A little bit of everything, all rolled into one

Pizza

Als ik ‘s morgens om zeven uur de deur uitstap – zoals vandaag – is het al bijna helemaal licht. Wat heerlijk is dat! In de winter voelt de trein vaak toch een beetje als een donkere tunnel waar ik een uur lang in zit. Nu kan ik weer naar buiten kijken; om meer redenen prettig, want na bijna vier jaar dit traject reizen ken ik de weg zo goed dat ik met één blik op de langsflitsende omgeving weet waar ik ben.

Ik deed net weer eens een bodyscan, in plaats van de mantrameditatie die ik doorgaans in de trein doe. En toen m’n gedachten afdwaalden in een mijmering, ging ik terug naar een mooi gesprek dat ik vorige week had met een collega die kwam eten. Zij beoefent al jaren Qi Gong (een soort Tai Chi, Chinese bewegingsleer) en vertelde dat ze elke dag een uur daarmee bezig is.

‘Ik kan eigenlijk niet meer anders, ik heb het nodig. Eigenlijk ben ik een beetje verslaafd.’

Wauw, dacht ik. Wat mooi dat je dat – voelen – zo geïntegreerd hebt in je leven. En tegelijkertijd kon ik het me ook een beetje voorstellen. Sinds vorige zomer begint meditatie steeds meer echt onderdeel te worden van mijn dagelijks ritme – ik merk hoe goed het me doet om elke dag even terug te keren naar mezelf, uit mijn hoofd en in mijn lichaam. Om de maalstroom van gedachten (in de woorden van zenleraar Edel Maex) gewoon even te laten, te observeren, en simpelweg te zijn, zonder te doen.

Klink ik al vaag en zweverig? Het grappige is dat ik tijdens zo’n bodyscan regelmatig de gedachte opmerk dat mediteren zo’n beetje het meest aardse is wat je kunt doen.

Eigenlijk, zou je zelfs kunnen stellen, is al die afleiding die wij mensen continu zoeken, die neiging om te dempen – in drank, voedsel, pillen, smartphone, Netflix, computerspelletjes, aandacht, wat-dan-ook – veel zweveriger. Die drijft ons weg van onszelf.

Meditatie zegt: hallo, hier ben je. Hier. Nu. Hier. Nu. En nu nog steeds.

En ja, natuurlijk is dat soms hartstikke confronterend. Als je bij jezelf bent, kom je immers ook je shit tegen. Bijvoorbeeld als ik rusteloos thuiskom na een drukke dag; dan merk ik regelmatig de craving om met een glas wijn, een afbakpizza en mijn smartphone op de bank te kruipen, reep chocola erbij, fuckdewereldlaatmaarallemaal.

En vooral ook: heel. veel. verzet tegen de gedachte om te gaan mediteren.

Niet dat daar overigens iets mís mee is; soms is chillen op de bank met pizza en wijn het beste wat je kunt doen om even mild te zijn naar jezelf, terug te schakelen. ‘De boel de boel laten’ lijkt me op z’n tijd heel gezond.

Maar dat bedoel ik dus ook niet. Ik bedoel: vaak merk ik dat zo’n craving een reactie is op sluimerend ongemak. Dat ik eigenlijk verdriet heb, of pijn, of lichamelijk ongemak – maar me van zulke sensaties nog niet of nauwelijks bewust ben. En soms is er niets dramatisch aan de hand maar ben ik gewoon moe, overprikkeld, baal ik ergens van of had ik een lastige situatie op mijn werk die nog na-echoot in mijn lijf.

Keer op keer merk ik dat als het me in zo’n situatie lukt om éven stil te blijven staan – wel in een hoekje van de bank te kruipen, maar dan met een dekentje en een meditatiewekkertje op 10 minuten – er een gigantische berg spanning van me afvalt. Er stroomt, klapt of raast een golf door me heen. Tranen, vaak, maar soms gewoon een onbestemd akelig gevoel, soms boosheid, of simpelweg behoefte aan slaap.

En als ik die ruimte even heb gevonden, mezelf heb toegestaan te voelen, vóel ik me vervolgens totaal anders. Lichter. Meer hier. Of nog wel verdrietig (meditatie is heus geen wondermiddel en het doel is ook niet je beter voelen!), maar in een vibe van accptatie. Ok, ik geef toe, dat laatste klinkt wel wat zweverig. ;-)

Maar goed: de cravings die ik had, wat die dan ook waren, zijn na slechts 10 minuten mediteren vaak volledig verdwenen. Sterker nog, dan voelt vluchtgedrag ineens als ‘mezelf schaden’. Het was namelijk helemaal niet die pizza/dat glas wijn/dat wilde feestje waar ik diep vanbinnen behoefte aan had; eigenlijk had ik gewoon wat ruimte nodig. Of zachtheid. Een knuffel.

Neemt niet weg dat ik vervolgens nog steeds een pizza kan bestellen.
Pizza is namelijk ook gewoon fucking lekker.

0

Rondjes

Het communicatievak kent een ritme van hollen of stilstaan. Dat weet ik al lang, uit eigen ervaring en ook door wat ik zie bij collega’s en vriendinnen.

Natuurlijk word ik met de tijd beter in het herkennen van die cyclus – en vooral, het temperen van m’n onrust in de ‘stilstaan’-periodes – maar het blijft iets om scherp op te zijn.

Zoals je weet, deed ik in de kerstvakantie heerlijk rustig aan. En ook nu nog merk ik hoe goed dat me heeft gedaan – note to self: af en toe tijd nemen om terug te schakelen, écht af te remmen. (Want het is net als met een trein: zelfs als je vol in de rem gaat sta je niet binnen een paar seconden stil, dat duurt een aantal meters, lees: dagen.)

Gek genoeg schiet ik wél zo weer in standje doe-modus. Ik merk het op, ik zie mezelf weer scrollen over mijn telefoon (ongelooflijk wat ik nog ga proberen te “scrollen” nu er geen social meer te verslinden valt – ik bedoel, nieuwswebsites vooruit, maar Marktplaats-advertenties, seriously Suusie?!) en ik zie me weer weerstand ontwikkelen tegen meditatie.

Laatmaargeenzinikgawelgewoonmetchocolaopdebanklaatmemetrust

Ook interessant: de oordelen die ik nog naar mezelf heb, als ik – naar mijn eigen maatstaven – “niet zo veel uitvoer”. Ofwel, als ik niet twintig ballen tegelijk in de lucht houd, en ik aan het eind van de dag drie in plaats van drieëntwintig mailtjes heb verstuurd.

Dan begint het toch te knagen: doe ik wel genoeg? Werk ik wel hard genoeg? En de vraag achter de vraag, natuurlijk: bén ik wel goed genoeg?

Maar ja, die eindeloze cyclus van me van

verveling / ‘weinig’ te doen* -> gevoel van tekortschieten, al dan niet onbewust -> keihard gaan rennen -> meer doen -> voldoening, blije mensen -> nog meer doen -> niet meer kunnen stoppen -> nog meer doen -> crashen, al dan niet bijna -> terugschakelen -> rust -> verveling -> repeat

..die wil ik nu juist een beetje doorbreken.
Of nou ja, helemaal, het liefst.

*dingen doen kan hier trouwens over werk, sociaal of persoonlijk vlak gaan, of een combinatie van die drie

Want weet je hoe fijn het is?!, om…

  • …’s avonds thuis te komen en gewoon ENERGIE te hebben om een lekkere maaltijd te koken.
  • …er spontaan nog een toetje achteraan te maken omdat B en ik daar beide zin in hebben (crumble! lavataartjes!).
  • …de hele dag door bloginspiratie te hebben, de zinnen die in m’n hoofd op-poppen nauwelijks te kunnen bijhouden.
  • …hele weekenden vrijwel leeg te hebben, het gevoel dat er genoeg tijd is, aan te rommelen.
  • …aan tafel te puzzelen of foto’s te plakken.
  • …in een paar dagen tijd een heel nieuw stuk op de piano te leren, omdat ik er ruimte voor heb.
  • …zin te voelen om een vriendin een gezellige e-mail te sturen.
  • …de dagen af te tellen tot ik weer mag hardlopen (in plaats van: oh shit het is alweer donderdag, hoog tijd om te gaan).

Goed dus om op te merken wat er gebeurt nu het stilstaan deze week weer als sneeuw voor de zon is verdwenen, ik weer Einderdagen van zeven tot zeven maak (nou ja, met reistijd dan), ook ‘s avonds nog zit te mailen, tussendoor probeer interviewafspraken te maken voor het nieuwe Radboud Magazineverhaal, gevraagd word voor een gastcollege en daar enthousiast JA op zeg, ik intussen m’n VOG opstuur voor de VoorleesExpress en dus waarschijnlijk binnenkort aan een gezin word gekoppeld, er plots drie doordeweekse sociale afspraken in m’n agenda zijn geslopen en o ja ik wilde ook nog naar IKEA en eindelijk de chillkamer inrichten, en in maart begint m’n wijncursus.

Oh Suusie, kijk nou, zó gaat het dus steeds hè.
Hier begint het.
Nu is het allemaal leuk en over een maand komt het stoom weer uit je oren.

De ervaring leert dat het me helpt om ‘checks’ in te bouwen die zorgen dat ik tijd blijf maken. Helpende gewoontes, zeg maar. Anders is het té makkelijk om in het moment weer te worden meegezogen met de stroom van Alle Leuke En Toffe Dingen In Het Leven – die inderdaad superleuk zijn maar me ook uitputten als ik ze allemaal tegelijk doe.

Nou leert de ervaring me óók dat ik niet zo goed ga op regeltjes en harde eisen. Kortstondig werkt dat fantastisch, maar op lange termijn frustreert het vooral en, belangrijker nog, het is geen zelfzorg maar repressie.

Dit wel – dus ter vriendelijke herinnering aan mezelf, en ook aan jou als het je helpt:

  1. Elke dag ‘s morgens in de trein 5 minuutjes mediteren, en ‘s middags in de trein terug weer, helpt me om te landen en me te herinneren wat ik belangrijk vind.
  2. Na de lunch even naar buiten, 10 minuutjes een blokje om helpt me om de rush van werk-werk-werk te onderbreken en tussendoor terug te keren. Daarna ben ik trouwens ook stukken minder gaar. (En als collega’s meelopen leidt dat vaak tot fijne gesprekken!)
  3. Doordeweeks geen alcohol drinken helpt me om spanning niet weg te duwen maar te omarmen als het er is, en daarmee (beter) te verwerken. O ja, en ik ben ook gewoon frisser in mijn hoofd.
  4. Elke week één dag helemaal geen afspraken inplannen (zakelijk en privé) en dus gewoon een SUUSDAG elke zeven dagen geeft me de ruimte om te bedenken wat ik eigenlijk het liefst doe als ik tijd heb. En die dingen dan ook te doen. Of niet, want soms is een dag in bed liggen met boeken en series ook top.
0

What’s up?

Exit Facebook, Instagram en Twitter – what’s next?
Logisch: WhatsApp.

Dit jaar, 2020, wil ik een volgende stap zetten door mijn afhankelijkheid van WhatsApp verder terug te schroeven. Of ik de app echt ga verwijderen, weet ik nog niet – vooral dat ik in een aantal praktische, nuttige groeps-apps zit (zoals wijnclub), vind ik op dit moment nog een drempel.

Wat ik wel doe? Minderen. Alleen nog praktische appjes sturen (dit doe ik al een paar maanden zo veel mogelijk) en – dit is nieuw – me bij elk app-contact afvragen of ik dit ook op een andere, directere manier kan oplossen.

Dan vraag je je vast af: waarom?
Gedachten hierover:

WhatsApp is ook van Facebook. En Facebook is een kutbedrijf, benadrukte Alexander Klöpping onlangs nog maar eens. Ook al heb ik geen Facebook of Instagram (ook van FB) meer; zolang ik WhatsApp gebruik, is alle inhoud die ik daar deel – tekst, foto, video, locatie en vast nog meer waar ik geen weet van heb – in het bezit van een gigantisch rotbedrijf dat het niet zo nauw neemt met privacy. Scary shit.

We denken met z’n allen dat een appje sturen sneller en handiger is dan bellen, maar eigenlijk is dat niet zo. Stel, je appt een vriendin met wie je hebt afgesproken om te vragen hoe laat ze er is. Dan gaat dat zo:

Jij stuurt het berichtje. Je vraagt je half-onbewust steeds af of ze al gereageerd heeft (want het is handig om te weten hoe laat ze arriveert), en checkt dus steeds tussendoor je telefoon. Zij ziet op een gegeven moment jouw appje, onderbreekt waarschijnlijk haar huidige activiteit om op jou te reageren. Daarna weet ze nog niet of jij haar bericht ook hebt gezien – en stel dat ze nog een vraag heeft (‘Zal ik een spelletje meenemen?’) dan is zij dus ook weer haar telefoon aan het checken om te zien wat jij daarop antwoordt. Jij ziet op een gegeven moment het berichtje binnenkomen, stuurt een duimpje omhoog – en klaar.

Stel je voor dat je in plaats daarvan je vriendin opbelt om te vragen hoe laat ze er is. Dan gaat het zo:
Jij: Hoi! Ik vroeg me af hoe laat je er bent, straks. Wat is je plan?
Zij: Nou, ik wilde om vier uur hier vertrekken, dan ben ik rond vijven bij jou. Zal ik Terraforming Mars meenemen?
Jij: Ja, leuk! Gezellig, goede reis. O ja, ik heb trouwens carrot cake-muffins gebakken.
Zij: Hmmm lekker, ik verheug me erop. Tot straks!


Zie je? Het tweede gesprek is korter, directer én je hebt stiekem ook nog wat extra informatie uitgewisseld (lekkere muffins). Bovendien heb je veel meer rust in je hoofd, want na het gesprek weet je wat je moet weten en kun je door met wat je aan het doen was.

Geschreven gesprekken (appjes) lijken rijker en directer, maar als je elkaar echt spreekt (telefonisch of live) wissel je ongemerkt veel meer informatie uit.
Je ziet het al aan het voorbeeld hierboven. En neem nou gisterochtend. Ik kreeg een appje van mijn lieve vriendin S, of ik zin had om wat af te spreken. Bijna automatisch begon ik aan een berichtje terug en toen dacht ik: wacht, nee, ik bel.

Ze nam op, zat op haar werk, ik zei dat ik zéker wilde afspreken en vroeg hoe het daar was, kreeg wat te horen over de drukte en hoeveel collega’s er nu waren (waardoor ik meteen een beter beeld heb van haar werkplek). Ze vroeg hoe het met mij was, ik vertelde kort wat over mijn kerstvakantie, sloeg een bruggetje naar de afspraak, zij zei dat ze veel tijd heeft komende weken, ik stelde vrijdag voor en zij reageerde enthousiast. We schreven de datum in onze agenda, wensten elkaar een fijne dag en hingen op.

Dit alles duurde nog geen zes minuten.

Daarna glimlachte ik vanbinnen (want leuk om de stem van S even te horen en leuk om haar vrijdag te zien), en kon ik zonder afleidend zou-ze-al-gereageerd-stemmetje in mijn hoofd beginnen aan deze blog.

Voice-messages kosten TWEE KEER zo veel tijd als direct een gesprek voeren. We denken dat we tijd besparen met voice messages – en vooral, dat het handig is dat de ander deze kan luisteren wanneer het hem of haar uitkomt.
Maar als je erover nadenkt: een voice message kost je het dubbele aantal minuten. Ga maar na: jij praat bijvoorbeeld vijf minuten een monoloog in je telefoon, en vervolgens kost het je vriendin vijf minuten om die monoloog af te luisteren. Dan ben je 10 minuten verder voor de boodschap over is gekomen, terwijl dat in een live (of telefonisch) gesprek maar 5 minuten zou zijn.

We denken dat we appen ‘omdat je iemand dan niet stoort in zijn bezigheid’. In werkelijkheid is het juist WhatsApp dat ons steeds stoort. Al die onafgemaakte gesprekken (‘zou hij al gereageerd hebben?’) zorgen voor ruis in je hoofd. En denk eens na wat er gebeurt als je uit gewoonte je telefoon checkt tijdens een sociale afspraak, en plots ziet dat een vriendin een heel verhaal heeft gestuurd over haar liefdesperikelen en hoe rot ze zich daarover voelt.

Ik voel me dan in elk geval toch soort van verplicht om meteen te reageren – zeker als de betreffende vriendin online is, misschien zelfs nog aan het typen is en dus ook ziet dat ík online ben. Beetje lullig dan om zo’n appje te laten liggen, en bovendien ben ik hoe dan ook afgeleid van het gesprek dat ik eigenlijk aan het voeren was (of het stuk dat ik speelde op de piano, of de mooie natuur om me heen tijdens het hardlopen).

Zouden we de gewoonte hebben gehad om te bellen, dan kan ik op dat moment kiezen of ik opneem (en als ik inderdaad iets anders aan het doen ben, mis ik waarschijnlijk de oproep). In dat geval bel ik terug zodra het me uitkomt. Kortom, juist bij bellen heb je meer regie over je tijd en over wanneer – en op welke manier – je informatie krijgt.

We appen dingen die we urgent vinden (en waarvoor e-mail te ‘langzaam’ is). Dat maakt dat we steeds maar weer WhatsApp blijven checken – om te kijken of er urgente dingen zijn. Dit leidt continu af.
Dit valt me op nu ik vaak mijn telefoon urenlang ergens boven heb liggen terwijl ik zelf beneden ben. Pak ik hem erbij, dan heb ik regelmatig appjes die inmiddels niet meer relevant zijn.
– “Ik sta nu in de supermarkt, moet ik nog wat voor je meenemen?”
– “Hoi, ben je thuis?”
– “Weet jij hoe laat we straks bij X moeten zijn?” (half uur later) “O laat maar, ik heb het al gevonden.”
– “Zin om zo mee te gaan sporten?” (twee uur later) “Nevermind, ik ben al geweest ;-)”

Het grappige is dat de écht urgente dingen (in de categorie ‘familielid ligt in het ziekenhuis’) vrijwel nooit via WhatsApp gebeuren. Dan gaan we tóch bellen om er zeker van te zijn dat het nieuws snel aankomt.

Appen voelt nauwelijks als ‘een gedeelde ervaring beleven’. Bellen of elkaar zien wél. Ik bedoel, hoeveel procent van de appgesprekken die jij nog hebt gehad afgelopen jaar waren zo memorabel dat je je ze nog kunt herinneren? Ik denk dat ik op hooguit drie tot vijf gesprekken kom – van de honderden (duizenden?) appjes die ik kreeg en stuurde. Terwijl ik me nog precies herinner dat ik S even belde toen ik net de sleutel van mijn nieuwe huis kreeg, dat E mij belde om te vertellen dat ze de voortuin hadden ingericht, en dat ik laatst met A belde in de auto op weg naar huis.

Foto’s delen vind ik een leuk en handig ding aan WhatsApp. Maar hé, dat kan ook per mail, zei E (mijn vriendinnetje-zonder-WhatsApp) terecht. Natuurlijk kun je niet van je vrienden verwachten dat zij jou voortaan alles mailen dat ze ook al appen, maar je kunt er wel zelf om vragen.

Tot slot, zoals een wijze collega ooit al zei: gebruik genereert gebruik. Als jij meer appt, krijg je ook meer appjes, waardoor je weer meer gaat appen. En als mensen weten dat WhatsApp een snelle manier is om jou te bereiken, gaan ze je eerder appen dan bellen als ze een urgente vraag hebben. Zo houd je je eigen gewoonte in stand…

Goed, genoeg om over na te denken dus. Ik vind het interessant om te zien wat er gebeurt als je probeert ‘los te breken’ van de gewoonte om zo veel sociaal verkeer via tekstberichtjes te laten gaan. Zelf heb ik dat een groot deel van mijn leven gigaveel gedaan – en dat was leuk en goed. Nu is het tijd voor wat anders.

Wil je ook minderen met WhatsApp? Vijf tips:

  1. Verwijder de web/desktopversie van WhatsApp uit je browser. Juist hier merkte ik dat ik vaak en veel lange gesprekken ging voeren.
  2. Zet overdag regelmatig een tijdje je 4G-bundel uit. Zo krijg je geen nieuwe appjes binnen – lekker rustig!
  3. Vertel je vrienden dat je WhatsApp voortaan alleen nog functioneel wilt gebruiken (en dus niet meer om gesprekken te voeren). Zo voorkom je misverstanden als jij ineens korter en trager reageert dan anderen van je gewend zijn.
  4. Zet alle meldingen en notificaties uit. Kortom, zorg ervoor dat je smartphone niet meer gaat trillen, geluidjes maakt, scherm-meldingen of rode bolletjes geeft als je een appje krijgt. O ja, en verplaats WhatsApp ook naar het derde of vierde scherm van je smartphone – uit het zicht, zodat je niet steeds getriggerd wordt als je je telefoon aanzet.
  5. Bedenk bij elk appje dat je wilt sturen of je dit niet ook op een andere manier kan regelen. Bijvoorbeeld met een mailtje, als het niet urgent is. En bellen is in het begin misschien een drempel (en kan ‘overdreven’ aanvoelen), maar in mijn ervaring is het veel makkelijker en sneller dan je verwacht.

0

hangmat

Tja, die migraineaanval van gistermiddag had natuurlijk iederéén kunnen zien aankomen. Nou ja, behalve ikzelf, want ik heb bijna nooit migraine. Drie jaar terug kreeg ik dat voor het eerst en tot nu toe zijn de aanvallen op één hand te tellen (dat wil zeggen, tót nu, want dit was de vijfde keer).

Hoe dan ook: stress, onrust, bezigheid. Het was hoog tijd om even terug te schakelen. En dus ging ik vandaag niet, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, keihard aan de slag met m’n nieuwe artikel voor Radboud Magazine. Nee, ik boekte een dagje sauna, zomerarrangement mét lunch en massage, hup, lekker in m’n uppie reed ik naar Soesterberg (is maar een kwartiertje rijden vanaf hier, hoe chill!).

Het eerste uur was mijn hoofd druk druk druk. Ik was niet eerder bij deze thermen geweest en wilde meteen alles zien, overzien, snappen. Nee Susie, zei ik toen tegen mezelf. Begin maar gewoon ergens. En ik dook de eerste de beste sauna in.

Daar, in de hitte, kwam langzaam de ontspanning. O, eerst niet, want er zaten allemaal mensen te kletsen (ZIEN JULLIE HET BORDJE ‘STILTE’ NIET?!) maar na die eerste sessie en de koude douche begon het te komen. Ik liep naar een afgelegen bankje, staarde naar de bomen en het labyrint dat voor me lag, probeerde hier te zijn en te voelen.

Bij de lunch nam ik een glas wijn. Dat doe ik normaal nooit in de sauna, sterker nog, ik snapte nooit waarom zo veel mensen in de sauna alcohol drinken en waarom het überhaupt op de kaart staat, ik wil altijd alleen maar water en sapjes drinken tijdens zo’n dag. Bovendien, raak je van alcohol niet juist verder weg van jezelf?

Zo mijmerde ik, en uiteindelijk dacht ik, ja maar ik heb nu gewoon zin in een glas wijn, in de smaak ervan en het ontspannende effect, wat doe ik moeilijk, vandaag gaat ook om even niet al die regeltjes, niet hard zijn.

Ik las pagina’s en pagina’s in mijn boek, pakte verschillende sauna’s en dan altijd helemaal bovenin, op het heetste punt en dan lekker lang, deed een paar opgietingen, hing tussendoor in relaxte stoelen of in een hangmat.

En o, die massage, wat was dat fijn. 25 minuten had ik, nou, ik wil ook wel een keer een uur. Moet ik eigenlijk dan toch eens doen, bedacht ik me, want waarom wel 60 euro uitgeven aan een etentje maar niet aan zúlke goede zorgen voor mijn eigen lijf?

Lang verhaal kort: zo’n saunadagje is goed. Alleen zijn is goed. Niet te veel hoeven, is goed. Man, ik krijg ineens zin om ruimte te maken in mijn agenda, het is alweer zo volgetimmerd allemaal, wat zou het fijn zijn om tijd te hebben om zomaar eens een week te gaan wandelen, of aanrommelen.

Gelukkig heb ik het ook weer niet zó slecht getroffen: nog een kleine maand, dan rijden B en ik naar Italië. Mijn telefoon laat ik dan weer thuis (gouden tip jongens, echt) en dat wordt dan twee weken in het kampeerbusje van zijn ouders, met een boek aan het water, wandelen in de bergen en natuurlijk briljant eten en goede wijn.

Ik kan niet wachten.

0

Niet druk

“Als ik zeg dat ik geen tijd heb, is dat niet omdat ik druk ben. Dat is juist omdat ik niet druk ben en dat zo wil houden.”

Dat twitterde journaliste en schrijver Lianne Marije Sanders vorige week. En eigenlijk loste Lianne met die tweet in één zin mijn eindeloze gepieker op. Sinds ik een klein jaar geleden besloot om eindelijk eens structureel SUUSTIJD te maken in mijn leven (in plaats van vooral continu me aan te passen aan ieders agenda zonder me serieus af te vragen hoe ik mijn tijd in wil delen), zat ik namelijk met de vraag:

Hoe zeg ik tegen mensen dat ik niet kan afspreken, terwijl ik drie vrije avonden heb en ook nog genoeg gaatjes in m’n weekend? 

Het voelt altijd een beetje als onoprecht, als niet-eerlijk, wanneer ik zeg “ik kan niet” terwijl ik nog wel ergens in mijn week een vrij moment heb. Gevolg: ik zei nooit “ik kan niet”, tenzij ik écht niet anders kon. Overigens zegde ik daardoor ook best vaak afspraken af, want ja een agenda zonder lucht, dat trekt natuurlijk niemand… met als gevolg juist teleurgestelde en gefrustreerde vrienden en meer schuldgevoel bij mij.

Anyways. Dat veranderde dus. Ik ging wél “nee” zeggen. Suustijd is net zo belangrijk als tijd met mijn beste vrienden, vind ik nu. Als ik die momenten steeds verschuif wanneer anderen iets vragen, gedraag ik me in feite respectloos naar mezelf. Laat ik mezelf in de steek. Wil ik compassievol leven, dan moet ik ook de ruimte die ik nodig heb, en de afspraken die ik met mezelf maak, serieus nemen.

Maar ja, leg dat maar eens uit, in een wereld waarin het nog steeds hip is om het druk te hebben. Ik kon het voor mijn gevoel nooit maken om een lunchdate met een vriendin te weigeren en vervolgens diezelfde middag een hardloopselfie te maken. In mijn hoofd zegt die vriendin dan: huh, had je wel tijd? Je kon toch gewoon? Ben ik niet belangrijk voor je?

Voor de duidelijkheid: ik zeg hier niet voor niets in mijn hoofd. Die vriendin zegt dat helemaal niet, dit is mijn eigen oordeel. Want nu ik wél gewoon de ruimte pak – en er vaak ook gewoon bij zeg dat ik me-time nodig heb – vindt niemand dat raar. (Duh, ik vind het zelf toch ook niet stom als mensen hun grenzen aangeven? En dan nog, anders is dat mijn probleem en niet dat van die ander.)

En dus heb ik de laatste weken misschien wel net zo veel ruimte in m’n agenda als toen ik in Taiwan woonde. Drie grote voordelen hiervan:

  1. Ik kijk weer echt uit naar sociale activiteiten, verheug me erop, in plaats van dat ik alleen maar van het ene naar het volgende ren. En misschien gek, maar ik heb het gevoel dat gesprekken en momenten ook scherpere herinneringen worden (maar dat kan ook komen doordat ik veel minder vaak wijn drink ;-)).
  2. Ineens heb ik ruimte voor nieuwe hobby’s, zoals bikram yoga, pianospelen en in de zon zitten op mijn balkon.
  3. Ja, ik zie minder mensen, en ja, voel soms het verlies van hen die ik heb laten gaan of zij die mij hebben laten gaan. Maar ik voel steeds meer verbondenheid met m’n beste vrienden. Ik hoop dat zij dat ook voelen: ze zijn niet meer één uit tientallen.

Niet meer druk dus. Dank je Lianne, je hielp me weer een stapje verder. Want nee, ik vlieg niet meer van het ene naar het andere (oké, meestal dan). En dat wil ik graag zo houden.

0