vorig jaar mijn eerste wedstrijd, 5 kilometer. Ook nu loop ik weer die afstand, net als een paar vriendinnen. Ik wil er graag mijn PR aanscherpen, dus onder de 26:20 lopen. Daar heb ik nu nog 10 weken de tijd voor. O, en m’n eindtijd van de Stevensloop maakt me best nieuwsgierig naar wat ik zou kunnen lopen op een parcours zónder stijgen en dalen, zónder brug en zónder harde wind.

Er valt nog genoeg te ontdekken. Een schema ligt klaar, maar éérst is het zaak nu een aantal dagen goed uit te rusten en weer op krachten te komen. Bovendien had ik mezelf na de halve marathon nog een cadeautje beloofd: nieuwe hardloopschoenen!

20160316_140532
Elf maanden loop ik nu alweer op deze schoenen; inmiddels zijn we bijna 700 kilometer verder..

 

 

0