A little bit of everything, all rolled into one

SEO-tips: zo is je blog beter vindbaar in Google

Geef toe: als je blogt, wil je graag gelezen worden. Natuurlijk kun je je bekendheid vergroten door links naar je verhalen te delen op sociale media, maar het is ook handig als zoekmachines je blog makkelijk kunnen vinden. Gelukkig zijn daar allerlei trucjes voor: SEO – search engine optimization – heet dat in websitejargon. Op internet zijn overal lijstjes met SEO-tips te vinden; zó veel, dat je soms door de bomen het bos niet meer ziet…

In mijn werk als communicatieadviseur kom ik de term SEO regelmatig tegen, en ik heb ook eens een webinar gevolgd over het onderwerp. Toch had ik me tot voor kort nooit écht verdiept in de materie. Ja, natuurlijk wist ik dat SEO te maken heeft met zoekwoorden en meta-omschrijvingen, maar mijn kennis op het gebied van zoekmachine-optimalisatie voelde niet echt stevig.

De laatste tijd heb ik me daarom wat serieuzer verdiept in SEO. Vooral omdat ik achter de schermen bezig ben met een verbeterslag van Suushi. Maak je geen zorgen, ik ben niet van plan om mijn blog voortaan honderd procent SEO in te richten – dat zou ten koste gaan van m’n authenticiteit.

Want dat vind ik wel: SEO-schrijven betekent in zekere zin een verarming van de online taal en een vermindering van je creativiteit als schrijver. Je ‘moet’ immers bepaalde woorden, termen en koppen gebruiken om goed gevonden te worden. Een post met de titel hoe ik leerde mijn verdriet te omarmen doet het qua vindbaarheid beter dan een vage blogtitel als ‘Monster‘. En schrijf je een blog van 600 woorden, dan is het voor de SEO beter als je keywords – termen die aangeven waar het stukje over gaat – daar minstens vijf keer in terugkomen.

Maar ja, dat betekent ook dat je vindbaarheid boven inhoud stelt. Uniformiteit boven creativiteit. En dat weiger ik.

Tegelijkertijd is het te makkelijk om te zeggen dat ik ‘dus’ niets doe aan SEO. Je kunt namelijk een heleboel dingen doen die aan de voorkant van je blog niet of nauwelijks zichtbaar zijn, terwijl ze er wél voor zorgen dat je online beter gevonden wordt.

En die SEO-tips deel ik graag met jou!

SEO-tips schrijven met een laptop aan de keukentafel

1. SEO 101: installeer de Yoast-plugin

Gebruik je WordPress voor je blog? Yoast is je beste SEO-vriend. Wat leer ik veel van deze plugin. Eigenlijk leerde Yoast mij de SEO-tips die ik in theorie al kende, toe te passen in de praktijk, bij elke post weer.

Yoast laat je in de berichteneditor zien hoe jouw post scoort op leesbaarheid en SEO (rood, oranje of groen). Ook laat de tool precies zien waar de problemen zitten en hoe je die kunt oplossen. Bovendien kun je voor elke blog makkelijk een keyphrase en meta-omschrijving invullen.

De meta-omschrijving is het stukje tekst dat Google laat zien als jouw post wordt getoond in de zoekresultaten. Je kunt het zien als een ‘advertentie’ voor je artikel. Let maar op als je zelf iets zoekt op Google: vaak bepalen deze twee regels of je op een zoekresultaat klikt. Belangrijk is dat je als lezer het idee krijgt dat de post relevant voor je is.

2. Zorg voor een pakkende titel

Tja, daar heb je het al. ;-) Zelf maak ik bewust de afweging om hier niet altijd aan te voldoen. Ik snap ook heus dat een blog als ‘donderdag, vrijdag & zaterdag‘ met als inhoud zes losse puntjes niet héél hoog scoort in Google. Maar ik wil die dagboekstukjes nu eenmaal maken en ze niet steeds inleiden met een heel verhaal.

Prima dus om dat zo te houden, is mijn afweging. Zolang een aantal posts maar wél makkelijk te traceren zijn – zodat nieuwe lezers hun weg kunnen vinden naar Suushi.

En dat gebeurt, gelukkig. Zo doet mijn blog met de beste alcoholvrije drankjes als het feest is het nog altijd opvallend goed – overigens ook al vóórdat ik me verdiepte in SEO. Ook m’n recente verhaal over hoe het voor mij was om corona te hebben blijkt populair.

3. Gebruik tussenkopjes

Online lezers zijn lui. Zeker lezers die op zoek zijn naar één specifiek stukje informatie, scannen liever een lap tekst dan dat ze elke letter lezen. Bovendien, zeg nou zelf: een wall of text van meer dan duizend woorden leest niet erg prettig.

Help je lezer dus op weg met tussenkopjes. Belangrijk: maak ze ook op als kop (H1, H2 etc.) en niet ‘gewoon’ als paragraafkopje. Zorg er als het even kan voor dat je keyphrase in de subkopjes terugkomt – dat vinden zoekmachines leuk.

Persoonlijk kies ik ervoor om dit niet bij elke blogpost te doen (columns hebben nu eenmaal vaak geen tussenkopjes). Maar ik had bijvoorbeeld een aantal blogs met tip-lijstjes waarvan het kopje nog als paragraaf stond opgemaakt.

Dus dan was dit het kopje
En begon hier de alineatekst.

Kleine moeite om de opmaak aan te passen:

Nu is dit de kop

En volgt daaronder de tekst. Leest ook meteen prettiger, doordat er meer ‘lucht’ (witruimte) komt op de pagina.

Op deze manier paste ik bijvoorbeeld m’n blogs met tips om lekker te eten in Slovenië, tips om minder geld uit te geven en het lijstje met 10 boeiende podcasts aan.

4. Voeg linkjes toe

Lees je post na het schrijven nog eens goed na. Kun je linken naar andere berichten op je blog, of naar andere websites? Zorg bij voorkeur dat elke blog in elk geval één interne link (naar een andere pagina van jezelf) en een externe link (naar een andere site) heeft.

Als er veel links naar een bepaalde post leiden, is dat voor Google een indicatie dat dit een belangrijk bericht is.

Als er veel links naar een bepaalde post leiden, is dat voor Google een indicatie dat dit een belangrijk bericht is. Het beste is natuurlijk als die links niet alleen van jouzelf afkomstig zijn, maar als anderen ook naar je linken.

5. Geef je afbeeldingen een herkenbare naam

Geef afbeeldingen een passende, herkenbare bestandsnaam voordat je ze uploadt. Dus niet IMG3204.jpg, maar bijvoorbeeld vers_desembrood.jpg. Daarmee maak je het makkelijker voor Google Images om jouw foto’s te vinden. Voeg bovendien een ‘alt-tekst‘ toe – ook dat kan met Yoast. Dat helpt zoekmachines te begrijpen waar jouw afbeeldingen over gaat.

kattenplaatjes doen het ook altijd goed
Kattenplaatjes doen het altijd goed natuurlijk. Ook als ze totaal niets met het onderwerp te maken hebben ;-)

6. Gebruik tags en categorieën

Ik snap niet helemaal waarom, maar de meest bekeken pagina van Suushi – naast de homepage – is /tag/crodino. In de eerdergenoemde post over alcoholvrije drankjes heb ik het over Crodino, een bitterzoet aperitief. Om de een of andere reden weten bezoekers deze pagina te vinden (misschien mensen die zoeken naar informatie over cordino?). Ik vermoed dat dat ermee te maken heeft dat de ‘alcoholvrij’-blog goed is getagd. Voeg dus altijd tags toe – eigenlijk op dezelfde manier als je hashtags gebruikt op Instagram.

Ook categorieën hebben meerwaarde. Door je berichten ordenen in categorieën – zoals Persoonlijk, Minder op je smartphone en Zelfcompassie – kun je ervoor zorgen dat lezers langer blijven hangen. Ze komen toevallig binnen bij één bericht en kunnen makkelijk doorklikken naar andere content die relevant voor hen is.

Gebruik dus tags en categorieën om je posts te rangschikken – ook daarmee help je de lezer én zoekmachines op weg.

7. Check je Google Analytics en kijk wat je al in huis hebt

Het kan geen kwaad om je Google Analytics-statistieken er eens bij te pakken om te zien hoe jouw verschillende pagina’s nu al scoren. Welke posts doen het goed? Hoe lang blijven lezers gemiddeld hangen? En via welke kanalen vinden jouw bezoekers hun weg naar je blog?

Zeker als je langer blogt, heb je ongetwijfeld een schat aan goede content in je archief – je enige taak is om die informatie beter te ontsluiten.

Deze informatie kan je helpen om bijvoorbeeld oude berichten op te frissen. Je hoeft namelijk niet pas vanaf nú je berichten beter in te richten. Zeker als je langer blogt, heb je ongetwijfeld een schat aan goede content in je archief – je enige taak is om die informatie beter te ontsluiten. Voeg keyphrases, meta-omschrijvingen, categorieën en tags toe, label afbeeldingen en kijk of je tussenkopjes kunt gebruiken (of bestaande paragraafkopjes kunt vervangen door koppen in alineastijlen). Mooie zomerklus, dacht ik zo. ;-)

8. Tot slot: zorg voor goede, inhoudelijke en relevante content

Dit is uiteindelijk misschien wel de belangrijkste tip. Want hoeveel linkjes, tags, en gelabelde foto’s je ook hebt – uiteindelijk gaat het om de inhoud.

Google beoordeelt je website onder andere op hoe lang bezoekers er blijven hangen. Dat heet het ‘bouncepercentage‘: hoeveel procent van je bezoekers kijkt alleen op de pagina waar ze binnenkomen, en is daar binnen een paar tellen weer weg?

Een website is in die zin net een restaurant: als je je na twee stappen binnen alweer omdraait, is het vast geen leuke of interessante plek.

Alle andere SEO-tips kun je zien als hulpmiddelen om jouw bezoeker zo snel en goed mogelijk naar je content te leiden. Maar rammelt de content, dan stort je SEO-bouwwerk als een kaartenhuis in elkaar.

Kortom: wil je beter gevonden worden in Google, houd dan deze SEO-tips en -trucjes in je achterhoofd. Maar maak het niet te technisch of ingewikkeld voor jezelf; blijf bovenal lekker schrijven vanuit je hart.

1+

10 tips om te vloggen – van én voor een beginner

Vlog nummer 4 kwam deze week online en dat betekent dat ik nu al een maand aan het videobloggen ben. Best een gek idee! Ik merk dat ik het vloggen nog leuker vind dan ik dacht. Ten eerste heb ik veel plezier in het maken van een verhaal in beelden, maar ik word ook erg blij van alle leuke reacties en interessante gesprekken die op de publicaties volgen.

Het is zéker geen vervanging van schrijven, maar wel een mooie aanvulling erop.

Na een maand klooien met camera’s en Final Cut Pro heb ik al best wat geleerd. Daarom verzamelde ik 10 tips voor wie ook zin heeft om te beginnen met vloggen.

1. Investeer in een (vlog)camera

Ik merk een gigantisch kwaliteitsverschil tussen het materiaal dat ik opneem met mijn telefoon (iPhone 7) en met mijn camera (Sony A5100). Het beeld is veel scherper, maar zeker ook in geluidskwaliteit legt ‘m iPhone het af. Ik probeer dan ook zo min mogelijk nog met mijn telefoon te filmen. Alleen als ik bijvoorbeeld ga fietsen heb ik mijn camera niet altijd bij me. (Oké, ik snap dat je voor je eerste video niet meteen 500 euro wilt investeren – ik kocht zelf toevallig twee jaar terug een camera met ‘vlogfunctie’ dus had ‘m al liggenmaar als je van plan bent het meer te gaan doen is het zeker de investering waard. En zo’n camera maakt sowieso veel betere foto’s, ook handig voor vakantiekiekjes!)

2. Een statief is ook best handig

Tijdens de vlogcursus die ik in februari volgde kon ik deze gebruiken en dat bleek zo handig dat ik ‘m in de aanloop naar vlog 2 zelf ook heb aangeschaft. Best fijn als je niet steeds je halve arm in beeld wilt hebben, of als je beelden wilt maken terwijl je zelf iets anders aan het doen bent. Sowieso kun je je camera een stuk steviger vasthouden, waardoor de kans kleiner is dat-ie te pletter valt.

3. Check de schijfruimte van je laptop

Videobestanden zijn gróót. Zeker als je een paar weken aan het vloggen bent is je harde schijf zo vol. Bovendien maakt dat je computer niet bepaald sneller – onwerkbaar als je aan het editen bent. Op internet las ik dat je het beste je videobestanden op een snelle externe harddisk (liefst SSD, maar die zijn duurder) kunt zetten en vanuit daar inladen in je montageprogramma. Ik moet dit zelf nog uittesten – vooralsnog gooi ik het ruwe materiaal weg als een vlog klaar is, het is toch niet alsof ik ooit al die kleine filmpjes ga zitten terugkijken.

4. Zorg voor goed licht!

Les 1 van elke foto- of videocursus, natuurlijk. ‘Goed’ licht betekent: het liefst daglicht, met het licht ‘mee’ filmen (dus niet de camera naar het raam gericht). Ben je in een donkere ruimte, dan kan het al helpen om bijvoorbeeld een deur open te zetten als de aangrenzende ruimte wél een groot raam heeft. Schijnt er juist (te) fel zonlicht naar binnen, doe dan een (stukje) gordijn dicht.

5. Final Cut Pro X is briljant.

Maar echt. Oké, je kunt ook best video’s bewerken in iMovie, en ook als je op Windowscomputers werkt zijn er mogelijkheden (al heb ik die zelf niet getest). Maar omdat iMovie bij mij steeds bleef vastlopen downloadde ik een 90 dagen-trial van FCP X en dat was het beste idee ooit. Als ik over twee maanden nog steeds aan het vloggen ben, overweeg ik om toch maar de ‘echte’ versie (die wel 300 euro kost, au…) te kopen.

6. Vertrouw erop dat het verhaal zich wel vormt.

Elke week weer bekruipt me de eerste dagen het gevoel dat het echt hélemaal niets wordt met mijn video deze week. Sterker nog, bij vlog 4 had ik totdat ik begon met editen het idee dat ik niet eens genoeg materiaal had om uberhaupt een acceptabele vlog te maken. Maar volgens mij draait vloggen nu juist om spontaniteit en ‘filmen wat er is’ – en dat laat zich weinig van tevoren plannen. Bovendien zul je merken dat het verhaal zich vanzelf vormt (al kan het geen kwaad er een klein beetje over na te denken wat je wilt vertellen!).

7. Denk na over verschillende ‘soorten’ beelden.

Dus film niet alleen ‘selfie-shots’ waarin je praat, maar ook close-ups van voorwerpen of juist totaalshots. Maak tijdens de week voldoende ‘b-roll’ (beelden waar je andere gesproken tekst of muziek onder kunt plakken), zo krijg je meer variatie in je vlog. Ik merk steeds weer: liever te veel dan te weinig – je hoeft uiteindelijk ook niet alles te gebruiken.

8. Durf kwetsbaar te zijn.

Nou ja, het is jouw vlog natuurlijk – dus je moet vooral doen wat je wilt. Maar ik merk zelf wel dat ik achteraf het meest blij ben – en ook de meest positieve reacties krijg – op de passages waar ik geen perfect plaatje schets. Maak het dus allemaal niet te geregisseerd.

9. Ook als je zo min mogelijk wilt regisseren: check voor het filmen even je omgeving.

Toch zonde als je aan het editen bent en je komt erachter dat nét bij die briljante opname achter je op de bank een verdwaalde bh ligt – of iets anders dat je liever niet met de hele wereld deelt. ;-)

10. Denk aan privacy – van jezelf én je naasten!

Ik bedoel, hartstikke leuk al die openheid, maar YouTube blijft het wel gewoon de interwebz hè. Overal en voor iedereen toegankelijk. Enerzijds superleuk, want daardoor kunnen vriendinnetjes in Amerika m’n vlog bekijken (hoi E!), maar het betekent ook dat CREEPY PEOPLE, reaguurders en mensen die misschien níet het beste met me voor hebben de content kunnen zien. En da’s dan weer een stuk minder leuk.

Daarom let ik er een beetje op dat ik geen beelden maak waarop mijn huis te herkennen is en dat ik niet in mijn eigen wijk film, maar bijvoorbeeld ook dat ik oppas met persoonlijke informatie die ik over anderen deel (sowieso vraag ik vrienden om toestemming voor ik hen óf hun huis film) en dat niet mijn adres per ongeluk leesbaar is als er een brief op tafel ligt. Gebeurt dat toch (bijvoorbeeld m’n straatnaam op de pizzadoos van Deliveroo) dan ‘blur’ ik die beelden achteraf.

Zo kwam ik er ook nét op tijd achter dat bij het telefoonshot in vlog 4 de voor- én achternaam van B zichtbaar waren in het WhatsApp-venster. Dat beeld heb ik dus even bijgesneden. Zo zie je maar: zelfs de meest spontane vlogger ontkomt niet aan een beetje construeren ;-)

0

de 10 leukste plekken om lekker te eten in Utrecht

Inmiddels weet ik in Utrecht aardig goed waar je moet zijn om lekker te eten en drinken (en ook: waar je beter kunt wegblijven…). Omdat mensen me regelmatig om tips vragen: hier mijn favoriete plekjes om te eten en drinken in Utrecht!

1. Wijn en bruschetta’s van Verde Marrone

Verde Marrone ontdekte ik per ongeluk toen wijnbar Talud9, dat er tegenover huist, weer eens propvol zat. De eigenaren hadden ook door dat ze meer klanten kregen dan ze aankonden, en openden daarom deze nieuwe tent met eigen concept. Bij Verde Marrone alleen Italiaanse wijnen op de kaart, én een hele reeks verse bruschetta en andere hapjes.

Donkere Gaard 2

2. Taartjes van de Bakkerswinkel

Natuurlijk eet ik ook wel eens op andere plekken in Utrecht een taartje. Maar keer op keer kom ik weer tot de conclusie dat niets kan tippen aan de lekkernijen van de Bakkerswinkel. Voor hun cheesecake met witte chocolade en framboos fiets ik graag een blokje om, en in het weekend haal ik er ook graag een halfje vers desembrood (Van Menno). Althans, háálde, want sinds kort bak ik zelf!

Tip: ‘s avonds kun je bij de Bakkerswinkel ook kaasfonduen. Dit probeerde ik afgelopen week uit en was erg leuk en lekker! Heb je heimwee naar je wintersportvakantie, of zoek je gewoon een knus, romantisch en niet te ingewikkeld restaurant, dan raad ik je dit zeker aan.

Wittevrouwenstraat 2

taart van de Bakkerswinkel
Taartjes van de Bakkerswinkel kun je ook heel goed mee naar huis nemen!

3. Uitgebreid dineren bij Madeleine

Ja oké, ze stonden natuurlijk in de Volkskrant dit jaar en sindsdien is het er standaard zó druk dat dat bijna een beetje afdoet aan de gemoedelijke sfeer. Maar Bistro Madeleine is niet voor niets een van mijn favoriete restaurants geworden dit jaar. Mooie, originele gerechten en smaken, heerlijke (bijpassende) wijnen. Enige minpuntje: voor vegetariërs hebben ze, behalve de groentegerechten (ter grootte van een tussengerecht), wat minder keus.

Madeleine zit trouwens praktisch naast Verde Marrone en Talud9, dus begin je avond zeker met een goed glas daar!

Het Wed 3A

4. Biertjes bij Olivier

Bij Olivier moet je sowieso even naar binnenlopen, ook als je niet van bier houdt. Dit Belgisch biercafé is namelijk gevestigd in een oude kerk – inclusief torenhoog plafond, orgel en fresco’s op de muur. Dat maakt wel dat je op een zaterdagavond knettergek wordt (de akoestiek is, zoals je zult begrijpen, niet geweldig) maar hé, het goede speciaalbier maakt veel goed.

Tip: ga rond de middag naar Olivier, als het lekker rustig is, en bestel een warme wafel met kersen en/of chocomel.

Achter Clarenburg 6A

5. Pizza van O’Panuozzo

Ja, als ik ooit verhuis uit Utrecht, zal ik dit plekje denk ik het meeste missen. De pizza’s van O’Panuozzo zijn beter dan die in (Noord-)Italië, ik beloof het je. Vooruit, er staat dan ook een team rasechte Italianen in de keuken én achter de bar, en ze importeren al hun ingrediënten uit la bella Italia. Originele smaakcombinaties en vooral een HELE. LEKKERE. KORST. Glas bijzonder prima huiswijn erbij (voor 3,75 euro, waar vind je dat nog in Utrecht?!) en je hebt mij gelukkig, hoor.

O, en vergeet zéker ook niet de tiramisu te proeven. Die is namelijk echt heel goed hier.

Mariastraat 35 (er zit ook een vestiging aan de Voorstraat, maar daar schenken ze geen wijn)

pizza O'Panuozzo

6. Indonesisch bij Blauw

Heb je zin in een goeie rijsttafel, dan ga je naar Blauw. Dit restaurant – met knalrood interieur ;-) – is al jaren dé hotspot voor Indonesisch eten. Onlangs gingen B en ik ergens anders rijsttafel eten, en hoewel dat ook prima was hadden we achteraf toch een beetje spijt. Blauw is gewoon het allerbest.

Springweg 64

7. Simpel en gezellig eten bij West

Eetcafé West zit bij mij om de hoek en wat ik hier zo prettig vind, is dat het niet pretentieus is. Bij West vind je prima eten voor schappelijke prijzen. Verwacht geen bijzondere combi’s, maar gewoon, een goede maaltijd zonder poespas. En vooral (!): geen gedoe met shared dining-concepten – dat was vijf jaar geleden leuk voor de verandering, maar inmiddels ben ik er heel erg klaar mee. Negen van de tien keer betekent het vooral “duur en weinig”, en een excuus om alle borden in random volgorde op tafel te kwakken.

Nu moet ik bekennen dat West wél de optie heeft om halve gerechten te bestellen, maar dat is vooral handig als je niet kunt kiezen en verder hoef je je daar ook niets van aan te trekken. ‘De huiskamer van Utrecht’, noemen ze zichzelf – en dat geeft wel een goed beeld van de sfeer.

Vleutenseweg 433

8. Lekker dineren en wijntjes in de zon bij Blij

Eén stapje meer ‘restaurant’ dan West, maar nog steeds lekker no-nonsense én met verrassend goed eten – dat vind je bij Blij. In de zomer kun je heerlijk aan het water zitten (de Vecht stroomt door de achtertuin) en ook binnen is dit een gezellige plek. Ook geschikt voor grotere groepen; de kaart heeft voor elk wat wils, de wijn is lekker en de desserts stellen niet teleur.

Brugstraat 2

eten bij Blij Utrecht

9. Cocktails van Behind Bars

In een zijstraatje van de Oudegracht, op loopafstand van de Dom, zit Behind Bars. Bij deze knusse cocktailbar vind je op het menu niet de ‘standaard’ cocktails, maar allerlei eigen creaties met namen als Antibiotic, Painkiller en Reina’s Heritage (hoewel je ook gewoon een Cosmo kunt bestellen hoor). Naast de ‘vaste’ kaart maken ze ook drankjes op aanvraag, dus ben je in een avontuurlijke bui, laat je dan vooral verrassen!

O ja, en let even goed op de huisregels als je de kaart bestudeert, want je wordt óók nog gerickrolled, haha.

10. Whiskeyproeven bij The Malt Vault

Woon je in Utrecht en heb je nog nooit van deze plek gehoord? Dat kan kloppen. De eigenaar wil namelijk geen zuipende toeristen in z’n whiskeybar, dus The Malt Vault heeft geen uithangbord en je moet met een trappetje naar de werf langs de Oudegracht om er te komen. Alleen te vinden als je weet waar je moet zijn, dus, en dat alleen al maakt deze plek zo leuk.

In een van de werfkelders hebben ze een muur met meer dan 100 flessen whiskey, en de barman bedenkt graag een proeverij die precies past bij jouw smaak. Heb je geen idee wat jouw smaak is? Geen probleem, hij helpt je graag op weg. Voor erbij serveren ze kaas-, worst- en chocoladeplankjes.

Oudegracht aan de werf 54A

0

Best Kept Secret vs Down The Rabbit Hole: welk festival is het leukst?

Dus we gingen na twee jaar Best Kept Secret ditmaal voor een weekend Down The Rabbit Hole. ‘We’ is trouwens ik en B, met festivalbuddy J en zijn vriendin E. Vooral aangetrokken door de betere line-up (BKS had vrijwel niets waar ik meteen warm voor liep) reden we donderdagmiddag naar de Groene Heuvels bij Beuningen.

Ik vond Down The Rabbit Hole een fijn festival. Toch miste ik ‘mijn’ BKS een beetje. Waarschijnlijk niet heel rationeel, dat gevoel, want feitelijk had DTRH op veel punten een streepje voor: er stonden meer grote artiesten op het podium, de camping was minder ver lopen en de aankleding net wat gekker en creatiever. Maar BKS is voor mij zo verweven met fijne, goede en zomerse herinneringen, dat een nieuw festival hard z’n best moet doen dat te overtreffen.

En ja, als je dan eens wat anders uitprobeert, ontkom je er niet aan je nieuwe aanwinst te vergelijken met je ex. ;-) Omdat ik zelf van tevoren nogal moeilijk de vergelijking kon maken, heb ik het even voor je op een rijtje gezet!

Down The Rabbit Hole Hotot
Hotot, het hoofdpodium van Down The Rabbit Hole. Wie op Lowlands is geweest, herkent hierin vast het frame van de (nieuwe) Alpha!

Dit zijn de voordelen van Best Kept Secret:

Het eten

En ja, da’s voor mij als verwende foodie toch wel erg belangrijk. BKS heeft lekkerder en vooral originelere eettentjes, die beter verspreid/toegankelijk zijn over het terrein. Het lijkt op sommige plekken bijna een foodtruckfestival, terwijl de eettentjes op DTRH meer deel zijn van de scenery van het festival. Daardoor ziet dat laatste er weliswaar meer uit als een eenheid (en in sommige hutjes herken ik van naam dezelfde foodtruckbedrijfjes als op BKS), maar maakt ze een stuk minder herkenbaar en uniek. Neemt overigens niet weg dat ik ook op DTRH lekker heb gegeten, maar een ‘top-5 van beste festivalsnacks’ maken zit er niet echt in.

Het drinken

Tenminste, als je graag iets anders drinkt dan standaardpils. Op BKS vind je goede cider- en wijnbars op een centrale plaats op het terrein. DTRH heeft weliswaar óók een ciderbar, maar die was zo verstopt dat we ‘m pas vonden op dag 2. ‘Even snel een cidertje halen’ doe je toch wat minder snel, als je er steeds voor moet omlopen. Bovendien hadden ze een stuk minder verschillende smaken. (Voordeel hiervan is dat ik afgelopen weekend wel een stuk minder alcohol heb gedronken.)

De hoeveelheid mensen

Dit was voor B en mij het grootste nadeel van DTRH; het is er zoooo druk en net drie tikjes massaler. Oké, ook op BKS loop je heus af en toe in een stroom bezoekers. Maar dat op DTRH ruim 10.000 mensen extra rondlopen (35.000, tegenover 25.000 op BKS wanneer dat uitverkoopt – en dat was de laatste twee jaar niet het geval) merk je wel.

Cashless betalen

Bij BKS betaal je gewoon met je pinpas. Veel handiger, als je het mij vraagt, dan dat gedoe met festivalmunten. Dat plastic geld geeft me bovendien het idee dat ik meer uitgeef (terwijl dat in de praktijk niet zo hoeft te zijn, leert een blikje in mijn kasboekje van afgelopen jaren).

Herbruikbare statiegeldbekers

Op BKS betaal je een euro extra voor je allereerste drankje. Je krijgt dan een stevige plastic beker die je bij je volgende bestelling inruilt voor een nieuwe. Een stuk duurzamer natuurlijk, en bovendien een stuk schoner – nergens op het terrein liggen plastic bekers, terwijl bij DTRH na elk concert de tent moest worden schoongeveegd. Sterker nog, áls je toch een BKS-beker op de grond ziet liggen is-ie in no-time opgeraapt; dat is immers gratis geld!

Gratis douchen

Op DTRH betaal je (net als op Lowlands) een muntje (3 euro) om te douchen. Op BKS loop je gewoon gratis het gebouw binnen. Scheelt toch weer; ik ben namelijk niet team #opfestivalsdouchejeniet, voel me een stuk lekkerder als ik ‘s morgens fris het terrein op loop, zonder zand en zweet van de vorige dag op m’n lijf.

Ruimte om ‘kleinere’/onbekendere bands en artiesten te leren kennen

Juist doordat BKS allerlei upcoming artiesten programmeert, ben ik van tevoren supergemotiveerd om ‘in te luisteren’ en al die nieuwe acts te leren kennen. Tegelijkertijd voelt het programma minder ‘druk’ (minder dingen waar ik PER SE HEEN WIL), waardoor ik vanzelf meer ruimte voel om lekker te chillen in het gras.

Meer bomen/bosrijke omgeving

Zeker op de camping is het fijn dat je tentje lekker in de (half)schaduw tussen de bomen staat. Op DTRH kampeer je – zoals op veel festivals – gewoon in een weiland, waar je bij zonnig weer rond 9 uur ‘s morgens je tent uit brandt. Toegegeven, bos betekent wél eikenprocessierupsen; zie voordelen DTRH.

Supermarkt op de camping

Als die er op DTRH was, heb ik ‘m in elk geval niet gespot. En eigenlijk best fijn om gewoon blikjes bier, flessen water en verse croissantjes te kunnen lopen voor (enigszins) supermarktprijzen.

Een kleinschaliger organisatie steunen

Goed argument voor de idealisten onder ons; DTRH wordt georganiseerd door evenementengigant Mojo – en is in feite het zusje van Lowlands. BKS daarentegen wordt georganiseerd door Friendly Fire, een relatief kleinere organisator. Nu ben ik niet heel erg thuis in de entertainmentwereld dus veel meer kan ik hier niet over zeggen (en misschien is mijn idee hierover wel onjuist, de reacties onder dit nieuwsbericht zijn ook interessant) maar een snel rondje googlen leert me dat Mojo in 2017 200 concerten en festivals organiseerde voor in totaal 1 miljoen bezoekers, terwijl Friendly Fire 12 grote concerten organiseerde.

Best Kept Secret Festival
Struinen door het bos op zoek naar lekker eten.
Best Kept Secret Festival
Muisstil zittend luisteren naar Joep Beving, een van de fijnste momenten van BKS.
Best Kept Secret Festival
Rustig chillen op een heuveltje.
Best Kept Secret Festival
The National op BKS.

Dit zijn de voordelen van Down The Rabbit Hole:

Sterkere line-up

In elk geval, dat was de afgelopen twee jaar zo. Misschien logisch ook, want met zo’n groot concern als Mojo achter zich kan DTRH ongetwijfeld meer investeren om festivalbezoekers over de streep te trekken. Veel festivalgangers kiezen immers voor BKS óf DTRH, omdat beide festivals in half juni/begin juli plaatsvinden en in sfeer en opzet vergelijkbaar zijn.

Creatieve, thematische aankleding

Op DTRH hebben ze duidelijk alles uit de kast getrokken om je een soort ‘Alice in Wonderland’-beleving te geven. Verschillende hoeken van het terrein hebben een compleet eigen aankleding; van een vervallen western-sfeertje bij de Steam Boat tot paspoppen in pasteltinten bij Avant Garden. Ook zijn er allerlei plekjes waar je ‘binnen’ kunt zitten, zoals de Scotch Egg Club, biertuin en gin-tonic-bar. Moet je wel even in de rij staan, maar vooruit. De drie grootste podia zijn trouwens vernoemd naar konijnenrassen (Hotot, Teddy Widder, Fuzzy Lop); niet per se handiger, wél leuk.

Meer gekkigheid en grappige festivaldingen

Je eigen kwakzalf maken, figuurtjes kleien, kleding en tassen bedrukken met een zelfgemaakt strijkprintje, op een vlot oversteken naar een hutje op het water, maffe theatershows; op DTRH kun je veel meer van dit soort creatieve festivaldingen zien en doen. Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik sowieso al chronisch tijdgebrek heb – te veel leuke muziek tegelijk en aahh ik wil ook in het gras liggen! – dus dit is voor mij niet het allerbelangrijkste. Of misschien is het stiekem een beetje uit mijn comfortzone…

Geheime acts

Die Alice in Wonderland-beleving betekent ook dat er de hele tijd allerlei geheime dingen gebeuren rondom het officiële programma. Dingen die je zomaar kunt tegenkomen, als je op het goede moment op de juiste plek bent. Een absurdistische dance-act in een glazen huis, twee mannen die ineens rondsjouwen met een grote uitgezaagde plaat waarop een kattenfoto staat, een spontaan mini-concert op een rijdend podium achter een tractor, Lucky Fonz III die ineens in een hoekje blijkt op te treden, Waldo die ik ergens zag rondlopen (of was dit gewoon een verklede bezoeker??), Merol die twee spontaan twee nummertjes komt zingen in de pauze van de WK-finale… ik denk dat er dit weekend nog véél meer is gebeurd waar ik geen weet van heb. Ja, ergens geeft dat FOMO, maar het is ook een prikkelend idee, toch?

Korte loopafstand naar de camping

Bij BKS kampeer je prachtig in het bos, aan de overzijde van het meer. Dat betekent dat je zeker 20 minuten aan het lopen bent tot de ingang van het terrein; ‘even’ heen en weer gaat dus niet, je bent zo een uur verder. Op DTRH ligt camping 1 pal aan het terrein (maar dan moet je wel op tijd arriveren; wij waren er donderdag eind van de middag en toen was camping 1 al vol). Ook camping 2 is goed te doen; wij stonden vrijwel in de uiterste hoek, en vanaf daar ben je met 10 minuten stevig doorlopen bij de ingang van het festival.

Je kunt er een dag eerder heen

De camping van DTRH gaat al op donderdag om 12.00 uur open, terwijl het festival vrijdag rond de middag pas begint. Daardoor is de stroom arriverende bezoekers een stuk beter verdeeld; wij hoefden niet/nauwelijks in de rij te staan bij de ingang. Ook heb je rustig tijd om te acclimatiseren en je plekje op te bouwen; de rest van de (donder)dag is immers toch weinig te beleven.

Geen eikenprocessierupsen

Want ja, ze hadden vast heus hun best gedaan op BKS vorig jaar, maar dat nam niet weg dat onze volledige festivalgroep vorige zomer bij thuiskomst werd geplaagd door vreselijk jeukende bultjes en uitslag. Dit jaar ging de mentholzalf dus uit voorzorg in de tas, maar in het gras kamperen had dus wel dit voordeel ten opzichte van het bos.

Rustiger slapen

Tenminste, als je dus op camping 2 staat en dan een beetje achteraan, zoals wij. Waar je bij BKS tot diep in de nacht de bonkende beats van het nachtprogramma over het meer hoort (en voelt) dreunen, heb ik op DTRH alle nachten zelfs zónder oordoppen geslapen. Aan de andere kant kon ik op BKS wel lánger slapen, omdat de tent in de schaduw staat. Tip: kijk goed waar je je tent neerzet, je wilt niet kamperen naast een lichtmast (met aggregaat).

Down The Rabbit Hole
Down The Rabbit Hole
Klei-kunstwerken van bezoekers bewonderen op DTRH.
Down The Rabbit Hole
Gekkigheid op DTRH.
Down The Rabbit Hole
Balthazar – een van de muzikale hoogtepunten van Down The Rabbit Hole.

Eindoordeel: Best Kept Secret of Down The Rabbit Hole?

Laat ik vooropstellen: hoe je een festival beleeft, heeft natuurlijk niet alléén met het concept en de organisatie te maken. Ook de mensen met wie je gaat, je eigen gemoedstoestand en het weer hebben behoorlijk invloed. Afgelopen twee jaar hadden we op BKS het geluk dat het drie dagen lang tropisch zonnig was. Ook op DTRH was het zomers weer, maar vooral de eerste anderhalve dag – zaterdag vielen er een paar buien en zondag hadden aanmerkelijk meer mensen een lange broek aan.

Daar komt bij dat ik op BKS, vooral die eerste keer twee jaar terug, superrelaxed en high on life was. Dit jaar was ik eigenlijk net te moe en overprikkeld voor een driedaags festival. Juni was vol, zoals ik al schreef, en bovendien had ik tot een uur voor vertrek nog zitten werken aan verschillende (werk)projecten en deadlines. Dus ja, dat een compleet nieuwe, bizar drukke omgeving dan overweldigend is, is niet gek. Doordat ik mezelf op dag 1 alle ruimte probeerde te geven voor dutjes en rustig liggen in de zon, voelde ik me op dag 2 en 3 overigens wel een stuk beter.

Verder, op sommige dingen waren BKS en DTRH even goed; de hygiëne van het sanitair en de drukte daar was vergelijkbaar (meestal niet/nauwelijks wachten voor het toilet), de verdeling van de line-up en de informatievoorziening naar bezoekers (via web/app en ter plaatse) waren prima in orde, en op beide festivals heb je als vegetariër/veganist méér dan genoeg eetopties. Kortom, bij geen van tweeën zeg ik: buh, laat maar, niet doen. Integendeel!

Maar vraag je mij nu naar welk festival ik volgend jaar ga, dan neig ik tóch naar Best Kept Secret. Minder mensen, goed en interessant voedsel én die lekkere cider geven daarin voor mij de doorslag. Al moet de line-up natuurlijk wel een béétje veelbelovend zijn. We gaan het zien, dit najaar!

Was jij ook op Down The Rabbit Hole dit jaar? En/of op Best Kept Secret? Wat is voor jou belangrijk en doorslaggevend in je keuze voor een festival?

0