Mis het niet, laat je raken*

Gisteren, zondagavond, ging ik naar een terugkomavond van de training mindful zelfcompassie die ik vorig jaar deed. Deze ‘doorgaande groep’ is ongeveer een keer per maand. Ik kreeg de mailtjes al langer, en toen ik afgelopen zomervakantie het mediteren weer oppakte, dacht ik: laat ik me inschrijven voor de vier avonden in de herfst.

Uiteindelijk ging ik een keer, ging het de keer erna niet door en had ik vorige keer geen zin andere spontane plannen gemaakt op zondag, dus nu was de tweede avond. En waar ik de vorige keer genoot van een avond in stilte doorbrengen, van de geleide meditaties, de gedichten en de oefeningen in zacht-worden-naar-jezelf, dit keer had ik GEEN ZIN (en nu niet doorgestreept, nee).

O, de weerstand was zo groot in mij. De hele dag al dacht ik: ugh, zondagavond, donker en koud en dan de deur uit, waarom deed ik dit ook alweer?! Maar ja, soms heb je van die dingen waar je jezelf dan even overheen moet zetten en dan is het achteraf wel fijn.

Nou, dat was het dit keer niet. Moe was ik, ik had rugpijn, zat niet lekker, en mijn brein was continu afgeleid en in verzetmodus. Regelmatig liet ik mijn gedachten bewust afglijden – mijmerend over de hapjes die ik ga maken als ik volgende week gasten krijg, nadenkend over mijn planning in de kerstvakantie en weet-ik-veel-wat allemaal nog meer.

Als er dan zo veel weerstand in mij zit, denk ik eerst en vooral: waarom dit verzet? Wat zit hieronder, waar ben ik bang voor, wat wil ik onbewust vermijden?

Maar er kwam niets. Ik verveelde me gewoon.

Nou ja, dat is niet helemaal waar. We deden één oefening met de groep die me behoorlijk raakte. Je moest eerst rustig en mindful rondjes lopen door de ruimte, je ogen naar de grond. Op een gegeven moment zei de trainster: ga tegenover degene staan die het dichtst bij je in de buurt is nu.

Je hoefde hem of haar niet aan te kijken, je mocht ook nog gewoon naar zijn voeten kijken. Daarna nodigde ze je uit om voorzichtig een blik te wisselen, verbinding te maken. ‘Doe wat goed voelt voor jou.’

Daarna vroeg ze om nog een laatste keer oogcontact te maken bij wijze van afscheidsgroet, en je weg te vervolgen. Een minuut later herhaalde dit zich, maar dan bij iemand anders, en nu vroeg ze om wat langer in de ogen van de ander te kijken. En de derde, laatste keer keek je de ander vrijwel de hele tijd aan, begeleid door de zachte woorden van de trainster, die sprak over medemenselijkheid, mededogen en de ander het goede toewensen.

Ja, dat was allemaal behoorlijk intens.
Ik voelde mijn eigen verlegenheid, mijn neiging het oogcontact uit de weg te gaan, de angst om in de blik van die ander een oordeel of afwijzing te vinden.

En ik merkte ook dat het steeds makkelijker ging; bij persoon 1 (toevallig ook 1 van de mannen) voelde ik me ongemakkelijk, bij persoon 2 en 3 (vrouwen) voelde ik me al wat meer op mijn gemak, al bleef de innerlijke reactie sterk .

Toen ik na de oefening weer op m’n plek zat, voelde ik me kwetsbaar en geraakt.
En of het nou door die oefening kwam of door de avond als geheel; toen ik thuiskwam voelde ik een soort ver, vermoeid verdriet waar ik verder ook niet zo goed bij kon (en wilde).

Dus ja, al met al helemaal niet zo’n verkeerd idee, om naar deze groep te gaan. En toch. Toch denk ik nu ook: misschien hoef ik helemaal niet alles de hele tijd te willen. Ik heb zo’n beeld in mijn hoofd van dat het gaaf zou zijn als ik elke week in dit soort community’s zou mediteren. Maar misschien is dat het helemaal niet voor mij – of misschien sóms (ik bewaar goede herinneringen aan de mindfulnessretraite die ik deed en de training zelfcompassie) maar gewoon niet op dit moment in mijn leven.

Je hoeft ook niet altijd alles leuk te vinden.

En als ik het deze winter fijner vind om op zondagavond lekker thuis op de bank te zitten met een boek, of een lekkere vegetarische stoofpot te maken, of in een café te zitten met een vriendin en een goed glas wijn, wat let me dan? Ik bedoel, ja ik ben all for dingen aankijken en doorvoelen en zo, maar soms denk ik, is dat niet ook weer een soort veeleisendheid, van jezelf verwachten dat je 28 jaar aan oud zeer even in twee jaartjes doorakkert en daarna een soort beter mens bent?

Ik moet dan denken aan wat mijn therapeute altijd zei, als ik weer eens ongeduldig zat te stuiteren in m’n stoel, omdat ik vond dat het traject niet snel genoeg ging:

Het komt wel. We zijn aan het werk, we zijn ermee bezig.

*Titel ontleend aan Loesje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.