A little bit of everything, all rolled into one

Lekker eten in Slovenië: de beste tips

Hoi! B en ik zijn net terug van een heerlijke week in Slovenië. Even hoor: wat een prachtig land! Goed, first things first: ik deel graag mijn tips voor goed en lekker eten in Slovenië met jullie. Zoals je misschien weet, haal ik er voorafgaand én tijdens mijn reizen veel plezier uit om de beste, leukste, tofste en interessantste eet- en drinkplekjes te vinden. Dat is, al zeg ik het zelf, ook dit keer prima gelukt. Met dank aan de Lonely Planet, TripAdvisor, Reisgenie en anderen – en hier en daar ook gewoon met dank aan gelukkig toeval. :)

Tijdens onze vakantie bezochten we 4 plekken: de meren Bled en Bohinj, het schilderachtige en ontzettend pittoreske kustplaatsje Piran, en hoofdstad Ljubljana. Dat zag er – héél in het kort – zo uit:

meer van Bled
Het meer van Bled. Nee, deze foto is niet bewerkt – het meer is écht zo blauw.
Bohinj Slovenië
Wandelen in de vallei van Bohinj. (En deze foto is inderdaad ook niet bewerkt.)
Mount Sija Slovenia
Hiken naar de top van berg Sija (1880m).
Piran
Piran, havenstadje dat zo op een schilderij past.
Piran
Piran.
Ljubljana
Ljubljana.
Ljubljana
Meer Ljubljana. Je snapt waarom deze stad in 2016 ‘Green Capital’ was (net als Nijmegen dit jaar). Ik ben verliefd!

Goed, op naar dat voedsel. En omdat dat nogal een lang verhaal is, vandaag deel 1: Bled en Bohinj. Ga je naar deze regio’s op vakantie, dan kun je hier lekker eten:

Dineren met spectaculair uitzicht: restaurant bij kasteel Bled

Om maar meteen met het állervetste te beginnen: je kunt eten in het kasteel van Bled. En dat wil je. Bled is namelijk het mooiste, blauwste, meest sprookjesachtige meer dat ik ooit heb gezien. Op een berg rondom dat meer ligt het middeleeuwse kasteel van Bled. En op de vroegere binnenplaats van het kasteel ligt nu een schitterend terras, van een goed restaurant.

Hier kun je lunchen of dineren; ‘s avonds ben je verplicht het tasting menu te kiezen (4 gangen met steeds 2 keuzes per gang, plus amuse en een glas bubbels als aperitief) voor 50 euro per persoon. Wijnen zijn tussen de 3 en 5 euro per glas – en o boy, die zijn goed. Zo goed zelfs, dat B en ik na een lange discussie ‘steen, papier schaar’ hebben gedaan om te bepalen wie naar huis zou moeten rijden (ik verloor).

Het eten is goed (niet briljant, als je hoge standaarden hebt, maar prima) en het uitzicht fenomenaal. Reserveer ruim op tijd, zodat je een tafeltje ‘with a view’ kunt boeken. Wij belden een dag van tevoren en er was helaas geen view-tafeltje meer (binnen), maar toen hadden we het enórme geluk dat het weer veel beter was dan verwacht, waardoor we op het terras konden zitten aan het allermooiste tafeltje in de avondzon. <3

Castle Bled restaurant
Castle Bled restaurant

Bled Castle Restaurant, Grajska cesta 61, Bled

Castle Bled restaurant

Goeie pizza

Die scoor je bij pizzeria Pr’Kosnik, een kilometer buiten Ribcev Laz, het dorpje aan het meer van Bohinj. Lekker, genoeg, goedkoop (7-8 euro voor een enorme pizza)..wat wil je nog meer? Prima slobberwijn voor 1,20 per glas misschien? Hebben ze ook. Superlekkere chocolademousse toe? Yep.

Tip: kies voor een halve euro extra de ‘grote’ pizza en neem de restjes mee als lunch voor de volgende dag. Nog een tip: laat de restanten daarvan vervolgens niet vier dagen achterin je auto liggen.

pizza Pr'Kosnik

Lunch aan het meer

Geen zin om uitgebreid te dineren, maar wel behoefte aan een mooie pitstop – bijvoorbeeld tijdens je wandeling rondom het meer van Bohinj? Ga dan naar Kramar. Dit lunchtentje serveert eenvoudige gerechten en snacks. Volgens B is de hamburger (6 euro) niet enorm de moeite waard, maar ik at er voor 10 euro echt fantastische forel van de grill met aardappeltjes en gebakken groenten.

Restavracija Kramar, Stara Fužina 3, 4265 Bohinjsko jezero

Kramar Bohinj
Bohinj
Pri Hrvatu Slovenia

Misschien nog wel betere forel

Op onze laatste dag in de regio Bled/Bohinj maakten we een stevige wandeling, naar de top van de berg Sija (1880m; we liepen vanaf 1535 m ;-)). Daarna hadden we natuurlijk HONGER! En dat kwam goed uit, want bij Pri Hrvatu – overigens alweer zo’n prachtig pekje: overdekt terras met uitzicht op de rivier en omgeving – serveren ze gebakken forel in wittewijnsaus.

Forel is een lokale specialiteit in Bohinj, zeker in de zomer, dus ik ben niet een heel goeie vegetariër geweest afgelopen week… o man, wat was dat goed. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de wijn! Bij dit restaurantje serveren ze een prijswinnende witte wijn – Rebula Bagueri Superior 2013 – die echt de perfecte balans heeft tussen licht en complex, tussen fruit en mineraal/kruiden. Ja. Geef me er daar nog maar ééntje van.

Gostilna pri Hrvatu, Srednja vas v Bohinju 76, 4267

Pri Hrvatu
Pri Hrvatu

Ziet er niet slecht uit, toch? Binnenkort vertel ik je alles over de lekkerste eetplekjes van Piran!

Verder lezen? > Nog meer lekker eten in Slovenië: Piran

0

Maleisië: al mijn tips om lekker te eten, te slapen en leuke dingen te doen

Ga je binnenkort toevallig naar Maleisië? Mooi, ik kom er net vandaan. En ik testte een boel leuke plekken uit om te eten en te slapen. En wat leuke dingen om te doen.

Hier m’n aanraders:

Kuala Lumpur

  • SLAPEN: heb je na een lange vlucht zin om je even in een superluxe kingsize bed te laten vallen, onder de regendouche te staan of te genieten van de stad vanuit een infinity pool? (JA, dat heb je.) En dat alles zonder de – westerse – hoofdprijs te betalen? Ga dan naar Fraser Place. Dit ‘hotel’ met studio’s en appartementen was een heerlijke plek om van de jetlag af te komen. Voor 80 euro per nacht (incl. uitgebreid ontbijt) hadden B en ik zo’n beetje de meest luxe kamer waar we ooit in hebben geslapen.
  • ETEN: heerlijke sushi haal je bij Senya, dat – niet geheel toevallig – om de hoek zit van Fraser Place. Je bestelt op een tablet en kunt je voor 15-20 euro helemaal volvreten (afhankelijk van hoeveel honger je hebt). Ook leuk om te zitten, want je zit half buiten op een soort overdekt terras, met de levendigheid van KL om je heen.
  • COCKTAILS: voor een supergave ervaring ga je naar de Heli Lounge Bar, een cocktailbar op de 34e verdieping van een wolkenkrabber, mét helikopterplatform waar je van je Cosmopolitan kunt nippen. Helaas heb ik dat laatste niet gedaan – toen wij er waren, was het platform nog dicht – maar ook binnen is het gaaf om te genieten van het uitzicht. Cocktails wel duurder dan op andere plekken (6-7 euro) maar is de ervaring waard.
  • DOEN: vergeet die Petronas Towers, ga naar de KL Tower. Deze is net wat minder hoog en shiny, maar heeft beter uitzicht op de stad (én op de Petronas Towers, natuurlijk). En ze hebben een skybox waar je in kunt gaan staan – een glazen vloer op 300 meter hoogte, holy shit.

Melaka

  • SLAPEN: waar je moet gaan slapen weet ik niet, maar het Discovery Hostel kan ik afraden. Oké, het is goedkoop (17 euro met z’n tweetjes voor 2 nachten) maar we sliepen op een slecht bed met nauwelijks dekens, brullende airco en veel licht in de kamer. Nee, dat was jammer.
  • ETEN #1: Oh em gee, de double cheese garlic naan bij Pak Putra was echt fantastisch. Net als de kip tandoori (nee, ik was niet altijd een brave vega in Maleisië, maar sommige dingen moet je gewoon proberen in het leven).
  • ETEN #2: Heb je het even gehad met dat Aziatische voedsel, bestel dan een lekker broodje/tosti/taartje/sapje/yoghurt-met-fruit-bak bij Limau-Limau Café. Fijn goed gezond comfort food.

Cameron Highlands

  • SLAPEN: het Father’s Guesthouse (in Tanah Rata) is heerlijk! Aardige mensen, schone kamers, prima bedden en goed geprijsd (ca. 20 euro per nacht voor een privékamer met eigen badkamer). Je kunt er ook scooters huren en ze hebben tips voor jungle trails die je kunt hiken.
  • ETEN #1: bij Barracks Café hebben ze goeie curry’s – die als je dat wilt zelfs in een bol brood worden geserveerd – en dito lassi en carrot cake.
  • ETEN #2: zin in Japans slash Koreaans, ga dan naar KouGen. Dit tentje wordt gerund door een echtpaar en is echt zo typisch Aziatisch. In de zin dat de opzet ervan nooit door onze voedsel- en warenautoriteit zou worden toegestaan, én in de zin dat je fantastisch eten krijgt voor een zeer schappelijke prijs.
  • DOEN: ben je niet in je eentje en houd je wel van een stevige wandeling door de jungle, loop dan vanaf Tanah Rata Trail 10 naar de top van een van de bergen in de omgeving, en pak dan Trail 6 naar beneden het dal in, de Cameron Valley. Adembenemende theeplantages en een gave onderneming. Je kunt vanaf het theehuis in Cameron Valley een taxi terug nemen.

George Town

  • SLAPEN: het Eton Hotel zou ik je niet perse aanraden (best een stuk lopen uit het centrum), maar het was er wel schoon en ze hadden prima king size bedden en een badkamer met regendouche voor 35 euro per nacht.
  • ETEN #1: zei ik al iets over goede kip tandoori? Nou, bij The Captain hebben ze echt de allerbeste kip tandoori – voor ongeveer 3 euro heb je een knalrood en smakelijk exemplaar mét garlic naan. Ook lekkere bloemkoolcurry (die kreeg ik toen ik vroeg welk groente-gerecht het lekkerst was).
  • ETEN #2: tja, George Town is niet voor niets de food capital van Maleisië… bij het food court Red Garden heb je ruime keus uit voedsel uit elke hoek van Azië. Bij het Thaise tentje waren de pad thai en de papaya-salade heerlijk.
  • ETEN #3: blijkbaar had een of andere Chinees zin om Duits brood te gaan maken. George Town heeft dus zelfs een heuse ‘zuurdesembakkerij’ waar je erg goed westers kunt ontbijten en zelfs volkorenbrood kunt scoren (een zeldzaamheid in Azië). Zoek naar Yin’s Sourdough Bakery.
  • DOEN: Street art bekijken. De stad zit er vol mee. Is leuk. (Tip: zoek de street art op via offlinekaarten-app MAPS.ME – die app is sowieso dé must-have voor elke reiziger.)

Langkawi

  • SLAPEN: wil je je eigen bungalow pal aan het tropische strand, maar heb je geen zin om daarvoor de hoofdprijs te betalen? En kun je ermee leven dat je kamer dan niet super-ultra-luxe is? Dan is het Malibest Resort de plek voor jou. Vijf ochtenden lang kon ik wakker worden en met een blik uit het raam het witte strand, de turkooisblauwe zee en de knalgroene palmbomen zien. Wat een luxe! En dat voor omgerekend 17,50 euro per nacht (wij hadden de ‘deluxe brick cabin’ – verwacht geen grote luxe, dan ben je prima tevreden – het is schoon, het bed is comfortabel genoeg en je hebt een eigen koelkastje in je kamer).
  • ETEN #1: bij het Koreaanse Haroo – net buiten Pantai Tengah – hadden B en ik de avond van ons leven. Dat kwam vooral door de te gekke ober, maar ook door het heerlijke voedsel en de relaxte, rustige sfeer. Een beetje weg van alle drukke toeristen-ellende. Jammie en fijn.
  • ETEN #2: zin in een romantisch diner aan zee? Bij The Cliff kan het. Half in de open lucht, golven op de achtergrond, jazzy muziekje erbij, cocktail in je hand, goed voedsel…Vooruit, je betaalt wat meer (80 euro, maar ja dat ben je bij een “gewone” avond uit eten in Utrecht ook in no-time kwijt). En wat een gave ervaring. Tip: ga voor de chef specials en neem een glas Japanse whiskey als dessert.
  • ETEN #3: The Kasbah is een geweldige hippie-plek net buiten Pantai Cenang. Loop de zandweg helemaal af (geef niet op!) en je komt bij deze grote ‘boerderij’ half in de open lucht. Incl. plateau met kussens om op te zitten, metalen/bamboe-rietjes (want geen plastic), mensen op blote voeten en een rasta-dude achter de bar.
  • DOEN: huur een scooter. Kost je 7 euro per dag en geeft zó veel vrijheid. Op je scootertje over het eiland crossen was echt een van de fijnste dingen om te doen. Bovendien kun je dan naar het schitterende strand van Pantai Kok, waar nauwelijks een kip te bekennen is. En dat nog 100 keer zo mooi is als de (ook al erg mooie) stranden van Pantai Cenang en -Tengah.
  • OOK ZEKER DOEN: de waterval bij Telaga Tujuh! Echt, als je één ding doet op Langkawi… schitterende waterval met heerlijke plekjes om te dobberen in het water (perfecte temperatuur) en uren te chillen. Bij één van de tentjes beneden bij de ingang verkopen ze heerlijke gekoelde verse kokosnoten.
  • ABSOLUUT NIET DOEN: een snorkeltrip maken. Tenzij je het leuk vindt om 5 uur lang zeeziek in een propvolle ferry/bus door te brengen samen met 200 Chinezen. Je te bezeren aan vrijwel afgestorven koraal, waar hier en daar een paar vissen zwemmen. Nauwelijks te eten behalve wat lauwe frietjes en rijst. En daar 70 euro per persoon voor te betalen.
  • MAAR WEL ECHT DOEN: de SkyCab, een mega-hoge kabelbaan die je helemaal nat de top van een berg brengt. Heb ik helaas niet gedaan, snik snik, vanwege tijdgebrek…eeuwig jammer want volgens mij heb je echt schitterend uitzicht over het eiland. EN ER IS EEN SKY BRIDGE. Sjit, ik moet dus gewoon terug naar Langkawi.
0

Tips voor Málaga

Nog nagenietend van Cuba boekte ik begin februari een vliegticket naar Málaga. Meer Spaans, tapas, zon en avontuur, daar had ik wel zin in. Inmiddels ben ik weer terug en ik deel graag mijn tips voor Málaga met jullie!

4 dagen dus in Zuid-Spanje. Alleen, zonder plan. Ik boekte een hostel, schafte een reisgids aan – tot zover m’n voorbereiding, want tot op het laatste moment was ik druk met allerlei andere dingen.

23 maart was het zover! Donderdagochtend stapte ik in de trein naar Eindhoven en ruim op tijd was ik op de luchthaven. Mijn enige zorgenpuntje, namelijk of mijn medium-sized backpack zou voldoen aan de strenge bagage-eisen van Ryanair, bleek ongegrond. Zonder al te veel gedoe kwam ik door de veiligheidsscans heen. Ruim drie uur later landde ik in Málaga.

backpacken

OKE, DACHT IK. EN NU?

M’n reisgids leerde me dat ik voor 1,80 euro met de trein in het stadscentrum kon komen. Eenmaal daar bedacht ik dat het slim was om eerst m’n hostel te vinden, zeker omdat mijn telefoon bijna leeg was en ik het adres nergens had uitgeprint. Zonder verdwalen vond ik het Lights Out Hostel – leve MAPS.ME!

MAPS.ME is de offline kaartenapp die in Cuba al een aantal keer mijn leven redde ;) Ditmaal downloadde ik van tevoren de kaart van Málaga en dat bleek een slimme zet. Niet alleen wijst de gps-functie je prima de weg, ook staan op de kaarten een boel restaurantjes, winkels en andere nuttige plaatsen.

En wow, wat een hostel! Wie naar Málaga gaat, raad ik van harte aan om hier te overnachten. Voor 15 euro per nacht slaap je in een comfortabel bed, in een frisse en schone kamer met je eigen stopcontact. De badkamers hebben een regendouche, de toiletten zijn schoon (da’s in hostels soms wel anders) en alle kamers worden dagelijks grondig gelucht en gereinigd (da’s ook wel eens anders). Onder de bedden zijn grote lades die je met een (zelf meegebracht) slotje kunt afsluiten. Als je – zoals ik – met niet te veel bagage reist, past alles daar makkelijk in.

Het hostel heeft ook een keuken waar je je eigen maaltijden kunt koken, een koelkast waar je eten in kunt bewaren, een gezamenlijke ruimte én dakterras met cocktailbar.

En o ja, had ik al gezegd dat de locatie perfect is? Direct naast de Mercado Atarazanas, de grote en enorm leuke markthal waar je stapels vers fruit en verse sapjes kunt halen, en dichtbij alles. Ik ben fan!

WIJN EN CHURROS

Goed, eenmaal gesettled & spullen gedropt besloot ik op ontdekkingstocht te gaan in de stad. Bovendien had ik inmiddels behoorlijk honger gekregen – het was al bijna vier uur en ik had sinds m’n ontbijt niets meer gegeten.

Na wat omzwervingen belandde ik op het terras van een tentje op de hoek van een levendig plein. Ik bestelde een salade met brood en een glas witte wijn. Vakantiemodus AAN!

Málaga wine
Málaga
Málaga

De rest van de middag struinde ik verder rond in de stad. Ik zat een tijdje in de zon op het Plaza de la Constitución, at churros bij Casa Aranda (volgens m’n reisgids de beste van Málaga), las een boek en keek wat rond. Stiekem wachtte ik een beetje op de avond; in het hostel kon je voor vijf euro een maaltijd eten mét gratis sangria erbij en ik hoopte dat dat een goede gelegenheid zou zijn om andere reizigers te ontmoeten.

EN DAT WAS HET!

Dat vind ik nou het leuke van alleen-reizen: in een mum van tijd heb je gesprekken met mensen van over de hele wereld. Andere soloreizigers zijn net zo goed op zoek naar gezelschap, dus je vindt altijd wel iemand om drankjes/hapjes mee te doen of samen dingen mee te ondernemen. Fijn, ook omdat je zo spreekt met mensen aan wie je anders voorbij zou zijn gelopen – omdat ze jonger, ouder of gewoon anders zijn dan jij. Als je reist, waardeer je iedereen veel sneller zoals ‘ie is, is mijn ervaring. Iedereen heeft zijn verhaal.

Lang verhaal kort: ik besloot mee te doen met de pub crawl die dagelijks werd georganiseerd en de avond eindigde urenlang dansend in The Gallery, één van de clubs in Málaga. Ik vond deze club zelf trouwens niet heel geweldig, maar het was lekker om te dansen, in het bijzonder doordat de muziek erg leek op wat in Cuba werd gedraaid. Om half vijf kroop ik moe maar voldaan in bed. ;)

Málaga
Nee, ik besloot me niet te wagen aan tequila. Maar de tinto de verano smaakte ook prima ;)

BEETJE CULTUUR SNUIVEN

De volgende ochtend bleef ik lekker lang in bed liggen. Eenmaal wakker en opgefrist sprak ik met Maike, het Duitse meisje dat ik een avond eerder had leren kennen, af om samen de stad te verkennen. We streken neer op een terrasje aan het Plaza de la Constitución en genoten een tijdje van de zon.

Daarna wandelden we naar het Alcazaba, het ‘Alhambra’ van Málaga. Dit Moorse fort ligt op een heuvel die uitkijkt over de stad. Gaaf om te zien en doorheen te lopen.

Alcazaba Málaga
Alcazaba Málaga
Alcazaba Málaga
Alcazaba Málaga

Toen we trek kregen, sleepte Maike me mee naar een superleuk vega-eettentje. We aten er heerlijke fajita’s en zaten uren te kletsen over van alles en nog wat.

Na een pitstop van een paar uurtjes in het hostel sleepte ik Maike en Adrien, een Parijzenaar die we ook in het hostel ontmoetten, mee naar een wijnbar/proeflokaal dat om de hoek van het hostel bleek te zitten. Verwacht in Antigua Casa de Guardia geen chique gedoe, maar gewoon een lange toog met daarachter enorme tonnen wijn waar direct uit wordt getapt in kleine glaasjes. Ze schenken er voornamelijk zoete witte wijn uit de streek (o.a. Moscatel). Leuke ervaring!

‘s Avonds at ik weer in het hostel en daarna was ik zo gesloopt, dat ik (enigszins) op tijd naar bed ging.

Málaga
wine Spain
Met een krijtje schrijft de barman het totaalbedrag op de bar. Deze 4,60 betaalden we voor drie glaasjes wijn – niet slecht, toch?
Hostel Málaga
Dakterras van het hostel.

RENNEN IN DE ZON

Zaterdagochtend besloot ik voor het ontbijt een stuk te gaan hardlopen! Ik vind hardlopen op reis altijd heel leuk, omdat je vaak veel meer van de omgeving opneemt dan wanneer je ‘gewoon’ een stadswandeling maakt of met de bus gaat.

Ik liep onder andere een stuk langs het strand en legde in totaal zeven kilometer af. Meestal ben ik niet zo goed in rennen vóór ik iets gegeten heb, maar dit ging eigenlijk best lekker.

beach palm trees

Terug in het hostel had ik weer met Maike afgesproken om samen op pad te gaan. We haalden een heerlijk sapje bij de overdekte markthal tegenover ons hostel, de geweldige Mercado Ataranzas. Sowieso heel leuk om een tijdje over deze markt te struinen: superveel fruit, noten, olijven, groenten (vlees, vis) – alles ziet er even heerlijk uit.

Málaga market
Ja, dat zijn aardbeien (!) daar vooraan. Gigantische én smaakvolle dingen voor 1 euro per kilo…
market
market
fresh juice
Dit sapje met biet, appel, citroen en gember kwam als geroepen…

Daarna gingen we naar La Recova, een typisch Andalusisch ontbijt-restaurantje dat verstopt zit achter een winkeltje vol broccante kitsch. Ik denk dat dit tentje inmiddels de weg naar de LonelyPlanet heeft gevonden, want het was er behoorlijk druk (hij stond ook in mijn Nederlandse reisgids).

Niettemin het wachten waard: verse toast met allerlei smeersels, olijfolie, tomaten, koffie, thee en sap… En dat alles voor 2,50 euro per persoon. Nice!

La Recova Málaga
Food

BEETJE HIER, BEETJE DAAR

Zaterdag slenterden we verder wat door de stad, dronken koffie/chocomel, aten nog wat hier en daar en gingen tenslotte naar het Picasso Museum. De beroemde schilder is geboren in Málaga en daar zijn ze in deze stad natuurlijk maar wat trots op. De moeite waard, dit museum! Informatief, afwisselend en precies ‘groot’ genoeg als je het mij vraagt.

Málaga Plaza de la Merced
Plaza de la Merced.
food and drinks
De ‘cola cao’ (warme choco) en carrot cake bij Noviembre waren érg lekker.
Pablo Picasso
selfie
Selfie in de winkelstraat ;)

SEQUENCE

‘s Avonds was het weer tijd om uit te gaan! Zaterdagavond, leuke stad, fijne mensen…wat heb je nog meer nodig? Ditmaal besloot ik niet mee te gaan met de pubcrawl, maar m’n eigen plan gemaakt. In de afgelopen 2,5 dag had ik immers genoeg leuke barretjes voorbij zien komen tijdens m’n ontdekkingstochten.

Maar niet voordat we nog een potje Sequence speelden op het dakterras. De Saudische Mohammed had dat spel bij zich – ik kende het nog niet, maar het was zeker voor herhaling vatbaar (en niet alleen omdat hij en ik wonnen ;)).

Card game

De avond bestond verder uit dansjes en drankjes. Om kwart over drie ‘s nachts bedacht ik me pas dat de zomertijd was ingegaan – nou ja, de volgende dag kon ik toch weer uitslapen.

Málaga
Party
blacklight
Blacklight etc..

En toen was het alweer zondag! Tijd voor een fietstocht – want ik had gehoord dat dat ook heel leuk was om te doen in Málaga. Na een ochtend chillen in de zon op het dakterras (het was eindelijk echt goed warm en windstil!) gingen Maike, ik en Annika – een ander Duits meisje dat bij ons was aangesloten – op zoek naar een plek om fietsen te huren. De ‘gewone’ fietsen waren helaas allemaal uitverkocht, dus toen huurden we maar e-bikes. Dat bleek, toch wel een beetje tegen mijn verwachting in, een prima ervaring.

Málaga
Málaga
Málaga

We fietsten een heel stuk langs de kustlijn (gaat lekker zo, op 25 kilometer per uur!) en streken tussendoor ergens neer voor goeie lunch.

Málaga
Juist ja… lunch ;)
food
Deze salade met zalm, avocado, feta, broccoli en olijfolie was echt to die for. (Ja, er zat wat vis in… ik ben een travelling omnivore, zo is besloten tijdens deze reis ;)).
Málaga
Málaga

& HET LAATSTE AVONDMAAL

Rozig en tevreden van de zon en het fietsen keerden we tegen de avond weer terug in de stad. In mijn beste Spaans boekte ik telefonisch een tafeltje bij Vineria Cervantes, een populaire wijn- & tapasbar waar we twee dagen eerder al tevergeefs hadden geprobeerd een tafeltje te krijgen.

Wat een goed idee bleek dat! De tapas waren fantastisch, de wijn zo mogelijk nog beter en het was leuk om met vijf verschillende mensen aan tafel te zitten en zo een heerlijke laatste avond te hebben.

Na middernacht dook ik m’n bed in – stiekem alsnog te laat, want om 04:45 uur zou de wekker gaan… in alle vroegte (6:25 uur) zat ik weer in het vliegtuig naar huis.

Wat een heerlijk weekend zo, zeg. Málaga is een fijne stad en zo even een paar dagen op avontuur, dat ga ik vaker doen!

wine shop
dinner party
0

CUBA – TRAVEL REPORT day 9-10-11: Trinidad

I’ll never forget Trinidad – if only because I can still hear a beep in my ear from Las Cuevas.

You can read my previous travel reports about Cuba here: Havana, Vinales and Cienfuegos.

Ever since I met her, my German travel companion Kathrin had been talking about Trindad. Kathrin had been to Cuba before, and she absolutely loves the colonial town (and Cuba, in general, but especially Trinidad).

Still, I had also heard stories about the “picture perfect” town being very touristic. Actually, that was one of the main reasons I also wanted to visit Sancti Spiritus, another town that was supposed to be “like Trinidad, but without the tourists”. And after my experience in Vinales, I was afraid I wouldn’t like Trinidad at all.

Spoiler alert: I did.

COLORS AND COBBLESTONES

Oh, pretty Trinidad. Yes, there are a lot of tourists. But, different from Vinales, there’s also a lot of Cuban street life going on here, especially if you move away from the Plaza Mayor. And yes, the town is as beautiful as they say. Some would say it’s like an open-air museum (you can choose whether you think that’s a good or a bad thing), but all have to agree there’s a nice, relaxed atmosphere on the streets. Another plus: the town is so small that it’s quite easy to walk around – everything is nearby.

As I told you, Kathrin, Jono and I took a taxi collectivo from Cienfuegos to Trinidad. Once we’d dropped our heavy backpacks at our casa’s, we went for some food – it was 3 PM and I hadn’t eaten anything since breakfast, not even after my run in the morning. Kathrin remembered a nice place and I had one of the better meals that I ate in Cuba.

And, of course, a mojito.

After lunch, we met Jason and Ismay at the Viazul bus station and walked back to our casa’s. We agreed to meet each other about an hour later, at Plaza Mayor.

By then, it was already becoming dark – and I have to say, Trinidad by night is a really nice place. Music on the streets everywhere and from many restaurants/bars, cocktails-to-go from street shops and just a very relaxed vibe.

(Yes, I do realize it were mainly tourists enjoying all this, but they were not the loud and annoying kind of tourists – and hey, of course we were tourists as well.)  The five of us decided to go to the same place where Kathrin, Jono and I ate a few hours earlier. I wasn’t very hungry, but the mojito’s were good and while we were eating, a live band started to play salsa music.

Kathrin knew a few of the band members from her last visit to Trinidad, so she decided to catch up with them later that night. But first, we tried to find a bottle of rum. The stores were already closed and the rum at the street shops was 15 (!) CUC, but after a bit of asking around I sneaked into the casa de la musica, one of the main spots next to Plaza Mayor where you can dance salsa, and bought a bottle from that bar for 9 CUC. That’s still more expensive than it would have been at the ‘supermarket’ (for lack of a better word, because there are no western-style supermarkets in Cuba), but still a lot cheaper than drinking mojito’s in a bar.

TOUCHING ISMAY’S CHIN

Because my casa had a rooftop terrace ánd a fridge full of soft drinks, we all went here to have some drinks mixed with rum. Me, Jono, Ismay and Jason played a really intense game of King’s Cup, that we didn’t even finish, because there were just TOO MANY RULES. At one point, everybody was one another’s drinking mate, and every time before you could drink you’d have to do a push-up ánd touch Ismay’s chin, while she also was the ‘snake eyes’ so you couldn’t look her in the eyes and… I don’t remember what else, but it was weird.

And the bottle of rum was gone way too soon.

DANCING IN A CAVE

No, we didn’t fall asleep after the game. Instead, we decided to go out, because you know, in the end it WAS a Friday night.

Actually, Jason remembered someone telling him about ‘the cave’, some sort of club that was supposed to be very cool. We asked around and got the right directions – apparently, this place (also called Disco Ayala, or Las Cuevas) was also marked in my MAPS.ME-app.

By the way, if you’re going to Cuba in the near future: definitely download this offline maps app! It has saved me so many times – it doesn’t only have properly-working offline gps maps of the whole island, those maps also include a lot of restaurants, casa’s and other places (like bus stations and famous buildings).

LONG STORY SHORT: WE DANCED TILL 3 AM

…because that was when the club closed, I could have danced some more. I’m really sorry I didn’t take any pictures inside Las Cuevas, because wow, that was cool. Disco Ayala appeared to be an underground club inside a real cave. Entrance fee is 5 CUC and for that money you also get a free drink. One thing: bring your earplugs. I didn’t, and the next day my ears hurt quite badly.

But oh, how good it felt to dance for hours and not caring about anything else. I felt 19 again. ;)

The next day was pretty lazy, as you can probably imagine. After breakfast, we decided to walk to one of the WiFi squares. I waited for about 1,5 hours in a queue to get a few new WiFi cards (in Cuba, you have to buy cards with a code to use the WiFi – they’re about 2 CUC each, for one hour), chatted with some friends on WhatsApp and met another cool traveler, Stephanie from California. Together with her and the Australian guys – Jono and Jason – I had a really good pizza for lunch.

Because I’m really, really not used to going out anymore (I think the last time I danced the night away back home is about a year ago), I was quite tired by the end of the afternoon, so I took a nap before I met the others again for dinner.

THIS WAS THE MOMENT I GOT A LITTLE SAD

Saturday night, January 28th. At this point I’d been away from home for 10 days. And up to this moment, I hadn’t really missed home. I mean, of course I missed cuddling with Tom and talking to my friends, but I was having such a good time in Cuba that I didn’t think about it that much. Until now.

I think it was a combination of being tired, feeling lonely and the fact I’d talked to friends for about half an hour earlier that day. Suddenly I was like who are these people and what am I doing here? 

Luckily, I did feel a bit better after a plate of pasta and a mojito (yes, I know..). Tonight, we were quite a big group; next to Ismay, Jono and Jason, there were two German guys that Kathrin had met earlier that day. Jonas and Johannes were good company and it was, as always, nice to meet new people and hear about their traveling adventures.

ON THE ROOFTOP, AGAIN

Another night, another bottle of rum… Only this time I skipped the drinks, because I felt what my body and mind both actually needed, was some rest. So around 1 AM, when the others were going out again, I went to bed, hoping to feel better after a good night of sleep…

…but I didn’t, mainly because of drunk roommates. Oh well, guess that’s part of traveling too, sometimes. In fact, even this was quite an interesting moment, because a) I suddenly felt very old (let’s be honest, five years go I probably was the drunk roommate), b) it made me remember to always stay on my own path and follow my intuition, even if that’s not the ‘coolest’ way to go and c) the situation gave me the possibility to practice patience and forgiveness.

Enough said. The next morning me, Kathrin and the two German guys had agreed to go Playa Ancon, a beach 20-30 minutes from Trinidad. We took a taxi collectivo there for 2 CUC each and spent all day in the sun – swimming in the bright blue sea and sleeping in the sand.

It was exactly what I needed at this point.

Later that day, Jason and Ismay joined us, too. And at night… well, do I sound too much like a party animal if I tell you we went out again?

In fact, I didn’t plan to (really!). Actually, I already changed to my pyjamas, when Ismay suddenly said: “..but Suus, it’s your last night in Trinidad!”

She was right. The next morning I’d travel to Sancti Spiritus, actually the main reason I didn’t want to go out – I hate traveling while hungover. But then again, leaving Trinidad also meant leaving all my travel companions. I’d most likely never see any of them again after tonight (except maybe for Ismay, who lives in Amsterdam).  And that club-in-a-cave wás a really cool place…

SO YEAH, THEY PERSUADED ME

And we ordered a lot of mojito’s.
And we danced a lot.
And I felt young and immortal.
And I wished I could stay on that dancefloor forever.

And the next day my ears hurt even more. (Yes, I forgot about those stupid ear plugs again – from now on I won’t ever again, promise ;))

At 4 AM, I hugged and kissed everyone goodbye.
I thanked them with all my heart for the AMAZING week.
Sometimes you have to be a little drunk to find the right words. ;)
(And I still feel very thankful – guys, if any of you are reading this… you’re amazing, I love you all.)
(Yes, I do realize I’m acting a bit sentimental now.)

You know, sometimes you have those nights of going out that you regret going afterwards. For this night, that was definitely not the case. I’m happy I went. It’s good to remember what it feels like to be 20, again – even if you wake up the next day feeling all fuzzy and you have to carry your 16 kg backpack and think about grown-up stuff like ‘where is my passport’.

So yeah, the price I paid (apart from my painful ears) was the fact I didn’t really do a lot of interesting stuff in Sancti Spiritus – but more on that later.

LA DURA, LA DURA

Trinidad, I like you. Although I didn’t really do any cultural stuff (apparently you can get a really nice view over the city at a certain spot, I sort-of regret I didn’t go there), I had a great time. Trinidad is an amazing place to just walk and look around, enjoy street life and have fun with people you meet. I can imagine why Kathrin chose to stay here for almost two weeks.

I want to end this post with one of the songs you hear A LOT in Cuba these days. Cubans are totally crazy about reggaeton (in fact, salsa is mainly for tourists), and this Cuban artist called Jacob Forever produced a few decent summer hits. According to Tom, it’s actually pretty bad, but every time I hear this, I get that Cuba-feeling again. So: enjoy!

Speaking about music: what about that beep in my ear? Well, I think it’s sort of silenced now – it might have had something to do with the cold I got, too. Or least I hope so. As much as I liked the town – I don’t really need a permanent souvenir from Trinidad.

0

CUBA – TRAVEL REPORT day 8: Cienfuegos

So… where was I?

Suddenly almost a week passed. And I didn’t spend it like I thought I would… on Monday, I was very happy to go to work (really!). OK, of course I had to get used again to the ‘waking up at 6:30 AM’-part of the day, but as soon as I was in the train to Nijmegen, I couldn’t wait to see my colleagues again and get started with some writing.

Or actually: my brain was happy about that. To be honest, my body felt like crap, and I spent most of the 1 hour-train ride sleeping (which I usually never do, especially not in the mornings, because it makes me even more sleepy the rest of the day).

Long story short: after quite a fuzzy work day (despite a lot of tissues, nose spray and some painkillers I went home an hour earlier) I got into bed… and didn’t get out until Thursday afternoon. Tuesday morning I woke up with a pretty high fever (40 degrees Celsius) and I basically slept for three days and three nights, before I finally felt a bit alive again.

So uh, yeah, not quite how I had imagined my first week after a 2,5 week-vacation.
But now, back to that! After my reports on Havana and Vinales, I know you’re all very curious to know what the rest of my Cuba trip looked like, right? ;)

8 HOURS IN THE BUS… WITH FOOD POISONING 

OK, that sounds worse than it was, really. First of all, I was very happy that Kathrin, the German girl I’d been traveling with since Havana and who was going to share my casa in Cienfuegos, joined me on the bus. We met each other at the bus station at 6:30 am, when Salvador (my host) dropped me off with my bag. (Thank you Salvador, for being so kind to carry my heavy backpack here, while I wasn’t feeling well.)

The bus ride was going to take most of the day. It departed at 6:45 am and the estimated time of arrival was 2:30 pm. At the time of departure my stomach still hurt pretty badly, but luckily I didn’t have to go to the toilet all the time. I’m happy to say I slept most of the ride. By the time Kathrin woke me up for the 45 min lunch stop, it was already past noon.

My ‘lunch’ consisted of a can of coke, since I didn’t feel like eating yet – and especially not food from a highway restaurant buffet. I slowly started to feel a little better though (I think by then I’d taken 6 immodium pills, so yeah) and I spent the last 1,5 hours of the ride being awake and staring out of the window – which is never boring, when you’re driving through Cuba.

FINALLY… CIENFUEGOS!

When we entered the city of Cienfuegos, I immediately noticed how many texts and images of Fidel/Che there were in this town. Also, this seemed to be the first place where the ‘horse and carriage’ was still a common-used way of transportation – and not just a tourist-y thing.

I’d only stay one night in Cienfuegos; the next day, I’d travel further to Trinidad. My travel buddies – Kathrin, Ismay and Jason, the latter two took a taxi collectivo to Cienfuegos – weren’t sure yet whether they’d stay one or two nights. In fact, I wouldn’t have minded staying another night, but that would mean I’d have less time in Trinidad.

Once Kathrin and I had found our casa and unpacked our stuff, we decided we’d walk to Punta Gorda, the southern part of the city. It’s the bay area and our host told us we’d get a terrific view of the sunset at the Palacio de Valle, an eclectic-style palace with a nice rooftop terrace.

Time for a drink! As much as this looked like the perfect spot for another mojito, I figured it’d be better if I didn’t drink alcohol, today, so I had a fresh lemonade while Kathrin ordered a Cuba libre (coke + rum).

JUST ONE PROBLEM… WHERE WERE JASON AND ISMAY?

The night before, we had agreed that we would meet Ismay and Jason in Cienfuegos. Ismay and I had each other’s phone numbers, so we’d just send a text message. But it appeared that my phone hardly had any service in Cienfuegos. Finally, after many attempts, I got to send one message (in which I told her we were at the Palacio de Valle to watch the sunset), but I didn’t get a response so I didn’t know if she had received it.

I was just thinking about leaving the place and trying to find them at their casa (of which I had the address), when two familiar faces walked to our table. Just in time to enjoy an amazing seaview sunset. :)

When the sun was gone, the four of us shared a taxi back to the city centre. After a short stop at a WiFi park (Parque Martí), we went for some food. I was still a little scared to eat unknown food, but I had some fries and a few bites of salad. Afterwards, we walked to the casa of Jason and Ismay. They said it was a great place, because instead of just one room they had a whole appartment to themselves – and indeed, it was a nice place to hang out and play some drinking games.

Unfortunately, just after 11 pm their land lady decided it was time for me and Kathrin to leave, so we said the others goodbye, got ourselves a sort-of-shady taxi and went to bed…

IT WAS MY BEST NIGHT IN CUBA SO FAR

Seriously. In Havana I slept in a very basic hostel bed, in warm dormitory with 4 others and a humming fan. In Vinales I did have a good bed and a silent roommate, but the town itself was quite loud (roosters awake from 4 am, babies awake from 5 am, et cetera).

None of this was a real problem to me, since I’m quite good at sleeping everywhere, but wow, the casa in Cienfuegos had it all: an excellent bed, a silent neighborhood, perfect temperature. And I wasn’t the only one who woke up on Friday feeling totally rested – Kathrin also said it was the best night for her in days.

After breakfast, I went for a run! I really wanted to go running in Cuba, so I brought my stuff with me, but up until now there hadn’t been a good opportunity. But Cienfuegos, with its wide, sunlit streets, was perfect. I went for a 5K along the Malecón. It was hot – and I loved it.

After a cold shower and about a liter of water, I packed my stuff, just like Kathrin, and we went back to the Viazul bus station. Although I felt I’d actually not seen much of Cienfuegos, it was time to move on to Trinidad. In the end, my travel companions decided to to the same – I have to say I was pretty happy about that, because I really liked exploring Cuba together and we were having a good time.

The others still had to book their bus tickets – during the whole trip, it appeared I was quite much of a control freak, compared to the others :’) , since I’d pre-booked everything. But hey, all my travel companions had months to travel, while I only had 13 days in Cuba, so I’m still happy I didn’t have to worry about my casa’s and transportation. It really saved me a lot of precious time waiting in lines/looking for accommodation.

Nevertheless, this afternoon I did have to wait in order for the others to get ready. First of all, we couldn’t find Jason and Ismay (again…), but while I went looking for them, I did find Jono, the other Australian guy we’d met earlier. He had gone diving for a few days and was now also heading for Trinidad.

The three of us (me, Kathrin, Jono) decided to get a taxi collectivo together. That meant I’d bought my bus ticket for nothing, but it was only 6 CUC and I decided having good company – and not having to find each other AGAIN without the possibility to send text messages – was worth a few extra CUC for the taxi. Up until now, I had already saved a lot of money by sharing all my casa’s with friends.

ABOUT MEETING FRIENDS

Let me say one more thing about this ‘trying to find each other without phone communication’ thing. Actually, I thought it was quite funny and an interesting experience. You know, we’re all so used to being able to call/text one another all the time. In Cuba, you can’t rely on that, so you have to make appointments, like: “Let’s meet tomorrow at 11 am in front of this-or-that-building.” Or: “We’ll see each other in Trinidad in our own casa, around 4:40 pm. If not, we’ll meet at 6:30 at the main square.”

And somehow, things always turned out fine. Like today: just when we’d given up on finding Jason and Ismay (we figured we’d find them in Trinidad, since we had each other’s casa addresses), I saw the two of them walking down the street. I jumped out of the taxi and ran toward them. Apparently they’d already booked bus tickets for later that afternoon, so we made some solid appointments about where and when to meet each other in Trinidad.

What followed, was another really nice and bumpy ride – in an extremely rusty and creaky old timer taxi. The landscape between Cienfuegos and Trinidad is really beautiful, and the ride took us less than 1,5 hours. I’d really recommend anyone to take a taxi for this trip, since there are more than enough taxi drivers in Cienfuegos offering you a ride to Trinidad (never pay more than 8 CUC per person, though – sometimes you can get it for 6).

O yes, I really enjoyed that ride. Writing this, I actually feel a little homesick – especially now that it’s really cold and snowy outside, here in Utrecht. Can I go back?

Yes, we drove in this thing for 1,5 hours – and at quite a speed, too. Our luggage was on top of the car. You can hardly believe it doesn’t fall apart, right?! ;)

0