Spanje (Málaga)
Verenigde Staten (New York)
Verenigde Staten (Atlanta)
Spanje (Bilbao)
Verenigde Staten (New York)
Engeland (Londen)
Spanje (Sevilla)
Taiwan (Taipei)
Frankrijk (Lyon)
Frankrijk (Lyon)
Frankrijk (Lyon)
Italië (Rome)
Spanje (Mallorca)
Frankrijk (Lyon)
Zweden (Göteborg)
Zweden (Stockholm)
Zweden (Stockholm)
Zweden (Stockholm)
Zweden (Stockholm)
Zweden (Göteborg)
Zweden (Stockholm)
Zweden (Stockholm)
Zweden (Stockholm)
Zweden (Stockholm)
Cuba (Havana)
Zweden (Stockholm)
Spanje (Málaga)
Spanje (Barcelona)
Zweden (Stockholm)
Zweden (Stockholm, Hagfors)
Maleisië (Kuala Lumpur)
Maleisië (Langkawi-KL)
Slovenië (Ljubljana)
Zweden (Stockholm, Hagfors)
Verenigde Staten (Californië)
Zweden (Göteborg)

Dat zijn alle vliegreizen die ik in mijn leven heb gemaakt.*

En deze lijst dan eigenlijk keer twee, want ik moest natuurlijk ook nog terug naar huis.

Ik vind het er eigenlijk wel genoeg.

Als ik langs deze opsomming scroll, denk ik: dat argument van me dat “het toch niet uitmaakt wat ik doe zolang er mensen zijn die wekelijks vliegen”, houdt geen stand. Op een mensenleven maakt zo’n lijst van twee, drie keer vliegen per jaar wel degelijk uit.

Loes schreef het deze week zo mooi: alle kleine beetjes helpen, écht. Stel dat alle 200 inzittenden van de vliegtuigen in mijn lijst, inclusief ik, hadden besloten die reis niet te maken?

Dat waren dan 72 vliegtuigen mínder in de lucht. (Stel je even 72 vliegtuigen naast elkaar voor.)

En dat zijn dan nog “maar” 200 mensen, op een vliegende wereldbevolking van miljoenen.

Kortom: een klein beetje maakt ook al best veel uit. In de woorden van Loes:

Stel ik heb een impact op de aarde ter grootte van 100 voetbalvelden. Als ik mijn impact/footprint verminder met 90%, dan zijn er 90 voetbalvelden minder. Dat is behoorlijk wat.

Maar stel nou dat er 50 mensen, die ieder ook 100 voetbalvelden gebruiken, hun impact met 5 procent verlagen. Dan hebben die samen 50 x 5 = 250 voetbalvelden minder gebruikt. Dat is veel meer. En stel nou eens dat iederéén zijn footprint met 5% verlaagt…

5% minder is voor de meeste mensen heel goed mogelijk. Dat is bijvoorbeeld vaker plantaardig eten. Of overschakelen naar groene stroom. Of een warme trui aan in plaats van de verwarming. Daar hoef je echt niet heel vindingrijk voor te zijn.

Loes

Het allermoeilijkste vind ik trouwens die Zweden-reisjes. Niet meer vliegen voor vakantie, prima. Dat is een offer, maar een keus die ik kan maken. Er zijn genoeg mooie bestemmingen zonder vliegtuig te bereiken.

Maar nooit meer een weekendje op-en-neer naar mijn moeder, stiefvader en broer, dat is een ander verhaal. Dan komt er ineens emotie, verlangen, loyaliteit. Nooit meer familie en vrienden opzoeken in Amerika, ook zoiets.

Bovendien: ik kan wel niet willen vliegen, als zij in plaats daarvan elke keer naar Schiphol afreizen heeft het per saldo natuurlijk weinig zin.

Ik weet dus nog niet of ik écht nooit meer zal vliegen (realistisch gezien: ik stap vast nog wel eens in een vliegtuig). Laat ik beginnen met een jaar vliegvrij. Een jaar om andere mogelijkheden te verkennen, alternatieven uit te proberen. Te ervaren hoe dat voelt.

En voor de duidelijkheid: het kan dus wél, he. In China kun je al Beijing naar Nanjing, ruim duizend kilometer, in 3,5 uur. En laten we onze eigen Thalys- en Eurostar-treinen niet vergeten. Als komend jaar de directe Eurostar van Amsterdam naar Londen gaat rijden, ben je in 4 uur van de ene stad in de ander. Dat is praktisch even snel als vliegen, als je wachttijden en security meetelt. Scheelt ook nog een hoop gedoe.

Het zijn allemaal keuzes: waar willen we in investeren?

En het is dubbel, want we zijn met z’n allen zo mondiaal gaan leven omdát we makkelijk vliegen. En vervolgens maken persoonlijke banden – en zakelijke verwachtingen – ons van dat vliegen afhankelijk, het maakt dat we niet meer zonder kunnen.

Zo hebben we onszelf mooi klemgezet.

Zouden mijn ouders ook in Zweden zijn gaan wonen als dat altijd twee dagen reizen was? Zouden vriendinnen zijn geëmigreerd naar de overkant van de oceaan, als ze niet met kerst naar huis konden?

Ik weet het niet en het maakt eigenlijk ook niet uit. Dit is de wereld vandaag.

Gelukkig kunnen we samen meebepalen hoe we willen dat-ie morgen is.

*Voor zover ik het kon traceren – goed mogelijk dat ik één of twee tickets naar Zweden ben vergeten. En ik tel hier ook nog niet de indirecte vluchten mee; naar Taiwan vloog ik via Londen en Hong Kong. Is ook weer twee keer extra opstijgen en landen.

20 dingen voor in 2020*

De laatste dag van de kerstvakantie. Twee volle weken vrij was ik, twee weken thuis en ik kan niet anders dan concluderen hoe wonderlijk het is wat er dan allemaal gebeurt.

In het kort: als ik de tijd en ruimte heb, verander ik blijkbaar in no-time in een vegahippie met kluizenaarstrekjes.

In wat genuanceerder bewoordingen: in precies de versie van mezelf die me diep van binnen het beste past.

Ik schrijf veel (heb je het gemerkt? ;-)),
mediteer dagelijks,
sta uren te experimenteren in de keuken,
ben weer vegetariër en voel me daar erg goed bij,
ren, zwem, wandel – het liefst (bijna) elke dag.

Ik speel piano,
drink thee met liefsten en praat over het leven,
knuffel met B als die thuis is,
doe wat spelletjes samen,
stuur digitale brieven aan vriendinnen,
leg een puzzel van duizend stukjes,
ruim lekker op in huis.

Interessant, want als ik deze dingen niet of minder doe komt dat blijkbaar niet doordat ik het niet belangrijk vind, maar simpelweg doordat ik er te weinig ruimte en energie voor heb.

Wat natuurlijk ook weer een pleidooi is om structureel wat meer tijd en energie over te houden – zodat ik kan leven naar mijn waarden.

Intussen kabbelt het voort in mijn hoofd en denk ik na over alle dingen die ik graag zou doen, leren en veranderen dit jaar. Dat zijn er een hoop en dus probeer ik mezelf ook wat af te remmen. Ik zou niet de eerste zijn die tien ambitieuze plannen tegelijk begint, om na drie weken ontmoedigd af te haken.

De realiteit is: in het dagelijks leven, het wérkende leven, vaar ik grotendeels op gewoontes. Wil ik die gewoontes veranderen, dan vergt dat tijd. De kunst van een gewoonte inbouwen (of juist afleren) is immers om dat in héle kleine stapjes te doen, zo klein dat het je nauwelijks energie kost.

Na een jaar heb je dan toch best een weg afgelegd, laat staan na vijf jaar.

En wat is een beter moment om die grote lijnen uit te stippelen dan aan het einde van een tweeweekse vakantie?

Dus hier, geïnspireerd op een prachtige blog van Merel van de Groene Meisjes, en op Lindsey die erbij aanhaakte: 20 dingen die ik graag zou doen in 2020. Geen harde eisen of restricties, maar gewoon: het zou leuk zijn als dit lukt want ik heb er (nu) zin in.

1. Dagelijks blijven mediteren.
Eind 2020 wil ik graag in principe twee keer per dag een kwartiertje zitten. Nu start ik weer met 5 minuten per dag, om de gewoonte er opnieuw in te slijten. Mediteren brengt me zo veel: een rustiger hoofd, natuurlijk, maar opvallend genoeg zit ik ook lekkerder in mijn lijf als ik mediteer, ben ik zachter voor de Suusie en zorg ik in het algemeen beter voor mezelf (eten, drinken, beweging, slaap).

Dagelijks twee keer even zitten herinnert me eraan dat ik gewoon mag zijn, en dat een groot deel van de gedachten waar ik de hele dag zo druk mee ben voornamelijk afleiding zijn, hoe belangrijk ze op dat moment ook lijken. Een nuttig inzicht.

2. Mijn wijnbrevet halen.
Yes, en de belangrijkste stap daartoe is gezet: in maart start ik met de cursus WSET2. Ik heb er zin in (en vind het ook een beetje spannend).

3. Een dag per week plantaardig gaan eten.
Twee jaar terug deed ik de mini-VeganChallenge; zeven dagen lang plantaardig (en maakte daar uiteindelijk tien van). Nu zag ik op de site van deze challenge dat je ‘m tegenwoordig het hele jaar kunt doen – en dat klinkt verleidelijk. Die maand lijkt me interessant maar is voor mij op dit moment een te grote stap (laat ik me eerst maar eens committeren aan geen vlees en vis!).

Haalbaarder is om één dag in de week te kiezen waarop ik in principe plantaardig eet. Plantaardig Maandag is schijnbaar een dingetje, dus dat lijkt me een goed uitgangspunt, maar ik wil anderen niet verplichten vegan te koken als ik te gast ben. Dus het kan ook zomaar een keer dinsdag, woensdag of zaterdag worden.

4. Weer 10 kilometer kunnen hardlopen.
Yes, en ik ben al een aardig eindje op weg! Deze week liep ik twee keer (5,8 en 4,8 kilometer) en mijn voet houdt zich rustig. Al is het nog altijd niet 100 procent zoals het moet zijn, ik heb er vertrouwen in dat als ik zo blijf opbouwen, ik eind 2020 wel weer een tien kilometer kan. Misschien zelfs een Zevenheuvelenloop, maar laten we ook weer niet te hard van stapel lopen ;-)

5. Vrijwilligerswerk doen.
Grappig want ik zag bij Lindsey dat ze deze erop had staan, dat ze vrijwilliger wordt bij de VoorleesExpress, en laat dat nu precies zijn waar ik me rond de kerstdagen voor inschreef. Al jaren loop ik met het idee om dit te doen, niet eerder was er (of maakte ik) tijd en ruimte. Van alle soorten vrijwilligerswerk trekt dit me het meeste: kinderen met een taalachterstand kennis laten maken met boeken en verhalen.

6. Een lange wandeling maken op een mooie plek in Nederland.
Eerder deed ik een paar keer een NS-wandeling en na zo’n dag struinen door de bossen en over de hei denk ik steevast: dit wil ik vaker doen. Toch blijkt het lastig om er een (weekend)dag voor vrij te maken. Dit jaar wil ik in elk geval graag een keer wandelen. Misschien een tocht rondom Arnhem (waar vrienden onlangs heen zijn verhuisd), of het mooie pad bij Holten dat ik eerder eens liep.

Rondom Utrecht zijn trouwens ook een aantal mooie tochten (aanrader is de wandeling door Lage Vuursche, die liep ik al twee keer, ook leuk omdat je halverwege kunt stoppen voor pannenkoeken).

7. Reizen met de trein.
En dan bedoel ik natuurlijk niet de dagelijkse ritjes naar mijn werk he. ;-) Nee, in 2020 wil ik graag andere manieren van reizen verkennen. Ik geloof dat we met z’n allen heus het reizen niet hoeven op te geven vanwege klimaatverandering; als genoeg mensen de overstap maken van vliegtuig naar trein (of bus), wordt het lucratief om te investeren in betere verbindingen.

Mijn eerste treinreis is alvast geboekt, in april ga ik naar Londen met de Eurostar.

De Volkskrant had trouwens dit weekend een gave infographic over treinen door Europa en hoe lang het duurt om overal te komen:

8. Op Einder-dagen na de lunch een korte wandeling maken.
Vanaf het kantoor van Einder zijn er verschillende rondjes van zo’n 10 minuten die ik kan lopen. In het kader van “geen tijd” schiet dit voornemen – dat ik al langer heb – er (te) vaak bij in, en juist daarom wil ik er een vaste gewoonte van maken.

Ik geloof namelijk dat ik dat kwartiertje makkelijk ‘terugwin’ op mijn dag, doordat ik daarna frisser en productiever ben.

En even eruit, even naar buiten, met of zonder collega die gezellig meeloopt, maakt me ook gewoon blij.

9. Tweedehands kledingwinkels (en sowieso: kringloopwinkels) in Utrecht verkennen.
Dat (nieuwe) spullen kopen een enórme verborgen milieu-impact heeft, zelfs een van de meest vervuilende dingen is die je kunt doen, ontdekte ik onlangs via het blog Zaailingen. Het was een eye-opener voor me.

Natuurlijk wist ik al dat er genoeg reden zijn om zo min mogelijk nieuwe kleding te kopen (kinderarbeid, slechte omstandigheden in fabrieken), maar dat het ook voor je footprint veel beter is, had ik me niet zo gerealiseerd.

Bovendien, een rondje door mijn kledingkast afgelopen week leerde: ik heb méér dan genoeg kleding, nieuwe dingen heb ik dit jaar niet of nauwelijks nodig.

Als student deed ik regelmatig mooie kledingvondsten bij Het Goed, de tweedehandswinkel in Nijmegen (zo-goed-als-nieuwe merkbroeken voor 5 euro!). Ik heb goede verhalen gehoord over het aanbod tweedehandswinkels in Utrecht, maar behalve om er zelf spullen te dumpen ben ik hier nog nauwelijks in kringloopwinkels geweest. Komende tijd wil ik hier wat verkennende rondes doen.

10. Weer naar Best Kept Secret.
De headliners zijn (grotendeels) bekend en daar word ik alvast érg blij van: Massive Attack en The National. Maar eigenlijk had ik daarvoor ook al bedacht dat ik in 2020 weer naar BKS wil. Het lijkt erop dat m’n festivalbuddies daar inmiddels ook uit zijn, dus het duurt vast niet lang meer voor we tickets hebben!

11. Bewuster nadenken over waar ik mijn geld aan uitgeef.
Afgelopen jaren waren mijn vaste lasten relatief laag: ik woonde klein, had geen auto en kookte vaak simpel. Sinds samenwoon is dat allemaal een beetje anders geworden. Huren in Utrecht is nu eenmaal duur… en die nieuwe eettafel was ook niet gratis.

Omdat ik mijn spaarrekening niet compleet wil leegtrekken, wil (/moet ;-)) ik komende tijd een tandje terug in luxe en beter nadenken over waar ik mijn geld aan uitgeef. Op Marktplaats kun je vaak dingen stukken goedkoper vinden (ik shopte er al een complete ski-outfit voor een paar tientjes!) en dat is ook nog eens beter voor de wereld – want minder nieuwe spullen.

12. Naar zee.
Ik ga te weinig naar zee, terwijl het toch maar een uurtje reizen is en ik strandwandelingen erg lekker vind. In het nieuwe jaar wil ik in elk geval weer een keer de zee opzoeken.

13. Mijn fotoalbums van 2019 en 2018 (af)maken.
Met 2019 ben ik in de kerstvakantie een heel eind gekomen, de selectie foto’s van 2018 staat klaar om af te drukken. Moet lukken dus, zou je zeggen. Ik maak ‘analoge’ fotoboeken (losse bladen in een ringband) omdat ik merk dat ik dat leuker vind om te doen dan klooien met fotosoftware.

14. Lammetjes knuffelen in Zweden.
Zoals je misschien weet heeft mijn moeder schapen op het Zweedse platteland, en dit voorjaar hebben ze waarschijnlijk voorlopig voor de laatste keer lammetjes. Goede aanleiding om daar weer eens heen te gaan. Ik wil ook graag verkennen hoe het is om met de trein te reizen naar Karlstad – met een overnachting in Kopenhagen zou het te doen moeten zijn.

15. Nijmeegse collega’s uitnodigen in mijn huis – en leven – in Utrecht.
In december gingen twee Eindercollega’s mee naar een concert in Tivoli en daar werd ik absurd blij van, die twee werelden verbonden met elkaar. Het lijkt me leuk als in 2020 een paar collega’s ook zin hebben om hierheen te komen. Gelukkig gebeurde dat gisteren al en ook de eerste wijn-spellen-voedsel-logeerdate met collega’s hier staat al gepland, in februari.

16. Een paar keer een SUUSWEEKEND plannen.
Gewoon even helemaal niks, dus.

17. Ayahuasca doen.
Ik weet niet of het er dit jaar van gaat komen (dit is wel iets waar je echt tijd en ruimte voor moet hebben), maar een ayahuasca-reis staat al jaren op mijn lijstje. Dus wie weet.

18. Nieuwe muziek (blijven) ontdekken.
Omdat er zo veel mooie en goede artiesten zijn en ik blij word van nieuwe pareltjes ontdekken. Met een festival in de planning gaat dit sowieso goed komen, verwacht ik – maanden van tevoren starten met inluisteren van alle artiesten is in ons festivalclubje best een ding.

19. Actief oefenen met kleine, dagelijkse zelfzorg.
Bijvoorbeeld door mijn huis fijn opgeruimd te houden (do it for your future self), de tijd te nemen om me na het douchen in te smeren met fijne lotion (ik ben hier vaak veel te gehaast voor) of ‘s morgens een comforting ontbijt te maken in plaats van twee snelle boterhammen te smeren.

20. Een grote reis maken (ja, zonder vliegtuig).
Last, but surely not least: B en ik hebben reisplannen. Zodra die wat concreter zijn deel ik ze graag met jullie, maar het zou zomaar kunnen dat we volgende kerst niet in Nederland vieren. Dit plan maakten we in de zomer al maar stond door de verhuizing even op een lager pitje; nu ontstaat langzaam de ruimte om serieus research te doen. Dus met deze cliffhanger eindig ik dit toch best lang geworden blogje. ;-) Wordt vervolgd!

*Titel geïnspireerd op Merel en Lindsey, dus.

La La Land

Dat het leven begint buiten je comfort zone, zoals het cliché wil, ontdekte ik onlangs – of all places – in de bioscoop.

In de kerstvakantie kwam A logeren, het 13-jarige nichtje van mijn B. Ze is de dochter van zijn broer en het is een ontzettend leuk kind (al kun je iemand die bijna 14 wordt eigenlijk geen kind meer noemen, misschien). Dus nu we een huis met logeerruimte hebben, was het slaapfeestje zo geregeld.

We zouden haar meenemen naar de film, hadden we bedacht, en zij mocht natuurlijk kiezen naar welke. Om de keus makkelijker te maken had ik een pre-selectie gemaakt: de romantische kerstkomedie Last Christmas leek me wel een goede, en ik zag dat ook La La Land draaide in de grote Pathé-bioscoop van Leidsche Rijn. Die tweede is natuurlijk al drie jaar oud, dus ik vermoed dat ze ‘m vanwege de kerstdagen eenmalig nog eens draaiden.

Nadat we beide trailers uitvoerig hadden bestudeerd samen met A, koos ze voor La La Land. Wij ook blij, want B en ik hadden de veelgeprezen film met Ryan Gosling en Emma Stone ook nog niet gezien en hij stond al tijden op ons lijstje. B kocht kaartjes en hup, daar gingen we, eerst een hapje eten bij het restaurantje om de hoek en daarna naar de bios.

‘Het is wel koud zeg’, zei A nog vanaf de bagagedrager, en ze drukte zich maar eens stevig tegen mijn rug aan terwijl we over de gele brug fietsten. Het vroor inderdaad zo ongeveer en ik was blij met de gedachte dat we zo lekker binnen zouden zitten.

Dat liep even anders dan gepland.

Beneden in de hal zagen we op het bord in welke zaal de film draaide: ‘Rooftop’. En toen we de mensen voor ons iets horen zeggen als ‘gelukkig hebben ze dekentjes’, keken B, A en ik elkaar een tikje bezorgd aan.

Ik wist natuurlijk dat deze bioscoop De Sterrenkijker wordt genoemd, en herinnerde me vaag dat er een panoramadak is waar soms openluchtfilms worden gedraaid.

Maar dat ze dat ook OP 27 DECEMBER IN DE VRIESKOU zouden doen, was niet bij me opgekomen.

Dus wij naar de bovenste verdieping, half giechelend en hopend dat het tóch een zaal zou zijn, en toen zagen we het dakterras. Er stonden rijen metalen stoeltjes, omringd door gezellige vuurkorven, en op de tuinbanken zaten al wat groepjes mensen stevig ingepakt tegen elkaar.

Eh, zei ik, zal ik dan maar thee halen?

We pakten alledrie twee dekentjes uit de bak en pakten onszelf zo goed en zo kwaad in als het kon. Onze adem blies wolkjes en terwijl de voorfilmpjes van start gingen voelde ik mijn tenen al tintelen. Waar de hell zijn we aan begonnen?

Of het zo koud was als dit klinkt? JA. (Die vuurkorven waren leuk geprobeerd en het zal vast íets hebben gescheeld, maar ze zorgden vooral dat ik de volgende dag mijn winterjas kon uitwassen. ;-))

Of ik af en toe serieus overwoog maar gewoon weg te lopen – we hebben deze film nota bene ook thuis op de computer staan – ? Zeker. Waren we nou toch maar naar Last Christmas gegaan, ook die gedachte kwam natuurlijk langs.

En of we unaniem blij waren dat we die 2,5 uur zijn blijven zitten tot The End in beeld kwam? JA!

Het was namelijk een totaal andere bioscoopervaring dan ik ooit had gehad. Regelmatig was ik toch écht even meegezogen door het verhaal, om op andere momenten vooral mijn pijnlijk koude voetjes te voelen. Zo nu en dan keken we elkaar onderzoekend aan, om te fluisteren: ‘Gaat het nog?’

Halverwege kroop A bij me op schoot, B stopte alle dekentjes nog eens extra goed in en vleide zichzelf tegen ons aan.

Eigenlijk was het gewoon hartstikke knus.

Nadat de aftiteling in beeld kwam, bleven we eerst een kwartier in de hal staan om op te warmen, voor mijn benen weer in staat waren de trappen af te lopen en naar huis te fietsen.

Eenmaal thuis zette ik meteen een pot thee. We trokken onze schoenen en sokken uit, sloegen dekentjes om, B masseerde uitgebreid mijn voeten weer warm en daarna ook die van A. Als een hoopje op de bank maakten we onszelf en elkaar weer warm, aten nog een paar kerstkransjes, praatten na over de film en deze rare ervaring.

Want wát een ervaring! En wat hadden we een plezier, samen – het was op een gekke manier verbindend, deze maffe stadse ontbering. Zoals B het treffend verwoordde: ‘Had ik dit van tevoren geweten, dan was ik nóóit gegaan. Maar ik ben wel heel blij dat we dit hebben gedaan.’

Ja, het was een klein avontuur. Zo eentje in de categorie waar je over tien jaar nóg samen om lacht, ‘weet je nog die keer dat we…’

En zijn dat niet precies de dingen die je leven léven maken?

Dus inderdaad, bedacht ik de volgende dag; het leven begint buiten je comfort zone. Het begint op plekken waar je soms eerst denkt: G#TVERDEK*T wat overkomt me nu weer!? Op momenten waar je er niet om vraagt, en er al helemaal niet op zit te wachten.

Het is stom, vervelend, raar, oncomfortabel, frustrerend, bizar – eigenlijk precies die verre reizen onvergetelijk maken. De dingen waar we dan, paradoxaal genoeg, massaal naar op zoek gaan. Waardoor we zeggen: ik voel nu dat ik leef.

En het mooie is: je kunt dat dus blijkbaar óók gewoon vinden in je eigen stad.