Naar binnen

“Misschien ben je veel introverter dan je tot nu toe zelf dacht.” Dat zinnetje, dat mijn psych me gisteren zei aan het einde van onze een-na-laatste sessie samen, spookt vandaag een beetje door mijn hoofd.

Het is waar, voel ik. En echt een verrassing is dat ook weer niet. Al aanrommelend in mijn nieuwe huis realiseer ik me hoe fijn ik dit vind, gewoon hier zijn, alleen thuis. En hoezeer ik ook geniet van met vrienden zijn, voor mensen koken, goede gesprekken voeren; m’n behoefte aan tijd-alleen wordt met de maanden alleen maar groter, zo lijkt het. Of was die behoefte er altijd al en voel ik ‘m alleen beter nu ik vrijwel elke dag mediteer?

Nog vrijwel dagelijks vind ik het een lastige: hoeveel ruimte neem ik in, in mijn eigen leven? Hoeveel durf ik af te bakenen? Begin deze week kwam een vriendin een kop thee drinken, in no-time belandden we in een mooi gesprek, het werd later en ze bleef eten, en toen ik daarna vrij direct (en voor m’n gevoel: een beetje hard) voorstelde het af te ronden, had ik daar achteraf buikpijn van. Op het moment dat ik zoiets vraag wil ik eigenlijk alweer meteen zeggen “o nee hoor, laat maar, blijf maar langer, gezellig, zo lang als je wilt”.

Terwijl, hoe lief ik haar ook vind, ik die tijd die ik alleen wil besteden ook mag leren respecteren. (En de mensen om mij heen ook – wat ze, als ik er rationeel over nadenk, ongetwijfeld ook dóen, en zo niet dan moet ik me misschien afvragen wat ze in mijn leven doen, maar goed, m’n eigen oordeel verpakt-als-dat-van-anderen kan nog altijd behoorlijk hard klinken.)

Weet je, misschien is het ook de herfst. Najaar is immers toch een beetje de tijd van naar binnen gaan, terugkeren bij jezelf. Op de bank met een kop thee, een boek. Muziek luisteren. Gevulde speculaas maken.

Ik gun mezelf alle tijd die ik nodig heb. En tegelijkertijd gun ik de mensen om me heen dat ik er voor – en met – ze ben. Daar zit een enorm spanningsveld, voelt het. “Hoe moeilijk kan het zijn voor ons om gewoon een keer af te spreken om te eten?!”, verzuchtte een vriend uit Nijmegen laatst, en dat knaagt dan aan me. Want ja, we hebben elkaar alweer bijna een jaar niet gezien. Tegelijkertijd: blijkbaar ís dat moeilijk, ik zou wat minder de neiging willen hebben me ertegen te verdedigen.

Vanavond keek ik een aflevering van Ruben Terlou’s serie Door het hart van China (aanrader, sowieso). Daarin gaat het regelmatig over de druk die Chinese jongeren – en uberhaupt, mensen daar – ervaren van hun omgeving. Dat klinkt dan altijd enorm ver-van-mijn-bed-show; dat je zó in een samenleving leeft waar je aan de verwachtingen van je ouders dient te voldoen, dat je anders wordt verstoten, dat je leeft om je plichten te vervullen.

Goh wat zijn we hier vrij, denk ik dan als vanzelf. Maar hoewel het natuurlijk niet één-op-één te vergelijken is; hebben we hier niet in zekere zin ook allerlei verwachtingen, waar we onszelf en anderen mee kwellen?

Er is altijd wel iemand niet tevreden met wie ik ben, hoe ik ben, wat ik doe of laat.
Laat ik dan tenminste zelf níet diegene zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.