A little bit of everything, all rolled into one

niet moeilijk doen

We gingen uit eten met de collega’s van B’s vorige werkplek. ‘We’, want ik mocht mee – superleuk, zo kon ik eindelijk eens de mensen ontmoeten met wie hij ruim een jaar heeft samengewerkt.

Al maanden had B het erover. We zouden naar een goed Perzisch restaurant gaan – zijn vorige baas is Iranees – en naar verluidt hadden ze er geweldige ingemaakte knoflook. Uhm, zei ik nog, is het handig om even door te geven dat ik vegetariër ben? Nah, zei B, die snel de menukaart opzocht in Google, er is sowieso een vegetarische optie. Komt wel goed.

Eenmaal aan tafel bleek dat we als groep een aantal gerechten deelden – er kwam geen menukaart aan te pas. Eerst kregen we een paar feestelijk uitziende voorgerechten: iets met kip, iets met gehakt en – gelukkig – een superlekkere aubergineschotel. ‘Straks zetten ze de hele tafel vol met heerlijke schotels’, zei een van m’n tafelgenoten verlekkerd. Voor de zekerheid at ik vast een extra stukje brood.

Maar toen de serveerster twee grote plateaus in het midden van ons gezelschap zette, schrok ik toch een beetje. ‘Lamskoteltjes, rundvlees, gegrilde kip’, lichtte ze toe, en wees ze één voor één aan. Daarnaast nog een aantal losse gerechten: runderstoof, een soort gehaktballetjes in saus, een schotel met stukjes kip en een schaal gegrilde tijgergarnalen.

Het enige zonder vlees was de sla bij de schotel, die duidelijk als decoratie was bedoeld, en de drie kleuren geurige rijst op mijn bord.

Ik zag B naar me kijken. ‘Maakt niet uit’, zei ik snel, ‘laat maar, geeft niets, ik wil niet lastig doen.’ Maar hij beantwoordde de vragende blikken van z’n collega’s al: ‘Suus is vegetariër.’ Ik kon wel door de grond zakken.

Op zulke momenten voel ik een enorm conflict in mezelf. Bovenal wil ik niemand. tot. last. zijn. En ik wil dat mensen me aardig vinden. Maar juist daarom ga ik keer op keer over mijn eigen grenzen. En dat voelt óók rot.

Er is, zo lijkt het wel, geen goede uitweg.

Als ik hierover nadenk terwijl ik rustig op te bank zit, neem ik me altijd voor om de volgende keer wél te durven. Om gewoon aan te geven wat voor mij belangrijk is. Hoe moeilijk is dat nou? Dan vind ik dat ik juist moet oefenen in dit soort situaties, dat het de enige manier is om van die angst af te komen. Bovendien: alleen als ik mijn grenzen aangeef, kunnen anderen die respecteren.

Maar beland ik ín zo’n situatie, dan kan ik compleet niet meer nadenken en wil ik alleen nog maar dat het zo snel mogelijk voorbij is.

Omdat ik maar bleef zeggen dat dat vlees me niet uitmaakte (terwijl ik me eerlijk gezegd al misselijk voelde worden bij de gedachte dat ik dood dier zou moeten eten vanavond), vroeg één van de tafelgenoten of ze me misschien toch een gehaktballetje zou opscheppen. ‘En er zijn ook garnalen, eet je die wel?’

‘Ja, prima, doe maar’, hoorde ik mezelf opgewekt zeggen. ‘Normaalgesproken eet ik dit niet, maar ach, dan ben ik een beetje flexi vandaag.’

In mijn ooghoek za ik dat B’s baas naar de keuken liep, terwijl B weer naast me kwam zitten. ‘Er wordt wat voor je geregeld, geen enkel probleem’.

Nauwelijks vijf minuten later kreeg ik twee dampende schalen vol gevulde groenten en Iranese curry – het rook fantastisch en zag eruit als precies waar ik zin in had. Opgelucht schepte ik het gehaktballetje en de tijgergarnaal over naar het bord van B.

Later, toen we zaten te eten (het was inderdaad allemaal érg smaakvol), dacht ik plots: misschien vinden ze me nu júist niet leuk omdat ik niet eens voor mezelf op durf te komen. Had ik ook daarom gewoon moeten zeggen: sorry maar ik eet geen vlees, wat onhandig dit, kunnen we wat regelen?

Het zijn gewoon zo veel gedachten en gevoelens door elkaar. Dat ik de gasther niet wil beledigen of in verlegenheid brengen. Dat ik van tevoren zelf duidelijker had moeten aangeven dat ik vegetarisch eet. Dat ik niet ondankbaar wil overkomen. Dat ik juist wil laten blijken hoezeer ik het waardeer dat ik er vanavond bij mag zijn. Dat ik niet wil dat wat ik doe (of laat) negatief afstraalt op B.

En zo laat ik het dus allemaal gebeuren en moeten er andere mensen voor míj gaan staan – B in dit geval – in plaats van dat ik dat zelf doe. Laat ik mezelf dus in de steek. Doe ik mijn overtuigingen en principes geweld aan. Ik besef dat dat vrij hard klinkt voor zo’n ‘kleine’ situatie, maar hé, als het me niet eens lukt voor mezelf op te komen in alledaagse situaties, hoe kan ik dan verwachten dat ik het doe als het écht ingewikkeld is?

Uiteindelijk werd het trouwens een gezellige avond. Ik had leuke gesprekken en zat een hele tijd te praten met de kinderen van B’s baas, twee mondige tieners met prachtige donkerbruine ogen. De jongen vertelde me alles wat-ie wist over auto’s en dinosauriërs, het meisje wilde duidelijk ook van alles van míj weten.

‘Zeg’, zei ze op een gegeven moment bedachtzaam. ‘Jij bent toch vegetariër? Een meisje uit mijn klas ook. En ik wil misschien ook vegetariër worden als ik later groot ben. Was dat moeilijk toen je ermee begon?’

Overigens, die ingemaakte knoflook was inderdaad de moeite waard.

3+

Reacties

  1. Juist dat je dit laat zien is zo krachtig. Dat zijn echt van die klimaatspagaten: je wilt jezelf trouw blijven qua voedselkeuzes én qua sociale gebruiken. Ik zag je helemaal zitten. En mezelf ook, in niet-coronatijden. Wat ontzettend fijn dat B. voor je opstond (je hoeft dat echt niet allemaal zelf te doen), en wat ontzettend fijn dat de uitkomst naar je eigen wensen was. Dankjewel dat je dit deelt.

    0
  2. mooi kwetsbaar verhaal suus.

    als ik dus weer eens kapot moe op de bank zit en klaag hoe moe ik ben omdat ik continue bezig ben het anderen naar hun zin te maken, dan zegt mijn man altijd “je wilt niemand tot last zijn, maar uiteindelijk ben jij nu weer over je grenzen gegaan waardoor je toch hulp moet vragen”. Dat is trouwens niet iemand tot last zijn hoor, maar wat ik wil zeggen is: B. is, trouwens heel lief!!, voor je gaan zeggen dat jij vega bent. Net als zijn baas.
    Terwijl, als je het dus zelf had aangegeven, en dat kan heel simpel zijn als oh, ik eet geen vlees, zijn er misschien meer mogelijkheden voor mij? er niets aan de hand zou zijn.

    Ik zeg nu “niets aan de hand”, en het lijkt alsof we dit even doen, maar in de praktijk heb ik hier ook last van hoor.

    maar ik bedoel dus meer eigenlijk: omdenken. Want we willen niemand tot last zijn, maar door ons daar zo aan vast te houden doen we dat uiteindelijk soms “wel”.

    0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.