A little bit of everything, all rolled into one

Vegan voor beginners: 4 tips voor startende planteneters

Plantaardig eten is de toekomst. Beter voor de planeet, immers, en – als je het goed doet – ook beter voor je lijf. Maar eh… waar begin je nou eigenlijk, als verstokte carnivoor?

Weet je, als ik het even op me in laat werken vind ik het zo ontzettend gááf. Hoeveel er al ís, wat er gebeurt en hoe hard het ineens gaat.

Ik herinner me dat ik als student een weekje vegan probeerde te eten – iedereen keek me raar aan en ik gaf het al na een paar dagen op. Vegetariër zijn was trouwens al best moeilijk; in restaurants was je veroordeeld tot een saaie groentelasagne of geitenkaassalade.

Dat is nog maar tien jaar geleden.
En jongens, kijk nou toch!

Vorige week in de IKEA.

Het is 2020 en grote bedrijven verkennen serieus de plantaardige voedselmarkt. Het vegan assortiment van supermarkten groeit giga-snel en Burger King verkoopt sinds kort een plantaardige Whopper. Onlangs zag ik in Volkskrant Magazine een advertentie waarbij wijnen werden aangepijsd met het argument ‘en ze zijn ook nog eens vegan’. Hier in de stad hangen deze maand overal posters van het plantaardige merk Flora: ‘boter, maar dan beter’.

Wauw, wat gaat het hard.

Ja, natuurlijk zijn er nog genoeg mensen die veganistisch eten zien als ‘extreem’. Maar dat worden er steeds minder. Wat natuurlijk enorm helpt, is dat vegan voedsel een enorme imagoverbetering heeft ondergaan. Celebrities als Beyoncé en Billie Eilish zijn veganist. Maar ook bijvoorbeeld showbizzveteranen als Paul McCartney, Moby, Brad Pitt en Madonna eten plantaardig.

Zelf heb ik inmiddels meer vegetarische dan vleesetende vrienden. Mijn beste vriendin E en ik zijn op dit moment allebei aan het switchen naar een vegan leefstijl. Mijn schoonouders eten grotendeels plantaardig. En hoewel ik nog steeds samenwoon met een kaasmonster, zie ik dat ‘mijn’ transitie ook invloed heeft op hoe B naar zijn eten kijkt.

Oké, allemaal mooie ontwikkelingen.

Tegelijkertijd realiseer ik me dat dit ook mijn bubbel is. In het linkse, hoogopgeleide, progressieve milieu waarin ik verkeer kan dit allemaal vrij probleemloos – daarbuiten is vlees nog vaak de norm. En zoals Des treffend schreef: niet iedereen kan het zich veroorloven om hiermee bezig te zijn.

Kun jij dat wél, lees dan gauw verder!

In deze blog ga ik er vanuit dat je er al van overtuigd bent dat je (meer) plantaardig wilt eten. Als je wilt weten waarom een mens in godsnaam herbivoor zou worden, zijn daar gelukkig héél veel goede boeken, films en blogposts over geschreven waar mensen met meer kennis, kunde en ervaring je daar alles over kunnen vertellen.

Twee tips:

Oké, dan mijn tips om herbivoor te worden. Komen ze:

1. Begin klein

Start je weg naar plantaardig(er) eten op een manier die bij jou en je leefstijl past. Je maakt het jezelf makkelijker als jouw vergan eetpatroon niet te veel afwijkt van het omnivore voedsel dat je tot nu toe at. Ja, uiteindelijk eet je als veganist gevarieerder – en ik durf wel te zeggen: lékkerder – als je plantenvoedsel aan je voedingspatroon toevoegt dat je misschien nog niet kent.

Denk aan verschillende soorten bonen, granen als bulgur en parelcouscous, smaakmakers als chipotlepepers en edelgist.

Maar het is cruciaal dat je manier van eten vertrouwd blijft aanvoelen. Het moet namelijk niet gaan voelen als iets wat je ‘volhoudt’.

Dus eet je ‘s avonds graag aardappelen-groenten-vlees? Ga voor aardappel-groenten-vegaburger (er zijn inmiddels duizend soorten). Is jouw ontbijt meestal iets met yoghurt of melk? Koop plantaardige zuivel en houd de rest van de ingrediënten hetzelfde. Zo maak je de stapjes voor jezelf klein en aanvaardbaar.

Ook quiche kan heel goed veganistisch!

Een aantal dingen die je bijvoorbeeld kunt vervangen:

  • Op brood: vegetarische kipfilet, boterhamworst, filet americain of hummus in plaats van vlees en kaas. Pindakaas en andere notenpasta’s zijn trouwens ook plantaardig, net als jam, appelstroop en sommige soorten hagelslag.
  • Plantaardige roomboter (Flora) in plaats van koeienboter.
  • Ongezoete soja-, amandel- of havermelk in plaats van koemelk. Idem voor kookroom; de supermarkt heeft steeds meer plantaardige varianten.
  • Tussendoor: vegan muesli- en notenrepen (bijvoorbeeld die van Nakd of Trek), pure chocolade (check of er geen melkpoeder inzit; cacaoboter is overigens wel plantaardig!). Tony’s pure chocolade-varianten. O ja en er zijn tegenwoordig ook vegan Magnums en ik vind ze een succes.
  • Diner: vegetarische ‘kipstukjes’ in plaats van dode vogeltjes. De Beyond Meat-burger (en worsten van hetzelfde merk). Plantaardig gehakt door de pastasaus of lasagne. Vegan mayonaise van Remia.
  • Voor in het weekend: de meeste afbakbroodjes zijn gewoon vegan, net als het croissantdeeg van Danerolle. En hé, vruchtensap natuurlijk ook! En heb je zin in pannenkoeken, dan heb ik ook een lekker recept voor je.

Lees ook: 10x vegan producten uit de supermarkt

2. Eet genoeg zoetigheid, snacks en comfort food

Tijdens de eerdere (korte) plantaardige episodes in mijn leven merkte ik vooral dat ik al snel héél gezond ging eten. Plantaardig eten ís natuurlijk ook vaak gezonder dan dierlijk voedsel: je eet al gauw veel groenten, fruit, granen en producten op basis van soja.

Hartstikke mooi, maar het zorgde er wel voor dat mijn brein dat vegan eten als een soort dieet ging zien. En ik weet niet hoe het met jou zit, maar de meeste mensen houden diëten niet eeuwig vol.

Soms wil je gewoon vet, suikerrijk comfort food. (Ik wel tenminste.)

Precies om die reden ga ik nu actief op zoek naar ‘lekkere’ (=ongezonde) plantaardige dingen. Zodat ik m’n snaai-brein leer dat vegan eten ook romig, zacht, zoet en vullend kan zijn. Nu ik bijvoorbeeld heerlijke vegan fudge brownies heb ontdekt, droom ik een stuk minder over mijn favoriete cheesecake van de Bakkerswinkel.

Lekkere vegan taartjes in Utrecht vind je bijvoorbeeld bij:

  • Rose & Vanilla (Amsterdamsestraatweg 13), ik schreef er al eerder over. Let op: niet alles is hier vegan, maar de meeste taartjes wel. Mijn favoriet is de choco-kokostaart, je proeft daarin eigenlijk geen kokos en de textuur is die van ganache.
  • ‘t Koffieboontje (Oudegracht 92). Dit is een koffietentje (goh!) en je kunt er ook afhalen. Ze hebben drie soorten vegan taartjes, volgens mij zijn ze ook raw. Allemaal goed, die met chocolade en bergamot (!) vind ik het lekkerst.
  • Ekoplaza (Amsterdamsestraatweg 15 / Twijnstraat 46 / Nachtegaalstraat 51A). Ja ja, ook bij de biosuper prima vegan taartjes. De carrot cake vond ik niet zo, maar hun fudge brownies zijn fantastisch.
  • Life’s A Peach. Hier moet ik nog heen, dus recensie volgt snel. Maar dit is dus echt een vegan bakkerij dus ik ben héél benieuwd.
  • Bammetje. Idem. Je moet er alleen van tevoren bestellen en dat vergeet ik steeds. Komt! ;-)
Ook vegan: de kaneelbroodjes van Albert Heijn! Je vindt ze op de broodafdeling.

3. Gun jezelf de tijd

Eerlijk is eerlijk: nep-kip komt tegenwoordig aardig in de buurt, maar het heeft gewoon niet de malse zachtheid van een kippenborstje. En hoe absurd veel de Beyond Meat-burger ook op een ‘echte’ hamburger lijkt, uiteindelijk ís het natuurlijk geen koe.

Plantaardig voedsel kan dus best wennen zijn, als je al 30, 40 of 50 jaar dierlijke dingen eet. Het kost tijd om vertrouwd te raken met nieuwe smaken en texturen.

Aan het Syrische eten van Moush Moush kon ik toch wel wennen :-)

Maar dat je er aanvankelijk niet super-enthousiast over ben, betekent niet dat je het niet kunt léren eten. Zo hoor ik van meerdere mensen in mijn omgeving dat ze behoorlijk moesten wennen aan cappuccino met plantaardige melk, maar na vaak genoeg proberen nu niet meer anders willen (en nu zelfs gruwelen van koeienzuivel).

Zelf ruik en proef ik in koeienyoghurt tegenwoordig een vaag stal-aroma (lees: mestlucht) dat ik vroeger nooit opmerkte.

Eind juli lepelde ik op de Franse camping likkebaardend een half bakje epoisses leeg. Maar toen ik vorige week weer eens een afbakpizza met vier kazen at, dacht ik: hmm, is dit het nou? Zelfde toen ik laatst een paar blokjes oude kaas nam was ik niet zo onder de indruk – ik vond ze vooral heel erg zout.

Je brein en smaakpapillen zijn flexibel. Andere smaken wénnen. Echt. En hé, je hebt de tijd.

4. Je hoeft het niet alleen te doen

Tot slot: vergeet niet dat je niet de eerste of enige persoon in de wereld bent die bezig is met plantaardig(er) eten. Steeds meer mensen in Nederland eten veganistisch.

Ik merk dat het mij ontzettend veel support geeft dat anderen in mijn omgeving ook (deels) plantaardig eten. Het helpt gewoon om het met E te hebben over de sociale kanten van je transitie (‘kan ik mijn omgeving vragen om zich aan te passen?’), om fijne mailtjes met receptentips te krijgen van lezers op Suushi en om jullie reacties en adviezen te lezen.

Dat geldt dus ook voor jou. Je bent niet alleen.

Ik ben er. Tientallen andere Nederlandse bloggers zijn er (De Groene Meisjes, The Vegan Effect, The Monkey and the Elephant, Mille Pagine, Lisa Goes Vegan, Lisa Steltenpool – kennen jullie nog andere leuke?). En als je buiten de landsgrenzen gaat kijken vind je nog véél meer tips, inspiratie en harten-onder-de-riem.

Maar goed ook, want eten is nu eenmaal een sociaal en cultureel gebeuren.

Ook als je betere dingen te doen hebt dan de hele dag nadenken over je volgende maaltijd (ik snap dat niet iedereen zo’n foodie is ;-)), kan het erg fijn zijn om af en toe te sparren over je nieuwe eetgewoontes. Om een ander te vragen hoe hij een ei vervangt, wat haar ervaringen zijn met vegan parmezaanse kaas, hoe je dat rare jackfruit nou moet bereiden en welke sojakwark het lekkerst is.

Kortom, ga niet op een plantaardig eilandje zitten. Zoek anderen op, vraag hulp, vind steun.

En ontdek hoeveel kracht en verbinding je daardoor ervaart.

#krachtvoer
1+

10x vegan producten uit de supermarkt

Ik wilde al heel lang een blog schrijven over vegan producten uit de supermarkt. Omdat ik daar zelf de afgelopen tijd élke week nieuwe ontdekkingen doe. En omdat ik denk dat voor veel mensen een verandering in hun eetpatroon dáár begint: bij wat je koopt in de supermarkt.

Daar, in de Albert Heijn, Jumbo, Lidl of waar je dan ook maar je weekboodschappen doet, beslis je immers voor zo’n 80 procent wat jij en je eventuele huisgenoten eten in een week.

Natuurlijk zijn er ook mensen die bewust de supermarkt mijden, en hun boodschappen voornamelijk halen op de markt, in de natuurwinkel of bij mediterrane stalletjes en speciaalzaken. Doe ik zelf deels ook – als ik de mogelijkheid heb, steun ik liever een lokale ondernemer dan een multinational.

Toch richt ik me in deze post op producten uit de supermarkt, omdat nu eenmaal de meeste Nederlanders daar het gros van hun boodschappen halen. Gaan al die Nederlanders in de supermarkt ándere dingen kopen, dan heeft dat een enorme impact!

Ik ben zelf bezig om een aantal van mijn ‘go to’-dierlijke producten te vervangen door plantaardige varianten. Deels deed ik dat al; ik koop al jaren ongezoete soja-, haver- en amandelmelk voor m’n ontbijt en dat gebruik ik ook als ik bijvoorbeeld pannenkoeken bak.

Maar er waren ook een hoop dingen die ik verdraaid moeilijk vond om te vervangen. Ei, om te beginnen. Room. Pesto. Kwark. En niet te vergeten: roomboter. O, wat hield ik van roomboter. Mij maakte je niet wijs dat je net zo goed margarine kon gebruiken. Rotzooi vond ik het.

Toch heb ik nu al een paar maanden geen roomboter in huis.

Maar goed, ik dwaal af – m’n punt is dat ik allerlei interessante nieuwe producten aan het uitproberen ben. En waarom zou ik die experimenten niet met jullie delen? Om te beginnen deel ik vandaag graag m’n 7 favoriete plantaardige producten – én 3 nieuwe ontdekkingen.

flora plant roomboter plantaardig

1. Flora Plant

Ja, om dan maar meteen met die roomboter te beginnen: Flora Plant is wat mij betreft echt dé ontdekking van het jaar, hoor. Ik eet het zelfs ‘zo’ met wat zeezout op een geroosterd broodje – en dat zegt wat. (Lees: dat zou ik met random margarine nóóit hebben gedaan, yuck.)

vivera plant schnitzel als kip

2. Vivera krokante schnitzels

M’n favoriete vegaburger van het moment is deze krokante ‘kip’-schnitzel van Vivera. Niet alleen de mijne trouwens, ook B is fan. De textuur doet goed stevig en vlezig aan en het krokante korstje is gewoon écht goed.

ah amandelmelk ongezoet

3. AH ongezoete amandelmelk

Plantaardige melk heb je inmiddels in drieduizend soorten. Ik ga sowieso altijd voor een ongezoete variant (nergens voor nodig, die suiker, en dat zoete smaakje past sowieso minder goed bij veel gerechten). Het huismerk AH heeft een prima amandelmelk voor een redelijke prijs. Naast deze koop ik ook wel eens rijstmelk, havermelk en (zo nu en dan) sojamelk. Heel groot vind ik het verschil niet – zeker niet als je de melk verwerkt in gerechten.

O ja, drink je melk in je koffie of thee, dan schijnt Alpro Barista Oat een aanrader te zijn! Schuimt supergoed en de smaak combineert lekker met je drankje.

ah kwarq soja

4. AH KwarQ soja

Nog zo’n huismerk-topper: plantaardige KwarQ van AH. B eet dit tegenwoordig elke ochtend met muesli en fruit; toen-ie onlangs bij wijze van experiment besloot z’n ontbijtboterhammen te vervangen door zuivel, probeerde hij tegelijkertijd koeienkwark en deze plantaardige kwark uit. Zijn conclusie: even lekker. En ja, waarom zou je dan kiezen voor de optie die koeien pijnigt en het klimaat enorm belast?

KwarQ is er trouwens ook in een amandelvariant. Die is minstens zo lekker (misschien nog wel een tikje smaakvoller!), maar ook ruim twee keer zo duur. Die afweging is aan jou. :-)

maza hoemoes ras el hanout

5. Maza hoemoes ras el hanout

Ook hoemoes bestaat anno 2020 in tig varianten – zo veel, dat ik niet durf te zeggen of er iemand bestaat die ze überhaupt állemaal heeft uitgeprobeerd. Ik niet in elk geval. ;-) Maar ik weet wél dat de ras el hanout-hoemoes van Maza één van m’n favorieten is. Ik wissel deze vaak af met de tomaat-basilicum-variant en die met chipotle.

quorn chicken free slices

6. Quorn Chicken Free Slices

Houd je van kipfilet op je brood? De chicken free slices van Quorn komen aardig in de buurt. Fijn als ik eens wat anders op m’n brood wil dan hummus, pindakaas of vegan filet americain. Ik eet deze plakjes ook soms ‘los’ als snack.

remia mayolijn

7. Remia Mayolijn

Misschien heb je deze mayonaise toevallig al in huis. Zo ja: suprise, it’s vegan! Zo nee: ook als je geen ambitie hebt om veganist te worden, zou dit nog wel eens een tip voor je kunnen zijn. Remia Mayolijn is namelijk niet alleen ei-vrij, maar bevat ook ruim de helft minder vet dan ‘gewone’ mayonaise. Nou is het mij persoonlijk vooral om die ei te doen, maar goed, ieder z’n beweegredenen. :-) Hoe dan ook, deze mayo is wat je ervan verwacht: prima saus om je friet of aardappelkroketjes in de dippen.

Oké, tot zover de producten die ik zelf tegenwoordig bijna altijd in huis heb. Toen ik vandaag boodschappen deed, vond ik namelijk weer een aantal interessante plantaardige producten om uit te proberen. Het lijkt wel of het assortiment van m’n Appie elke week groeit! Deze tips geef ik je dus ook nog graag mee…

allioli vegan chovi

8. Vegan aioli

Ken je die gele kuipjes aioli die te vinden zijn op menig BBQ-festijn? Goed nieuws: ze zijn er nu ook in een vegan-variant. Ik was superblij toen ik hierachter kwam, want ik HOU van aioli (en dan is het ineens heel jammer dat er eigeel zit in de ‘gewone’ variant).

PS. Ik heb ‘m net even voorgeproefd, en oprecht, ik proef geen verschil met ‘andere’ aioli. Aanrader dus.

puro vegan pesto

9. Pesto rosso & genovese

Tja, nog zo’n ding dat me lang tegenhield om veganist te worden: pesto. Verse pesto welteverstaan, want hmmmm, parmezaan pecorino.. oké, daar ga ik later nog wel eens wat op verzinnen. Over pesto uit een potje hoef ik me in elk geval niet meer druk te maken, want ik vond vandaag deze twee pesto’s van het Italiaanse merk Puro. En hé, als zelfs de Italianen pesto-zonder-kaas durven te maken…

pulled oats

10. Pulled oats

Hier ben ik dus héél nieuwsgierig naar! Pulled oats zag ik de laatste tijd al regelmatig tegenkomen op veganistische blogs. Dit schijnt een nieuwe soort vleesvervanger te zijn die superlekker is. Ik weet nog niet wat ik ermee ga maken, maar nam in elk geval alvast een doosje mee naar huis. Zo te zien kun je er alle kanten mee op, dus dat komt wel goed.

0

niet moeilijk doen

We gingen uit eten met de collega’s van B’s vorige werkplek. ‘We’, want ik mocht mee – superleuk, zo kon ik eindelijk eens de mensen ontmoeten met wie hij ruim een jaar heeft samengewerkt.

Al maanden had B het erover. We zouden naar een goed Perzisch restaurant gaan – zijn vorige baas is Iranees – en naar verluidt hadden ze er geweldige ingemaakte knoflook. Uhm, zei ik nog, is het handig om even door te geven dat ik vegetariër ben? Nah, zei B, die snel de menukaart opzocht in Google, er is sowieso een vegetarische optie. Komt wel goed.

Eenmaal aan tafel bleek dat we als groep een aantal gerechten deelden – er kwam geen menukaart aan te pas. Eerst kregen we een paar feestelijk uitziende voorgerechten: iets met kip, iets met gehakt en – gelukkig – een superlekkere aubergineschotel. ‘Straks zetten ze de hele tafel vol met heerlijke schotels’, zei een van m’n tafelgenoten verlekkerd. Voor de zekerheid at ik vast een extra stukje brood.

Maar toen de serveerster twee grote plateaus in het midden van ons gezelschap zette, schrok ik toch een beetje. ‘Lamskoteltjes, rundvlees, gegrilde kip’, lichtte ze toe, en wees ze één voor één aan. Daarnaast nog een aantal losse gerechten: runderstoof, een soort gehaktballetjes in saus, een schotel met stukjes kip en een schaal gegrilde tijgergarnalen.

Het enige zonder vlees was de sla bij de schotel, die duidelijk als decoratie was bedoeld, en de drie kleuren geurige rijst op mijn bord.

Ik zag B naar me kijken. ‘Maakt niet uit’, zei ik snel, ‘laat maar, geeft niets, ik wil niet lastig doen.’ Maar hij beantwoordde de vragende blikken van z’n collega’s al: ‘Suus is vegetariër.’ Ik kon wel door de grond zakken.

Op zulke momenten voel ik een enorm conflict in mezelf. Bovenal wil ik niemand. tot. last. zijn. En ik wil dat mensen me aardig vinden. Maar juist daarom ga ik keer op keer over mijn eigen grenzen. En dat voelt óók rot.

Er is, zo lijkt het wel, geen goede uitweg.

Als ik hierover nadenk terwijl ik rustig op te bank zit, neem ik me altijd voor om de volgende keer wél te durven. Om gewoon aan te geven wat voor mij belangrijk is. Hoe moeilijk is dat nou? Dan vind ik dat ik juist moet oefenen in dit soort situaties, dat het de enige manier is om van die angst af te komen. Bovendien: alleen als ik mijn grenzen aangeef, kunnen anderen die respecteren.

Maar beland ik ín zo’n situatie, dan kan ik compleet niet meer nadenken en wil ik alleen nog maar dat het zo snel mogelijk voorbij is.

Omdat ik maar bleef zeggen dat dat vlees me niet uitmaakte (terwijl ik me eerlijk gezegd al misselijk voelde worden bij de gedachte dat ik dood dier zou moeten eten vanavond), vroeg één van de tafelgenoten of ze me misschien toch een gehaktballetje zou opscheppen. ‘En er zijn ook garnalen, eet je die wel?’

‘Ja, prima, doe maar’, hoorde ik mezelf opgewekt zeggen. ‘Normaalgesproken eet ik dit niet, maar ach, dan ben ik een beetje flexi vandaag.’

In mijn ooghoek za ik dat B’s baas naar de keuken liep, terwijl B weer naast me kwam zitten. ‘Er wordt wat voor je geregeld, geen enkel probleem’.

Nauwelijks vijf minuten later kreeg ik twee dampende schalen vol gevulde groenten en Iranese curry – het rook fantastisch en zag eruit als precies waar ik zin in had. Opgelucht schepte ik het gehaktballetje en de tijgergarnaal over naar het bord van B.

Later, toen we zaten te eten (het was inderdaad allemaal érg smaakvol), dacht ik plots: misschien vinden ze me nu júist niet leuk omdat ik niet eens voor mezelf op durf te komen. Had ik ook daarom gewoon moeten zeggen: sorry maar ik eet geen vlees, wat onhandig dit, kunnen we wat regelen?

Het zijn gewoon zo veel gedachten en gevoelens door elkaar. Dat ik de gasther niet wil beledigen of in verlegenheid brengen. Dat ik van tevoren zelf duidelijker had moeten aangeven dat ik vegetarisch eet. Dat ik niet ondankbaar wil overkomen. Dat ik juist wil laten blijken hoezeer ik het waardeer dat ik er vanavond bij mag zijn. Dat ik niet wil dat wat ik doe (of laat) negatief afstraalt op B.

En zo laat ik het dus allemaal gebeuren en moeten er andere mensen voor míj gaan staan – B in dit geval – in plaats van dat ik dat zelf doe. Laat ik mezelf dus in de steek. Doe ik mijn overtuigingen en principes geweld aan. Ik besef dat dat vrij hard klinkt voor zo’n ‘kleine’ situatie, maar hé, als het me niet eens lukt voor mezelf op te komen in alledaagse situaties, hoe kan ik dan verwachten dat ik het doe als het écht ingewikkeld is?

Uiteindelijk werd het trouwens een gezellige avond. Ik had leuke gesprekken en zat een hele tijd te praten met de kinderen van B’s baas, twee mondige tieners met prachtige donkerbruine ogen. De jongen vertelde me alles wat-ie wist over auto’s en dinosauriërs, het meisje wilde duidelijk ook van alles van míj weten.

‘Zeg’, zei ze op een gegeven moment bedachtzaam. ‘Jij bent toch vegetariër? Een meisje uit mijn klas ook. En ik wil misschien ook vegetariër worden als ik later groot ben. Was dat moeilijk toen je ermee begon?’

Overigens, die ingemaakte knoflook was inderdaad de moeite waard.

3+

De VEGAPROEF: Restaurant Wally

Zoals je wellicht weet, is uit eten gaan een grote hobby van me. In Google Docs houd ik een lijstje bij van de restaurants, lunchtentjes en taartjescafés waar ik nog graag eens heen wil. En het is dat ik mezelf een budget gesteld heb, anders zou ik minstens twee keer per week buiten de deur dineren.

Eigenlijk was het juist die liefde voor uit eten gaan (en m’n stiekeme droom om ooit culinair recensent te worden), die me lange tijd tegenhield om weer vegetariër te worden. Laat staan veganist! Want zeg nou zelf: hoe vaak zie jij op de menukaart van een gemiddeld restaurant een vegetarische optie staan waarvan je gaat watertanden? Vaak is het toch vlees, vlees, vlees, vis, en als je geluk hebt O JA ook nog iets met groenten. Zelfs (of: juist?) bij de ‘betere’ restaurants staat dood dier nog vaak centraal.

Goed, eerlijk is eerlijk, de afgelopen tien jaar is zéker wat veranderd. Groenten zijn hip, schreef recensent Mac van Dinther begin 2016 al in de Volkskrant. Vega(n) eettentjes schieten als paddenstoelen (haha) uit de grond en elke zichzelf respecterende horecagelegenheid heeft toch tenminste één vegetarische optie op de kaart staan – al is het maar die eeuwige geitenkaassalade of dat broodje hummus.

Zo weet ik inmiddels dat je bij hamburgerrestaurant Wally in Nijmegen (Hertogstraat) de béste black beanburger van Nederland kunt krijgen. Fantastische bite, goeie smaak, zéker met een dun plakje lichtpittige bleu d’Evert erop.

Vegetariër-zijn is dus behoorlijk ingeburgerd, anno 2017. Maar eh, wat nou als je als restaurantganger helemaal niets dierlijks wil eten?

DE VEGAPROEF

Met m’n Nijmeegse vriend Aaron had ik al een tijdje terug afgesproken om burgers te eten bij Wally. Aangezien ik het VeganChallenge-experiment voorlopig voortzet, zat ik daarover enigszins met m’n handen in het haar. Zou ik nu dan de ‘lastige gast’ gaan spelen? Het etentje afzeggen? Of toch, uit sociaal oogpunt, deze avond cheaten?

Omdat Wally een hippe jonge tent is in de groenste stad van Europa, koos ik voor het eerste. Ik zou in elk geval kunnen informeren wat de opties waren, toch? Dus stuurde ik het restaurant een berichtje via Facebook:

Ik houd enorm van jullie vegaburger met black beans, maar nu eet ik deze maand veganistisch dus ik vraag me af: is deze ook helemaal plantaardig (of als zodanig te bereiden)?

Binnen een uur (!) kreeg ik een reactie met het verzoek de chef te mailen. Die – hallo, Stefan! – stuurde een werkelijk alleraardigst mailtje terug, dat er in het kort op neerkwam dat het zéker mogelijk is, al zouden er wat beperkingen zijn. De burger zelf is plantaardig, het broodje helaas niet. De koolsla ook niet, maar hij kon wel speciaal voor mij aparte koolsla maken zonder dressing waar ei in zit. En ook de friet – gebakken in plantaardige olie en een klein deel ossenwit – kon ‘ie apart bereiden, als ik dat wilde. (Ik mailde terug dat dat niet per se nodig was, dan zou ‘ie immers een pan frituurvet moeten wegdoen – ook niet zo milieubewust.)

apc_0071
Ze hebben er trouwens ook lekkere zelfgemaakte limonade. (Foto: Aaron)

‘HOI SUSANNE, WAT KAN IK VOOR JE DOEN?’

Ja uh, en toen stond ik vanavond dus even met m’n mond vol tanden. Want dat was dus Stefan de chef, die bij ons tafeltje kwam. ‘Ja, als jij zo mailt, ga ik je natuurlijk ook even googlen’, grijnsde hij. Gelijk heeft ‘ie natuurlijk.

Doe mij dan maar datgene wat jij bedacht had, zei ik hem. Black bean burger dus, zónder broodje maar met sla, een bak koolsla en frietjes. Aaron ging ook voor de vegaburger, maar dan ‘gewoon’ die van de kaart.

OK, lang verhaal kort: ik heb werkelijk superlekker gegeten. Vooruit, een béétje sip zag het er wel uit, zo’n burger-zonder-broodje op een bord. Maar de smaak was geweldig: goeie bite, perfect gekruid. En nog meer feest: Stefan had zelfs speciaal voor mij vegan mayonaise (zonder ei) gemaakt. ‘Was even experimenteren, maar eigenlijk best leuk: leer ik ook weer eens wat nieuws.’

apc_0070

Kijk, zo’n positieve instelling, daar houden we van! De gezellige chefkok kwam zelfs tot twee keer toe even buurten en vertelde daarbij a) dat ‘ie mijn kookblog gevonden had (‘je bent nog niet zo heel lang veganist, hè?’), b) dat ze bij Wally bezig zijn een tweede vegaburger ‘vast’ op het menu te zetten (NIEUWS!) en c) dat de koolsla-zonder-ei die hij voor me maakte misschien ook wel het vaste recept wordt (‘kunnen we meer vegetariërs blij maken’).

Conclusie: als (parttime) planteneter word je bij tenminste één restaurant in Nederland als VIP behandeld. Was er dan helemaal niets aan te merken op deze ervaring? Vooruit, een burger mét broodje was leuk geweest – brood is vaak gewoon vegan en de biologische bakker zit om de hoek. Maar ja, wie gaat er dan ook veganistisch eten bij een hamburgertent? ;-)

Pluim dus voor Stefan en het team van Wally. Dit restaurant is VEGAPROOF!

apc_0069
De ‘gewone’ vegaburger van Wally. Geloof me: als je dit eet, mis je vlees totaal niet. (Foto: Aaron)

Disclaimer: ik word niet betaald door Wally voor deze post en heb ook geen gratis eten gekregen. Wel een vriendelijke prijs overigens; we betaalden 23,50 voor twee burgers, friet, koolsla én limonade.

0

VeganChallenge dag 5, 6 & 7: er zijn ook andere dingen in het leven

Dag 7 vandaag! Wow, de (mini-)VeganChallenge is alweer bijna ten einde. Tijd om de balans op te maken.

Ik schreef het alik wil hier helemaal niet mee stoppen.
Yeah right Suusie, dat ga je ons niet wijsmaken.
Vooruit dan, eerst even dit. De dingen die ik het meeste mis:

  1. Roomboter
  2. Roomboter
  3. Croissants
  4. Parmezaanse kaas
  5. Pasta met zalm en mascarpone

Maar hé, nu ik erover nadenk: verder eigenlijk niet zo veel. Kaas? Nah. Melk? Nope. Ei? Nauwelijks. Vlees? Totaal niet.

DOORDRAAIEN

‘Eh Suus’, zei een vriendin gisteren. ‘Draai je niet weer een beetje door?’

Ik had haar net een pagina uit het boek De Vegarevolutie van Lisa Steltenpool toe-geappt en gezegd dat dit precies is wat mijn gedachten al tijden zijn.

(c) Lisa Steltenpool, De Vegarevolutie
(c) Lisa Steltenpool, De Vegarevolutie

Ik weet niet of ik doordaai. Want ja hè, dat soort dingen zie je meestal zelf niet als je er middenin zit.

Maar wat ik wél weet, is dat het gevoel dat ik nu heb niet nieuw is, maar dat ik er nu eindelijk naar handel. Afgelopen maanden knaagde het vaker aan me als ik

het stuk geitenkaas op m’n salade at,
of een drilpuddinkje met gelatine,
of verse worst met jus,
of zelfgemaakte pulled pork van biologisch varken,
of een gekookt ei bij de lunch,
of de medium-rare biefstuk die ik bestelde,
of de plakjes gerookte gans over bordjes verdeelde tijdens het kerstdiner.

Maar ja hè, dat vervelende gevoel duwde ik dan weg, want ‘gewoon genieten Suusie’ en je niet zo druk maken. Bovendien ging het in alle gevallen om etenswaren die met veel liefde en zorg door mijn naasten waren bereid. Dat weigeren voelt als hén afwijzen.

Bovendien, eerlijk is eerlijk: ik kon ook gewoon ontzettend genieten van die biefstuk,  tosti, bak yoghurt met cruesli, plank met Franse kaasjes. O, en cheesecake. (Hoe zou ik ooit zonder cheesecake kunnen leven?!)

avoaco linzen mango muesli

TOCH GA IK DAT DOEN

Althans, voor nu. Officieel is de challenge dan nog niet voorbij – ik schrijf dit halverwege dag 7 -, ik heb besloten om in elk geval nóg een week plantaardig te blijven eten. Daarna zie ik wel weer verder. Belangrijk is dat ik niet het gevoel wil hebben dat ik mezelf dingen ‘ontzeg’. Ik wil het, omdat het fijn voelt. Fijner.

Het liefst zou ik trouwens zeggen ‘een maand’, maar ik vrees dat dat met m’n trip naar Cuba in het verschiet geen realistisch doel is. Ik vermoed dat die reis al vermoeiend, intensief en uitdagend genoeg is zonder dat ik me ook nog eens aan mijn nieuwverworven voedselwensen ga houden.

Sowieso: eten buiten de deur, dat is eigenlijk waar ik het meest tegenop zie. Lisa Steltenpool omschreef het treffend in haar boek:

whatsapp-image-2017-01-07-at-1-17-34-pm

Het sociale aspect dus, dat lijkt me het lastigst. Denk dat ik er vooral op moet letten dat ik geen ‘vegangelist‘ word want eh ja, die mensen vond ik zelf ook bloedirritant toen ik nog vlees at.

Dus hoewel ik sta te popelen om nog véél meer leuke plantaardige recepten te ontdekken en te delen, ga ik proberen op mijn Instagram-account komende week ook weer meer te delen dan dat alleen. ;-)

Leef en laat leven, kortom. Want in mijn leven is natuurlijk nog véél meer dan (vegan) eten alleen. Deze Belangrijke Zaken bijvoorbeeld:

  • Nog maar 12 weken en dan loop ik de halve marathon van Utrecht
  • Op dit moment lees ik vier boeken tegelijk (maar laat me in de trein ook weer iets te veel afleiden door m’n telefoon…)
  • Vorige week nam ik Tom mee naar Rotterdam, bij wijze van kerstcadeau. We sliepen een nachtje in het Mainport Hotel (<3), aten heerlijk Vietnamees bij Little V en struinden door de mistige stad
  • Over 12 dagen (!!) vlieg ik al naar Havana. Ik vind het eh, een beetje spannend.
  • HOERA, FEEST: gisteren kreeg én tekende ik een vast contract bij Einder!

oenuverder

 

0