Kind en water

Conclusie na drie smartphonevrije dagen: je moet niet het kind met het badwater weggooien.

Wacht, voor je denkt dat ik een lofzang ga afsteken over mijn iPhone: het was allereerst heel fíjn, dat weekend zonder telefoon. Ik heb heerlijk rustig zitten lezen op de bank (zonder dat ik steeds naar dat ding greep). Het was een verademing om eens niet de ochtend te beginnen met het checken van nieuwssites, maar gewoon de rolgordijnen open te doen en m’n boek te pakken.

En het was ontnuchterend om maandagochtend te merken dat ik nauwelijks noemenswaardige appjes had. Vooruit, een paar, maar niet iets waar ik uren van m’n weekend aan had hoeven besteden. Wederom concludeerde ik: gebruik genereert gebruik.

Over gebruiken gesproken, in Trouw las ik laatst dat sociale media en drugs de enige producten zijn waarvan we de klanten ‘gebruikers’ noemen. Nou vond ik dat nogal een sterk statement (volgens mij gebruik je ook shampoo, toetsenborden en je pinpas) maar het zette me wel aan het denken.

Dit weekend besefte ik dat er inderdaad een parallel te trekken is met drugs. Maar dan in de zin van: zoals niet alle drugs “slecht zijn, punt”, geldt dat ook niet voor je smartphone.

Vandaar dus dat badwater.

Spontane roadtrip
Kijk, ik miste het dit weekend namelijk best om een podcast te luisteren tijdens het wandelen. En toen we vrijdagavond eten bestelden, moest ik B’s telefoon lenen om te kunnen betalen via iDeal. Bovendien was het wat omslachtig om Spotify via m’n laptop op de speakers in de woonkamer aan te sluiten. Geen onoverkomelijke dingen allemaal, maar op zulke momenten is die telefoon best handig.

Sterker nog – en nu komt een kleine bekentenis – op zaterdagmiddag besloot ik voor een spontane road trip m’n telefoon tóch aan te zetten. In eerste instantie had ik bedacht om ‘m alleen voor de zekerheid in de achterbak te leggen. De vriendin met wie ik op de heenweg reed had immers ook Google Maps (en ik had zelfs de route vooraf kunnen opzoeken en noteren op een papiertje!), en op de terugweg kon ik voor de verandering best eens gewoon radio luisteren.

Maar toen was ik plots laat, besefte dat de deurbel van die vriendin het niet deed (ik bel haar als ik voor de deur sta en dan komt ze naar beneden om open te doen), en wist toch eigenlijk niet precies hoe ik mezelf door alle smalle eenrichtingsstraatjes van Utrecht zou moeten navigeren.

En toen dacht ik: wat maak ik het mezelf moeilijk. Dient dit nog z’n doel?

Pure coke
Precies van daaruit – dat doel –  kwam ik dus bij die geestverruimende middelen uit. Kijk, apps als Google Maps, een meditatietimer, mobiel bankieren of je podcastbibliotheek zou je kunnen vergelijken met psychedelica. Net als bijvoorbeeld truffels moet je zulke applicaties niet in overvloed gebruiken (dat laat je trouwens sowieso wel uit je hoofd), maar ze kunnen een nuttig doel dienen. Ze brengen je dichter bij jezelf, stuwen je ontwikkeling of helpen je een handje in het leven – kortom, ze brengen je verder.
En oké, vaak geven ze plezier.

Instagram, Facebook, Gmail en nieuwssites daarentegen zijn pure coke. Lijken ook plezierig maar zijn destructief, zuigend, houden je juist weg bij jezelf. Op lange termijn word je er een zombie van.

In andere metaforen schreef Lisa eerder deze week over de smartphone als fopspeen en gokmachine. En Dominique maakte een inspirerende blog over je telefoon bewust dommer maken.

En precies dat inzicht was voor mij de meerwaarde van dit weekend. Nee, ik hoef geen leven zonder iPhone. Ik ben blij met de features die m’n leven werkelijk léuker en makkelijker maken. Maar die features zijn nu juist níet de apps waarbij ik de neiging heb om eindeloos aan het scherm te blijven plakken.

En ik wil niet de hele dag door shots hoeven van dat ding.

1+

Clean

Stoppen met sociale media was misschien wel het beste besluit van afgelopen jaar. Grote kans dat het in elk geval de beslissing was met de meeste impact op mijn leven.

Voor de volledigheid: ik ben niet helemáál gestopt. LinkedIn gebruik ik nog voor mijn werk* en ik ben, ondanks een paar halfslachtige pogingen, nog niet van WhatsApp af. De criticus zou eraan kunnen toevoegen dat YouTube toch eigenlijk óók een sociaal medium is.

Fair enough.

Maar verder ben ik clean. Geen Facebook, Twitter en Instagram meer voor mij. Nu al ruim een jaar en twee maanden. Dat is meer dan vierhonderd dagen.

En wat een bevrijding is het.

Oké, soms mis ik het – een beetje. Gewoon even scrollen op Insta. Zien wat m’n vriendinnen uitspoken, gluren wat vage kennis X aan het doen is of opzoeken hoe het nou eigenlijk gaat met oud-schoolgenootje Y.

En héél af en toe overweeg ik serieus: moet ik niet tóch weer op sociale media? Zijn daar niet juist enorme kansen om impact te maken, om mijn blog en YouTube-kanaal te laten groeien, om meer mensen te bereiken? Is het niet jammer dat ik nu geen lid kan worden van inspirerende groepen op Facebook, waar mensen tips delen over veganisme en duurzaam leven?

Ja, vast.

Maar telkens kom ik weer tot dezelfde conclusie: de voordelen wegen – voor mij – niet op tegen de nadelen. Zeker de laatste maanden, met de coronagekte en bakken complotdenkers en fake news-taferelen, denk ik bijna wekelijks: god, wat ben ik blij dat ik niet meer op die kanalen zit. Ik heb niet de illusie dat ik daardoor géén bubbel om me heen heb, maar het scheelt toch aanzienlijk.

Al die bakken breinvervuiling gaan mooi aan me voorbij.

Want dat is het, hè: met welke informatie voed je je brein? Ik geef mijn hersenen liever niet te veel fastfood. Tuurlijk, soms even snacken is best lekker – zo nu en dan kan ik keihard genieten van een avondje loos ronddolen op YouTube, of even struinen over de showbizzpagina’s van NU.nl. Ben ik ook primadeluxe-tevreden mee.

Soms wil je gewoon McDonald’s.

Maar met Instagram en Facebook was het niet zo. Ik was daar élke dag. Om niet te zeggen: elk uur. Alle wachtmomentjes, treinreizen, verloren minuutjes en wc-bezoeken hing ik te slurpen aan dat scherm. Jarenlang knalde mijn schermtijd standaard over de vier uur – soms zelfs zes.

Tegenwoordig zit ik op gemiddeld twee uur per dag. Dat betekent dat ik de afgelopen 400 dagen óók minstens twee uur per dag aan ándere dingen kon besteden dan aan mijn smartphone (en smartphone was bij mij vooral sociale media).

Even rekenen, dat is dus 800 uur, ofwel 33 volledige dagen. Ja, zo simpel is het: het afgelopen jaar had ik een dikke máánd extra om te leven.

33 dagen tijd voor mijmeren. Schrijven. Boeken en magazines lezen. Pianospelen. Praten met vriendinnen. Yoga’en. Wandelen. Fietsen. Puzzelen. Koken. Taartjes halen en opeten. Me verdiepen in thema’s die me boeien (en waarover je hier de laatste tijd regelmatig leest).

En tijd om, gewoon, aan te rommelen. Voor me uit staren. Op nieuwe ideeën te komen. Te voelen. Shit man, een máánd. Ik vind dat nogal wat.

Lees ook: 10 tips om minder op je smartphone te zitten.

Dit klinkt misschien allemaal een beetje als een praatje van een productiviteitsgoeroe: “kijk eens hoeveel tijd ik bespaar!” Maar eigenlijk is dat niet mijn punt. Waar het om gaat, is dat ik veel meer mijn eigen nieuwsgierigheid volg – in wat ik lees, kijk, doe – in plaats van dat ik de dingen consumeer die me toevallig door een of ander algoritme worden voorgeschoteld.

Vroeger voelde ik me aan het einde van de dag vaak knettergaar, overprikkeld en ongeïnspireerd. Dat is nu nauwelijks nog het geval – zelfs niet met de volle werkweken van de laatste tijd. Mijn creatieve brein bruist als nooit tevoren. Is het toeval dat ik tegenwoordig meer schrijf hier dan in jaren?

Wakker ben ik.
En dat wil ik graag nog even blijven.

*LinkedIn gebruik ik voor mijn werk – dat argument zou je ook voor de andere social-kanalen kunnen gebruiken, maar ik heb de afweging gemaakt dat LinkedIn mij meer oplevert dan kost. Bovendien lukt het vrij aardig om dit netwerk niet te gebruiken als een schermjunkie.

1+

What’s up?

Exit Facebook, Instagram en Twitter – what’s next?
Logisch: WhatsApp.

Dit jaar, 2020, wil ik een volgende stap zetten door mijn afhankelijkheid van WhatsApp verder terug te schroeven. Of ik de app echt ga verwijderen, weet ik nog niet – vooral dat ik in een aantal praktische, nuttige groeps-apps zit (zoals wijnclub), vind ik op dit moment nog een drempel.

Wat ik wel doe? Minderen. Alleen nog praktische appjes sturen (dit doe ik al een paar maanden zo veel mogelijk) en – dit is nieuw – me bij elk app-contact afvragen of ik dit ook op een andere, directere manier kan oplossen.

Dan vraag je je vast af: waarom?
Gedachten hierover:

WhatsApp is ook van Facebook. En Facebook is een kutbedrijf, benadrukte Alexander Klöpping onlangs nog maar eens. Ook al heb ik geen Facebook of Instagram (ook van FB) meer; zolang ik WhatsApp gebruik, is alle inhoud die ik daar deel – tekst, foto, video, locatie en vast nog meer waar ik geen weet van heb – in het bezit van een gigantisch rotbedrijf dat het niet zo nauw neemt met privacy. Scary shit.

We denken met z’n allen dat een appje sturen sneller en handiger is dan bellen, maar eigenlijk is dat niet zo. Stel, je appt een vriendin met wie je hebt afgesproken om te vragen hoe laat ze er is. Dan gaat dat zo:

Jij stuurt het berichtje. Je vraagt je half-onbewust steeds af of ze al gereageerd heeft (want het is handig om te weten hoe laat ze arriveert), en checkt dus steeds tussendoor je telefoon. Zij ziet op een gegeven moment jouw appje, onderbreekt waarschijnlijk haar huidige activiteit om op jou te reageren. Daarna weet ze nog niet of jij haar bericht ook hebt gezien – en stel dat ze nog een vraag heeft (‘Zal ik een spelletje meenemen?’) dan is zij dus ook weer haar telefoon aan het checken om te zien wat jij daarop antwoordt. Jij ziet op een gegeven moment het berichtje binnenkomen, stuurt een duimpje omhoog – en klaar.

Stel je voor dat je in plaats daarvan je vriendin opbelt om te vragen hoe laat ze er is. Dan gaat het zo:
Jij: Hoi! Ik vroeg me af hoe laat je er bent, straks. Wat is je plan?
Zij: Nou, ik wilde om vier uur hier vertrekken, dan ben ik rond vijven bij jou. Zal ik Terraforming Mars meenemen?
Jij: Ja, leuk! Gezellig, goede reis. O ja, ik heb trouwens carrot cake-muffins gebakken.
Zij: Hmmm lekker, ik verheug me erop. Tot straks!


Zie je? Het tweede gesprek is korter, directer én je hebt stiekem ook nog wat extra informatie uitgewisseld (lekkere muffins). Bovendien heb je veel meer rust in je hoofd, want na het gesprek weet je wat je moet weten en kun je door met wat je aan het doen was.

Geschreven gesprekken (appjes) lijken rijker en directer, maar als je elkaar echt spreekt (telefonisch of live) wissel je ongemerkt veel meer informatie uit.
Je ziet het al aan het voorbeeld hierboven. En neem nou gisterochtend. Ik kreeg een appje van mijn lieve vriendin S, of ik zin had om wat af te spreken. Bijna automatisch begon ik aan een berichtje terug en toen dacht ik: wacht, nee, ik bel.

Ze nam op, zat op haar werk, ik zei dat ik zéker wilde afspreken en vroeg hoe het daar was, kreeg wat te horen over de drukte en hoeveel collega’s er nu waren (waardoor ik meteen een beter beeld heb van haar werkplek). Ze vroeg hoe het met mij was, ik vertelde kort wat over mijn kerstvakantie, sloeg een bruggetje naar de afspraak, zij zei dat ze veel tijd heeft komende weken, ik stelde vrijdag voor en zij reageerde enthousiast. We schreven de datum in onze agenda, wensten elkaar een fijne dag en hingen op.

Dit alles duurde nog geen zes minuten.

Daarna glimlachte ik vanbinnen (want leuk om de stem van S even te horen en leuk om haar vrijdag te zien), en kon ik zonder afleidend zou-ze-al-gereageerd-stemmetje in mijn hoofd beginnen aan deze blog.

Voice-messages kosten TWEE KEER zo veel tijd als direct een gesprek voeren. We denken dat we tijd besparen met voice messages – en vooral, dat het handig is dat de ander deze kan luisteren wanneer het hem of haar uitkomt.
Maar als je erover nadenkt: een voice message kost je het dubbele aantal minuten. Ga maar na: jij praat bijvoorbeeld vijf minuten een monoloog in je telefoon, en vervolgens kost het je vriendin vijf minuten om die monoloog af te luisteren. Dan ben je 10 minuten verder voor de boodschap over is gekomen, terwijl dat in een live (of telefonisch) gesprek maar 5 minuten zou zijn.

We denken dat we appen ‘omdat je iemand dan niet stoort in zijn bezigheid’. In werkelijkheid is het juist WhatsApp dat ons steeds stoort. Al die onafgemaakte gesprekken (‘zou hij al gereageerd hebben?’) zorgen voor ruis in je hoofd. En denk eens na wat er gebeurt als je uit gewoonte je telefoon checkt tijdens een sociale afspraak, en plots ziet dat een vriendin een heel verhaal heeft gestuurd over haar liefdesperikelen en hoe rot ze zich daarover voelt.

Ik voel me dan in elk geval toch soort van verplicht om meteen te reageren – zeker als de betreffende vriendin online is, misschien zelfs nog aan het typen is en dus ook ziet dat ík online ben. Beetje lullig dan om zo’n appje te laten liggen, en bovendien ben ik hoe dan ook afgeleid van het gesprek dat ik eigenlijk aan het voeren was (of het stuk dat ik speelde op de piano, of de mooie natuur om me heen tijdens het hardlopen).

Zouden we de gewoonte hebben gehad om te bellen, dan kan ik op dat moment kiezen of ik opneem (en als ik inderdaad iets anders aan het doen ben, mis ik waarschijnlijk de oproep). In dat geval bel ik terug zodra het me uitkomt. Kortom, juist bij bellen heb je meer regie over je tijd en over wanneer – en op welke manier – je informatie krijgt.

We appen dingen die we urgent vinden (en waarvoor e-mail te ‘langzaam’ is). Dat maakt dat we steeds maar weer WhatsApp blijven checken – om te kijken of er urgente dingen zijn. Dit leidt continu af.
Dit valt me op nu ik vaak mijn telefoon urenlang ergens boven heb liggen terwijl ik zelf beneden ben. Pak ik hem erbij, dan heb ik regelmatig appjes die inmiddels niet meer relevant zijn.
– “Ik sta nu in de supermarkt, moet ik nog wat voor je meenemen?”
– “Hoi, ben je thuis?”
– “Weet jij hoe laat we straks bij X moeten zijn?” (half uur later) “O laat maar, ik heb het al gevonden.”
– “Zin om zo mee te gaan sporten?” (twee uur later) “Nevermind, ik ben al geweest ;-)”

Het grappige is dat de écht urgente dingen (in de categorie ‘familielid ligt in het ziekenhuis’) vrijwel nooit via WhatsApp gebeuren. Dan gaan we tóch bellen om er zeker van te zijn dat het nieuws snel aankomt.

Appen voelt nauwelijks als ‘een gedeelde ervaring beleven’. Bellen of elkaar zien wél. Ik bedoel, hoeveel procent van de appgesprekken die jij nog hebt gehad afgelopen jaar waren zo memorabel dat je je ze nog kunt herinneren? Ik denk dat ik op hooguit drie tot vijf gesprekken kom – van de honderden (duizenden?) appjes die ik kreeg en stuurde. Terwijl ik me nog precies herinner dat ik S even belde toen ik net de sleutel van mijn nieuwe huis kreeg, dat E mij belde om te vertellen dat ze de voortuin hadden ingericht, en dat ik laatst met A belde in de auto op weg naar huis.

Foto’s delen vind ik een leuk en handig ding aan WhatsApp. Maar hé, dat kan ook per mail, zei E (mijn vriendinnetje-zonder-WhatsApp) terecht. Natuurlijk kun je niet van je vrienden verwachten dat zij jou voortaan alles mailen dat ze ook al appen, maar je kunt er wel zelf om vragen.

Tot slot, zoals een wijze collega ooit al zei: gebruik genereert gebruik. Als jij meer appt, krijg je ook meer appjes, waardoor je weer meer gaat appen. En als mensen weten dat WhatsApp een snelle manier is om jou te bereiken, gaan ze je eerder appen dan bellen als ze een urgente vraag hebben. Zo houd je je eigen gewoonte in stand…

Goed, genoeg om over na te denken dus. Ik vind het interessant om te zien wat er gebeurt als je probeert ‘los te breken’ van de gewoonte om zo veel sociaal verkeer via tekstberichtjes te laten gaan. Zelf heb ik dat een groot deel van mijn leven gigaveel gedaan – en dat was leuk en goed. Nu is het tijd voor wat anders.

Wil je ook minderen met WhatsApp? Vijf tips:

  1. Verwijder de web/desktopversie van WhatsApp uit je browser. Juist hier merkte ik dat ik vaak en veel lange gesprekken ging voeren.
  2. Zet overdag regelmatig een tijdje je 4G-bundel uit. Zo krijg je geen nieuwe appjes binnen – lekker rustig!
  3. Vertel je vrienden dat je WhatsApp voortaan alleen nog functioneel wilt gebruiken (en dus niet meer om gesprekken te voeren). Zo voorkom je misverstanden als jij ineens korter en trager reageert dan anderen van je gewend zijn.
  4. Zet alle meldingen en notificaties uit. Kortom, zorg ervoor dat je smartphone niet meer gaat trillen, geluidjes maakt, scherm-meldingen of rode bolletjes geeft als je een appje krijgt. O ja, en verplaats WhatsApp ook naar het derde of vierde scherm van je smartphone – uit het zicht, zodat je niet steeds getriggerd wordt als je je telefoon aanzet.
  5. Bedenk bij elk appje dat je wilt sturen of je dit niet ook op een andere manier kan regelen. Bijvoorbeeld met een mailtje, als het niet urgent is. En bellen is in het begin misschien een drempel (en kan ‘overdreven’ aanvoelen), maar in mijn ervaring is het veel makkelijker en sneller dan je verwacht.

1+

Liever

Ik wil heus geen anti-social-evangelist worden hoor, maar (alles voor de maar telt niet, haha) ik moet er toch nog even wat over zeggen.

Voor de duidelijkheid: nee, het is niet dat ik sociale media stom vind.
Ik vind het zelfs heel erg leuk. Té leuk.

Op sociale media leerde ik vrienden kennen, liet ik me inspireren door hoe andere mensen leven, werd ik blij van mooie posts en gezellige berichtjes, volgde ik online kennissen soms jarenlang. Ik vergaarde nieuwe lezers hier op Suushi, kreeg soms mooie gesprekken op mijn werk dankzij een post op Instagram.

Het is dus niet dat ik niet graag op social wil zijn,
maar wel dat er op dit moment andere dingen zijn die ik nóg liever doe.

Want jongens, het leven is zo kort en tijd zo kostbaar.

De uren die ik besteed aan berichtjes lezen over wat vrienden aan het doen zijn, besteed ik nu liever aan live met hen praten over wat hen bezighoudt. De dagen die ik in de trein scrollend besteedde, luister ik liever een podcast, lees een boek, mediteer of staar gewoon wat uit het raam.

Nou, zou je zeggen, dan doe je dat toch gewoon – maar waarom dan meteen helemaal weg van sociale media?

Het punt is dat ik geen maat kan houden. Ik kan niet “af en toe” op Instagram kijken, dat wordt sowieso dagelijks twintig keer (als het niet meer is). Ik kan niet soms kijken of iemand al heeft gereageerd op een PB, dat ontaardt al snel in een obsessief dingetje.

Ja, het was erg leuk om op 31 december eenmalig terug te komen op Facebook (om een back-up te maken van mijn data) en te ontdekken dat een vriendin van vroeger een baby heeft gekregen.
Maar als ik eerlijk ben: zulke dingen hoor je toch wel, van de mensen die in je leven zijn.
En als de mensen níet in je leven zijn: is het dan echt zo erg om die informatie te missen?

Wat ik merk sinds ik niet meer op sociale media zit:

  • Ik kan makkelijker rust vinden om bij mezelf te komen.
  • Ik vergelijk mezelf minder met anderen en voel me tevredener over mijn eigen leven. Logisch ook, ik word immers minder vaak geconfronteerd met de mooie verhalen van andermans leven – en met wat ik zelf niet heb.
  • Ik mis veel dagelijks nieuws over wat er gebeurt in de wereld. Dat maakt dat ik hier nu soms gericht naar op zoek ga, bijvoorbeeld door de zaterdagkrant te lezen of een podcast te luisteren. De écht belangrijke dingen krijg ik toch wel mee, zij het soms wat later (en hoe erg is dat?).
  • Ik houd meer ‘sociale energie’ over; tijdens afspraken met anderen voel ik nauwelijks nog de neiging om op mijn telefoon te kijken (paradoxaal genoeg een teken dat ik overprikkeld ben, ontdekte ik dit jaar). Ik waardeer de tijd die ik samen met mensen besteed meer, doordat ik echt daar ben.
  • Ik heb meer ruimte en energie om te schrijven, pianospelen, fotoboeken maken, koken… én de brainspace om te bedenken wat ik verder allemaal graag nog wil doen in de toekomst.

Over dit alles sprak ik gisteren met E, die hier een paar dagen was rond Oud en Nieuw. E heeft al jaren geen Facebook meer, gebruikte een tijdje Instagram maar is daar nu ook niet meer actief, en bovenal: in 2019 verwijderde ze WhatsApp.

Inspirerend vind ik dat, en het is E die precies de dingen zegt die ik hierboven schrijf: ‘ja, WhatsApp levert me dingen op, en ja sommige dingen mis je, maar geen WhatsApp hebben levert me meer op’.

Die logica kun je natuurlijk doortrekken naar veel dingen in je leven, bedacht ik later. Vaak zijn we geneigd onze “slechte” gewoontes te demoniseren, als reden om ze niet meer te doen. “Alcohol drinken is ongezond”, bijvoorbeeld. Op een nuchter moment kan ik denken: “Ik wil niet meer dan twee glazen wijn drinken, daar voel ik me achteraf alleen maar brak van en zo veel leuker wordt de avond niet.”

Maar dat argument houdt geen stand op het moment dat je vrijdagavond met collega’s aan de borrel bent, het supergezellig is denkt: JA KIJK NOU DIT IS HET LEVEN ZIE JE WEL DAT WIJN TOF IS WANT YOLO EN DIT WIL IK MEZELF NIET ONTZEGGEN.

Het is beide waar. En juist in de ontkenning van het ene (het plezier dat een avond doorzakken geeft) schuilt de legitimatie om het tóch te doen.

Terwijl de erkenning van beide kanten – ja het is leuk om een avond gek te doen, én het is fijn om de dag fris te beginnen en gezond oud te worden – maakt dat je een eerlijker meer weloverwogen afweging maakt.

1+

10 tips om minder op je smartphone te zitten

Na die twee verhalen vol mijmeringen over mijn nieuwe ‘telefoonvrije’ leven denk je natuurlijk: DAT WIL IK OOK, en vraag je je misschien af hoe ik dat aanpak.

Natuurlijk, in de ideale situatie begin je net als ik met een paar weken cold turkey zonder smartphone, bijvoorbeeld als je op vakantie gaat. Ver weg van je normale leven zijn er een stuk minder verleidingen, en bovendien kún je die telefoon simpelweg niet toch stiekem weer pakken (en dat geeft veel rust).

Maar ook als je voorlopig geen reisje hebt gepland, kun je van alles doen om de rol en invloed van je smartphone in je leven minder groot te maken. Welke dingen heb ik veranderd en belangrijker, welke checks heb ik ingebouwd om te voorkomen dat ik over een paar maanden weer terug bij af ben?

1. Laat je iPhone thuis als je de deur uit gaat.

Inderdaad, dat kan niet altijd, maar veel vaker dan je denkt kan het wél. Naar mijn werk moet-ie mee (mijn telefoon is ook m’n werktelefoon), maar als ik boodschappen ga doen of afspreek met een vriendin heb ik dat hele ding niet nodig. En als ik naar het theater ga moet-ie sowieso op stil, dus dan kan ik hem net zo goed thuis laten.

Als je hem niet bij je hebt, kun je er ook niet op kijken.

Trouwens, vaak verleidt mijn brein me nog met de gedachte dat het “nu écht belangrijk is dat mijn iPhone meegaat”. Vanavond bijvoorbeeld ga ik naar wijnclub. Dan scan ik graag de etiketten van de flessen op Vivino, en regelmatig maak ik ook een paar foto’s. Maar nu ik erover nadenk: die wijnhuizen kan ik ook morgen thuis toevoegen aan m’n account, en er zijn genoeg anderen die foto’s maken (en zo niet, dan kan altijd m’n camera nog mee).

Dat avondje ‘rust’ is me die extra moeite wel waard – en netto levert dit me waarschijnlijk nog tijd op ook, want anders zit ik tussen wijnclub door steeds op m’n telefoon.

2. Zet je telefoon vaker een tijdje uit.

Zeker in het weekend kan dat vaak gewoon de hele dag, tenzij ik bijvoorbeeld even Runkeeper nodig heb omdat ik ga hardlopen. En ja, ik vond dit ook een onmogelijke gedachte voordat ik naar Italië ging en de iPhone thuis liet. Maar echt, het kan, en als je eraan went is het súperchill.

En als je telefoon toch aan moet (omdat je op je werk bereikbaar moet zijn), zet dan in elk geval internet uit. Zo komen er geen appjes of andere berichten binnen en kun je toch bellen als dat nodig is. Grappig is dat ik dit deze week voor het eerst deed op werkdagen, en vaak gewoon vergat dat ik mobiele data had uitgeschakeld. Pas ‘s avonds bedacht ik me dat ik daarom de hele dag ‘geen appjes’ had gekregen ;-)

3. Koop een ouderwetse wekker en zet die naast je bed. 

Zelf haalde ik dit digitale dingetje van IKEA (5 euro). Heeft ook nog een timer waarmee je kunt mediteren, top. Zo hoef ik mijn telefoon niet meer in de slaapkamer te hebben én is “mijn telefoon pakken” niet meer het eerste dat ik doe op een dag. Sterker nog, ik probeer er een gewoonte van te maken om het ding pas aan te zetten als ik na het ontbijt de deur uit ga.

4. Schaf een camera aan.

“Ik wil foto’s maken” is dan geen reden meer om je smartphone mee te nemen op reis.

5. Stop met sociale media.

Want ja, dan valt er meteen een stuk minder te ‘halen’ op die telefoon… je kunt je accounts op Facebook en Instagram deactiveren (da’s een stap minder rigoureus dan verwijderen). Wil je het grondig(er) aanpakken, laat dan je wachtwoorden veranderen door iemand anders. Dan kún je er simpelweg niet meer bij. :)

6. Denk na over wat je smartphone je brengt, en zoek naar alternatieven.

Ik word bijvoorbeeld blij van foto’s maken (daarom kocht ik een camera), track graag mijn hardlooprondjes (daarom denk ik erover een sporthorloge aan te schaffen) en luister graag muziek (daarom downloadde ik mijn favoriete playlists, zodat ik geen internet nodig heb om ze te beluisteren). En o ja, sociaal contact op WhatsApp vervang ik door vaker met mensen af te spreken (grappig genoeg krijg ik daar veel vaker zin in, nu ik niet al uren online met iedereen loop te kletsen!) en door te bellen of Skypen (zoals met mijn moeder in Zweden).

Denk ik er verder over, dan geloof ik ook dat mijn smartphone een ‘vlucht’ voor me is in situaties waarin ik me oncomfortabel voel, zoals wanneer ik bij veel onbekenden ben of als ik erg moe ben. Daar kan ik wat aan doen door a) beter voor mezelf te zorgen en b) kritisch te kijken naar de sociale activiteiten in mijn leven.

7. Begin met mediteren.

Eén tot twee keer per dag eventjes tot jezelf komen, zelfs al is het maar 2-3 minuten per keer, helpt je om te aarden – en trekt je uit de onrust die je naar je smartphone doet grijpen. Ik begon weer met mediteren nadat ik het nieuwe boek van Jelle Hermus las (Leven met wind mee). Ik ben medium enthousiast over dat boek, maar het is in elk geval erg praktisch, nuchter en toegankelijk geschreven, én het bereikte z’n doel: ik mediteer nu al ruim 3 weken dagelijks.

8. Zorg voor een ‘supportive’ omgeving.

Zelf heb ik het geluk dat mijn B niet of nauwelijks telefoonverslaafd is, niet op sociale media zit (behalve WhatsApp) en sowieso een hekel had aan dat ge-scroll van mij over Instagram. Vertel je naasten over je nieuwe voornemens, wees eerlijk over je telefoonverslaving en zeg hen ook dat ze je eraan mogen herinneren als ze het idee hebben dat je ‘terugvalt’ in verslaafd schermgedrag.

9. Realisme: besef dat je niet 100% zonder smartphone hoeft te leven.

Dat is voor veel mensen niet haalbaar anno 2019, en bovendien geloof ik ook niet dat het zo zwart-wit is: smartphones zijn wel degelijk superhandig. Bijvoorbeeld:

  • Om de weg te vinden met Google Maps.
  • Om dingen op te zoeken, zoals hoe laat de trein vertrekt of wat de hoofdstad van Tadzjikistan is.
  • Voor mobiel bankieren en bijvoorbeeld Tikkie, om makkelijk geld terug te vragen van mensen.
  • Ter ondersteuning van mijn hobby’s, zoals Runkeeper of Vivino (een app waarmee je kunt bijhouden welke wijnen je hebt gedronken).
  • Om podcasts en muziek te luisteren.

Superfijn dus, dat er smartphones zijn. Ik streef dan ook niet naar een leven zonder smartphone. Wél wil ik m’n iPhone een functionele rol geven in mijn leven (zoals uit het lijstje hierboven blijkt), en niet de leidende rol die het dingetje de afgelopen jaren had.

10. Zorg dat je helder en concreet voor ogen hebt waarom je het anders wilt. 

Deze laatste is misschien wel de meest essentiële tip. Voor mij zijn dit de belangrijkste reden om m’n iPhone een (véél) kleinere rol te geven in m’n leven:

  • Ik wil meer creativiteit in mijn leven. Daarmee bedoel ik: de vrijheid en ruimte in mijn hoofd om nieuwe ideeën te laten ontstaan.
  • Ik wil af van de stress die het met zich meebrengt om ‘altijd bereikbaar te zijn’.
  • Ik ben al tijden op zoek naar manieren om dichter bij mezelf te raken, en steviger in mijn basis te leren staan. Mijn smartphone ondermijnt dit, omdat ik steeds vlucht in contact met anderen, in levens van anderen en in verwachtingen die ik dénk dat anderen van mij hebben.
  • Tijdens twee telefoonvrije weken miste ik al die uren op sociale media totaal niet. Waarom zou ik elke dag drie uur besteden aan iets dat ik niet mis, wanneer het weg is?
  • Ik wil wél meer tijd vrij maken door dingen die ik graag vaker doe, zoals pianospelen, boeken lezen, koken en aanrommelen in huis.
  • Gesprekken op WhatsApp voelen niet als ‘gebeurtenissen in mijn leven’, kopjes thee en wijntjes met mijn liefsten wél. Ik besteed dus liever geen tijd meer aan appgesprekken, zodat ik tijd én energie overhoud voor offline sociaal contact.
  • Het leven is al zo kort. Elke dag 4 uur op mijn smartphone (en ja, dat deed ik gemiddeld) betekent per week 28 uur, per jaar 1.456 uur (!!!). Holy shit, ik zou die tijd veel liever anders besteden
0