Skip to content

Suushi. Posts

Vrij

Op vakantie gaan betekende ook twee telefoonvrije weken. Al een tijdje terug had ik namelijk besloten mijn smartphone thuis te laten. Dat was niet voor het eerst; ik geloof dat dit de derde of vierde keer is dat ik zonder dat ding op vakantie ga. Even helemaal weg, en vooral: afkicken.

De simpele waarheid is namelijk dat ik weer nogal verslaafd ben aan dat ding. Sinds ik een iPhone heb, weet ik dat ik gemiddeld vier uur per dag op dat ding zat. Vier uur!! Vooruit, een deel van die tijd ging op aan (zakelijke) telefoontjes en praktische dingen als Google Maps, podcasts of muziek luisteren. Maar eerlijk is eerlijk, verreweg de meeste tijd besteedde ik aan scrollen op sociale media.

En dat scrollen, dat maakt meer stuk in mijn leven dan me lief is. Mijn creativiteit, bijvoorbeeld, maar ook mijn rust, mijn focus en mijn tijd-voor-mezelf. Dat was ik al langer beu (en ik weet dat ik hierin niet de enige ben), maar het voelde als onmogelijk om van de ene op de andere dag radicaal in te grijpen in m’n smartphonegebruik.

Natuurlijk, ik had al van alles geprobeerd: de maximale tijd per dag op de apps begrenzen, Instagram, Facebook en Twitter eraf gooien. Maar steeds vond ik weer manieren om m’n eigen aficktrucjes te omzeilen. Tja, het verslaafde brein is in die zin ook best creatief.

Maar ik wil het gewoon niet meer. Echt niet meer. En daarmee bedoel ik niet dat ik nooit meer een smartphone zal gebruiken, want die dingen horen bij de tijd waarin we leven ze zijn óók heus hartstikke handig. Dat maakt het tegelijkertijd lastig, want waar je tegen een alcohol- of drugsverslaafde kunt zeggen ‘blijf gewoon van de drank/drugs af’ is dat met smartphones, net als bij bijvoorbeeld een eetverslaving, een stuk moeilijker.

Die twee smartphonevrije weken kwamen dus als geroepen. En geloof me, wat een openbaring was dat. Wat ik misschien wel het schokkendste vond: ik miste al die sociale media en al dat scrollen dus totaal niet. Gewoon: NIET. Ik hoefde in die zin ook helemaal niet ‘af te kicken’, had geen onrust of neiging om toch dat ding te grijpen. Het was stil en rustig en dat was prima.

Goed, ik was wél blij dat we de telefoon van B bij ons hadden; om praktische dingen op te zoeken, zoals de camping waar we zouden staan, en om in de auto muziek en podcasts te luisteren. Al merkte ik ook dat ik bij dat ‘dingen opzoeken’ moest opletten dat ik het niet dwangmatig ging doen. Hartstikke leuk, een beetje research doen naar wat er in de omgeving te doen is, maar dat hoeft echt geen twee uur te kosten.

En toen kwam ik thuis, na dik twee weken, en beheerste me ‘s avonds bij thuiskomst om direct dat ding aan te zetten. Dat bleek een goed idee, want toen ik ‘m zondagochtend aanzette om te kijken hoe het digitale leven ervoor stond, gebeurde er iets dat ik niet gauw zal vergeten. Tweehonderd appjes had ik, en terwijl ik ze las (een groot deel overigens in groepsapps en dus niet meer relevant) voelde ik een golf van spanning door mijn lijf trekken.

Het overspoelde me een beetje, het was alsof al die stemmen van al die mensen in al hun hevigheid TEGELIJK op me af kwamen – wat in feite natuurlijk ook zo was – en het was zo heftig dat ik een beetje begon te trillen en misselijk werd.

Wow, dacht ik. Ja, dit gebeurt er dus. Dit laat ik normaal elke dag gebeuren. Er waren een paar leuke appjes waar ik blij van werd, een paar moeilijke appjes waar ik buikpijn van kreeg en verder was het allemaal eigenlijk niet zo bijzonder. Dus in plaats van iedereen direct terug te appen, deed ik het ‘hoognodige’ en daarna zette ik m’n telefoon weer uit.

Pfoe, ja, en toen wist ik het zeker: ik wil dit anders gaan doen. Ik wil mijn smartphone veel meer functioneel gaan gebruiken, en niet meer als continue afleiding van mijn leven. Ik wil geen eindeloze ‘appgesprekken’ meer voeren, maar WhatsApp alleen nog gebruiken voor hoognodige communicatie, bijvoorbeeld om afspraken te maken.

Dat mag allemaal nogal rigoureus klinken, dat besef ik. Maar weet je, ik zie op dit moment heel helder wat het me brengt. Het is de weg naar een leven dichter bij mezelf. Naar een leven met meer rust en betekenisvolle momenten met de mensen van wie ik houd. Want het grappige: doordat ik niet direct alle vakantieverhalen online met iedereen deelde, en niet via de app aan al m’n vriendinnen om updates van hun leven vroeg, kreeg ik veel meer zin om hen snel te zien. Hen aan te kijken, thee te drinken, bij te praten.

Dus dat deed ik.

En nu ik probeer niet  dat me door de dag heen te binnen schiet en dat ik nog aan B of iemand anders wil vertellen, meteen in een berichtje te zetten. Ik spaar ik al die dingen op en vertel hem (en anderen) er vol enthousiasme over zodra ik hen weer zie.

Ik vind het moeilijk om in woorden uit te leggen hoe dat voelt, maar in mijn hoofd is het een wereld van verschil.

Laat een reactie achter

Italië

Zo, ik ben dus weer terug van vakantie, en Italië, wat was je héérlijk zeg. Vooruit, ik moest wel even wennen.

Natuurlijk had ik online en in reisgidsjes al gelezen dat de campingplekken in Italië doorgaans een stuk kleiner zijn dan in Frankrijk, maar dat dat kan betekenen dat je recht tegenover andere Nederlanders staat, met alleen een smalle open ruimte ertussen – en de campingeigenaar was een beetje dwangmatig, dus onze camperbus als muurtje gebruiken was geen optie, hij móest op een bepaalde manier staan – maakte me aanvankelijk wat benauwd.

Maar toen ging ik gewoon weg bij ons plekje, lekker in de zon aan het meer, waar het vrijwel stil en leeg was want de ochtend was bewolkt geweest dus bijna iedereen was nog bij z’n tent. Boekje, erbij, top.

En zo zakte ik langzaam in het vakantiegevoel. ‘s Middags een Aperol Spritz, eindeloos veel spelletjes Codenames Duet (wat een topspel is dat toch ook), ‘s avonds pizza melanzane bij het campingrestaurantje.

Tochtjes naar de supermarkt, telkens weer onder de indruk van de gigantische hoeveelheid lekkernijen – een schap vol ricotta en mascarpone, grote brokken kaas, twaalf soorten gnocchi en nog veel meer verschillende verse pasta’s. Ja, het is wel weer duidelijk hoe veel belangrijker lekker eten is in Italië en dat is wel iets dat ik wil meenemen terug naar huis: goed eten is belangrijk voor me, het verhoogt mijn levensgeluk, daar wil ik dus niet op besparen. Ik kan ook niet wachten tot ik weer m’n eigen keuken heb. En weet iemand toevallig een goed Italiaans speciaalzaakje in Utrecht?

Fietsen door de heuvels, de Franciacorta Satén-route die ons 30 kilometer lang voerde langs eindeloos veel wijnvelden en wijnboeren. Ik leerde over Franciacorta, de regio die blijkbaar het Italiaanse equiavalent is van de Champagnestreek, en man, wat een goeie bubbels proefden we. We kochten te veel om mee te nemen op de fiets, gelukkig konden we dat doosje ook gewoon de volgende dag met de auto komen ophalen.

Tip: Ferghettina is een schitterendmooi familiebedrijfje en ze laten je rijkelijk proeven – na de officiële tasting van brut, satén en rosé kwam er ook nog een exclusieve vintage sparkling rosé uit 2011 op tafel (en die was zo lekker dat ik er met liefde 28 euro voor neertelde), en toen we lieten doorschemeren dat we ook wel rood wilden kopen, kregen we daarvan ook nog een glas te proeven.

Meer chillen op de camping – later in de week werd het daar een stuk rustiger –, wijntjes proberen, het deed me denken aan de zomers in Montrouant met mijn S. Eenvoudig koken en dan stiekem een beetje verbaasd zijn hoe lekker dat smaakt, dat krijg je dan toch hè, met die goede, smaakvolle ingrediënten daar. Kaas natuurlijk, hup naar de markt, een giga-stuk Taleggio kopen, een grote bol buffelmozzarella en o ja, doe ook maar een homp Peccorino, dat is dan 13 euro alstublieft.

Iseo, dat een prettig rustig idyllisch dorpje bleek. Gargnano aan het Gardameer, waar we de laatste paar dagen waren en dat zo mogelijk nóg drie tandjes idyllischer was.

Een top-3 maken van de lekkerste pasta’s die ik at: de casoncelli met pompoen en salieboter, de pasta cacio y pepe, en met stip op 1 natuurlijk de spaghetti met zeevruchten die ik at in het sterrenrestaurant (wat?, ja echt, en wees gerust, daarover volgt nog een apart blogje).

Nog meer fietsen, nu over het eiland Monte Isola – schijnbaar het grootste eiland-in-een-Europees-meer. Willen jullie echt geen e-bikes, vroeg de jongen bij de infokiosk verbaasd, zeker toen hij vertelde dat je ook helemaal naar de top van de berg op het eiland kon fietsen, in een paar kilometer 460 meter omhoog, en ik ging glimmen bij dat idee.

Dus nee, geen e-bikes, en ja natuurlijk trapten we naar boven. In de hitte, en zwaar dat het was, WAAROM DOEN WE DIT SUUS riep B af en toe, maar hij ging mooi wel mee, en ik zwoegde en genoot, want dit zijn het soort dingen dat ik altijd onthoud van mijn vakanties, de lichte ontberingen, het testen van mijn krachten. En ja, het uitzicht was het waard, wat wil je ook, met een schattig kerkje bovenop die berg en dan het blauwgroene fonkelende meer eronder, hier en daar kleine dorpjes van huisjes in warme kleuren.

Na de afdaling – we hadden echt HARD gekund maar ik vertrouwde de remmen van m’n gammele huurfiets niet helemaal – was het tijd voor een duik. En daarna voor voedsel. Hup, goeie fles Etna bianco erbij, zouden we die opkrijgen?, oeps de fles is al leeg.

Toen was ik moe, ja, tussendoor was ik best vaak moe, misschien vermoeidheid die eruit moest of gewoon moe van de indrukken en het buiten-zijn. Ik sliep in elk geval als een roosje, in die heerlijke camperbus met hor-raampjes aan drie kanten, nog méér dan bij een tentje was het slapen in de buitenlucht. Sowieso: die bus, wat een luxe was dat. Een goede koelkast, méér dan genoeg ruimte voor al je spullen (en de wijn die mee terug moest), en supercomfortabel rijden. In één dag terugkarren vanaf het Gardameer – een reis van zo’n 15 uur – bleek geen probleem.

En ja, natuurlijk was niet elke dag zo idyllisch als dit blogje doet lijken. Af en toe was ik grumpy, geïrriteerd, wist ik niet wat ik met mezelf aanmoest. Maar terugkijkend beklijven vooral de hoogtepunten. En die waren soms heel eenvoudig: de ochtendduik in het meer, bijvoorbeeld, waar we elke dag mee begonnen (véél lekkerder dan een douche!).

Dat de vakantie telefoonvrij was, en hoe heerlijk dat was, en hoe ik al die socialmediadingen totaal niet miste (hier komt ook nog een blogje over). Dat het niettemin fijn was dat we de telefoon van B bij ons hadden, want praktische dingen kunnen opzoeken is wél echt fijn aan zo’n smartphone, niets is zwart-wit.

En dat ik weer begon met mediteren, geïnspireerd door het nieuwste boek van Jelle van SoChicken. Elke dag vijf minuten, soms tien, soms een kwartier, regelmatig zelfs twee keer per dag. En ook door de dag heen mindfulness oefenen: mijn lijf voelen, mijn voeten in het gras, de geluiden en geuren van de Italiaanse zomer.

2 reacties

Doorgaan

Angsten overwinnen, zo las ik in Psychologie Magazine, doe je in kleine stapjes. Door steeds maar weer te doen, aan te gaan, te confronteren. Steeds een stapje buiten wat comfortabel voelt. En dat stug volhouden. Niet opgeven.

Dan, en alleen dan, wordt het steeds een beetje beter. Zo ervaar ik dat zelf ook. Want net als de auteur van het artikel dat ik las, had (en heb) ik nogal wat angsten. Autorijden in tunnels of op smalle weggetjes, spreken voor groepen. Beetje hoogtevrees. En ik kan het me nu niet meer voorstellen, maar ooit vond ik het doodeng om een zakelijk telefoontje te plegen. Maar ja, dan word je journalist en moet je de hele dag bellen. Dan leer je dat wel af.

De meeste mensen moeten ervoor werken. Soms weken, soms maanden en soms jaren. En als beloning krijg je geen kortdurende euforie, maar langdurige vrijheid. Het tegenovergestelde van de angst je doen en laten bepalen, is een leven dat geregeerd wordt door verlangen.’

De beste remedie om je angst de baas te worden, is dus datgene wat je eng vindt heel veel doen. Niet dat je altijd in het diepe moet springen, integendeel. ‘Precies tussen saai en paniek in gaan zitten’, dat is de crux. Net zolang totdat dat normaal wordt. En dan weer een stapje verder. Alsof er langzaam iets verschuift in je brein. En nee, dat gaat niet van het ene op het andere moment. De angst slijt langzaam, tot je op een bepaald moment je realiseert dat je plotseling een presentatie hebt gegeven aan 100 man zonder in paniek te raken.

Zo reed ik deze vakantie door een Zwitserse tunnel van ruim 16 kilometer. En toen, of eigenlijk eerder op de heenreis al, besloten B en ik samen dat ik eigenlijk geen reden meer heb om bang te zijn voor tunnels of bergweggetjes. Ik kan dat gewoon. En warempel, vanaf het moment dat ik dat tot me liet doordringen, ging het allemaal een stuk makkelijker. Joeg de paniek nog nauwelijks door m’n lijf als ik weer zo’n donkere tunnel in reed.

We gingen ook een dagje klettersteigen, ofwel via ferrata. ‘Een soort bergwandelen maar dan zit je met een klimgordel vast aan een ijzeren rail, omdat er soms wat stukjes langs een afgrond zijn of een klein beetje klimmen’, had B gezegd. Nou, no way dus. Ja oké, die ijzeren rails was er wel. En onze gids (voor wie overigens alle lof) had die vroege zomerochtend een prachtige route uitgezocht. Een rotswand van 200 meter steil omhoog.

Uh.
Ja.

Dat deed ik dus. Want zo kan het dan ook: wegduwen die angst, niet toelaten, niet erkennen. Verstand op nul en gaan.

Twee uur klommen we. Twee uur waarin ik voornamelijk stil was – ‘ik merkte wel aan je stem dat je het eng vond’, zei B – maar waarin ik tussendoor óók genoot van tegen die rots aan hangen, uitkijkend over het zonovergoten prachtig stille dal.

En dan sta je plots op de top, een beetje bibberend, maar bovenal beretrots.

Zou het dan ook zo kunnen gaan met mijn grootste angst – mensen teleurstellen?
Ja. Misschien moet ik dat ook maar eens wat vaker gaan doen.

Zoals Roanne van Voorst het zo mooi schreef in Psychologie Magazine: ‘Vaak voelt het een beetje onprettig als je oefent met dingen die je wel wilt, maar ook eng vindt. Soms is het ietwat saai, vervelend of ben je wanhopig. En dan ineens is er rust: de angst is weg.’

Laat een reactie achter