A little bit of everything, all rolled into one

Het einde van m’n Nike Running-App

Ruim 1.200 kilometer had ik inmiddels gelopen met mijn Nike+ Running-App en ik was flink tevreden over dat tracking-programmaatje. Ik vond het altijd erg motiverend om in het startscherm van de app te zien waar de teller stond. Als ik dan bijvoorbeeld 799 kilometer had gelopen, ging ik tóch een keer extra naar buiten om de 800 aan te tikken.

Helemaal tof was het natuurlijk om ná een rondje rennen zo’n hippe foto met stats te posten op sociale media:

nikeplus2
nikeplus3
nikeplus

Helemaal hipsterproof, nietwaar? Dat ik door met Nike te rennen tegelijkertijd ook reclame maakte voor dat sportmerk, nam ik maar een beetje voor lief.. “Het is ook gewoon écht de beste app”, vertelde ik mezelf.

En toen kwam in de zomer een grote update. Of eigenlijk: een herlancering. Ineens had ik een 150 MB groot gedrocht op mijn telefoon onder de naam NRC, ofwel Nike Run Club (ik dacht dat NRC een krant was, maar vooruit).

Alleen maar ellende

Nike, what were you thinking?!! Waar je zou zeggen dat apps een update krijgen om béter te worden, is deze app plotseling een ramp. Dat begon er al mee dat ik ineens een aantal runs ‘kwijt’ was, die blijkbaar niet mee waren gekomen bij de herinstallatie. Daaronder waren ook een paar van mijn eerste wedstrijden.

Bovendien kan ik niet meer zien hoeveel kilometer ik op mijn huidige schoenen had gelopen (tot dan toe hield de app dat netjes bij, een handige feature om een beetje in de gaten te houden wanneer ik toe ben aan nieuwe). Ook was het startscherm nu niet langer dat motiverende totaal-aantal-kilometers-tot-nu-toe, maar een GPS-kaartje en startbutton – zoals veel andere apps.

Maar de reden dat ik er al gauw écht klaar mee was: de app wás al niet de snelste, maar is nu echt tergend sloom. Als ik op ‘Activity’ klik, moet ik altijd minstens twee minuten (!) wachten tot ‘ie m’n recente runs laadt. Ben ik klaar met lopen, dan doet ‘ie er ook minstens een halve minuut over om mijn finishtijden te laten zien. Verder synchroniseert de app niet goed, kloppen cijfers zo af en toe ineens niet, zijn de ‘reward’-buttons verdwenen en kan ik nergens meer mijn persoonlijke recordtijden zien. En waar is de maandelijkse rankinglijst met vrienden gebleven? Die motiveerde me nu juist vaak om te gaan…

Bye bye Nike

Het was kortom – klaag, klaag ;) – hoog tijd om op zoek te gaan naar een alternatief. Gelukkig duurde het niet lang voor ik dat had gevonden. Gisteren liep ik voor het eerst met Runkeeper, de app die Eline, een van mijn loopmaatjes, ook al langer gebruikt. En jeetje, wat een wereld van verschil! Snelle respons, allemaal handige features… waarom heb ik dit niet eerder gedaan?

Goed, ik kan nu geen hippe snapshots meer op Instagram plaatsen. (Waar je je druk om kunt maken, hè. ;-) Maar hey, die 150 MB op mijn telefoon heb ik nu vrij voor andere dingen (deze app neemt ‘maar’ 46 MB in beslag). Bovendien: met dit ding kan ik tenminste hardlopen zonder me steeds te ergeren.

En ach, zo ziet het er toch ook best prima uit?

insta

Welke hardloop-app gebruik jij? En voor de Nike Running-gebruikers, ben ik de enige die hier zo over valt?! 

0

Zevenheuvelennacht 2016: verslag van een hardloopweekend (1)

Een weekend hardlopen stond in mijn agenda, op 19 en 20 november: de Zevenheuvelennacht én de Zevenheuvelenloop.

Zo Suusie, lekker ambitieus. Hoe dat zo? Nou, net als vorig jaar wilde ik graag samen met vriend Chaim de Zevenheuvelennacht (7 kilometer om 19 uur ‘s avonds) doen. Dat was toen zó leuk: een sfeervolle route door het bos, overal lopers met lichtjes…

Tegelijkertijd was ik inmiddels toe aan een Serieuze Uitdaging. Dus toen Ellis – fotografe met wie Einder veel samenwerkt – aan de lunchtafel vertelde over haar plan om de Zevenheuvelenloop te doen, kon ik mijn enthousiasme niet verbergen. En als ik heel eerlijk ben, had het idee om ze allebéi te lopen het afgelopen jaar al zo nu en dan door mijn hoofd gespookt.

Dus hey, waarom dan niet gewoon dat proberen?

7hl

KLAAR VOOR DE NACHT

Zaterdag toog ik halverwege de middag naar Nijmegen – of eigenlijk eerst naar Lent, waar Chaim woont. Hij was zo lief om een van de gastenkamers in zijn wooncomplex voor me te reserveren. En omdat wie een stuk gaat rennen wel een goede bodem kan gebruiken, aten we eerst samen een goed bord volkoren pasta (met spinazie, rode ui, paddenstoelen, vega-speckjes en room, jammie!).

Mooi op tijd stonden we bij de start op de Groesbeekseweg, samen met Eveline, die de Nacht voor het eerst zou gaan lopen. Lichtjes aan, nog even kijken naar de lasershow… en daar gingen we al!

20161119_184732

DE ZEVENHEUVELENNACHT (7 KM)

Chaim en ik startten samen, maar al na een halve kilometer merkte ik dat hij eigenlijk sneller wilde. ‘Ga maar’, zei ik, want we liepen al 5’30 gemiddeld en ik wist dat ik de eerste kilometers niet veel harder moest gaan. Hij grijnsde en sprintte vooruit.

De eerste twee kilometers gingen prima. Daarna sloegen we linksaf, omhoog, de Sophiaweg op. Nu begon het klimmen! Al bij kilometer drie had ik het best zwaar, maar op de een of andere manier wist ik mijn tempo hoog te houden. Mijn plan was om deze 7 kilometer “op snelheid” te lopen. Stiekem hoopte ik zelfs iets sneller te eindigen dan vorig jaar (38:23 min), maar omdat ik de laatste maanden vooral langzame duurlopen had gedaan, probeerde ik daar niet al te veel van te verwachten.

Ik wist dat ik 5’27 gemiddeld moest lopen om de tijd van vorig jaar te evenaren. Omdat de heuvel omhoog me best tegenviel, begon ik te vrezen dat dat te hoog gegrepen was. Maar toen ik na kilometer 4 op 5’28 gemiddeld zat, voelde ik een sprankje hoop. De Louisaweg, het donkere stuk door het bos met overal lichtjes en muziek (Vivaldi’s Four Seasons), zorgde voor wat afleiding. Daarna zette ik mijn eigen muziek een tandje harder.

Oké, nog één heuvel: de Kwakkenbergweg. En vanaf Westerhelling, het studentencomplex waar ik twee jaar heb gewoond, was het alleen nog maar omlaag. Nu mocht het gas erop!

Bij kilometer zes merkte ik dat ik nog wat meer energie had dan ik dacht.
O, en daar was het 400 meter-bordje al.

Nog een paar mensen inhalen, zigzaggen, een laatste sprintje…de felle verlichting en het publiek gaf me een zetje en YES, daar ging ik over de finish! Het sms’je dat ik direct kreeg, stemde me euforisch: 37 minuten en 09 seconden! Anderhalve minuut sneller dus, dan vorig jaar.

Aan het eind van het finishgebied vond ik Chaim, die – zoals ik verwachtte – al gefinisht was. “Ik heb een maand niet hardgelopen”, zei hij nog vlak voor de start… Nou, hij zette mooi wel een toptijd van 35:57 neer! Even later vonden we ook Eveline, die eveneens blij met haar tijd was (maar wel een heftige finish had: vlak voor haar struikelde een vrouw en klapte op het asfalt, 200 meter voor de finish. Eveline hielp haar overeind en zorgde ervoor dat ze veilig was, zonder zich druk te maken om haar eigen tijd… Heldin!)

Eenmaal klaar met lopen werd het toch vrij snel koud en dus fietsten Chaim en ik terug naar Lent. Na een warme douche nestelden we ons op de bank met chocoladepopcorn en de eerste aflevering van The Crown. Rond elven kroop ik m’n bedje in – met toch wel vrij vermoeide benen, maar hartstikke voldaan. Op naar morgen, naar de volgende wedstrijd!

Lees morgen m’n verslag van de Zevenheuvelenloop op zondag.

20161119_1841340

 

0

Hardlopen: nieuwe plannen!

De halve marathon is alweer een paar weken voorbij en zoals ik van de week al schreef, heeft het hardloop-herfstseizoen nu echt z’n intrede gedaan: lange mouwen en lopen in het donker.

Dus wat zijn op hardloop-gebied m’n plannen voor de komende maanden?

Ik loop graag met een doel, het voelt fijn om ergens ‘naartoe’ te werken. Bovendien zorgt een wedstrijdinschrijving – en het liefst een beetje een uitdagende – ervoor dat ik daadwerkelijk DE DEUR UIT ga, wanneer ik daar eigenlijk geen zin in heb. En dat ik tijd maak voor hardlopen, in plaats van ‘dringender’ zaken steeds voor te laten gaan.

De verleiding is dan ook groot om me meteen in te schrijven voor een nieuwe halve marathon. Ik vind het een fijne afstand; niet té ver (al dacht ik daar een jaar geleden anders over, ha!, zie hoe je perspectief verandert…) en wel ver genoeg om enigszins getraind te moeten blijven.

MAAR EERST FF EEN WEDSTRIJD-WEEEKEND

Heel lang hoef ik gelukkig niet te wachten op een nieuwe uitdaging. Op 19 én 20 november loop ik namelijk in Nijmegen. De avond van zaterdag de 19e is de Zevenheuvelennacht, 7 kilometer die ik vorig jaar ook liep. Dat was zó leuk en sfeervol dat Chaim en ik ons dit jaar meteen weer inschreven zodra dat kon.

En stiekem had ik toen al een groter plan in mijn hoofd… De Zevenheuvelenloop zelf, de volgende dag, wil ik namelijk ook best graag lopen. Maar ja, da’s dan wel meteen vijftien kilometer over, inderdaad heuvels.

Onmogelijk is het niet. Sterker nog, vorige winter liep ik al eens op zaterdag 7 en zondag 15 kilometer, omdat dat toevallig zo uitkwam. En toen vorige maand tijdens de lunch het gesprek op de Zevenheuvelenloop kwam, begon het bij mij meteen te kriebelen En waarom zou ik mezelf tegenhouden? De dag na de halve marathon van Eindhoven schreef ik me in. Let’s do this!

Mijn plan is om de 7 km op snelheid te lopen; ik wil graag mijn PR van vorig jaar (38:23 min) verbeteren, al wordt dat best een opgave. De 15 km wil ik dan gewoon lekker lopen, zonder eindtijd in gedachten.

EN DAARNA?

Tja, een race in november helpt me nog steeds niet fit de winter door. Om te voorkomen dat ik de komende maanden in een couch potato verander, kan ik me volgens mij het beste gewoon weer inschrijven voor een halve marathon in het voorjaar.

Ik zou graag eens de halve marathon van Berlijn lopen; die is op 2 april 2017. Een weekendje heen-en-weer zou best kunnen, maar toen ik het eens ging checken zag ik dat bijna alle startbewijzen al uitverkocht zijn. Alleen de ‘duurste’ set (50 euro) zijn nog over en dat vind ik toch wel wat veel, zeker als je bedenkt dat ik dan ook nog reis en verblijf moet betalen. (Ik spaar nu voor mijn reis naar Cuba in januari..)

In december is natuurlijk ook weer de Bruggenloop van Rotterdam, vorig jaar mijn eerste 15 kilometer-wedstrijd. En dan is er in januari de halve marathon van Egmond aan Zee, die berucht is om z’n niveau: de eerste zeven kilometer gaan over het strand, daarna ga je kilometers omhoog-omlaag door de duinen en begin januari is het aan zee vaak guur, winderig en nat.

En zei ik niet dat ik graag de CPC-loop (12 maart 2017) nog een keer wilde lopen?

Tja, ‘gewoon alles doen’ is hierin helaas geen optie. Ik zal moeten kiezen – maar zoals je al zou vermoeden, ben ik er nog niet uit. De Bruggenloop wordt het dit jaar in elk geval niet, heb ik besloten; ik loop hem graag nog eens, maar december zit dit jaar al zó vol met van alles dat het dan een beetje veel wordt.

INTUSSEN IS KOU NATUURLIJK GEEN EXCUUS…

..om op de bank te blijven hangen. Fair enough, ik werk deze maand gemiddeld 45 uur in de week en daar bovenop zit ik nog 10 uur in de trein. Dus misschien moet ik op hardloopgebied niet té veel van mezelf eisen. Tegelijkertijd merk ik hoezeer ik het lopen nodig heb om me goed te voelen, te ontstressen en m’n energieniveau hoog genoeg te houden.

Dus net als vorige winter spreek ik met mezelf af dat ik élke week in elk geval twee keer een rondje ga lopenDrie keer is nog beter eigenlijk, maar ervaring leert dat die derde keer er soms bij inschiet (en als je de lat lager legt kun je sneller tevreden zijn, want weer motiverend werkt!).

Plan is dus om in elk geval één doordeweekse avond en één keer overdag in het weekend m’n loopschoenen aan te trekken. Dit ‘winter-ritme’ heeft zich voor mij vorig jaar bewezen als haalbaar doel. En voor die tweede keer doordeweeks geef ik mezelf dan in gedachten veel BONUS-CREDITS (wat dat zijn? geen idee, maar CREDITS zijn awesome).

Goed, vanavond ga ik dus weer. Morgen – misschien – ook en in elk geval zaterdag weer. Ik heb er zin in, op naar die (dubbele) Zevenheuvelenloop…

Tot slot, om af te sluiten met iets leuks: zaterdagmiddag rende ik plots zomaar een PR op de 10KM. Dat was meer dan een jaar geleden!

pr10km
En nu nog leren deze snelheid 21.1 km lang vol te houden…als ik dát kan, loop ik een halve marathon onder de twee uur. Je moet immers altijd blijven dromen…

 

 

 

0

De halve marathon van Eindhoven: mijn verslag

O jongens, ik had natuurlijk al eens een halve marathon gelopen en dat was gaaf, maar dat het zó leuk kon zijn dat je echt terug kunt verlangen naar de race, dat wist ik niet.

Voor de verandering was ik dit keer eens tot in de puntjes voorbereid. (Dit in tegenstelling tot de Tilburg Ten Miles, die ik liep na amper 5 uur slaap en zeker 3 glazen wijn – hoewel dat ook prima ging, overigens.)

Het begon ermee dat ik de dagen voor de wedstrijd zó veel afleiding had op m’n werk, dat ik weinig tijd had om te stressen. ;) De avond vóór de wedstrijd at ik een groot bord pasta carbonara en lag (soort van) op tijd in bed. Ik had zelfs m’n teennagels geknipt – geloof me, dat wil je als je zo’n eind loopt – en bijna tien dagen geen druppel alcohol gedronken.

img-20161009-wa0002
img-20161009-wa0005

9:00u – AAN DE ONTBIJTTAFEL

Zondagochtend sta ik half negen pannenkoeken te bakken. Het begint een fijne traditie te worden: terwijl Tom zich nog eens omdraait, draai ik de luxaflex in de keuken open en meng drie soorten meel (wit-volkoren-boekweit), halfvolle melk en eieren in een beslagkom. Met twee pannen tegelijk bak ik een stapel voedzaam ontbijt, wat mij betreft de beste bodem om op te lopen.

Ditmaal komt Eline me vergezellen. Zij gaat vandaag ook naar Eindhoven, om haar zusje te ‘hazen’ naar een halve-marathontijd onder de twee uur. Zo ambitieus ben ik vandaag niet: gewoon uitlopen, prentte ik mezelf al dagenlang in, een beetje vechtend tegen de Ambitieuze Suusie in mij die natuurlijk gráág een PR zou lopen (= sneller dan de 2.06.37 van de CPC-loop in maart).

10:37u – IN DE TREIN

Op Utrecht CS ontmoeten we mijn vriendinnetje Veerle en haar goede vriendin Marthe. Ook zij lopen vandaag de halve marathon. Met z’n vieren treinen we naar de Lichtstad (Eline stapt al in Den Bosch uit, die gaat eerst langs het huis van haar zusje).

Ik voel me opvallend relaxed; waar ik bij de CPC-loop nog wel wat twijfels had over of ik de afstand wel zou halen, is dat nu gek genoeg amper het geval.

20161009_120346

12:05u – OP DE GROND IN HET BEURSGEBOUW

In Eindhoven stappen naast ons nog tientallen mensen met hardloopschoenen uit. We lopen met de stroom mee naar het Beursgebouw, waar we ons startnummer kunnen ophalen.

Er zijn (bij mijn weten) niet echt kleedruimtes, dus kleden we ons maar gewoon om in een hoekje van de grote zaal. Verder is alles trouwens top geregeld: geen lange rijen bij de startnummerdesks, prima systeem om je tas weg te hangen. Erg relaxed allemaal.

Op de grond van de zaal stouwen we onze laatste koolhydraten naar binnen, spelden de startnummers op en dan is het tijd om richting startvak te gaan. Dat is namelijk nog een eindje lopen.

13:09u – IN HET STARTVAK

Bij het startvak ontmoeten we Kyra, een andere vriendin van Veerle en Marthe. Ook Veerles ouders zijn van de partij. Dankbaar geven we onze truien aan hen af, want met het zonnetje erbij is het plots best warm.

We waren al naar de Dixi geweest allemaal, maar zes minuten voor het startschot moet Veerle plots heel nodig. Dus hup, wij twee weer de menigte uit, nog eens in de (gelukkig niet al te lange) rij. Intussen beginnen de mensen in het startvak al te bewegen, dus Veerle en ik raken de andere meiden kwijt. We kijken elkaar aan: goed, dan starten we dus samen.

20161009_132146

13:27u – OVER DE STARTLIJN

DE EERSTE KILOMETERS (1-8)

Hoewel we het van tevoren niet van plan waren, beginnen Veerle en ik dus samen aan de race. En dat blijkt eigenlijk ontzettend goed te werken. Zij was bang te snel te starten, dus ik rem haar de eerste kilometers wat af; na een kilometer of vier is zij juist degene die míj afremt – gelukkig maar, want hoewel ik superlekker loop is het natuurlijk nog een heel eind. Een paar kilometer ‘bikkelen’ kan nog wel, maar bij zo’n halve marathon wil je je hand niet overspelen.

We lopen een heel stuk over een brede busbaan, in een lang lint van lopers. Het zonnetje schijnt, de temperatuur is goed en ik heb dus niets te klagen. Voor ik het weet, hebben we al vijf kilometer gelopen; de kop is eraf, zeg ik tegen Veerle. Ik zit al bijna op een kwart van de wedstrijd, maar heb nog helemaal niet het gevoel dat ook een kwart van m’n energie op is. Ons tempo ligt op dit moment rond de 6’11 per kilometer; veel hoger dan de 6’30 die we voor ogen hadden om mee te starten, maar ik zie de noodzaak niet om te vertragen.

Rond kilometer zeven merk ik dat ik af en toe, als ik niet zo op mijn tempo let, de neiging heb om Veerle voorbij te lopen. Ik ben me misschien een beetje té veel aan het inhouden nu, realiseer ik me, maar ik wil haar ook niet ‘alleen’ laten. (Want ja, hoe gaaf is het om zo’n wedstrijd echt samen te lopen?)

Vlak na de 8 kilometer gebeurt dat toch. Ik haal een paar mensen in, ga ervan uit dat zij me volgt maar als ik nog eens achter me kijk, is ze verdwenen. Wat nu? Wachten? Hoewel ik enigszins loyaliteitsissues heb, bedenk ik me dat ik het andersom niet erg zou vinden als zij was doorgelopen in een voor haar prettig tempo. Met die gedachte besluit ik haar dan nu ook verder haar eigen wedstrijd te laten lopen.

eindhovenhalve

DIEP IN DE WEDSTRIJD (KM 8-15)

Elke kilometer gaat mijn pace omhoog: rond KM 8 zit ik al op 6’03 gemiddeld. Met voldoening bedenk ik me dat ik op dit moment sneller loop dan een half jaar geleden bij de CPC-loop op hetzelfde punt. Zou ik dit kunnen volhouden? Ik probeer mijn eigen gedachten een beetje te temperen, maar merk dat ik tegelijkertijd heel veel energie krijg van de gedachte een PR te lopen.

In mijn heupband zitten naast m’n telefoon ook een pakje Dextro. Vlak voor elke drinkpost (ongeveer elke 3-4 kilometer) neem ik één tabletje druivensuiker, daarna een slok AA-drink en tenslotte een slok water. Die strategie werkte bij de CPC prima om mijn energiepeil hoog te houden en hongerklop te voorkomen. Gelletjes heb ik dan verder niet nodig.

Ineens is daar al het 13 KM-punt. Heb ik echt al dertien kilometer gelopen?, schiet het door mijn hoofd. Dat voelt totaal niet zo. Nog maar een kilometer of drie, dan kan ik al écht gaan versnellen – al loop ik nog steeds vrijwel elke kilometer wat harder.

En wat geniet ik! Geen pijn, gewoon een totaal gevoel van I’ve got this. Overal staat ook veel publiek, dat maakt het altijd extra leuk. Ik low-five alle kindjes die hun hand uitstaken.

DAAR IS DE STAD WEER & HET LAATSTE STUK(JE) (KM 16-21.1)

Na een paar omzwervingen om de stad en een lang recht pad door het bos, lopen we langzaam weer de bewoonde wereld in. Bij een drinkpost eet ik snel een partje sinaasappel, maar ik wil nu niet te veel tijd meer verliezen. Intussen probeer ik steeds wat meer – maar niet té veel – te versnellen.

Wow, en dan loop je plotseling door het vernieuwde bedrijvenpark Strijp-S! Overal mensen langs de kant – fotografen ook – en na het stuk in de schaduw van de bomen liep ik nu weer in de stralende zon.

Rond kilometer 19 zie ik ineens een bordje ‘JUST KEEP RUNNING’. Hallo Zélia!, wil ik roepen, maar dan realiseer ik me dat ze mij natuurlijk niet zou herkennen. ;)

De stad in! Winkelstraten door, nog meer juichend publiek, feestende mensen met biertjes en enthousiaste aanmoedigingskreten. ‘Goed bezig Susanne, nog heel even!’ O, wat ben ik de organisatie van wedstrijden soms dankbaar dat je voornaam geprint op je startnummer staat.

De laatste meters nu. Kom op Suusie, en nu alles eruit, zei ik tegen mezelf. Ik haalde iemand in, nog iemand, nog twee…. ennnnn STOP! Finish!

14666115_10210747985641512_6531665045466540911_n

15:33u – NA DE FINISH

Mijn precieze tijd weet ik dan nog niet, maar één ding is zeker: ik heb een PR gelopen! 2:04:nog iets zegt mijn app en die zit er waarschijnlijk niet ver naast.

Soms moet ik na een wedstrijd eerst even zitten/hurken/bijkomen tot de wereld niet meer draait en ik weer normaal kan ademen. In mijn herinnering was dat nu helemaal niet het geval. Nou was het ook érg druk na de finish, dus veel ruimte om even uit te puffen was er niet.

Ik liep een stuk door, kreeg een flesje AA-drink (van Josianne van JKR, die mij natuurlijk ook niet herkende maar ik haar wel, ha!) en mijn medaille.

Langzaam loop ik met de stroom mensen mee naar een plek waar het wat begaanbaarder wordt. Ik drink een paar slokjes water, maak een paar after-wedstrijd-selfies, bel Tom even (“IK HEB HET GEHAALD YAY!!”)  en merk plots hoe moe mijn benen toch wel geworden zijn.

img-20161009-wa0017
We kunnen allemaal nog lachen ;)

In het Beursgebouw ontmoet ik de andere meiden, die gelukkig ook allemaal een heerlijke wedstrijd hebben gehad. Via Elines moeder, die de event-app had geinstalleerd, hoor ik mijn eindtijd: 2:04:36 !! Dat is dus precies twee minuten (en 1 seconde) sneller dan een half jaar geleden. Zo blij!

Nadat we onze medailles hebben gegraveerd en een schoon shirt hebben aangetrokken, voeg ik me bij Eline, haar zusje en moeder, die al ergens op een terrasje zitten. Ik krijg een kop warme choco voor mij neus en o, dankjewel nog Lia want daar was ik wel aan toe.

17:31 uur – IN DE TREIN NAAR HUIS

Samen met Eline trein ik uiteindelijk weer naar Utrecht. Moe, maar vooral trots en voldaan kletsen we een uur lang wat af. Eenmaal thuis wil ik nog maar één ding – vooruit, twee: VOEDSEL en een BAD.

Gelukkig kon mijn thuis-supporter Tom in beiden voorzien. ;)

20161009_195438
En wat eet je dan, na zo’n halve marathon? Nou, na een dag pannenkoeken-met-stroop, bananen, Dextro en AA-drink (ofwel: suiker, suiker, suiker) snakte ik naar wat GROENTEN. En dus haalden we voedsel bij de lekkerste afhaal-Thai van Utrecht, Saowapa.

 

0

Lees dit als je écht geen zin hebt om hard te lopen

Hierbij verklaar ik het hardloop-winterseizoen voor geopend. Ja jongens, de tijd van na werk lopen door zachte, lichte avonden is voorbij, de lampjes en reflectoren zijn weer uit de kast en gisteren liep ik voor het eerst weer met een thermoshirt onder m’n kleren. Het zal niet lang duren voor ik ook de warme leggings, handschoentjes en Buff weer moet opduikelen.

Ik zal er eerlijk over zijn: lopen in de zomer vind ik gewoon véél lekkerder dan rennen door de kou. Dat heeft er vooral mee te maken dat ik mezelf niet amper naar buiten gesleept krijg op natte, koude, donkere avonden, als het binnen behaaglijk en knus is en ik moe ben na een lange dag werken.

LOGISCH, MAAR EIGENLIJK OOK GEWOON ONZIN

Want hé, steeds áls ik mezelf dan inderdaad zover heb, bedenk ik ALTIJD weer na 100 meter: die kou is eigenlijk helemaal niet erg. Sterker nog, zodra je loopt heb je er geen of nauwelijks last meer van. Eigenlijk heeft het ook wel wat, struinen door de donkere straten terwijl binnen overal gezellig licht brandt. Achteraf ben ik áltijd blij dat ik ben gegaan – ik voel me weer fris, sterk en beter over mezelf.

Waarom is het dan toch steeds weer zo moeilijk? 
En beter nog: wat kan ik eraan doen?

HOE HARDLOPEN JE DE WINTER DOOR HELPT

Uiteindelijk draait het allemaal om mindset. Het is goed je te realiseren dat je jezelf continu van alles wijsmaakt. We zijn er de hele tijd van overtuigd dat we allerlei dingen niet kunnen (of willen).

“Ik loop niet als het donker is.”

“Na mijn werk ben ik al moe genoeg.”

“Ik haat rennen door de regen.”

“Ik ben een mooiweerloper.”

“Vandaag ben ik vast niet zo snel.”

“Het is al tien uur ‘s avonds, te laat om nog te gaan.”

“Temperaturen onder de 10 graden vind ik te koud.”

“Wat heeft een kwartiertje rennen nou voor zin?”

Al deze smoesjes komen eigenlijk neer op de volgende misvatting: ik kan beter níét gaan vandaag. 

Sorry jongens (en ik zeg dit in de eerste plaats tegen mezelf): dat is 8 van de 10 keer gewoon onwaar.

Ja, natúúrlijk is het soms een beter idee om een avondje bij te komen op de bank. Om te relaxen, tot rust te komen, misschien wat yoga te doen of lekker een boek te lezen. Natuurlijk moet je niet over jezelf heen lopen als er al zo véél is in je leven.

En ik weet dat het vreselijk veel mentale kracht kan kosten om een nieuwe weg in te slaan – om dus niet maar weer die zak chips open te trekken en voor de tv te gaan hangen. Maar wie zegt dat hardlopen je niet juist op dat moment kan helpen?

HAHA, LEUK BEDACHT. MAAR HOE DAN?

Gisteren liep ik mijn eerste rondje na de halve marathon van Eindhoven (waarvan morgen het verslag volgt!). Dat betekent dat ik 9 dagen niet liep. Nu was een dikke week rust na zo’n prestatie zéker geen slecht idee, maar het is wél een slecht idee als ik vanaf nu tussen elk rondje 9 dagen laat zitten.

Want hardlopen levert van álles op:

  • Op de langere termijn méér energie, zodat ik juist minder snel moe ben
  • Een sterker en strakker lijf, waardoor ik me goed voel over mezelf (en minder snel in depressieve snaaibuien verval)
  • Een blij hoofd (HALLO endorfine, dopamine en andere blijmaak-stofjes) en dus een ijzersterk wapen tegen de winterdip
  • Een mentale oppepper: als ik op een regenachtige dinsdagavond vijf kilometer kan lopen, heb ik nog véél meer in m’n mars
  • En misschien wel de belangrijkste: een fris, opgeruimd hoofd. Echt waar: door beweging worden hersengebieden actiever. Met name de delen verantwoordelijk voor motivatie/initiatief en voor je geheugen doen het aantoonbaar beter. Hardlopen maakt je dus niet alleen sterker, maar ook slimmer.

Eerlijk is eerlijk, het kostte mij gisteren de nodige overtuigingskracht en peer pressure om m’n schoenen aan te trekken en om 21:30 uur nog vijf kilometer te gaan rennen. Maar halverwege dat rondje wist ik weer: dit moet ik vaker doen, dit heb ik nódig.

Hardlopen in de winter is geen struikelblok, geen extra “moeten”, maar juist een noodzakelijke voorwaarde om die winter heelhuids & happy door te komen.

Als je er zó naar kijkt – als je hardlopen niet meer als strijd ziet maar als oplossing, of zelfs als medicijn – zie je dat twee keer in de week rennen eigenlijk net zo bij je leven kan horen als dagelijks douchen of je tanden poetsen. Rennen hoort bij zorgen voor jezelf.

En het dagelijks leven voelt nu eenmaal een stuk makkelijker én comfortabeler als je goed voor jezelf zorgt.

NOG NIET OVERTUIGD? KIJK FF DEZE TWEE FILMPJES

Nike – No excuses

Erik Scherder – Maakt bewegen ons slimmer?

0