A little bit of everything, all rolled into one

What’s up?

Exit Facebook, Instagram en Twitter – what’s next?
Logisch: WhatsApp.

Dit jaar, 2020, wil ik een volgende stap zetten door mijn afhankelijkheid van WhatsApp verder terug te schroeven. Of ik de app echt ga verwijderen, weet ik nog niet – vooral dat ik in een aantal praktische, nuttige groeps-apps zit (zoals wijnclub), vind ik op dit moment nog een drempel.

Wat ik wel doe? Minderen. Alleen nog praktische appjes sturen (dit doe ik al een paar maanden zo veel mogelijk) en – dit is nieuw – me bij elk app-contact afvragen of ik dit ook op een andere, directere manier kan oplossen.

Dan vraag je je vast af: waarom?
Gedachten hierover:

WhatsApp is ook van Facebook. En Facebook is een kutbedrijf, benadrukte Alexander Klöpping onlangs nog maar eens. Ook al heb ik geen Facebook of Instagram (ook van FB) meer; zolang ik WhatsApp gebruik, is alle inhoud die ik daar deel – tekst, foto, video, locatie en vast nog meer waar ik geen weet van heb – in het bezit van een gigantisch rotbedrijf dat het niet zo nauw neemt met privacy. Scary shit.

We denken met z’n allen dat een appje sturen sneller en handiger is dan bellen, maar eigenlijk is dat niet zo. Stel, je appt een vriendin met wie je hebt afgesproken om te vragen hoe laat ze er is. Dan gaat dat zo:

Jij stuurt het berichtje. Je vraagt je half-onbewust steeds af of ze al gereageerd heeft (want het is handig om te weten hoe laat ze arriveert), en checkt dus steeds tussendoor je telefoon. Zij ziet op een gegeven moment jouw appje, onderbreekt waarschijnlijk haar huidige activiteit om op jou te reageren. Daarna weet ze nog niet of jij haar bericht ook hebt gezien – en stel dat ze nog een vraag heeft (‘Zal ik een spelletje meenemen?’) dan is zij dus ook weer haar telefoon aan het checken om te zien wat jij daarop antwoordt. Jij ziet op een gegeven moment het berichtje binnenkomen, stuurt een duimpje omhoog – en klaar.

Stel je voor dat je in plaats daarvan je vriendin opbelt om te vragen hoe laat ze er is. Dan gaat het zo:
Jij: Hoi! Ik vroeg me af hoe laat je er bent, straks. Wat is je plan?
Zij: Nou, ik wilde om vier uur hier vertrekken, dan ben ik rond vijven bij jou. Zal ik Terraforming Mars meenemen?
Jij: Ja, leuk! Gezellig, goede reis. O ja, ik heb trouwens carrot cake-muffins gebakken.
Zij: Hmmm lekker, ik verheug me erop. Tot straks!


Zie je? Het tweede gesprek is korter, directer én je hebt stiekem ook nog wat extra informatie uitgewisseld (lekkere muffins). Bovendien heb je veel meer rust in je hoofd, want na het gesprek weet je wat je moet weten en kun je door met wat je aan het doen was.

Geschreven gesprekken (appjes) lijken rijker en directer, maar als je elkaar echt spreekt (telefonisch of live) wissel je ongemerkt veel meer informatie uit.
Je ziet het al aan het voorbeeld hierboven. En neem nou gisterochtend. Ik kreeg een appje van mijn lieve vriendin S, of ik zin had om wat af te spreken. Bijna automatisch begon ik aan een berichtje terug en toen dacht ik: wacht, nee, ik bel.

Ze nam op, zat op haar werk, ik zei dat ik zéker wilde afspreken en vroeg hoe het daar was, kreeg wat te horen over de drukte en hoeveel collega’s er nu waren (waardoor ik meteen een beter beeld heb van haar werkplek). Ze vroeg hoe het met mij was, ik vertelde kort wat over mijn kerstvakantie, sloeg een bruggetje naar de afspraak, zij zei dat ze veel tijd heeft komende weken, ik stelde vrijdag voor en zij reageerde enthousiast. We schreven de datum in onze agenda, wensten elkaar een fijne dag en hingen op.

Dit alles duurde nog geen zes minuten.

Daarna glimlachte ik vanbinnen (want leuk om de stem van S even te horen en leuk om haar vrijdag te zien), en kon ik zonder afleidend zou-ze-al-gereageerd-stemmetje in mijn hoofd beginnen aan deze blog.

Voice-messages kosten TWEE KEER zo veel tijd als direct een gesprek voeren. We denken dat we tijd besparen met voice messages – en vooral, dat het handig is dat de ander deze kan luisteren wanneer het hem of haar uitkomt.
Maar als je erover nadenkt: een voice message kost je het dubbele aantal minuten. Ga maar na: jij praat bijvoorbeeld vijf minuten een monoloog in je telefoon, en vervolgens kost het je vriendin vijf minuten om die monoloog af te luisteren. Dan ben je 10 minuten verder voor de boodschap over is gekomen, terwijl dat in een live (of telefonisch) gesprek maar 5 minuten zou zijn.

We denken dat we appen ‘omdat je iemand dan niet stoort in zijn bezigheid’. In werkelijkheid is het juist WhatsApp dat ons steeds stoort. Al die onafgemaakte gesprekken (‘zou hij al gereageerd hebben?’) zorgen voor ruis in je hoofd. En denk eens na wat er gebeurt als je uit gewoonte je telefoon checkt tijdens een sociale afspraak, en plots ziet dat een vriendin een heel verhaal heeft gestuurd over haar liefdesperikelen en hoe rot ze zich daarover voelt.

Ik voel me dan in elk geval toch soort van verplicht om meteen te reageren – zeker als de betreffende vriendin online is, misschien zelfs nog aan het typen is en dus ook ziet dat ík online ben. Beetje lullig dan om zo’n appje te laten liggen, en bovendien ben ik hoe dan ook afgeleid van het gesprek dat ik eigenlijk aan het voeren was (of het stuk dat ik speelde op de piano, of de mooie natuur om me heen tijdens het hardlopen).

Zouden we de gewoonte hebben gehad om te bellen, dan kan ik op dat moment kiezen of ik opneem (en als ik inderdaad iets anders aan het doen ben, mis ik waarschijnlijk de oproep). In dat geval bel ik terug zodra het me uitkomt. Kortom, juist bij bellen heb je meer regie over je tijd en over wanneer – en op welke manier – je informatie krijgt.

We appen dingen die we urgent vinden (en waarvoor e-mail te ‘langzaam’ is). Dat maakt dat we steeds maar weer WhatsApp blijven checken – om te kijken of er urgente dingen zijn. Dit leidt continu af.
Dit valt me op nu ik vaak mijn telefoon urenlang ergens boven heb liggen terwijl ik zelf beneden ben. Pak ik hem erbij, dan heb ik regelmatig appjes die inmiddels niet meer relevant zijn.
– “Ik sta nu in de supermarkt, moet ik nog wat voor je meenemen?”
– “Hoi, ben je thuis?”
– “Weet jij hoe laat we straks bij X moeten zijn?” (half uur later) “O laat maar, ik heb het al gevonden.”
– “Zin om zo mee te gaan sporten?” (twee uur later) “Nevermind, ik ben al geweest ;-)”

Het grappige is dat de écht urgente dingen (in de categorie ‘familielid ligt in het ziekenhuis’) vrijwel nooit via WhatsApp gebeuren. Dan gaan we tóch bellen om er zeker van te zijn dat het nieuws snel aankomt.

Appen voelt nauwelijks als ‘een gedeelde ervaring beleven’. Bellen of elkaar zien wél. Ik bedoel, hoeveel procent van de appgesprekken die jij nog hebt gehad afgelopen jaar waren zo memorabel dat je je ze nog kunt herinneren? Ik denk dat ik op hooguit drie tot vijf gesprekken kom – van de honderden (duizenden?) appjes die ik kreeg en stuurde. Terwijl ik me nog precies herinner dat ik S even belde toen ik net de sleutel van mijn nieuwe huis kreeg, dat E mij belde om te vertellen dat ze de voortuin hadden ingericht, en dat ik laatst met A belde in de auto op weg naar huis.

Foto’s delen vind ik een leuk en handig ding aan WhatsApp. Maar hé, dat kan ook per mail, zei E (mijn vriendinnetje-zonder-WhatsApp) terecht. Natuurlijk kun je niet van je vrienden verwachten dat zij jou voortaan alles mailen dat ze ook al appen, maar je kunt er wel zelf om vragen.

Tot slot, zoals een wijze collega ooit al zei: gebruik genereert gebruik. Als jij meer appt, krijg je ook meer appjes, waardoor je weer meer gaat appen. En als mensen weten dat WhatsApp een snelle manier is om jou te bereiken, gaan ze je eerder appen dan bellen als ze een urgente vraag hebben. Zo houd je je eigen gewoonte in stand…

Goed, genoeg om over na te denken dus. Ik vind het interessant om te zien wat er gebeurt als je probeert ‘los te breken’ van de gewoonte om zo veel sociaal verkeer via tekstberichtjes te laten gaan. Zelf heb ik dat een groot deel van mijn leven gigaveel gedaan – en dat was leuk en goed. Nu is het tijd voor wat anders.

Wil je ook minderen met WhatsApp? Vijf tips:

  1. Verwijder de web/desktopversie van WhatsApp uit je browser. Juist hier merkte ik dat ik vaak en veel lange gesprekken ging voeren.
  2. Zet overdag regelmatig een tijdje je 4G-bundel uit. Zo krijg je geen nieuwe appjes binnen – lekker rustig!
  3. Vertel je vrienden dat je WhatsApp voortaan alleen nog functioneel wilt gebruiken (en dus niet meer om gesprekken te voeren). Zo voorkom je misverstanden als jij ineens korter en trager reageert dan anderen van je gewend zijn.
  4. Zet alle meldingen en notificaties uit. Kortom, zorg ervoor dat je smartphone niet meer gaat trillen, geluidjes maakt, scherm-meldingen of rode bolletjes geeft als je een appje krijgt. O ja, en verplaats WhatsApp ook naar het derde of vierde scherm van je smartphone – uit het zicht, zodat je niet steeds getriggerd wordt als je je telefoon aanzet.
  5. Bedenk bij elk appje dat je wilt sturen of je dit niet ook op een andere manier kan regelen. Bijvoorbeeld met een mailtje, als het niet urgent is. En bellen is in het begin misschien een drempel (en kan ‘overdreven’ aanvoelen), maar in mijn ervaring is het veel makkelijker en sneller dan je verwacht.

0

Liever

Ik wil heus geen anti-social-evangelist worden hoor, maar (alles voor de maar telt niet, haha) ik moet er toch nog even wat over zeggen.

Voor de duidelijkheid: nee, het is niet dat ik sociale media stom vind.
Ik vind het zelfs heel erg leuk. Té leuk.

Op sociale media leerde ik vrienden kennen, liet ik me inspireren door hoe andere mensen leven, werd ik blij van mooie posts en gezellige berichtjes, volgde ik online kennissen soms jarenlang. Ik vergaarde nieuwe lezers hier op Suushi, kreeg soms mooie gesprekken op mijn werk dankzij een post op Instagram.

Het is dus niet dat ik niet graag op social wil zijn,
maar wel dat er op dit moment andere dingen zijn die ik nóg liever doe.

Want jongens, het leven is zo kort en tijd zo kostbaar.

De uren die ik besteed aan berichtjes lezen over wat vrienden aan het doen zijn, besteed ik nu liever aan live met hen praten over wat hen bezighoudt. De dagen die ik in de trein scrollend besteedde, luister ik liever een podcast, lees een boek, mediteer of staar gewoon wat uit het raam.

Nou, zou je zeggen, dan doe je dat toch gewoon – maar waarom dan meteen helemaal weg van sociale media?

Het punt is dat ik geen maat kan houden. Ik kan niet “af en toe” op Instagram kijken, dat wordt sowieso dagelijks twintig keer (als het niet meer is). Ik kan niet soms kijken of iemand al heeft gereageerd op een PB, dat ontaardt al snel in een obsessief dingetje.

Ja, het was erg leuk om op 31 december eenmalig terug te komen op Facebook (om een back-up te maken van mijn data) en te ontdekken dat een vriendin van vroeger een baby heeft gekregen.
Maar als ik eerlijk ben: zulke dingen hoor je toch wel, van de mensen die in je leven zijn.
En als de mensen níet in je leven zijn: is het dan echt zo erg om die informatie te missen?

Wat ik merk sinds ik niet meer op sociale media zit:

  • Ik kan makkelijker rust vinden om bij mezelf te komen.
  • Ik vergelijk mezelf minder met anderen en voel me tevredener over mijn eigen leven. Logisch ook, ik word immers minder vaak geconfronteerd met de mooie verhalen van andermans leven – en met wat ik zelf niet heb.
  • Ik mis veel dagelijks nieuws over wat er gebeurt in de wereld. Dat maakt dat ik hier nu soms gericht naar op zoek ga, bijvoorbeeld door de zaterdagkrant te lezen of een podcast te luisteren. De écht belangrijke dingen krijg ik toch wel mee, zij het soms wat later (en hoe erg is dat?).
  • Ik houd meer ‘sociale energie’ over; tijdens afspraken met anderen voel ik nauwelijks nog de neiging om op mijn telefoon te kijken (paradoxaal genoeg een teken dat ik overprikkeld ben, ontdekte ik dit jaar). Ik waardeer de tijd die ik samen met mensen besteed meer, doordat ik echt daar ben.
  • Ik heb meer ruimte en energie om te schrijven, pianospelen, fotoboeken maken, koken… én de brainspace om te bedenken wat ik verder allemaal graag nog wil doen in de toekomst.

Over dit alles sprak ik gisteren met E, die hier een paar dagen was rond Oud en Nieuw. E heeft al jaren geen Facebook meer, gebruikte een tijdje Instagram maar is daar nu ook niet meer actief, en bovenal: in 2019 verwijderde ze WhatsApp.

Inspirerend vind ik dat, en het is E die precies de dingen zegt die ik hierboven schrijf: ‘ja, WhatsApp levert me dingen op, en ja sommige dingen mis je, maar geen WhatsApp hebben levert me meer op’.

Die logica kun je natuurlijk doortrekken naar veel dingen in je leven, bedacht ik later. Vaak zijn we geneigd onze “slechte” gewoontes te demoniseren, als reden om ze niet meer te doen. “Alcohol drinken is ongezond”, bijvoorbeeld. Op een nuchter moment kan ik denken: “Ik wil niet meer dan twee glazen wijn drinken, daar voel ik me achteraf alleen maar brak van en zo veel leuker wordt de avond niet.”

Maar dat argument houdt geen stand op het moment dat je vrijdagavond met collega’s aan de borrel bent, het supergezellig is denkt: JA KIJK NOU DIT IS HET LEVEN ZIE JE WEL DAT WIJN TOF IS WANT YOLO EN DIT WIL IK MEZELF NIET ONTZEGGEN.

Het is beide waar. En juist in de ontkenning van het ene (het plezier dat een avond doorzakken geeft) schuilt de legitimatie om het tóch te doen.

Terwijl de erkenning van beide kanten – ja het is leuk om een avond gek te doen, én het is fijn om de dag fris te beginnen en gezond oud te worden – maakt dat je een eerlijker meer weloverwogen afweging maakt.

0

10 tips om minder op je smartphone te zitten

Na die twee verhalen vol mijmeringen over mijn nieuwe ‘telefoonvrije’ leven denk je natuurlijk: DAT WIL IK OOK, en vraag je je misschien af hoe ik dat aanpak.

Natuurlijk, in de ideale situatie begin je net als ik met een paar weken cold turkey zonder smartphone, bijvoorbeeld als je op vakantie gaat. Ver weg van je normale leven zijn er een stuk minder verleidingen, en bovendien kún je die telefoon simpelweg niet toch stiekem weer pakken (en dat geeft veel rust).

Maar ook als je voorlopig geen reisje hebt gepland, kun je van alles doen om de rol en invloed van je smartphone in je leven minder groot te maken. Welke dingen heb ik veranderd en belangrijker, welke checks heb ik ingebouwd om te voorkomen dat ik over een paar maanden weer terug bij af ben?

1. Laat je iPhone thuis als je de deur uit gaat. Inderdaad, dat kan niet altijd, maar veel vaker dan je denkt kan het wél. Naar mijn werk moet-ie mee (mijn telefoon is ook m’n werktelefoon), maar als ik boodschappen ga doen of afspreek met een vriendin heb ik dat hele ding niet nodig. En als ik naar het theater ga moet-ie sowieso op stil, dus dan kan ik hem net zo goed thuis laten.

Als je hem niet bij je hebt, kun je er ook niet op kijken.

Trouwens, vaak verleidt mijn brein me nog met de gedachte dat het “nu écht belangrijk is dat mijn iPhone meegaat”. Vanavond bijvoorbeeld ga ik naar wijnclub. Dan scan ik graag de etiketten van de flessen op Vivino, en regelmatig maak ik ook een paar foto’s. Maar nu ik erover nadenk: die wijnhuizen kan ik ook morgen thuis toevoegen aan m’n account, en er zijn genoeg anderen die foto’s maken (en zo niet, dan kan altijd m’n camera nog mee).

Dat avondje ‘rust’ is me die extra moeite wel waard – en netto levert dit me waarschijnlijk nog tijd op ook, want anders zit ik tussen wijnclub door steeds op m’n telefoon.

2. Zet je telefoon vaker een tijdje uit. Zeker in het weekend kan dat vaak gewoon de hele dag, tenzij ik bijvoorbeeld even Runkeeper nodig heb omdat ik ga hardlopen. En ja, ik vond dit ook een onmogelijke gedachte voordat ik naar Italië ging en de iPhone thuis liet. Maar echt, het kan, en als je eraan went is het súperchill.

En als je telefoon toch aan moet (omdat je op je werk bereikbaar moet zijn), zet dan in elk geval internet uit. Zo komen er geen appjes of andere berichten binnen en kun je toch bellen als dat nodig is. Grappig is dat ik dit deze week voor het eerst deed op werkdagen, en vaak gewoon vergat dat ik mobiele data had uitgeschakeld. Pas ‘s avonds bedacht ik me dat ik daarom de hele dag ‘geen appjes’ had gekregen ;-)

3. Koop een ouderwetse wekker en zet die naast je bed. Zelf haalde ik dit digitale dingetje van IKEA (5 euro). Heeft ook nog een timer waarmee je kunt mediteren, top. Zo hoef ik mijn telefoon niet meer in de slaapkamer te hebben én is “mijn telefoon pakken” niet meer het eerste dat ik doe op een dag. Sterker nog, ik probeer er een gewoonte van te maken om het ding pas aan te zetten als ik na het ontbijt de deur uit ga.

4. Schaf een camera aan. “Ik wil foto’s maken” is dan geen reden meer om je smartphone mee te nemen op reis.

5. Stop met sociale media. Want ja, dan valt er meteen een stuk minder te ‘halen’ op die telefoon… je kunt je accounts op Facebook en Instagram deactiveren (da’s een stap minder rigoureus dan verwijderen). Wil je het grondig(er) aanpakken, laat dan je wachtwoorden veranderen door iemand anders. Dan kún je er simpelweg niet meer bij. :)

6. Denk na over wat je smartphone je brengt, en zoek naar alternatieven. Ik word bijvoorbeeld blij van foto’s maken (daarom kocht ik een camera), track graag mijn hardlooprondjes (daarom denk ik erover een sporthorloge aan te schaffen) en luister graag muziek (daarom downloadde ik mijn favoriete playlists, zodat ik geen internet nodig heb om ze te beluisteren). En o ja, sociaal contact op WhatsApp vervang ik door vaker met mensen af te spreken (grappig genoeg krijg ik daar veel vaker zin in, nu ik niet al uren online met iedereen loop te kletsen!) en door te bellen of Skypen (zoals met mijn moeder in Zweden).

Denk ik er verder over, dan geloof ik ook dat mijn smartphone een ‘vlucht’ voor me is in situaties waarin ik me oncomfortabel voel, zoals wanneer ik bij veel onbekenden ben of als ik erg moe ben. Daar kan ik wat aan doen door a) beter voor mezelf te zorgen en b) kritisch te kijken naar de sociale activiteiten in mijn leven.

7. Begin met mediteren. Eén tot twee keer per dag eventjes tot jezelf komen, zelfs al is het maar 2-3 minuten per keer, helpt je om te aarden – en trekt je uit de onrust die je naar je smartphone doet grijpen. Ik begon weer met mediteren nadat ik het nieuwe boek van Jelle Hermus las (Leven met wind mee). Ik ben medium enthousiast over dat boek, maar het is in elk geval erg praktisch, nuchter en toegankelijk geschreven, én het bereikte z’n doel: ik mediteer nu al ruim 3 weken dagelijks.

8. Zorg voor een ‘supportive’ omgeving. Zelf heb ik het geluk dat mijn B niet of nauwelijks telefoonverslaafd is, niet op sociale media zit (behalve WhatsApp) en sowieso een hekel had aan dat ge-scroll van mij over Instagram. Vertel je naasten over je nieuwe voornemens, wees eerlijk over je telefoonverslaving en zeg hen ook dat ze je eraan mogen herinneren als ze het idee hebben dat je ‘terugvalt’ in verslaafd schermgedrag.

9. Realisme. Besef dat je niet 100% zonder smartphone hoeft te leven. Dat is voor veel mensen niet haalbaar anno 2019, en bovendien geloof ik ook niet dat het zo zwart-wit is: smartphones zijn wel degelijk superhandig. Bijvoorbeeld:

  • Om de weg te vinden met Google Maps.
  • Om dingen op te zoeken, zoals hoe laat de trein vertrekt of wat de hoofdstad van Tadzjikistan is.
  • Voor mobiel bankieren en bijvoorbeeld Tikkie, om makkelijk geld terug te vragen van mensen.
  • Ter ondersteuning van mijn hobby’s, zoals Runkeeper of Vivino (een app waarmee je kunt bijhouden welke wijnen je hebt gedronken).
  • Om podcasts en muziek te luisteren.

Superfijn dus, dat er smartphones zijn. Ik streef dan ook niet naar een leven zonder smartphone. Wél wil ik m’n iPhone een functionele rol geven in mijn leven (zoals uit het lijstje hierboven blijkt), en niet de leidende rol die het dingetje de afgelopen jaren had.

10. Misschien wel het belangrijkste: zorg dat je helder en concreet voor ogen hebt waarom je het anders wilt. Voor mij zijn dit de belangrijkste reden om m’n iPhone een (véél) kleinere rol te geven in m’n leven:

  • Ik wil meer creativiteit in mijn leven. Daarmee bedoel ik: de vrijheid en ruimte in mijn hoofd om nieuwe ideeën te laten ontstaan.
  • Ik wil af van de stress die het met zich meebrengt om ‘altijd bereikbaar te zijn’.
  • Ik ben al tijden op zoek naar manieren om dichter bij mezelf te raken, en steviger in mijn basis te leren staan. Mijn smartphone ondermijnt dit, omdat ik steeds vlucht in contact met anderen, in levens van anderen en in verwachtingen die ik dénk dat anderen van mij hebben.
  • Tijdens twee telefoonvrije weken miste ik al die uren op sociale media totaal niet. Waarom zou ik elke dag drie uur besteden aan iets dat ik niet mis, wanneer het weg is?
  • Ik wil wél meer tijd vrij maken door dingen die ik graag vaker doe, zoals pianospelen, boeken lezen, koken en aanrommelen in huis.
  • Gesprekken op WhatsApp voelen niet als ‘gebeurtenissen in mijn leven’, kopjes thee en wijntjes met mijn liefsten wél. Ik besteed dus liever geen tijd meer aan appgesprekken, zodat ik tijd én energie overhoud voor offline sociaal contact.
  • Het leven is al zo kort. Elke dag 4 uur op mijn smartphone (en ja, dat deed ik gemiddeld) betekent per week 28 uur, per jaar 1.456 uur (!!!). Holy shit, ik zou die tijd veel liever anders besteden

 

0

Even weg, de diepte in

Schrijven is heerlijk, maar het is soms – zeker na een werkdag van, jawel, schrijven – ook iets waar ik me echt toe moet zetten. Op een schop-jezelf-onder-je-kont-en-doe-het-nou-eens-manier. En hoewel ik nog steeds duizend ideeen heb voor blogjes hier op Suushi, ontbreekt me even de energie om al die flarden uit te werken tot coherente stukjes.

Dat klinkt overigens misschien zwaarder dan het is, het is gewoon hoog tijd om even op vakantie te gaan. Precies wat ik ga doen. Maandagochtend vroeg rijden Tom en ik naar Frankrijk.

Maar niet voordat:

  • We uit eten zijn gegaan bij De Witte Zwaan, naar verluidt een fantastisch restaurant in De Bilt. Ik ben benieuwd – jullie horen er natuurlijk over, wellicht vanavond al op Facebook.
  • Tom 25 is geworden (morgen)
  • Ik de Tilburg Ten Miles heb gelopen (en daarvan een verslag heb getikt, misschien?)
  • De stress over wat-mee-te-nemen-als-je-gaat-kamperen is toegeslagen (nog niet, maar straks vast)
  • Ik mijn telefoon heb uitgezet en in een la gelegd.

Dat laatste is wel even een dingetje, want ik denk dat ik op dit meer smartphone/beeldschemverslaafd ben dan ooit. Zozeer, dat ik het gevoel heb dat het ten koste gaat van Essentiele Zaken: rust, ruimte om na te denken, leegte om op nieuwe creatieve ideeen te komen. Daarvoor moet je immers de stilte durven te laten zijn – best een opgave als je het mij vraagt, in een wereld van HONDERDDUIZEND DINGEN DIE NU NU NU JE AANDACHT VRAGEN.

Tijd om af te kicken dus. Loslaten, weggaan, et cetera. Om hopelijk opgeladen terug te komen. (Haha, deze zin staat er overigens wel heel raar als je onderstaand stuk tekst hebt gelezen, uh ja…)

Er gaat natuurlijk wél een schrijfboekje mee.

PS. Wat betreft dat afkicken/m’n mediagebruik anders inrichten, helpt dit stuk alvast enorm. In feite zou iedereen met een smartphone/social media-account/internet ;) het moeten lezen. Stof tot nadenken.

Fluitje van een trend / De Volkskrant (Wieteke van Zeil)

Een passage:

Als televisieseries de tijdgeest reflecteren waarin ze worden gemaakt, dan valt dit op: druk zijn is de norm geworden. Waar zijn de tijden dat Derrick met zijn kromme schouders en zijn uilenblik een kamer binnenstapte, op z’n dooie gemak rondkeek, tandenstoker uit zijn mond haalde en met twee geïnteresseerde vragen de juiste – onverwachte – verdachte tot een bekentenis bewoog?

Gaandeweg is de hoeveelheid werk die we hebben aan onze identiteit gaan kleven. Prestige is niet meer gelegen in het gemak waarmee iemand zijn dingen doet, maar in de werkdruk. Ga een gesprek aan met een gemiddelde hoogopgeleide twintiger, dertiger, of veertiger: grote kans dat in de eerste zinnen het woord ‘druk’ valt, als het al niet het beklagenswaardige ‘hectisch’ is. Dat geldt voor vrouwen én mannen. In mijn ervaring zeggen vrouwen het alleen iets directer (‘hoe gaat het?’ ‘Goed, druk druk druk, je kent het.’) en vatten mannen de vraag iets vaker op als nieuwsgierigheid naar hun recente curriculum (‘ik zit midden in project A, project B gaat als een tierelier, enorme winstresultaten, en project C staat in de steigers’). Druk = goed. Niks doen = falen – of hooguit ‘lekker opladen’ om daarna weer druk te kunnen worden.

En ook nog:

Het vergt concentratie en discipline om tot prestaties te komen die moeiteloos lijken. Maar daar wrikt het nou juist. ‘De meeste kenniswerkers zijn de hele dag als een malle aan het communiceren’, zegt de Amerikaanse expert Cal Newport in het interview dat Ianthe Sahadat in deze V met hem heeft. ‘We laten ons ritme bepalen door onze inbox, onze telefoon en vergaderafspraken. We verplaatsen informatie en noemen dat werk.’

Vooruit, nog één stukje dan wantikkonnietkiezen:

(…) Volgens de onderzoekers reden te concluderen dat het brein zich snel aanpast. Je hersens kunnen dus tot op zekere hoogte met afleiding leren omgaan, al scoorde concentratiegroep nog altijd het beste; het brein is niet gemaakt voor constant navigeren tussen onderwerpen.

Zoals Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton, waar diepe concentratie wordt aangemoedigd, eerder dit jaar het belang van rust voor zijn medewerkers in NRC omschreef: ‘Zie het als iets wat op de bodem van een zwembad ligt: pas als het water helemaal stil is, kun je het zien. Die stilte is noodzakelijk.’

Concentratie staat onder druk door versnelling, techniek en de totale vanzelfsprekendheid online te zijn. We staan altijd aan, onze tijd vult zich. We leven in een tijd van, om er nog maar een term bij te halen, ‘horror vacui’: angst voor de leegte.

PS. wil je meteen wat veranderen aan je gedrag, dan heeft De Correspondent een aantal goede tips om je smartphoneverslaving te verminderen.

0