Skip to content

Categorie: #thereallife

You only live once

Voor 2017 had heb ik eigenlijk maar één goed voornemen: me minder druk maken om dingen. ‘Meer genieten’, het klinkt zo cliché maar weet je, dóe het maar eens, in deze wereld die draait om presteren en ambitie en altijd maar meer, meer, meer.

Me minder druk maken betekent in de praktijk ook: minder doen. Vaker denken: f*ck die shit, ik ga gewoon lekker niet hardlopen/eten koken/naar die verjaardag/gezond eten/de krant lezen/op tijd naar bed vandaag. (Er komt nog net geen ‘lekker puh’ achteraan).

Ik ga gewoon lekker bankhangen/uit eten/wijn drinken/taartjes halen/lamme series kijken vandaag. Omdat het leuk en fijn is. Omdat het kan.

Misschien is dit voor jou heel vanzelfsprekend – voor mij is het een bevrijding. Al ruim vijfentwintig jaar lang moet ik namelijk van alles van mezelf. Bovendien zegt dat stemmetje in mijn hoofd ook altijd dat ándere mensen enorm veel van mij verwachten. Hard werken. Op tijd komen. Leuke cadeautjes kopen. Lekker eten klaarmaken. Het huis opruimen. Een goede vriendin/dochter/collega/zus/nicht/geliefde zijn.

Maar hey, waarom denk ik eigenlijk altijd dat ik iets moet doen om dat te zijn?

Vergis je niet: dit is geen pleidooi voor luiheid. Integendeel. In 2012, toen ik een half jaar in Taiwan woonde, ontdekte ik al dat ik eigenlijk mínstens zo productief ben als ik weinig van mezelf moet. Levenslust heb ik toch wel en de dingen gebeuren dus ook gewoon, alleen een stuk minder geforceerd en vrijwel zonder stress.

Daar in Taiwan voelde ik voor het eerst hoe het is om te leven zonder continue verwachtingen van jezelf, zonder (zelfopgelegde) druk van buitenaf. Hoe de dingen dan gaan stromen, hoe er juist méér creativiteit komt. Meer liefde. In Cuba, vorige maand, ervaarde ik dat opnieuw. Alleen daarom al is het zó goed om af en toe ver weg te gaan, de dingen van een afstandje te bekijken – omdat ik weer even heel scherp zie waar het allemaal om gaat.

Dus trek ik de afgelopen weken steeds meer m’n eigen plan. Probeer het niet kut te vinden dat ik misschien soms mensen voor het hoofd stoot. Ik kan het niet altijd iedereen naar de zin maken en dat wíl ik ook niet (meer). En ook naar mezelf toe: waarom is elk weekend anderhalf uur hardlopen eigenlijk de ‘beste’ manier om die vrije tijd te besteden? O, natuurlijk, soms wel, maar er zijn nog zo veel andere dingen die het leven de moeite waard maken.

Lastig blijft het wel. Naar aanleiding van dat blogje over dansen in Tivoli bijvoorbeeld, kreeg ik drie berichtjes van mensen die vroegen: hey, zullen wij ook weer uitgaan? Maar het hele punt is nu juist dat ik niet meer alles vast wil leggen. Ik wil leven, voelen wat op dat moment goed voelt. Dat was toen dansen, is misschien volgende week wéér dansen, maar misschien ook niet.

Het is niet makkelijk om ánderen vrij te laten in wat ze doen – hoe vaak denk je niet: goh, waarom doet die-en-die dat nou zo-en-zo? – maar nog veel lastiger om jezelf vrij te laten. Geen oordeel te vellen over je eigen handelen. Niet steeds te denken: goh Suusie eet je nou alweer chocola. Of: jeetje, ben je nou nog niet aan het werk? Of: het is één uur ‘s nachts, dat is toch veel te laat voor pizza?

Die oordelen zijn er steeds en ze zorgen ervoor dat ik me, vaak onterecht, druk maak. Soms verlammen ze me. In elk geval maken ze me minder gelukkig en onbevangen.

Daarom dus: minder oordeel, me minder druk maken. Niet steeds regels en richtlijnen willen maken – houvast is toch maar een illusie. Vertrouwen op de stroom van het leven en dat het allemaal wel goed komt als ik mijn gevoel volg.

En daarom aten we gisteravond in bed vierkazenpizza.

5 reacties

Durf

‘Dit is niet als kritiek bedoeld, want ze kan goed schrijven. Maar Suus laat zichzelf niet écht zien.’

Aldus de moeder van een goede vriendin, die wel eens stukjes leest hier.

Treffend, want het is waar, besefte ik toen die vriendin de boodschap overbracht. Hoewel ik nu alweer een jaar onder mijn eigen naam blogjes schrijf (en da’s al meer dan ik de twee jaar daarvoor durfde), zijn er genoeg dingen, belángrijke dingen, waar ik niet of (te) weinig over schrijf. Omdat ik – dit heb ik vaker gezegd – heel erg goed besef wie er meeleest of mee zou kunnen lezen.

Logisch, zouden veel mensen nu zeggen. Waarom zou je het hele internet een kijkje in je ziel gunnen? Sommige dingen zijn toch ook beter om te bespreken achter gesloten deuren? Waarom die drang om alles te delen met iedereen? Waarom doe je dat jezelf aan?

Nou, misschien omdat ik vind dat de beste teksten gaan over kwetsbaarheid. Als ik naga: wie vind ik nou eigenlijk echt gaaf? Dan zijn dat toch de mensen die durven te schrijven over het leven zoals het is. Mooi, overweldigend, rauw, intens, schaamtevol. (En for the record, dat kunnen allerlei mensen zijn, van Griet op de Beeck tot Des, Jentl en Annemerel.)

Ook wanneer ik terugblader in m’n eigen blogarchieven, vind ik de sterkste stukjes die teksten die gaan over zoeken en vinden. Over nachtelijke avonturen op de dansvloer en daarna. Over veel te veel willen en tegen jezelf aan lopen. Over ontdekken waar de grenzen van maakbaarheid en redelijkheid liggen. Over twijfel, onrust, verlangen. Kortom: over dingen die we allemaal wel eens ervaren.

Dat zijn vaak stukjes die ik schreef vóór ik begon met werken. Maar ja hè, als scholier/student leef je in een relatief onschuldige bubbel. Mensen vonden vast wel eens wat van mijn blogs, maar dat had weinig gevolgen voor m’n carrière.

De grotemensenwereld is een stukje harder. Op een redactie waar ik eens werkte deed men bijvoorbeeld nogal laatdunkend over schrijver Henk van Straten. Hij was maar een negatieve zeikerd en een aansteller, vond men. En ik, ik keek tegen die Goede Journalisten op en dacht: zij weten er meer van, ze hebben vast gelijk.

Terwijl ik, als ik eerlijk ben, genoot van Henk z’n wekelijkse stukjes op LINDAnieuws. Omdat ik vind dat dat pure, oprechte teksten waren. (En om die reden lees ik zijn blog nog steeds met plezier.)

De eerste keer dat ik zelf hardheid als antwoord vond op mijn oprechte schrijven, is nu bijna drie jaar geleden. Misschien weet je het nog: ik was uitgenodigd voor een PR-event voor bloggers. Met een groep meiden gingen we bootje varen op de Kralingse Plas. Waar alle andere genodigden achteraf blije stukjes schreven over de producten die we mogen proberen, schreef ik een vrij rechttoe-rechtaan stuk over mijn onzekerheid daar tussen al die mooie meiden op die boot.

Dat dat niet lekker viel bij degenen die me hadden meegesleept, had ik natuurlijk kunnen verwachten. Vooruit, in sommige zinnen die ik schreef klonk een oordeel door – al bedoelde ik dat niet zo, ik probeerde vooral een gevoel neer te zetten. Ik veroorzaakte in elk geval een hoop shit en nu ik eraan terugdenk, voel ik me er nog steeds een beetje naar over.

Maar had ik het dan niet moeten schrijven?

Nee. Ik had dat stukje zeker wél moeten schrijven. Omdat het was wat ik voelde, omdat het was wat ik vond. Misschien niet mooi, en zéker niet populair, maar wel eerlijk. En naast de negatieve reacties à la Suus-wat-schrijf-je-nu-weer, ontving ik ook een boel berichtjes in de categorie ik ben blij dat je dit schrijft. (Volgens Henk moet je het daar overigens niet om doen, als schrijver, maar dat ben ik dan weer met hem oneens – ik denk dat herkenning er zeker toe doet.)

En nu, nu zijn we dus drie jaar verder. Ik ben 25 vind ik het vaak nog steeds moeilijk om te zeggen: dit ben ik, dit is mijn mening en hier sta ik voor. Ik trek mezelf vaak in twijfel. Misschien te vaak, zei de vriendin waarmee ik dit stukje begon. In feite, besef ik nu, is dit een van de redenen dat ik op dit moment weinig focus heb in m’n schrijven.

Punt is: als iedereen steeds blijft doen alsof ‘ie het allemaal wel wéét, alsof alles duidelijk en uitgevonden en uitgevogeld is, dan blijven we ons allemaal diep vanbinnen raar en alleen voelen. Het is niet voor niets, dat zo’n initiatief als PostSecret (in Nederland herhaald als Briefgeheimen) als een trein gaat. Er zijn van die dingen die we allemaal ervaren. Of in elk geval: die veel anderen óók ervaren. Ik denk dat het ons meer zou verbinden, als we dat zouden weten van elkaar.

Mijn goede vrienden weten: ik houd van openheid.
Tijd om dat meer uit te dragen.

5 reacties