• Vijftien

    Op de valreep nog even dan: vandaag blog ik precies vijftien jaar.
    Over twee maanden (min twee dagen) word ik dertig en dat betekent dus dat ik letterlijk meer dan de helft van m’n leven aan het bloggen ben.

    Daar zou ik natuurlijk uitgebreid bij stil kunnen staan (en ik had er ook allerlei plannen voor), maar eigenlijk wil ik op dit moment maar één ding zeggen: dankjewel, lieve lezer. Dank dat je me nog altijd volgt.

    Want of je hier nu al jaren leest of pas net komt kijken, zonder jou had ik het online schrijven hoogstwaarschijnlijk niet al 5.479 dagen volgehouden.

    Ik zeg: op naar de tienduizend.
    Ga je mee?

    5+
  • Scheppen

    Dit gaat misschien zweverig klinken, maar ik kan de laatste tijd dus zó’n diepe vervulling voelen door m’n werk.

    In mijn hele lijf voel ik dan even dat dit is wat ik moet doen. Schrijven. Mensen spreken en hun verhalen op papier zetten.

    Neem nou vandaag weer. Ik zette de puntjes op de i van m’n nieuwe bijdrage aan Radboud Magazine, een artikel dat me al een week lang in z’n greep houdt – op een goede manier. Het interview dat ik had met een bekende sterrenkundige bleef me naderhand nog dagen bij. Sterker nog: ik leende direct z’n onlangs verschenen boek bij de bieb en ben dat nu aan het verslinden.

    En man, dan mag ik zo’n verhaal maken waar ik zelf ontzettend veel van leer. Op fundamenteel niveau zelfs in dit geval – want over de wereld, het universum en zelfs het bestaan van (een) God. Ik weet niet wat het was, maar iets aan de woorden van die man deed me anders naar geloof kijken dan ik ooit deed.

    Misschien wel hierom: als zo’n natuurwetenschapper, iemand met zoveel kennis over het heelal en de grenzen van het mogelijke, een rotsvast geloof koestert in een schepper van het universum… Misschien is dat dan niet eens een gekke gedachte?

    Enfin, dat artikel dus. Het was niet bepaald een mákkelijk stuk om te maken; behoorlijk abstract en filosofisch immers, en ja, het blijft natuurlijk mijn taak om de lezer mee te nemen. Schrijven is altijd worstelen – soms een beetje, soms heel veel.

    Maar de bevalling die het soms is, maakt dit werk tegelijkertijd zo leuk. Telkens proberen het beeld in m’n hoofd nog scherper te krijgen: wat is de kern, waar gaat het om, wat bedoelt iemand precies? En hoe schrijf ik dat zo precies én pakkend mogelijk op? Uiteindelijk lukt het bijna altijd – en dan is de voldoening groot.

    Ja, dat schaven, schaven, graven. Soms voelt het als een diep-intuitïef proces; als het resultaat op papier staat, zou ik je niet meer kunnen vertellen waarom nou precies dát begin, die volgorde. (Hoewel, als ik er echt over na ga denken blijkt het toch ook behoorlijk beargumenteerd te zijn.)

    Eind van de middag stuurde ik het verhaal op naar de wetenschapper. Dat blijft altijd een tikje spannend (stukken minder dan vroeger hoor, ik vertrouw er inmiddels op dat ik kan schrijven – maar je hoopt toch dat iemand blij is en zich herkent in de impressie die je van ‘m schetst) en zeker in dit geval had ik eerlijk gezegd pas over een paar dagen reactie verwacht.

    Ik bedoel: vrijdagavond, Pinksterweekend, hoogleraar met ongetwijfeld een volle agenda.

    Nou, klap ik net nog even m’n laptop open en wat denk je: nu al mail. Een warme, oprechte reactie. Ik heb ervan genoten. Maar wacht, het ging me serieus even niet om die lovende woorden. In die mail van 2 kilobyte zond hij me vooral verbinding en blijdschap. Contact.

    Kijk, in mijn mailtje had ik me dus laten ontvallen hoe ik had genoten van het gesprek. Hoezeer hij me had weten te inspireren. Even twijfelde of ik dat wel zou sturen (iets met professionaliteit, ik wilde niet als een halve fangirl overkomen ;-)) maar uiteindelijk dacht ik: we mogen onszelf op de werkvloer ook heus meer laten zien.

    Om maar alvast een stukje uit het interview te citeren (wow, unieke preview!):

    “Als arts moet je patiënten soms pijn doen om hen beter te maken. Om iets goeds te bereiken, mag je geen medelijden hebben. Maar tegelijkertijd ben je júist een goede arts als je met iemand kunt meevoelen. De kunst is om te weten wanneer je afstand moet nemen, en wanneer je juist dichtbij moet komen. Zo is het precies voor een wetenschapper. Soms moet je sceptisch en kritisch kijken naar de feiten. En soms is het tijd om gewoon mens te zijn, je verwonderen en je af te vragen wat alles betekent.”

    Mens-zijn dus.
    Ik ben blij dat ik dat deed.

    1+
  • Dingen waar ik tevreden over ben

    Op dit moment zijn er behoorlijk wat dingen waar ik blij en tevreden over ben. Goed om eens bij stil te staan, dacht ik zo.

    Dus:

    1. Ons nieuwe huis! Ik bedoel, yes, het is gewoon gelukt, we hebben een huis gekocht.
    2. Dat het nog drie maanden duurt voor we gaan verhuizen. Hoewel ik enorm uitkijk naar het huis, vind ik het ook heerlijk om nog even te genieten van in-Utrecht-wonen.
    3. Dat elke dag koud afdouchen een gewoonte aan het worden is, en ik zelfs al bijna een maand 2-3 keer per week volledig koud douche. Ja, dat is koud ;-) Maar grappig genoeg went het en vind ik het zelfs steeds lekkerder worden. De eerste keer was ik een halfuur later nog aan het rillen; inmiddels ervaar ik direct na het douchen vooral een superhelder hoofd en een warme gloed door m’n lijf.
    4. Mijn band met voorleeskindje A. We hebben het zo gezellig samen. En nu de musea weer open gaan, kan ik haar ook eens mee op pad nemen – de eerste datum staat al gepland.
    5. Dat ik weer aan het wielrennen ben. Vorig jaar heb ik door blessureleed eigenlijk nauwelijks van Ruby kunnen genieten (en in de winter dacht ik zelfs: waarom moest ik nou zo nodig een dure racefiets kopen); nu ben ik maar wát blij dat ik deze aankoop heb gedaan. Wat fietst ze heerlijk.
    6. Dat ik al sinds vorige zomer structureel yoga doe. En: dat het steeds minder moeite kost om mezelf te motiveren naar een (digitale) les te gaan. Ik merk hoe goed het me doet, en dat motiveert enorm. Soms heb ik heus nog van tevoren geen zin ;-) maar door gewoon te gaan, wordt het telkens een beetje makkelijker.
    7. Hoe ik me steeds steviger in mezelf verankerd voel. Nog steeds kan ik me wel wiebelig voelen of van m’n stuk gebracht, maar ik merk dat m’n mindset is veranderd. Ik ga er niet meer altijd vanuit dat ik het wel verkeerd zal hebben gedaan, of dat anderen me onaardig vinden (ook al voelt dat soms nog zo – ik kan mezelf mentaal beter beschermen in situaties die triggeren).
    8. (Bijna) elke ochtend een kaart trekken uit m’n oracle deck.
    9. M’n relatie met B. Hoe we open communiceren over alles, hoe we ons bewust (proberen te) zijn van onze valkuilen, hoe we elkaar waarderen om wie we zijn. Veiligheid, intimiteit en respect ervaren.
    10. Dat ik drie jaar geleden besloot op pianoles te gaan. Wat is muziek toch waardevol, voedend voor de ziel.
    11. Dat m’n favoriete kleding van dit moment allemaal van Vinted komt.
    12. Elke dag minstens een half uur wandelen en dat dat dus lukt zonder pijn. Ik ben nog altijd rustig aan het opbouwen, maar er is absoluut een steady lijn omhoog zichtbaar.
    13. Allemaal boeiende interviews mogen doen. Zoals onlangs met een invloedrijke klimaatwetenschapper (vandaag gepubliceerd op DUB) en vorige week met sterrenkundige Heino Falcke (binnenkort in Radboud Magazine).
    14. Dat mijn ouders binnenkort worden gevaccineerd, en een paar vriendinnen zelfs al hun eerste prik hebben gehad.
    15. Mijn nieuwe fitnesstracker, de Garmin vívosmart 4. Dat ik dit apparaatje voor 50 euro kocht op Marktplaats (nieuw in de doos, slechts twee dagen gebruikt). Hoe fijn-ie werkt, echt een upgrade ten opzichte van m’n Fitbit Charge 2.
    16. Weer regelmatig in de keuken staan om wat lekkers te bakken, en dat dat lekkers tegenwoordig automatisch plantaardig is. Van bananenbrood met amandel & chocolade tot appeltaart, citroencake en haverkoeken. Jammie.
    17. Bijna geen alcohol meer drinken – af en toe één glas goede wijn – en merken dat dit me goed doet. Ik voel me stabieler, rustiger en dichter bij mezelf. (En van dat ene glas op z’n tijd geniet ik dan wél weer enorm.)
    18. Vaker tegen mezelf kunnen zeggen dat het oké is dat ik sommige dingen (in mijn eigen ogen) ‘niet goed’ doe. Ik zeg niet dat ik geen lást meer heb van oordelen gedachten – ze zijn er vaak nog wel – maar het lukt me regelmatig om er een andere, helpende gedachte naast te zetten. Om milder te zijn.
    19. Nog steeds elke dag oefenen met positieve dingen van de dag opmerken op SAN.
    20. Weer wat meer bloggen hier op Suushi. En: dat Suushi komende week vijften jaar bestaat. VIJFTIEN JAAR, jongens!! Tijd voor taart, dacht ik zo.

    0
  • Mijn body battery meten

    Tijd voor een vlog! In deze video test ik m’n nieuwe fitnesstracker uit, de Garmin vivosmart 4. Met dat apparaatje kun je onder meer je stressniveau en ‘body battery’ meten. En eerlijk is eerlijk: dat blijkt behoorlijk confronterend…

    Verder een kleine update van het huizenfront (daarover las je hier al meer!) en zo nog wat wekelijkse dingetjes. Veel kijkplezier!

    0
  • Bruis

    Vandaag sprak ik op straat zomaar een 81-jarige vrouw.

    Of nou, niet helemaal ‘zomaar’ – ik was voor een schrijfklus op pad in Den Bosch. Samen met een van onze fotografen struinde ik door een woonwijk, op zoek naar mensen die even met ons wilden kletsen.

    Voor het magazine van een woningcorporatie moesten we een serie voxpopjes maken rondom de vraag ‘hoe ziet jouw zomer eruit?’ (Voxpop komt van vox populi, ofwel de stem van het volk – het is een term uit de journalistiek waarmee straatinterviews worden bedoeld waarin ‘gewone mensen’ om hun mening worden gevraagd.)

    Goed, we waren dus op zoek naar deelnemers.

    Nog niet zo simpel, want het was maandagochtend en het regende en ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik kán me voorstellen dat je dan niet zoveel zin hebt in een praatje met een onbekende. Laat staan dat je ook nog op de foto wilt. (Sowieso is foto’s maken in de regen een crime, maar dat terzijde – gelukkig was het regelmatig even soort-van droog.)

    Toen spraken we H aan. Met een volle boodschappentas kwam ze uit het winkelcentrum gelopen. En vooruit, natuurlijk wilde ze meedoen. Ik stelde mijn vraag, we kletsten even, en omdat de fotograaf z’n toestemmingsverklaringen in de auto had laten liggen kletsten we nog wat langer.

    Eerst over die zomer (‘gewoon thuis, ik heb een balkon op het noorden en eentje op het zuiden, wat een heerlijkheid’), maar al gauw over andere dingen. Ze was graag op zichzelf, zei ze. Vijftig jaar verpleegkundige geweest, ‘dus nu heb ik wel genoeg geluisterd naar anderen’. Als iemand een verhaal begint, zei ze, kan ze bijna meteen de rest al invullen.

    Terwijl ze dat zei klonk ze – verrassend genoeg – allerminst vermoeid. Haar blik was helder en geïnteresseerd. Elke dag wandelt ze een stuk, en elke morgen om zes uur staat ze op voor Nederland in beweging. ‘Ja, je moet wel bezig blijven, dat is heel belangrijk om scherp te blijven.’

    81, hè. De heldin.

    Maar wat me vooral bijbleef, was hoe ze vertelde over haar kinderen en kleinkinderen. Als die over de vloer komen, vertelde ze, dan is alles bespreekbaar. ‘Wij spreken alles uit.’ Geen gekonkel, geen geheimen. Alles mag er gewoon zijn. ‘Dat is fantastisch, dat is het aller-waardevolste. Ik hoor zoveel mensen die mot hebben met hun kinderen. Of die klagen dat ze niet op bezoek komen. Zo zonde en niet nodig.’

    Begrijp me niet verkeerd: ze vertelde niet alleen, ze vroeg ook naar mijn verhalen. Maar eigenlijk maakte het niet zoveel uit wat we elkaar zeiden. Beide ervoeren we vooral de ontmoeting.

    Je hebt, terwijl ze me aankeek met een Perkamentus-achtige blik, twee soorten mensen: bruistabletten en zuigtabletten. Die laatste groep herken je meteen: je voelt je energie leeglopen als je met hen bent. Het kóst je veel.

    Blijf weg bij die zuigers. Zonde van je leven. Laat ze maar lekker klagen, jij hoeft niet altijd degene te zijn die geeft en geeft en geeft. Wees dan maar lekker op jezelf.

    Ik vond het bijna jammer toen na een kleine tien minuten de fotograaf weer voor onze neus stond, en de rest van de dag bleef haar heldere gezicht me bij. De huid vol rimpels, geen plooitje meer strak – en wat een uitstraling had ze.

    Duidelijk: bruis.

    5+