A little bit of everything, all rolled into one

Hunkering

S. was vanavond hier, en dus kon ik heel goed mijn nieuwe project oefenen.

Hoe langer ik de dagen alleen thuis doorbreng – en dat is nu al bijna vier maanden –, hoe meer ik tot de conclusie kom hoe goed deze manier van leven me doet. Minder onderweg zijn natuurlijk, minder prikkels, maar ik ontdek ook hoe heilzaam het voor me is om niet de hele tijd in sociale situaties te zijn.

Gevolg is wel dat ik, áls ik weer in een sociale situatie ben, merk hoe intensief dat is. Hoe hard ik altijd onbewust aan het werk ben geweest. Mijn hoofd draait overuren, is de hele tijd bezig signalen van anderen op te pikken en te interpreteren, scant continu naar mogelijke afwijzingen. En doet alles om die te voorkomen.

Anders gezegd: mijn kleine, kwetsbare ik hunkert fulltime naar bevestiging.
Vreselijk vermoeiend, natuurlijk. Geen wonder dat ik dan liever alleen ben.

Tegelijkertijd besef ik dat het niet zo hóeft te zijn. Ik geloof niet dat ik gemaakt ben om hele dagen in m’n uppie te slijten. Ja, ik ben introverter dan ik dacht. Ik wil niet meer zonder Suustijd, maar dat betekent niet dat ik geen sociaal contact nodig heb.

Sterker nog, ik denk dat ik heel veel blijdschap, voldoening en levensgeluk kan halen uit samenzijn met anderen. Dat doe ik natuurlijk al, maar ik bedoel: dat het me méér kan opleveren, en minder hoeft te kosten dan nu.

Daarvoor staat me wel iets te doen. Actief oefenen dus, een andere houding aannemen, leren te ontspannen als ik met anderen ben. Niet meer zo hard werken. Dat begint natuurlijk met opmerken dat ik dit uberhaupt doe, en vervolgens mezelf een aai geven en proberen terug te keren naar mijn basis. Het is oké, Suusie, je bent oké.

Anders gezegd: ik mag zélf leren kleine-ik het vertrouwen te geven dat ik tot nu toe altijd buiten de deur zocht.

Doodeng natuurlijk, want in die bevestiging van anderen vond ik jarenlang veiligheid. Toch geloof ik dat dit de enige manier is: gewoon proberen – te beginnen bij mijn liefsten misschien – en dan ontdekken dat mensen heus niet weglopen. (En als ze dat wel doen, tja, pijnlijk maar dan waren het blijkbaar geen mensen bij wie ik echt mezelf kon zijn.)

In dit proces vind ik het verfrissend om te ontdekken dat dit mechanisme bij sommigen compleet niet speelt. Of zelfs weerstand oproept. Zo schreef Lianne dat zij gillend gek wordt als ze voelt dat mensen bevestiging zoeken. En B heeft vrienden die zich totaal niet druk maken over dingen als ‘ik heb nu al twee keer ‘nee’ gezegd, dan moet ik de derde keer ‘ja’ zeggen anders is het stom voor de ander’. Ze zeggen gewoon wat ze denken en willen.

Zulke voorbeelden helpen me verder. Ik wil dat ook leren in mijn vriendschappen, familiecontacten en werkrelaties. Dat betekent wel dat ik hier en daar wat moet doorbreken, want door die onbewuste behoeften heb ik vooral mensen om me heen verzameld die ook wel lekker gaan op continue bevestiging van anderen. Dat zijn immers mensen bij wie ik me prettig en veilig voel – ik kan de hele tijd tegen hen zeggen dat ik hen lief vind en dan vinden ze me aardig en ze zeggen ook nog dat ze mij lief vinden!

Maar ja, voor je het weet zit je elkaar de hele tijd te vertellen dat het heus wel goed en oké is en te vragen of de ander wel zeker weet of ze iets wil en jezelf te excuseren als je een keus maakt want als jij het andere wilt is dat natuurlijk óók helemaal prima.

Eveneens enorm vermoeiend.

Tijd om dat te doorbreken dus. En dat dat veel beter kan uitpakken dan je van tevoren denkt, ontdekte ik vanavond. S en ik aten burgers, dronken wijn terwijl we op het randje van de openslaande tuindeuren zaten, en steeds weer probeerde ik te blijven voelen. Niet te fixen, niet te entertainen.

Gewoon de zomeravond te laten stromen.

‘Ik ontdekte dat het steeds meer lukt om echt bij je te ontspannen’, schreef ik haar na afloop een tikje trots.
Waarop ze terugstuurde: dat zie ik, je kwam ontspannender over dan soms. Minder spanning in je gezicht. En door meer ontspanning bij jou kan ik ook meer ontspannen.

Misschien is de gloeiende trots die zich door m’n lichaam verspreidde weer het volgende shot bevestiging, maar hé, nee, dit voelt anders. We komen samen verder. Dieper.

Ik kan maar één ding concluderen: al dat oefenen begint z’n vruchten af te werpen.

0

Het is oké

In mijn concepten staan allemaal blogjes klaar met terug- en vooruitblikken. Hoe was 2019, hoe wordt 2020, zelfs een halve samenvatting van het afgelopen decennium. Maar ineens voel ik niet meer zo de behoefte ze af te maken.

Dat kan ermee te maken hebben dat ik al een paar dagen flink verkouden ben, wat grieperig ook. Dan voel ik niet zo de behoefte om te delen en te zeggen: kijk mij eens met mijn leven.

Maar ook los daarvan denk ik wel eens: pfoe, wat zijn we toch veel met onszelf bezig in deze wereld. En ja, ik dus ook. Onze carrière, ons uiterlijk, onze persoonlijke ontwikkeling, alle gedoe en sores…

We verzinnen steeds wel weer wat om ontevreden of ongelukkig over te zijn.

Daarmee bedoel ik niet dat geen shit ís, natuurlijk. Er gebeuren behoorlijk rottige dingen in de wereld, dingen om je terecht zorgen over te maken: klimaatverandering, ziekte, oorlog, misbruik, corruptie.

Maar als ik even kritisch naar mijn eigen leven kijk, vind ik dat ik me behoorlijk vaak druk maak over dingen die dat echt niet waard zijn. Dat ik de perfecte kerstkaarten nog niet gevonden heb, bijvoorbeeld, dat de nieuwe tv wel erg groot is in de woonkamer (hello, first world problems?!), of dat de nieuwe spijkerbroeken die ik bestelde (zelfde maat en model als ik al in de kast heb liggen) ineens te klein vallen.

Twee dagen terug stond ik te vloeken in de regen toen het niet binnen vijf minuten lukte om m’n kettingkast goed terug op m’n fiets te zetten.* Ja oké het regende, het werd al donker, ik was snipverkouden en haalde mijn hand open aan de scherpe randjes, maar kom op Suusie, zo’n ramp is dat allemaal niet.

You’ll survive, zeg maar.

Dus dat is dan misschien wel mijn belangrijkste voornemen voor 2020: zeik niet zo (met dank aan dit boek, haha).

Er is zo veel in onze wereld om blij en dankbaar voor te zijn. En ik wil mijn dagelijkse portie energie liever steken in het béter maken van de wereld, in anderen verder helpen, in zorgen dat we het samen goed hebben, dan in steeds maar zoeken naar tekortkomingen (in mezelf en anderen), in zelfverrijking en in boos worden omdat dingen niet gaan zoals ik wil.

Dus de volgende keer dat ik met gereedschap sta te klooien in de regen, of ik weer eens onredelijk chagrijnig ben omdat de trein niet rijdt, ik een ingrediënt ben vergeten te halen in de supermarkt (of vul hier een andere willekeurige futiele gebeurtenis in), wil ik proberen mezelf weer een hand op de schouders te leggen, er een zacht klopje op te geven. M’n schouders op te halen.

Laat maar Suusie, ja balen maar zo belangrijk is het niet. Het is oké.

*Uiteindelijk bleek ik het ding er verkeerd om op te hebben gedaan – toen ik de twee onderdelen omwisselde was het probleem opgelost. Weer wat geleerd ;-)

0

Genoeg

Zelfcompassie. Lief zijn voor de Suusie. Ja, jeetje, het blijft een proces van vallen en opstaan. Dat is oké natuurlijk, maar ook ingewikkeld. Vanavond, terwijl ik in een pan soep stond te roeren en de neiging had steeds naar boven te rennen – want daar lag mijn telefoon en dan kon ik weer even scrollen – drong tot me door: ik wil weg uit het hier en nu, want hier en nu ben ik zelf en die zelf is de laatste tijd weer een harde, medogenloze Suzer voor wie het allemaal nooit genoeg is.

Je werkt niet hard genoeg.
Je bent niet mooi genoeg.
Je doet niet genoeg je best.
Je bent geen goede vriendin voor mensen.
Je bent niet fit genoeg.
Je kleding is niet leuk genoeg.
Je vergeet te veel.
Je let niet genoeg op je geld.
Je eet niet gezond genoeg.
Je bent geen leuke huisgenote.
Je beweegt niet genoeg.
Je gedraagt je niet sociaal genoeg.

Allemaal niet genoeg.

Au, best pijnlijk om al die dingen zo eens onder elkaar op te schrijven. En geen wonder eigenlijk, dat ik graag weg wil bij mezelf. Begrijpelijk – het is daar helemaal niet leuk met die gemene criticus die me continu de grond in stampt. Logisch dat ik continu afleiding zoek, onrustig ben. Me naar voel.

En met dat besef komt ineens de zachtheid terug. Mededogen.

Goed om op te merken dat het belangrijk is om ook in dit proces weer zacht voor mezelf zijn: het geeft niet Susie, kan gebeuren dat je het even kwijt was, kom nu maar weer terug, het is veilig. En je bent genoeg.

Nu probeer ik het weer om te keren. Het goed te maken met mezelf. Dus kocht ik afgelopen weekend een kleurige bos lentebloemen voor op mijn kamer. Mocht ik van mezelf m’n AH-mandje helemaal vol gooien met alle lekkere boodschappen waar ik maar zin in had: gerookte forel, Tony’s donkere melk, bosbessen, aardbeien, witte bakkersbollen, dure honingtomaatjes, pure hagelslag. Het is feest vandaag Susie, feest de hele week, je mag alles, je verdient dat.

Wat ook helpt is te visualiseren welke keus ik zou maken als het om een goede vriendin zou gaan. Kamer opruimen? Geen zin in, zegt mijn hoofd dan, ik ben moe, laat maar joh. Maar nee, als hier een vriendin kwam chillen zou ik wél even stofzuigen en de afwas naar beneden brengen – dus nu ook voor mijzelf. Kwam iemand anders bankhangen, dan zette ik een gezellig muziekje aan en maakte ik een lekkere kop thee – dus nu ook voor mij alleen. Klinkt zo logisch he, maar al die kleine dingen gaan bij mij dus niet vanzelf. Het kost energie, werkelijk zorgzaam te zijn voor de Susie. Maar het is mijn taak.

Vandaag voelde ik me fysiek niet lekker; keel- en hoofdpijn, zeer lijf. Na een dag thuiswerken ging ik aan het eind van de dag in een warm bad. Olie erin, boekje erbij, en naderhand mezelf helemaal insmeren met lekker geurende bodylotion (die ik ook dit weekend kocht in het kader van ‘liever zijn voor mijn lijf, haar koesteren’). En nu, nu lig ik op de bank met mijn boek en voel dat ik eindelijk weer een beetje land. Hier en nu.

0

Heli

Soms kun je je zó druk maken om dingen die achteraf totaal geen punt blijken. Vooral op m’n werk heb ik daar een handje van. Terwijl, laten we eerlijk zijn: als je projecten runt, gaat nu eenmaal af en toe iets mis. Zeker als je mensen aanstuurt en niet alles zelf in de hand hebt.

Bovendien: zelden zijn die ‘problemen’ dingen waar ik een maand later nog wakker van lig.

Maar ja, dat kan ik leuk beweren, op stressmomenten is Relativerende Suus ver te zoeken. Toen vorige week een paar dingen niet lekker liepen – ik schreef er al over – zat ik de rest van de dag met buikpijn achter m’n bureau. Tegen de tijd dat ik thuis de voordeur opendraaide, kon ik m’n zelfvertrouwen in scherven van de vloer rapen.

Op die dagen zou het fijn zijn als ik een helikopter had. Even opstijgen en van een afstandje bekijken: hoe groot en belangrijk is dit echt? Staan er levens of gigantische geldbedragen op het spel? En zegt deze uitglijder iets over mijn kwaliteiten, of valt het in de categorie ‘shit die af en toe gebeurt’?

Gelukkig lukt dat uitzoomen steeds vaker – ook zonder helikopter. Zo was ik afgelopen weekend met een vriendin op weg naar de Achterhoek, waar we samen een nachtje zouden doorbrengen. Ons hotel had ik geboekt met een Bongo-bon die al een tijdje in m’n la lag.

Pas halverwege de A1 naar het oosten schoot door m’n hoofd: die Bongo-bon ligt nog stééds in de la. Naast m’n paspoort, trouwens – moet je bij hotels niet altijd een identiteitsbewijs overdragen?

(Misschien denk jij nu: eh ja, dus? Dat is zacht gezegd niet mijn natuurlijke reactie in dit soort gevallen.)

Dit alles bedacht ik terwijl we in gesprek waren, wat me de kans gaf weer wat te kalmeren voor ik het mogelijk nijpende punt ter sprake bracht. ‘Maar weet je’, zei ik, ook deels mezelf overtuigend, ‘Desnoods schrijven ze het bedrag af van m’n creditcard en stuur ik de bon achteraf op.’

Eenmaal bij de incheckbalie dwong ik mezelf om niet met zorgelijke blik aan te kondigen ‘dat ik helaas de bon vergeten ben’. In plaats daarvan noemde ik m’n achternaam, overhandigde m’n rijbewijs (dat mag blijkbaar ook) en wachtte tot de receptioniste ons de kamersleutel gaf. ‘Trouwens’, zei ik toen ze ons een fijn verblijf toewenste, ‘ik heb de papieren bon thuis laten liggen maar dat is vast geen punt?’

Dat was het inderdaad niet. En toen de ober die middag bij onze high tea – deel van het bongo-arrangement – wél naar de bon vroeg, verwezen we hem luchtig naar de receptie. Vond ‘ie prima. Trouwens, wat dat gerommel op werk betreft: afgaande op hun reacties tijdens een meeting vandaag, is de betreffende klant over de grote linie gewoon tevreden.

Soms – misschien wel vaak –  is het maar net hoe groot en zwaar je de dingen zelf maakt.

0

Op retraite bij de Maanhoeve: mijn ervaring

Dus ik ging een weekend op retraite bij de Maanhoeve, een lieflijke boerderij tussen de velden. Hoe was dat?

Nou, als ik één woord moet noemen: bijzonder – al is dat natuurlijk ook vrij nietszeggend. Wat ik deed? Het was een mindfulness-en-compassieretraite, en het programma zag er per dag ongeveer zo uit:

Gewekt worden (7.15 uur) met gezang en een klankschaal
Naar de grote zendo voor ochtendmeditatie
Ontbijt
Wat tijd voor jezelf
Bewegingsoefeningen (yin yoga, tai chi)
Meditatie
Loopmeditatie/wandeling
Lunch: lekkere broodjes met soep, allemaal biologisch en supersmaakvol
Wat tijd voor jezelf
Meditatie
Meer meditatie
Diner, met heerlijke taart als toetje
Wat tijd voor jezelf
Avondmeditatie (één avond afgesloten met het reciteren van een mantra)
Naar bed; edele stilte tot na het ontbijt de volgende dag

Tja, dat klinkt allemaal misschien niet zo indrukwekkend. Ik bedoel: toen ik het schema voor het eerst op de deur zag hangen, dacht ik: ‘is dit niet heel veel herhaling en veel van hetzelfde?’ Maar nee, allesbehalve. Elke meditatie had een ander thema, en sowieso: elk moment voelde het weer anders.

Strijd in je hoofd

Soms was er veel strijd in mij. Soms zat of lag ik heerlijk op mijn bankje/kussen/matje, me focussend op mijn ademhaling of de geluiden om me heen of wat er verder in en bij mij gebeurde.

Soms schoten mijn gedachten alle kanten op. Soms was ik redelijk kalm en rustig. Soms had ik veel oordelen naar mezelf. Soms had ik m’n beide handen op mijn hart, zond er in gedachten compassie heen en voelde mijn eigen warmte.

Ja, bijzonder, dat is toch zeker wel het goede woord. We waren met veertien vrouwen – inclusief de twee trainers – en wat me misschien nog wel het meest bijblijft, is hoezeer je een band kunt opbouwen met mensen terwijl je gewoon stil bent. Samen stil. Samen bij jezelf.

Zondagochtend, na weer een half uur mediteren, werd ons gevraagd om, als we dat wilden, iets te delen in de groep. Hoe we er nu bij zaten. Of waar we aan dachten. Het zweet brak me meteen uit (IETS ZEGGEN IN DEZE GROTE KRING? WAT DAN? IEDEREEN DIE NAAR MIJ KIJKT? HOE DAN?), m’n hart begon te bonken en ik voelde me duizend kwetsbaar.

Terwijl ik niet eens iets hoefde te zeggen. Want voor alles dit weekend gold: doe wat goed voelt voor jou. Niets doen is ook oké, net zo oké.

Iets bijdragen

Toen ik, nadat een paar andere deelnemers iets hadden gedeeld, toch het woord nam, verstikte de emotie bijna meteen mijn stem. Toch voelde het op de een of andere manier goed en fijn om iets bij te dragen, ongeacht wat. ‘Ik vind dit best eng om te doen’, zei ik maar gewoon, ‘niet omdat er niets te zeggen valt, want er is van alles te zeggen, maar…’

De uitnodiging was om niet op elkaars woorden te reageren, maar gewoon te blijven luisteren, de uitspraken er te laten zijn. “Dat vond ik zo moeilijk”, zei een van die andere mooie vrouwen achteraf. “Als ik zie dat iemand tranen in haar ogen geeft wil ik haar gewoon even vasthouden, zo van, kom hier!”, en ze gaf me een knuffel.

Ik vond het heel fijn dat ze dat deed – het schiep meteen een band. En tegelijkertijd dacht ik: weet je, op dat moment hoefde ik niet per se een knuffel. Het was juist prettig dat mijn woorden er gewoon mochten zijn, dat ze niet meteen werden toegedekt, er geen label op werd geplakt (ook geen ‘o jee wat naar voor je’).

Iets om te onthouden.

Compassie zenden

Zo waren er nog meer dingen, veel meer. Zoals de compassie-oefening waarbij je in gedachten steeds liefde zond naar de mensen in je leven: eerst degene het dichtst bij je, dan de mensen met wie je woont, met wie je werkt, die je tegenkomt in de supermarkt. En ten slotte: liefde en compassie zenden naar iemand met wie je ruzie hebt, met wie het wringt, die boos op je is of die jou pijn heeft gedaan.

Ja jeetje zeg, dat is toch wel heel goed om vaker te gaan doen.

Ook niet te vergeten: hoe lekker het eten was – liefdevol bereid door Wim en Ida van de Maanhoeve –, hoe warm, open en inspirerend Marlie en Mabeth, de twee trainers. Is het gek om te zeggen dat ik hen een beetje mis?

De laatste twee oefeningen van het weekend waren misschien wel de allermooiste. Eerst vroegen Marlie en Mabeth ons om een woord, of een paar woorden, of een zin te delen over het weekend. Samen, zeiden mensen, liefde en gelukdankbaarheid, verbonden zijn, dat dit alles er gewoon mag zijn.

Voor mij, zei ik, blijven twee dingen van dit weekend me zeker bij: ten eerste, dat ik me zo ontzettend geaccepteerd voel in een groep mensen die ik twee dagen geleden nog niet kende. (Interessant overigens, besef ik nu, in hoeverre dat te maken heeft met of mensen zich echt anders naar mij gedroegen dan ‘normaal’, of dat ik zélf een stuk milder was, mezelf ruimte gaf, minder oordelen had, minder gepieker over hoe anderen me zouden zien.)

Ten tweede: het besef dat ik eigenlijk best heel erg goed alleen met mezelf kan zijn. Dat ik kan thuiskomen bij mezelf, in de liefdevolle vriendelijkheid die we dit weekend samen oefenden. Dat ik dat veel beter kan dan ik soms denk – en dat het veel minder eng is dan ik lang dacht. Of, in de woorden van één van de andere deelnemers: I am my own best friend.

Wat je nodig hebt

En toen, voordat het écht tijd was om weer naar huis te gaan, plaatsten we zeven stoelen in een kleine kring. De helft van ons ging erop zitten, de andere helft ging elk achter één stoel staan. ‘Bedenk eens’, zei Marlie tegen de staande mensen, ‘wat jij op dit moment het allerliefst van iemand zou horen, welke woorden jij nu het meest nodig hebt?’

We sloten onze ogen een paar minuten, dachten na. ‘En’, zei Marlie, ‘fluister datgene dat je net bedacht hebt in het oor van degene voor je. Draai daarna door naar de volgende stoel, totdat we allemaal de hele cirkel rond zijn.’

Daarna wisselden de staande en zittende mensen, zodat we uiteindelijk allemaal zeven verschillende – en ergens toch ook zo vergelijkbare! – liefdevolle wensen in ons oor gefluisterd hadden gekregen. Nou, ik kan je zeggen, dat maakt indruk hoor.

Wat mijn woorden waren?
Ik zeg ze ook graag tegen jou (doe maar even alsof ik naast je sta):

Je mag er gewoon zijn. Ik ben blij dat je er bent.

0