• Tilburg Ten Miles: het verslag

    Zo’n beetje meteen nadat ik op 4 september over de finish van de Tilburg Ten Miles kwam, vloog ik door naar huis om mijn spullen te pakken. De volgende ochtend zat ik met Tom in de auto naar Frankrijk.

    En nu zijn we plots alweer bijna een maand verder.

    Dat neemt niet weg dat ik graag nog schrijf over dit loopfestijn, dat qua prestatie mijn beste hardloopwedstrijd tot nu toe was. Als ik naar de gegraveerde finishtijd op m’n medaille kijk, kan ik me eigenlijk nauwelijks meer voorstellen dat ik dat écht heb gelopen…

    Goed, jullie weten wellicht dat ik wel het een en ander aan voorbereiding had gedaan. Met oog op de halve marathon van Eindhoven (9 oktober) liep ik in augustus 100 kilometer hard en ik tikte ook weer een paar lange afstanden (15, 16 en 17 km) aan.

    Toch had ik totaal niet de intentie om de Tilburg Ten Miles snel te lopen. Ik wist dat ik van het groepje waarmee ik startte (Eline, haar twee zussen en hun vader) veruit het langzaamst zou zijn. Zij gingen voor een tijd tussen de 1:25 en 1:30 uur, ik durfde héél zachtjes en voorzichtig 1:35 als doel te noemen – maar dat is al sneller dan 10 kilometer per uur.

    “Ik wil gewoon een lekkere race lopen”, zei ik daarom voor de start. Liefst op gemiddeld 10 kilometer per uur (met die snelheid liep ik in maart de CPC), maar liever wat langzamer en genieten dan een toptijd en kilometers lang afzien.

    Maar ja hè, je weet hoe dat gaat. Eenmaal van start komt er dan toch een Ambitieuze Suusie in mij naar boven. En dan loop je ontspannen, loop je lekker én staat er langs de hele route geweldig publiek – waaronder Elines moeder en haar vriend, die in recordtempo de stad doorfietsten om ons op meerdere plekken aan te moedigen. Woei, dan is er plots véél meer mogelijk dan je ooit had gedacht.

    20160904_130338

    OP NAAR HET STARTVAK

    Na een veel te korte nacht slaap (Tom vierde zaterdagavond zijn verjaardag dus ik lag om half drie in bed) bakte ik zondagochtend een stapel pannenkoeken. Door het licht brakke gevoel in mijn maag –  nee geen wijn, gewoon slaaptekort – kreeg ik er geen zes weg, maar slechts drie. Niet enorm handig, maar ja. Met langere wedstrijden is het altijd zo enorm aanvoelen & afwegen hoeveel je moet eten en drinken: kort van tevoren niet te veel (want dan zit het voedsel in de weg), maar ook niet te weinig (want gevaar van hongerklop!).

    Na een klein uurtje in de trein kom ik aan in Tilburg. Ik kleed me om en vind al gauw Eline en haar familie. Samen lopen we naar het startvak. Tevergeefs zoeken we naar pacers; die zijn er normaal gesproken elk jaar bij de TTM, maar dit jaar blijkbaar niet. Ik kan er ook nergens informatie over vinden, beetje gek.

    En dan klinkt het startschot en gaan we al!

    KM 1-4

    Rustig starten, dacht ik, maar ook weer niet té rustig. De eerste kilometers is het altijd weer even zoeken naar een lekker ritme. Bovendien voel ik soms ‘ineens’ allerlei pijntjes (knie/scheen/zij/etc..), maar als je een aantal wedstrijden hebt gelopen weet je dat je daar gewoon even ‘doorheen’ moet en dat het ook weer weg gaat.

    Na twee kilometer stonden daar Joep en Lia! Wow, hen zien gaf me en enórme boost van energie. Ineens realiseerde ik me: “yeah, ik loop hier, ik loop de ten miles en het gaat goed!” (Dat ik nog maar twee kilometer had gelopen wist ik natuurlijk ook wel, maar toch.)

    screen-shot-2016-10-01-at-18-59-01

    KM 5-12

    Volgens mijn app liep ik al de hele tijd onder de zes minuten per kilometer. 5’57, 5’55, 5’53… Op een gegeven moment werd het een beetje een spelletje: kan ik hier onder blijven? Dat ik nog best een eind moest, probeerde ik maar te vergeten, want tot dusver ging het best lekker.

    Sommige delen van de route herkende ik van vorig jaar, toen ik de 10K liep tijdens dit evenement. Nu plakten we er natuurlijk hier en daar wat lusjes aan. Bij kilometer 10 (57:05 minuut, zei mijn app) realiseerde ik me dat ik deze 10K nu al sneller had gelopen dan vorig jaar. Wow! Nog maar zes km en een beetje te gaan.

    KM 12-16,1

    Okee jongens, ik kan er kort over zijn: zo rondom kilometer 12 kwam de man met de hamer. HONGER ineens, niet normaal. Dom van me ook, ik had gewoon – net als bij de halve marathon – wat Dextrootjes en gedroogd fruit moeten meenemen voor onderweg. Had ik niet gedaan, omdat ik er eigenlijk wel vanuit ging dat er posten AA-drink zouden zijn. Ai, dat was dus niet zo… er was steeds alleen water.

    Ik herinner me een punt waarop ik door vrolijk versierde straten liep, waar langs de stoep overal mensen stonden om de lopers aan te moedigen. Velen hadden een klapstoeltje erbij gepakt en zaten daar zeg maar te chillen – met eten en drinken. Nou, in mijn hoofd was het op dat moment een heel realistische optie om het trosje druiven van de schaal te grissen. O, ik herinner me ook een vrouw die een KOUD FLESJE COLA stond te drinken… Wat moest ik me beheersen om niet te stoppen en te vragen of ik alsjeblieft een slokje mocht.

    OK, door, Suusie. Ja, ik raakte vermoeid maar nee, stoppen wilde ik niet. Nu stoppen betekende het ‘werk’ van de afgelopen kilometers – op weg naar een droomtijd – teniet doen. Twintig minuten doorbijen Suusie, dat kun je best, vertelde ik mezelf. Ik probeerde weer in de looptrance te komen en dat lukte nog best aardig. Zeker toen ik Lia en Joep weer tegenkwam: wat een energie geeft het om fijn publiek aan de kant te hebben.

    Rond kilometer 12- ik kon nog lachen!
    Rond kilometer 12- ik kon dus toch nog lachen!

    Daar was de Korte Heuvel al, waar het pad door een ‘erehaag’ van cafebezoekers liep. Tja, op dat punt kun je het eigenlijk al niet meer gaan maken om te wandelen. (En sowieso: zeer deden m’n benen toch al, stoppen zou dat alleen maar erger maken.)

    Nog 300 meter, 200, nog een hoekje om, eindsprintje…. Ik perste alles wat ik had er nog uit en haalde vlak voor de finish nog wat mensen in. YES! Ik had het gedaan!

    En dan jongens, o dan komt de euforie. Wie ooit een hardloopwedstrijd heeft gelopen, weet wat ik bedoel. Dan is het zo heerlijk om te weten dat je alles hebt gegeven, dat je echt je krachten hebt gemeten. Enigszins wankel liep ik door, kreeg mijn medaille en EEN APPEL EN EEN FLESJE AA-DRINK OH YES.

    Jeetje, wat is zo’n stuk fruit dan lekker.

    NA DE FINISH

    Gelukkig vond ik na niet al te lang zoeken Eline, Lia en Ilse. Via de TTM-app konden we mijn eindtijd bekijken: 1:31:52! Dat scheelde maar zes seconden met Elines vader. De drie zussen liepen allemaal natuurlijk toptijden – iedereen was volgens mij meer-dan-tevreden met z’n prestatie en had lekker gelopen.

    Nog even een groepsfoto…

    cimg6151-1

    …en toen was het voor mij alweer hoog tijd om terug naar Utrecht te gaan. Thuis wachtte me het karwei van inpakken-voor-de-kampeervakantie. Met pijnlijke vermoeide benen weliswaar, maar ook met mentaal een enorme boost en een mega-tevreden gevoel. Wat is de TTM toch een leuke wedstrijd – heel veel geweldig publiek, muziek, een leuke afwisselende route en fijne sfeer.

    Wie zie ik volgend jaar ook aan de start?

     

     

    0
  • Van 48 naar 94 kilometer & nog zes dagen tot de Tilburg Ten Miles

    Yes, ik ben er bijna! Nog 5,5 kilometer te gaan en dan heb ik mijn maanddoel van 100 kilometer gehaald. Feest!

    Zaterdagochtend ging ik op tijd uit bed om samen met vriendinnetje V. 16 kilometer te lopen. Hoewel het even wat moeite kost om mezelf vóór acht uur uit bed te slepen, begin ik ochtenden lopen in het weekend steeds meer te waarderen. De wereld is nog stil, hier en daar kom je al andere lopers tegen en met een beetje geluk is het – zoals gisteren – strálend weer.

    En dan kom je om elf uur thuis en heb je het gewoon al gedáán – en de rest van het weekend een voldaan gevoel. (Dit in tegenstelling tot de weekenden waarin ik er de hele dag tegenop hik om nog te gaan lopen, uiteindelijk niet/korter ga en achteraf baal van mezelf.)

    runnning

    Opschroeven

    Goed, nu liep ik dus al 94, 5 km in augustus. Ter vergelijking: het afgelopen halfjaar liep ik meestal tussen de 40 en 65 kilometer per maand. En in juni liep ik vrijwel niet, vanwege mijn ongeluk.

    Dat ik het aantal kilometers flink heb opgeschroefd, is te merken, want:

    • Ineens heb ik weer de hele dag door honger HONGER. (Vooruit, trek, kindjes in Afrika hebben honger, I know.) Dat was tijdens m’n vorige halve-marathontraining in januari ook z0. Dat je zo veel kilometers loopt, dat je er bijna niet tegenop kunt eten. Nu houd ik gelukkig van eten, maar er zijn toch ook wel momenten dat het irritant wordt. En ik uit ergernis dus maar iets calorierijks/ongezonds naar binnen werk, om een tijdje geen trek te hebben. Niet slim, I know, dus iemand betere tips?
    • Mijn broeken zitten wat strakker om m’n benen. Uh wat? Nee, van hardlopen word je niet dik, maar dat je bovenbenen gespierder worden merk je wel een beetje. Niets extreems hoor, gelukkig. ;)
    • Ik betrap mezelf erop dat ik elke vrije minuut denk: ‘zal ik nog een rondje gaan?’ Ook als ik die dag al geweest ben. Het lopen zit dus in elk geval weer in m’n systeem, en dat is fijn.
    • Was ik ruim een maand geleden nog ZO ONTZETTEND ZENUWACHTIG voor de halve marathon, inmiddels krijg ik er steeds meer zin in.

    Maar eerst nog de Tilburg Ten Miles! Over minder dan een week sta ik aan de start. Startnummer is al binnen en komende week tref ik de laatste voorbereidingen. Dat betekent vooral: op tijd naar bed, even geen alcohol drinken en niet al te veel kilometers rennen.  Vanavond loop ik er nog zes. Woensdag nog acht en dan is het rusten tot zondag.

    startnummer

    Een dag later, op 5 september, vertrekken Tom en ik voor twee weken naar Zuid-Frankrijk. We gaan kamperen, nazomeren en heel veel chillen. Natuurlijk gaan mijn hardloopschoenen mee, maar mijn telefoon laat ik thuis, net als de vorige twee jaren. Even afkicken en zo en écht loskomen van het gewone leven. (En ook zónder Nike-tracking-statistiekjes kan ik vast prima stukken lopen, toch?)

    Zover is het nog niet: eerst nog één laatste weekje werken. Vandaag, morgen en overmorgen bij Einder en donderdag bij NU.nl. Even knallen nog – ik heb er zin in.

    Wie van jullie zie ik in Tilburg?

    0
  • #SUMMERRUNNING: ik geloof dat de knop om is

    In de winter maakte ik mezelf graag wijs dat “hardlopen in de zomer toch veeeeel makkelijker is, want dan is het warm en licht buiten”.

    Dat bleek dus een gevalletje zelfoverschatting.

    Want ja, de zomer is natuurlijk óók de tijd van terrasjes in de zon. Van wijntjes op het balkon. Van tonnen energie om ‘s avonds nog van alles af te spreken met vrienden. En natuurlijk van weekenden/weekjes weg, de tijd van vakantie.

    Er is, kortom, ontzettend veel afleiding en áltijd wel een reden te bedenken om niet te gaan rennen.

    Natuurlijk zijn er ook altijd redenen te bedenken om wél te gaan - dit uitzicht bijvoorbeeld. Het is maar waar je de focus op legt, hè...
    Natuurlijk zijn er ook altijd redenen te bedenken om wél te gaan – dit uitzicht bijvoorbeeld. Het is maar waar je de focus op legt, hè…

    Sterk & energiek

    Maar ja hè, na een rondje hardlopen voel je je wél altijd kiplekker (zomer of winter!). En je de rest van je tijd sterk & energiek voelen is ook wat waard. Bovendien: al die lekkere stokbroodjes-in-het-park en ijsjes-in-de-stad zijn leuk, maar het is ook wel fijn om je eind augustus niet te voelen als een opgeblazen zeekoe.*

    En had ik al gezegd hoe móói de zomerochtenden en – avonden zijn, buiten in de velden?

    Aangezien de halve marathon nog minder dan  TWEE MAANDEN van me verwijderd is, werd het de hoogste tijd om eens een wat serieuzer plan de campagne maken.

    Nu houd ik me nooit aan superstrakke schema’s – daar raak ik alleen maar gefrustreerd en chagrijnig van en het moet wel leuk blijven – maar een paar richtlijnen kunnen geen kwaad.

    kilometers2

    Rondje Singel

    Dus nadat ik vorige week ietwat paniekerig schreef dat ik nog maar 3 kilometer had gelopen deze maand, gaf ik mezelf een figuurlijke schop onder m’n kont. Drie trainingen in de week wil ik vanaf nu weer doen, grofweg als volgt:

    • 1x een ‘rondje Singel’ om het centrum van Utrecht heen, à 7,5 km (met een uitschieter naar 9 km als ik de smaak te pakken heb, zoals gisteren!)
    • 1x een kort rondje van 2-4 km
    • 1x een duurloop langer dan 10 km (en in elk geval nog een keer 15, 16, 18 en 20 kilometer lopen)

    De allerbeste manier om mezelf naar buiten te schoppen, blijkt hardloopdates plannen om samen te lopen. Vorige week liep ik twee keer een lang stuk – met Eline en met Chaim – en gisteren liep ik samen met Myrthe een rondje Singel. Nu staat de maandteller ineens op ruim 48 kilometer!

    kmprivacy
    Op de vroege zaterdagochtend ging ik om 8:00 uur (!) de deur uit om samen met Eline 15 kilometer te lopen. Het werden er 17, want soms heb je van die dagen waarop alles meezit. En wat is dat lekker lopen langs het kanaal!
    lentkm
    Samen met Chaim liep ik in Lent (bij Nijmegen) 12 kilometer op een zonnige woensdagavond. Mijn app deed in het begin een beetje raar, dus hier de laatste kilometers. ;)

    Goed, ik lig dus *eindelijk* weer een beetje op schema. De knop is om, geloof ik. En dat voelt eigenlijk best ontzettend lekker. Ja, natuurlijk had ik na die 17 kilometer de rest van de dag zere benen. Maar een dag later voelde ik me alweer helemaal hersteld.

    Langzaam borrelt er iets op dat ik eigenlijk niet meer had verwacht: best wel veel zin in die halve marathon. Doel voor deze maand: de 100 kilometer aantikken.

    Want kom op jongens, de zomer is nog laaaang niet voorbij. En het is een heerlijke tijd om te lopen. Dus, doe je mee met #SUMMERRUNNING?

     

    * Niets ten nadele van zeekoeien natuurlijk!

     

     

    0
  • Hardlopen: ik moet nu eindelijk maar eens kilometers gaan maken

    Over twee maanden en één dag is het zover: de halve marathon van Eindhoven.
    En ik heb in augustus nog maar drie kilometer hardgelopen.

    Uh, ja.
    Ter vergelijking: in voorbereiding op de CPC-loop begin maart liep ik in januari precies 101 kilometer. Mijn plan is/was om dat record in augustus te evenaren.

    Je kunt dus wel stellen dat er werk aan de winkel is.
    Zomerse terrasmiddagen en gezellige weekenden of niet, als ik op 9 oktober een beetje vol vertrouwen aan de start wil staan moet ik NU echt wat serieuzer gaan trainen.

    Na de val

    Na mijn ongeluk in juni kon ik natuurlijk een tijdje niet hardlopen. Een maand, om precies te zijn – en daar heb ik eigenlijk nog ontzettend veel geluk mee gehad. Inmiddels gaat het gelukkig stukken beter en ik ben dus ook alweer een maandje aan het trainen.

    Toch vond ik het in juli moeilijk genoeg tijd te vinden om drie keer in de week te lopen – wat ik eigenlijk wel graag wil doen. Dat kwam vooral omdat ik veel werkte (45 uur per week plus 2-3 uur reistijd per dag), waardoor er eenmaal thuis weinig tijd en/of energie over was om een rondje te lopen.

    Soms koos ik er in de avond dan ook bewust voor om thuis op de bank te blijven, omdat ik aanvoelde dat dát was wat ik (en mijn lijf) op dat moment nodig had.

    66 kilometer

    Gelukkig is het ook niet zo dat ik helemaal niet liep! Sterker nog, ik liep ‘gewoon’ weer twee keer in de week en tikte zelfs alweer een keer de 14 kilometer aan. In totaal liep ik in juli 66 kilometer.

    En steeds weer als ik mezelf dan naar buiten heb gesleept, realiseer ik me weer: ik houd van lopen in de zomer. Lekker ‘s avonds nog even in korte broek naar buiten voor een rondje, terwijl het nog licht en warm is. Gek of niet, ik vind lopen in de hitte best lekker. In elk geval loop ik véél liever in de brandende zon dan in de snijdende januariwind.

    De laatste tijd train ik ook regelmatig samen met vrienden. Dat vind ik een geweldige stok achter de deur, zeker voor langere stukken. Met z’n tweetjes 10, 12 of 15 kilometer lopen is een stuk fijner én gezelliger dan in je eentje. Zo coachte ik vorige week mijn goede vriend de Journalist naar zijn eerste 10K! (En mocht iemand uit Utrecht dit lezen en denken: hé, samen lopen is leuk, laat het me gerust weten!)

    IJkpunt

    Die halve marathon begint langzaam dichterbij te komen, maar eerst is er nog een ander moment waar ik m’n krachten kan meten. Op zondag 4 september loop ik samen met mijn vriendin de Keukenprinses, haar vader en zusje de Tilburg Ten Miles.

    Dus zondag stond mijn eerste 15 kilometer-training in maanden gepland. Eindelijk, dacht ik.

    Maar…toen stootte ik zaterdagavond kéihard mijn knie aan de deurpost. Met een paars, pijnlijk ei erop was het toch lastig lopen.

    Nu de pijn een stuk minder is, heb ik geen excuus meer. Inplannen die hap en GAAN. Zin of niet, weer of geen weer. En desnoods dan maar ná dat wijntje op het terras. Da’s dan weer een voordeel van die lange dagen.

    Hoe ik die trainingen dit keer precies ga aanpakken? Dat lees je morgen!

    En dan nu aan de slag- vanavond loop ik een rondje Singel.

     

    0
  • 15 KM Loop van Leidsche Rijn – het verslag

    Zondag was het, nog maar een week na de Marikenloop, alweer tijd voor een hardloopwedstrijd. Samen met Eline deed ik mee aan de Loop van Leidsche Rijn, een route van 15 kilometer aan de westzijde van Utrecht.

    Gek is dat toch, hoe je perceptie van afstanden verandert. Nog geen half jaar geleden liep ik de Bruggenloop van Rotterdam, mijn eerste 15 kilometer-wedstrijd. Ik had toen nog maar één keer die afstand gelopen en was best zenuwachtig of ik het zou halen. Daarna liep ik in maart de CPC-loop (21.1 km), waarvoor ik regelmatig afstanden van 15 kilometer en langer moest trainen.

    Ineens leek die 15 kilometer nu in mijn hoofd een stuk kleiner dan in december.

    Maar ja, hè, het is en blijft nog steeds vijftienduizend meter die je moet afleggen in een redelijk tempo. En de afgelopen maanden had ik, in voorbereiding op de Marikenloop, vooral getraind op snelheid (en dus korte afstanden).

    Met andere woorden: ik stond zondagochtend toch énigszins met zenuwkriebels in de keuken een stapel pannenkoeken te bakken. Gelukkig leek het weer mee te vallen – er was onweer en zware regen voorspeld, maar vooralsnog was het droog.

    Rond de middag fietste ik naar Eline en samen crossten de brug over naar Leidsche Rijn. Gek hoor, om die route te fietsen nu ik er niet meer woon. Wat tot voor kort de weg naar huis was lijkt nu ineens een hele onderneming. Over perceptie gesproken!

    elinesuusllr
    Klaar voor de start…

    Rond kwart voor 1 waren we op het festivalterrein. Yes, nu kreeg ik er zin in! Kraampjes, muziek en overal felgekleurde lopers. Toen ik mijn startnummer ophaalde, kwam ik toevallig een collega van de Volkskrant tegen. Zij ging ook de 15 kilometer doen (‘Succes!’, ‘Jij ook!’).

    We hadden nog bijna een uur om te rekken, onze tassen weg te brengen, drie keer op de Dixi te gaan, warm te lopen en genoeg, maar niet té veel water te drinken. Om 14 uur zouden we starten.

    Als je een hardloopwedstrijd gaat doen, zul je merken dat er van tevoren altijd wat is. Je voelt ineens gekke pijntjes, je sluimerende blessure lijkt op te spelen, je moet tig keer naar de wc, je hebt plots honger terwijl je toch écht genoeg ontbeten had… Dit keer was het bij mij DORST, DORST en een enorm droge mond. Maar nadat ik m’n Dopper had leeggedronken, probeerde ik er verder geen gehoor aan te geven. Lopen met een klotsbuik is ook niet lekker, onderweg naar de wc moeten evenmin.

    IN HET STARTVAK

    Zeven voor twee, tijd om in het startvak te gaan staan. Fijn aan deze run is dat er niet enorm veel mensen meedoen – het was wel druk, maar niet massaal. Ik zwaaide Eline gedag, die een startvak vóór mij zou beginnen, want zij wilde een tijd van 1:15:00 neerzetten.

    Ikzelf had me er inmiddels bij neergelegd dat de kans op een PR heel klein was. 1:28:22 liep ik tijdens de Bruggenloop, maar de laatste keer dat ik méér dan 10 kilometer had gelopen was bijna twee maanden geleden. De run uitlopen, lékker lopen en genieten , dat was mijn doel vandaag. (En eigenlijk is dat gewoon altijd mijn doel, zelfs al heb ik een Streberige Suusie in me die telkens weer sneller wil.)

    KM 1-5

    En weg waren we! Ongeveer een minuutje nadat het startschot klonk (dat ik trouwens niet eens hoorde), ging ik zelf van start. De eerste kilometers liepen we in een lange sliert lopers. Gelukkig had ik geen last van mensen die voor mijn voeten liepen, Het Lint (de track om het Máximapark) was breed genoeg en iedereen liep een prettig tempo.

    Na ongeveer een kilometer merkte ik dat er een man in een wit t-shirt naast met liep die precies even snel liep als ik. Prettig, om zo in hetzelfde ritme te lopen. We bleven dat een paar kilometer lang doen; hoewel hij me nooit aankeek, zelfs niet even opzij keek, liepen we duidelijk naast elkaar.

    Regelmatig zag ik om me heen mensen met ‘motiverende’ teksten op de achterkant van hun shirts. Zoals: RUN IF YOU CAN, WALK IF YOU HAVE TO, CRAWL IF YOU MUST – JUST NEVER GIVE UP.

    En: IF YOU’RE GOING THROUGH HELL, KEEP GOING.

    Goed om in gedachten te houden. ;)

    Bij kilometer 5 was de eerste waterpost. Ik pakte een bekertje, wandelde een paar stappen en ging toen weer verder.

    KM 6-10

    De man in het witte t-shirt liep zo nu en dan een stukje voor me, dan weer even achter me, maar nog steeds vervolgden we (voor mijn gevoel) samen onze route. Ik probeerde af en toe naar hem te glimlachen maar hij keek stoicijns voor zich uit, ik weet niet eens zeker of hij me wel echt opmerkte. Hoe dan ook, ik vond het prettig om samen in hetzelfde tempo te lopen.

    Zo tikte ik de kilometers langzaam weg, muziek in m’n oren. Intussen zat ik nog steeds ver boven m’n verwachte pace; na de eerste kilometer liep ik 5’57, en ik schommelde nog steeds tussen 5’54 en 5’58. Terwijl ik 6’15 van plan was! Maar hé, het ging lekker, mijn ademhaling had ik onder controle en ik had wel het gevoel dat ik dit nog een tijdje vol kon houden.

    En langzaam begon ik te hopen: als ik dit tempo vast kan houden en op het eind nog een tandje bij weet te zetten, haal ik misschien tóch een PR…

    Bij kilometer 9 was weer een waterpost. Dankbaar dronk ik een bekertje leeg, wandelde weer een paar meter en vervolgde mijn route. Hier raakte ik mijn compagnon kwijt – hij stopte ook om te drinken en ik heb hem de rest van de wedstrijd niet meer gezien.

    KM 11-15

    Na kilometer 10 (58 minuten, 59 seconden!) besloot ik de snelheid wat op te bouwen. We liepen na wat omwegen inmiddels weer over Het Lint, de mij zo bekende hardlooptrack om het park heen. Hoe vaak heb ik het afgelopen jaar geen ‘rondje Máximapark’ gerend of gewandeld? Ik ken de bochten, bankjes, bosjes en overgangen, ze voelen vertrouwd.

    Na de Haarrijnse plas sloegen we het pad af richting Vleuten en kasteel De Haar. Nog minder dan vier kilometer, hield ik mezelf voor. Toegegeven: ik begon moe te worden en het was minder makkelijk om het tempo (5’54 per kilometer gemiddeld) vast te houden.

    ‘Kom op, nog drie kilometer, we zijn er bijna’, riep een mede-loper naar me. Zojuist hadden we samen even gegrinnikt om zo’n knipperend snelheidsbord langs de weg. ‘U rijdt 10 kilometer per uur’, viel te lezen. Tja, soort van. ;-)

    Door het centrum van Vleuten, waar kermis was. ‘Zo gaat ie goed, zo gaat ie beter, nog TWEE kilometer’, joelde een groepje kinderen langs de weg.

    Nog anderhalve kilometer. Eigenlijk wilde ik gaan wandelen, maar ik wist dat ‘PR of geen PR’ een kwestie van minuten was. Niet opgeven nu, Suusie.

    Daar gingen we alweer terug Het Lint op. Nog een kilometer te gaan! Erop of eronder.

    Moe was ik, zere benen had ik, maar gek genoeg rende ik nog altijd met een glimlach op m’n gezicht. Wat een leuke race! Ik had er, net als bij de halve marathon, een sport van gemaakt om alle kindjes met uitgestoken handen te ‘klappen’. Kost wat extra energie, maar gééft ook energie.

    finishllr2

    Daar was de rode finishboog al! Ik begon langs de weg te kijken of ik Eline zag.

    EN DAAR STOND ZE, met een grijns van oor tot oor. Wow, die aanblik gaf me een stoot van adrenaline, niet normaal. Ik zette de eindsprint in en haalde in de laatste 100 meter nog twee mensen in.

    Met een high-five tegen de verklede ‘Romeinen’ kwam ik over de finish. Yes!

    finishllr

    wedstrijdllr

    NA DE FINISH

    App stop, medaille, bekertje water, bekertje zoete troep. En daar stond Eline. ‘Goed gedaan!’, riep ze. ‘Je was snel!’

    En jij dan, grijnsde ik. Ze werd nog blijer toen ze vertelde dat ze waarschijnlijk 1:14 had gelopen – een minuut bóven haar hoogste verwachting.

    Mijn eigen app zei 1:28:12. Zou ik een PR hebben?

    Onze gegraveerde medailles gaven het antwoord: terwijl Eline 1:13:42 (!!!) had gelopen, kwam ik over de finish in 1:27:48. Toch een kleine minuut sneller dan de Bruggenloop! Ik kon mijn geluk niet op.

    medaillellr

    kilometersllr1 kilometersllr

    Zo zie je maar: als je verwachtingen niet te hoog zijn, verras je jezelf.

    En toen was het hóóg tijd voor een overwinningspatatje.

    PS. Eerlijkheid gebiedt me dit te zeggen: de rest van de dag was ik doodop. (Stiekem was het ook nog 2 keer 10 kilometer fietsen naar de start… 20 kilometer fietsen + 15 kilometer lopen = vermoeide Suus.) Gelukkig had ik patat, daarna een bad én chocomel. Kwam het toch allemaal weer goed.

     

    0