Skip to content

Suushi. Posts

Oma

‘We moeten nog even bespreken’, zei oma na de lunch, ‘waar we vanavond gaan eten.’

Mijn nichtje en ik deden niet eens meer een poging om verrast te kijken. Logeer je bij oma, dan kun je van een aantal dingen op aan. Het huis met de grote tuin ziet er altijd nog net zo uit als de vorige keer dat je het was – ware het niet dat de boom in de voortuin van kleur verandert naar gelang het seizoen.

‘s Morgens bij de koffie is er een grote koek (op een klein schoteltje), ‘s middags bij de thee iets lekkers van chocola (op een kleiner schoteltje). Bij het tweede kopje gaat de chocola weer rond. Ontbijt en lunch bestaan uit brood met vleeswaren, kaas, jam, een krentenbol en een stuk fruit. Nieuw op tafel is de crunchy honing-pindakaas van Albert Heijn – die vindt oma zó lekker.

De slingerklok slaat elk heel en elk halve uur, maar loopt een paar minuten voor of achter op je iPhone.
We spelen spelletjes, meestal Rummikub.
En ‘s avonds gaan we uit eten – wij mogen kiezen waar.

In theorie kunnen we ook naar de pizzeria of de Chinees, maar de laatste jaren gaan we eigenlijk altijd naar het restaurant in het dorp. ‘Lekker dichtbij’, zegt oma dan en ze probeert niet opgelucht te klinken.

Vroeger gingen we ook overdag vaak op stap. Naar de dierentuin in Emmen, een middagje shoppen, naar een museum. Ergens in het weekend ga ik altijd langs voor een kop thee bij m’n ándere oma, die in hetzelfde dorp woont maar wier aanleunwoning geen logeerbed heeft. Maar oma wordt natuurlijk ouder – allebei de oma’s, trouwens. Nu zit ze overdag vooral in haar stoel, al loopt ze gerust een paar keer heen en weer om nieuwe thee te halen.

Omdat twee volle dagen leven in oma-ritme best heftig is als twintiger, gaan m’n vijf jaar jongere nichtje en ik tegenwoordig samen logeren. Dat werkt goed. Oma kan dan vooral luisteren naar ons gezellige geklets en na elke maaltijd gaat ze even rusten, terwijl wij ons vermaken met een strategisch bordspel. Oma iets nieuws proberen uit te leggen, daar is geen beginnen aan. Heus, ze probeert het, maar de frustratie is van haar gezicht af te lezen en na vijf minuten geeft ze het op. ‘Het is net of mijn hoofd niet meer van mij is.’

Rummikub dan maar weer. Dat zit in oma’s systeem, ze kan het bijna zonder nadenken. Opeens is het zes uur, we kleden ons om en gaan naar het restaurant. Lopen kan best, zegt oma, die vorig jaar de 900 meter nog liever aflegde met de auto. En hup, daar gaat ze, de stevige pas erin.

En dan stuur ik haar zondagavond bij thuiskomst een appje en krijg ik binnen vijf minuten reactie. Want die smartphone pikt ze tot ons aller verbazing verrassend soepel op. Allebei de oma’s, trouwens.

Vijfentachtig hè. Way to go, oma.

1 reactie

Tenenyoga

‘Drie maanden’, zei de fysio. ‘Daar mikken we op.’
 
Ik was opgelucht. Zo zie je maar weer wat verwachtingen doen. Nadat de orthopeed die peesontsteking in m’n rechterenkel had geconstateerd, en ik na een rondje googlen moest concluderen dat dat een hardnekkige blessure is, stelde ik me erop in dat hardlopen het komende halfjaar hoogstwaarschijnlijk niet gaat lukken. Sterker nog, als ik überhaupt dit jaar weer een rondje pijnvrij kan rennen ben ik héél blij.
 
Dan is drie maanden ineens een dikke meevaller. Hoewel we nog maar moeten zien, natuurlijk, of m’n optimistische fysiotherapeute gelijk krijgt. Vorig weekend bleek een uurtje wandelen al te ver, dus ik ben blij als ik over tweeënhalve maand een beetje kan hiken in Yosemite National Park.
 
Maar goed, wandelen of niet, door die stomme pees ligt m’n hardlooppace nu al maanden op nul. En o, wat mis ik het rennen. Lekker buiten door de velden of langs het water. Felle zon of regen, het allerliefst met blote benen. Juist nu, in het voorjaar, is het zo heerlijk om hard te lopen door de zich ontvouwende natuur. Of juist op een zwoele zomeravond door de stad, terwijl de volle terrassen gonzen van gezelligheid.
 
Laatst vertelde een vriendin dat ze ooit ook een peesontsteking had en toen acht maanden niet sportte – dat kwam toevallig ook zo uit omdat ze in het buitenland was. Daarna ging ze weer rennen en bleek de pijn over.
 
Acht maanden. Zou dat toch realistischer zijn? Over acht maanden is het november en die gedachte – een vol zomerseizoen niet rennen – doet echt een beetje pijn. Maar ja hè, ik kan nog zo hard balen en zeuren, nu doorlopen is geen optie. Keihard vasthouden aan die drie maanden van de fysio is wellicht wachten op een nieuwe teleurstelling; hopelijk ligt de waarheid in het midden.
 
Gelukkig zijn er wél opties om m’n pees wat sneller te herstellen. Dus nu zit ik op tenenyoga. Elke ochtend en avond duw ik m’n (grote) tenen omhoog tegen de muur. Ik sjor eraan, beweeg ze één voor één omhoog en naar beneden, loop rondjes op de toppen, trek ze omhoog met een groot elastiek en rol met een balletje onder m’n voet.
 
Alles, alles heb ik ervoor over om tenminste deze zomer een paar keer buiten te rennen. Ja, één ding is zeker: nooit eerder heb ik dagelijks zo braaf m’n oefeningen gedaan.
1 reactie

Planten

‘If they live, they breathe. If they breathe, they feel. If they feel, they think. Just like you and me.’ Was getekend, Anthony Douglas Williams. Althans, volgens het quoteplaatje dat iemand in een veganistengroep op Facebook had geplaatst.

Nu ben ik geen veganist, maar wel al jaren lid van die groep. Ter inspiratie, om een beetje te weten wat speelt in plantenetersland en oké, soms ook om vermaakt mee te lezen met wat de vegapolitie zoal plaatst – strikte vegans die Heel Boos En Verwijtend doen naar iedereen die dat niet is, ook naar vegetariërs die af en toe wat kaas eten.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb bewondering voor mensen die plantaardig eten en leven. Hier spreekt een flexitariër die weliswaar twee keer de VeganChallenge deed, maar vooralsnog nét te veel gehecht blijft aan d’r kaas (en sporadische biefstuk). Dus: kudo’s voor jullie, vegans. #lifegoals, zou ik bijna zeggen.

Maar door die stomme ‘if they breathe, they feel’-quote betrapte ik mezelf op exact de gedachte die ik afgelopen week nog een verstokte vleeseter hoorde zeggen – waarvan ik toen nota bene zélf een beetje verontwaardigd werd:

‘Planten hebben ook gevoel.’
In dit geval: planten ademen ook.

Kijk, natuurlijk had Anthony Douglas Williams het over dieren, toen ‘ie z’n just-like-you-and-me-citaat opschreef. En achter die ‘just like you and me’ plakt natuurlijk een stille conclusie: wezens die net zo zijn als jij en ik, eet je niet op. En ja, dieren hebben gevoel en zijn in zekere zin net als jij en ik – meer dan sommigen van ons erkennen. En ja, misschien is het immoreel om dieren te eten. Kun je discussies over voeren.

Maar jongens, kom dan niet met een argument dat evengoed op planten kan slaan.

Omdat deelnemen aan random online discussies zelden een productief idee is – en zelf zo’n discussie opstoken niet tot mijn hobby’s behoort – weerhield ik mezelf ervan een venijnige planten-ademen-ook-opmerking onder het Facebookplaatje te dumpen.

Wel zocht ik even op wie die Anthony Douglas Williams eigenlijk is. Canadees spiritueel schrijver en dierenrechtenactivist, zo bleek. Had in de vroege jaren negentig een filmmaatschappij en ageerde sterk tegen geweld in mainstreamfilms. Opende vervolgens een boekwinkel, verdiepte zich in spiritualiteit en schrijft nu veel over vrede en liefde voor alle mensen en dieren. Kortom, niet iemand die zou willen dat z’n quotes bijdragen aan meer verdeeldheid.

De eerste hit op Google was een Goodreadspagina vol quotes van hem. “When our actions are based on good intentions, our soul has no regrets.” En: “What you become depends on what you can overcome.”

Nee, natuurlijk gaan we de wereld niet redden met goede intenties alleen. Maar een klimaatmars lopen is wel een signaal dat invloed kan hebben op de wereld om je heen – net als die biefstuk laten staan. En al red ik er de wereld niet mee, dan zegt het nog wél iets over wie ik ben of wil zijn.

Misschien toch weer eens wat vaker die kaascraving overwinnen.

Laat een reactie achter