Dit las ik in mei: over cavia’s, journalisten en Bobbi Eden

Sinds kort heb ik weer een abonnement op de bieb. Tot m’n achttiende (ofwel: zo lang het gratis was) kwam ik daar regelmatig, maar toen ik ging studeren vond ik 40-50 euro per jaar toch wat veel geld.

Nu denk ik: what was I thinking? 

Ik word ontzettend blij van de bieb. Net een boekhandel, met als verschil dat je ALLES gratis mee mag nemen. Hoe geweldig is dat? Bovendien is er sinds 2008 (toen ik er zo’n beetje voor het laatst kwam) een hoop veranderd. Daarover binnenkort meer in een apart bieb-blogje.

Dat je via de bieb zo makkelijk nieuwe boeken kunt ‘uitproberen’, heeft als voordeel dat ik nu van alles lees waar ik anders misschien niet voor gekozen zou hebben. Als in: ik geef alleen 20 euro of meer uit aan een boek dat ik echt graag wil hebben, niet aan een boek dat me alleen even een momentje nieuwsgierig maakt.

Deze maand las ik dus drie zeer uiteenlopende boeken. En dit vond ik ervan:

Paulien Cornelisse – De verwarde cavia ****

9200000057564881Een ‘sprinter’ was het bij de bieb, wat betekent dat ik een week de tijd had om het boek te lezen, voor het terug moest. Dat bleek geen enkel probleem: De verwarde cavia is een licht boekje dat je zo in een paar uurtjes treinen weg leest.

De verwarde cavia gaat dus over, uh ja, een cavia. Een echte. Hoewel, eigenlijk gaat het gewoon over ongemakkelijke sociale interacties op kantoor. Ik las laatst al een interview met Paulien Cornelisse in Volkskrant Magazine waarin natuurlijk ook werd verwezen naar haar nieuwe boek (interview door Sara Berkeljon is ook het lezen waard).

Goed die cavia dus. Daar moest ik best even aan wennen, ha. Sterker nog: tot halverwege het boek (en eigenlijk nog steeds) snap ik niet of het nu om een échte cavia gaat, of dat het een absurdistische metafoor is. (Ongetwijfeld dat laatste want ja hè, een pratende cavia op kantoor?!)

Then again: het boekje blijft me wel bij, misschien omdat het die factor absurditeit heeft. En zeker voor wie zelf dagelijks in de kantoortuin vertoeft, is het ontzettend herkenbaar, zag ik al toen Tom het boekje oppakte en de eerste paar hoofdstukken grinnikend las.

En aan het eind van het boek concludeerde ik: ik ben toch wel van die cavia gaan houden.

yolan-witterholt-de-journalist-als-zzperYolan Witterholt – De journalist als zzp’er ****

Van belastingregels tot ideeën pitchen en van tot ‘wat moet er op mijn website’. Met inspirerende ervaringsverhalen van collega-journalisten. Ofwel: een ontzettend handig en acuteel boek (eerste druk, juli 2015) voor elke freelance journalist.

Ik las dit boek net toen ik min of meer besloten had voorlopig alleen te blijven freelancen. Een paar dagen later veranderde dat volledig, maar dat terzijde. ;)

Toegankelijk geschreven, vol nuttige informatie en logisch ingedeeld. Dit boek verduidelijkt, geeft tips en stelt gerust. Must-have dus als je freelance schrijver bent!

Bobbi Eden – Het openhartige verhaal van Nederlands meest succesvolle pornoster ***

O haha, Suus las een boek over porno. Ja. En schrijft daar dan weer over, want hé laten we niet zo preuts doen.

Wist je dat veel pornoactrices een spons (!) inbrengen tijdens hun werk? Ik in elk geval niet. Toch is dit boek méér dan een boek over de industrie.

het-openhartige-verhaal-van-nederlands-meest-succesvolle-pornoster-bobbi-eden-boek-cover-9789038899831Het begint een persoonlijk verhaal: de vader van Priscilla (Bobbi’s echte naam) was alcoholist. Ze schrijft over de problemen in haar gezin, hoe ze al vroeg samen ging wonen met haar eerste vriend, haar eerste (half)naaktshoots als 16-jarig meisje en hoe ze zo langzaam het wereldje in rolde. Het is, en dat verrast misschien, een heel positief verhaal.

Vooruit, goed geschreven is het boek niet. Op een gegeven moment kon ik me (net als een lezer die reviewde op Bol.com) toch niet helemaal aan de indruk onttrekken dat ik een reclamepraatje voor haar website aan het lezen was.

Dat neemt niet weg ik het in een paar uur uitlas. Het grootste deel van het verhaal geeft toch een intrigerend inkijkje geeft in een wereld waar alle buitenstaanders hard – en vaak oppervlakkig – over oordelen. Daarom: best verrijkend.

 

 

 

15 KM Loop van Leidsche Rijn – het verslag

Zondag was het, nog maar een week na de Marikenloop, alweer tijd voor een hardloopwedstrijd. Samen met Eline deed ik mee aan de Loop van Leidsche Rijn, een route van 15 kilometer aan de westzijde van Utrecht.

Gek is dat toch, hoe je perceptie van afstanden verandert. Nog geen half jaar geleden liep ik de Bruggenloop van Rotterdam, mijn eerste 15 kilometer-wedstrijd. Ik had toen nog maar één keer die afstand gelopen en was best zenuwachtig of ik het zou halen. Daarna liep ik in maart de CPC-loop (21.1 km), waarvoor ik regelmatig afstanden van 15 kilometer en langer moest trainen.

Ineens leek die 15 kilometer nu in mijn hoofd een stuk kleiner dan in december.

Maar ja, hè, het is en blijft nog steeds vijftienduizend meter die je moet afleggen in een redelijk tempo. En de afgelopen maanden had ik, in voorbereiding op de Marikenloop, vooral getraind op snelheid (en dus korte afstanden).

Met andere woorden: ik stond zondagochtend toch énigszins met zenuwkriebels in de keuken een stapel pannenkoeken te bakken. Gelukkig leek het weer mee te vallen – er was onweer en zware regen voorspeld, maar vooralsnog was het droog.

Rond de middag fietste ik naar Eline en samen crossten de brug over naar Leidsche Rijn. Gek hoor, om die route te fietsen nu ik er niet meer woon. Wat tot voor kort de weg naar huis was lijkt nu ineens een hele onderneming. Over perceptie gesproken!

elinesuusllr
Klaar voor de start…

Rond kwart voor 1 waren we op het festivalterrein. Yes, nu kreeg ik er zin in! Kraampjes, muziek en overal felgekleurde lopers. Toen ik mijn startnummer ophaalde, kwam ik toevallig een collega van de Volkskrant tegen. Zij ging ook de 15 kilometer doen (‘Succes!’, ‘Jij ook!’).

We hadden nog bijna een uur om te rekken, onze tassen weg te brengen, drie keer op de Dixi te gaan, warm te lopen en genoeg, maar niet té veel water te drinken. Om 14 uur zouden we starten.

Als je een hardloopwedstrijd gaat doen, zul je merken dat er van tevoren altijd wat is. Je voelt ineens gekke pijntjes, je sluimerende blessure lijkt op te spelen, je moet tig keer naar de wc, je hebt plots honger terwijl je toch écht genoeg ontbeten had… Dit keer was het bij mij DORST, DORST en een enorm droge mond. Maar nadat ik m’n Dopper had leeggedronken, probeerde ik er verder geen gehoor aan te geven. Lopen met een klotsbuik is ook niet lekker, onderweg naar de wc moeten evenmin.

IN HET STARTVAK

Zeven voor twee, tijd om in het startvak te gaan staan. Fijn aan deze run is dat er niet enorm veel mensen meedoen – het was wel druk, maar niet massaal. Ik zwaaide Eline gedag, die een startvak vóór mij zou beginnen, want zij wilde een tijd van 1:15:00 neerzetten.

Ikzelf had me er inmiddels bij neergelegd dat de kans op een PR heel klein was. 1:28:22 liep ik tijdens de Bruggenloop, maar de laatste keer dat ik méér dan 10 kilometer had gelopen was bijna twee maanden geleden. De run uitlopen, lékker lopen en genieten , dat was mijn doel vandaag. (En eigenlijk is dat gewoon altijd mijn doel, zelfs al heb ik een Streberige Suusie in me die telkens weer sneller wil.)

KM 1-5

En weg waren we! Ongeveer een minuutje nadat het startschot klonk (dat ik trouwens niet eens hoorde), ging ik zelf van start. De eerste kilometers liepen we in een lange sliert lopers. Gelukkig had ik geen last van mensen die voor mijn voeten liepen, Het Lint (de track om het Máximapark) was breed genoeg en iedereen liep een prettig tempo.

Na ongeveer een kilometer merkte ik dat er een man in een wit t-shirt naast met liep die precies even snel liep als ik. Prettig, om zo in hetzelfde ritme te lopen. We bleven dat een paar kilometer lang doen; hoewel hij me nooit aankeek, zelfs niet even opzij keek, liepen we duidelijk naast elkaar.

Regelmatig zag ik om me heen mensen met ‘motiverende’ teksten op de achterkant van hun shirts. Zoals: RUN IF YOU CAN, WALK IF YOU HAVE TO, CRAWL IF YOU MUST – JUST NEVER GIVE UP.

En: IF YOU’RE GOING THROUGH HELL, KEEP GOING.

Goed om in gedachten te houden. ;)

Bij kilometer 5 was de eerste waterpost. Ik pakte een bekertje, wandelde een paar stappen en ging toen weer verder.

KM 6-10

De man in het witte t-shirt liep zo nu en dan een stukje voor me, dan weer even achter me, maar nog steeds vervolgden we (voor mijn gevoel) samen onze route. Ik probeerde af en toe naar hem te glimlachen maar hij keek stoicijns voor zich uit, ik weet niet eens zeker of hij me wel echt opmerkte. Hoe dan ook, ik vond het prettig om samen in hetzelfde tempo te lopen.

Zo tikte ik de kilometers langzaam weg, muziek in m’n oren. Intussen zat ik nog steeds ver boven m’n verwachte pace; na de eerste kilometer liep ik 5’57, en ik schommelde nog steeds tussen 5’54 en 5’58. Terwijl ik 6’15 van plan was! Maar hé, het ging lekker, mijn ademhaling had ik onder controle en ik had wel het gevoel dat ik dit nog een tijdje vol kon houden.

En langzaam begon ik te hopen: als ik dit tempo vast kan houden en op het eind nog een tandje bij weet te zetten, haal ik misschien tóch een PR…

Bij kilometer 9 was weer een waterpost. Dankbaar dronk ik een bekertje leeg, wandelde weer een paar meter en vervolgde mijn route. Hier raakte ik mijn compagnon kwijt – hij stopte ook om te drinken en ik heb hem de rest van de wedstrijd niet meer gezien.

KM 11-15

Na kilometer 10 (58 minuten, 59 seconden!) besloot ik de snelheid wat op te bouwen. We liepen na wat omwegen inmiddels weer over Het Lint, de mij zo bekende hardlooptrack om het park heen. Hoe vaak heb ik het afgelopen jaar geen ‘rondje Máximapark’ gerend of gewandeld? Ik ken de bochten, bankjes, bosjes en overgangen, ze voelen vertrouwd.

Na de Haarrijnse plas sloegen we het pad af richting Vleuten en kasteel De Haar. Nog minder dan vier kilometer, hield ik mezelf voor. Toegegeven: ik begon moe te worden en het was minder makkelijk om het tempo (5’54 per kilometer gemiddeld) vast te houden.

‘Kom op, nog drie kilometer, we zijn er bijna’, riep een mede-loper naar me. Zojuist hadden we samen even gegrinnikt om zo’n knipperend snelheidsbord langs de weg. ‘U rijdt 10 kilometer per uur’, viel te lezen. Tja, soort van. ;-)

Door het centrum van Vleuten, waar kermis was. ‘Zo gaat ie goed, zo gaat ie beter, nog TWEE kilometer’, joelde een groepje kinderen langs de weg.

Nog anderhalve kilometer. Eigenlijk wilde ik gaan wandelen, maar ik wist dat ‘PR of geen PR’ een kwestie van minuten was. Niet opgeven nu, Suusie.

Daar gingen we alweer terug Het Lint op. Nog een kilometer te gaan! Erop of eronder.

Moe was ik, zere benen had ik, maar gek genoeg rende ik nog altijd met een glimlach op m’n gezicht. Wat een leuke race! Ik had er, net als bij de halve marathon, een sport van gemaakt om alle kindjes met uitgestoken handen te ‘klappen’. Kost wat extra energie, maar gééft ook energie.

finishllr2

Daar was de rode finishboog al! Ik begon langs de weg te kijken of ik Eline zag.

EN DAAR STOND ZE, met een grijns van oor tot oor. Wow, die aanblik gaf me een stoot van adrenaline, niet normaal. Ik zette de eindsprint in en haalde in de laatste 100 meter nog twee mensen in.

Met een high-five tegen de verklede ‘Romeinen’ kwam ik over de finish. Yes!

finishllr

wedstrijdllr

NA DE FINISH

App stop, medaille, bekertje water, bekertje zoete troep. En daar stond Eline. ‘Goed gedaan!’, riep ze. ‘Je was snel!’

En jij dan, grijnsde ik. Ze werd nog blijer toen ze vertelde dat ze waarschijnlijk 1:14 had gelopen – een minuut bóven haar hoogste verwachting.

Mijn eigen app zei 1:28:12. Zou ik een PR hebben?

Onze gegraveerde medailles gaven het antwoord: terwijl Eline 1:13:42 (!!!) had gelopen, kwam ik over de finish in 1:27:48. Toch een kleine minuut sneller dan de Bruggenloop! Ik kon mijn geluk niet op.

medaillellr

kilometersllr1 kilometersllr

Zo zie je maar: als je verwachtingen niet te hoog zijn, verras je jezelf.

En toen was het hóóg tijd voor een overwinningspatatje.

PS. Eerlijkheid gebiedt me dit te zeggen: de rest van de dag was ik doodop. (Stiekem was het ook nog 2 keer 10 kilometer fietsen naar de start… 20 kilometer fietsen + 15 kilometer lopen = vermoeide Suus.) Gelukkig had ik patat, daarna een bad én chocomel. Kwam het toch allemaal weer goed.

 

Fed Up

Hoi, ik ben Suus en ik ben verslaafd aan suiker.

“Hallo Suus.”

OK, misschien overdrijf ik een beetje.

Maar nadat ik deze week de documentaire Fed Up keek, dacht ik toch weer: ja, iets minder suiker, dat kan geen kwaad.

Ik zag het NPO Gemist-linkje al minstens vier keer voorbij komen in mijn Facebook- en Twitterfeeds. Niet alles bleek nieuw voor me, maar er zaten een hoop opfrissertjes tussen. En die deel ik graag met jullie.

Noot: zomaar wat notities en observaties die me te binnen schoten tijdens het kijken. Zelf oordelen? Check die docu! Hij duurt anderhalf uur en het eerste kwartier dacht ik ‘uh, waar gaat dit heen’, maar daarna werd het dus mega-interessant.

Het gaat natuurlijk allemaal om Amerika, deze documentaire. Toch vrees ik dat we hier in Europa hard op weg zijn dezelfde kant op te gaan. Ook hier vind je op alle stations voedselverleidingen. Ook hier zijn er kinderen die opgroeien met suiker in overvloed. Die niet beter weten dan dat ze lam en hangerig zijn van de K3-koekjes en pakjes Taksi waar ze dagelijks op leven.

En: ook hier zit in een groot deel van de spullen die je in de supermarkt kunt krijgen (toegevoegde) suiker en ook hier denken veel mensen nog steeds dat ‘light’ staat voor gezond.

Nee, zegt Fed Up. Want:

  • Een light-product is, wat de voedselindustrie je ook wil doen geloven, geen gezond alternatief. Bij veel lightproducten is het vet vervangen door suiker. En daarmee ben je eigenlijk nog verder van huis dan wanneer je “gewoon” het volle product (met mate) eet.
  • Bovendien: als je cola light drinkt of een ander product met aspartaam/stevia/zoetstof, reageert je lichaam op die zoetstoffen precies hetzelfde als op suiker. O YEAH IETS ZOETS, denkt je lijf, ‘laat ik gauw meer insuline aanmaken’. En te veel insuline zorgt er dus voor dat sneller vet wordt opgeslagen. Daar komt nog bij dat het zoete ook maakt dat je hongerpikkel wordt gestimuleerd.
  • Suiker is verslavend. Dezelfde gebieden in je brein lichten op als bij heroine/cocaine. In feite is suiker zelfs 8 keer verslavender dan cocaine.
  • De voedselindustrie is écht ontzettend machtig. En is er niet uit om jou gezond te houden, maar om geld te verdienen.
  • Vruchtensap wordt in je lichaam op precies dezelfde manier verwerkt als cola. Eet liever heel fruit, want daarin zitten nog vezels die het ‘schadelijke’ effect van de grote hoeveelheid suiker afremmen.
  • Veel zinniger is het om kant-en-klaar/bewerkt voedsel te laten staan en zelf te koken, zodat je gezonde maaltijden eet waarvan je zeker weet dat er niet een paar eetlepels suiker in verstopt zit.

Klinkt allemaal best logisch. Niet héél verrassend, zou ik zelfs willen zeggen. Maar daarnaast waren er ook dingen waar ik toch wel een beetje van schrok:

  • Dat je niet dik bent, wil niet zeggen dat je niet ongezond bent (!). In deze valkuil trap ik wel eens. ”Ach, ik kan het hebben’, denk ik dan, en vreet nog maar een paar koekjes/reep chocola weg. Maar volgens experts in deze documentaire bestaat er ook zoiets als “dun van buiten, dik van binnen”. En dat heeft dezelfde gezondheidsrisico’s (hartziekten, kanker, diabetes, et cetera). Hoe je lijf eruit ziet is dus lang niet altijd representatief.
  • Sommige voedingsproducten maken je letterlijk dik. Dat komt doordat ze alleen van suiker gemaakt zijn; dat zorgt ervoor dat meer insuline wordt aangemaakt. En insuline (= een hormoon) zet glucose in je lichaam direct om in vet. “Dat is simpelweg de taak van insuline.”
  • Logisch gevolg van het bovenstaande: twee producten die evenveel calorieën bevatten, kunnen door je lichaam volledig anders worden verwerkt. Een twee volkorenboterhammen zijn dus niet te vervangen door een chocolate chip cookie. ;) Calorieen tellen zegt dus niet alles. (Dat gevoel had ik altijd al, want als alle glazen wijn die ik in mijn leven heb gedronken 1 op 1 zou hebben ‘meegeteld’, zou ik 100 kilo wegen ;p).

Wat me tot slot nog bij blijft:

  • De docu laat treffend zien hoe de voedselindustrie in haar lobby steeds met de vinger wijst naar “meer bewegen”. Dat heeft maar tot op zekere hoogte zin. It is about the food, we’re eating.
  • Eén maaltijd met veel suiker of 1 glas frisdank op z’n tijd maakt je niet dik, maar jarenlang dagelijks dit soort producten eten wel.
  • Gezondheidsorganisaties adviseren om niet meer dan 10 procent van je dagelijkse voeding uit suiker te laten bestaan. Shit, dat is bij mij sowieso veel meer. :’) (Ik denk niet dat ik dit echt ga veranderen want ik voel me prima en heb een gezond gewicht, maar het is nuttig om te weten.)
  • “De overheid [in de VS] subsidieert in feite de obesitas-epidemie”, aldus Michael Pollan.
  • Magere producten > te veel kaas > campagnes om mensen meer kaas te laten eten (‘cheese, glorious cheese’). Interesting.

En o ja, wat me misschien nog wel het meest aan het hart ging: die arme kindjes…

Fed Up is te zien op Uitzending Gemist.

41Q2hiuZPSL._SX200_QL80_

LET OP: de documentaire is maar beschikbaar tot 9 juni! Snel zijn dus. ;) (Al kun je hem vast ook elders vinden.)