Skip to content

Suushi. Posts

La Tortuga

Je zou het haast vergeten met al dat gemijmer over mijn telefoon, maar er was ook nog dat sterrenetentje.

Niet dat we van tevoren van plan waren om exorbitant uit eten te gaan in Italië, hoor. Natuurlijk wilden we lékker eten en ik pakte dat mooie jurkje niet voor niets in – ik had wel verwacht dat we vroeg of laat ergens uitgebreid zouden gaan dineren. Maar tot nu toe at ik in mijn leven twee keer in een restaurant met een Michelinster (en beide keren betaalde ik niet zelf) en ik was niet direct van plan daar tijdens deze zomervakantie een derde keer aan toe te voegen.

Maar toen reden we aan het begin van de tweede vakantieweek naar Gargnano, een klein dorpje aan de westoever van het Gardameer. Ik had het plaatsje gevonden in de Lonely Planet (The Italian Lakes), waarin het werd omschreven als een prachtige, rustige plek in de luwte, zonder al te veel toeristen. Of in Lonely Planet-taal: it’s around Gargnano that the mountains really kick in. They rear so steeply it’s overwhelming – you don’t just look at views like these, you step into them. Thanks to its awkward location (at the point when the road north becomes a tortured set of dynamite-blasted tunnels), Gargnano has been spared the worst excesses of the tourism industry and it retains a pleasant, local feel.

Klonk best goed – en dat bleek het inderdaad te zijn. Behalve die tunnels dan, de auteur overdreef niet toen-ie tortured schreef, maar da’s weer een ander verhaal.

In de Planet stonden ook twee eettentjes in Gargnano. Eén ervan was La Tortuga, een restaurant met een ster. Min of meer voor de grap las ik het tekstje in de auto voor aan B. Het was een vrij lyrisch verhaal over goed eten zonder opsmuk en geweldige wijnen. Moeten we daar niet heen?, vroeg hij. (En die beweert nog steeds dat ík de enige foodie ben van ons twee, gna!)

De hele week aan het Gardameer herhaalden we die vraag zo nu en dan. Eerst grappend met een ‘yolo’-tintje, daarna serieuzer. Want ik bedoel, hoe vaak komt het voor dat je in het land met het lekkerste eten ter wereld bent, op loopafstand van een restaurant met een Michelinster? Hoe veel lekkerder kun je eten in je leven?!

Zo kwam het dat we op de één-na-laatste avond van de vakantie het camping-gruis zo goed als we konden van ons af schrobden, en de beste kleding aantrokken die we bij ons hadden (ik dat jurkje, B een lange broek en overhemd – al trok hij dat laatste pas om de hoek van het restaurant aan, want we moesten toch een half uur lopen en het was 30 graden).

Voor de zekerheid hadden we van tevoren alle 341 foto’s bekeken die restaurantgasten op TripAdvisor hadden gedeeld. Was het niet te chique en opgeprikt voor ons? Konden we ons hier vertonen? En hoe werkt de Italiaanse etiquette eigenlijk?

Een tikje zenuwachtig schuifelden we om iets over half acht La Tortuga binnen. Het restaurantje bleek klein en intiem, de vier of vijf andere stellen praatten op gedempte toon met elkaar. De strakgedekte ronde tafeltjes waren omringd door stoelen met rood fluweel; ook op de muren zat fluweel.

Whoops. Toch best chique.

Ik nam plaats schuin voor een schap met onder meer een Rothschild uit 1986 en een Amarone uit ’93. Vlak na ons kwam een gezelschap binnen dat hier overduidelijk regelmatig kwam, zo uitbundig werden ze begroet, en later op de avond gebeurde dat nog twee keer.

Verderop in de hoek zat een stel waarbij vergeleken we ons een stuk meer op ons gemak voelden – hij droeg een korte broek (!) en sandalen, ze hadden hun zonnebrillen en telefoons op tafel liggen, leken een beetje per ongeluk hier beland en waren alweer weg voor onze eerste gang werd geserveerd.

We kregen de menukaart; na een poosje viel me op dat op die van mij geen prijzen stonden, maar op die van B (de man in het gezelschap) wel. Wat we voor eten zouden gaan betalen wisten we, en dat we bijpassende wijnen wilden óók, maar even twijfelden we daaraan nadat we quasinonchalant door de wijnencyclopedie – het enige juiste woord, zo dik was dat boek – hadden gebladerd. Want ja, hoeveel zou een wijnarrangement hier kosten? Ze zouden dan toch niet het moment aangrijpen om een Barolo van 300 euro te ontkurken? We durfden het natuurlijk niet te vragen, en op een gegeven moment zei B, weet je, we stoppen nu hierover na te denken, we zitten hier nu en we willen dit, yolo.

En zo was het. En góed dat het was.

Om te beginnen: de wijn. Alles lokaal, alles van rondom het Gardameer, en de Lugana waarmee we begonnen was zo briljant dat ik het nog steeds jammer vind dat ik het etiket niet heb onthouden. De wijnglazen waren trouwens zo licht dat je voor je gevoel alleen het gewicht van de drank in je hand had.

Na onze eerste gang (de beste coquilles die ik ooit heb gegeten) kwam tegenover ons een ouder Italiaans echtpaar zitten. ‘Kijk’, fluisterde ik naar B, ‘nu kunnen we een beetje spieken hoe het heurt’. Niet veel later propte de man zijn servet slordig onder z’n kin, later zou hij nog een aantal keer opstaan om te roken of naar de keuken waggelen. So far voor het goede voorbeeld – of misschien betekende dit dat we ons over onze tafelmanieren een stuk minder zorgen hoefden te maken. ;-)

Vijf gangen aten we, het ene gerecht nog beter dan de ander. De spaghetti was zalig (en hé, ook gewoon best tof toch dat je kunt zeggen dat je pasta hebt gegeten in een Italiaans sterrenrestaurant) en mijn hoofdgerecht bestond uit vis en groenten, maar ‘vis met groenten’ zou een grove belediging zijn voor de smaakexplosie die op mijn bord lag. Perfect gegaarde zeebaars, tomaten zo rood, sappig en complex dat ik ze nog steeds bijna kan proeven en ja, jeetje, moet ik nog doorgaan?

Maar wat fine dining-etentjes voor mij toch echt wel afmaakt, is de bediening. Superstrak, en toch ontspannen. Mega-alert, zonder dat je het gevoel hebt dat ze je op de vingers kijken of om de drie minuten aan je tafel staan (maar toen ik na het vierde glas wijn m’n vork van tafel stootte, lag er binnen dertig seconden een nieuwe naast m’n bord). Perfecte timing van de gerechten, altijd netjes eerst de wijn en dan de gang.

Ja, vakmanschap.

Ze zeggen wel eens dat je, om een gelukkig leven te leiden, je geld het beste kunt uitgeven aan ervaringen. Die wijsheid spookt regelmatig door m’n hoofd – en werd deze avond weer eens onderschreven. Want ja, mensen, als je van eten houdt, spaar alsjeblieft voor dit soort dingen, het is het waard, en het zijn de momenten om niet gauw te vergeten.

Laat een reactie achter

Even helemaal weg

‘Leg dat ding nou even weg’, zei B. We zaten in het zonnetje aan de baai van Iseo, onze voeten bungelend over de kade. Voor ons het glinsterende meer, achter ons het pittoreske Italiaanse dorpje. We hadden net al lopend hierheen een ijsje gegeten en kletsten nu wat over de verdere plannen van onze vakantie.

Misschien zouden we nog een paar dagen naar het Gardameer gaan, en dat was de reden waarom ik zijn iPhone erbij had gepakt: even opzoeken welke leuke camping ik daar ook alweer had gevonden. Ik had ook iets gelezen over een leuk restaurantje. En hoe ver was het eigenlijk rijden?

Doe nou niet nú, zei B dus, en ik dacht: verrek, je hebt gelijk. Gá ik weer. Weg van hier. Alweer bezig de toekomst uit te stippelen, te regelen hoe het straks is, proberen grip te krijgen op later, in plaats van nu op deze zonovergoten namiddag te kijken naar het moois om me heen, hier te aarden samen met mijn lief.

Alweer bezig te vluchten.

God, hoeveel van deze momenten was ik er niet echt bij, hoeveel tijd verspilde ik door met mijn gedachten-aandacht-ogen te verdwijnen? Het leven is kort, zeggen we, maar wat vinden we het toch moeilijk om de tijd die we hebben echt hier te zijn. Het internet, ons eigen web van gedachten in ons hoofd, we laten ons maar wat graag verstrikken in de afleiding. We eten en drinken om te vergeten, we rennen almaar verder, we kijken naar ons scherm, wegkijkend, ja, we kijken weg. Steeds als ik op dat scherm kijk, verdwijn ik een beetje.

Vanmorgen was ik wat vroeg op het station. De ochtendzon gaf Vaartsche Rijn een gouden randje, ik nestelde me op de grond tegen een paal en keek wat om me heen. Hier, nu. Hallo wereld. Naarmate de vertrektijd van de trein dichterbij kwam, stroomde het perron vol.

En zoals ze dat dan zeggen hè: als je zelf niet op je telefoon kijkt, valt je pas op hoeveel schermzombies er eigenlijk rondlopen. En hoe absurd dat is, als je het niet zelf zo goed zou begrijpen. Want ja, wie ben ik om te oordelen, zelf was ik er ook één. Onderweg in de trein appen met vrienden, al lopend mailtjes beantwoorden, m’n agenda bijwerken, en als er echt niets meer te doen viel gewoon wat scrollen op Facebook of Instagram.

Verderop stond een meisje te scrollen; ik zag het aan de beweging van haar rechter duim. Haar gezicht in een frons, en plots stopte ze, richtte haar hoofd op naar de zon, sloot haar ogen. De morgenzon viel op haar gezicht en even dacht ik: keert ze terug? Voelt ze hier en nu? Aardt ze?

Toen bracht ze haar arm omhoog. Een subtiele selfiegrijns kwam tevoorschijn, ze spiekte door haar wimpers. Klik, swipe, send. #mondaymorning #sunshine #genieten.

Laat een reactie achter

10 tips om minder op je smartphone te zitten

Na die twee verhalen vol mijmeringen over mijn nieuwe ‘telefoonvrije’ leven denk je natuurlijk: DAT WIL IK OOK, en vraag je je misschien af hoe ik dat aanpak.

Natuurlijk, in de ideale situatie begin je net als ik met een paar weken cold turkey zonder smartphone, bijvoorbeeld als je op vakantie gaat. Ver weg van je normale leven zijn er een stuk minder verleidingen, en bovendien kún je die telefoon simpelweg niet toch stiekem weer pakken (en dat geeft veel rust).

Maar ook als je voorlopig geen reisje hebt gepland, kun je van alles doen om de rol en invloed van je smartphone in je leven minder groot te maken. Welke dingen heb ik veranderd en belangrijker, welke checks heb ik ingebouwd om te voorkomen dat ik over een paar maanden weer terug bij af ben?

1. Laat je iPhone thuis als je de deur uit gaat. Inderdaad, dat kan niet altijd, maar veel vaker dan je denkt kan het wél. Naar mijn werk moet-ie mee (mijn telefoon is ook m’n werktelefoon), maar als ik boodschappen ga doen of afspreek met een vriendin heb ik dat hele ding niet nodig. En als ik naar het theater ga moet-ie sowieso op stil, dus dan kan ik hem net zo goed thuis laten.

Als je hem niet bij je hebt, kun je er ook niet op kijken.

Trouwens, vaak verleidt mijn brein me nog met de gedachte dat het “nu écht belangrijk is dat mijn iPhone meegaat”. Vanavond bijvoorbeeld ga ik naar wijnclub. Dan scan ik graag de etiketten van de flessen op Vivino, en regelmatig maak ik ook een paar foto’s. Maar nu ik erover nadenk: die wijnhuizen kan ik ook morgen thuis toevoegen aan m’n account, en er zijn genoeg anderen die foto’s maken (en zo niet, dan kan altijd m’n camera nog mee).

Dat avondje ‘rust’ is me die extra moeite wel waard – en netto levert dit me waarschijnlijk nog tijd op ook, want anders zit ik tussen wijnclub door steeds op m’n telefoon.

2. Zet je telefoon vaker een tijdje uit. Zeker in het weekend kan dat vaak gewoon de hele dag, tenzij ik bijvoorbeeld even Runkeeper nodig heb omdat ik ga hardlopen. En ja, ik vond dit ook een onmogelijke gedachte voordat ik naar Italië ging en de iPhone thuis liet. Maar echt, het kan, en als je eraan went is het súperchill.

En als je telefoon toch aan moet (omdat je op je werk bereikbaar moet zijn), zet dan in elk geval internet uit. Zo komen er geen appjes of andere berichten binnen en kun je toch bellen als dat nodig is. Grappig is dat ik dit deze week voor het eerst deed op werkdagen, en vaak gewoon vergat dat ik mobiele data had uitgeschakeld. Pas ‘s avonds bedacht ik me dat ik daarom de hele dag ‘geen appjes’ had gekregen ;-)

3. Koop een ouderwetse wekker en zet die naast je bed. Zelf haalde ik dit digitale dingetje van IKEA (5 euro). Heeft ook nog een timer waarmee je kunt mediteren, top. Zo hoef ik mijn telefoon niet meer in de slaapkamer te hebben én is “mijn telefoon pakken” niet meer het eerste dat ik doe op een dag. Sterker nog, ik probeer er een gewoonte van te maken om het ding pas aan te zetten als ik na het ontbijt de deur uit ga.

4. Schaf een camera aan. “Ik wil foto’s maken” is dan geen reden meer om je smartphone mee te nemen op reis.

5. Stop met sociale media. Want ja, dan valt er meteen een stuk minder te ‘halen’ op die telefoon… je kunt je accounts op Facebook en Instagram deactiveren (da’s een stap minder rigoureus dan verwijderen). Wil je het grondig(er) aanpakken, laat dan je wachtwoorden veranderen door iemand anders. Dan kún je er simpelweg niet meer bij. :)

6. Denk na over wat je smartphone je brengt, en zoek naar alternatieven. Ik word bijvoorbeeld blij van foto’s maken (daarom kocht ik een camera), track graag mijn hardlooprondjes (daarom denk ik erover een sporthorloge aan te schaffen) en luister graag muziek (daarom downloadde ik mijn favoriete playlists, zodat ik geen internet nodig heb om ze te beluisteren). En o ja, sociaal contact op WhatsApp vervang ik door vaker met mensen af te spreken (grappig genoeg krijg ik daar veel vaker zin in, nu ik niet al uren online met iedereen loop te kletsen!) en door te bellen of Skypen (zoals met mijn moeder in Zweden).

Denk ik er verder over, dan geloof ik ook dat mijn smartphone een ‘vlucht’ voor me is in situaties waarin ik me oncomfortabel voel, zoals wanneer ik bij veel onbekenden ben of als ik erg moe ben. Daar kan ik wat aan doen door a) beter voor mezelf te zorgen en b) kritisch te kijken naar de sociale activiteiten in mijn leven.

7. Begin met mediteren. Eén tot twee keer per dag eventjes tot jezelf komen, zelfs al is het maar 2-3 minuten per keer, helpt je om te aarden – en trekt je uit de onrust die je naar je smartphone doet grijpen. Ik begon weer met mediteren nadat ik het nieuwe boek van Jelle Hermus las (Leven met wind mee). Ik ben medium enthousiast over dat boek, maar het is in elk geval erg praktisch, nuchter en toegankelijk geschreven, én het bereikte z’n doel: ik mediteer nu al ruim 3 weken dagelijks.

8. Zorg voor een ‘supportive’ omgeving. Zelf heb ik het geluk dat mijn B niet of nauwelijks telefoonverslaafd is, niet op sociale media zit (behalve WhatsApp) en sowieso een hekel had aan dat ge-scroll van mij over Instagram. Vertel je naasten over je nieuwe voornemens, wees eerlijk over je telefoonverslaving en zeg hen ook dat ze je eraan mogen herinneren als ze het idee hebben dat je ‘terugvalt’ in verslaafd schermgedrag.

9. Realisme. Besef dat je niet 100% zonder smartphone hoeft te leven. Dat is voor veel mensen niet haalbaar anno 2019, en bovendien geloof ik ook niet dat het zo zwart-wit is: smartphones zijn wel degelijk superhandig. Bijvoorbeeld:

  • Om de weg te vinden met Google Maps.
  • Om dingen op te zoeken, zoals hoe laat de trein vertrekt of wat de hoofdstad van Tadzjikistan is.
  • Voor mobiel bankieren en bijvoorbeeld Tikkie, om makkelijk geld terug te vragen van mensen.
  • Ter ondersteuning van mijn hobby’s, zoals Runkeeper of Vivino (een app waarmee je kunt bijhouden welke wijnen je hebt gedronken).
  • Om podcasts en muziek te luisteren.

Superfijn dus, dat er smartphones zijn. Ik streef dan ook niet naar een leven zonder smartphone. Wél wil ik m’n iPhone een functionele rol geven in mijn leven (zoals uit het lijstje hierboven blijkt), en niet de leidende rol die het dingetje de afgelopen jaren had.

10. Misschien wel het belangrijkste: zorg dat je helder en concreet voor ogen hebt waarom je het anders wilt. Voor mij zijn dit de belangrijkste reden om m’n iPhone een (véél) kleinere rol te geven in m’n leven:

  • Ik wil meer creativiteit in mijn leven. Daarmee bedoel ik: de vrijheid en ruimte in mijn hoofd om nieuwe ideeën te laten ontstaan.
  • Ik wil af van de stress die het met zich meebrengt om ‘altijd bereikbaar te zijn’.
  • Ik ben al tijden op zoek naar manieren om dichter bij mezelf te raken, en steviger in mijn basis te leren staan. Mijn smartphone ondermijnt dit, omdat ik steeds vlucht in contact met anderen, in levens van anderen en in verwachtingen die ik dénk dat anderen van mij hebben.
  • Tijdens twee telefoonvrije weken miste ik al die uren op sociale media totaal niet. Waarom zou ik elke dag drie uur besteden aan iets dat ik niet mis, wanneer het weg is?
  • Ik wil wél meer tijd vrij maken door dingen die ik graag vaker doe, zoals pianospelen, boeken lezen, koken en aanrommelen in huis.
  • Gesprekken op WhatsApp voelen niet als ‘gebeurtenissen in mijn leven’, kopjes thee en wijntjes met mijn liefsten wél. Ik besteed dus liever geen tijd meer aan appgesprekken, zodat ik tijd én energie overhoud voor offline sociaal contact.
  • Het leven is al zo kort. Elke dag 4 uur op mijn smartphone (en ja, dat deed ik gemiddeld) betekent per week 28 uur, per jaar 1.456 uur (!!!). Holy shit, ik zou die tijd veel liever anders besteden

 

6 reacties