A little bit of everything, all rolled into one

maandag

  • Ashtanga Yoga. En vooral: dat ik wat last had van mijn hamstring (niet leuk), en daardoor besloot om deze les – die erg intensief is – rustig aan te doen. Ik sloeg alle vinyasa’s over en bleef ver binnen m’n grenzen. Best trots op. :)
  • Weer eens Indische hutspot maken. Dat ik vergat te checken of de aardappels goed gaar waren (nee dus) maar dat het alsnog heel lekker was. Ik ben echt gek op die blokjes gemarineerde tempeh.
  • In een huis wonen met B. Hoe goed we het samen doen en hoe soepel het gaat, hoe we elkaar beter maken.

PS. Als je vandaag één artikel leest, laat het dan dit verhaal op De Correspondent zijn. Ik was stiekem lang een beetje allergisch voor Rutger Bregman, maar dit is nu al het tweede stuk in een maand tijd dat ik van hem lees en waarvan ik denk: ja. Ja. JA. Vinger op zere plek. Heel goed.

En m’n dagelijkse ochtendwandeling was ook weer erg fijn. Ik hou zo van de herfstbomen!
0

zondag

  • Toch nog een plekje vrij in het zwembad ‘s morgens, twijfelen of ik wel of niet zou gaan (is wel vroeg hoor, zondag 9 uur), B die me uiteindelijk over de streep trekt. Zwemmen. Ja, zo gaat dat met sporten hè, achteraf ben je altijd blij dat je toch bent gegaan.
  • Wijnclub voorbereiden, S en ik organiseren volgende week samen een Halloween-editie, thema trick or treat?! Het wordt leuk en ik heb er zin in.
  • Met B in de auto, kletsen en podcasts luisteren.
0

zaterdag

  • Suusdag. Te beginnen met een les yin yoga en daarna de rest van de dag he-le-maal niets hoeven.
  • Hermitten met B: de vierde Detective-case spelen (wat VET is dit toch), Wie is de Mol? en Sorjonen kijken, burgers van Meneer Smakers bestellen. Sowieso: spelen. Brené Brown zei het ooit al, to rest and play is een levensbehoefte. Het houdt ons gezond.
  • Dat ik gisteren alle ‘nuttige’ dingen die urgent waren al had gedaan, waardoor ik de boel nu echt even de boel kon laten. Het was nodig. Meteen voor komende maand ook weer elke week een SUUSDAG in m’n agenda geblokt.
0

vrijdag

  • M’n eerste twee opdrachten voor de schrijfcursus af hebben. Eindelijk, kan ik wel zeggen. Je zou het misschien niet verwachten, maar ik zat er best tegenop te hikken. Zondag is de deadline en we hadden bijna een maand de tijd… Ik zei al, deze cursus is supergoed en dat is vooral omdat-ie best uit mijn comfort zone is – maar dat maakt het tegelijkertijd bij vlagen doodeng. ;-)
  • Allemaal mooie wijnen halen voor wijnclub eind volgende week. We zitten in meerdere kleine groepjes in plaats van in één groot gezelschap – maar alnog vrees ik er een beetje voor of het kan doorgaan… tienduizend besmettingen op een dag jongens, dit gaat echt niet de goede kant op.
  • B’s ouders die kwamen eten. Spaghetti bolognese. De cannoli die zijn moeder had meegenomen voor bij de thee.
Een van de stukken die ik schreef voor de cursus, gaat over deze twee flessen die we van de zomer kochten in Frankrijk. Twee keer malbec van dezelfde maker; eentje met druiven uit Frankrijk (Cahors), de ander gemaakt in Argentinië (Mendoza). Proef je dat verschil? Ja! Misschien plaats ik het verhaal ook nog wel eens hier…
1+

Typisch corona: 18 dingen die we misschien ooit vergeten

In dit blogje staan misschien vooral dingen die voor jou nu heel vanzelfsprekend zijn. Maar weet je, als ik één ding heb geleerd van bijna vijftien jaar bloggen, is hoeveel details we als mens neigen te vergeten.

De titel van deze post is losjes gebaseerd op de ‘Typisch Taiwan‘-blogs die ik in 2011 schreef toen ik in dat land woonde. Achteraf ben ik zo blij dat ik juist die kleine dingen heb genoteerd, want inderdaad, je vergeet het.

(Wel interessant dat ik toen ook schreef over mondkapjes en groeten-op-afstand; zou het een overblijfsel zijn van de SARS-uitbraak in 2002-2004?)

O, de grote dingen in de coronacrisis, die onthouden we wel. Die gaan netjes de archieven in verschijnen straks in de geschiedenisboeken. Mark Rutte en Hugo de Jonge, die er met de maanden vermoeider uit gingen zien. Een straatbeeld vol mondkapjes. Dat veel van ons maandenlang thuiswerkten.

Wat verloren gaat, zijn vaak de kleine, op het oog onopvallende zaken. De lading die woorden of acties ineens krijgen. De dingen die ineens normaal zijn, of juist níet meer normaal. Het besef hoe snel alles kan omkeren – hoe dat machteloos én hoopvol kan voelen.

Het zijn dingen waarvan ik hóóp dat we ze over tien jaar vergeten zijn, want dat zou betekenen dat we deze rare tijd achter ons hebben gelaten. Tegelijkertijd wil ik ze niet vergeten. Wil ik ze opmerken, opschrijven. Om te onthouden wat voor gekke tijd dit was.

Ach, je bent historica of niet, he ;-)

  1. Het niet-onbekommerde van elkaar knuffelen. Standaard afstand houden en áls je een keer iemand knuffelt, dat alleen doen nadat je een zorgvuldige afweging hebt gemaakt.
  2. Sowieso: leven met een stuk minder onbevangenheid. Ga ik met de trein naar Amsterdam? Is het handig om nu naar een concert te gaan? Kan ik mijn ouders zien? Zouden we over drie weken op vakantie kunnen?
  3. Eindeloos afwegen hoe je de regels moet interpreteren. En waar je, ook los van die regels, zelf principieel een grens trekt. Oké, dus twintig man in een ruimte mag. Maar is het echt handig om nu een workshop te volgen? Hmm, mijn kind van vijf heeft koorts maar verder nul coronaklachten, moeten we nu allemaal thuisblijven? M’n oma valt in de risicogroep. Maar ik zag haar al ruim een jaar niet en misschien heeft ze niet lang meer te leven – ga ik haar dan nu nooit meer zien, uit angst haar te besmetten?
  4. Dat een mondkapje in de trein best benauwd is. De verschillen tussen soorten mondkapjes; goed-sluitende exemplaren van dikke stof zijn een stuk minder comfortabel dan lichte wegwerpdingen.
  5. De complotdenkers. Alternatieve waarheden en hoe die via sociale media in rap tempo worden verspreid. Het niet-luisteren naar elkaar. Maar ook de pogingen van mensen om dat wél te doen. (We zitten niet allemaal in extremen, ook al lijkt dat soms zo.)
  6. Hoe ongemakkelijk het voelt om te hoesten of te niezen in gezelschap. En telkens als je op de fiets bent geweest, en een loopneus hebt, proberen die binnen zo snel mogelijk weg te werken.
  7. Strepen op straat. Hier mag je wel lopen, hier niet. Stippen waar je mag staan. Looproutes met pijlen.
  8. Alle verschillende soorten desinfectiegel. Sommige drogen meteen op terwijl je in je handen wrijft, anderen zijn klef en stinken naar goedkoop herenparfum.
  9. Sociaal ongemakkelijke situaties als je vrienden anders omgaan met de regels dan jij. De woede of machteloosheid die je kunt voelen als landgenoten het complete beleid aan hun laars lappen.
  10. Hoe alle kantoormensen elke ochtend keurig aangekleed en opgemaakt voor de webcam gaan zitten. #theshowmustgoon (Maar stiekem misschien onder hun blazer wel een joggingbroek dragen.)
  11. Dat het woord ‘besmettingen’ ineens op zichzelf staat. In krantenkoppen: vandaag weer 8.000 besmettingen. Iedereen weet waar het over gaat.
  12. Dat we pijnlijk genoeg vooral met onszelf bezig zijn. Ja, natuurlijk lezen we ook wel over de miljoenen besmettingen (is-ie weer) in India. Of dat Syrië maar twee beademingsapparaten heeft. Of we gruwelen even van de catastrofale brand in het vluchtelingenkamp op Lesbos. Maar aan het eind van de dag balen we vooral dat we niet naar de kroeg kunnen.
  13. Hoe (bijna) alle gesprekken met vrienden toch uiteindelijk weer op het onderwerp ‘corona’ lijken te komen. Het lijkt een soort rare variant op de wet van Godwin.
  14. Dat er een tijd was waarin we nog dachten dat deze pandemie aan ons voorbij zou gaan. Weten jullie nog? Begin maart leek het ondenkbaar dat je vanwege een paar besmettingen in Italië níet op wintersport zou gaan.
  15. Dat we ineens ervaren dat meer thuis zijn, en een legere agenda, ook voordelen hebben. Zoals minder milieuvervuiling en meer tijd voor hobby’s als planten verzorgen of broodbakken.
  16. Dat zo veel binnen zitten je soms best sip en depri maakt. Zeker als je, zoals sommige mensen in mijn omgeving, alleen woont.
  17. Dat het stiekem best lekker is om niet meer iederéén drie zoenen of een hand te geven. Nee, die nattige lippen op m’n wang van vage kennissen mis ik niet. De kleffe handjes evenmin.
  18. Hoe vaak we sommige dingen tegen elkaar zeggen. ‘Wat een rare tijd he.’

Wat valt jou op in coronatijd?

1+