Skip to content

Los

Cuba heeft me echt zo veel relaxter gemaakt. Ruim twee weken ben ik nu thuis – langer dan ik uberhaupt weg ben geweest. Maar wat laat zo’n reis sporen na, zeg. In goede zin.

Sinds ik thuis ben, heb ik nog niet hardgelopen. Goed, ik was natuurlijk een week ziek en toen nog een paar dagen verkouden, maar gisteren had ik best kunnen gaan. Toch geniet ik ervan om het nog even niet te doen. Ik heb ook nog nauwelijks vrienden gezien; alle doordeweekse avonden was ik gewoon thuis. Op de bank met De Mol en Zondag met Lubach, schrijvend aan de keukentafel of zomaar wat rommelend in huis. En ik vond het heerlijk.

Ik weet dat het ritme heus wel weer terugkomt. Ik besef dat het leven langzaamaan weer steeds sneller zal gaan. Dat mijn agenda over een paar maanden vast weer zo volgepland is als altijd. Dat ik weer ambitieuze hardloopdoelen zal maken.

Maar nu is het nog even niet zo,
en daar ben ik tot mijn eigen lichte verbazing ontzettend oké mee. Zelfs het feit dat ik morgen-over-een-maand een halve marathon te lopen heb, veroorzaakt nauwelijks stress of onzekerheid.

Ik voel vertrouwen. Vertrouwen dat het allemaal wel losloopt. (Oké, het feit dat ik net een uur in bad heb gezeten en ontzettend rozig ben, helpt vast ook.)

Voor 2017 was mijn belangrijkste voornemen: minder doen. Geen werkweken van >50 uur meer draaien. Meer tijd thuis besteden. Ruimte maken en kijken wat er dan gebeurt. De ambitie soms los durven laten (dat is niet echt populair om te doen in de westerse wereld). Herontdekken dat ik ook heus nog oké ben als ik niet op elke verjaardag ben. En dat ik niet ongelukkiger – misschien zelfs gelukkiger! – ben met een lege(re) agenda. Gewoon, leven. Ademen.

Want hey, waarom rennen we eigenlijk allemaal de hele tijd zo hard?

Vannacht stond ik in TivoliVredenburg. Uitgaan vond ik de afgelopen jaren eigenlijk een beetje tijd- en geldverspilling: je bent er een groot deel van je weekend aan kwijt, de volgende dag is alles zwaarder en het is ook nog eens slecht voor je lijf, die drankjes en dat fastfood.

Maar sinds die dansavonden in Trinidad kriebelt het. Dus samen met de liefste Aniek danste ik, urenlang, op alle nummers die we zo goed kennen en die zo veel herinneringen oproepen. Een zwart hemdje droeg ik, mijn lievelingsspijkerbroek en sneakers, de kleding waarin ik het liefst uitga. We zongen mee, schreeuwden soms, sprongen, knuffelden en verwonderden hand in hand.

“Het klinkt misschien gek”, appte ze me vanmiddag, “maar zo’n avond verandert op de een of andere manier weer zo de manier waarop ik naar de wereld kijk”.

Zoals zo vaak snap ik precies wat ze bedoelt. Ook ik voel me herboren, losgedanst. Alsof het leven door die uitbundigheid weer helemaal op z’n plek is gevallen en ik tot in mijn tenen weer voel waar het ook alweer werkelijk om draait.

Ik hoop dat ik nooit vergeet hoe belangrijk het is om soms uitbundig te zijn.

Laat als eerste een reactie achter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.