A little bit of everything, all rolled into one

spiegel

Soms denk ik: ach, laat ook maar zitten met die pianoles. Ik heb al zo veel dingen in mijn leven, het kost best wat geld en is het niet het zoveelste dat ik ‘moet’ van mezelf?

Op zulke momenten moet ik denk aan wat B eens vertelde. Hoe hij als kind muziekles had (ook piano) en bij vlagen helemaal zijn motivatie kwijt was, niet meer wilde. Maar zijn ouders waren er duidelijk over: je blijft op les. En nu, zegt hij, is hij hen daar enorm dankbaar voor – inmiddels speelt hij al bijna 25 jaar, en zelfs met ups en downs is dat een behoorlijke tijd om in te leren.

Want die dips horen erbij, met muziek maken. Soms heb je een tijdje geen zin, wil het almaar niet lukken, of ben je gewoon afgeleid door andere dingen in je leven. Maar hoe fijn is het dan dat je altijd weer kunt terugkeren naar je instrument. Gewoon weer de draad op kunt pakken waar je gebleven was (of een paar stapjes terug, ook prima).

En hoe goed is het dan om regelmatig les te hebben als stok achter de deur. Zodat je altijd vooruit blijft gaan; soms in vloeiende reuzesprongen, soms schuifelend en stroef – maar niettemin.

Ik speel nu twee jaar piano en in die tijd zijn er weken dat ik niet weg te slaan ben bij het instrument, dat ik er in twee weken een nieuw stuk uit ram, maar er zijn ook tijden dat ik de dag vóór m’n lesdag nog in allerijl probeer er een toonladder in te stampen, oeps weer twee weken voorbij en helemaal niet geoefend.

Zeker de laatste tijd kwam dat weer regelmatig voor – wat eigenlijk opvallend is, als je bedenkt dat ik verreweg de meeste tijd doorbreng binnen een straal van vijf meter tot de piano (wat zeg ik: van twéé piano’s!). Tja, zo gaat het blijkbaar.

Toch schrijf ik me ook komend semester weer in voor lessen bij Danielle. Omdat ik uiteindelijk in een jaar toch een hoop nieuwe dingen leer, zelfs al voelt het op het moment zelf vaak niet zo – ben ik nou nog stééds met dat stuk van Beethoven bezig?!

Maar het is pas een jaar geleden dat ik voor het eerst meedeed aan een leerlingenconcert (waar ik Mirror Lake van Angus MacRae speelde) en sindsdien leerde ik een prelude van Chopin (ik hou zo van dat stuk!), twee stukken van Joep Beving (Ab Ovo en Sonderling) en die Romanze van Beethoven. O ja, en wat techniek en theorie natuurlijk – toonladders, drieklanken, akkoorden en zo.

Hoe dan ook, wat ik eigenlijk wou zeggen: muziek is zo waardevol omdat het je hart opent, omdat het confronteert – dat is natuurlijk ook waarom het soms ingewikkeld is, soms wil je helemaal niet geconfronteerd worden met jezelf –, omdat het je uiteindelijk dichter bij jezelf brengt.

Zo loop ik er in mijn pianospel regelmatig tegenaan dat – verrassing, ahum – ik nogal hard kan zijn voor mezelf, en geen geduld heb. Het moet allemaal nu meteen goed zijn en perfect en anders raak ik gefrustreerd, boos, teleurgesteld. Maar weet je wat het nou net is met muziek: het laat zich niet forceren. Pas als je ontspannen bent gaat het stromen, en als je verkrampt gaat proberen een stuk eruit te persen, gaat het júist mis, sla je almaar de verkeerde nootjes aan en klinkt het… tja, geforceerd.

Zo kun je ook een stuk wel perfect tot op de millimeter in je vingers hebben; als je alleen met je verstand speelt – keurig, niets op aan te merken, maar er geen gevoel in legt – klinkt het nergens naar.

Ik heb zo vaak ervaren dat ik het allerlekkerst – én het mooist! – speel als ik gewoon geen verwachtingen heb, als het lukt om zachtheid op te brengen, ruimte te maken voor fouten, vertrouwen te hebben, als ik opga in het verhaal van de klanken.

Beter gezegd: als ik plezier heb.
Want ook daarom is muziek natuurlijk waardevol: omdat het leuk is. Note to self: dingen mogen ook gewoon leuk zijn, zonder verder nut of doel.

Dat dit niet alleen mijn eigen observatie is, bleek vandaag maar weer toen Danielle m’n leerstatus – de evaluatie aan het eind van elk semester – met me doornam. Aan het slot had ze een paar alinea’s geschreven, en ze besloot met de volgende woorden:

Een bijzonder semester met hobbels (corona en verhuizing). Maar desondanks heb je toch weer sprongen vooruit gemaakt. (…) Ik wens je veel mildheid toe voor de komende tijd, want je speelt hartstikke mooi met veel zorg en oog voor detail. Het enige wat je hoeft te doen is minder streng voor jezelf zijn en meer genieten. Laat dat streng zijn maar aan mij over :-)

Woei, spijker op z’n kop hè. En dat schrijft dan iemand die me ‘slechts’ één of twee keer per maand drie kwartier ziet.

Tja, zo’n spiegel is het dus, die piano. Belangrijk dus, om mee door te blijven gaan. Omdat het ook een prachtig instrument is om van te leren – en dan bedoel ik méér dan alleen noten, toonladders en liedjes van Beethoven.

Ik bedoel misschien vooral: leren te voelen en plezier te maken, gewoon omdat het kan en fijn is.

Dit was vorige zomer tijdens dat (eerste) leerlingenconcert. Foto door Eline.
0

avondpraat

Maandagavond, elf uur. Wakker. Al ruim een uur lag ik in bed maar in mijn hoofd was het druk, veel te druk. Terug op de bank dus maar weer – blijkbaar zijn er te veel woorden die eruit willen.

Om te beginnen dat vloggen, hè. Ja, alweer. ;-) Het houdt me bezig. Enerzijds zo leuk, een nieuw hobbyprojectje waarvan ik veel leer – er gaat een hele YouTubewereld voor me open en ik begin steeds meer te beseffen wat het zou betekenen als dit echt je baan is. Anderzijds: terwijl ik zit te filmen, of te editen – want vergis je niet, dat kost veruit de meeste tijd! – bedenk ik me intussen van alles dat zich nauwelijks laat vangen in een vlog (en zeker niet zonder dat het saai wordt).

Zo zit ik tegenwoordig avond na avond vlogs van anderen te kijken. Professionele vlogs, vooral. Teske en Mascha en Annemerel en Sanny en nog veel meer. Jonge vrouwen, vooral, mooie jonge vrouwen, al dan niet gezellig in de make-up. Dat laatste niet altijd overigens – het moet immers niet te glamoreus worden allemaal en wel ‘echt’ blijven, maar tegelijkertijd moet ik de eerste vlogger nog tegenkomen die daadwerkelijk zonder nadenken de camera aanzet.

Superlogisch ook, natuurlijk. Zoals ik onlangs al schreef, je móet ook wel nadenken voordat je je hoofd op internet knalt. Al is het maar uit zelfbescherming. Maar ik bedoel ook: nu ik zelf ervaar hoe vlogs gemaakt worden, besef ik dat voorafgaand aan een ‘spontane’ opname vrijwel altijd moet zijn nagedacht. Is het licht goed, is de microfoon aangesloten (en is de buurman niet aan het klussen ;-))? Welk camerastandpunt kies je? Liggen er geen rare voorwerpen op de achtergrond of lelijke kabels door het beeld? Ben je scherp in beeld en valt het licht een beetje goed op je gezicht?

Zo snel word je dus meegezogen in de YouTube-wereld. Ik realiseerde me bijvoorbeeld terwijl ik mijn eigen beelden terugkeek en ze met die van ‘hen’ vergeleek, dat dáár de kwaliteit van het licht toch wel heel veel beter was. Zelfs mijn opnames waarin ik pal voor het raam sta (tegenwoordig toch wel de favoriete plek om te filmen om precies die reden; goed licht en dus beter beeld) leggen het af tegen de beelden van een professionele vlogger die ‘gewoon’ op de bank zit of in de keuken staat.

Blijkt er dus zoiets als ringlampen te bestaan. Professionele verlichting, ‘veelgebruikt door vloggers en visagisten’, aldus Google. Aha. En voor ik het weet zit ik op een cameraverkoopsite te overwegen om zo’n lamp (toch al gauw 100+ euro) aan te schaffen.

Wacht, waarom eigenlijk?

Sowieso merk ik één nadeel op van vloggen: je raakt er, of je nu wilt of niet, meer door op je uiterlijk gefocust. Ik bedoel, ten eerste zit je tijdens het editen urenlang naar je eigen hoofd te kijken (en dan vallen die pukkel op je kin/eczeem bij je neus/random rode vlekjes bij je mond toch best op) en ten tweede valt daardoor het verschil tussen jouw eigen camerabeelden en die van doorgewinterde videomakers nóg meer op.

Want hé, zelfs de “natural beauties” onder hen hebben toch vaak wel erg gladde huidjes. Mooie ‘natuurlijke’ wenkbrauwen. Een gezonde blos op de wangen. En voor ik het weet zit ik te piekeren of ik misschien toch eens foundation of BB cream of bronzer moet aanschaffen – of allemaal. Komt de “beeldkwaliteit” van mijn video’s vast ten goede. Is misschien ook wel lekker voor m’n views, uiteindelijk.

Tot ik me bedenk: waarom eigenlijk?

Moet ik me niet juist verzétten tegen een wereld die draait om perfectie en kijkcijfers? Of is dat dan weer datgene waarvan ik denk dat mijn omgeving (ouders, vriendinnen, collega’s, jullie) het van mij verwachten – en is het daarmee dus geen werkelijk verzet, maar gewoon alsnog proberen te voldoen aan de verwachtingen van anderen?

Ik bedoel, ik kan wel zeggen dat ik ‘niet meedoe’ aan de wereld en hoe die werkt, maar ik scheer ook mijn benen en oksels (behalve laatst trouwens, bij wijze van experiment, maar eerlijk is eerlijk: dat voelde bij vlagen doodeng), smeer vrijwel dagelijks een lik mascara/concealer/wenkbrauwpotlood, trek naar m’n werk geen slobbertrui aan.

Dus waar leg je dan de grens? Waarom zou het ene ‘normaal’ of ingeburgerd zijn en het andere ‘nep’ of overdreven?

Met mijn uiterlijk heb ik sowieso af en toe van die vlagen waarin ik meer voor de spiegel sta – om dan uiteindelijk telkens weer tot de conclusie te komen dat het misschien leuk is om er goed uit te zien, maar dat het me ook de tijd/moeite/geld/energie niet waard is om er altijd tip-top bij te lopen. Dat mijn vrienden me zonder makeup nog even aardig vinden en de dingen waar ik écht voor leef weinig met mijn uiterlijk te maken hebben.

Aangezien ik toch zelf de uren in mijn leven mag indelen, besteed ik ze meestal liever anders, al laat dat onverlet dat het wel prettig is om je mooi te voelen. (Zelfs al realiseer ik me dat dat ‘mooi’ grotendeels een constructie van de samenleving is – in die zin voelt het soms een tikje rebels om daadwerkelijk met een ochtendhoofd vlogopnamen te maken en zo bij te dragen aan de hoeveelheid ‘ongepoetste’ beelden in de wereld, dit is hoe het is jongens).

Maar is er eigenlijk iets mis met ‘mooie’ beelden willen maken? Of met jezelf op je 28e een beetje herontdekken – want om dan toch een lans te breken voor het vloggen: het doet me óók realiseren hoe druk het vaak in mijn hoofd is en hoe hard ik nog ben voor mezelf. En hoe groot de discrepantie is tussen mijn eigen beleving op een bepaald moment en de waarneming achteraf (zélfs die van mezelf).

Ik bedoel: heel vaak zit ik tegen de camera te praten terwijl mijn hoofd schreeuwt STOP HOU OP WAT EEN WARTAAL DIT GAAT NERGENS OVER EN TROUWENS IEHH JE ZIET ER NIET UIT  – en dan kijk ik die beelden een halve week later terug tijdens de edit, blijkt het gewoon een coherent verhaal te zijn van een prima ogende vrouw.

Huh?
Ja, best een reality check dus, zo’n videoproject, ook in goede zin.

Misschien, denk ik dan, kom ik op anderen toch niet zo raar over als ik continu denk.

Anderzijds is er ook die kritische stem, de babyboomer noem ik ‘m maar even, die regelmatig door m’n hoofd tettert wat een narcistische bullshit dit allemaal is, jezus verwende millennial ga eens een vak leren, maak je nuttig en houd je koest.

Vermoeiend.

Heel andere realisatie: als ik mijn eigen vlogs terugkijk, besef ik dat dit zéker een inkijkje geeft in mijn leven maar dat het tegelijkertijd ook heel veel níet zegt. En dat dat voor ‘grote’ YouTubers dus ook geldt. Vergis je niet, zelfs al denk je dat je heel wat ziet van iemands bezigheden – diegene kan er een compleet leven náást zijn vlogverhalen leiden, sterker nog, dat doet-ie ook.

In mijn geval: je ziet een kwartier van mijn week. 15 van de 10.080 minuten. Weliswaar een fullcolor, eerlijk en (naar ik hoop) authentiek kwartier, maar nog altijd is het natuurlijk slechts een impressie. Per definitie trouwens ook een gekozen, weloverwogen impressie – zelfs al doe je je best om ook ‘kwetsbaarheid’ te tonen of ‘niet alleen de leuke en gezellige dingen’ te laten zien.

Voorbeeldje: in mijn derde vlog zat aanvankelijk een fragment waarin ik meer vertel over de live ontmoeting met mijn voorleesgezin. Zoals je inderdaad kunt zien breng ik daar nieuwe boekjes langs, en daar vertel ik kort over. Maar in een eerdere edit kwam er nog een stuk achteraan. Daarin vertel ik dat ik niet alleen de boekjes afleverde, maar ook – op een brave anderhalve meter afstand – buiten in het parkje voor hun deur een tijdje met de moeder van het gezin heb zitten kletsen aan een picknicktafel. Dat ik verstoppertje speelde met mijn voorleeskindje, we even gingen schommelen en ik haar ook nog even heb voorgelezen.

Later in de vlog reflecteerde ik daarop, als ik het heb over hoe het voor veel van ons steeds moeilijker wordt om ons aan de regels te houden. De VoorleesExpress had immers een dag eerder laten weten dat we minstens tot 1 september nog ‘online’ moeten blijven voorlezen. Ik vertel in dat (gedelete) fragment dat ik me schuldig voel en worstel met wat de regels zijn en wat mijn eigen gevoel op dat moment zei.

Hoe dan ook: ik had die versie van de vlog zelfs al geüpload (dus het is mogelijk dat een van m’n destijds zes subscribers ‘m hebben gezien!), maar midden in de nacht schrok ik plots wakker. Shit, dacht ik, wat als iemand van de VoorleesExpress deze video ziet? Bezorg ik dan mezelf of het gezin problemen – word ik misschien in de toekomst zelfs uitgesloten van voorlezer-zijn? En nog los van mijn eigen hachje: wat voor boodschap geef ik kijkers als ik min of meer vertel dat ik het niet zo nauw nam met de regels, alsof die voor mij (op dat moment) niet zouden gelden?

Daar heb je ‘m dus al, die voorbeeldfunctie. Zelfs met nauwelijks 200 views per vlog is dat iets om over na te denken, blijkbaar.

En dus stapte ik midden in de nacht uit bed, gooide de vlog van YouTube en maakte de volgende ochtend een nieuwe edit – met deze hele verhaallijn eruit geknipt. Zo zie je maar weer: als kijker weet je nooit wat je níet ziet.

Trouwens: is dat hele YouTuben niet gewoon mijn nieuwe Facebook/Instgram aan het worden? Met andere woorden: vervang ik op deze manier niet gewoon het ene online tijdvretende platform door het andere?

(Ik ben nu geneigd te denken dat het niet helemaal hetzelfde is, omdat ik met video’s maken wel zelf creatief bezig ben, ik maak iets, terwijl ik aan Facebookscrollen weinig noemenswaardigs in mijn leven heb overgehouden – nou ja behalve, en dat is niet het minste, mijn vriendschap met A, die opbloeide nadat ik toevallig een post van haar zag over een concert waar ze een kaartje voor over had. En wat YouTube betreft: urenlang filmpjes kijken over andermans leven maakt je eigen dagen ook niet per se beter.)

Intussen blijft ook die ene vraag van m’n collega door mijn hoofd spoken: wat wil je met dat vloggen, wat is je doel ermee?

Goed. We zijn een uur verder, althans ik ben dat, ik hoop niet dat jij zo lang over deze tekst hebt gedaan. ;-) Als je tot hier bent gekomen: dankjewel voor je aandacht. Ik ben ook benieuwd naar jouw gedachten over al deze late-avond-flarden. Nu is het hoog tijd om te gaan slapen – maar mocht je over een paar dagen vlog nummer 6 bekijken en zien dat ik op dinsdagochtend toch wel een béétje slaapoogjes heb, dan weet je hierbij al hoe dat komt.

0

Aardverschuiving

Het is – en ik vind het een beetje ingewikkeld om dit te zeggen, met alles wat er gebeurt en de zieke en eenzame en overwerkende en verwarde mensen – ook een opmerkelijk leerzame tijd.

Je leest dat natuurlijk ook veel: dat we nu met z’n allen worden gedwongen pas op de plaats te maken, tijd om te reflecteren op de kant die we op aan het gaan waren, ruimte om weer te voelen wat echt belangrijk is, en grootste plannen ontstaan al voor hoe we het hierna allemaal beloven zo veel beter te doen.

Dit weekend las ik bijvoorbeeld een mooi interview in Volkskrant Magazine en vandaag nog stuurde een lezer van Suushi me een boeiend artikel toe uit NRC (‘waarom deze crisis juist twintigers en dertigers aan het denken zet’).

Ik lees het allemaal en peins erover en intussen stormt, raast en borrelt er ook van alles in mij. En soms zit ik juist helemaal vast, of ben ik mentaal murw gebeukt door mijn eigen gepieker.

Maar er is iets aan het veranderen, geloof ik. Structureel misschien wel.

Ten eerste: nu de rust vastere voet aan de grond krijgt, ontstaat het besef wat een verademing ik dit vind. Dat de standaard in mijn agenda nu ‘leeg’ is, ik in een week hooguit twee dingen van tevoren heb gepland (en dat is dan al veel, soms is het gewoon niks).

Hoe verrassend prima ik me voel met minder (let op, ik zeg minder en niet géén) sociaal contact. Sterker nog: hoeveel spanning en stress het me scheelt. Hoe het bijna voelt of de diepere laagjes in me, de onderhuidse spanningen en angsten, steeds meer loskomen.

Ja, ik zei loskomen en dat betekent dus ook dat ze razen. Wel honderd keer per dag denk ik aan vrienden en familie, aan wie ik al lang niet van me liet horen en dat dat een groot probleem is, dat ze me dat nu vast heel erg kwalijk nemen, dat ik een slechte vriendin ben en o ja, ik vergat ook nog die-en-die een kaartje te sturen en ik heb nog stééds mijn oma niet gebeld, kom op Suusie hoe moeilijk is het nou?

Onderhuids ben ik natuurlijk gewoon bang, doodsbang om het niet goed te doen, veroordeeld te worden, mensen kwijt te raken.

Tegelijkertijd merk ik hoe heerlijk het is om gewoon ‘s avonds zelf wat aan te rommelen. Te nerden met mijn wijnstudiemateriaal, Skyrim te spelen, te klooien met Final Cut Pro of wat te pingelen op de piano. O ja en fietsen, fietsen, man ik kan niet wachten tot mijn band weer is gerepareerd (hopelijk morgen) en ik weer de velden in kan.

Intussen stuur ik zo nu en dan eens een appje aan die, of een mailtje aan die, drink af en toe eens thee ergens – en dat is het dan wel. Nou ja, en ik was afgelopen weken ook gewoon zo’n 40 uur aan het werk hè.

Ten tweede, over werk gesproken: hoe goed ik ga op thuiswerken. Oké, af en toe naar kantoor is ook echt gezellig, het zou fijn zijn om mijn collega’s weer te mogen knuffelen en creatieve brainstormsessies via Teams zijn het gewoon echt niet, maar verder: ik werk doorgaans stukken efficiënter én houd rondom de werkdag ineens meer tijd over voor allerhande projectjes. Stiekem scheelt het toch best veel, niet elke dag 2,5 uur in de trein.

En zo ontstaat – ten derde – de realisatie dat ik misschien wel niet meer terug wil naar het oude. Ik wil me niet meer als een kameleon gedragen in gezelschap omdat ik niet anders durf. En ik wil ook niet meer het gevoel hebben dat ik altijd te weinig doe om relaties met familie en vrienden te onderhouden.

De waarheid, mijn waarheid is dat ik blij word van de hoeveelheid Suustijd die ik nú heb. Dat heeft er niets mee te maken dat ik mijn liefsten niet meer leuk vind. (Kijk, zie je wel, meteen weer indekken, stel je voor wat mensen zouden denken als ze dit lezen). Het heeft er wel mee te maken dat ik ook andere behoeften heb, waar ik misschien wel nog steeds veel te weinig ruimte voor maak.

Vandaag dacht ik: wat nou als ik gewoon sociaal eens een tijdje ga proberen achterover te leunen. Daarmee bedoel ik niet dat ik niet meer voor anderen klaarsta of in m’n eentje in een hutje op de hei ga, maar gewoon: niet meer de hele tijd zo hard werken in sociaal contact. Gewoon eens stil zijn en afwachten en kijken wat er gebeurt.

Zoals je ook ervoor kunt kiezen om een tijdje niet meer uit eten te gaan – of in dit geval: de situatie je ertoe dwingt het te doen – om dan te ontdekken hoe fijn het eigenlijk is om een zelfbereide maaltijd op te eten. Of hoe je ontdekt dat wat je na weken alleen thuis mist niet zozeer de dolle kroegavondjes zijn, maar gewoon: een knuffel en even nabijheid van je liefsten. Dat het dan ineens geen donder meer uitmaakt welke wijn je daarbij drinkt (en of je überhaupt wijn drinkt).

De opsmuk eraf.

Mijn hoofd roept dan namelijk dat alles misgaat, dat iedereen me saai en stom en raar vindt, et cetera. Maar dan moet ik ook denken aan wat er gebeurde toen ik ging vloggen en hoe B daarop reageerde. Ja vooruit, eerst was-ie wat argwanend, maar al vrij snel zei hij: tja, ik heb er niet zo veel mee maar ik zie hoe blij jij ervan wordt, en ik word blij van een blije Suusie.

Ik kan er natuurlijk ook gewoon proberen vanuit te gaan dat anderen wél respect hebben voor de ruimte die ik nodig heb.

Nog een stapje verder: ik probeerde me te bedenken wanneer iemand voor het laatst sorry tegen mij zei, in plaats van andersom. In andere woorden: wanneer ik dus aan een ander aangaf dat ik iets niet prettig vond – want zoiets gaat er doorgaans aan vooraf. Ik moest er best een tijdje over nadenken en uiteindelijk bedacht ik me twee situaties. Twee.

Niet dat je nu op alle slakken zout moet leggen, maar ik geloof wel dat er vaker over mijn grenzen is gegaan dan die twee keer.

Nou ja, allemaal dingen dus. Soms ben ik een beetje bang dat ik door deze tijd in een kluizenaar verander, of een eenzaam hoopje angst, maar misschien is het wel goed om mijn introverte kant maar eens gewoon de ruimte te geven.

Zou toch mooi zijn als ik op een dag diep vanbinnen voel: ik hoef niet leuk te doen want ik ben het al.

0

stroop

Ik ken mezelf niet zo terug, deze dagen. Ben ik normaal op thuiswerkdagen op mijn productiefst, kan ik rustig een hele dag knallen aan de keukentafel en zit ik bomvol nieuwe ideeën, zeker als de werkdruk wat lager ligt; nu lijkt alles veel meer moeite te kosten.

Ter illustratie: op sommige dagen tik ik bijna gedachteloos tientallen mailtjes weg, nu voelt het als een volwaardige taak om één e-mail verstuurd te krijgen.

Ook buiten mijn werk trouwens. Simpele dingen als de vaatwasser uitruimen, de was opvouwen voelen of zelfs mijn desemstarter voeren – dingen die ik normaalgesproken ‘even tussendoor’ doe –, ik zie er als een berg tegenop.

Kleine troost (en temmer voor het je-stelt-je-aan-stemmetje in mijn hoofd): ik ben niet de enige. Want zoals B gisteren zei, toen hij rond 3 uur ‘s middags thuiskwam na zijn eerste werkdag: het is alsof alle gedachten in je brein door een pot stroop heen moeten.

Hij was door zijn collega’s eerder naar huis gestuurd en kwam bleekjes en met kleine oogjes thuis, waar hij meteen onder een dekentje op de bank dook. Op, klaar. Terwijl-ie naar eigen zeggen een extréém rustige werkdag had; de gewone huisartsenpraktijk is in deze coronatijden vrijwel leeg, mensen komen niet als het niet echt nodig is.

Nou, ik weet dat ik niets te klagen heb (ik hoor om me heen al verhalen over ouders-in-het-ziekenhuis en zelfs sterfgevallen, buh), maar ik wil nu toch wel graag mijn energie terug. Te meer nu ik me vaak ‘s morgens wél weer fris en fit voel, en dan dus vrolijk en enthousiast aan de dag begin. Collega’s die me op de video-call zien, zeggen: hé, jij ziet er weer goed uit!

En dat is natuurlijk ook zo. Maar des te lastiger vind ik het dan om rond lunchtijd aan mezelf toe te geven dat ik me draaierig voel worden, licht in mijn hoofd, en vooral: móe. Dat er niets meer uit mijn vingers komt en het tijd is voor een dutje.

Nog een aantal dagen granny-modus dus. De stroop eruit werken. Halve dagen werken, dagelijks een wandelingetje om wat conditie op te bouwen. En dan hopelijk toch volgende week me wél weer lekker vastbijten in een mooie klus.

0

van horen zeggen

Blijkbaar is er op sociale media nogal wat gaande, deze dagen. Dat heb ik natuurlijk alleen ‘van horen zeggen’, want ik heb al een tijd geen social-accounts mee – en ik moet zeggen dat ik daar juist nu ontzettend blij mee ben.

Ik hoor verschillende dingen: ten eerste de indianenverhalen die rondgaan – wat het virus allemaal doet en kan en misschien óók nog voor gevolgen heeft – en ten tweede de hoeveelheid mensen die, naar eigen zeggen, deze tijd van afzondering aangrijpt om allerlei mooie creatieve projecten op te starten.

Lijkt mij nogal een giftige cocktail. Aan de ene kant word je platgeslagen met horrorscenario’s (tip jongens, kies één betrouwbaar nieuwsmedium plus de site van het RIVM en beperk je informatievoorziening daartoe), en aan de andere kant is de impliciete boodschap: ‘wat zit je daar nu thuis te sippen, kom op, ga eens wat nuttigs doen. Haal alles uit de coronatijd wat erin zit!’

Ook dat wil ik misschien wel laten zien met mijn leuke dingen van vandaag-posts; dat het alledaagse genoeg is. Nu, maar eigenlijk altijd natuurlijk. Ik heb geen grootse meeslepende nieuwe projecten bedacht om de tijd door te komen. O, ik ken de verleiding hoor (‘zal ik nu dan eindelijk…’), maar nee, zeg ik mezelf, het hoeft niet.

Twee dingen heb ik me voorgenomen in deze tijden van thuiswerken, die vandaag zo’n beetje starten (ik werk deze week drie halve dagen, mijn hoeveelheid energie is nog niet wat-ie was). Twee kleine dingen om elke dag even te doen:

  1. Naar buiten voor beweging en een frisse neus.
  2. Even pianospelen.

En dat mag dan dus ook een blokje om van 10 minuten zijn, en één toonladder. Wil ik meer, dan komt dat vanzelf wel. Wil ik niet, dan niet.

Het is goed zo, en genoeg. I am enough.

0