Leesvoer: dit las ik in april

Oeps, en toen was de maand april alweer voorbij. En wat voor maand! 30 dagen geleden nog maar kwam ik terug van 2 weken vakantie in Zweden en sindsdien is er zo veel gebeurd.

Gelukkig vind ik vandaag tussen het werken, verhuisdozen uitpakken en  #werkzoekdinsdag door ook nog even tijd om wat te schrijven. Dat is een stuk makkelijker aan een nieuwe keukentafel – en die hebben we sinds gisteren!

20160503_104922(0)
(Nee, ik heb niet even de moeite genomen om de laptopkabels uit de weg te ruimen voor ik deze foto maakte. Sorrynotsosorry.)

De afgelopen weken voltrokken zich in een stroomversnelling. Het is alsof ik hier gisteren pas voor het eerst naar binnen liep, samen met de aanhuurmakelaar en de jongen die het huis óók graag wilde.

Dat was 14 april, nog geen 3 weken geleden. En amper twee weken later gingen we ineens verhuizen. Nu zit ik aan deze mooie witte eettafel, in een prachtig lichte keuken. Als ik uit het raam kijk, zie ik groen en het is levendig op straat. Kortom, ik ben blij.

Maar dat is niet waar dit blogje over moest gaan. Ik had jullie namelijk beloofd om elke maand m’n gelezen boeken te delen. Nu vind ik het de laatste weken nogal moeilijk om rustig op de bank te zitten lezen, met al die adrenaline in mijn lijf de hele tijd. (Want: verhuizen, sollicitatiegesprekken, goed/slechtnieuwsmails, leuke nieuwe mensen in je leven, et cetera.)

Gelukkig las ik toch in elk geval één boek uit en dat pareltje wil ik graag met jullie delen.

Elizabeth Gilbert – Big Magic

9200000046552335

Wie heeft er niet Eat Pray Love gelezen – of de Nederlandse versie Eten, bidden, beminnen? Elizabeth Gilbert schreef sinds die bestseller nog een aantal boeken (die ik overigens nog moet lezen), maar haar nieuwste boek trok meteen mijn aandacht.

Vooruit, in eerste instantie knapte ik nogal af op de wat Amerikaans aandoende titel ‘Big Magic’. Zó spiritueel ben ik nu ook weer niet aangelegd dus stiekem verwachtte ik iets te veel zweverigheid. Bovendien dacht ik altijd dat ik weinig op had met ‘zelfhulpboeken’ (al kom ik daar inmiddels op terug, maar da’s een verhaal voor een andere keer).

Waarom het dan toch mijn aandacht trok? Vriendinnetje Aniek bleef maar zeggen: ‘dat boek is echt iets voor jou, Suus’ ;-). Zelfs De Correspondent (toch niet echt een zweverig medium) schreef erover.

Conclusie: lézen, jongens, echt. Big Magic gaat over creatief leven in de breedste zin van het woord. Nuttig als je inspiratie zoekt – voor je teksten, schilderijen of gewoon je leven. Maar ook als je het allemaal even niet meer ziet of op zo’n punt in je leven beland bent dat je denkt: uh, ja, en nu?

Ik heb het boek inmiddels uitgeleend aan een vriendin, anders zou ik graag nog even een passage erbij hebben gepakt ter illustratie. Nu moeten jullie het maar met dit blogje doen.

Steeds als ik me even onzeker of vervelend voelde over de toekomst of wat ik wil & kan, en ik las een stukje Big Magic, voelde ik me daarna altijd opgekikkerd. ‘Liz’ Gilbert spreekt je moed in, toont je inzichten, schopt je aan het werk en maant je lief voor jezelf te zijn.

En is dat niet wat elk mens af en toe nodig heeft?

Dit ga ik missen aan Terwijde

Wat ik het meest te horen heb gekregen als ik aan mede-Utrechtenaren vertelde waar ik het afgelopen jaar woonde:

Ja, maar dat is eigenlijk geen Utrecht hè.

Voor wie hier nog niet zo lang meeleest: we wonen dus in Leidsche Rijn, de grootste Vinexwijk van het land. (Over op je 24e in de Vinex wonen schreef ik al eens eerder.)

De eerste paar maanden probeerde ik me nog wel eens te verweren tegen honende opmerkingen (‘als ik doorfiets sta ik binnen 22 minuten op Utrecht CS’, ‘met de trein ben je in 5 minuten in de stad’, ‘we betalen wél veel minder voor onze vierkante meters’).

Maar de laatste tijd betrapte ik mezelf erop dat ik zo moe van de discussie was geworde. Zozeer, dat ik meestal de bijdehante gesprekspartner voor probeerde te zijn. “Ik woon in Utrecht”, begon ik dan, gevolgd door: “Nou ja, buiten de ring, in Leidsche Rijn. Pokken-eind weg van alles, maar verder prima wonen.”

Ook mijn geliefde maakte er wel eens grapjes over. “Ja, het ís nog Utrecht, maar loop 100 meter en je staat in Vleuten.” (Dat is overigens geen leugen.)

Dit alles laat onverlet dat ik, in alle eerlijkheid, met plezier in Leidsche Rijn heb gewoond. Dus de opmerkingen van collega’s – ‘wist je dat het tegenwoordig Scheidsche Rijn wordt genoemd, vanwege het hoge aantal scheidingen?’ – nam ik maar voor lief. Ik had een heerlijk appartement, en met mijn relatie gaat het overigens ook prima.

Nu we dan tóch vertrekken, lijkt het me dus goed om op een rijtje te zetten wat er WEL leuk is aan wonen in Leidsche Rijn.

  • Het Máximapark, met zijn paadjes, bruggetjes, grasveldjes en de Japanse tuin (!). Maar bovenal:
  • Het Lint, de recreational track van 8 kilometer die om het park heen slingert. Breed asfalt, speciaal voor lopers/skaters/fietsers, waar geen auto’s mogen komen.
  • Een groter huis én een vollere portemonnee. Waar je in Utrecht al gauw ruim 1000 euro (exclusief g/w/l) neertelt voor een appartementje groter dan 40 vierkante meter, hadden wij bijna 70 vierkante meter tot onze beschikking voor een stuk minder geld.
  • Sterke fietsbenen. Tenzij je altijd met de bus of trein gaat, natuurlijk. Dat deed ik ook wel eens, hoor, maar zeker nu het weer warmer wordt probeer ik toch (bijna) altijd de fiets te pakken. Een stuk flexibeler en megagoed voor je conditie. Ik denk dat ik per maand zeker twee extra stukken taart en een chocoladereep méér kan eten dankzij die fietskilometers. En het kwam m’n hardloopprestaties ook ten goede.
  • Kasteel de Haar op fietsafstand. Of eigenlijk zelfs op loopafstand; de 6 kilometer (enkele reis) was meerdere keren een mooie training op zaterdagochtend.
  • Rust en ruimte. De heisa rond de Tour de France in Utrecht vorige zomer? Niets van gemerkt. Chaos en oranje ellende op Koningsdag? Ging compleet aan me voorbij. En voor de duidelijkheid: dat vind ik heerlijk. Hoewel ik best houd van een feestje op z’n tijd, ben ik geen enorme fan van mensenmassa’s.
    En als je dan tóch een avondje gaat stappen…
  • Je kater er onderweg al uit trappen. De afstand van dit huis naar TivoliVredenburg is zo’n 8 kilometer. Lang genoeg om na een avondje cocktails & dansen of na wat wijntjes in de kroeg weer nuchter te worden – en ook nog een deel van je nachtelijke patat/kebab te verbranden. ;)
  • Een goed excuus voor een slaapfeestje. Vooruit, het is niet altijd tof als je bezoek om 22:49 alweer in de laatste stoptrein moet stappen, omdat ze anders niet meer thuis komen. Des te meer reden om vrienden gewoon het logeermatras aan te bieden en het alsnog gezellig laat te maken.
  • Tot slot: laat ik het mooie appartement waar we woonden niet vergeten. Grote ramen, ruime kamers, een prachtige keuken… waarom ga je daar dan weg, zou je zeggen? Tja, uiteindelijk kwam er toch wat beters op ons pad. Een volgende stap. Neemt niet weg dat het heerlijk wonen was hier. Het huis, de dagelijkse rituelen… Die ga ik misschien nog wel het meeste missen.
IMG-20150819-WA0007
Ja, het was fijn hier. Maar de rest is geschiedenis… want gisteren zijn we verhuisd!

PS. Stiekem kwam dit blogje een paar dagen terug al online – ik had hem ingesteld op ‘inplannen’, dat doe ik normaal nooit – met een reden, want door de verhuizing kwam het er totaal niet meer van het stukje tekst fatsoenlijk af te maken. Hierbij dan toch. :)

 

 

Niet zo veel

Eens kijken, hoe vaak ben ik de afgelopen jaren verhuisd?

Van een klein dorpje in Brabant naar Nijmegen, toen ik 18 was. Ik mocht een half jaar bivakkeren in de kamer van een vriendin die ik via de blogwereld kende. (Nogmaals: wat bloggen niet kan brengen…)

Toen in april 2010 naar m’n eerste ‘echte’ eigen Nijmeegse kamer, vlakbij het Goffertpark. Ik woonde er drie heerlijke jaren. Tweeënhalf eigenlijk, want ik ‘verhuisde’ natuurlijk ook nog een half jaar naar Taiwan (2011-2012).

In 2013 wilde ik toch écht wel graag m’n eigen studio – bijna vier jaar keukens en badkamers delen was genoeg. Tegelijk met mijn liefste T. verhuisde ik naar de rand van de stad, een oud klooster vlakbij Berg en Dal. Een klein jaar later (2014) zegde ik mijn huur op en trok tijdelijk bij hem in, tot ik in november een kamer vond in Amsterdam, de Jordaan.

Drie maanden later volgde weer een (kleine) verhuizing, naar een studiootje elders in de Jordaan. En daarna – inmiddels maart 2015 – verhuisden T. en ik samen naar een fijn appartement in Utrecht Terwijde (Leidsche Rijn).

Ook van deze plek wisten we dat het tijdelijk zou zijn, want we huren iets dat te koop staat. En hoewel we totaal geen haast hadden te vertrekken, kwam vorige week ineens een buitenkansje langs: een mooie plek, bijna in het centrum van Utrecht. Per 1 mei al.

We besloten ervoor te gaan.

verhuisdozen

Ik koester de hoop dat we nu weer minstens drie jaar, hopelijk langer, op één plek zullen wonen. Uiteindelijk is álles tijdelijk (this too shall pass), maar ik merk dat ik eraan toe ben me écht te vestigen op een plek. De geheimen van de buurt te leren kennen. Zo lang bij dezelfde huisarts blijven dat ‘ie me daadwerkelijk herkent als ik eens langskom.

Niettemin, nu ik erover nadenk: ik heb me op alle plekken die ik hierboven noem, thuis gevoeld. Misschien is dat de conclusie van dit alles – dat ik vrij makkelijk ergens neer kan strijken. Ik zou het een prettige eigenschap noemen.

(De keerzijde: ik zie er een beetje tegenop dat het nu hier, in Terwijde, alweer voorbij is. Maar daarover later nog eens meer.)

Natuurlijk zijn er randvoorwaarden om je fijn te voelen. Een goed bed, genoeg ruimte voor tenminste een páár boeken, spullen om thee te maken. Maar in Taiwan sliep ik 5 maanden op een bamboematje van amper 3 centimeter dik. Sterker, ik hád er niet eens een eigen kamer; ik deelde een dormitory met twee Vietnamese meisjes en een Russin. En daar was ik óók gelukkig.

Vaak denken we dat we allerlei spullen, omstandigheden, voorzieningen nodig hebben om het ons naar de zin te maken. Gedreven door de commercie zijn we gaan geloven dat er zo ontzettend veel dingen cruciaal zijn voor ons geluk.

Maar als je van dit stukje tekst iets onthoudt, laat het dan dit zijn: geloof me, geluk zit in andere dingen. Een mens heeft niet zo  veel nodig.

Maar hé, we gaan wonen aan dit heerlijk groene plantsoen. Tussen de bomen zie je ons nieuwe huisje.
Maar hé, we gaan wonen aan dit heerlijk groene plantsoen. Over geluk gesproken!