• Thuiskomen

    Eigenlijk zijn de dagen thuis de allerfijnste dagen. Gewoon de momenten dat ik dingen in en rondom huis doe. We wonen nu bijna een jaar in Elst en ik raak steeds meer gewend aan de rust, aan dat er minder kan (en dus ook minder hoeft), aan de mensen die alles in een rustiger tempo doen.

    We hebben er in Nederland een handje van om dat af te doen als saai. Een “huismus”, dat klinkt niet als een sprankelend persoon. Mensen verontschuldigen zich er regelmatig voor: “ja nee, we hebben weinig leuks gedaan dit weekend”. Of: “nee, we gaan niet op vakantie, we blijven gewoon thuis deze keer, hopelijk volgend jaar weer”. Alsof thuisblijven, thuis-zijn, iets inferieurs is.

    Wat het natuurlijk niet is. Integendeel: thuis is goud te vinden.

    De laatste weken ben ik zo doordrongen van het besef dat het geluk in de eenvoud schuilt. Klinkt cliché, ik weet het, maar zo is het.

    ‘s Avonds een ommetje maken door het veld, de zomeravondgloed die de akkers met tarwe verlicht. Overdag regelmatig door de tuin wandelen en telkens verbaasd zijn dat de plantjes alwéér zijn gegroeid, en hey, die ene heeft nu bloemetjes.

    Het zijn ook de dagen dat ik het meest HIER ben, en mijn tijd niet wordt gedicteerd door de digitale wereld. Dat laatste doe ik trouwens zelf, dat stomme telefoonscherm blijft zó verslavend. Af en toe ben ik weleens bang dat ik op een dag zo’n spijt krijg van alle uren die ik scrollend heb besteed. Het leven is kort, jongens.

    Steeds vaker denk ik: ik hoef niet zo veel, de kunst zit juist in het niet laten dichtslibben van m’n leven – met afspraken en ook met spullen. Tussen de vlagen van consumentisme door blijft het minimalisme me kietelen.

    Het is zo normaal in onze wereld om maar te kopen, kopen, kopen. Ik zou mezelf niet bepaald ‘shopverslaafd’ noemen en toch zie ik hoeveel ik stiekem aanschaf. Begin deze maand besloten B en ik om financieel wat terug te schroeven. We willen langer kunnen doen met het geld dat we verdienen, om meer dagen in het jaar vrij te zijn.

    En we willen de uitgaven die we doen, bewuster doen: juist door af en toe uit te pakken met iets moois of fijns, blijft dat bijzonder. Als je elke week uit eten gaat, wordt dat het nieuwe normaal – een soort inflatie van geluksgevoel.

    Maar ja, dan kijk ik naar wat we deze maand allemaal kopen en denk ik toch: poe, da’s niet bepaald minimalistisch. Ja, die e-bike stond al in de planning sinds we hier wonen en het is fantastisch om nu zo makkelijk naar Nijmegen en Arnhem te kunnen fietsen. (En we kochten ‘m tweedehands.) Ja, B had al tijden een nieuwe slaapzak nodig (hoewel, wat is nodig? Vooruit, zijn oude was best versleten) en nu was dezelfde als die ik ook heb in de aanbieding. Ja, ik wilde graag wat kleding voor mijn priesteressenweekenden (heb een rode en witte jurk nodig voor de inwijding in september).

    Maar ja hè, zo is er altijd wel wat.

    En ongeacht de reden, het zijn wel gewoon spullen. Spullen die horen bij een modern leven. Maar hoe dat moderne leven eruitziet (of ‘hoort’ te zien), dat hebben we uiteindelijk maar met z’n allen bedacht.

    In dat kader: ik voel de laatste weken dagelijks het besef dat wat ik zie als een “eenvoudiger” leven, nog steeds een enorm luxeleven is. Ik heb een ruim warm huis en een koelkast vol vers eten met smaken van over de hele wereld, van halloumi tot harissa, garam masala en chipotle-pepers.

    ‘s Morgens smeer ik fijne biologische rozen-dagcrème op mijn gezicht en olie in mijn haar (supertip dit, ik kocht het in Zweden als uitprobeersel, m’n altijd-snel-droge haarpunten blijven nu veel langer mooi – met als bonus dat ik tientallen euro’s kapperskosten bespaar).

    Ik kan de trein pakken en ergens heen gaan als ik daar zin in heb. Ik typ deze blog op een MacBook Pro (refurbished, maar dat maakt in wezen weinig uit).

    Het is alleen dat al die dingen er al zo lang zijn, dat ze normaal zijn geworden. Ik heb ze, de meeste mensen om me heen hebben ze ook. En ja, zoals het dan gaat met een rupsje-nooit-genoeg-brein: je wilt meer. Meer vakanties, meer hippe oorbellen, meer fijne sneakers, meer lekkere flessen wijn, meer dagjes en weekendjes weg.

    Steeds vaker denk ik: maar waarom eigenlijk? Het voelt of ik mezelf alleen maar loop af te leiden, alleen maar weg beweeg van de kern, van wat er al is. Omdat dat wat er is soms ook ongemakkelijk of oncomfortabel is (angst, verdriet, pijn).

    Sinds we hier wonen, merk ik hoe het me met geluk vervult dat we lieve mensen in de buurt hebben. Dat ik zo dicht bij E en J woon dat ik hun kindje met de week kan zien groeien. Dat m’n oude studievriend GB en zijn vriendin op loopafstand wonen en regelmatig spontaan met hun baby’tje langsdroppen voor een kop thee. Dat we buren hebben waarmee we dingen voor elkaar doen: zij geven onze katten te eten, ik pas een uurtje op hun kinderen, we lenen elkaars gereedschap, zetten tijdens vakanties de container van de ander aan straat. Dat GB me in hun kraamweek appt of ik een pak koffie voor ze wil halen. Dat we E en J kunnen vragen om hun auto te lenen als we er eentje met een trekhaak nodig hebben.

    Het zijn die kleine dingen die me een gevoel van community geven.

    Ik sla in deze blog allerlei zijpaden in, maar ze horen voor mijn gevoel allemaal bij een groter geheel: een diep wortelend gevoel van hoe ik m’n leven wil inrichten. Met ‘gewone’ dingen – die eigenlijk, als je erbij stilstaat, helemaal niet zo gewoon zijn. Ga honderd, of zelfs maar vijftig jaar terug in de tijd en realiseer je dat we nog nooit zo hebben geleefd als we nu doen.

    Dat vervult me met hoop en dankbaarheid.

    Dankbaarheid, omdat ik zie dat alle luxe die ik heb – ik hoef maar 5 minuten te fietsen en dan is daar een gigantische winkel met al het eten dat ik me maar kan wensen! – niet vanzelfsprekend is, ook al is-ie dat wel op deze plek op aarde, in de bijna 31 jaar dat ik leef.

    En hoop, omdat ik zie dat het leven blijft veranderen. Dat wil zeggen dat we als mensen elke dag een keus hebben om het anders te doen. Die kracht hebben we – om samen te bouwen aan de wereld van onze dromen.

    1+
  • Mijn derde kwartaal als zzp’er

    Freelancen is een snelkookpan. Ik leer zo veel in korte tijd, zowel in mijn vakgebied als daarbuiten. Precies wat ik wilde natuurlijk. En soms ook behoorlijk intens! Vorige week had ik een grote deadline, nu zit ik weer in rustiger vaarwater. Grappig om te merken dat er dan ook meteen zin ontstaat om te bloggen. Er is schrijf-energie over, zeg maar (hoewel ik vandaag wel weer aan de slag ben met een nieuw verhaal).

    Tijd om weer even terug te blikken. Wat deed ik het afgelopen kwartaal op werkgebied?

    • Begin april had ik een weekje vakantie. Even géén werk dus, hoewel dat nog best een uitdaging bleek: de week ervoor was zo vol dat ik besloot om maandag tóch te besteden aan een verhaal. Dat was rustiger dan alles in die vorige week proppen. Dinsdag handelde ik nog wat laatste zaken af en toen was ik echt vrij. Al ging ik donderdag wel naar de freelancersborrel van een opdrachtgever. Zo zie je maar, je vakantie bewaken is als ondernemer nog best lastig. ;-)
    • Ik leerde hier trouwens wel van, want toen ik half juni weer een week vrij was, lukte het me écht om uit te loggen. Inmiddels weet ik weer hoe nodig – en gezond – het is om er zo nu en dan helemaal tussenuit te gaan. Dat komt de kwaliteit van mijn werk de rest van het jaar ook ten goede. En: opdrachtgevers vinden het geen enkel probleem als je er soms niet bent (integendeel, alleen maar logisch), zolang je het maar duidelijk en op tijd communiceert.
    • In april schreef ik weer een artikel voor Wageningen University & Research. Net als vorig jaar werkte ik mee aan hun KennisOnline-magazine, een online uitgave met verhalen over onderzoek. Ik interviewde twee marien biologen over hoe het gaat met de Nederlandse bruinvis.
    • Voor uitgeverij Octavo verbeterde ik hun website. Ik zorgde dat alle teksten hetzelfde format kregen, voegde linkjes toe en paste achter de schermen dingen aan om de vindbaarheid te verbeteren (SEO). In dit project werk ik samen met Petra van Sutori. Ik ken haar via mijn vriendin A; Petra freelancet al jaren en zocht iemand die klussen van haar kan overnemen als ze zelf geen tijd heeft. We staan op dezelfde manier in ons vak en kunnen het goed met elkaar vinden – topcombi dus!
    • Dit kwartaal werkte ik ook voor het eerst een weekje vanuit Zweden. Aan de keukentafel van m’n moeder en Ben bleek ik me gelukkig prima te kunnen concentreren. En zelfs onderweg in de trein heb ik flink wat werk verzet. Voor herhaling vatbaar!
    • Ik heb tegenwoordig een accountant en dat is me toch een partij fijn. Het gros van m’n administratie doe ik nog steeds gewoon zelf in MoneyMonk, Marieke loopt elk kwartaal voor de btw-aangifte alles na en regelt ook m’n jaarlijkse belastingaangifte. Dit geeft enorm veel rust. Bovendien heeft ze me nú al veel geld bespaard, door me te wijzen op slimmigheidjes en aftrekposten waar ik nog niet aan had gedacht. En ik kan bij haar terecht met allerlei praktische vragen: van ‘hoe werkt het met btw terugvragen op je zonnepanelen’ tot ‘wat is handiger, een e-bike op de zaak of privé?’
    • Sinds kort ben ik bladmanager en eindredacteur van ‘de Zorg‘, het magazine voor leden van IZZ. Dat doe ik namens contentbureau Beklijf, met wie het superfijn samenwerken is. Ik deed al vaker dingen voor Beklijf, maar met deze stap is onze samenwerking next level geworden. De Zorg verschijnt 2 keer per jaar – in juni en december – dus we beginnen binnenkort alweer aan het volgende nummer.
    • Zelf schreef ik voor dat magazine ook twee korte artikelen.
    • Voor Schrijfvis ontwikkelde ik een online training over motivatiebrieven schrijven. Ik laat je weten als-ie online staat.
    • De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen vroeg me om een aantal webteksten te (her)schrijven voor hun opleidingen. Deze bijvoorbeeld.
    • Voor Radboud Magazine – de klus die ik al vijf jaar met veel plezier doe – was de vraag dit keer om te schrijven over de oorlog in Oekraïne. Omdat ik zelf op dat moment erg druk was, besloot ik om iemand uit mijn netwerk in te huren. Zelf las ik mee en scherpte ik de tekst nog wat aan. Ik heb dus voor het eerst met een onderaannemer gewerkt, en dat beviel hartstikke goed!
    • Tot slot werkte ik in mei en juni aan een grote interviewklus. Ik maakte elf interviews voor een nieuw handboek over strategisch omgevingsmanagement. De interviews waren allemaal live en vonden plaats in omgeving Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. Ontzettend leuk om te doen en ook inhoudelijk leerzaam. Dat vind ik misschien wel het leukste aan mijn werk: er gaan regelmatig nieuwe werelden voor me open. Het boek verschijnt in oktober.

    Zo, en nu de blik weer vooruit. Deze zomer werk ik aan de eindredactie van een serie rapporten voor de Radboud Universiteit, en daarnaast staan er een paar verhalen en wat kleinere klusjes in m’n planning. En half augustus ga ik samen met B naar Zweden, dit keer zónder werklaptop.

    De afgelopen maanden waren vaak topdruk, komende tijd wil ik het iets rustiger aan doen. Met genoeg werk in m’n agenda om lekker bezig te blijven, maar ook genoeg vrije tijd om lekker te rommelen in de tuin.

    Ik denk dat dat wel gaat lukken.

    0
  • Nieuws: meld je aan voor de selectie van Suus!

    Goedemorgen jongens, ik heb wat nieuws: mijn eigen online nieuwsbrief!

    Stiekem werk ik hier al jaren heel af en toe een beetje aan, maar telkens laat ik het dan weer liggen. Ach, denk ik dan, ik heb toch ook dit platform. Waarom dan ook nog een nieuwsbrief maken?

    Toch is het niet helemaal hetzelfde. De laatste tijd merk ik dat het format van bloggen niet altijd past bij de dingen die ik wil vertellen. Tegelijkertijd wil ik iets maken dat minder vluchtig is dan een story op Instagram. Sowieso ben ik liever minder op Insta.

    Ik vind het leuk om in contact te zijn met jullie, mijn lezers. En ik experimenteer graag met de vorm waarin dat gebeurt (zie ook mijn YouTube-avonturen :-)). Bovendien voelt ‘zomaar van alles openbaar delen’ soms té kwetsbaar, zoals Des al mooi opmerkte bij de lancering van haar ‘briefjes van Des’.

    Lang verhaal kort: je kunt je vanaf nu inschrijven voor de selectie van Suus!

    • een door mij gemaakte nieuwsbrief in je mailbox, helemaal gratis
    • vol fijne tips, ideeën, gedachten en inspiratie
    • verschijnt 1x per maand

    Oh ja, en de eerste editie verschijnt aanstaande woensdag (29 juni) al!

    Waar wacht je nog op?
    Schrijf je nu in!

    2+
  • Mijn tuin

    Mijn tuin wordt een wilde tuin. Een groene oase in de wijk, een plek waar je graag bent – zeker als de zon schijnt. Een plaats waar je de bladeren hoort ruisen, waar de bijen zoemen en de wormen, pissebedden en al die andere kriebelbeestjes krioelen in de vruchtbare grond.

    Mijn tuin wordt een pleisterplaats voor vogels en insecten. Omdat er volop bessen en zaden te vinden zijn, omdat er van het vroege voorjaar tot de late herfst bloemen bloeien, en er volop plekjes zijn om je te verstoppen of nestjes te bouwen.

    In mijn tuin komen bomen. Niet per se hele hoge of dikke bomen – zo groot is mijn tuin niet – maar wel bomen die schaduw geven en zo verkoelend werken, die zuurstof leveren, CO2 opslaan. Die mooie appelboom in de voortuin, dat is pas het begin.

    De schutting van mijn tuin is straks bijna niet meer zichtbaar. Nu al klimt de sterjasmijn die ik vorige maand plantte langzaam maar zeker omhoog, en sinds gisteren hebben we een verticale kruidentuin waar ook aardbeienplantjes aan de muur groeien. Ik kan niet wachten om te oogsten.

    Sommige dingen vind je nauwelijks in mijn tuin. Tegels, bijvoorbeeld – alleen het hoognodige, voor een paadje waar je met je fiets overheen kunt om ‘m in het schuurtje te zetten, stapstenen en een terras – 3 bij 3 meter, dat moet een terras minimaal zijn leerde ik – maar veel groter hoeft ook niet, zeker omdat daarnaast het grasveldje begint. En waarom zou je op een stoel zitten als je ook in het gras kunt liggen?

    Dat fietsenschuurtje trouwens, dat hebben we nu nog niet. Maar het wordt geen stenen bouwwerk. Misschien kun je het zelfs nauwelijks een fietsenschuurtje noemen: het wordt een eenvoudige overkapping van vier houten palen met een groendak erop, en als ‘muren’ plaatsen we schermen waar klimplanten overheen groeien. Hoe we dat precies gaan doen, is een project voor deze zomer, maar in mijn hoofd staat-ie er al. Eerst nog even die stomme overkapping verkopen. (Best een mooi ding hoor, topkwaliteit, maar hij past niet op deze plek en in deze tuin.)

    Kunstgras vind je gelukkig ook niet meer in mijn tuin. De mat van 5 bij 2 meter die er lag toen we hier kwamen wonen, heb ik op Marktplaats verkocht. Kun je tot m’n verbazing nog best een paar tientjes voor krijgen.

    Wél vind je in mijn tuin al steeds meer planten. Ik leer dagelijks bij wat dat betreft – verder dan het herkennen van een serie verse kruiden en de magnoliaboom kwam ik tot nu toe niet – en maakte deze week een schriftje waarin ik de namen schreef van alle planten die ik afgelopen maand in de tuin heb gezet.

    In de tuin staat ook ‘mijn’ lelie: een stuk van de plant die begon te bloeien op de dag dat ik in 1991 werd geboren, en die m’n moeder al bijna 31 jaar telkens mee-verhuist. De moederplant staat inmiddels in haar tuin in Zweden.

    Terwijl ik mijn tuin verken, loop ik op blote voeten of op de klompen van mijn oma – ik kreeg ze nadat zij in november overleed, ze zijn precies mijn maat. Mijn oma hield ook van tuinieren, allebei mijn oma’s trouwens. Graaf ik een gat voor een nieuwe plant, dan gebruik ik daarvoor oma Janna’s groene schepje.

    Er past nog veel meer in mijn tuin. ‘Kom maar een keer langs’, zei de collega bij wie ik laatst ging eten en die zo’n geweldige grote mooie wilde tuin heeft op het platteland. ‘Dan steken we wat planten uit, en knippen we wat stekjes voor je af. Het groeit hier toch harder dan ik bij kan houden.’

    Ik appte vrienden-met-een-tuin met de vraag of zij nog stekjes hebben. Honderden, schreven ze terug. Een ding weet ik wel, ik hoef vanaf nu niets meer te kopen bij de Intratuin. Sowieso wil ik in de toekomst niet meer naar de Intratuin maar naar een goede biologische kweker, zoals de Hessenhof in Ede. Zodat ik weet dat de plantjes die ik koop gifvrij zijn, dat het soorten zijn die daadwerkelijk nog stuifmeel/nectar voortbrengen voor de insecten (blijkbaar zijn er ontzettend veel ‘doorgekweekte’ bloemen op de markt die schitterend bloeien, maar waar de insecten helemaal geen klap aan hebben – twijfel je, gebruik dan je neus: als je niets ruikt zit er waarschijnlijk weinig in).

    Volgende week wordt hier voor de deur 1 m3 biologische compost geleverd. Turfvrij, da’s lang niet overal te krijgen in Nederland maar Bio-Kultura heeft het gelukkig. En je wilt turfvrij, weet ik tegenwoordig, want compost/tuinaarde met turf is mega-slecht voor het klimaat én je tuin.

    We kochten ook een tuinkast, eentje die precies past in het ‘loze’ hoekje naast de linker achterdeur. Volgend weekend gaan we gras inzaaien en binnenkort installeren we ook een regenton. Nu al voelt het hartstikke zonde om kraanwater te gebruiken om de planten te besproeien, maar ja, je kunt nu eenmaal niet alles tegelijk. Om die reden kocht ik de afgelopen tijd tóch ook alvast een paar zakken compost en tuinaarde bij Intratuin. Wel biologisch maar ja, met turf, niet ideaal maar je kunt nu eenmaal niet alles perfect doen.

    En met tuinieren werkt het zoals met veel dingen in het leven: soms moet je gewoon beginnen.

    De tuin vorig jaar in juni, ruim een maand voordat wij er gingen wonen. Rechts een stukje van de mat kunstgras.
    De tuin vandaag: nog deels een zandbak en overal growth in progress, maar het mooie van de natuur is dat je soms alleen maar een zetje hoeft te geven en daarna is een portie geduld voldoende. :-) Rechts zie je de blauwe waterschaal – badje voor de vogels – die mijn moeder maakte (check haar keramiek-webshop).
    En die grote klaproos (en een heleboel andere planten) kwamen spontaan op. Da’s zo leuk aan een wilde tuin: altijd een verrassing wat er gaat gebeuren!
    1+
  • Over Best Kept Secret

    Het is maandagmiddag, de tassen zijn uitgepakt en opgeborgen, de was zit in de machine (dankjewel B) en het huis is gestofzuigd. We zijn weer thuis. En ik heb een week vakantie.

    Dit weekend waren we op Best Kept Secret Festival. Mijn derde editie was het, de laatste keer was in 2018. In 2019 gingen we naar Down The Rabbit Hole (DRTH) en de afgelopen twee jaar waren er door de pandemie natuurlijk geen festivals.

    Oké, allereerst: het festival was weer top geregeld. Het terrein heeft een nieuwe indeling gekregen, met nu (nog) veel meer leuke en verrassende hoekjes – beetje à la DTRH – met bijvoorbeeld hangmatten, mini-podia waar naast muziek ook talks werden gegeven en zelfs hot tubs en een sauna. De muziek was over het algemeen goed, af en toe ronduit slecht en een paar keer briljant, en ook qua eettentjes hadden we weinig te klagen, behalve de prijzen ervan, maar ja inflatie.

    Dit blogje is dan ook geen review van BKS. Ik hou van BKS. Maar ik merkte ook dat ik het véél vond, dit keer. Dat ik regelmatig aan het zoeken was naar hoe ik dat nou eigenlijk wil doen, festivallen. In vier jaar kan er veel veranderen. Niet alleen de wereld maar ook jijzelf en je behoeften.

    BKS in 2018 en in 2022 – rechterfoto op de laatste dag toen ik besloot zonder make-up naar het festival te gaan (dit is in mijn hoofd best een beetje een ding, maar ik. mag. er. zijn.)

    Om te beginnen begon ik aardig moe aan het weekend, want ik heb afgelopen maand knetterhard gewerkt om een grote klus rond te krijgen. Daarnaast dronk ik dit keer bewust geen alcohol – terwijl ik de vorige edities toch regelmatig dansjes deed met een beker cider in m’n hand, soms deelden nog een jointje met de groep of een microdosering van iets. Maar ik voel hoe alcohol me wegdrijft van mezelf en ik wilde in verbinding blijven. Hier zijn.

    Niet dat dat makkelijk was. ;-) Want als je HIER knetterveel rugpijn hebt en dus eigenlijk niet urenlang wilt staan bij concerten, of je bent eigenlijk zo moe dat je het liefst een dutje wilt doen in de tent, of je bent gewoon overweldigd en beseft dat je helemaal niet in een drukke tent wil staan.. Kortom, als je het ineens allemaal voelt, onverdoofd. Tja, wat dan?

    Nou: dan ga je toch gewoon zitten bij dat concert. Op een heuveltje naast de tent kun je het ook best prima horen. En dan dóé je toch dat dagelijkse dutje, boeiend, en jammer dan dat je concerten mist die volgens de verhalen behoorlijk briljant waren. Het is jouw weekend, niemand zegt dat je de hele tijd AAN moet staan, of dat er een bepaalde manier is om ‘festivallen’ goed te doen.

    Het klinkt zo simpel hè. En achteraf voelt het ook zo – simpel – want ik deed het: luisteren naar mijn lijf, gehoor geven aan m’n behoeften. Al was dat in mijn hoofd een stuk minder eenvoudig. Eerst had ik überhaupt niet door dat ik die gevoelens (moe, rugpijn, overprikkeld) aan het ontkennen en wegduwen was. Daarna was er natuurlijk oordeel, veel oordeel: kom op Suus, stel je niet aan, de rest doet toch ook…. En er was angst voor afwijzing: wat vindt de rest van me als ik sjaak afhaak ben (weer zo’n oordeel)? En wat vind ik van mezelf? Krijg ik achteraf geen spijt?

    Wat ontzettend hielp, is dat ik met drie superchille mannen was die het allemaal wel best vonden. Die zelf ook graag hun gang gingen, ook als dat regelmatig betekende dat we alle vier los van elkaar over het festivalterrein zwierven. We kwamen elkaar toch wel regelmatig weer tegen. Er was genoeg tijd samen.

    Er waren momenten dat ik dacht: misschien is dit wel m’n laatste festival. Maar er waren óók momenten dat ik genoot van gewoon met de dudes rondstruinen, van alcoholvrije cider drinken (die was er gelukkig ook! Nou ja, 0,5% maar daar doe ik het voor), en van de muziek.

    En toen ik op zondagavond tot m’n eigen verrassing INTENS aan het genieten was van Nick Cave, wist ik: alleen al dit optreden maakte het hele weekend het helemaal waard.

    Lijstje top-artiesten:

    1. Nick Cave and the Bad Seeds. In één woord WOW. Mogelijk het beste optreden dat ik ooit heb gezien. Betoverend gewoon. Ik begon chillend op een heuveltje maar ging op een gegeven moment tóch maar dichterbij staan, ondanks die vermoeide rug en voetjes – dat zegt wat, in 2018 vond ik The National ook prima vanaf het heuveltje.
    2. Froukje. Ik kende haar niet, maar wát een fijne chick en een heerlijk concert. Maakte me vrolijk en hoopvol. Als dit Gen-Z is, komt het misschien toch nog goed met de wereld. ;-)
    3. Jehnny Beth. Gaaf was dat.
    4. Giant Rooks. (Ik vind de recensie van 3voor12 te negatief, het was gewoon een fijn concertje.)
    5. Novastar. Precies wat je wilt op zondagmiddag terwijl je ligt te luisteren aan het water.
    6. WIES. Wat zijn ze leuk!
    7. The Vices. Zag ik op zo’n piepklein podium tijdens een jamsessie. Fijn.
    Jamsessie van The Vices

    Kortom: een heel leerzaam weekend al met al. Wat ik meeneem, is een les die ik sowieso de laatste tijd steeds meer begin te voelen: je kunt veranderen in je leven. Wat je vroeger leuk vond, is dat misschien nu niet meer. Je interesses verschuiven. Je smaak verandert. Je overtuigingen wankelen of ontwikkelen zich in een andere richting.

    En dat is oké. Houd de verandering niet tegen, zelfs al ben je zo bang voor de reacties van anderen. Ja, misschien zullen er mensen zijn die hun beeld van je even moeten aanpassen. Maar dat is aan hen. Jij mag jouw pad bewandelen.

    Of ik volgend jaar weer naar BKS ga, weet ik nog niet. Misschien wel, misschien niet. Misschien een dagje, of misschien boeken we dit keer wel een glamping-tent. En misschien sla ik een jaartje (of meer) over. We gaan het wel zien. Ik hoef het niet nu te bedenken. En net zoals dat ik nu deze twijfels beleef, mag het morgen ook weer helemaal anders zijn.

    Ik vind de hele tijd dat ik het moet ‘weten’, datgene ‘waar ik van ben’. Misschien is dat ook een reden dat ik moeite heb met hier schrijven. Het voelt alsof elke letter die ik typ, me gaat definiëren. Want dan schrijf ik veel over veganisme en heb het gevoel dat ik me moet verantwoorden als ik een keer kibbeling eet (zoals dit weekend). Of ik heb een wijncursus gedaan en mensen zien me als ‘iemand die veel van wijn weet’, terwijl ik het afgelopen jaar nauwelijks nog bezig ben geweest met wijn. Of ik stop met sociale media, schrijf over wat dat me brengt, en het voelt hypocriet om vervolgens weer op Instagram te zitten. Of ik verdiep me in spiritualiteit en heb het gevoel dat dat niet ongegeneerd kan omdat ik wetenschappelijk ben opgeleid en samenwerk met universiteiten.

    Ik wil nou juist zo graag dat het allemaal open mag liggen.
    En dat het mag veranderen.

    Na dit weekend besef ik dat ik vooral zelf degene ben die dat tegenhoudt. Mensen bewegen wel mee – of niet, en dan is dat misschien moeilijk of pijnlijk, maar uiteindelijk ook oké.

    Wat dat betreft was het zo’n verademing om mensen als Froukje, Jehnny Beth en ook Merol te zien rocken op het podium. Jemig, Froukje is EENENTWINTIG en staat daar mooi haar ding te doen, op haar manier, en dat mag en kan gewoon.

    Er zijn vast mensen die er wat van vinden. Maar dat houdt hen niet tegen om te doen wat zij op dat moment willen. En als ze het morgen helemaal anders willen doen? Dan doen ze dat toch lekker.

    Kijk maar, leken die powervrouwen me te zeggen. Doe het maar gewoon, en je zult ervan versteld raken wat er dan allemaal kan.

    Jehnny Beth die zich halverwege een nummer vol vertrouwen op haar publiek stort.
    3+