A little bit of everything, all rolled into one

What’s up?

Exit Facebook, Instagram en Twitter – what’s next?
Logisch: WhatsApp.

Dit jaar, 2020, wil ik een volgende stap zetten door mijn afhankelijkheid van WhatsApp verder terug te schroeven. Of ik de app echt ga verwijderen, weet ik nog niet – vooral dat ik in een aantal praktische, nuttige groeps-apps zit (zoals wijnclub), vind ik op dit moment nog een drempel.

Wat ik wel doe? Minderen. Alleen nog praktische appjes sturen (dit doe ik al een paar maanden zo veel mogelijk) en – dit is nieuw – me bij elk app-contact afvragen of ik dit ook op een andere, directere manier kan oplossen.

Dan vraag je je vast af: waarom?
Gedachten hierover:

WhatsApp is ook van Facebook. En Facebook is een kutbedrijf, benadrukte Alexander Klöpping onlangs nog maar eens. Ook al heb ik geen Facebook of Instagram (ook van FB) meer; zolang ik WhatsApp gebruik, is alle inhoud die ik daar deel – tekst, foto, video, locatie en vast nog meer waar ik geen weet van heb – in het bezit van een gigantisch rotbedrijf dat het niet zo nauw neemt met privacy. Scary shit.

We denken met z’n allen dat een appje sturen sneller en handiger is dan bellen, maar eigenlijk is dat niet zo. Stel, je appt een vriendin met wie je hebt afgesproken om te vragen hoe laat ze er is. Dan gaat dat zo:

Jij stuurt het berichtje. Je vraagt je half-onbewust steeds af of ze al gereageerd heeft (want het is handig om te weten hoe laat ze arriveert), en checkt dus steeds tussendoor je telefoon. Zij ziet op een gegeven moment jouw appje, onderbreekt waarschijnlijk haar huidige activiteit om op jou te reageren. Daarna weet ze nog niet of jij haar bericht ook hebt gezien – en stel dat ze nog een vraag heeft (‘Zal ik een spelletje meenemen?’) dan is zij dus ook weer haar telefoon aan het checken om te zien wat jij daarop antwoordt. Jij ziet op een gegeven moment het berichtje binnenkomen, stuurt een duimpje omhoog – en klaar.

Stel je voor dat je in plaats daarvan je vriendin opbelt om te vragen hoe laat ze er is. Dan gaat het zo:
Jij: Hoi! Ik vroeg me af hoe laat je er bent, straks. Wat is je plan?
Zij: Nou, ik wilde om vier uur hier vertrekken, dan ben ik rond vijven bij jou. Zal ik Terraforming Mars meenemen?
Jij: Ja, leuk! Gezellig, goede reis. O ja, ik heb trouwens carrot cake-muffins gebakken.
Zij: Hmmm lekker, ik verheug me erop. Tot straks!


Zie je? Het tweede gesprek is korter, directer én je hebt stiekem ook nog wat extra informatie uitgewisseld (lekkere muffins). Bovendien heb je veel meer rust in je hoofd, want na het gesprek weet je wat je moet weten en kun je door met wat je aan het doen was.

Geschreven gesprekken (appjes) lijken rijker en directer, maar als je elkaar echt spreekt (telefonisch of live) wissel je ongemerkt veel meer informatie uit.
Je ziet het al aan het voorbeeld hierboven. En neem nou gisterochtend. Ik kreeg een appje van mijn lieve vriendin S, of ik zin had om wat af te spreken. Bijna automatisch begon ik aan een berichtje terug en toen dacht ik: wacht, nee, ik bel.

Ze nam op, zat op haar werk, ik zei dat ik zéker wilde afspreken en vroeg hoe het daar was, kreeg wat te horen over de drukte en hoeveel collega’s er nu waren (waardoor ik meteen een beter beeld heb van haar werkplek). Ze vroeg hoe het met mij was, ik vertelde kort wat over mijn kerstvakantie, sloeg een bruggetje naar de afspraak, zij zei dat ze veel tijd heeft komende weken, ik stelde vrijdag voor en zij reageerde enthousiast. We schreven de datum in onze agenda, wensten elkaar een fijne dag en hingen op.

Dit alles duurde nog geen zes minuten.

Daarna glimlachte ik vanbinnen (want leuk om de stem van S even te horen en leuk om haar vrijdag te zien), en kon ik zonder afleidend zou-ze-al-gereageerd-stemmetje in mijn hoofd beginnen aan deze blog.

Voice-messages kosten TWEE KEER zo veel tijd als direct een gesprek voeren. We denken dat we tijd besparen met voice messages – en vooral, dat het handig is dat de ander deze kan luisteren wanneer het hem of haar uitkomt.
Maar als je erover nadenkt: een voice message kost je het dubbele aantal minuten. Ga maar na: jij praat bijvoorbeeld vijf minuten een monoloog in je telefoon, en vervolgens kost het je vriendin vijf minuten om die monoloog af te luisteren. Dan ben je 10 minuten verder voor de boodschap over is gekomen, terwijl dat in een live (of telefonisch) gesprek maar 5 minuten zou zijn.

We denken dat we appen ‘omdat je iemand dan niet stoort in zijn bezigheid’. In werkelijkheid is het juist WhatsApp dat ons steeds stoort. Al die onafgemaakte gesprekken (‘zou hij al gereageerd hebben?’) zorgen voor ruis in je hoofd. En denk eens na wat er gebeurt als je uit gewoonte je telefoon checkt tijdens een sociale afspraak, en plots ziet dat een vriendin een heel verhaal heeft gestuurd over haar liefdesperikelen en hoe rot ze zich daarover voelt.

Ik voel me dan in elk geval toch soort van verplicht om meteen te reageren – zeker als de betreffende vriendin online is, misschien zelfs nog aan het typen is en dus ook ziet dat ík online ben. Beetje lullig dan om zo’n appje te laten liggen, en bovendien ben ik hoe dan ook afgeleid van het gesprek dat ik eigenlijk aan het voeren was (of het stuk dat ik speelde op de piano, of de mooie natuur om me heen tijdens het hardlopen).

Zouden we de gewoonte hebben gehad om te bellen, dan kan ik op dat moment kiezen of ik opneem (en als ik inderdaad iets anders aan het doen ben, mis ik waarschijnlijk de oproep). In dat geval bel ik terug zodra het me uitkomt. Kortom, juist bij bellen heb je meer regie over je tijd en over wanneer – en op welke manier – je informatie krijgt.

We appen dingen die we urgent vinden (en waarvoor e-mail te ‘langzaam’ is). Dat maakt dat we steeds maar weer WhatsApp blijven checken – om te kijken of er urgente dingen zijn. Dit leidt continu af.
Dit valt me op nu ik vaak mijn telefoon urenlang ergens boven heb liggen terwijl ik zelf beneden ben. Pak ik hem erbij, dan heb ik regelmatig appjes die inmiddels niet meer relevant zijn.
– “Ik sta nu in de supermarkt, moet ik nog wat voor je meenemen?”
– “Hoi, ben je thuis?”
– “Weet jij hoe laat we straks bij X moeten zijn?” (half uur later) “O laat maar, ik heb het al gevonden.”
– “Zin om zo mee te gaan sporten?” (twee uur later) “Nevermind, ik ben al geweest ;-)”

Het grappige is dat de écht urgente dingen (in de categorie ‘familielid ligt in het ziekenhuis’) vrijwel nooit via WhatsApp gebeuren. Dan gaan we tóch bellen om er zeker van te zijn dat het nieuws snel aankomt.

Appen voelt nauwelijks als ‘een gedeelde ervaring beleven’. Bellen of elkaar zien wél. Ik bedoel, hoeveel procent van de appgesprekken die jij nog hebt gehad afgelopen jaar waren zo memorabel dat je je ze nog kunt herinneren? Ik denk dat ik op hooguit drie tot vijf gesprekken kom – van de honderden (duizenden?) appjes die ik kreeg en stuurde. Terwijl ik me nog precies herinner dat ik S even belde toen ik net de sleutel van mijn nieuwe huis kreeg, dat E mij belde om te vertellen dat ze de voortuin hadden ingericht, en dat ik laatst met A belde in de auto op weg naar huis.

Foto’s delen vind ik een leuk en handig ding aan WhatsApp. Maar hé, dat kan ook per mail, zei E (mijn vriendinnetje-zonder-WhatsApp) terecht. Natuurlijk kun je niet van je vrienden verwachten dat zij jou voortaan alles mailen dat ze ook al appen, maar je kunt er wel zelf om vragen.

Tot slot, zoals een wijze collega ooit al zei: gebruik genereert gebruik. Als jij meer appt, krijg je ook meer appjes, waardoor je weer meer gaat appen. En als mensen weten dat WhatsApp een snelle manier is om jou te bereiken, gaan ze je eerder appen dan bellen als ze een urgente vraag hebben. Zo houd je je eigen gewoonte in stand…

Goed, genoeg om over na te denken dus. Ik vind het interessant om te zien wat er gebeurt als je probeert ‘los te breken’ van de gewoonte om zo veel sociaal verkeer via tekstberichtjes te laten gaan. Zelf heb ik dat een groot deel van mijn leven gigaveel gedaan – en dat was leuk en goed. Nu is het tijd voor wat anders.

Wil je ook minderen met WhatsApp? Vijf tips:

  1. Verwijder de web/desktopversie van WhatsApp uit je browser. Juist hier merkte ik dat ik vaak en veel lange gesprekken ging voeren.
  2. Zet overdag regelmatig een tijdje je 4G-bundel uit. Zo krijg je geen nieuwe appjes binnen – lekker rustig!
  3. Vertel je vrienden dat je WhatsApp voortaan alleen nog functioneel wilt gebruiken (en dus niet meer om gesprekken te voeren). Zo voorkom je misverstanden als jij ineens korter en trager reageert dan anderen van je gewend zijn.
  4. Zet alle meldingen en notificaties uit. Kortom, zorg ervoor dat je smartphone niet meer gaat trillen, geluidjes maakt, scherm-meldingen of rode bolletjes geeft als je een appje krijgt. O ja, en verplaats WhatsApp ook naar het derde of vierde scherm van je smartphone – uit het zicht, zodat je niet steeds getriggerd wordt als je je telefoon aanzet.
  5. Bedenk bij elk appje dat je wilt sturen of je dit niet ook op een andere manier kan regelen. Bijvoorbeeld met een mailtje, als het niet urgent is. En bellen is in het begin misschien een drempel (en kan ‘overdreven’ aanvoelen), maar in mijn ervaring is het veel makkelijker en sneller dan je verwacht.

0

Liever

Ik wil heus geen anti-social-evangelist worden hoor, maar (alles voor de maar telt niet, haha) ik moet er toch nog even wat over zeggen.

Voor de duidelijkheid: nee, het is niet dat ik sociale media stom vind.
Ik vind het zelfs heel erg leuk. Té leuk.

Op sociale media leerde ik vrienden kennen, liet ik me inspireren door hoe andere mensen leven, werd ik blij van mooie posts en gezellige berichtjes, volgde ik online kennissen soms jarenlang. Ik vergaarde nieuwe lezers hier op Suushi, kreeg soms mooie gesprekken op mijn werk dankzij een post op Instagram.

Het is dus niet dat ik niet graag op social wil zijn,
maar wel dat er op dit moment andere dingen zijn die ik nóg liever doe.

Want jongens, het leven is zo kort en tijd zo kostbaar.

De uren die ik besteed aan berichtjes lezen over wat vrienden aan het doen zijn, besteed ik nu liever aan live met hen praten over wat hen bezighoudt. De dagen die ik in de trein scrollend besteedde, luister ik liever een podcast, lees een boek, mediteer of staar gewoon wat uit het raam.

Nou, zou je zeggen, dan doe je dat toch gewoon – maar waarom dan meteen helemaal weg van sociale media?

Het punt is dat ik geen maat kan houden. Ik kan niet “af en toe” op Instagram kijken, dat wordt sowieso dagelijks twintig keer (als het niet meer is). Ik kan niet soms kijken of iemand al heeft gereageerd op een PB, dat ontaardt al snel in een obsessief dingetje.

Ja, het was erg leuk om op 31 december eenmalig terug te komen op Facebook (om een back-up te maken van mijn data) en te ontdekken dat een vriendin van vroeger een baby heeft gekregen.
Maar als ik eerlijk ben: zulke dingen hoor je toch wel, van de mensen die in je leven zijn.
En als de mensen níet in je leven zijn: is het dan echt zo erg om die informatie te missen?

Wat ik merk sinds ik niet meer op sociale media zit:

  • Ik kan makkelijker rust vinden om bij mezelf te komen.
  • Ik vergelijk mezelf minder met anderen en voel me tevredener over mijn eigen leven. Logisch ook, ik word immers minder vaak geconfronteerd met de mooie verhalen van andermans leven – en met wat ik zelf niet heb.
  • Ik mis veel dagelijks nieuws over wat er gebeurt in de wereld. Dat maakt dat ik hier nu soms gericht naar op zoek ga, bijvoorbeeld door de zaterdagkrant te lezen of een podcast te luisteren. De écht belangrijke dingen krijg ik toch wel mee, zij het soms wat later (en hoe erg is dat?).
  • Ik houd meer ‘sociale energie’ over; tijdens afspraken met anderen voel ik nauwelijks nog de neiging om op mijn telefoon te kijken (paradoxaal genoeg een teken dat ik overprikkeld ben, ontdekte ik dit jaar). Ik waardeer de tijd die ik samen met mensen besteed meer, doordat ik echt daar ben.
  • Ik heb meer ruimte en energie om te schrijven, pianospelen, fotoboeken maken, koken… én de brainspace om te bedenken wat ik verder allemaal graag nog wil doen in de toekomst.

Over dit alles sprak ik gisteren met E, die hier een paar dagen was rond Oud en Nieuw. E heeft al jaren geen Facebook meer, gebruikte een tijdje Instagram maar is daar nu ook niet meer actief, en bovenal: in 2019 verwijderde ze WhatsApp.

Inspirerend vind ik dat, en het is E die precies de dingen zegt die ik hierboven schrijf: ‘ja, WhatsApp levert me dingen op, en ja sommige dingen mis je, maar geen WhatsApp hebben levert me meer op’.

Die logica kun je natuurlijk doortrekken naar veel dingen in je leven, bedacht ik later. Vaak zijn we geneigd onze “slechte” gewoontes te demoniseren, als reden om ze niet meer te doen. “Alcohol drinken is ongezond”, bijvoorbeeld. Op een nuchter moment kan ik denken: “Ik wil niet meer dan twee glazen wijn drinken, daar voel ik me achteraf alleen maar brak van en zo veel leuker wordt de avond niet.”

Maar dat argument houdt geen stand op het moment dat je vrijdagavond met collega’s aan de borrel bent, het supergezellig is denkt: JA KIJK NOU DIT IS HET LEVEN ZIE JE WEL DAT WIJN TOF IS WANT YOLO EN DIT WIL IK MEZELF NIET ONTZEGGEN.

Het is beide waar. En juist in de ontkenning van het ene (het plezier dat een avond doorzakken geeft) schuilt de legitimatie om het tóch te doen.

Terwijl de erkenning van beide kanten – ja het is leuk om een avond gek te doen, én het is fijn om de dag fris te beginnen en gezond oud te worden – maakt dat je een eerlijker meer weloverwogen afweging maakt.

0