A little bit of everything, all rolled into one

zaterdag, zondag & maandag

  • Mijn verjaardag-in-het-park* in klein gezelschap. Taart eten, cava drinken, frisbeeën, beetje lezen, fijne gesprekken. En ‘s avonds natuurlijk pizza van O’Panuozzo.
  • Dat mijn cheesecake (recept volgt) en carrot cake-muffins allebei goed gelukt waren.
  • Dat dit precies de eerste mooie dag in weken was!
  • Verrassend fris en fruitig wakker na m’n feestje!
  • Dat W, vriend van B, was blijven slapen, relaxt als je het gevoel hebt dat gasten gewoon hun gang gaan in je huis en je beide ontspannen je ding kunt doen.
  • Dead of Winter spelen (de coöp-variant, glansrijk winnen met z’n drieën) en restjes taart eten, jammie.
  • Een productieve sessie in Nijmegen met collega’s en opdrachtgevers; de hele dag samen sprintjes trekken en dat iedereen er aan het eind weer vertrouwen in heeft.
  • Gezellig uit eten met J uit Arnhem en B. Mooie open gesprekken, wat ben ik dankbaar dat ik vriendschappen heb waarmee ik de diepte in kan.
  • Waku Waku, wat een tof plantaardig restaurant, echt superlekker gegeten (ik denk zelfs nog nooit vegan gegeten terwijl het konijnenvoer-gehalte zo laag was ;-)).

*donderdag (23 juli) ben ik pas écht jarig, maar dan zijn we al op vakantie en dus vierde ik m’n feestje dit jaar een weekend eerder.

parkfeestje

1+

WSET2 online: veel leuker dan ik dacht

Ik zal er niet omheen draaien: het had weinig gescheeld, of ik had die WSET2-wijncursus dit voorjaar helemaal niet afgemaakt.

In maart begon ik enthousiast aan de lessen, maar na twee interessante sessies in een zaaltje achter Het Gouden Glas was daar ineens corona – in de wereld én in mijn lijf. Tegen de tijd dat ik begon op te knappen, werd duidelijk dat die live-lessen ‘m voorlopig niet gingen worden.

De Wijnstudio had intussen wél een alternatief geformuleerd: we zouden vier online theorielessen krijgen via een videoverbinding, en dan begin juni nog twee avonden intensief proeven. Zo zouden we alsnog worden klaargestoomd voor het examen.

Eerlijk is eerlijk: ik stond niet meteen te springen.

En niet alleen omdat dat stomme coronavirus me nog altijd in z’n greep had, waardoor ik meteen de eerste les miste. Juist het samen praktisch oefenen met systematisch proeven is voor mij de belangrijkste reden geweest om te kiezen voor WSET, schreef ik de organisatie in de mail waarin ik me min of meer afmeldde voor de digitale sessies.

Vurig pleidooi

Achteraf ben ik zó blij dat Henriëtte van de Wijnstudio me toen persoonlijk opbelde, en een vurig pleidooi hield voor haar online programma. Oké, dacht ik, ze hebben hier duidelijk goed over nagedacht, laat ik het een kans geven. (Zo zie je maar: soms loont het om ergens voor te gaan staan en anderen te overtuigen van je verhaal…)

Nou, je hebt in mijn vlogs kunnen hoe dat afliep! Eerst kreeg ik een inhaalles waar ik mega-enthousiast van werd (speciaal georganiseerd voor mij en één ander!). Vervolgens volgde ik de drie andere sessies en al snel moest ik toegeven: dit was zó veel beter dan ik had verwacht. Sterker nog, ik vond het juist enorm prettig om te studeren aan de keukentafel.

Oh ja, en ook met het oefenen van m’n proefskills kwam het helemaal goed: onze docent regelde een wijnpakket van zes flessen bij Het Gouden Glas, dat je (tegen een meerprijs van 70 euro) kon ophalen, als je dat leuk vond. Zo konden we alsnog – op afstand – samen proeven.

Dit vond ik prettig aan de online WSET2-cursus

  • Met stip op 1: online les bespaart veel (reis)tijd en energie. Om half acht logde ik in bij GoToMeeting, om tien uur klapte ik m’n laptop dicht en dan kon ik lekker meteen naar bed. Zeker in de donkere maanden van het jaar vind ik dit een uitkomst; ik maak al lange werkdagen en het feit dat de cursusavonden tot 22.30 uur duren en ik dan nog naar huis moest, vormde voor mij stiekem best een struikelblok.

  • Het is een stuk ontspannener. Wie me kent, weet dat ik het sociaal best ingewikkeld kan vinden bij mensen waar ik nog niet vertrouwd mee ben. Tegelijkertijd haal ik plezier uit samen met anderen nerden over wijn. Online les betekende wél sociale interactie, zonder het ongemak van de hele avond in een nieuwe groep zijn. Bovendien kon ik intussen lekker een kop thee drinken met een fleecedekentje om m’n benen. :-)

  • Ik kon makkelijker meeschrijven tijdens de les. Als je me wel eens hebt zien werken, weet je dat ik best snel typ – de online lessen hadden dus als voordeel dat ik vrijwel letterlijk het verhaal van de docent kon opschrijven in Word, waardoor ik nu supergoede aantekeningen heb.

  • Slurpen en spugen zonder schaamte. In een tl-verlicht zaaltje de inhoud van je mond legen in een spittoon… Tja, misschien heb ik wat meer oefening nodig, maar ik kon er nog niet echt aan wennen. Ook wat dat betreft was online proeven een stuk comfortabeler. De microfoons stonden toch al uit ;-)

  • M’n wijnrek is ineens goedgevuld. Bij het proeven in de les verdeelden we één fles onder vijftien cursisten, en dan was-ie precies leeg. Maar als je thuis wijn proeft, heb je natuurlijk je eigen fles. En daarvan schenk je nauwelijks een half glas in… ik was nog nooit zo blij met m’n Coravin, want dankzij dat ding kon ik dat kleine beetje inschenken zonder ik daarna binnen een paar dagen twee flessen moest wegtanken. Drie van de zes flessen die ik aanschafte voor de proefsessies liggen dus nog lekker te wachten op een mooi moment.

Oké, en nu?

Voor de duidelijkheid: ik ben er natuurlijk nog niet. Afgelopen weken waren de extra sessies waar ik al over vertelde – naast de wijn- en spijsavond waren dat twee boeiende verhalen van wijnmakers en nóg twee extra proefsessies-op-afstand (waarvoor je weer een wijnpakket kon bestellen). Ja, misschien leerde ik van dat bonusprogramma wel minstens zo veel.

Lees 7 dingen die ik leerde over wijn en spijs.

En nu is het wachten tot september; als de wereld een beetje meewerkt, hebben we dan alsnóg de beloofde live-proefsessies. Ik heb al begrepen dat we flink in de watten worden gelegd – normaal gesproken zouden we immers zes avonden telkens zes wijnen hebben geproefd, nu zijn er maar twee bijeenkomsten (en dus betere wijnen!). Ik kan niet wachten, en zie er inmiddels ook naar uit om mijn cursusgroep weer in levenden lijve te zien.

Grappig, blijkbaar bouw je dus ook online best een band met elkaar op.

De rest van de zomer vermaak ik me met de lesstof, want dat examen – eind september – wordt nog wel even stampen. Zoals Lianne het treffend verwoordde: level 2 is wel heel erg… level 2. Yep, geen woord van gelogen ;-)

wijncursus WSET2

En dan op naar de volgende stap!

Oké, dat examen moet natuurlijk nog, maar daarna?

Wat WSET2 me ook leerde: ik wil graag nog meer weten over wijn. En als dat online kan, is het top, want blijkbaar past dat dus best heel goed in mijn leven. Sterker nog, ik heb al zitten kijken of ik WSET3 ook online kan doen… dat lijkt nog niet het geval. Nou ja, er is wel een online variant maar die is Engelstalig en heeft geen persoonlijke videobijeenkomsten. Even kijken dus nog – hopelijk zijn er meer cursisten enthousiast over het online programma en komt de Wijnstudio met een vervolg!

Maar voordat ik wat wijn betreft verder de diepte in duik – WSET3 schijnt echt een flinke stap omhoog te zijn qua niveau, je moet rekenen op minstens een dag per week zelfstudie naast de lessen – heb ik besloten om twee van mijn passies te combineren.

Want wat ik bijna nog liever zou kunnen dan héél goed proeven, is vlijmscherp en krachtig schrijven over wijn en eten. En dus volg ik dit najaar een supergave cursus bij niemand minder dan culinair journalist Onno Kleyn!

Ga ik jullie tegen die tijd ongetwijfeld meer over vertellen.

1+

spinazie-geitenkaasquiche met gerookte amandelen

Gerookte amandelen, jongens. Ik zeg je: als je die nog nooit hebt gegeten, mis je wat in je leven. Knapperig, vol van smaak en dat diepe rookaroma waar je trek van krijgt… jammie. Haal ze bij voorkeur bij een mediterrane winkel – die van de supermarkt zijn ook lekker hoor, maar sinds ik gerookte amandelen van Persepolis proefde, wil ik niet meer anders.

Naast dat rookamandelen een prima snackje bij de borrel zijn, kun je ze heel goed gebruiken in gerechten. Deze spinazie-geitenkaasquiche bijvoorbeeld, waarvan het recept nu op EAT staat.

Eet smakelijk!

0

woensdag, donderdag & vrijdag

  • Met voorleeskindje A en haar moeder naar de bieb; haar enthousiasme voor boeken, binnen no-time was de voorleestas gevuld.
  • Dat een vriend van B kwam eten en we samen een spelletje deden.
  • Hoe goed mijn chocolade-lavataartjes gelukt waren – de supermarktversie is best prima, maar zelfgemaakt zijn ze toch écht het allerlekkerst.
  • Dat eigenaar Jeroen van de Wijnstudio me persoonlijk opbelde met allemaal lovende woorden over m’n Wijn & spijs-blog. Wauw, zo leuk dat hij die moeite nam – en de organisatie deelde ook nog eens die post op hun Facebookpagina, waardoor m’n bezoekersaantallen sky high gingen. Bedankt jongens!
  • Allemaal complimenten van collega’s over het jurkje dat ik aan had. En hij is niet eens van mezelf, ik leende hem van S – ik krijg er wel een beetje zin van om mijn garderobe te vernieuwen, hmm. ;-)
  • Dat S kwam eten, we aten chili sin carne met guacamole en tortillachips en dronken een lekkere houtgerijpte chardonnay die zij had meegenomen.
  • Naar de bieb gaan om 1 boek te halen en met een hele stapel thuiskomen.
  • Dat B nog een stukje witte chocolade-frambozencheesecake van de Bakkerswinkel mee terug naar huis nam (hij had de hele taart meegenomen om te trakteren op z’n laatste dag in de praktijk).
  • Zwemmen.
1+

wit

Ja, ik wou dus nog wat schrijven over racisme en white privilege, en ik merk dat ik het een beetje voor me uit schuif omdat ik het eigenlijk niet zo goed weet.

Maar toen las ik van de week een post van Des en kwam ik een provocerende fotoserie tegen die me raakte. En weet je, niets zeggen is misschien erger dan onhandig en stuntelend een poging doen.

Laat ik beginnen te zeggen dat ik me nog aan het inlezen ben. Hallo witte mensen van Anousha Nzume ligt op mijn nachtkastje – en ik zou je dat boek zeker aanraden als je érgens wilt beginnen maar niet goed weet waar.

Vijf jaar geleden interviewde ik Anousha voor de Volkskrant, en dat gesprek bij haar aan de keukentafel is me altijd enorm bijgebleven. Wat een krachtige vrouw vond ik haar, we hadden zo’n fijn en persoonlijk gesprek.

(Ik ontdek trouwens nu dat de redactie boven de digitale versie van het artikel een vet raar intro heeft gezet ,’zelf wordt ze liever openlijk gediscrimineerd dan stiekem’, wat de f* dat is echt nóóit iets wat ik zou schrijven, ik ga maar eens mailen of ze dat aanpassen want zo wil ik mijn naam er niet boven.)

Daarnaast heb ik Roofstaat van Ewald Vanvugt (de compacte variant, om te beginnen) gereserveerd bij de bieb. Dat boek gaat over de geschiedenis van Nederland waar we het liever níet over hebben; de gruweldaden van ‘onze trotse natie’ door de eeuwen heen.

Verder lazen B en ik samen een verhelderende longread van de Correspondent. En dit stuk van NRC waarin Sarah Sluimer de racist in zichzelf onderzoekt, vind ik ook sterk.

Wil je je ook (verder) inlezen en -luisteren over institutioneel racisme? De website Wit Huiswerk is een mooie start.

Maar oké, white privilege dus, en institutioneel racisme. Ik merk dat ik vooral een sterk gevoel heb van: ‘het is niet aan mij om hier iets over te zeggen’. Ik wil vooral luisteren. Horen wat de verhalen zijn, wat de pijn is. Dat tot me door laten dringen. Want zoals Withuiswerk.nl het treffend noteert:

“Je inlezen is een goed begin, maar ook alleen dat: een begin. Anti-racistisch zijn betekent open staan voor kritiek, pro-actief plaats maken, pijnlijk zelfonderzoek en algehele systeemverandering.”

En dus probeer ik tot me te laten doordringen wat mijn eigen plek in de maatschappij – als hoogopgeleide witte vrouw in de Randstad – betekent. Welke kansen dat me geeft, zonder dat ik het merk. Zou ik bijvoorbeeld in dit mooie huurhuis wonen als ik Fatima had geheten en een andere huidskleur had gehad? Of had de makelaar ons dan simpelweg niet uitgenodigd om langs te komen?

En ik ga nog een stapje verder in gedachten. Wanneer heb ik me zélf schuldig gemaakt aan institutioneel racisme? Want als ik één ding heb geleerd, is het dat beweren “dat je tegen racisme bent”, of zelf geen racistische opmerkingen maken, niet genoeg is. Institutioneel racisme is subtieler, het zit venijnig verweven in ons systeem.

Als je er niet actief tegenin gaat, doe je eraan mee.

Ik dacht terug aan de opmerkingen die ik hoorde op familieverjaardagen. Iemand die tekeer ging tegen ‘die achterlijke Sylvana Simons met haar onzin over Zwarte Piet’ en eraan toevoegde ‘dat ze in Curaçao toch ook gewoon Sinterklaas vieren, dat zegt genoeg’. Een ander die een auto-ongeluk kreeg en vol afkeer sprak over ‘die kut-Marokkanen’. In het eerste geval zei ik er wat van (wat een verhitte en ongemakkelijke discussie tot gevolg had, ik was de enige in het gezelschap die durfde te twijfelen aan de onschuld van de zwarte kindervriend). In de tweede situatie was ik tóch te bang om de sfeer te verpesten en hield ik mijn mond.

Voor de duidelijkheid: ik ben daar niet trots op.
En ik wens vurig dat ik me voortaan wél altijd zal uitspreken.
Maar zo gaat het dus, zo makkelijk doe je ‘mee’. Ook als je zelf wat anders vindt; wie zwijgt, stemt toe.

Ik dacht ook aan mijn rol in de sollicitatiecommissie van Einder. We beschouwen onszelf als een vernieuwend en open-minded bedrijf, maar hadden we het ooit überhaupt gehad over diversiteit – en of we daar misschien een verantwoordelijkheid in hebben? Het is een bekend gegeven dat mensen onbewust werknemers uitkiezen die op hen lijken. Wil je dat doorbreken, dan zul je daar afspraken over moeten maken – anders verandert er nooit wat.

Daar had ik zelf óók iets aan kunnen doen.

Ik denk dat het belangrijk is dat we ons hier als witte mensen bewust van worden. Trouwens, even over de term ‘white privilege’; sommige mensen reageren daarop met ja hallo, ik heb toch ook heus problemen. Dat klopt, niemand heeft ooit beweerd dat jouw leven rozengeur en maneschijn is. Ook als wit persoon kun je benadeeld worden. Het gaat erom dat je niet óók nog eens benadeeld wordt vanwege je huidskleur.

Zo hoor ik ook wel eens mensen zeggen dat het zinloos is om je schuldig te voelen over dingen als slavernij – dat waren onze voorouders, wij hebben daar niets mee te maken. Ook dat vind ik te makkelijk. Als nazaten van slavenhandelaren kunnen we wel degelijk onze verantwoordelijkheid nemen. Nee, we kunnen geen dingen ongedaan maken. Maar elkaars pijn erkennen, nu eindelijk wél luisteren, de ander serieus nemen, zulke dingen zijn het minste wat we kunnen doen.

Bovendien: waarom staan op 4 mei nog jaarlijks duizenden mensen op de Dam, maar weten de meeste (witte) Nederlanders niet wat Keti Koti is?

Goed, ik ga deze post nu online zetten. Mijn hart staat open na het schrijven van deze post, ik voel me rauw vanbinnen. Ik voel pijn, schaamte. En nog steeds ben ik een beetje bang dat ik dingen verkeerd zeg, dat ik gevoeligheden over het hoofd zie. Mocht je dit lezen; wijs me er alsjeblieft op. Ik ga graag in gesprek.

Tot slot: wat ga ik nu zélf concreet doen? Daar hadden B en ik het over toen we dat Correspondent-artikel hadden gelezen: en nu? Ik bedoel, hartstikke mooi die Instagram-actie vorige maand met allemaal zwarte vlakjes, al die YouTubers die zich uitspraken, maar als iedereen daarna weer overgaat tot de orde van de dag is dat niet genoeg.

Tijd voor actie. Ik ben Wit Huiswerk dankbaar dat ze voorzagen in een lijstje.

  • Vandaag doneer ik een bedrag aan Stichting Nederland wordt beter.
  • Ik ga deze zomer (en daarna) verder met lezen en luisteren.
  • Als iemand op zo’n verjaardag iets zegt waar ik buikpijn van krijg, wil ik proberen in gesprek te gaan. Bij Loes kwam ik laatst een mooi filmpje tegen over hoe je dat goed doet, praten over moeilijke en controversiële thema’s. De kern: niet door aan te vallen of je eigen waarheid te verkondigen, maar door vragen te stellen.
  • En ik zal proberen vaker over deze thema’s te schrijven.
0