A little bit of everything, all rolled into one

ministers

‘Is het nog oké?’, vragen B en ik elkaar regelmatig. ‘Voelt het voor jou nog goed?’

Tien maanden wonen we nu samen en nog steeds bekruipt ons beiden regelmatig het gevoel dat we te weinig doen in huis. Echt een verrassing is dat niet, want dit fenomeen kenden we al van de momenten dat we samen op reis zijn.

In Maleisië hadden we alle taken in ‘ministeries’ onderverdeeld, een overblijfsel uit B’s jeugd. Ik was bijvoorbeeld minister van Voedsel – en zocht dus de lekkerste restaurantjes uit. Hij was minister van Belangrijke Zaken, dus de pasjes van de hotelkamer bleven veilig in zijn portemonnee. Dit werkt supergoed voor ons, want blijkbaar vinden we precies de dingen leuk om te doen waar de ander een hekel aan heeft.

Ik haal plezier uit uren TripAdvisor afstruinen naar bijzondere eettentjes. Hij begrijpt niet waarom je daar zoveel moeite voor zou doen (maar moet inmiddels toegeven dat de investering wél loont). En waar ik op reis continu gestrest check of m’n paspoort, portemonnee en telefoon nog niet gestolen zijn, en ik mezelf er telkens aan moet herinneren om zulke zaken niet overal te laten slingeren maar netjes op te bergen op hun plek, is dat voor hem een tweede natuur. ‘Het kost me meer energie om het níet te doen’, zegt hij dan schouderophalend. (Onbegrijpelijk. ;-))

Halverwege die vakantie in Maleisië begon ik voor het eerst voorzichtig over deze verdeling. ‘Zeg,’ zei ik een beetje schuldbewust, ‘ik heb nou eigenlijk het idee dat ik geen klap uitvoer en jij alles moet doen.’

Bleek hij dus precies hetzelfde te hebben.

Exact zo werkt het nu we samenwonen. Zonder veel overleg verdelen we de taken: ik kook meestal, bedenk wat we gaan eten en haal de weekboodschappen. Hij doet de was en strijkt, zet het vuilnis buiten, maakt ‘s avonds de keuken schoon. Ik houd zicht op de financiën, hij verschoont wekelijks het bed.

Natuurlijk gaat het niet honderd procent van de tijd zo. Soms doen we samen boodschappen, bijvoorbeeld als we ‘s zaterdags naar de markt gaan om kaas te kopen. Vanmorgen zette ik voor de verandering de gft-bak buiten, en voor hij naar z’n werk ging vroeg B mij om straks de was op te hangen. Op donderdagen kookt hij vaak, want dan is hij vrij.

Vaak voelt het belachelijk lui en verwend dat ik nauwelijks nog sokken hoef te vouwen (ik haat de was doen). Maar als ik dat aankaart, lacht hij dat het nog altijd een opluchting is dat-ie amper naar de supermarkt hoeft (dat zit bij hem dan weer in de categorie ‘noodzakelijk kwaad’).

Wat ik vooral zo fijn vind, is dat dit alles grotendeels vanzelf lijkt te gaan – maar we het niet voor lief nemen wat de ander doet, misschien j́úist omdat we zelf zo’n hekel hebben aan die taakjes. Ik ben elke zondagavond weer dankbaar als ik in een schoon bedje kruip, zonder dat ik daar iets voor heb hoeven doen. Hij verzucht regelmatig ‘dat het zó fijn is dat ik al gekookt heb’ als hij moe thuiskomt – ook als ik gewoon maar restjes heb opgewarmd.

Bovendien durven we er steeds meer op te vertrouwen dat de ministers van Vuilnis en Huisraad verantwoordelijkheid nemen voor hun taak, maar ook kunnen delegeren en om hulp vragen als dat nodig is.

Dus ja, het is nog helemaal oké. En wat voelt dat goed.

2+

Reacties

  1. oh wat een mooi stukje dit Suus, en eigenlijk, zo denk ik, precies wat ik nodig had haha. We hebben een nieuw huis gekocht en LOML is daar alles voor aan het regelen en regelmatig denk ik dan “maar ik moet toch ook iets doen?”, terwijl ik “alleen maar voor de kids zorg”, en dan zegt LOML weer van ja maar jeetje, ik kan juist alles voor het huis regelen omdat ik weet dat het thuis zo goed is geregeld door jou. Dus ja.

    1+

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.