Skip to content

Suushi. Posts

Liszt

Het is Inspiratieweek bij mijn pianoles en dat betekent dat ik geen normale les heb, maar mee kan doen aan allerlei muzikale activiteiten. Zo heb ik me opgegeven voor een percussieworkshop om m’n ritmegevoel te verbeteren en ging ik gisteravond met een groep medeleerlingen naar TivoliVredenburg. In de Hertz-zaal, helemaal bovenin het grote gebouw, luisterden we een avond naar Minsoo Hong & Friends, finalisten en prijswinnaars van het Liszt-concours.

Ik was nog nooit bij een pianoconcert geweest. Althans, niet dat ik me kan herinneren, en werken van Liszt zeiden me ook niet veel. Het internationale Franz Liszt-concours is een pianowedstrijd die elke drie jaar wordt gehouden in Utrecht. Leerzaam om naar te luisteren, aldus mijn docente, want je kunt vergelijken hoe verschillende pianisten spelen en waar ze accenten leggen.

RAMMEN OP DE TOETSEN
Maar goed, dit jaar geen Liszt-concours. Wél drie finalisten, die elk een eigen selectie speelden. Te beginnen met de Russische Alexey Sychev (ja, die naam heb ik even ge-copy-paste), die compleet losging op de vleugel. Zijn vingers vlogen zo snel over de toetsen dat ik soms het idee het dat er een vertraging zat tussen zijn beweging en het geluid dat mij bereikte. Bombastische stukken waren het, duizenden losgehakte nootjes heel snel achter elkaar met soms tussendoor een welkom stukje adempauze. Ontzéttend knap, dat moest ik Sychev nageven. Maar dacht ik: als ik dat nou op een dag zou kunnen? Nee. Wel dacht ik: ik heb er weinig verstand van, misschien moet ik hieraan wennen.

Na een laatste buiging van de Rus kwam de Japanse Tomoki Sakata achter de piano zitten. En terwijl hij vergelijkbare bombastische stukken speelde, dacht ik: ligt het aan mij, of speelt Sakata subtieler, genuanceerder, met hier en daar wat hintjes emotie? Ja, oké, dacht ik, hier kan ik wel even naar luisteren.

In de pauze bleek niemand daverend enthousiast over de werken van Liszt. Omvergeblazen waren sommigen wel, sprakeloos door het pianogeweld. Onze docente beaamde de twijfels: het is allemaal enórm virtuoos, zei ze, en dus interessant om te zien wat fysiek mogelijk is in snelheid van spelen. Zelf had ze in al haar jaren als pianiste maar twee stukken van de Hongaarse componist gespeeld, “dat zegt wel iets over die stukken”. Maar finalisten van het Liszt-concours slaan in hun precisie vaak zo hard en snel op de toetsen, drukken alle noten zo gedecideerd en technisch correct in, dat alle emotie uit de muziek verdwijnt.

SHOW-SPELEN, SHOW STELEN
Liszt componeerde in een tijd dat de klassieke muziek de oversteek maakte naar de entertainwereld, legde ze uit. Het moest dus een show zijn. Resultaat: bombastisch spel met heel veel hele snelle noten, kriskras over de hele piano gespeeld. Spel om indruk te maken. “Liszt heeft altijd zo veel noten nodig om zijn punt te maken”, lachte ze.

Winnaars van Liszt-concoursen zijn vaak zij die de meest indrukwekkende kunsten kunnen laten zien – ook als dat compleet zonder gevoel is. Dat deed me denken aan de wereld van stijldansen, waar mijn ex actief was. Ook daar bepalen jury’s de winnaar, en ook daar zijn die winnaars lang niet altijd de mensen die het mooist of het meest met overgave dansen, maar zij die alles technisch knap uitvoeren en ‘in het hokje’ passen met hun kleding, make-up en fake smile. Gevoel en imperfectie zijn nu eenmaal een beetje ondergewaardeerd in deze wereld.

Na de pauze was het tijd voor de hoofdact, de 25-jarige Koreaan Minsoo Hong. “Ik heb goede hoop dat hij ons gaat laten zien hoe je wél Liszt speelt met gevoel”, zei m’n docente toen we weer de zaal in liepen. Ze kon opgelucht ademhalen. Ja, ook de handen van Minsoo Hong gingen zó vliegensvlug over de piano dat ik er duizelig van werd (ik overdrijf niet). En oké, tegen het eind merkte ik dat mijn hoofd wat vol was van al het gehamer op die concertvleugel – maar ja, dat kun je ook hebben bij de gitaren van een rockconcert. Hong was bij vlagen prachtig subtiel, je zag hem opgaan in de muziek, méér doen dan een gedrild stuk eruit rammen.

EIGENHEID
Wacht, zei m’n docente toen het klaar was, en liep naar de deur waar STAFF ONLY op stond. Ze bleek daar iemand te kennen en zo stonden we ineens als groepje rondom Minsoo Hong, de enige echte. Groepsfoto, vragen stellen, de jonge Koreaan die voor alles rustig en geduldig de tijd nam en toen werden we uit de zaal gebonjourd door de mensen van Tivoli.

Bij de garderobe bleek de groep verdeeld in mensen die de eerste twee pianisten het mooiste vonden – ‘kamp vóór de pauze’ – en mensen die het meest hadden genoten van Minsoo Hong. Voor mij de belangrijkste les: pianospel kan nog technisch zó knap zijn, als de emotie verdwijnt blijft van muziek weinig over. Je maakt het dan zelfs een beetje kapot. Dát deed me dan weer denken aan de Arctic Monkeys op Best Kept Secret, eerder dit jaar. Súperstrak gespeeld, maar als concert dodelijk saai.

Dus ja, speel maar gewoon. Maak plezier, leg je hele ik en eigenheid in je muziek en in alle andere dingen die je doet. Durf, heb lol, kom maar los.

1 reactie

All eyes on me

Van nature sta ik niet graag in de spotlights. Vooruit, na drie glazen wijn kan ik best het hoogste woord hebben, en dankzij m’n adviseurswerk bij Einder heb ik geleerd dat het soms zelfs léuk is om voor een groep te spreken. Maar hoewel ik (zoals bijna alle meisjes) vroeger best eens droomde over actrice, presentatrice of model worden, en ik als 15-jarige samen met vriendinnetje S. regelmatig voor-de-lol-fotoshoots deed op onze meisjeskamers, is de showbizzwereld niet voor mij weggelegd. Althans, niet vóór de camera’s. Laat mij maar lekker schrijven, concepten bedenken en achter de schermen m’n ding doen. Dat ik vloggen op Instagram vooral zie als oefening om me minder awkward te voelen op beeld, zegt genoeg. ;-)

Dus toen fotograaf Duncan de Fey me deze zomer vroeg model voor hem te staan tijdens een vrije shoot, zou je verwachten dat mijn eerste reactie AAAH OMG HELP zou zijn. En misschien waren het de twee glazen wijn, daar op de jaarlijkse borrel van Radboud Magazine, maar ik zei enthousiast en volmondig JA. Oké, ik was ook gevleid natuurlijk. Ik bedoel: ik, model? Ik wist dat m’n knappe collega-Eindermeisje M. een keer model voor Duncan had gestaan. Ik weet ook dat ik best een mooi figuur heb en ben meestal ook blij met m’n hoofd, maar de 90-60-90 maten haal ik niet vind mezelf nou niet echt een doorsnee modellenkoppie hebben.

Nou, die shoot was gisteren en o man, wat was het leuk. Ik vond het wel wat hoor. Opgemaakt worden door een professionele – en ook nog eens supergezellige – visagiste, daarna aangekleed door de styliste en hup, in de auto op weg naar mooie plekken om foto’s te maken.

We gingen naar de Ooijpolder, waar het prachtig was en de herfstwind zo kil dat we een routine bouwden van jas uit – foto’s maken – jas weer aan, repeat. Mooi, zei Duncan, ja perfect, precies deze blik, oké en nu nog een keer die kant op kijken, ja, kijk maar arrogant hoor, ja goed, heel goed, denk maar dat ik Bart ben en ik geen ontbijt voor je heb gemaakt, het interesseert je gewoon helemaal niets dat je op de foto moet, ja, zo.

Toen het ging regenen, verplaatsten we naar het industriële terrein van de oude Honigfabriek, aan de rand van Nijmegen. Ik trok er aan gordijnen, maakte sprongen op muurtjes en deed oude voetbalschoenen aan terwijl ik toevallig-nonchalant in de camera keek. O ja, en ik was ook nog de vuurheks die op blote voeten lucifers afstak in de lift. Tussendoor hadden Duncan, ik en styliste Christine vooral veel lol. Wat relaxed zeg, als mensen je zo op je gemak kunnen stellen, gewoon door er te zijn. En afgaande op wat ik vanaf Duncans camerascherm heb gezien, zijn de beelden inderdaad HEEL VET geworden.

Wordt vervolgd, dus. Ik kan in elk geval weer iets van m’n bucket list afstrepen. Sterker nog: dit wil ik best nog eens doen. Want hé, misschien zijn die spotlights zo vervelend nog niet.

1 reactie

Insta

Bij Annemerel las ik vandaag een berichtje over ‘Insta-moeheid’, en ik ben zo blij dat ze dit schreef. En vooral ook dat ze eindigde met de boodschap: ‘ik ga het weer gewoon lekker doen op de manier waarop in zin heb’. In het kort betekent dat: niet meer dagelijks op hetzelfde tijdstip posten om het algoritme van Instagram te pleasen, niet meer onder alle foto’s een reactie plaatsen of strategisch mensen gaan volgen in de hoop zelf meer volgers te krijgen, niet meer al die trucjes. Gewoon, leven – en posten – in het moment.

Ja, dacht ik, oh hell yes, goed bezig An.

Zelf gooide ik deze week Instagram weer eens van mijn telefoon. O, ja, ik weet het, een paar weken terug schreef ik nog vrolijk dat ik voor het eerst een filmpje plaatste op het kanaal. Het zijn vlagen, fasen waarin ik veel deel en tijden waarin ik juist behoefte voel me terug te trekken, weg van al die ruis. Ik kan het gewoon niet zo goed doseren. Staat die app op mijn smartphone, dan zit ik een groot gedeelte van de treinreis te scrollen. Check ik elke tien (oké, vijf) minuten m’n feed als ik, zoals vandaag, een dagje rustig thuis ben.

Laat ik de onrust toe in m’n leven.

Deze week sprak ik weer iemand die haar Facebookaccount heeft verwijderd. “Ik wilde mijn eigen nieuwsgierigheid terugvinden”, zei ze. Herkenbaar, want weet je nog wat ik begin dit jaar schreef, over dat ik Facebookloos was en ineens veel meer boeken las? Zolang ik mezelf blijf voeden met wat maar op me af komt, blijf ik ‘vol’. En zolang m’n dagen gevuld blijven met scrollen, ontstaat nooit de leegte die nodig is voor inspiratie. Voor nieuwe gedachten. Voor goed schrijfwerk.

Tegelijkertijd bracht Instagram me afgelopen tijd óók veel. Ik had mooie gesprekken met mensen die ik ‘van online’ ken, raakte geïnspireerd door verhaaltjes die zij deelden. Ja, dat mis je dus, als je (deels) offline gaat. Steeds is het een afweging, mijn leven gaat in golfjes. Tijden van feest, tijden van kalmte. Weekenden van uren Sims 3 in een rommelige kamer, weekenden van lezen, pianospelen en elke week de planken afstoffen.

En op dit moment zit ik weer in, zoals B dat treffend noemde, een “meditatie-golfje”. Gisteren zette ik de mp3’tjes met zelfcompassie-oefeningen op mijn iPhone en ik geloof dat ik niet eerder elke dag zo veel zin had om te mediteren. Andere dingen die me bezighouden:

  • Neoklassieke muziek. Ludovico Einaudi, natuurlijk, maar ook Olafúr Arnalds, Nils Frahm, Joep Beving, Dustin O’Halloran en de Grandbrothers – ik krijg er (bijna) geen genoeg van. Oké, natuurlijk aangevuld met een gezonde dosis prog-rock. Ik luisterde deze week wat oudere albums van Porcupine Tree, toch ook best lekker.
  • Langs de oevers van de Yangtze. De docu-serie van Ruben Terlouw is natuurlijk al 2,5 jaar oud en ik geloof dat minstens vijf mensen ‘m aan me hebben aangeraden (hoi mam!). Soms duurt het een tijdje voor iets je tijd is. Ineens vind ik, laatste weken, de tijd, zin en rust om de afleveringen te kijken. En ja hoi, spuit elf: wat boeiend dit! Extra leuk vind ik om te merken dat ik flarden van het Chinees kan verstaan. Al ben ik toch ook erg blij dat de gesprekken die Ruben met Chinezen voert, ondertiteld zijn. ;-)
  • Leesvoer. De nieuwste Psychologie Magazine zat vol interessante stukken – over het gedachtegoed van Brené Brown, over hoe je geld kunt omzetten in geluk en over de vier typen bioritmen die mensen hebben (nooit gedacht dat ik een beer ben, haha). O ja, en het boek Verslaafd aan liefde van Jan Geurtz vind ik ook intrigerend. Een jaar geleden probeerde ik er al in te beginnen, toen pakte het me niet en nu vlieg ik er doorheen. Bijna uit.
  • Vriendschap. Bij-effect van therapie én dat boek van Jan Geurtz, is dat ik me laatste tijd hyper-bewust ben van mijn relatie tot de mensen om me heen. En vooral: hoe die relaties op dieper niveau in elkaar steken, wat we bij elkaar ‘halen’/triggeren/nodig hebben, de wederzijdse afhankelijkheid en hoe ik die kan doorbreken. Dit klinkt allemaal vrij vaag, dat besef ik, en ik vrees dat een blogje te kort is om m’n gedachten hierover uit de doeken te doen. Uiteindelijk komt het neer op: dichter bij mezelf komen én blijven, ook – juist – als ik met anderen ben.

Zo, en nu is dit blogje alwéér zevenhonderd woorden. Oeps. Ik neem me vaak voor eens wat ‘strakkere’ stukjes te schrijven, maximaal 300 woorden en sterk column-achtig, ook om m’n schrijfvaardigheid wat te onderhouden… Maar het gevolg van die eis is dat ik me zo bekneld ga voelen, dat ik uiteindelijk niet meer schrijf hier op Suushi. Dus hé, het zijn maar schetsen op dit blog, en dat mag ook. Voor wie het lezen wil.

 

 

2 reacties